Zoeken in deze blog

zaterdag 7 december 2019

We doen toch zo ons best

Op 3 december ontving ik een persbericht van Stichting Lezen:

Dalende PISA-resultaten vragen om extra actie
De leesvaardigheid én het leesplezier van 15-jarigen in Nederland zijn in de afgelopen jaren afgenomen. Dit blijkt uit het gerenommeerde, internationale PISA-onderzoek. PISA meet de kennis en vaardigheden van 15-jarigen in leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen.

Dat klopt. Zie hier. En voor een overzicht 'in vogelvlucht' hier, waaruit blijkt dat onze regering in ieder geval formeel kennis heeft genomen van dit rapport. Nog korter kan ook, zie hier.




Van die resultaten word je niet vrolijk.
Van het persbericht werd ik ook niet vrolijk.

Volgens Stichting Lezen onderstrepen de uitkomsten nadrukkelijk dat het versterken van de leesbevordering noodzakelijk is.

Absoluut waar. Maar dan toch kennelijk effectiever dan tot nu toe gebeurt.
'Aan ons ligt het niet,' lijkt Stichting Lezen in dat persbericht te willen onderstrepen. Ze willen niet lezen en we doen toch zo ons best...

Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen: ‘Het is schrijnend dat in een welvarend land als Nederland 42% van de jongeren lezen tijdverspilling vindt en 24% van de jongeren mogelijk onvoldoende leesvaardig school verlaat. We kennen deze trend van ontlezing al een tijdje. We zetten programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school en campagnes als De Nationale Voorleesdagen en De Jonge Jury in om van kinderen en jongeren gemotiveerde lezers te maken. Vandaar dat wij een leesoffensief volop steunen en meer structurele aandacht bepleiten.’

Waarvan akte en zie de twee brochures die ik toevallig kort geleden besprak, Kunst van lezen, het werkt en Lezen loont.
Maar deze activiteiten hebben kennelijk tot nu toe niet zo veel effect. Althans, niet het gewenste effect. Het kan natuurlijk zijn dat de PISA-cijfers zonder die activiteiten nog treuriger zouden zijn geweest, maar dat is niet aan te tonen.

Stichting Lezen legt zelf al een vinger op de zere plek:

Er worden in Nederland op dit moment vele succesvolle inspanningen verricht op het gebied van leesbevordering en het bestrijden van laaggeletterdheid. Deze beschrijven we in een achtergrondartikel op lezen.nl, waarin we ook de PISA-resultaten verder duiden.  

Er zijn echter ook zorgwekkende ontwikkelingen: er zijn steeds minder mediatheken in het voortgezet onderwijs en de openbare bibliotheken hebben het moeilijk. Dit ondermijnt de leescultuur. 

Zo is het. En Stichting Lezen roept in dat achtergrondartikel, begrijpelijk, om meer investering:

Om het leesplezier en de leesvaardigheid van kinderen en jongeren te vergroten, is structurele financiële steun van de landelijke overheid van belang   ̶   juist bij jongeren in het voortgezet onderwijs. Aansturing op deze doelgroep is door gemeenten vaak niet mogelijk, aangezien middelbare scholen vaak jongeren uit een grotere regio aantrekken. Bovendien is de lage leesvaardigheid op het vmbo een landelijk probleem. Stichting Lezen pleit er daarom voor om naast gemeentelijke ook landelijke sturing op leesbevordering te realiseren, zowel vanuit de overheid als vanuit Stichting Lezen. Dat zou betekenen dat de overheid met de gemeenten en het onderwijs afspraken maakt over de besteding van gelden gericht op leesbevordering. De Bibliotheek op school op iedere (vmbo-)school zou een wenselijke en nuttige investering zijn.

Wat dit naar mijn idee impliceert is dat deze middelen uit de onderwijsbegroting zouden moeten komen, liever dan uit de cultuur. Oud zeer in de leesbevordering: verreweg de meeste inspanningen komen steeds uit de hoek van wat beleidsmatig cultuur heet: de bibliotheken, instellingen als Stichting Lezen, CPNB, Stichting Lezen & Schrijven. Moeten ze vooral mee doorgaan.
Maar de basis blijft: scholen met goede schoolbibliotheken, met echte goede boeken naast alle digitalia, en goede, hoog opgeleide en goed betaalde docenten.
Daaraan ontbreekt het een beetje in Nederland.



vrijdag 6 december 2019

Oorlog

Het is nogal een uitdaging, de Tweede Wereldoorlog samenvatten voor kinderen van pakweg 9 jaar en ouder (bovenbouw basisschool). Annemiek de Groot, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Roosendaal probeerden het in 1939-1945, Toen het oorlog was.

Het begrip oorlog lijkt me een lastig onderwerp om in de klas te behandelen, vooral wat betreft oorzaken & redenen. Het verschil tussen oorzaak en reden is trouwens ook al een punt van aandacht. Mensen kunnen redenen vinden om iets te doen, bijvoorbeeld een oorlog beginnen. Onderzoek naar waar die mensen hun redenen vinden brengt ons bij oorzaken, ketens van oorzaken. De geschiedenis toont ons lange ketens van oorzaken - al hebben we die ketens dan achteraf beschreven, terwijl men er in dat beschreven verleden soms heel anders tegenaan keek. Bij het beschrijven van menselijke handel en wandel ontkom je moeilijk aan interpretatie. Groepsdenken, wij-zij-denken, moraal, het zit beschrijven soms danig in de weg.

Wat is een oorlog? Is de almaar voortdurende reeks incidenten en raketbeschietingen in Israël en de Palestijnse gebieden een oorlog? Was de inlijving van de Krim door Rusland een oorlog? Zijn de onlusten in Bolivia een oorlog? Voeren voetbalfanaten van de ene club soms oorlog met die van de andere club? Is de West Side Story een oorlogsverhaal? Hoe zat het eigenlijk met de Kruistochten? Hoe zit het met de War on Drugs? Kunnen families met elkaar oorlog voeren? Betekent het iets dat het Van Dale Junior Woordenboek Nederlands in mijn kast (1994, 1e druk) geen lemma oorlog heeft?
Probeer het allemaal maar eens te bespreken met leerlingen zonder in versimpelingen te vervallen.
Een rollenspel kan leerlingen iets laten voelen van hoe oorlog ontstaat -  en kan als je niet oppast gierend uit de hand lopen.
The Lord of the Flies van William Golding (1954) en The Chocolate War van Robert Cormier (1974) zijn twee meesterlijke verhalen om in dit verband te noemen. Beide vertaald in het Nederlands, beide verfilmd.

Wie een boek over de Tweede Wereldoorlog schrijft voor kinderen van 9 en ouder hoeft de term oorlog eigenlijk niet toe te lichten. Het gangbare beeld: in een oorlog vecht het leger van het ene land tegen het leger van het andere. Er wordt geschoten en er vallen doden. Dat gaat geheel op voor  de Tweede Wereldoorlog. Er is bovendien een duidelijk aanwijsbare aanvaller. En de regering van het aanvallende land is ook nog eens behept met de neiging om een bepaalde bevolkingsgroep uit te roeien, 'kalt te stellen', om het eens in de taal van de aanvallers te zeggen, en die neiging berust op de overtuiging dat sommige mensen beter zijn dan andere, ongeacht hun ideeën en daden.
Maar er waren schaduwen en nuances. Meelopers en overlopers in de aangevallen landen, uit opportunisme of overtuiging of allebei. Regeringen die zich voegden bij de aanvallers, zonder per se hun opvattingen over de suprematie van bepaalde groepen te delen, opvattingen die onder de noemer antisemitisme overigens ook welig tierden in andere landen, ook in aangevallen landen, en ook al veel eerder. Mensen die zich gingen verzetten, en daarbij andere mensen hebben gedood. Verraders. Mensen die probeerden hun eigen bestaan voort te zetten zo goed en kwaad als het ging, door vooral alles te laten wat onwelgevallig zou zijn in de ogen van de aanvallers. Slachtoffers van bombardementen, die werden uitgevoerd door de verdedigende partijen, die allengs ook in aanvallers veranderden en daarbij soms hardhandig optraden. (Denken we even aan het Rode Leger in Polen.) Nou ja, vul maar aan.

Dat dus allemaal behandelen in een boek voor kinderen over de Tweede Wereldoorlog.
Zijn de makers van dit boek daarin geslaagd?
Het korte antwoord: ja.

Het lange antwoord begint met het verstandige nawoord onder de kop 'Keuzes maken', achterin, vóór het register, de lijst geraadpleegde bronnen en de fotoverantwoording. Dit nawoord begint zo:

Bij het maken van dit boek moesten we kiezen. Er is zoveel gebeurd in de Tweede Wereldoorlog, we kunnen niet alles vertellen.

Zo is het en het valt zeer te prijzen dat dit wordt vermeld.
Maar er is meer.

Helaas zijn er ook erg veel gruwelijke dingen gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog. We vertellen een beetje over de Holocaust en de kampen in Nederlands-Indië, maar sommige dingen zijn eigenlijk té erg. Daar kun je beter over lezen als je wat ouder bent. Veel mensen die het meegemaakt hebben, konden er lang niet over praten, zó afschuwelijk was het. Nog steeds komen er nieuwe verhalen naar boven.

En:

We laten zien dat mensen in de oorlog keuzes moesten maken. Er zijn mensen die moedige dingen hebben gedaan en mensen die vreselijke dingen hebben gedaan. Maar de meeste mensen zaten daar tussenin. Bedenk dat het in de oorlog niet duidelijk was wie er zou winnen. Niemand wist hoe het af zou lopen. Aan alle keuzes die je kon maken, zaten gevaren en voordelen vast.

En:

We proberen ook uit te leggen hoe de oorlog begonnen is. Want daar kun je van leren. Als je snapt hoe het toen ging, zie je misschien dingen die daar nu, in onze tijd, op lijken. Als je dat herkent, dan kun je daar iets aan doen.

Dat laatste moeten we maar hopen, natuurlijk, maar het is een nobel doel voor zover bedoeld wordt dat kinderen kunnen helpen oorlogstoestanden te voorkomen.

De inhoudsopgave beslaat vier pagina's en dat is niet teveel want hij biedt ook een inleiding bij de hoofdstukken. Zie bv. de tweede van die vier pagina's:



Die hoofdstukken zijn:
Waarom je dit eerst moet lezen
Tijdlijn
1. Hoofdrolspelers
2. Vechten
3. Techniek
4. Symbolen
5. Vriend of vijand
6. Overleven
7. Moord
8. Dieren
9. Nog niet voorbij (over de laatste maandenoorlog in Azië) (mijn toevoeging)
10. Nooit meer.

Dat voorwoord 'Waarom je dit eerst moet lezen' bevat o.a. 'de belangrijkste vragen over de Tweede Wereldoorlog', waaronder (gelukkig) ook waarom-ie zo heet. Maar ook: 'Wat is Joods zijn?', 'Waarom wilde Hitler de Joden weg hebben uit het Duitse rijk?', 'Vonden alle Duitsers Hitler een goede leider?' ('zeker niet'), 'Waar werd gevochten?', 'Wat is de Gestapo?' (en idem SS, Wehrmacht, nazi, SD) en meer feitelijkheden.

De tijdlijn is duidelijk en voorzien van afbeeldingen, zie de vierde van de vijf pagina's tijdlijn:



Waarbij terzijde opgemerkt dat het boek zo fors is dat het maar net in mijn scanner paste, dus excuses aan de opmaker en de verzekering dat het een uiterst verzorgd boek is!

Het wordt me teveel om per hoofdstuk de inhoud op te sommen en te bespreken. Ik licht er één stukje tekst als voorbeeld uit, die over prins Bernhard in het hoofdstuk 'Hoofdrolspelers':

Prins Bernhard was de man van prinses Juliana, de dochter van koningin Wilhelmina. Hij was geboren in Duitsland. Tijdens de oorlog was het voor Bernhard ingewikkeld: hij was een Duitser in een Nederlands koningshuis.
Later bleek dat hij als student lid was geweest van de nazipartij en zich zelfs had aangemeld voor de SA, een nazi-organisatie. Ook had hij, voor hij met Juliana trouwde, twee brieven geschreven aan Adolf Hitler.
Toen de oorlog begon, zette prins Bernhard zich in voor Nederland. Samen met zijn schoonmoeder Wilhelmina verbleef hij in Londen om van daaruit de Nederlandse bevolking te steunen. Wilhelmina gaf hem in 1944 de taak om de groepen die in Nederland verzet pleegden te helpen. Door zijn werk voor Nederland tijdens de oorlog werd prins Bernhard voor sommige mensen een held. Maar anderen konden zijn verleden in nazi-Duitsland niet vergeten.

Gevoelig onderwerp, uitgewogen tekst - vind ik. Deze voorzichtige benadering kenmerkt het boek.

Mooi zijn ook de blokjes met zaken 'om over na te denken'. Zoals:

Wat als Hitler de Tweede Wereldoorlog had gewonnen?
De mensen in dit hoofdstuk (het gaat over de hoofdrolspelers, hv) hebben het leven van miljoenen mensen bepaald. De een ging de geschiedenisboeken in als held, terwijl een ander een misdadiger werd. Hitler kwam uit een eenvoudig gezin. Hij maakte zijn school niet af. Niets wees erop dat hij de machtigste man van Duitsland zou worden. Hij verloor de oorlog en staat nu in dit boek als grote misdadiger. Wat denk jij, hoe zou dit boek eruit hebben gezien als Hitler de Tweede Wereldoorlog had gewonnen?

Dat zet inderdaad aan tot nadenken.
Zo zijn er meer kadertjes met nadenkertjes of wetenswaardigheden.

Ik toon, ondanks het geworstel met mijn scanapparaat, nog drie pagina's om een indruk van het boek te geven:







Opmerkelijk is het hoofdstuk over dieren in de oorlog, ongetwijfeld ingelast omdat verondersteld werd dat kinderen daarvoor belangstelling hebben en vaak begaan zijn met het lot van dieren. Het gaat hier niet om slakken, spinnen of wormen (ook niet de wormen die gegeten werden door de dwangarbeiders die aan de Birmaanse spoorweg werkten), maar om dieren uit de meer aaibare sector: zoogdieren en vogels. Mascottes en postduiven komen voorbij, evenals de gevolgen van het bombardement op Rotterdam voor diergaarde Blijdorp en het lot van de dieren in andere dierentuinen, inclusief die van Berlijn.




Het hoofdstuk 'Moord' verdient speciale vermelding omdat ook hier naar mijn idee zeer doordacht verteld wordt hoe de moordmachine van de nazi's werkte. De illustratie hierboven (p. 127) is overigens van Irene Goede en de enige in het boek die een indruk geeft van hoe het er toeging in de concentratiekampen - de sfeer is juist getroffen. Met name voor dit hoofdstuk geldt dat er met zorg gekozen is wat wél en wat niet te vertellen.

Mijn slotsom luidt dat 1939-1945, Toen het oorlog was een zeer goed documentair boek voor kinderen is, dat in geen enkele schoolbibliotheek zou mogen ontbreken.


Groot, Annemiek de, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal. 1939-1945, Toen het oorlog was. Met ills. van Irene Goede. Gottmer, 2019, 180 p., ISBN 978 90 257 7144 7.

donderdag 5 december 2019

Annie M.G. Schmidt in het Kinderboekenmuseum

Het belang van het Kinderboekenmuseum voor de Nederlandse jeugdliteratuur kan moeilijk overschat worden. Sinds de heropening in 2010 stegen de jaarlijkse bezoekersaantallen gestaag, de 100.000 werd gehaald in 2017 en voor 2019 wordt het aantal 120.000 zeker gehaald.
Tot mijn verrassing maken schoolbezoeken slechts een tiende uit van die aantallen, de rest is particulier: kinderen en hun ouders, grootouders e.d. Er worden veel verjaardagsfeestjes gevierd in het museum.
Dat hoorde ik op 3 december jl., tijdens een perspresentatie van de 'semi-permanente' tentoonstelling 'De eigenwijze kinderen van Annie M.G. Schmidt'. Sanne Kappert en directeur Aad Meinderts leidden ons rond, terwijl hier en daar nog monteurs bezig waren.

 


De tentoonstelling bevindt zich in een soort zijzaal, naast het recent ingerichte museumcafé, en de jonge bezoekers hoeven het niet te laten bij kijken, zoals naar het portret van een jonge Annie bij de ingang met haar eigen typemachine, maar kunnen ook allerlei spelletjes doen.

 

 

Zo zijn er bijvoorbeeld de Tosbus waarin je liedjes kan horen, een opnamestudio'tje waarin je je eigen 'poezenvlog' kan maken, een hoekje waarin je op een typemachine kan schrijven ('een printer die meteen print!', schijnt een kind te hebben geroepen), een boodschappentas waarin je aan de gang kunt met een woordmixer en je kunt een quiz doen met hulp van een slurper. Philip Hopman, een van de weinige illustratoren van haar werk die nog leeft, leverde bijdragen aan de lift van Abeltje, waarin je kan opstijgen uit het museum.


Als je naar de vloer kijkt, zie je het ook, eigenlijk nog mooier. Kijk maar:


Met excuses voor het geroezemoes op de achtergrond.


 

De muren zijn versierd met afbeeldingen, grotendeels van Fiep Westendorp. Komt er dan ook aandacht voor de illustratoren van het werk van Annie M.G. Schmidt? Jawel, aldus Sanne Kappert, 'op de huid' van de zaal, namelijk aan de andere kant, zullen van tijd tot tijd tentoonstellingen komen gewijd aan Wim Bijmoer, Carl Hollander, Philip Hopman en uiteraard ook Fiep Westendorp.

De teksten zijn tweetalig. Dat is nieuw. Onze rondleiders hadden geen idee van aantallen, maar hebben wel de indruk dat er nogal wat 'expats' met hun kinderen op bezoek komen. Vandaar.

Het was een prettige kennismaking met deze nieuwe tentoonstelling, die na eerdere tijdelijke tentoonstellingen in 1995 en 2011 wel een ode mag heten aan de bekendste en meest geprezen Nederlandse kinderboekenauteur.
Een mooie geste bij het 25-jarig bestaan van het Kinderboekenmuseum op 7 december 2019. De tentoonstelling is open vanaf 8 december 2019.

dinsdag 3 december 2019

Lezen loont

Tegelijk met de brochure Kunst van Lezen werkt bracht Stichting Lezen een brochure Lezen loont! uit.
Uit het voorwoord::

Lezen is een vaccin tegen laaggeletterdheid; een onmisbare vaardigheid om als mens te kunnen functioneren en groeien.
Lezen loont!

Lezen als prettig medicijn, het is geen nieuwe beeldspraak. Jacob Cats had het al over Wormcruyt met suiker en D.L. Daalder nam dat als titel voor zijn in 1950 verschenen boek over jeugdliteratuur, te vinden in de onvolprezen Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Na die inleiding volgt tekst onder de zelfverzekerde kop 'De feiten: voordelen, bedreigingen en kansen' en ik citeer de eerste drie alinea's met bronvermelding:

De waarde van lezen

Naarmate een bevolking meer leest, is het aantoonbaar beter gesteld met de volksgezondheid en de vitaliteit van het cultureel-maatschappelijk leven. Lezen is in wezen een sociale activiteit. Wie bijvoorbeeld leest over een verdrietig personage, gebruikt daarbij dezelfde hersendelen als wie verdriet ziet bij een mens van vlees en bloed. Zo maakt lezen mensen empathischer en toleranter en draagt het bij aan burgerschapsvorming. Ook heeft lezen een positief effect op concentratie, intelligentieniveau en cognitieve vermogens. Vooral literair lezen loont. Literatuur houdt mensen een spiegel voor en zet aan tot nadenken. Literair taalgebruik prikkelt het inlevingsvermogen sterker dan alledaagse taal en is uitdagender wat betreft zinsbouw en woordgebruik. 

Lezen loont niet alleen in sociaal-cultureel opzicht. Lezen en schrijven speelt nu al een rol in 80% van het werk op de Nederlandse arbeidsmarkt. Door de digitalisering neemt dit percentage alleen maar toe. In de digitale samenleving kan niemand meer functioneren zonder de vaardigheden om teksten te doorzoeken, te begrijpen en te verwerken. Een geringe leesvaardigheid gaat vaak samen met werkloosheid, een laag loon, een slechtere gezondheid, beperkte carrièrekansen en bijbehorende maatschappelijke problemen. 

Van lezen word je beter in taal. En hoe beter in taal, hoe beter de prestaties in andere vakken. De leesvaardigheid van jongeren gaat echter achteruit. Dat kan het welzijn en de welvaart van komende generaties schaden. Laaggeletterdheid kost de Nederlandse samenleving nu al 1 miljard euro per jaar. Dat kun je beter voorkomen dan genezen. Het programma Tel mee met Taal beoogt met tal van middelen laaggeletterdheid terug te dringen. Tegelijkertijd wil Tel mee met Taal voorkomen dat nieuwe laaggeletterdheid ontstaat bij de generatie die nu opgroeit. Leesbevordering gericht op kinderen en jongeren heeft grote waarde. 
Bronnen: Buisman, Allen, Fouarge, Houtkoop & Van der Velden 2013, PWC 2017, Stichting Lezen 2016, Fisser & Van der Hoeven 2014, Ritchie, Bates & Plomin 2015, Koopman 2016, SCP 2018. 

Jammer overigens dat die bronnen niet zijn terug te vinden in een literatuurlijstje. Daarvoor zul je het internet moeten doorzoeken.
Het zal tekenend zijn voor ons tijdsgewricht dat hier vooral de waarde van lezen voor onze persoonlijke ontwikkeling wordt benadrukt, meer dan het deelnemen aan een gezamenlijke cultuur. De 'waarde van het lezen' mogen we hier gerust als het 'nut van lezen' opvatten.
Begrijpelijk, want het doel is het overhalen van beleidsmakers en onderwijsgevenden om dat lezen te bevorderen, en daarmee is geld gemoeid. Dat wordt nu eenmaal officieel niet aan nutteloze zaken besteed.
Toch krijg ik de neiging er een ander citaat naast te zetten, volgens NRC 2-12-2019 van de op 1-12-2019 overleden dirigent Mariss Janssons:

Wie zijn ziel níet voedt met kunst, leidt een leven gevuld met eten, werken en slapen; de matte, primitieve monotonie van een beest. Daarom zeg ik: kunst moet. Alleen dan maak je mensen bewust van hun menselijkheid.

Er worden in de brochure verder wat cijfers gepresenteerd over de daling van die bereidheid tot lezen onder kinderen en jongeren.

Van alle 15-jarigen is 18 % laaggeletterd. Op het vmbo-basis geldt dit voor 62% van de leerlingen; op het vmbo-kader voor 35%. Laaggeletterdheid is een groot en groeiend probleem, dat bovendien van generatie op generatie wordt doorgegeven. Een kind met laaggeletterde ouders heeft een driemaal hogere kans dan andere kinderen om laaggeletterd te worden.

En:

Het Nederlandse leesonderwijs doet het echter steeds minder goed in vergelijking met andere landen. 
[...]
Nog maar 8% van de Nederlandse kinderen behaalt het geavanceerde leesniveau.

Ook weer met bronvermelding. Geen wonder, denk ik dan als ik dat lees, want ik vermoed dat onze onderwijsgevenden zelf steeds minder lezen.

En dat terwijl:

Lezers worden gemaakt, niet geboren. Onderzoek toont aan dat wie plezier heeft in lezen, meer leest en het daardoor beter en sneller leert. Ook het omgekeerde is waar. Mensen die lezen niet leuk vinden, doen het minder vaak en leren het minder goed en krijgen er daardoor een nog grotere hekel aan.
Nederlandse jongeren hebben in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in andere landen erg weinig plezier in lezen. Dat heeft een negatieve invloed op hun leesprestaties.
Op de basisschool vinden acht op de tien kinderen lezen nog leuk. Naarmate kinderen ouder worden, neemt het leesplezier zienderogen af. Bijna de helft van de 15-jarigen leest nooit voor de lol, ook al leest 20 % van hen dagelijks nog steeds 30 minuten of meer.

Nou, daar kunnen onze opvoeders en onderwijzers het mee doen.
Genoeg gewaarschuwd, dachten de brochureschrijvers. Op naar het vaccin. De brochure vervolgt met een samenvatting van de activiteiten van Stichting Lezen.
Indrukwekkende cijfertjes:

Landelijke campagnes helpen om het (voor)lezen in het zonnetje te zetten. Bovendien geven ze bibliotheken, scholen, kinderopvang en het boekenvak aanleiding om met regelmaat extra werk te maken van leesbevordering en samen te werken. Voor alle leeftijdscategorieën van 0 tot en met 20 is er een jaarlijkse campagne met een landelijke uitstraling en een fijnmazig lokaal bereik.
• De website van Stichting Lezen trok in 2018 circa 100.000 bezoekers. 
• 99 % van de basisbibliotheken neemt producten af die (mede) door Stichting Lezen zijn ontwikkeld; 
• Ruim 50 % van de basisscholen en 39 % van de middelbare scholen werkt met een of meer producten van Stichting Lezen. 
• Driekwart van de Nederlanders is bekend met De Nationale Voorleesdagen; 70 % van de bevolking vindt het een belangwekkende campagne; 
• De scholen die meedoen met De Nationale Voorleeswedstrijd hebben een beter leesklimaat dan scholen die niet meedoen.

Die activiteiten zijn niet nieuw. De Nationale Voorleeswedstrijd bijvoorbeeld startte in 1993. De Nationale Voorleesdagen zijn er sinds 2004. De Kinderboekenweek (niet genoemd want, denk ik, geen initiatief van Stichting Lezen) is er al sinds 1954. Desalniettemin doet de brochure het voorkomen alsof er nu pas echt aan de weg getimmerd gaat worden. 'Alle hens aan dek'.

Een bloeiende leescultuur is van veel factoren en actoren afhankelijk. Het is alle hens aan dek om ervoor te zorgen dat ieder kind plezier in lezen krijgt. Daarom brengt Stichting Lezen het fijne van lezen en de voordelen van een goede leesvaardigheid overal en steeds opnieuw onder de aandacht. Daarvoor zet Stichting Lezen Kinderboekenambassadeurs in en heeft zij de Leescoalitie opgericht.
De Leescoalitie is een samenwerkingsverband van Stichting Lezen, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Stichting Lezen & Schrijven, het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum, het Nederlands Letterenfonds en de Bibliotheken (de Koninklijke Bibliotheek en Vereniging Openbare Bibliotheken).


Fijn. Vooral blijven doen. Aan het werk. Gebruik ieder geldpotje dat onze stuntelende regering aanreikt.
Maar over de effectiviteit heb ik mijn sombere twijfels. Ik mis het onderwijs in die coalitie. En het zal toch echt op school moeten beginnen, met ondersteuning van de bibliotheek.


Lezen loont. Stichting Lezen, 2019.

PS d.d. 3-12-2019. Pal na publicatie van bovenstaande bijdrage krege ik een persbericht van Stichting Lezen dat verwijst naar 'alarmerende' gegevens uit het PISA-onderzoek 2018 over de leesvaardigheid en de trek in lezen van Nederlandse vijftienjarigen. Zie hier. Ik hoop er binnenkort meer over te schrijven.

maandag 2 december 2019

Kunst van lezen: het werkt

Kunst van Lezen werkt is een brochure 'om iedereen die lezen meer systematisch aandacht wil geven en daarvoor anderen enthousiast wil maken te voorzien van recente informatie'.
De titel suggereert de conclusie. Of dat ook zo is, wordt in de brochure echter vooral getoond met cijfers.
Zie bijvoorbeeld p. 8:




Of bijvoorbeeld p. 12:



Op de tegenoververliggende pagina staat in een cirkeltje in een foto van een moeder die haar kind voorleest: 'Kinderen die worden voorgelezen hebben een grotere woordenschat'.
Of dat zo is, moeten we maar geloven...
De cijfers zijn indrukwekkend, maar het is jammer dat er aan de effectiviteit nauwelijks aandacht wordt gegeven.

Misschien staat daarover meer in de gelijktijdig uitgebrachte brochure Lezen loont?



Stichting Lezen. Kunst van Lezen werkt. [z.j.] (2019)