Zoeken in deze blog

maandag 23 mei 2022

Miep Diekmann Thesisprijs 2022

Een persbericht dat de reguliere pers zeer waarschijnlijk niet haalt. Dus wel dit blog.
 
De Miep Diekmann Thesisprijs voor onderzoek op het gebied van de jeugdliteratuur wordt tweejaarlijks uitgereikt aan de auteur(s) van de volgens een jury van deskundigen beste Nederlands- of Engelstalige masterthesis op dat gebied, onder auspiciën van IBBY Nederland.
In 2022 was dat Sonali Kulkarni wegens haar thesis “Bilingual Synergies. A Semiotically-framed Inquiry into the Iconotextual Complexities of Bilingual Picturebooks”. De uitreiking vond op 20 mei plaats, tijdens een studiemiddag.

De jury bestond uit Suzanne van der Beek (Tilburg University), Vera Veldhuizen (Rijksuniversiteit Groningen) en Alix Wassing (Stichting Lezen).
Sonali Kulkarni volgde in 2020-2021 de Erasmus Mundus internationale master Children’s Literature, Media and Culture aan Tilburg University. 

Uit het juryrapport:

Sonali Kulkarni verkent in deze scriptie de integratie van woorden en beelden in tweetalige prentenboeken. De jury is onder de indruk van de moed die Sonali toont met de keuze voor dit complexe en nieuwe onderwerp en van de theoretische diepgang en doeltreffendheid waarmee ze het thema behandelt. Het is een wetenschappelijk zeer grondige, maar tegelijkertijd toegankelijke scriptie, waarin Sonali theoretische observaties aanvult met haar persoonlijke ervaring met meertaligheid.
 
Fijn dat er nog onderzoek wordt verricht naar jeugdliteratuur. 

vrijdag 20 mei 2022

Op eieren lopen

De Annie M.G. Schmidtlezing die Marit Törnqvist hield op woensdag 18 mei en het uitkomen van Schildpad en ik leidden tot een interview door Mirjam Noorduyn in NRC 20-5-2022.
Omineuze kop erboven: ‘Door de diversiteitsdiscussie lopen wij als makers op eieren’.

De titel van de lezing was 'Waar ligt de grens?' en meteen uit de eerste alinea van het interview blijkt Marit Törnqvists grote betrokkenheid bij mensen op drift.
 
De grens van de verbeelding, waar ligt die? Toen ik eind vorig jaar werd gevraagd of ik de Annie M.G. Schmidtlezing wilde verzorgen, wist ik direct dat die vraag mijn vertrekpunt zou zijn. De discussie over het belang van culturele diversiteit in kinderboeken, in een tijd waarin zo ongelofelijk veel verschillende mensen met zoveel verschillende achtergronden opeens bij elkaar komen, is momenteel de allerbelangrijkste in ons vakgebied, maar hij wordt letterlijk te zwart-wit gevoerd. Het idee dat iedereen zich gerepresenteerd moet voelen in de literatuur is natuurlijk een prachtig streven. Maar ja, wie gaat al die verhalen dan vertellen, als tegelijkertijd velen van ons ervaren dat we geen verhalen kunnen maken over mensen uit een cultuur waartoe we zelf niet behoren? 

Men kan zich over andere zaken druk maken. De negentiende-eeuwse beweegredenen van de leider van een groot land om een verwoestende oorlog te beginnen, de naderende teloorgang van 's werelds soortenrijkdom en de gevolgen daarvan, het langzaam maar zeker smelten van de poolkappen, ik noem maar wat puntjes vergeleken waarbij het sms-gebruik door een premier van een (in economisch opzicht) middelgroot land verbleekt.
Niettemin, ook de 80 miljoen mensen die op drift zijn geraakt door oorlog, tirannie, honger en armoede tonen een wezenlijk probleem, ver uitstijgend boven dat sms-gebruik of de corruptie in de FIFA.

Het is licht ironisch dat Marit zélf in haar werk helemaal niet doet aan die volgens haar gewenste inclusiviteit, want 

Voor mijzelf geldt: ik vertel altijd mijn eigen verhaal, vanuit wat ik voel of denk. Ik kan niet anders.

En dat vind ik een waarachtig kunstenaarsantwoord. Maar
 
ik ken collega’s die vinden dat ze dat niet langer kunnen maken, dat die verhalen, vanuit hun geprivilegieerde witte perspectief verteld, niet meer van deze tijd zijn. Tegelijkertijd achten ze zich onvoldoende in staat om het verhaal van de ander te vertellen, door het oprechte respect dat ze voelen voor een cultuur die niet de hunne is. En degenen die dit wel aandurven, worstelen met de vrees voor het verwijt van culturele toe-eigening. We lopen als makers op eieren en sommigen van ons zitten klem. De diversiteitsdiscussie dreigt de creativiteit te verstikken.

Tja. Ik zou wel willen weten wie er dan momenteel 'klem zitten'. Doe als Marit, zou ik ze aanraden, vertel je eigen verhaal. Maar zo eenvoudig is dat wellicht niet, want 'je eigen verhaal' kan best uitmonden bij een heel andere hoofdpersoon, uit een heel andere wereld. Of van een ander geslacht. En dat kan toch best een overtuigend verhaal worden.

Zo 'geprivilegieerd' is dat 'witte perspectief' overigens niet per se, lees bijvoorbeeld de verhalen van Douglas Stuart uit de sloppen van Glasgow, zoals het net verschenen Mungo, of de vele vele andere verhalen waarin iets minder 'geprivilegieerde' maar wel bleekhuidige personages een rol spelen. Te veel om in een mensenleven te lezen, zeker als we beginnen bij Charles Dickens.

Kom maar van die eieren af... en probeer vooral geen verhalen te vertellen waarin 'iedereen zich gerepresenteerd' zou moeten voelen. Dat worden doorgaans flutverhalen.

donderdag 7 april 2022

Briljant

'Briljant!'  Ik ken iemand voor wie dat doorgaans de hoogste lof is. Briljant idee, briljant plan, en zo. Ik moest aan haar denken toen ik Briljante planten kreeg. Voluit Briljante planten, over knappe koppen, boze bollen & ander geniaal groen, van Geert-Jan Roebers (tekst) & Margot Westermann (beeld en ontwerp).
 



Om maar met de deur in huis te vallen: Briljante planten is een briljant boek. Het is bedoeld voor mensen van pakweg 10 en ouder (en misschien soms wat jonger), en zo is het ook geschreven. Met vaart, humor, begrijpelijk. De auteur is heel zuinig met moeilijke woorden en die worden goed uitgelegd.
De illustraties zijn weelderig, uitbundig, grappig. Heel plantaardig, maar in het geheel niet documentair, behalve waar enkele soorten worden voorgesteld en dat is dus precies goed, want verder gaat het vooral over wat planten allemaal kunnen en doen.

En over wat planten kunnen denken en verzinnen. Dat is eigenlijk veel te antropomorf. Het wordt op de laatste pagina, in 'de kleine lettertjes', uitgelegd.
Ik citeer:

Tot slot nog dit. In dit boek lees je zinnen als 'Op een dag kreeg plant X een briljant idee' of 'Plant Y verzon wat anders'. Dan gaat het over evolutie. Daar valt een hele hoop over te vertellen, maar kort gezegd komt het hierop neer: kinderen lijken op hun ouders, maar er zijn ook verschillen. En als een van die plantenkinderen beter is in overleven, zal die ook weer meer zaden maken waar misschien een nog beter aangepast kind bij zit. Dat gaat niet van de ene op de andere dag en het hangt van toeval aan elkaar. Het zijn dus niet écht ideeën of besluiten, maar het werkt vaak wel zo. En het resultaat is, tja... briljant dus.

Dat lijkt mij een redelijk goede manier om evolutie in het kort uit te leggen en ik waardeer het zeer dat deze auteur moeite doet om het antropomorfisme te verklaren waarmee in veel non-fictie over dieren (en soms planten) zo achteloos wordt gestrooid. Gelovigen zullen wat aanhikken tegen dat toeval - het zij zo. God dobbelt.

De inhoud kent drie delen: 
- 'Van groentje tot geniaal groen', 'wat planten zijn'.
- 'Sluwe slingeraars, knappe koppen', 'wat ze doen en wat ze denken'.
- 'Handige hulpjes, machtige meesters', 'Wat ze voor ons doen (en wat ze van ons denken)'. 
Die drie delen zijn zelf ook weer onderverdeeld en worden voorafgegaan door een mooie inleiding onder de titel 'Altijd prijs'.
Dat slaat op de kansen die natuurliefhebbers hebben om dieren en planten waar te nemen. Dieren: je moet soms wat geluk hebben. Planten: 'altijd prijs'.

Om even te laten proeven volgt hier een stukje uit die inleiding.

Ga je weleens de natuur in? Naar de duinen of naar het bos? Geef maar toe, dat valt vaak tegen. De echte natuur is heel anders dan die in natuurboeken en natuurfilms. 
Vogels zie je meestal wel, maar nooit zo goed als op tv. Voordat je zo'n vogel goed in je verrekijker hebt is hij alweer gevlogen. Ook vlinders zijn zenuwpezen. Prachtig hoor, maar als je ze van dichtbij wilt bekijken fladderen ze weg. Zoogdieren zijn helemaal een ramp. In de duinen zie je soms konijnen, in het bos een eekhoorn. Een vos of hert kom je zelden tegen en als je ze ontmoet is het maar voor even. Dassen en hermelijnen: zelfde verhaal, en egels zie je vaker plat dan bol. En wanneer spotte je voor het laatst een muis in het wild? Ze zijn er met duizenden, maar zich laten zien, ho maar.

De grote fout van veel natuurliefhebbers is dat ze de belangrijkste levende wezens niet zien staan. Ook niet als ze er bijna over struikelen. Krijg je eenmaal oog voor planten, dan is elke trip in de natuur een succes. Planten stellen je nooit teleur.

Ze zijn er.
Ze lopen niet weg.
Je kunt een mosje van zo dichtbij bekijken als je wilt.
Je mag elke bloem besnuffelen.
Je kunt planten zelfs proeven (al is dat wel op eigen risico).

Heb je het boek uit, dan weet je inderdaad veel meer over planten dan toen je begon. Het vertoog start al meteen met uitleg over hoe planten blijven leven, door het verzamelen van kooldioxide, water en mineralen. En wat ze met bladgroen doen.

Een stukje van die uitleg:

Frisse scheten

Het wordt nog gekker als je weet wat de plant vervolgens met die energie doet. Nee, hij gaat er niet zijn koude wortels mee verwarmen. Hij gaat er ook niet mee gamen, stofzuigen of een wasje draaien. De plant gebruikt de opgevangen zonne-energie om CO2 uit de lucht te halen.

CO2? SÉ-O-TWEE?
Is dat niet dat spul van die klimaatverandering? Ja, dat is het.
KOOLDIOXIDE wordt het ook wel genoemd of KOOLZUUR (niet te verwarren met zuurkool) of KOOLZUURGAS of BROEIKASGAS

CO2 is ook wat er ontstaat als je iets verbrandt. En het is wat jij uitademt, net als alle andere dieren. Maar planten ademen CO2 juist in. En dan doen ze iets heel knaps. Iets waar jij, wij, waar alles wat leeft deze groene wonderwezens heel erg dankbaar voor mogen zijn. Wat ze uitademen is... zuurstof!

ZUURSTOF?
Dat is toch dat spul dat wij inademen?
Ja, dat spul is het.
ZUURSTOFGAS wordt het ook wel genoemd of O2 wat je uitspreekt als O-TWEE

Die stof is zo bekend, dat je niet meer ziet wat een rare naam het is. Er is niks zuurs aan. Voor jou is het juist zuur als er geen zuurstof zou zijn. Een halve minuut zonder en je krijgt het stikbenauwd. Vijf minuten en je bent hartstikke dood. Die O2 is dus een superbelangrijk stofje. Maar goed, dat is CO2 eigenlijk ook. Zeker voor een plant, want die groeit ervan.

En zo verder. Ietwat vereenvoudigd (wat in 'de kleine lettertjes' dan weer wordt verantwoord) legt de auteur-verteller uit hoe dat omzetten van kooldioxide in zuurstof gaat...
 
 
... en dat planteneters daarvan profiteren.
Hierboven toon ik slechts een van de dubbelpagina's waar het tekentalent van Margot Westermann gul stroomt. Hieronder nog zo'n dubbelpagina, uit deel drie.
 

Deel twee is het langst en biedt een staalkaart van de vele vormen die in het plantenrijk te vinden zijn.
Deel drie gaat droog gezegd over het nut, inclusief dat van het giftige vingerhoedskruid
In en vlakbij dit deel vinden we ook wat meer werkelijkheidsgetrouwe afbeeldingen van soorten, bijvoorbeeld de liggende vetmuur en weegbree op p. 78, de grassoorten bij het vertoog over groeipunten (geniaal, gras groeit onder het punt waar grazers bijten) op p. 119 en de start van deel 3 op p.125 en 126, of bijvoorbeeld de wilde kool en wittekool op p. 135 en de oerpeen en moderne peen, bloemkool en spruitjes op p. 134. Informatief, correct, wel saaier dan al die letterlijk en figuurlijk bloemrijker figuren op de overige bladzijden.
 
Ooms, tantes, let op, dit is het ideale cadeauboek voor jullie neven en nichten. En het mag in geen enkele schoolbibliotheek ontbreken.



Roeberg, Geert-Jan, & Margot Westermann. Briljante planten; over knappe koppen, boze bollen & ander geniaal groen. Gottmer, 2022. ISBN 978 90 257 7288 8, 144 p. 

dinsdag 5 april 2022

Kinderboekenfestival

 
Het is ondanks de grote festivaldichtheid in Nederland een prijzenswaardig initiatief: Het Mooie Kinderboekenfestival. Het wordt georganiseerd door Stichting Kleine Lettertjes (niet te verwarren met eenmansredactiebureau De Kleine Lettertjes, dat bij digitale zoekacties opdoemt) in coproductie met Paradiso, Bibliotheek Gelderland Zuid en De Verkadefabriek en is 'mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds, het VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds 21, het Amsterdams Fonds voor de Kunst, de Fiep Westendorp Foundation, Gemeente Nijmegen en Gemeente Den Bosch'. Hier is een gedreven fondswerver bezig geweest.
 

(Impressie festival 2021 in Den Bosch.)
 
Het is een soort reizende, speelse presentatie van een selectie boeken 'voor kinderen van 4 tot en met 10 jaar, en hun ouders, verzorgers, opa’s, oma’s, ooms en tantes' en vindt in 2022 tot nu toe plaats op drie locaties: op 29 mei in de Tolhuistuin te Amsterdam, op 12 juni in Bibliotheek De Mariënburg/LUX te Nijmegen en op 19 juni in De Verkadefabriek te Den Bosch.

Bovendien heeft Kleine Lettertjes Het Mooie Kinderboekenfeestje ontwikkeld, een online pakket om medewerkers van buitenschoolse opvanglocaties, bibliotheken, speeltuinen, asielzoekerscentra en buurthuizen te stimuleren om kinderboeken als uitgangspunt te nemen voor de activiteiten die kinderen in hun vrije tijd beleven.

De selectie van festivaltitels voor 2022 werd gemaakt door Joan Windzak (Educulture), Bas Maliepaard (recensent), Merel de Vink (Leesvink) en Eline Rottier (Boekwijzer.com).
Eerdere festivals vonden plaats in 2017, 2018, 2019 en 2021.

Stichting Kleine Lettertjes heeft geen eigen website. Er is wel een verband met Studio Kleine Lettertjes van Carlijn van Ravenstein.

zondag 3 april 2022

Woutertje Pieterse Prijs


 
Een bijzonder moment: na twee jaar weer een uitreiking in het echt van de Woutertje Pieterse Prijs. Ik was op 2 april vanwege dat feestelijke tintje aanwezig.
 

 
Ik had ook thuis de radio aan kunnen zetten, want de hele uitreiking werd uitgezonden op NPO radio 1, in De Kindertaalstaat. Ter gelegenheid van de feestelijke uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs, presenteerde Frits Spits (pseudoniem van Frits Ritmeester) zijn wekelijkse programma De Taalstaat niet vanuit de Hilversumse NPO Radio 1-studio, maar live vanuit het Kinderboekenmuseum in Den Haag. De elfjarige Saar en de twaalfjarige Julius waren medepresentatoren. Het aardige van zo’n uitzending is dat-ie terug te luisteren is.
 
Dat is dus inclusief het gesprekje met Helma van Lierop, de interviews met de makers van de zes genomineerde boeken, en uiteraard het moment van de uitreiking. Uitstekend gedaan door de ervaren presentator Frits Spits, die ook zijn collega’s-voor-een-keer Saar en Julius op de juiste momenten aan het woord liet.
Abdelkader Benali, voorzitter van de jury, ging tijdens de bekendmaking nog in op de 'minder prettige tijden' vandaag de dag: 'kunst en literatuur zullen ons redden'. In benarde tijden redt ons de verbeelding.

De Woutertje Pieterse Prijs is een bijzondere prijs, want alleen bestemd voor oorspronkelijk Nederlandstalig werk. In de woorden van de oprichters:
 
De initiatienemers van de Prijs wilden nadrukkelijk breken met de traditie van moralisme in kinderboeken. De Prijs bekroont om die reden kinderboeken die uitzonderlijk zijn voor wat betreft taal, inhoud en vormgeving.

Het voortbestaan stond enkele keren op het spel als een subsidieverstrekker afhaakte, en iedere keer slaagde de stichting achter de prijs erin een nieuwe pot met geld te vinden. Vanaf 2019: Brook Foundation en De Versterking.
 
De genomineerde titels waren:
Terra Ultima van Raoul Deleo & Noah J. Stern (Uitgeverij Lannoo)
Schaduw van Toet van Lida Dijkstra & Djenné Fila (Uitgeverij Luitingh-Sijthoff)
Viruswereld van Marc ter Horst & Wendy Panders (Uitgeverij Gottmer)
Zonder titel van Erna Sassen & Martijn van der Linden (Uitgeverij Leopold)
de Meisjes van Annet Schaap (Em. Querido’s Uitgeverij) en
De tunnel van Anna Woltz (Em. Querido’s Uitgeverij). 
 

 
Van de genomineerde titels bleek er één besproken te hebben: De meisjes van Annet Schaap. Dat verwondert me niet heel erg, hoewel Terra ultima wel op mijn lijstje staat, want een fantastisch boek. Ik heb nu eenmaal niet de pretentie alles te bespreken, ben een echte krentenprikker - al neem ik soms ook de krenten mee die niet zo lekker waren als gehoopt. In dit geval had ik eigenlijk vijf krenten gemist, want alle genomineerde titels zijn de moeite waard.
Toch had ik Terra ultima eerder moeten bespreken, want dát won de prijs!
De jury bestond naast Abdelkader Benali (juryvoorzitter) uit Jeroen Dera, Jürgen Peeters, Marga Scholma en Annemarie Terhell.


dinsdag 29 maart 2022

Ontroerend optimisme

Thuis in de toekomst lijkt gemaakt voor nerderige types, van die aardige, nieuwsgierige, uitvinder-achtige creatieve jongetjes (en soms meisjes) die graag knutselen en fantaseren over Handige Dingen en van nature opgewekt en optimistisch zijn. 
Het lijkt ook gemaakt door zulke types, van die 'kritische optimisten' als Pepijn Vloemans en 'ecomodernist' Ralf Bodelier, die een zonnige toekomst in het verschiet zien liggen mits de mensheid even wat intelligente daden verricht en bereid is nieuwe technieken toe te passen.
Vaak in-goede types, in wier toekomstvoorspellingen geen ruimte is voor mensen die de baas willen zijn, de boel belazeren, op hun centen zitten, anderen graag een poot uitdraaien, een loer draaien, onder de duim houden, treiteren, tegen of onder de grond werken, kortom de volgens Rutger Bregman kleine groep mensen die niet deugen (de meesten deugen immers wel, schrijft hij) - maar die helaas door hun ondeugden soms wel veel macht hebben. (O ja, en wie werpt de eerste steen?)

Dit wat naïeve optimisme weerklinkt in Thuis in de toekomst van Madeleine Finlay en Jisu Choi. Madeleine Finlay meldde al in 2018 dat ze werkte aan 'a children's book on weird and wonderful technologies that could help to save the planet'. Dat mondde in 2021 dus uit in Beetles for Breakfast, waarvan Thuis in de toekomst de vertaling (door Joost Mulder) is. Madeleine Finlay is een freelance journalist en weekt o.a. voor The Guardian en BBC. Geen wereldvreemd type, maar wellicht wat opgewekt en optimistisch, net als die fictieve kinderen die ik boven opvoerde.
Jisu Choi is een in Zuid-Korea geboren illustrator. Op haar website toont ze een indrukwekkend palet werk, in een heel eigen stijl, en haar Instagram-profiel doet me vermoeden dat ze nog steeds in Zuid-Korea woont.
 
Samen presenteren ze de jonge lezer (10+, zou ik schatten, met meer dan gemiddelde leesvaardigheid) een enorm scala aan uitvindingen en ideeën voor de toekomst. In Finlays woorden:

In dit boek lees je hoe je leven er in de nabije toekomst mogelijk uit gaat zien. Je maakt kennis met een aantal verbazingwekkende technieken om onze huizen, steden en het landschap en de natuur om ons heen duurzamer en aangenamer te maken.
 
'Onze' huizen. Tja.
 
Die presentatie begin 'aan het ontbijt', gaat na verder 'in de badkamer', 'in de stad' (waaronder: verre reizen), 'op school', 'in het park', 'op de boerderij' (kan ook bovenop je huis), 'op het strand' (ja, want we blijven wel die fijne consumenten van weleer), en terug 'in huis':

Met nieuwe materialen en technieken kunnen we huizen zo goed isoleren dat ze veel minder energie verbruiken. Dat is beter voor de aarde en uiteindelijk ook goedkoper.

Drie misverstandjes in één. Huizen verbruiken geen energie. Dat doen mensen en als die energie niet uit henzelf komt, komt dat door de apparaten die ze gebruiken, van elektrische tandenborstel (in dit boek al van afbreekbaar materiaal) tot warmtepomp. 
Het opwekken van energie vervuilt onze leefomgeving. De aarde draait heus wel verder, maar het leven om ons heen gaat er uiteindelijk een keer aan en daarmee ook de mensen, dus die mooie vondsten zijn vooral goed voor de mensen, niet voor de aarde. Die mooie vondsten stellen de teloorgang uit.
Of de benodigde energie ook goedkoper wordt, moeten we echt nog maar zien. Hij wordt namelijk toch schaarser, ondanks al die fijne technieken. En de opwekking is doorgaans in handen van bedrijven met eigenaars die vooral aan hun eigen welvaart denken.

Goed, maar stel dat die vrolijke naïeve optimisten het toch voor elkaar weten te krijgen, je weet maar nooit, dan biedt dit boek dus een staalkaart van de mogelijkheden.
Ieder hoofdstuk begint met een dubbelpagina-overzicht. Zoals dit:
 
 

De (in dit geval) 9 ideeën worden op de volgende dubbelpagina beschreven:
 
 

Daarna volgen dan nog vier pagina's, veelal dubbelpagina's, met nadere uitwerking.
 
 
Dat strand en die verre reizen laat ik maar even voor wat ze zijn, maar voor de verandering toon ik ook even de dubbelpagina 'Nieuwe vleesvervangers'. Want wát er ook aan praktische zaken verandert in de toekomst, volgens de makers van dit boek, níet het gemiddelde gedrag van de mens. Stel je voor, geen vlees eten... Nee, dat wordt dus kweekvlees en heem en volgens Finlay en vertaler Mulder is dat 'een molecuul dat veel ijzer bevat en zowel in planten als in dieren voorkomt'. Zie ook hier. Klopt dus, al is dat niet het heem van heemkunde e.d.


Met excuses voor de weergave, de pagina's zijn nét iets breder dan mijn scanner aan kan.
 
De moeilijke woorden worden achterin kort uitgelegd en er is een register.
De ondertitel, Slimme manieren om de aarde te redden, is een vergissing, natuurlijk, de aarde hoeft niet gered. De vergissing is wel correct vertaald, want de Engelse ondertitel luidt ...And Other Weird and Wonderful Ways to Save the Planet. Het is hooguit de mensheid die gered moet worden.

Eigenlijk is Thuis in de toekomst wel een aardig boek, al ontbreekt bij alle gegoochel met techniek de blik op de mens van de toekomst, de mogelijkheid dat menselijk gedrag verandert. Het mag naïef optimisme zijn, wellicht komen onze jonge lezers daarmee verder als met pessimisme. Die scepsis over menselijke (on)macht kan altijd nog komen.
 

Finlay, Madeleine, en Jisu Choi. Thuis in de toekomst, slimme manieren om de aarde te redden. Vert. Joost Mulder. Gottmer, 2022. ISBN 978 90 257 7612 1, 84 p. Oorspr.: Beetles for Breakfast, 2021.

maandag 28 maart 2022

Waterwerelden

Vanaf de voorkant kijken twee zeehonden ons vriendelijk aan. Nee, één zeehond kijkt ons aan, het andere, kleine zeehondje kijkt naar zijn moeder. Of vader. Maar doordrongen als we zijn van clichés is het eerste idee: moeder.

Wel eens van Disney-ogen gehoord? Ik noemde ze al in o.a. de bijdragen over Mierenhoop en Het Schitterende Samen Boek. Zie bijvoorbeeld Disney's creaties Woody Woodpecker en Bambi: