Zoeken in deze blog

dinsdag 22 juli 2014

Engels en Nederlands

Twee foto's:




Fashion food freetime fun: hier wil men ons iets verkopen!

Hoeft er niets verkocht te worden? Alleen een serieuze waarschuwing? Dan spreken wij een andere taal:

WACHT tot het rode licht gedoofd is: er kan nog een trein komen.



maandag 21 juli 2014

Maar ik ben Frederik

Het is Frederiks redding, die ontmoeting met Frommel in het park. Wat zou er anders zijn gebeurd met de arme kantoorklerk die ineens veranderde in een jongetje, toen-ie een prop papier in zijn broekzak stopte. Zijn eigen kantoor uitgezet (door zijn eigen collega's), zijn eigen huis uitgezet (door de slotenmaker), zijn eigen auto uitgezet (door de politie), zijn eigen auto die hij nauwelijks meer kan besturen:




Het loopt goed af, maar deze verteller (die we voor het gemak maar even Joke van Leeuwen noemen) laat haar hoofdpersoon wel een lekker absurde reeks gebeurtenissen doormaken. En die beleeft hij met een prettig naïeve, verbaasde en open instelling - een beetje zoals de verteller, lijkt het wel. Tekenend is het gemak waarmee hij aan het spelen gaat, en zijn blik op de wereld, net wat anders dan anderen.

De eerste nacht bracht hij door in het kantoor, want gelukkig had hij een sleutel van de achterdeur. Daar schreef hij een briefje voor de directeur en zelfs zijn handschrift is niet meer het oude:



Het was nog lastig om aan de portier te ontsnappen. Hij brengt een tijdje door op een school, waar hij tot zijn verrassing erg goed kan vertellen - hij maakt mooie verhalen over de knipsels die hij op kantoor dag in dag uit knipte.
In het park komt hij Frommels moeder tegen en die neemt hem onder haar hoede. Ze luistert, en hoort een verdrietig verhaal, over een jongen (Frederik) die tot zijn negende bij een lief stel pleegouders woonde (Pepi en Moma), tot hij weg moest. Van die Pepi vond hij net vóórdat hij kromp een overlijdensbericht: dat was de prop die hij in zijn zak stopte. (Ja, daardoor kromp hij dus, denkt de lezer die graag oorzakelijke verbanden legt en naar verklaring en dramatische samenhang zoekt.) En nu hij het hele verhaal eindelijk eens kon vertellen, groeide hij weer.
Eind goed al goed. Moma komt bij Frederik op zijn flat wonen.

Dit is een lekker absurd verhaal, met sprookjesachtige elementen en heel veel speelse wendingen en talige grapjes. Zoals dit bijvoorbeeld. Soms knipte Frederik weleens een bericht per ongeluk doormidden. Dan kreeg je dit:



Er valt misschien op aan te merken dat het wat erg vlotjes is, en dat er gemiste kansen zijn. Frederik is eigenlijk het hele verhaal door een soort kind, alleen aan het begin en het einde van volwassen formaat. En na al die grofbesnaarde echte volwassenen is Frommels moeder ineens wel érg begripvol en aardig. Het zal wat mij betreft niet het allerbeste werk van Joke van Leeuwen heten. Maar nog altijd wel een mooi staaltje jeugdliteratuur.





Joke van Leeuwen. Maar ik ben Frederik, zei Frederik. Querido, 2013. ISBN 9789045116044, prijs in Nederland € 13,95. Z

maandag 14 juli 2014

Kwartier vrij lezen per dag

Het zou eigenlijk heel gewoon moeten zijn: kinderen op school de tijd geven om te lezen. Voor zichzelf, zonder dat er later vragen over worden gesteld waarop de meester of juf het antwoord allang denkt te weten. Lezen uit boeken die in een goed voorziene school- of klassenbibliotheek te vinden zijn.



Diverse organisaties hebben een actie op touw gezet om scholen zo ver te krijgen: Kwartiermakers.
'De leesvaardigheid van kinderen neemt enorm toe als ze elke dag een kwartier lezen. Wij zijn daarom het initiatief gestart om scholen te motiveren elke dag 15 minuten met de kinderen te lezen. Een leesritueel van een kwartier lezen per dag op school krikt het niveau van kinderen snel op. En met een hoger leesniveau worden andere vakken toegankelijker en kunnen kinderen hun talent beter ontwikkelen.
Wij zijn daarom op zoek naar 'KWARTIERMAKERS'. Scholen, leraren, ouders die actie ondernemen om kinderen in staat te stellen 15 minuten per dag te lezen. Interesse in het onderwerp? Meedoen als KWARTIERMAKER? Stuur ons een email en we nemen zo snel mogelijk persoonlijk contact met u op.'

Deelnemende scholen krijgen een 'actiepakket'.
'Dit pakket bestaat uit aantrekkelijk leesvoer. Boeken en andere leesmaterialen die door de leden van het netwerk bij elkaar worden gebracht.
Kennis en coaching. Onderwijzers en actieve ouders of leescoaches krijgen tips en adviezen om het lezen leuk te maken en kinderen actief te stimuleren in de boeken te duiken. Iedereen kan daartoe ook toegang krijgen tot een nieuwe app die speciaal voor kwartiermakers wordt gemaakt. 
Alle deelnemende scholen krijgen een meting aangeboden, voor, tijdens en na een eerste periode. Tijdens het programma kunnen ze via een speciaal scorebord bijhouden hoe het gaat! En natuurlijk is er voor iedereen ook een passende beloning voor behaalde prestaties.
Het actieprogramma omvat ook materialen waarmee het lezen thuis voor kinderen nog leuker kan worden. De praktijk leert ons namelijk dat de prestaties van kinderen pas echt omhoog schieten als ze op school en thuis lezen!'
Aangezien Zwijsen bij de eerste kwartiermakers hoort, zou het me niet verwonderen als er bij dat 'leesvoer' veel materiaal van Zwijsen zit. Waar overigens op zich niets mis mee is.

Het lijkt mij een goed initiatief. Bevorderen dat kinderen aan het lezen raken en blijven begint op school, met goed taal- en leesonderwijs en een goed voorziene bibliotheek. Dat is de basis. Alle andere acties zijn toefjes op de taart.

Het is wel treurig om te denken dat alle leesbevordering tot nu toe zo weinig zou hebben opgeleverd dat als doel nu gesteld moet worden 'als eerste mijlpaal minimaal 100 scholen enthousiast te maken om mee te doen en 12 maanden actief 15 minuten lezen per dag op school'. Je zou toch kunnen denken dat dit doel allang bereikt zou zijn, na zoveel jaren inspanningen. Zie ook Stichting Lezen (NL, er is er ook een in Vlaanderen), Nationale Voorleeswedstrijd, Nationale Voorleesdagen, Pabo-voorleeswedstrijd, Boekenbabbels, Nederlandse Kinderjury, Voorleesexpress (een van de eerste kwartiermakers) e.d.
Punt is dat we niet weten hoe het leeslandschap er zou uitzien zónder al deze acitiviteiten. 'Het effect van leesbevordering is moeilijk te meten', zei ooit een ex-directeur van Stichting Lezen, Barry Wiebenga. Er is immers geen 'controlegroep' die het zonder moet doen.
Nu is meten in, en het is dapper van de Kwartiermakers dat ze een voor- en een nameting aanbieden, en ook hebben allerlei woordenschatonderzoeken wel getoond dat lezen in ieder geval de uitbreiding woordenschat bevordert, dus zo somber hoeven we niet te zijn.

Maar toch, het is wat onthutsend, zo'n doelstelling. Niet getreurd, we gaan dapper door.

dinsdag 8 juli 2014

De schrijver als narcist

Dat was een fraai opstel van Kees 't Hart, in De Groene Amsterdammer 3-7-2014, een prachtig themanummer over narcisme (ondertitel: 'me, my selfie and I', met Kim Kardashian op het voorblad), over 'Onbegrepen helden, egotrips in de literatuur'.
'Romans zijn selfies. Romanschrijven komt voort uit narcisme. Keer op keer zetten schrijvers zich, al dan niet vermomd als romanpersonage, in het centrum van de belangstelling. En precies dat is, volgens het handboek voor mentale afwijkingen, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het belangrijkste symptoom van narcisme.'
Een fraai samenvattend begin en het wordt uitvoerig en mooi toegelicht. Philip Roth komt langs (Operation Shylock), maar ook A.F.Th., Louis Couperus, W.F. Hermans, de auteur zelf e.a., en veel dagboeken over het ontstaan van romans. 'Thomas Mann schreef uitgebreid over het ontstaan van zijn roman Doctor Faustus. Zelfkritiek kom je er niet in tegen, de narcist heeft daar nu eenmaal geen talent voor.' Het is tongue-in-cheek, maar zo subtiel dat het niet als onzin overkomt.
Het door hem geponeerde verschijnsel is niet van alle tijden. 'Pas rond de achttiende eeuw ontstonden ideeën over de schrijver als centrum van de wereld. Niet meer de godheid of de koning maar de schrijver.' En hij wijst Saartje Burgerhart aan als start.

Ik citeer het einde van zijn opstel.

'Zelf narcist worden? Is dat niet het grote doel? Of zijn we dat al? Tenzij er natuurlijk een stroming in de letteren en de kunst opkomt waarin we ter ere van anderen moeten schrijven. Van de godheid, van de koning, van de natuur. En niet van onszelf.
Maar dat zal niet snel gebeuren. Maak uw borst maar nat, het zal alleen maar toenemen. "Echtheid" wordt, nee is, hierbij het nieuwe sleutelwoord. Niks geen verschuilen meer achter fictie, die tijd is voorbij. Alles zelf meegemaakt. Echt gebeurd? Ja, echt gebeurd. Verdriet gehad? Ja, enorm. Waarom zou niet iedereen een boek mogen schrijven over het sterfbed van zijn ouders, het verraad van een geliefde of het verongelukken van een naaste? Iedereen heeft het recht met zijn verdriet in het centrum van de wereld te staan. Ik en de wereld, de wereld en ik. Niet langer meer alleen op de wereld. Maar samen. Of zoiets. Met jezelf als schrijver belangeloos en bescheiden glimlachend in het centrum van je hele emotionele huishouding.'

Het deed me prompt denken aan een bespreking van de serie Gomorra, die dit jaar uitgezonden gaat worden. Sleutelwoorden: waar, echt gebeurd, 'gebaseerd op' (het boek van Roberto Saviano). Jawel, maar het blijft wel fictie, geen documentaire.

Nemen we het vertoog serieus, dan zou de rol van de verteller veranderd zijn in een maskerade: achter de verteller schuilt de schrijver, hongerend en hengelend naar erkenning. Maar school achter de oude verteller (hoor wat ik te verkondigen heb, blijf luisteren) ook niet een ego?

In datzelfde nummer ook nog zo'n bijdrage van Christiaan Weijts, 'De boekloze schrijver', die wat plagerig wijst op de groeiende aandacht voor de auteur. Van Jan Cremer via Jan Wolkers (zijn 'woeste haardos'), Harry Mulisch ('de neus') en Conny Palmen ('het piekhaar') naar auteurs die zo vaak te zien zijn dat we wel hun naam maar niet hun werk kennen: Nico Dijkshoorn, Bart Chabot, Johan Fretz, Anton Dautzenberg ('een geval apart'), Akyol Özcan. Hebben auteurs nog boeken nodig?
'Bij Reve en zijn tijdgenoten wás er tenminste nog een dilemma. Publiek en auteur hadden dezelfde belang: ze wilden dat er goede boeken kwamen, en de clownsnummers op tv, die namen ze voor lief. Nu dreigt de radicale omkering: auteur en publiek nemen de boeken voor lief. Voorlopig nog eventjes wel.'

zondag 6 juli 2014

Nobson Newtown

Wat doet een tekst over Paul Noble in een blog over lezen en schrijven? Dit: zijn werk, zoals ik dat zag in het Boymans van Beuningen Museum, is een prentenboek. Maar de prenten zijn als het ware uit het boek gehaald en vergroot of op grote eieren en vlakken geplakt.

Het is een vrijwel woordloos prentenboek, hoewel sommige prenten zijn voorzien van de tekst Welcome to Nobson. Er waren of zijn (de werken reizen en zullen hopelijk nog wel even ergens te bezichtigen zijn en er zijn ook boeken) ook namen als bijvoorbeeld Nobspital en Nobsend (een kerkhof): maar die vond ik naast de prenten, niet erin.
Fotograferen was in het Boymans uitdrukkelijk verboden en de suppoosten hielden plichtsgetrouw toezicht. De foto's in dit bericht zijn dus illegaal - of/en ontleend aan museum- en andere websites.

Het prentenboek of nou ja, de tentoonstelling biedt een zwerftocht door een denkbeeldige stad, Nobson Newtown. Speciaal voor het museum had Noble een plattegrond gemaakt, ...


... maar ik kreeg de indruk dat elke andere plattegrond ook zou voldoen. Perspectief is primitief: veel prenten doen wat dat betreft (en alleen wat dat betreft) denken aan de oppervlakte in computerspellen als Simcity, zeker de eerste versies daarvan. Zie bijvoorbeeld deze prenten, de een van Noble, de ander Simcity 1994:
  

Deels heeft het prentenboek zich uitgebreid over beelden,...


... en de hekken van sommige prenten stonden ook levensgroot in de tentoonstellingsruimte - fascinerend ontregelend.
Hier zulke hekken op twee prenten:
  

En hier in de zaal:



En hier nog zo'n hek:


En dat is een aanleiding voor een kanttekening. Niet alleen ontbreekt een echte plattegrond of een perspectief, ook mensen ontbreken. Maar er zijn wel levende wezens te zien, een soort wormen. Alsof die de wereld hebben overgenomen - maar ze zijn er al wel in thuis. Hoewel, wormen - de recensent van The Guardian vond ze meer drollen. 'The inhabitants – we must be frank – are shits. Actual turds, to be precise. All human life is here, but all of it is excremental. There is a great deal of public sex, if you care to look closely enough, but somehow no one seems to be enjoying it much.' (Adrian Searle, The Guardian, 15-11-2011.) Drollen of wormen - een ieder kan dat zelf beslissen, lijkt me.
Die seks boeide meneer Searle kennelijk nogal, want, ja, er is erotiek te ontdekken, maar ook een reeks andere handelingen en situaties.

Nu gaat het hier om Nobson Newtown, wat suggereert dat er ook een Nobson Oldtown heeft bestaan. Blikvangen vermeldt: 'Paul Noble werkt sinds 1996 aan Nobson Newtown. Het zijn potloodtekeningen van een stad gebouwd op de ruïnes van Nobson Oldtown.'
Prenten als Nobson Central (links) of een detail van Ye Old Ruin suggereren dat inderdaad:

  

en let op een detail als dit...

... ook van Ye Old Ruin.

Een dramatisch overblijfsel is ook dit detail (let op die hand bovenaan de trap! zie boven voor de hele prent)
 

Ik heb geboeid staan staren naar de drie grote eieren en de vele metersgrote ingelijste prenten waarop zich Hiëronumus Bosch- maar ook Breughel-achtige taferelen afspelen:

 

  

  

Een rode lijn kon ik er niet in ontwaren, maar ik bleef wel kijken. Mooi ook die afbeeldingen in een afbeelding, op keramiek.
Zoals Nobson Newtown een soort labyrint lijkt te zijn, zo is ook het leven in die stad een mozaïek zonder begin of einde. Het gaat maar door en de stad is nog niet af, komt misschien nooit af.

De tentoonstelling in het Boymans is er tot en met 21 september. Gaat dat zien.




Bronnen illustraties:
http://archaeoweb.net/
http://doorofperception.com/2013/08/paul-noble-welcome-to-nobson/
http://www.rachelwithers.com/paul-noble-welcome-to-nobson/
http://aggiesdraw.blogspot.nl/
http://abrahammossart.wordpress.com/the-built-environment/
http://socks-studio.com/2011/11/22/nobson-central-and-welcome-to-nobson-a-microcosmos-created-by-paul-noble/
http://www.dosgamesarchive.com/download/simcity-2000/

En zie ook het filmpje op Door of Perception, over de tentoonstelling of Nobson Newtown in The Gagosian Gallery.

Tot slot nog een grapje van diezelfde Paul Noble, in diezelfde tentoonstelling:


Om te zien hoe dat werkt, is bezoek noodzakelijk.







donderdag 3 juli 2014

Verder met jeugdliteratuur op de pabo

Op vrijdag 26 september vindt in Utrecht een symposium plaats voor pabo-docenten: 'Verder met jeugdliteratuur op de pabo, Hoe zet je kinderboeken in voor een rijke lees- en leeromgeving?'. Zie aankondiging.

Dat onderwerp gaat me natuurlijk aan het hart, en ik doe nog mee ook, dus dit bericht is niet onbevangen. Het symposium wordt namelijk georganiseerd door Stichting Lezen (NL) in samenwerking met de redactie van Verborgen talenten, en daartoe hoor ik.

Het programma:
'Het ochtendprogramma start met een stand van zaken: wat doen pabo’s tegenwoordig aan jeugdliteratuur? Vervolgens verkennen we twee recente ontwikkelingen: welke mogelijkheden biedt de aanpak van ‘de Bibliotheek op school’ het basisonderwijs en hoe kan de inzet van non-fictie de leesmotivatie verhogen?

In de middag kunt u twee deelsessies volgen. De eerste ronde biedt gelegenheid na te denken over jeugdliteratuur bij verschillende vak- en vormingsgebieden. Tijdens een van de deelsessies wordt de discussie aangezwengeld over de (verplichte) leeslijst op de pabo. Tijdens de tweede ronde laat een viertal kinderboekenschrijvers zijn licht schijnen over het thema.'

Pabo-docent, meld je aan, zou ik zeggen!
Tja, wat verwacht je anders van mij...
Nou, nog een toevoeging: ... en neem je literatuurlijst mee! Daarmee bedoel ik de lijst die je leerlingen dienen te lezen.


woensdag 2 juli 2014

Stichtelijke verhalen

Syb Hartog begint zijn artikel 'Inleven en positie kiezen, het belang van het leerdoel bij literatuur' in Levende Talen Magazine 2014-5 met een zinnige intro. Of is het de redactie van LTM die dat intro formuleerde? 'Lezers in de middelbareschoolleeftijd hebben nogal eens moeite om een literair werk uit te lezen. Gebrekkige aansluiting bij hun belevingswereld (vooral bepaald door televisie en sociale media) lijkt daar debet aan te zijn. Maar zou misschien één van die oorzaken ook kunnen zijn dat wij als docenten vergeten zijn waarom leerlingen zouden moeten lezen? Wat leren ze van literatuur? Hoe overbrug je de kloof tussen hun wereld en die van het boek? Syb Hartog doet suggesties aan de hand van voorbeelden uit de Engelstalige literatuur.'

In dit intro zit de m.i. juiste aanname dat de relatie tussen leerling en docent er een is waarin de leerling iets opsteekt van de docent.
Het lezen van een 'literair werk' dient een 'leerdoel', dat blijkt ook uit het artikel. 'Bij literair lezen gaat het om het opdoen van leeservaring en het ontwikkelen van normen en waarden.' Dat blijkt, meteen in de tweede alinea, het leerdoel.
Daarop valt wat af te dingen.
Ten eerste lijkt het me niet compleet en ten tweede te veel. Niet compleet, want waar is de esthetiek? Te veel, want heeft de docent inderdaad tot taak om de ontwikkeling van normen en waarden van zijn leerlingen te bevorderen?

Vervolgens duikt Syb Hartog de glibberige modder in. Hij voelde de behoefte om het begrip literatuur te definiëren. Als docent Engels duikt-ie daarvoor de Engelstalige vakliteratuur in. En vindt:

'Maturity entails, first, the recognition that you have a unique perspective and a view of the world that has value, and second, the recognition that there are different perspectives in the world and that these have value and are worth knowing about, too. This is the issue of developing social imagination so central to literacy and to democracy. Our adult relationships, with books and with others, entail a balancing of this paradox. When students are helped to outgrow their current selves, they will have the desire to deepen and expand their experience. Any text that serves these ends must be regarded as literature.' (Jeffrey Wilhelm, You gotta be the book, teaching engaged and reflective reading with adolescents, 2008, p. 49)

Goede morgen. Literatuur wordt hier gedefinieerd in termen van leerdoelen. Het doel is: vormen, stichten.
En dat is nog niet genoeg. Syb Hartog gaat zelf nog even door:

'Literatuur is een geschreven kunstvorm, die de lezer helpt keuzes te maken met betrekking tot zichzelf, tot de ander en met betrekking tot wat zich in de wereld afspeelt. Met andere woorden: een leerling leert vooral iets voor zijn eigen lezen, iets voor buiten de klas, iets waar hij wat aan heeft. Daarom zouden leerlingen moeten lezen.'

Hoe makkelijk kun je uitglijden over pogingen tot definitie? Wat een modder. Met deze definitie valt alle theater, alle voorgedragen verhalen, alle voorgedragen of gezongen poëzie buiten de literatuur. En Wilhelm, ook een docent, vergeet voor het gemak dat ook niet-studenten lezen en sluit in het voorbijgaan nog wat lezers uit. Een definitie in termen van doelen beschrijft bovendien nog niet het te definiëren onderwerp zelf, vind ik.

Afijn, waarin mondt dit gewichtige gedoe over literatuur waar-je-iets-aan-hebt uit? In een lestruukje. Stel, je was de hoofdpersoon uit het verhaal (poëzie doet niet mee bij Syb), wat zou jij dan doen?

Ik citeer de slotalinea:
'The Merchant of Venice (ca. 1596-1598) van William Shakespeare sluit niet echt aan bij de tijd, de plaats en de belevingswereld van de leerling. Maar door de vragen, met name door de inlevingsvragen, kunnen we leerlingen helpen na te denken over hun eigen positie in de wereld en over normen en waarden. Bij elk literair werk zijn dit soort vragen wel te maken.
En als dat niet zo mocht zijn, dan is het waarschijnlijk geen "literair" werk...'

Zelfverzekerde docent (zélf natuurlijk doorkneed met de juiste normen en waarden) glijdt uit in de modder van zijn 'definitie'.
Had literatuur in essentie niet iets te maken met woorden?
Het meest uitgewerkte voorbeeld in zijn artikel komt nota bene uit het werk van Shakespeare... 'Good men and true', deze docenten, en ze bedoelen het goed, maar slaan wel de plank mis.

Mooi dat het daaropvolgende artikel gaat over poëzie: en dan het toepassen van rap-teksten. Irene Claessens is hiermee aan de gang gegaan in een brugklas van de Sint Jozefmavo in Tilburg. Ze had maar drie lessen en het is dus geen wonder dat ze de 'attitude' van haar leerlingen jegens poëzie niet wist te veranderen, maar evengoed heeft ze haar publiek even laten nadenken over wat woorden kunnen doen - precies dat aspect dat in het artikel van Syb Hartog buiten beschouwing blijft. Niks geen normen en waarden en stichtelijke doelen. Wel de opmerking dat het 'interessant' is 'om meer interdisciplinaire verbanden te leggen tussen bijvoorbeeld muziek, literatuur en kunstgeschiedenis om zo leerlingen voor het fictie-onderwijs te enthiousiasmeren.'





Why are you crying

Ook meegenomen op vakantie: The Stone Gods, van Jeanette Winterson. Omdat ik eerst allerlei ander leesgoed wou lezen, bleef het lang onderin de bagage. Pas de laatste dag begon ik te lezen - en ik werd gegrepen.

The Stone Gods bevat vier verhalen: Planet Blue, Easter Island, Post-3War en Wreck City. Maar eigenlijk vormen die vier verhalen één verhaal, over onmacht, sterven en liefde. Grote woorden, ja. De vertellers schuwen die evenmin. In het eerste verhaal is Billie Crusoe aan het woord, een jonge vrouw, in dienst van Enhancement Services van de Central Power. Zij stuurt mensen bij die uit de pas lopen. En ze licht voor, bijvoorbeeld over de nieuw ontdekte planeet, Planet Blue.

'My name is Billie Crusoe.
"Excuse me, is your name Billie Crusoe?"
"That's me."
"From Engancement Services?"
"Yes, Every Day a New Day." (As we say in Enhancement.)
"Can you tell viewers how the new planet will affect their lives?"
"Yes, I can. The new planet offers us the opportunity to do things differently. We've had a lot of brilliant successes here on Orbus - well, we are the success story of the universe, aren't we? I mean to say, no other planet hosts human life."
The interviewer nods and smiles vigorously.
"But we have taken a few wrong turnings. Made a few mistakes. We have limited natural resources at our disposal, and a rising population that is by no means in agreement as to how our world as a whole would share out these remaining resources. Conflict is likely. A new planet means that we can begin to redistribute ourselves. It will mean a better quality of life for everyone - the ones who leave, and the ones who stay."
"So a win-win situation?"
"That's right, winning numbers all the way"'

Dit gaat wat anders.  Het verhaal eindigt in de sneeuw op Planet Blue, in een grot waar Billie schuilhoudt met Spike, de intelligente robot die de Central Power zou gaan ondersteunen, die er uitziet als een mooie vrouw en die verliefd wordt op Billie, een liefde die pas op het allerlaatst wordt beantwoord. Kun je van een robot houden?
Kan ik schrijven dat Spike overlijdt? Of gaat ze kapot door gebrek aan zonlicht? Het lot van Billie kan ze zelf niet vertellen.
'Snow is covering us. Close your eyes and sleep. Close your eyes and dream. This is one story. There will be another.'

In Easter Island zijn we in de 18e eeuw. Verteller Billie is een jonge man die schipbreuk lijdt. Hij vindt onderdak bij een andere schipbreukeling, Spikker, die al tijden op het eiland woont en een plaats heeft onder de Inboorlingen (Natives). Het eiland is kaal, want alle  bomen zijn opgeofferd om grote stenen beelden te verplaatsen, de stenen goden. Er is strijd, er zijn rituelen - Spikker komt om bij een wedstrijd, wordt van de rots geduwd. Billie zit bij de stervende man, die droomt van een huis in Amsterdam, aan de Amstel.
'To him I say, "we are coming by Ship to the Amstel River, and look at us now with bales of cloth and a palm tree in a barrel. A canal-boat will take us along the Singel and stop us at a home where the door is open." I held up the Delft tile, like a mirror to his face.
He smiled.
"Go in," I say to him. "Go in."

And he passes through the door. And in the house he must make ready till I have finished my business here and come back to him.
A white Bird opens its wings.'

In Post-3War treffen we verteller Billie in de Tube.

'I was traveling home on the Tube tonight and I noticed that someone had left a pile of paper on the seat opposite. It was late, I was a bit drunk, a bit bored, a bit restless, so I swung across the centre gap from one bumsoiled seat to another and carefully shifted the bundle to my knees. It was yellow, pre-war, you don't see much paper these days, maybe scrap, maybe rubbish, maybe old instruction manuals translated into English from the Japanese.

The Stone Gods, said the title. OK, must be anthropology. Some thesis, some PhD. What's that place with the statues? Easter Island?
I flicked through it. No point starting at the beginning - nobody ever does. Reading at random is better: maybe hit the sex scenes straight away.

At night in the belly of the Ship, I lay beside Spike and thought how strange it was to lie beside a living thing that did not breathe.

A love story, that's what it is - maybe about aliens. I hate science fiction.'

Was verhaal 1 bij tijden al hilarisch, droevig en grappig tegelijk, in zijn schildering van een toekomstige samenleving, hier gaat het vrolijk verder. De jonge vrouw Billie is hier opnieuw een outsider die toch een positie heeft weten te verwerven. Ze is hier trainer van een robot. Die heet Spike en bestaat alleen nog maar uit een hoofd. Spike moet de firma MORE, die na de catastrofale derde wereldoorlog het bestuur van regeringen heeft overgenomen, van advies gaan dienen. '"She will help us to reach objective decisions"', zoals het opperhoofd van MORE op tv zegt. Ze moet zelfs een volgende oorlog helpen voorkomen.
Trainer Billie praat met Spike. 'The strange thing is that although Spike is a robot we chat. I tell her about my life.' Maar ook over de wereld, over materialisme en economie. Spike:
'"I have been studying the transition from the economics of greed to the economics of purpose."
"Yes, i suppose that's what you could call it."
"What would you call it, Billie?"
"Spike, Capitalism is like Japanese Knotweed: nothing kills it off. If there were only two people left on the planet, one of them would find a way of making money out of the other."
"But economics of purpose is not about making money: it's about realigning resources."
"Isn't language wonderful?"'

Het verwonderde me niet dat einde verhaal de trainster gebruik maakt van een openstaande deur, als ze met Spike onder de arm de verplichte tuinwandeling doet.

'Off we went, a normal day like every other, and the I saw that the gate from the garden into the street was open. We went and stood in the liminal opening - parrots and vines behind us, electric trams ahead. I had a strange sensation, as if this were the edge of the world and one more step, just one more step...

"Where are we goning, Billie?"'

Dat wordt verteld in Wreck City, een vervolg op Post-3War. Zelfde  vertelster, ze neemt de tram met Spike en gaat naar Wreck City, de No Zone buiten de stad.
'Wreck City is a No Zone - no insurance, no assistance, no welfare, no police. It's not forbidden to go there, but if you do, and if you get damaged or murdered or robbed or raped, it's at your own risk. There will be no investigation, no compensation. You're on your own.'
En hoe hilarisch sommige taferelen ook zijn (Spike leert o.a. beffen en doet dat met overgave), het is geen paradijs en het verhaal eindigt met een veldslag tussen politie en bewoners. Billie is met Spike die veldslag ontvlucht, komt terecht bij een oude radioscoop, vindt daar (o.a.) een bericht uit een andere tijd, een andere wereld, en voelt zich hopeloos verloren.

'"Billie,"said Spike, "why are you crying?"
"Because it's hopeless, because we're hopeless, the whole stupid fucking human race."
"Is that why you are crying?"
"And cecause I wish there was a landing place that wasn't always being torned up."
"Is that why you are crying?"
"And because I feel inadequate."
"There's a story about a princess whose tears turned to diamonds."
"I'm not a princess and my tears are tears like everyone else's."
"But they are not everyone else's, Billie. They are your tears."'

Billie laat manuscript (ja, ze sjouwt het nog steeds met zich mee) en Spike in de hut van de radioscoop en gaat weg. En wordt doodgeschoten door twee soldaten, 'two humans dressed as androids, no faces, no soft skin, combat gear, helmets, guns'. Ze eindigt met een prachtige droom, waarin ze eindelijk thuiskomt.

Het verwonderde me niet dat ik in de recensies die ik achteraf las nogal wat gemopper tegenkwam over de sombere toekomstverwachtingen en cynische commentaren die in dit verhaal (of deze verhalen?) te lezen zijn. Every Day a New Day, tenslotte, keep smiling.
Mij deerden ze niet, ik lustte er wel pap van, en heb zeer genoten van juist de hilarische taferelen in dit boek over, ik schrijf het nog eens, onmacht, sterven en liefde.