Zoeken in deze blog

vrijdag 8 februari 2019

Wat vinden de leerlingen er zelf van?

Dat er steeds minder wordt gelezen door jongeren, is oud nieuws, maar werd onlangs nog eens bevestigd door een in 2018 verschenen rapport van het (Nederlands) Sociaal en Cultureel Planbureau, Lees: Tijd, Lezen in Nederland, door Annemarie Wennekers  Frank Huysmans Jos de Haan. Het is een verslag over de jaren 2006-2016.

Loes Aartsma en Jacqueline Evers-Vermeul kwamen op het idee om aan leerlingen vmbo te vragen hoe dat komt en wat volgens hen zou kunnen helpen om hen aan het lezen te brengen c.q. te houden.

Hun verslag is te lezen in Levende Talen Tijdschrift 2018-4. Het artikel begint met een vracht vakliteratuur (uitsluitend Nederlands- en Engelstalig), dan volgt een beschrijving van de methode, dan resultaten en conclusies, kortom, het keurige formaat van een academisch artikel. Belangrijkste conclusie is dat 'een laagdrempelig aanbod van geschikt leesmateriaal van invloed kan zijn op zowel de leesmotivatie als de leesvaardigheid van jongeren'.
Ook oud nieuws, eigenlijk, maar het kan geen kwaad dat het nog weer eens bevestigd wordt.
Scholen, richt een aantrekkelijke en toegankelijke bibliotheek in!

Maar verder ligt het vooral bij de docenten. Als die de lol en het nut niet zien van leesbevordering, lukt het niet. Oók al oud nieuws...
En lokale samenwerking kan ook helpen. Natuurlijk...
Interessant aan dit onderzoekje is dus vooral dat leerlingen dit oud nieuws ook nog eens bevestigen.

maandag 4 februari 2019

Het is grijs en het valt uit de hemel

Dat moet die koude motregen zijn die toevallig vandaag uit de lucht komt. Dacht ik.

Maar het is méér. Gerrit Kouwenaar gaat ver over de dagelijkse werkelijkheid heen in zijn gedicht.
Het staat in NRC 4-2-2019 en op de website van de Koninklijke Bibliotheek, dus mag ik het hier ook wel citeren:

het is grijs en het valt uit de hemel
men raadt dit terwijl het schemert
over het steenveld waar niets zich bezit

in de late hitte tussen onheil en vrede
terwijl men klimt naar gretiger leegte
kruist een oneindige slang van twee meter
het inzicht, volledig, zonder betekenis

in de regel huiswaarts begint het te misten
men staat stil op de rand van een stilte, bestaat
wat begint te ontbinden, men moet zich
bevatten, ontmonden, tot op de seconde -

(Uit: Gerrit Kouwenaar, Helder maar grijzer: gedichten 1978-1996. Amsterdam: Querido, 1998, p. 142.)
Het is het eerste gedicht dat Ellen Deckwitz koos voor een reeks ter gelegenheid van de Poëzieweek 2019, en ze schrijft er een fijn commentaar bij. Zo fijn dat ik het hier ook maar citeer:

Als poëzie-evangelist kom ik regelmatig lezers tegen die vinden dat gedichten nodeloos vaag zijn. „Waarom,” zeggen ze dan, „wil je je publiek frustreren met onduidelijkheid? Dat is toch gewoon sadisme?”

Als tiener vond ik dat poëzie de werkelijkheid in kaart moest brengen. Pas later kwam het besef dat we met onze vijf zintuigen slechts een heel klein deeltje van onze leefwereld waarnemen, een dimensie die bovendien dagelijks van vorm en kleur verschiet. Sommige verzen proberen aandacht te besteden aan de facetten die niet makkelijk te bevatten zijn, die schuren. Juist daarom lijken sommige gedichten op het eerste oog nodeloos vaag. Omdat de dichter een poging heeft gedaan die onkenbare massa die ons omringt, aan het woord te laten.

Zoals bij dit vers van Kouwenaar, waarin het weliswaar onduidelijk is wat nou precies het grijze is dat uit de hemel valt, maar je het wél aanvoelt. Het wordt een mysterie dat aan de rand van je blikveld leeft en je zekerheden alleen al door haar aanwezigheid op losse schroeven zet. Dat is voor mij de grote meerwaarde van zogenaamd geheimzinnige verzen. Het suggereert dat er nog veel meer te zien, te voelen en te ontdekken valt. En hey, als ik iets duidelijks wil lezen, neem ik wel de handleiding van een neushaartrimmer tot me.

Dat laatste lijkt me een compliment aan de onbekende auteur van die handleiding, want er zijn echt veel onbegrijpelijke handleidingen in omloop. Maar inderdaad, er valt nog veel meer te zien, te voelen en te ontdekken.

Vergelijk dat eens met dit gedicht:

Uit grijze hemel valt de regen,
De vogels dempen nu hun lied,
Maar nimmer weifelt, draalt de zegen,
Die rust op heel dit schoon gebied.

De grond is arm, als menig hart,
En zo gebaat bij malse regen,
En ginder, achter wolken, mart
De goede zon met al haar zegen.

O somber, toch zinrijk verleden,
Dat immer ver en verder wijkt,
Gezegend is het zonnig heden,
Waarover nooit een schaduw strijkt.

Niks stilstaan op de rand van stilte, een ode aan het zonnig heden waarover nooit een schaduw strijkt, hier spreekt een simpele ziel, blij van zinnen ondanks de grijze regen. Het gedicht is van Reinier van Genderen Stort en verscheen oorspronkelijk in De Gids, jaargang 1936. Wat hij precies voor zich zag bij een marrende goede zon wist ik ook niet, maar marren betekent volgens het woordenboek 'talmen, treuzelen, dralen, aarzelen' en dat is verhelderend. Welk zonnig heden hij in 1936 (!) voor zich zag, blijft eveneens een raadsel, maar ach, hoog, Sammie, kijk omhoog Sammie...
Dit gedicht heeft bijna de duidelijkheid van Ellens neushaartrimmer, toch geef ik de voorkeur aan de onbestemdheid van Gerrit Kouwenaar en zijn steenveld waar niets zich bezit.


woensdag 23 januari 2019

LZL 107: Joke van Leeuwen

De laatste aflevering van Literatuur zonder leeftijd (nummer 107, winter 2018) is gewijd aan Joke van Leeuwen.
Met laatste bedoel ik nu echt laatste, niet alleen meest recente. Want dit is echt de laatste aflevering van LZL.

De redactie heeft hiermee een waardig slotstuk gemaakt. Joke van Leeuwen is een van de meest veelzijdige en beste auteurs voor kinderen, auteur, illustrator en theatervrouw. Jammer dat LZL ophoudt, heel goed dat de redactie juist haar werk als thema heeft gekozen.

De pocket van 210 p. bevat 12 artikelen over haar werk en vijf bijdragen van Joke van Leeuwen, drie gedichten, een andersoortige tekst en een reeks prenten, deels in kleur. De artikelen over haar werk zijn van Eline Rottier (een interview), Annette de Bruijn (poëzie), Sander Bax (poëzie voor volwassenen, Bart Moeyaert (herinneringen aan samen optreden, mooi om daar te beginnen met lezen), Vanessa Joosen (Maar ik ben Frederik), Lieke van Duin (over grenzen heen), Bill Nagelkerke (translations), Jaap Goedegebuure (romans voor volwassenen), Truusje Vrooland-Löb (tekst en beeld), Joke Linders (reizen als vertelstructuur), Henk van Vliegen (interview met Nicole van Kilsdonk, regisseur film Toen mijn vader een struik werd) en Jen de Groeve (non-fictie).

Geen pocket om in één keer uit te lezen, hij belandt op mijn nachtkastje.

Maar wel een citaat, uit het interview dat Eline Rottier met haar hield:

Een begin

De toon was gevonden, maar een uitgever vinden bleek moeilijk. Met haar verhalen reisde Joke van Leeuwen stad en land af. Ging ze vanuit Brussel met de trein naar Bussum, bleek er niemand te zijn, stond ze tien minuten later weer buiten. 'Ik werd steeds onzekerder, op het laatste durfde ik niet eens meer naar de brievenbus. Dit had ik altijd gewild, zou het niet gaan lukken? 
Om de druk van de ketel te halen, ging ik geschiedenis studeren en tijdens die studie kwam ik via via terecht bij Uitgeverij Omniboek en ging het ineens lopen. Voordat ze wat wilden met mijn verhaal moest ik een  - in mijn ogen - zeer slecht verhaal illustreren. 
Ik herinner me de eerste recensie nog levendig. Het verhaal werd helemaal afgekraakt, maar als laatste zinnetje stond er: "De onbekende illustrator deed het beter." Dit is een begin, dacht ik. Niet lang daarna lag De Appelmoesstraat is anders (1976) in de boekhandel.'




Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018). ISBN 978 94 6167 382 4, 212 p.
Bestellen: € 19,95 incl. verzendkosten, redactie-lzl@planet.nl


maandag 21 januari 2019

Exit LZL

Dat was even schrikken. Er zat een brief bij Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018), gedateerd 'december 2018'.

Een half jaar geleden hebben de redactie van Literatuur zonder leeftijd en het bestuur van IBBY-Nederland na lang wikken en wegen en met pijn in het hart gezamenlijk het besluit genomen om met ingang van 1 januari 2019 te stoppen met de uitgave van Literatuur zonder leeftijd.

De briefschrijvers (Helma van Lierop als voorzitter IBBY-Nederland en Toin Duijx als eindredacteur LZL) noemen twee redenen:
(1) te weinig geld en
(2) steeds minder auteurs bereid om voor niets bij te dragen.
Wat betreft (1) stegen de kosten en daalde het aantal abonnees.
En wat betreft (2), tja, dat komt, lijkt me, voort uit 1.

Als oud-uitgever en dito hoofdredacteur van Leesgoed en als (een periode) oud-uitgever van LZL kan ik me van de financiële perikelen wel een voorstelling maken. Het is eigenlijk een wonder dat Stichting IBBY-Nederland het nog zo lang heeft volgehouden. Daar zaten heel wat onbetaalde uurtjes in... Van 2013, toen Leesgoed en De Leeswelp van het toneel verdwenen) tot en met 2018 was LZL het enige serieuze vaktijdschrift over jeugdliteratuur - al heette het dan met opzet Literatuur zonder leeftijd.

Nu is er dus geen enkel Nederlandstalig vaktijdschrift meer over jeugdliteratuur. Er is wel een handvol websites en blogs (waaronder dit). Gemeenschappelijk kenmerk: liefdewerk oud papier, nergens hoef je voor de inhoud te betalen. Geldt voor meer blogs over literatuur en zo, maar een beetje schrijnend blijft het wel. Er verschijnen in het Nederlands taalgebied honderden nieuwe kinderboeken per jaar, zowel vertalingen als oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Er is jeugdtheater, er zijn jeugdtijdschriften - maar eróver wordt niet méér geschreven dan de afzonderlijke commentaren en recensies op diverse blogs, en de (schaarse) recensies in dagbladen. Er zijn twee universiteiten waar jeugdliteratuur deel uitmaakt van het curriculum - waar raken aankomende onderzoekers hun artikelen kwijt? Waar plaatsen de al gediplomeerde onderzoekers hun artikelen? Of vertalen die hun artikelen over Nederlandstalige jeugdliteratuur al bij voorbaat in het Engels, om kans te maken op een plekje in een Engelstalig vaktijdschrift?

Het moet de redactie van LZL zijn zwaar gevallen en al helemaal de eindredacteur Toin Duijx. In aflevering 107 zelf is niets te merken, het colofon is nog als vanouds, je zou je nog kunnen abonneren...
Het zal ook het bestuur zijn zwaar gevallen, nou ja, e.e.a. wordt ook vermeld 'met pijn in het hart'. Niet in de laatste plaats omdat LZL toch ook het smoel van IBBY-Nederland was. Het zal nu veel moeilijker worden om de activiteiten onder de aandacht te brengen. Een kwartaalbericht is niet veel...

Afijn, het is wel een mooie laatste aflevering geworden, rond Joke van Leeuwen. Daarover meer in een aparte bijdrage.

Toin

Het is overigens moeilijk om het stoppen van LZL los te zien van dat andere briefje dat in deze aflevering zat: Afscheid Toin Duijx. Het flyertje bevat twee toespraken die zijn gehouden tijdens de afscheidsceremonie op 9 november 2018, van Joke Linders en Helma van Lierop-Debrauwer.
Toin, ...




Zonder Toin Duijx als immer vlijtige en attente secretaris en eindredacteur is IBBY-Nederland als het ware een rechterhand kwijt en zou de productie van LZL een zware dobber zijn geweest. Onmisbaar is een groot woord, maar Toin kwam er dichtbij. De tekening van Alex de Wolf die het flyertje siert is treffend.
Als gewoon abonnee c.q. begunstiger ga ik me afvragen: wat gaat Toin eigenlijk doen?...