Zoeken in deze blog

vrijdag 24 november 2023

Lazy onderzoekers

Daar kwam er weer een langs, zo'n term die Nederlandstalig opgevoede onderzoekers in hun artikelen overnemen uit een Engelstalige (vaan Noord-Amerikaanse) bron omdat ze (denk ik) te lui zijn om een Nederlandstalig equivalent te vinden.
Deze keer was het theory of mind. Zie (o.a.) Wikipedia. In Engelstalige publicaties is de term al in 1991 te vinden en ja, in het Engels klinkt het tamelijk vanzelfsprekend, bijvoorbeeld in titels als Natural theories of mind; Evolution, development, and simulation of everyday mindreading of Empirical failures of the claim that autistic people lack a theory of mind. Geen bezwaar.
Maar we spreken hier Nederlands en iedereen weet dat sales net wat andere connotaties heeft als uitverkoop. En DISCOUNT is niet krek hetzelfde als korting. Sterker, we weten langzamerhand dat Engelstalige opschriften in Nederland doorgaans de bedoeling hebben ons iets te verkopen en mensen die veel Engelse (Amerikaanse) termen door hun taal gooien zijn slordig of ze zijn opscheppers, of allebei. Het gebruik van Engels in een Nederlandse tekst houdt sowieso een extra betekenis tot de term volledig is ingeburgerd, zoals computer of shit (de uitroep, niet het naamwoord). (Ja, sowieso komt uit het Duits, niet uit het Amsterdams.) 
Dat zal met theory of mind niet gauw gebeuren. Dus gezocht: een Nederlandstalig equivalent.

woensdag 22 november 2023

Spruitjes, ho ho ho

Er zijn mensen die iets hebben met Kerstmis. 
 
Zoals een goede vriend van me: nooit zal hij met Kerst op reis gaan, want die tijd is gereserveerd voor de familie, liefst zo uitgebreid mogelijk. Met kerstboom. Met cadeautjes eronder. Met kerstmaaltijd. En dat terwijl hij net als ik een heiden is, niet christelijk opgevoed en evenmin later bekeerd. Goden zijn voor ons een menselijke creatie, niet andersom.

Dat het fijn is om met de donkerste dagen wat licht te maken, dat lijkt me voor de hand liggen, en met een goed kerstdiner met prettige mensen is ook niets mis. Maar verder vind ik het overwegend een wat kitscherig en schijnheilig feest voor een inhalige middenstand. 
Misschien komt dat door het christelijk sausje dat er overheen is gekomen, want het christendom, althans sommige varianten, heeft wel iets met klatergoud en schone schijn. 
De sterren van Bethlehem bungelen boven de koopgoot, en aan de rand staat een plastic kerststal met wat kunstsneeuw. Het dagblad verkoopt complete kerstdiners, en ongetwijfeld beult een bezorger zich af om al die dozen af te leveren bij goed verlichte huizen, en dan krijgt hij op een donker weggetje een klapband en vriest bijna dood in zijn wagen, tot iemand hem ontdekt - of niet. Of het is een lange man met geblondeerd haar, die hem laat doodvriezen en denkt, weer zo'n gast minder.
Tijd voor kerstverhalen. Het kindeke, jawel, met die herders en die drie koningen en zo. Geen plaats in de herberg... Maar ook Dickens' Scrooge en Andersens intens droevige verhaal over 'het meisje met de lucifers' (of zwavelstokjes, wat hetzelfde is), het beste kerstverhaal ooit, dat tegelijk wel en niet goed afloopt. ('Den Lille Pige med Svovlstikkerne', 1845.) (Lees het origineel in vertaling door bijvoorbeeld Annelies van Hees, niet in goedkope bewerkingen.)
 


Alex Smith kan niet tegen Hans Andersen op.
Maar verder heeft hij met zijn Grompus (in het Engels Grumpus) wel een feestelijk kerstkarakter gemaakt, min of meer in de Scrooge-traditie.
In eerste instantie lijkt zijn boek, De Grompus en zijn gluiperige, gruwelijke kerstplan te vallen onder de lach-of-ik-schiet-categorie waarin er zoveel voor kinderen verschijnt. Maar dat is iets te snel beoordeeld. Twee zaken vallen meteen op. Het boek is mooi geïllustreerd, óók door Alex Smith, en het is mooi uitgegeven, compliment voor de uitgeverij, die er een stevig, gebonden boek van maakte, in kleurendruk.
De Grompus zelf knalt je van de kerstkleurige voorkant tegemoet, met zijn lievelingsvoer tussen twee vingers geklemd: een spruit.
Wat ten tweede bij nadere kennismaking opvalt is dat er lekker ouderwets een duidelijke verteller aan het woord is, die niet schroomt om zich rechtstreeks tot de lezer te wenden, o.a. met hoofdstukbeschrijvingen als deze:

HOOFDSTUK 1 (OPNIEUW)

WAARIN WE OPNIEUW BEGINNEN EN JE NETJES WORDT VOORGESTELD AAN EEN BIJZONDER VREEMD WEZEN


Dat dan bovendien zo begint:

Heb je weleens gehoord van De Grompus?
Ik denk van niet, want er is maar één Grompus in de hele wereld. Hij heet eigenlijk Derek Grompus. Afgekort 'De Grompus'. Hoofdletter D voor De en hoofdletter G voor Grompus.

Heerlijk. Tegen alle moderne schrijfcursus-adviezen in. Alsof je bij de verteller op schoot zit - en dat zal met dit boek best vaak gebeuren.
 


De Grompus is een buitengewoon nors en eenzelvig wezen. Niet helemaal mens, niet helemaal dier, gekleed in een versleten wollen trui met afbeeldingen van spruiten. (En op p. 6, 14 en 19 een rode broek, maar die gaat verderop verloren.)
Er steken hoorns uit zijn hoofd en als hij zich opwindt komen er stoomwolkjes uit zijn oren. En hij heeft een stok bij zich, De Stok, waar hij tegen praat, of nou ja, vooral moppert en gromt.
 


Als Kerstmis nadert, wordt hij nog humeuriger, tot schrik van zijn stadsgenoten. Want aan Kerstmis heeft hij echt een geweldige hekel, al dat gedoe met cadeautjes en versieringen en zo. Hij gooit de kerstboom op het plein om, besluit dat er maar een eind aan Kerstmis moet komen en gaat op pad naar de Noordpool met het doel de kerstman en zijn slee vast te lijmen.
Dat loopt wat anders. Hoe, dat zal ik hier niet uit de doeken doen. Ergens in die bonk van een Grompus blijkt toch een gevoelig hartje te kloppen, dat ervoor zorgt dat hij zich op sleeptouw laat nemen door o.a. een lief, vrolijk konijn met een bril. Hieronder staat het bij zijn voet. (Dat die konijnenoren wat op mondjes of kutjes lijken, laat ik even voor wat het is.)
 

 
Het wordt een echt kerstverhaal.
 


Alex Smith maakt karikaturale tekeningen waar het vakmanschap en plezier vanaf spettert. Die maken het verhaal, samen met de op zich tamelijk gewone tekst. Wat me daarin opviel is dat de eerste hoofdstukken een wat andere toon hebben dan de laatste.
Als Grompus na het opstaan ontdekt dat zijn spruiten op zijn, ontvlamt hij aldus:
 
Hij sloot zijn ogen.
Hij haalde diep adem.
Toen ging hij VOLLEDIG UIT ZIJN DAK.
Hij schreeuwde en gromde en stampte en brulde.
Hij riep scheldwoorden die ik hier niet mag opschrijven (maar ik kan je vertellen dat 'kont' vaak voorkwam) en stormde tien minuten lang door de kamer. Uiteindelijk liet hij zich, met zijn gezicht naar beneden, op de grond vallen.
Zijn maag rommelde weer. Hij riep dat-ie stil moest zijn.
Geen spruitjes in huis was een RAMP.
De Grompus zuchtte. Hij moest boodschappen doen, en hij HAATTE boodschappen doen.
En als je denkt dat zijn humeur al slecht genoeg was...
Wacht dan maar eens af war er daarna gebeurde!
 
   HOOFDSTUK 4
 
  WAARIN EEN BOODSCHAPPENTOCHT NIET HELEMAAL VOLGENS PLAN VERLOOPT
 

De Grompus raasde de volgende minuten als een onweersbui door het huis, terwijl hij zich voorbereidde op zijn tocht naar de groentewinkel.
Hij ramde zijn voeten in zijn schoenen en schreeuwde van ergernis. Hij hield er niet van om veters los te maken en hij hield er niet van om ze weer te moeten strikken, dus duwde en wrong hij zijn voeten gewoon in zijn schoenen, waarbij hij vaak omviel. Hij pufte als een zwijn, ging weer staan en greep zijn trui.

Dat was op p. 19/20.
Op p. 144 is het 

'Dat konijn is een lastpak!' gromde De Grompus, terwijl hij de sneeuw uit zijn ogen veegde. En toch was hij hier, middenin de nacht in een sneeuwstorm, verwoed naar haar op zoek.
En toen werd het hem langzaam duidelijk. Donsbal was een irritant, ratelend bolletje vacht, en ze had inderdaad AL die vervelende dingen gedaan, maar ze had er ook voor gezorgd dat hij uit die boom werd gered. Ze had hem de weg gewezen, ze had warmte en onderdak voor hen gevonden en ze had het zelfs voor elkaar gekregen dat ze naar de Noordpool waren gevlogen om een missie te voltooien die ze niet helemaal begreep. Ze had al die dingen gedaan omdat... Waarom?
Hij dacht hard na.

Tot welk inzicht hij kwam, moet je zelf maar lezen. Het is een echt kerstverhaal.
 

Smith, Alex T. De Grompus en zijn gluiperige, gruwelijke kerstplan, vertaald uit het oorspronkelijke Noordpools door Alex T. Smith. En daarna in het Nederlands door Johanna Rijnbergen. Lemniscaat, 2023. ISBN 798 90 477 1572 6, 176 p. Oorspr.: The Grumpus and His Dastardly, Dreadful Christmas Plan. Macmillan, 2022.




dinsdag 21 november 2023

Neus, oren, vingers, tenen

Samen met je peuter onderzoeken wat er allemaal aan je lijf zit: het blijft leuk en wordt al eeuwen gedaan. Er bestaan versjes voor, van het aloude Duimelot tot het op een willekeurige onderwijswebsite aangetroffen zeer simpele

Dit zijn mijn wangen
Dit is mijn kin
Dit is mijn mond
Met tanden erin

Dit zijn mijn ogen
Mijn oren, mijn haar
Dit is mijn neus
En nu ben ik klaar

Melodie zelf te bedenken. Tekst anoniem of van 'juf Angélique'.
 
Er zijn ook boeken voor, zoals Het grote kijk- en voorleesboek voor rond de 2 jaar van Marianne Busser en Ron Schröder (Ploegsma, 2019) of Handjes in de lucht van Marcel Vaarmeijer (Luitingh-Sijthoff, 2020).
Het mag onbeduidend lijken, maar voor veel peuters is het naast een groot genoegen (aandacht!, geborgenheid!) ook een mooie kennismaking met boek en jawel, literatuur.
 
Afgelopen maand belandde Het neus, tenen en buik boek op de bespreektafel. Ook zo'n boek, de titel toont het al en de voorkant toont meteen dat de auteur er rekening mee heeft gehouden dat kinderen allerlei huidskleuren kunnen hebben. Dat geldt ook voor het binnenwerk.
 
 

Dat zal voor sommige ouders nog wat studie vergen, als ze echt helemaal nooit dit soort spelletjes hebben gedaan. Maar niet getreurd, het blijft best een aardig boek, juist door die veelkleurigheid.
 
 

Nicholls, Sally, en Gosla Herba. Het neus, tenen en buik boek. Vertaling Mino van der Lubbe. Gottmer, 2023. ISBN 798 90 257 7648 2, 28 p. Oorspr.: The Nose, Toes and Tummy Book, Andersen press, 2023.

vrijdag 10 november 2023

Voorlezen, beter lezen, doorlezen, blijven lezen

Misschien hanteert Stichting Lezen (NL) deze slogan al een tijdje, maar ik viste hem op uit een persbericht over weer een nieuwe poging om ergens collectief het lezen te bevorderen, namelijk het 'Leesoffensief "Heel MBO leest"'. 
Een mooie slogan, die de 'doorgaande lijn' in de leesbevordering zoals Stichting Lezen die ziet heel goed samenvat, hoewel 'Lees je nu, lees je later' ook wel goed bekt.

Citaat uit het persbericht:

Op 10 november 2023 lanceren Kennispunt MBO Taal en Rekenen (MBO Raad), Stichting Lezen en Mbo Taalacademie (ITTA) het Leesoffensief ‘Heel mbo leest!’ op het gelijknamige congres in Amersfoort. Heel mbo leest! is het landelijke initiatief om vrij lezen, leesmotivatie en leesbevordering op te nemen in het mbo-onderwijs. Doel van het leesoffensief: de taalontwikkeling van studenten extra stimuleren en daarmee schoolprestaties verbeteren en kansengelijkheid vergroten.

Het leesoffensief: net zo divers als het mbo-onderwijs
Om scholen op weg te helpen, publiceren Kennispunt MBO Taal en Rekenen (MBO Raad) en Stichting Lezen de Handreiking Leesoffensief –‘Heel mbo leest!. Voor het opstellen van de handreiking spraken zij met verschillende mbo-scholen en bibliotheken. De inspiratie, waardevolle tips én valkuilen die uit de gesprekken naar voren kwamen, staan in de praktijkvoorbeelden. Het leesoffensief blijkt net zo divers te zijn als het mbo-onderwijs zelf!
 
 
Over de handreiking:
 
De Handreiking Leesoffensief – ‘Heel mbo Leest!’ bevat praktische tips en handvatten om met lezen aan de slag te gaan. Vanwege de enorme diversiteit in het mbo-onderwijs en de wijze waarop het leesoffensief wordt vormgegeven, dient de handreiking gelezen te worden als een wegwijzer, want dé handreiking voor hét leesoffensief bestaat niet.
 
Nu maar hopen dat die handreiking voor de gemiddelde mbo-leraar al niet teveel lettertjes bevat. 
Het is eigenlijk bar droevig dat in zo'n handreiking het belang van leesvaardigheid moet worden verdedigd. Dat spreekt kennelijk niet meer vanzelf. Het gebeurt zo:
 
• Lezen is goed voor de taalontwikkeling, want:
◦ lezen vergroot de woordenschat
◦ het lezen van langere teksten geeft beter inzicht in de structuur van teksten
◦ het lezen van langere teksten leert studenten om verbanden te leggen

• Lezen verbetert schoolprestaties.

• Lezen vergroot het concentratievermogen.

• Lezen vergroot de kansen in de maatschappij, maar ook de kennis óver de maatschappij.

• Lezen vergroot het inlevingsvermogen en vermindert vooroordelen.

• Werkgevers hebben baat bij taalvaardige werknemers, omdat zij bijvoorbeeld:
◦ behoefte hebben aan personeel dat effectief kan communiceren en/of
◦ behoefte hebben aan personeel dat kan omgaan met veiligheidsvoorschriften of
instructies op de werkvloer.

• Mbo-studenten lopen het risico om onvoldoende geletterd de school te verlaten:
◦ aandacht voor lezen verkleint dit risico en werkt dus preventief

• Taalachterstanden veroorzaken problemen die vaak achteraf gerepareerd moeten worden
bijvoorbeeld via:
◦ taalhuizen, waar taallessen worden gegeven aan mensen die moeite hebben met
lezen en schrijven
◦ schuldhulpverleningstrajecten, omdat mensen met een taalachterstand vaker
schulden hebben

• De mate van geletterdheid houdt verband met gezondheid en levensverwachting


Terzijde: werknemers hebben ook wel baat bij taalvaardige werkgevers. 

Terecht wordt in de handreiking gepleit voor adequate aanwezigheid van boeken op school, in de vorm van een eigen bibliotheek of collecties van de openbare bibliotheek. 
Over de vraag welk leesgoed zou moeten worden aangeboden is echter niets te vinden. Dat antwoord moeten kennelijk andere experts leveren, te vermoeden valt dat ook hier zwaar geleund wordt op de openbare bibliotheek. Gelukkig heeft die net weer wat financiële ondersteuning gekregen van de Nederlandse regering.
Voor een ander verschijnsel in het mbo is wel aandacht, maar heel gering: dat veel mbo-studenten sowieso slecht kunnen lezen en dus nog iets in te halen hebben voordat ze aan een boek beginnen. Hiervoor wordt verwezen naar de Handreiking taalbeleid in het mbo van het Kennispunt MBO Taal en Rekenen.

donderdag 9 november 2023

Kinderen kiezen

Op 22 november dit jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer van het Nederlandse parlement. Ieder die 18 jaar of ouder is, de Nederlandse nationaliteit heeft en niet veroordeeld is wegens valsemunterij of soortgelijke misdrijven mag een stem uitbrengen. 
 
 
Om zijn jongere lezers voor de verkiezingen te interesseren heeft het tijdschrift Kidsweek een Kieswijzer gemaakt.
 
De Tweede Kamerverkiezingen komen eraan! Wat vind jij van een smartphone-verbod in de klas? En hoe moet Nederland omgaan met de wolf?
 
Deze Kieswijzer 'bedoeld voor kinderen van 8 tot 13 jaar', maar voor het invullen doet dat er niet toe. Heel leuk, iedereen kan hem invullen, ik ook. Heb aan het eind naar waarheid mijn leeftijd ingevuld, maar toen ik de tweede keer '10' had ingevuld, ging het ook. Grappig, kwam beide keren bij Denk uit, vermoedelijk doordat ik zo gul was om 'mee eens' in te vullen bij de stelling dat vluchtelingen hier mogen blijven als het in hun land van herkomst weer 'veilig' is, en er geen vraag over abortus of vrijen buiten het huwelijk bijzat. Dat soort vragen vindt de Kidsweek-redactie wellicht niet geschikt voor de doelgroep. Voor de goede orde: ik ga niet op Denk stemmen.

Op 22 november mogen abonnees of iedereen ook een stem uitbrengen via Kidsweek. Laat ik nou stiekem vermoeden dat ook dan iedereen mee kan doen... Daar zijn risico's aan verbonden.

PS d.d. 20-11: de meeste Kidsweek-lezers stemmen GroenLinks. Zoals het bericht luidde: 'De standpunten van GroenLinks-PvdA passen het best bij de mening van kinderen van 7 tot 13 jaar. Dat blijkt uit een analyse van de Kidsweek Kieswijzer, die tot nu toe ruim 37.000 keer is ingevuld.'
PS d.d. 24-11. 'De mening van kinderen van 7 tot 13 jaar past het best bij de politieke partij GroenLinks-PvdA. Dat blijkt uit de resultaten van de Kidsweek Kieswijzer, die al tienduizenden keren is ingevuld.' Dat is dan een iets andere voorkeur dan die uit andere peilingen onder jongeren blijkt...