Zoeken in deze blog

zondag 30 september 2012

Rouwadvertenties?

De aankondiging van NBD Biblion ('maakt lezen voor iedereen toegankelijk') dat Leesgoed ('hét blad over kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering' volgens NBD Biblion in ieder geval nog vandaag) gaat verdwijnen (zie het officiële persbericht) (en zie mijn voorgaande reactie) heeft wat losgemaakt.

Zie afgezien van herhalingen van het persbericht (tot nu toe) Verteleens.be en blog Ted van Lieshout.

Op Teds blog kwam ik nog een opvallende mededeling tegen van Norma Meeuwissen:
'Na het invullen van de abonnee-enquete had ik gehoopt dat Leesgoed juist zou besluiten door te gaan. Ik ben al jaren abonnee, mens van de praktijk en leesbevorderaar op de basisschool. Leesgoed heeft er best wel toe bijgedragen dat ik leesbevordering serieus heb opgepakt. 
Maar ik ben het ook met de kritiek van Herman en Hanneke eens. Leesgoed mist steeds meer de aansluiting met de praktijk. Dit is ook niet gemakkelijk in een snel veranderende digitale omgeving. 
Maar als leerkrachten basisonderwijs de hoofddoelgroep waren, dan heb ik goed nieuws. Want ik ga morgen (1 oktober) een nieuwe website lanceren voor die doelgroep. Het doel is om boeken die de moeite waard zijn – in de volledige betekenis waarover Hanneke het had – op een makkelijkere manier bij de kinderen in de klas te brengen.
In mijn werk maak ik het steeds weer mee: kinderen willen best lezen en krijgen er nog lol in ook, als je ze maar met iets weet te raken en jouw boekendeskundigheid weet te vertalen naar het kind dat voor je staat. En daarbij moet je ook niet bang zijn voor moderne media als internet of twitter. Die kunnen een prima aanvulling zijn om hetzelfde doel te bereiken…..Wat mij betreft gaat in ieder geval het onderwijs-gedeelte van Leesgoed gewoon over in mijn website!'
Dan hoop ik voor haar dat ze het niet voor noppes in de avonduren doet. Met alle respect en dank voor de complimenten: het zijn o.a. die met liefdewerk-oudpapier (en liefde) gemaakte gratis toegankelijke recensiewebsites die een poging om zonder subsidie een tijdschrift+website draaiend te houden moeilijker maken.
Maar doe het vooral hoor, Norma, zet 'm op. In een levendig (jeugd)literair klimaat moet er ruimte zijn voor dit soort initiatieven en als je het goed doet, groeit dat initiatief vanzelf dusdanig dat je het in je eentje in de avonduren niet meer voor elkaar krijgt en naar bronnen moet zoeken - als je dat al niet gedaan hebt. (Zie o.a. Leesfeest voor een vergelijkbaar initiatief.)
Als je maar weet dat Boekidee ('het onderwijs-gedeelte van Leesgoed'?) voorlopig niet klakkeloos gekopieerd mag worden. Er rust copyright op. Anders heb ik die redactie voor niets een (karig) honorarium doen toekomen. Al ga ik daar natuurlijk sinds eind 2010 niet meer over...

Het bericht op Verteleens.be en met name het bittere stukje van Jürgen Peeters maakte een stroom van reacties los, alle met spijt en verontwaardiging.
Hartverwarmend. Maar als er niets gebeurt, worden deze berichten vanzelf vergelijkbaar met rouwadvertenties. Tot ons groot verdriet is heengegaan...
Ik citeer Inger (Inger? Mijn ex-collega Inger Bos, inmiddels zelf ook niet meer in dienst bij NBD Biblion?)
'NBD/Biblion, hoe kan het dat je eerst Leeskraam laat verdwijnen? Daarna Jeugdliteratuur in de praktijk? En nu Leesgoed?
Alsof kinder- en jeugdliteratuur er niet toe doet.
Alsof de intermediair die zo’n grote en belangrijke rol heeft er niet toe doet.
Alsof achtergrond, verdieping, overzicht, recensies, lestips en nog veel meer er niet toe doen.
De enquête gaf mij, zoals Toin dat ook had, al een onbestemd gevoel. Je kon aan de vraagstelling al zien dat er helemaal geen toekomst was voor Leesgoed.
Wel investeren in een nieuwe vormgeving (prachtig), in een nieuwe redactie (die geweldig werk heeft geleverd!), maar niet in de website, niet in promotie. Zo’n ontzettend gemiste kans!
Eeuwig zonde dat Leesgoed stopt.'
Waarvan akte, al verwijs ik ook naar de kritische kanttekeningen bij die nieuwe vorm, van o.a. Ted.

Nog wrang-grappig (nou ja...) om te melden dat pal onder het nieuwtje bij Tzum.info het nieuws stond dat Tzum stopt met het papieren tijdschrift. Echter met andere motieven.

Nou maar hopen dat ik boven mijn volgend blogbericht de kop Nieuwe initiatieven voor Leesgoed mag schrijven.
Als niemand anders iets doet, ga ik zelf iets ondernemen. Denk ik.

NB. Vond nog een prachtreactie van Conny Reijngoudt op haar blog.

NB2, 8-10-2012: Norma Meeuwissen (zie boven) heeft inderdaad haar website gestart, Schoolbieboporde. Geen vervanging voor Leesgoed, lijkt me.

NB3, 18-10-2012: Leesgoed is volgens NBD Biblion nog steeds ('hét blad over kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering', aldus de website.

vrijdag 28 september 2012

Zwanenzang?

Op 27 september een telefoontje van Karin Kustermans, mijn opvolger (sinds eind 2010) als hoofdredacteur van Leesgoed. Dat tijdschrift wordt per 2013 niet meer door NBD Biblion gepubliceerd. Ze houden ermee op.
Het schijnt tijdens de receptie bij de uitreiking van de Theo Thijssenprijs (aan Sjoerd Kuyper) als een lopend vuurtje te zijn rondgegaan.
Heb een maand of zo geleden nog een enquête ingevuld over Leesgoed. Ik vermoed (met Karin) dat de beslissing eigenlijk al was genomen. Met die enquête is waarschijnlijk niets gedaan.

Leesgoed?
Als u, argeloze lezer verdwaald op dit blog, niet weet wat dat is, neem ik het u niet kwalijk. Op zijn hoogtepunt had het ruim 2000 abonnees en toen kon het al nauwelijks rondkomen. (En dat moest van de directie van NBD Biblion. Er was enige coulantie, maar het moest zichzelf in principe bekostigen.)
Een vakblad over jeugdliteratuur, wie leest dat nou...
Nou, veel medewerkers van jeugdbibliotheken en schoolbibliotheekdiensten, een honderdtal enthousiaste leerkrachten, tientallen onderzoekers, recensenten, boekwinkeliers, beleidsmedewerkers van het lezen bevorderende instellingen. Op een mager moment enkele jaren geleden nog altijd ruim 1500 abonnementen.
Niet het Grote Publiek, nee... En ook niet alle lesgevenden, want ondanks alle enthousiasme is de inzet van jeugdliteratuur op de basisschool nog niet zo algemeen als voorvechters zich wensen.

Leesgoed ontstond in 1987 jaren uit voorloper En nu over jeugdliteratuur, mededelingenbulletin van Bureau Boek en Jeugd, later dienst Boek en Jeugd van het NBLC. Nee, ik ga nu niet de hele geschiedenis uit de doeken doen. Bij Boek en Jeugd was het perfect op zijn plaats. Toen dat in 1997 helaas werd opgedoekt, gingen de publicaties (*) naar Stichting NBLC, later Biblion b.v., afdeling Biblion Uitgeverij, later NBD Biblion b.v., opnieuw afdeling Biblion Uitgeverij. Daar was een continu streven om behoorlijke vakliteratuur over jeugdliteratuur en leesbevordering uit te geven, maar de laatste jaren kwam daarin de klad door de nieuwe zakelijkheid binnen NBD Biblion, door concurrentie van gratis websites en door een gratis bulletin als Lezen (Stichting Lezen). Het aantal publicaties verminderde, tijdschriften (zoals Leeskraam) werden opgedoekt.
Leesgoed redde het dus tot en met 2012 bij NBD Biblion.

Leesgoed was een vakblad dat er van uit ging
- dat verhalen, poëzie en non-fictie voor kinderen de moeite waard zijn om over te schrijven, om te lezen, om onder de aandacht te brengen, en om erop te wijzen dat literaire kunst ook kunst is en dus onder de noemer kunsteducatie een plaats verdient in het onderwijs,
- dat ze bovendien nog buitengewoon nuttig en prettig kunnen zijn in andere onderwijsdomeinen (zie ook het juist verschenen boek Verborgen talenten, maar zie ook het katern Boekidee in Leesgoed,
- dat jeugdliteratuur een boeiend kruispunt is van woord- en beeldkunst, en van opvoeding en ontsnapping aan opvoeding,
- dat in veel verhalen en poëzie voor kinderen stemmen klinken die minstens even interessant zijn en minstens evenveel te zeggen hebben als die in verhalen en poëzie voor volwassenen en
- dat je kinderen dus onrecht doet als je hun keuze uit leesgoed beperkt tot wat er in de schappen van de supermarkt of kantoorboekhandel te vinden is.

Nu zijn er enkel nog De Leeswelp, dat vooral recensies bevat, en Literatuur zonder leeftijd, dat een academische benadering van jeugdliteratuur presenteert. Geen slecht woord over beide periodieken, ze worden met zorg en liefde gemaakt,  maar een vakblad als Leesgoed past daar precies tussen (zoals Leeswelp-hoofdredacteur Jen de Groeve in Literatuur zonder leeftijd 88 ook zegt, bespreking in dit blog volgt spoedig), met én nieuws én recensies, én praktische suggesties voor het onderwijs, én interviews én kritische beschouwingen, én een bijpassende website. Niet academisch, vooral mikkend op een publiek dat beroepshalve met jeugdliteratuur werkt.

Nu zou dat dus gaan verdwijnen?
Volgens mij hoeft dat niet. De koppen moeten maar eens bij elkaar worden gestoken. Wat ik hoop is: wordt vervolgd. Het eerste telefoontje dienaangaande kreeg ik vanmorgen al.
Wel is me duidelijk dat een vervolg-Leesgoed er anders zou moeten uitzien als nu, om kosten en baten in evenwicht te houden.

NB. Mij als 'gewone' abonnee bereikte de brief 29 september:


Interessante mededeling: 'NBD Biblion is druk bezig te bekijken of het opgebouwde archief op andere manieren ontsloten kan worden. De aanwezige content is nog steeds interessant en relevant voor mensen die werken met of interesse hebben in jeugdliteratuur.'
Dat kan ik beamen, met dank namens de redactie voor het compliment, maar die relevantie neemt rap af als je die inhoud niet aanvult met recent materiaal. De huidige website van Leesgoed levert daarvan het bewijs.
In mijn laatste jaren als hoofdredacteur annex adjunct-uitgever bij Biblion Uitgeverij was ik al bezig plannen hiertoe te formuleren. Die zijn helaas nooit uitgevoerd. Ze behelsden onder meer een verschuiving van recensies, Boekidee en nieuws naar de website, de recensies en Boekidee alleen toegankelijk voor abonnees. Uiteindelijk zouden alleen artikelen (ook) nog in druk verschijnen - bijna iedereen heeft de ervaring dat artikelen van een goed opgemaakt en gedrukt blad lezen prettiger is dan van scherm lezen.

(*) De enorme collectie kinderboeken van Boek en Jeugd ging naar het Letterkundig Museum, en vervolgens naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar de boeken als erfgoed in zeer goede handen zijn. Maar de KB is (nog?) niet te vergelijken met (bijvoorbeeld) de Bibliothèque Nationale de France, waar het Boek en Jeugd van Frankrijk, la Joie par les Livres, uiteindelijk terechtkwam, compleet met het gerenommeerde tijdschrift La revue des livres pour enfants.




zondag 23 september 2012

Hoe lezen eerstejaars?

Een opmerkelijk artikel van docent Jef Bogman in Levende Talen Magazine 2012-6. In zijn werk als opleider van eerstejaars letterenstudenten aan de Universiteit van Amsterdam ontdekte hij dat velen van hen moeite hebben met 'het hanteren van literaire begrippen' als metafoor, metonymie, metrum, alliteratie en enjambement. 'Bij proza zijn we niet in staat verschillende vertelwijzen te onderscheiden en hebben we de grootste moeite om in een tekst een of meerdere motieven te ontdekken.'
Toch zouden ze dat moeten kunnen, volgens de eindtermen ('De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen hanteren in de interpretatie van literaire teksten.') (Bron), en is het merendeel redelijk tevreden over het genoten literatuuronderwijs. Het zijn ook gretige lezers: verreweg de meesten lazen al graag toen ze van de basisschool kwamen, met Harry Potter, Carry Slee en Hoe overleef ik als meestgenoemde favorieten.
Dat blijkt uit de antwoorden op een vragenlijstje dat Jef Bogman aan 47 eerstejaars voorlegde.
'Gevraagd naar hun voorkeur op het eind van het voortgezet onderwijs gaven ze een gevarieerder aantal, met boeken van schrijvers als Bakker, Brown, Campert, Dostojevski, French, Hermans, Mulisch, Saramago, Vestdijk en Wolkers. De enige titel die daarbij vaker genoemd werd (zevenmaal) was Harry Potter.'
En: '31 van hen schreven sinds de basisschool zelf verhalen en gedichten, 12 lazen op die leeftijd gedichten.'
Verband tussen leesgedrag en het genoten literatuuronderwijs vond Bogman niet. Hij concludeert hieruit 'dat het niet kunnen omgaan met literaire begrippen niet aan de kwaliteit van het onderwijs ligt'.

Dat lijkt me voorbarig, want die kwaliteit zou juist moeten blijken uit het wél kunnen hanteren van die begrippen. Maar wat Bogman vervolgens betoogt is dat hier kwantiteit een rol speelt: er is simpelweg veel te weinig tijd besteed aan literatuuronderwijs: een half uur per week, waarvan tien minuten voor literaire begrippen. En te weinig tijd, dat schuift hij kennelijk niet onder de noemer kwaliteit.
Op de basisschool is meer tijd beschikbaar, maar die wordt volgens hem teveel besteed aan tekstbegrip en in de eerste jaren van het basisonderwijs is het volgens hem ook nuttig dat er weinig stilgestaan wordt bij stijl en literaire begrippen. Leren lezen is al moeilijk genoeg. 'Dat maakt het probleem van het literair lezen tweeledig: enerzijds is de leerling op de basisschool gebaat bij weinig vormbewustzijn, anderzijds is er in de periode daarna te weinig tijd om dat bewustzijn wel te ontwikkelen.'
Het gevolg is dat zijn eerstejaars alleen 'lezen op de inhoud', zoals enkelen van hen het zelf formuleerden. Ze duiken in het verhaal en hebben weinig aandacht voor zichzelf als lezer. Ze 'betrekken de vorm niet in hun lezing omdat ze die niet zien', aldus Bogman.
Wijst hij ze op verschillen in registers, in stijl, op andere zaken die te maken hebben met hoe een tekst in elkaar steekt, dan klinkt het: 'ja, nu u het zegt, zie ik het, maar eerst niet'. En hij wijst op Witte, Rijlaarsdam en Schram (2008), die meenden te kunnen vaststellen 'dat ongeveer de helft in het begin van 4-havo/vwo grote moeite heeft met het begrijpen van literaire teksten voor volwassenen'. Als een soort vooraanduiding van de problemen die hij heeft met zijn eerstejaars?
Dat een ander half uur per week wordt besteed aan het domein argumentatieve vaardigheid, heeft kennelijk geen enkel nut voor het halve uur literatuur, hoewel de retorica toch een prachtverbinding zou kunnen leveren.

Een aanbeveling van Jef Bogman, die het dus gelukkig niet laat bij bezorgd mopperen: 'Waarschijnlijk ligt de oplossing niet in het middelbaar onderwijs maar in de basisschool, waar naast de nadruk op begrijpend lezen meer aandacht besteed zou kunnen worden aan speelsheid in taal en aan zelf schrijven. Wie als kind een instrument leert spelen, ontwikkelt niet alleen techniek, maar ook klankgevoel. Het een gaat zelfs moeilijk zonder het ander. Waarom zou dat bij leren lezen niet kunnen samengaan?'
Voorwaarde daarvoor (Bogman noemt hem niet) is natuurlijk wel dat de juf of meester beschikt over die vaardigheid.


donderdag 20 september 2012

Censuur? Manipulatie?

Vanmorgen (20-09-2012) een opvallende ingezonden brief in de Volkskrant, van Sanne Terlouw, onder de kop 'Geen onderscheid tussen feiten en religie op school'.
Ze doet daarin verslag van een wel heel ingrijpende wijziging van haar tekst voor 'een prestigieuze nieuwe geschiedenismethode voor de basisschool'. Helaas vermeldt ze geen namen, het zou gaan om 'een van de belangrijkste educatieve uitgeverijen van ons land'.

Haar tekst, zoals weergegeven in de brief:
'Rond het jaar 0 werd volgens de bijbel in het plaatsje Bethlehem in Palestina een joodse man geboren wiens ideeën heel belangrijk zijn geworden voor de westerse wereld. Hij heette Jesus van Nazareth. In de bijbel staat ook dat Jezus ter dood werd veroordeeld door de Romeinse overheerser, omdat hij volgens hem opstandige ideeën verspreidde [...,] Jezus was een heel bijzonder mens. Veel mensen dachten dat hij de messias was. Later noemden ze hem de zoon van God. 
En zo ontstond een nieuwe godsdienst uit het jodendom: het christendom. [...]
De christenen hebben de joden de schuld gegeven van Jezus' dood en dat heeft eeuwenlang vreselijke gevolgen gehad voor de joden. [...]'

In de gedrukte versie zou staan:
'Maar er was in het Romeinse Rijk ook een nieuwe groep gelovigen die het zwaar kreeg. Dat waren christenen. In hun godsdienst, het christendom, draaide alles om één God. Deze God had zijn zoon Jezus Christus naar de aarde gestuurd om Zijn boodschap te verspreiden. Jezus en zijn volgers hadden ook tot taak om andere mensen over te halen om ook christelijk te worden.'

Sanne Terlouw is verontwaardigd. 'Als Jezus bestaan heeft, was hij een jood, en had van het christendom geen weet. Het christendom is pas veel later gesticht. Waarom is geschrapt dat het christendom voortkomt uit het jodendom?
De god van de joden wordt in het er voorafgaande tekstblokje met een kleine letter geschreven en krijgt zelfs een naam (die bovendien niet klopt) zoals Wodan en Donar. In het stukje over het christendom wordt God plotseling met een hoofdletter geschreven.' En meer. Helaas kon ik de brief (nog?) niet online vinden.
Er is een naschrift bij waarin ze laat weten dat 'de uitgeverij mij heeft laten weten dat in de volgende druk de volgende wijzigingen worden toegepast:
- God met een hoofdletter
- Gods naam wordt weggelaten
- De zin over Jezus wordt als volgt geformuleerd: "De Christenen geloofden dat God zijn zoon Jezus Christus naar de aarde had gestuurd om Zijn boodschap te verspreiden. de volgers van Jezus overtuigden andere mensen ook christelijk te worden."'
De eerste twee wijzigingen snap ik niet, zal wel slaan op een vermelding van Jahweh o.i.d., maar dat maakt e.e.a. niet minder opmerkelijk. Hier is een gelovige redacteur aan het werk geweest, lijkt mij. Het is natuurlijk lastig dat van die vele goden die we kennen, met namen die zoals alle namen een hoofdletter krijgen, van Donar tot Krishna, die ene simpelweg God heet. Met hoofdletter, want een naam. Alsof je je kat Kat noemt. Al hoef je volgens diezelfde spellingregels vervolgens 'zijn' níet met hoofdletter te schrijven.
En Sanne heeft m.i. historisch gezien een punt in haar opmerking over het nog niet bestaan van het begrip christelijkheid ten tijde van de gangmaker, al zou ik als redacteur haar tekst ook niet integraal hebben overgenomen. (Of die gevolgen 'vreselijk' waren, zou moeten blijken uit de beschrijving ervan, niet door ze meteen als zodanig te bestempelen.)

Opmerkelijk blijft dat hier een redacteur c.q. uitgever van een tekst afkomstig van een ongelovige een gelovige tekst heeft gemaakt. Dat zou mij ook niet bevallen.



dinsdag 18 september 2012

10 jaar Stichting Lezen


Op 17 september vierde Stichting Lezen haar tienjarig bestaan.
Welke Stichting Lezen?
Er zijn er immers twéé, een in Nederland (die was er eerst) en een in Vlaanderen. Hoe dat zo is gekomen? Dat weet ik niet. Huidig bestuursvoorzitter Koen Jaspaert vertelde wel dat voor de oprichting van Stichting Lezen, die Vlaamse dus, in kringen van de Taalunie naar Nederland is gekeken. Ze wisten het dus, en dachten kennelijk dat de grenzen stevig genoeg waren om geen naamsverwarring te krijgen.
Dat zal aan weerszijden van die grenzen wel kloppen, maar niet voor het grensoverschrijdend cultureel verkeer, dat er ondanks die stevigheid toch wel is. De Nederlands-Vlaamse redactie van Leesgoed is slechts een voorbeeld.

Enfin, feest dus! Dat vond plaats in Het Paleis te Antwerpen. Toespraken & toespraakjes, muziek, video van Stichting Lezen-medewerkers die fragmenten uit favoriete  boeken voorlazen, taart in de pauze, receptie na.
In volgorde: Joke Schauvliege, minister van cultuur, Guus Kuijer, auteur, Koen Jaspaert, voorzitter bestuur,  Gerlinde De Bruycker, newsmanager Metro (dat in België nog wél bestaat), Michèle Van Elslander,  stafmedewerker Inloopteams bij Kind en Preventie, Alida Pierards,  docent Xios Hogeschool Limburg, een panelgesprek van moderator Betty Mellaerts met Ronald Soetaert, universiteit Gent, Bert Anciaux, politicus (senator sp.a), en Gerda Dendooven, illustrator, en afsluitend Majo De Saedeleer, directeur. Dat alles tussen mooie stukjes muziek van twee muzikanten van Le Trio Perdu, of iemand van die band (Kevin Van Staeyen) met een accordeonist.

Volle zaal.
Het memorabelst was de feestrede van Guus Kuijer, maar ik wil ook nog iets melden over enkele anderen.
Om te beginnen zal het prettig zijn geweest voor Stichting Lezen om van minister Joke Schauvliege zoveel lovende woorden te horen. 'Baanbrekend werk' heeft de stichting verricht, en ze noemde de projecten Boekbaby's, Jeugdboekenweek, Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen (KJV), Fahrenheit, en Iedereen leest. Het budget is gegarandeerd tot en met 2014 en ze ziet de stichting graag doorgaan.

Koen Jaspaert zag gras voor zijn voeten weggemaaid door de gloedvolle toespraak van Guus Kuijer vóór hem, maar zag niettemin kans om een verrassend pleidooi te houden voor een  multiculturele samenleving en de rol van boeken daarin, nadat hij benadrukt had dat leesbevordering er volgens hem vooral moest zijn voor diegenen die niet zo kansrijk zijn.

Guus Kuijer.
Guus Kuijer begon zijn toespraak met de uitsmijter dat we in Nederland 'niet zo'n minister hebben'. 'Wij' doen het met een staatssecretaris 'die niet verder is gekomen dan Jip en Janneke'. Dus over welk land hij vandaag iets lelijks zou zeggen, 'niet over België'. Zo min overigens als hij iets denigrerends wou zeggen over Jip en Janneke. Alleen, er is wel méér dan dat.
Als hij een museum ingaat, zo begon hij zijn officiële toespraak, wil hij verrast worden, verwacht hij iets te zien dat hem beter leert kijken en dat hem beroert, zo goed als hij van muziek verwacht dat hij geraakt wordt en beter leert luisteren. Hij verwacht iets te kunnen leren, nieuwe ervaringen. Hij wil dat kunst hem in die zin een beter mens maakt. De kunstenaar is een maestro, een leraar, die zijn medemens wijzer maakt, een wegwijzer biedt. Wel een maestro die uitnodigt, die iets belooft. Kunst is een belofte, het is aan de toeschouwer, luisteraar, lezer, om die belofte waar te maken. Om dat te kunnen is openheid nodig, nieuwsgierigheid, de bereidheid om iets te leren. Op zijn ideaalst 'zijn wij allen leerlingen - en heel soms leraar'.
Dat was in het kort de teneur van zijn lezing, maar uiteraard vervlocht Kuijer daarin veel uitstapjes.
Een mooie was deze. Om iets nieuws te ervaren door kunst is inspanning nodig. Helaas 'zijn wij in een tijd beland dat inspanning als elitair wordt gezien'. Voor een zuigeling is alles, behalve misschien de moederborst, nieuw. Hij is voortdurend aan het ontdekken, aan het leren, en dus is voor hem alles elitair.
'Kunst en wetenschap bevrijdden mij uit het benauwde kamertje waarin ik opgroeide.'
Nederlandse beleidsmakers ('dat geldt natuurlijk niet voor België', gelach in de zaal) kregen ook de nodige spot. Die willen niet meer leren, staan nergens open voor, komen wat betreft de jeugdliteratuur niet verder dan Jip en Janneke (waarmee hij teruggreep op zijn openingsopmerking), en vergeten vooral dat ze moeten leiden en dus ergens beter in moeten zijn dan de mensen die ze zeggen te vertegenwoordigen. In plaats van hurken, wat nu veelal gebeurt, moeten ze juist verder reiken dan hun publiek, een richting aangeven.
Uitgevers en schrijvers kregen het verwijt dat ze teveel willen amuseren. Wij worden bedolven onder verhalen die uitsluitend bedoeld zijn om te vermaken, waarvoor je geen inspanning hoeft te verrichten en waar je niets nieuws van leert en geen nieuwe ervaringen opdoet. (Hij haalde nog net niet Neil Postman aan, met zijn Amusing ourselves to death, 1985 en dat jaar ook in het Nederlands verschenen als Wij amuseren ons kapot.)
Met leren bedoelde Kuijer zeker niet schools leren. Het leven als leerschool, dat meer. Wie er niet voor openstaat, zal niets leren. En als je je verveelt, leer je ook niets.
'Lezen is leren. En leren is leven.'

Een pracht van een lezing, die hopelijk nog ergens wordt gepubliceerd. Een pleidooi tegen vrijblijvendheid en voor openheid.

Receptie na.

Guus Kuijer signeert.







maandag 17 september 2012

Jeugdliteratuur in Japan

Terwijl ik mij stukjes bij beetjes heenwerk door Critical & Creative Perspectives on Fairy Tales, An Intertextual Dialogue between Fairy-Tale Scholarship and Postmodern Retellings van Vanessa  Joosen  (niet echt nachtkastjesleesgoed maar wel interessant) passeerde me aflevering 263 van La revue des livres pour enfants. Zoals gebruikelijk zit tussen recensies en nieuws het dossier, deze keer 56 p. over 'Littérature et bibliothèques pour ja jeunesse au Japon'.

Het eerste artikel, van Okiko Miyake, duikt de geschiedenis in, de '"prehistorie" van de jeugdliteratuur', voor de invoering van de moderne druktechniek in Japan (19e eeuw), toen boeken werden gepenseeld en op rollen gevouwen (emakimono), en later (17e en 18e eeuw) met boekblokken (kusazoshi) werden gedrukt op washi-papier. In die periode ontstonden ook de 'rode boekjes' (akahon) voor kinderen
Zoals vaker in de dossiers is ook dit artikel rijkelijk van illustraties voorzien.
Hieronder respectievelijk een afbeelding uit een emakimono (12e en 13e eeuw, Shoju-Giga), een akahon (17e eeuw, Otomo-no-Madori) en een afbeelding uit een prentenboek Hino maru (kattenbadkamer, ill. onbek.):






Het artikel gaat diep in op de relatie tussen tekst en beeld.
Jean-Marie Bouissou schreef over het typisch Japanse fenomeen van de manga's, Fabrice Audebrand  over De Otaku-generatie, de kinderen van het postmodernisme van Hiroki Azuma, ik heb de titel hier vertaald maar het boek is niet in het Nederlands verschenen (wel in het Japans, 2001, en Frans, 2009). Otaku, ik had er nog nooit over gehoord. Weer iets geleerd.
Satoko Inoue portretteerde de belangrijke kinderboekenuitgeverij Fukuinkan Shoten, Yukio Ikemoto beschreef het Japanse jeugdbibliotheekwerk en Yasuko Doi de schoolbibliotheken, en uit het tweegesprek van Yukiko Hiromatsu en Takeo Miyakawa leid ik af dat Bookstart ook in Japan is toegepast. In dat gesprek komt ook zijdelings het Japanse kamishibai-concept langs, het vertelkastje.
Wie Frans kan lezen, wat ieder met een goede opleiding toch eigenlijk zou moeten kunnen, heeft aan dit dossier een interessante introductie in de Japanse jeugdliteratuur.
En aan aflevering 266 een interessante introductie in het werk van de illustrator Philippe Corentin.

O.k. Nu tussen andere bedrijven door verder in Critical & Creative Perspectives.