Zoeken in deze blog

zaterdag 12 juni 2021

Vertrouwen

Mij trof 5 juni in NRC die foto van een bloemenstalletje bij het kerkhof Kolpino in Petersburg. Het artikel had als kop 'Russen zijn banger voor het vaccin dan voor het virus'. De foto ontbreekt helaas in de digitale versie van het artikel, met dezelfde kop, die de inhoud aardig samenvat. Dan maar even per gsm. Het resultaat is er naar, maar geeft toch een indruk.
 


Over de verkoopster van de (plastic) bloemstukken, de 76-jarige Nina Petsjkoerova, schrijft de journalist, Eva Cukier:
 
Hoewel Petjskoerova de doodsoorzaak niet kan raden, weet ze wel dat bij coronabegrafenissen alleen de naaste familie het kerkhof op mag. „De rest moet hier bij de poort afscheid nemen.” Afgelopen maart dromden rouwenden dagelijks samen voor de poort. Ook zag ze leeftijdgenoten overlijden. „Het is een gevaarlijke ziekte, maar wat doe je eraan? Alles staat vast. Als je voorbestemd bent om te verdrinken, dan kom je niet onder de trein.” Vaccinatie acht ze zinloos. „Dit is erger dan griep, en bovendien zijn bij ons alle medicijnen nep. Als ik mocht kiezen nam ik een Amerikaans vaccin.”

Treffender kan het wantrouwen in haar eigen overheid bijna niet verwoord worden. 'Bovendien zijn bij ons alle medicijnen nep.'
En dat ná een bijdrage twee dagen eerder in hetzelfde dagblad, waarin vier argumenten voor een Europees soort DigiD worden aangedragen, een e-ID, zie hier. Ik citeer:
 
Daarnaast moet het een veilig alternatief bieden voor de wildgroei aan digitale ‘wallets’ van private bedrijven als Apple en Google. De gedachte: liever een niet-commercieel, Europees initiatief, dan dat burgers in de armen van Amerikaanse megabedrijven worden gedreven. Aan Europeanen die dat willen, moeten alle lidstaten een veilig, EU-breed geaccepteerd systeem gaan aanbieden. „Dit gaat erom consumenten een keuze te bieden: een Europese keuze”, aldus Breton donderdag. Die keuze blijft dus vrijwillig, benadrukten EU-ambtenaren donderdag voortdurend. Tegelijk wordt het voor burgers ooit misschien wel lastig zich volledig aan een nieuw systeem te onttrekken, als het in de hele EU straks soepel draait.  
[...]
De Commissie benadrukt dat het nieuwe systeem het ‘allerhoogste beveiligingsniveau’ moet krijgen. Maar hoe dat in de praktijk gaat werken en welke eisen en technische standaarden Brussel verplicht stelt, moet de komende tijd met alle Europese lidstaten worden afgesproken. „Het beveiligingsniveau zal hoger liggen dan nu in sommige lidstaten het geval is”, merkt een EU-ambtenaar op. Biometrische identificatie met vingerafdrukken of gezichtsherkenning zal in elk geval onderdeel van het systeem worden. Cruciaal is voor de Commissie ook dat de eigenaar van het mapje steeds kan bepalen welke gegevens precies worden gedeeld.  
 

 
Er is minimaal één voorwaarde die niet wordt genoemd: vertrouwen in de overheid. Zie boven, Nina Petsjkoerova. Wat natuurlijk ook al geldt voor de bestaande, nationale systemen zoals DigiD. Zij die de overheid nu al zien als een soort Big Brother die ons in de tang neemt, zullen er niet geruster op worden. Zij die hebben ervaren hoe overheidsdiensten steeds meer werden afgebroken en/of vercommercialiseerd, evenmin.
Natuurlijk, 'de overheid' wordt beheerd en gestuurd door hen die namens ons als kiezers regeringen vormen. En wij als kiezers zijn het, zacht uitgedrukt, onderling niet altijd eens over hoe dat moet en wat we van 'de overheid' mogen of moeten verwachten. Minstens de helft van de kiezers heeft zijn eigen onmachtige overheid gekozen.

Nog zo'n lezenswaardig artikel was daarom dat van Olav Tempelman in de Volkskrant 6-6-2021, afdeling opinie. Titel: 'Met de vijand praat je niet'. Online: 'Met jou praat ik niet: hoe het vijanddenken oprukt in Nederland'. 
Hoe minder we elkaar vertrouwen, hoe minder vertrouwen in de regering - en  hoe minder vertrouwen een regering verdient. Zie types als Max Verhagen, Henk Bleker, Mark Rutte, Wopke Hoekstra, Ton Hooimaijers ('De overheid moet een serviceloket zijn voor het bedrijfsleven', 2015), makkelijk aan te vullen. Zie ook dit onderzoeksrapport.
Of, denk ik, hoe meer een overheid een verlengstuk wordt van grote bedrijven, hoe onbetrouwbaarder.

We zijn inmiddels weer een week verder nadat ik het bovenstaande schreef en opnieuw is geslonken vertrouwen een thema. Lezenswaardig vond ik bijvoorbeeld de filippica van Bas Heyne in NRC 12-6-2021.
Ik denk dat we nog lang niet zijn uitgepraat over vertrouwen.


zondag 6 juni 2021

Wat Bas Savenije aantrof in Alice

Eén blik en wat bladeren door De logische wereld van Lewis Carroll en wat Alice daar aantrof leert dat hier een enorme kans verloren ging. Dit boek had een fraaiere vorm verdiend, en een strenge tekstredactie. 
Het ziet er nu uit als een uit de mottenballen gehaalde dissertatie.
Een tweede blik leert dat het niet voldoet aan Alice's maatstaf voor een nuttig boek.

Alice was beginning to get very tired of sitting by her sister on the bank, and of having nothing to do: once or twice she had peeped into the book her sister was reading, but it had no pictures or conversations in it, 'and what is the use of a book,' thought Alice 'without pictures or conversations?'

Over de auteur, Bas Savenije, staat achterop dat hij wijsbegeerte studeerde aan de Universiteit Utrecht en voorzitter is van het Lewis Carroll genootschap.
Dat is heel bescheiden. Savenije was jarenlang directeur van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek en vervolgens van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. En volgens de pagina Geschiedenis op de website van het genootschap heeft hij dat genootschap niet opgericht, maar het in 2016 wel 'wakker gekust'. Het genootschap is een niet te missen club voor liefhebbers van Carrolls werk.

Dit boek is een uitgave van het genootschap en wellicht verklaart dat de schamele vormgeving. Voor enkele euro's meer (het boek kost € 15,-) had het mooier gekund, vind ik. Wat weer wel te prijzen valt is dat een duidelijk en prettig leesbaar lettertype is gekozen.
Dat is nodig ook, want de auteur hanteert een droge, academische stijl.

Ik citeer de conclusie van het laatste (twaalfde) hoofdstuk:

  De Alice-boeken staan vol logica in de zin dat we er vele correcte en incorrecte redeneringen in aantreffen en vele verwijzingen naar filosofische onderwerpen die aan logica zijn gerelateerd. Volgens Rafael Montoikto manipuleerde Carroll logische redeneringen met literaire teksten om zo geleidelijk en spelenderwijs bij de lezer de belangstelling en het gevoel voor logica te vergroten. Maar, zoals ik al eerder opmerkte, de Alice-boeken zijn geen logica-leerboeken. De frequentie waarmee we logica-elementen aantreffen, gecombineerd met Carrolls algemene doelstelling om logica te populariseren, rechtvaardigt echter wel de conclusie dat de logica-elementen bewust, met opzet zijn opgenomen, met het dubbele doel om de lezer te amuseren en zijn of haar denken te stimuleren. Carroll zag duidelijk de literaire potentie van de combinatie van logica en de eigenaardigheden (bezien vanuit de logica) van de natuurlijke taal. Hij werd gefascineerd door het gebrek aan logica dat vaak wordt aangetroffen in uitspraken in de natuurlijke taal. En hij zag dat metaforische uitspraken en de gebruikelijke vaagheid van de dagelijkse taal een bron van humor zouden kunnen zijn wanneer ze worden onderworpen aan logische regels.
  Het gebruik van logica in de Alice-boeken brengt ons denken in verwarring: op het niveau van redeneringen en op het niveau van de referentie van de gebruikte woorden. Hierdoor brengt de taal ons op een dwaalspoor en worden we tegelijkertijd verrast en geamuseerd. Door dit effect zijn de logica-elementen een belangrijke factor in het karakter van de Alice-boeken als literaire nonsens en daardoor mede bepalend voor hun literaire kwaliteit.
  Zonder zijn fascinatie voor logica had Lewis Carroll de Alice-boeken nooit kunnen schrijven.

De geoefende lezer ziet volgens mij dat dit korter en pregnanter had gekund. Een goede redacteur had het boek sowieso aantrekkelijker kunnen maken voor een breder publiek. Nu is het bijna uitsluitend genietbaar voor wie thuis is in de logica. Jammer.
 
Na deze norse kanttekeningen wat positiefs.

Want tegelijkertijd biedt Savenije wél, na een lezenswaardige beschrijving van Carrolls leven, een goede inleiding in de logica en in de rol die logica speelt in Alice in Wonderland en Alice through the Looking-glass (verkorte titels). Met als toetje nog aandacht voor paradoxen, met name de twee paradoxen die Carroll behandelde in het tijdschrift Mind.
Ik stak er in ieder geval iets van op.
En voor wie de jaargangen van Mind even niet bij de hand heeft, leverde Bas Savenije achterin het boek een vertaling van die artikelen. Dat noem ik nog eens dienstvaardig! De lange lijst literatuur waarmee het boek eindigt, toont dat hij niet over één nacht ijs is gegaan.
De citaten uit de Alice-boeken in het boek komen (met toestemming) uit de vertaling van Nicolaas Matsier. Sommige hoofdstukken zijn bewerkingen van eerder verschenen artikelen.

Dit boek moet het eerste deel van een reeks zijn: de Phlizz-reeks. Dat blijkt uit het 'Woord vooraf'. Phlizz is het online magazine van het Lewis Carroll Genootschap.
Het woord komt uit Silvie and Bruno, een wat minder bekend werk van Carroll:

Bruno [...] picked a fruit [...]
'It hasn’t got no taste at all!' he complained. 'I couldn’t feel nuffin in my mouf! It’s a – what’s that hard word, Sylvie?'
'It was a Phlizz,,  Sylvie gravely replied.
 
En zie verder hier. Volgens Oxfordify is het 'Something apparently existing, or existing in name, but having no real substance; anything without meaning or value; a chimera'.
 
Ik hoop voor het genootschap dat de Phlizz-reeks wel substantie krijgt. Maar graag toegankelijker dan dit eerste deel.
 

Savenije, Bas. De logische wereld van Lewis Carroll en wat Alice daar aantrof. Lewis Carroll Genootschap, 2021. ISBN 978 90 827987 4 6, 166 p.


vrijdag 4 juni 2021

Tonke Dragt en Thé Tjong-Khing

zijn door de Nederlandse sectie van de International Board on Books for Young people (IBBY) voorgedragen voor de Astrid Lindgren Memorial Award 2022. 

IBBY is een in 1953 opgerichte 'non-profit organization which represents an international network of people from all over the world who are committed to bringing books and children together'. Je kan er geen lid van worden, hoewel IBBY wel al dan niet overleden ereleden kent, waaronder Miep Diekmann en Jant van der Weg-Laverman. Je kan wel lid of begunstiger worden van een van de nationale secties van IBBY, bijvoorbeeld IBBY Nederland of Iedereen leest (samen met Centre de littérature de jeunesse de Bruxelles de Belgische sectie).
Naast de tweejaarlijkse wereldconferentie is het beheer van de Hans Christian Andersen Awards een van de belangrijkste activiteiten. Nationale secties dragen hiervoor auteurs en illustratoren voor. Het winnen van deze prijzen levert veel eer en roem op maar weinig geld. Daarom was het een schok toen in 2002 in Zweden de Astrid Lindgren Memorial Award werd opgericht. Die prijs levert naast eer en roem wél geld op: 5 miljoen Zweedse Kroon ofwel bijna 500.000 euro. Sindsdien doen IBBY-secties ook voordrachten voor deze prijs.
De prijs ging o.a. naar Bart Moeyaert (in 2019), Guus Kuijer (2012) en Kitty Crowther (2010)

IBBY Nederland ging voor in brede kring zeer gewaardeerde auteurs en illustratoren. Deze keer Tonke Dragt en Thé Tjong-Khing. Hun werk behoeft nauwelijks introductie - en dat laat ik hier dan ook achterwege.
Nu maar duimen dat de geheel Zweedse jury hun werk weet te waarderen...

donderdag 3 juni 2021

Het lekkers van planten

Een origineel idee in een mooi vormgegeven boek: Van honingbij tot hagelslag, over al het lekkers dat van planten komt. Als ik 'Over dit boek' goed begrijp kwam het idee van illustrator Marieke van Ditshuizen en vroeg ze culinair journalist Joël Broekaert om mee te doen en de tekst te schrijven.
Dat idee kwam overigens in 2010, toen Marieke van Ditshuizen in Indonesië door het bos liep en zag 'hoe cacao in grote rode peulen aan een iel boompje groeide'. Ze hebben er dus redelijk lang over gedaan.

Welk idee? Nou, om een boek te maken over de oorsprong van veel eetbare zaken die je in onze gematigde streken alleen in de winkel ziet, zoals de cacao uit die rode peulen, thee en koffie. 
Het is echter meer dan dat geworden.



Het boek begint met een lange uitleg over zaden, wat er in zit en hoe ze ontkiemen.


Via de taugé (scheuten) komen we bij de asperges, maar ook bij de wortels.

Als je iets wil opbouwen in het leven, dan heb je een stevige basis nodig. Dat is voor planten niet anders dan voor mensen. Het is niet voor niets dat een babyplantje als eerste een worteltje uit het zaadje steekt. Wortels zorgen voor houvast. Ze verankeren de plant stevig in de grond, zodat die niet wegwaait als het stormt of omvalt als er iemand langsloopt.

Leuk. Wortels als voorraadkamers komen eveneens langs (waaronder pastinaken, schorseneren, bieten, radijsjes  en aardappelen maar ook lotuswortels), en dan komen de bladeren, de stengels en de bloemen en helemaal aan het eind nog schimmels (paddenstoelen en truffels). 
Er zit systeem in dit boek! 
Hoe de voortplanting gaat, wordt gaandeweg ook uitgelegd, en daar komen o.a. de bijen langs, en dus de honing uit de titel.
Al doende komt werkelijk een voorraadkelder aan groente, fruit en noten langs, niet alleen die cacao.
 
 
Het is te merken dat de auteur een lekkerbek is.

Rozen en viooltjes zijn ook lekker om mee te koken, vooral vanwege hun heerlijke geur. Maar de bloemblaadjes zijn zo delicaat dat je ze heel voorzichtig moet behandelen. Banketbakkers bestrijken ze soms met suikerwater. Dan komt er een heel dun, krokant laagje omheen voor de stevigheid.

Je moet het maar net weten..

Net als dat van de vijg:

Een vijg is een bizarre vrucht. 
Eigenlijk is het helemaal geen vrucht: de schil en het vruchtvlees van de vijg zijn de bloembodem. Dat is bij normale bloemen het midden van de bloem dat op het steeltje zit en waar rondom de blaadjes uitsteken. 
Maar bij de vijg is de bloembodem heel groot geworden en zit hij helemaal dichtgevouwen rondom de bloemblaadjes. Als je een vijg openmaakt, zie je allemaal kleine, rode bolletjes. Dat zijn de bloemetjes!

De tekst verdient een pluim - maar de illustraties ook!
De meeste kan ik niet goed weergeven: het zijn dubbelpagina-illustraties en dat redt mijn scanner niet.
Ik vind ze prachtig.
 



Bijzondere uitleg achterin:

Wat extra bijzonder is, is dat dit boek met maar drie kleuren gemaakt is. Wist je dat je met knalroze, citroengeel en felblauw alle kleuren van de hele wereld kunt maken? Bij elke tekening schilderde Marieke de drie kleuren steeds op een apart vel en door die daarna in de computer over elkaar te leggen, kon ze de kleuren mengen.

Ja, magenta, cyaan en geel, de combi komt me bekend voor, al hoort er meestal (en volgens mij ook bij Marieke) zwart bij. Toch een leuke uitleg.

En al met al dus een verrassend, mooi en goed geschreven boek.
 


Broekaert, Joël, & Marieke van Ditshuizen. Van honingbij tot hagelslag, over al het lekkers dat van planten komt. Ploegsma, 2021. ISBN 978 90 216 8148 1, 124 p.

dinsdag 1 juni 2021

Wensnamen

Grappig, vond ik de uitleg in het persbericht (d.d. 26-5-2021) bij de nieuwe naam van voorheen de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen: de Leesjury.

Onze directeur Sylvie Dhaene licht toe: 'De nieuwe naam is rechttoe rechtaan en zegt duidelijk waar het in de Leesjury om draait: boeken lezen én beoordelen. De afkorting KJV was weliswaar erg ingeburgerd, maar voelde voor ons stilaan gedateerd en er ontbrak een link naar lezen. Met de nieuwe naam is dit helder.'

Volgens mij verwijst niets in de naam Leesjury naar beoordelen. Helder is slechts dat de juryleden geacht worden te lezen. We hopen maar dat ze dat ook doen. Ligt in dit geval ook voor de hand, want anders doen ze voor spek en bonen mee.
 
Sylvie Dhaene is directeur van een instelling met een echte wensnaam: Iedereen Leest.
Was het maar waar. En o ironie, deze Vereniging Zonder Winstoogmerk is juist opgericht omdat niet iedereen leest, vandaar campagnes en programma’s zoals Boekstart, Voorleesweek, Jeugdboekenmaand en de Leesjury. De Vlaamse pendant van de Nederlandse Stichting Lezen

Iedereen Leest is net zo'n soort naam als Literatuur zonder leeftijd, dat tijdschrift in pocketvorm dat tot 2019 werd uitgegeven door IBBY Nederland en dat vrijwel uitsluitend ging over jeugdliteratuur. Alle jaargangen van Literatuur zonder leeftijd zijn overigens te vinden in de onvolprezen DBNL.

donderdag 27 mei 2021

Standaardnederlands

Van tijd tot tijd las ik in het onlangs verschenen boek Taalwetten maken en vinden, het ontstaan van het Standaardnederlands, geschreven door Nicoline van der Sijs. Ik moest er een goede leespositie voor vinden, want het 622 bladzijden tellende boek is licht van toon maar zwaar van gewicht.
Licht van toon, maar dat wil niet zeggen dat het een immer onderhoudende tekst is. Inleiding, Hoofdstuk 1 en 2 las ik van voor naar achter uit, maar bij hoofdstuk 3 begon ik stukjes over te slaan. Het is hier en daar wel erg veel. Zo worden bijvoorbeeld álle psalmberijmingen behandeld, tsja, dan zie ik toch uit naar een samenvatting - en die zit er dan ook in.
 
Toch vond ik het verrassend te vernemen dat al in de 17e eeuw, ten tijde van de Republiek, werd gezocht naar een geschreven Nederlands (of Nederduits, dat verschil vond men toen niet zo groot) dat voor inwoners uit alle gewesten in de Republiek te lezen viel. 
En dat volgens de auteur, en ze draagt er veel bewijs voor aan, Nederduitse dialecten uit naburige landen in het (toen nog) Heilige Roomse Rijk daarop een grotere invloed hadden dan het idioom van de Zuidnederlanders, hoewel die toch in groten getale naar Noordnederlandse steden trokken. 
En dat men zich toen al druk maakte over spelling, ja, wanneer niet. Nou, in de Middeleeuwen...
En ook de geschiedenis van onze voornaamwoorden voor de tweede persoon is boeiend om te lezen: van du en ghi naar jij en u, met wat omwegen en nog steeds bestaande varianten, met name in Vlaanderen.
 
Ook vond ik het boeiend om te lezen hoe men in die tijd sprak, voor zover dat valt af te leiden uit berijmingen en beschrijvingen uit die tijd en uit het Afrikaans, dat uit het 17e-eeuwse Hollands is voortgekomen. En eindelijk weet ik waarom de Engelstaligen het over double u hebben als ze w bedoelen.
 
Halverwege besloot ik dat ik ging bladeren, hoewel ik een flink deel van hoofdstuk 8 ('Beregeling van de grammatica') en 10 ('Besluit: vorming, verbreiding, onderhoud en verruiming van de standaardtaal') heb doorgelezen, en ook de passages over de zeventiende-eeuwse dichters en toneelschrijvers in hoofdstuk 9 ('De rol van literaire schrijvers'), waar vooral de rol van Bredero me deed terugdenken aan wat ik ooit aan de universiteit leerde.

De laatste alinea van het laatste hoofdstuk (10):

'Nu onze reis ten einde is, willen we de zeilen strijken, de steven naar land wenden, en de haven in lopen, met deze woorden tot besluit [...]: Leef lang, vaar wel, en als je het beter kunt dan ik, publiceer het dan gerust; zo niet, stem dan in met mijn opvattingen.' - met deze woorden eindigde Arnold Moonen in 1706 zijn grammatica, en ik sluit me graag bij hem aan.

Ik ben zo bescheiden om te denken dat ik het niet beter kan. Taalwetten maken en vinden is een monumentaal standaardwerk, en ook nog naslagwerk.
Wie er iets in wil opzoeken, wordt na ruim dertig bladzijden voetnoten en vijfentwintig bladzijden bibliografie geholpen door een index op personen geheten 'Dramatis personae' van vijf bladzijden met naar ruwe schatting zo'n 250 namen, en voorin een zeer uitgebreide inhoudsopgave.
Ik weet zeker dat ik er van tijd tot tijd iets in zal zoeken.
 
En omdat neerlandici soms lekker kunnen haarkloven, citeer ik ook maar het eerste van de drie citaten naast de titelpagina:

'Tot de kwaadwillige lezer.

Ik voel nu al hoe ze mijn boek belasteren,
't Neuswijze gespuis, dat niemand kan behagen.
Want hoe of wat men schrijft, in 't Nederlands, Latijn of Grieks,
Het mishaagt hun allemaal, honing is bij hen venijn.
Al wat een ander doet, durven ze vrijelijk te laken,
Maar zelf schrijven ze niet, ja, ze zouden het niet kunnen.
Daarom zeg ik vrijmoedig: Gij neuswijze haarklovers,
Laat zelf eens iets het licht zien voor gij van mij tol heft.'

(Willem Baudart, 1605, slotfrase van zijn inleiding bij zijn Apophthegmatus Christiana Ofte Ghedenck-weerdighe, Leersaeme ende aerdighe Spreucken.)


Sijs, Nicoline van der. Taalwetten maken en vinden, het ontstaan van het Standaardnederlands. Sterck & De Vreese, 2021. ISBN 978 90 5615 713 6, 622 p.

woensdag 26 mei 2021

Extreem gênant leven

Schreef ik begin mei 2021 over Maar ik ben jou niet:

'Daar gaan we weer. Als in een radioreportage of dagboek vertelt iemand over haar wedervaren, doorspekt met terugblikken. We beginnen natuurlijk medias in res, middenin het verhaal, gaandeweg komen we achter een naam (in dit geval Jamie), leeftijd (zestien), geslacht (meisje), omstandigheden (moeizaam). We worden geacht mee te gaan met de gedachtestroom van de verteller en daardoor duurt het even tot we begrijpen wat er gaande is. Vergt wat geduld van de lezer die zich niet meteen laat meeslepen.

Er zijn zoveel van dit soort dagboek-achtige verhalen, heel veel met vertellers annex hoofdpersonages in de tienerleeftijd, of young adult zoals dat tegenwoordig in het Nengelands heet, waar marketeers het vocabulaire beïnvloeden.'
 
En zo'n dagboek-achtig verhaal kreeg ik nou juist toegestuurd. Op eigen verzoek, denk ik, want het is wel een debuut. Naam (Lottie), leeftijd (elf, wordt twaalf), geslacht (meisje), omstandigheden (normaal).
Kate Kirby presenteert zich achterin Het extreem gênante leven van Lottie Brooks als 'schrijver en illustrator', en 

heeft een opleiding gedaan in reclame en marketing, en nadat ze een aantal jaar had gewerkt voor Londense reclamebureaus, wat vooral inhield dat ze in dure restaurants zat te doen alsof ze ergens verstand van had, kreeg ze een paar kinderen en besloot ze het blog 'Ouderschap zoals het is' te beginnen, over hoe onrechtvaardig het allemaal is.
Veel mensen zeiden dat haar gevoel voor humor flauw en kinderachtig was, dus vermaakt ze zich nu opperbest met het schrijven van kinderboeken. Het extreem gênante leven van Lottie Brooks is haar eerste boek.
Kate houdt van gin, konijnen, te ver doordenken, de geur van wasserettes en Monster Munch-chips. Ze houdt niet van verliezen met bordspelletjes en over zichzelf schrijven in de derde persoon.
 
Aantal jaar, het staat er echt. Daaraan kan Kate Kirby echter niets doen.
Een reclamevrouw, die te vinden is op Twitter en Instagram, maar er geen eigen website op na houdt. Bij haar Britse uitgever Penguin lees ik: 'The first book in the hilarious new series for children by the bestselling creator of Hurrah For Gin.'.
Hurrah For Gin: A Book For Perfectly Imperfect Parents is er al even en werd opgevolgd door Hurrah for Gin: The Daily Struggles of Archie Adams en Hurray For Gin: The Reluctant Adult', een 'book for the perpetually overwhelmed'.
Dat Instagram-account is wellicht het hierboven bedoelde 'blog', hoewel de webpagina https://hurrahforgin.com ook bestaat. Een interview met haar is hier te vinden. Het bevat onder meer een spotprent over ouderschap:
 


Dit is hoe Kate Kirby tekent! Ook in Het extreem gênante leven van Lottie Brooks.
Het dient benadrukt: dit is een verhaal in woord en beeld.

Dat gaat zo:
 


Lottie is aan het woord. Dit is de derde (iets scheef gezakte, sorry) pagina van haar 'dagboek', dat begint op 11 augustus en eindigt op 16 januari, als ze inmiddels 12 jaar is.
Belangrijkste gebeurtenissen: haar beste vriendin (BFF) Molly is verhuisd naar Australië (en keert einde verhaal terug). Haar moeder raakt zwanger en Lottie krijgt er een zusje bij - dat ze zelf noodgedwongen helpt ter wereld te komen. Ze raakt verstrikt in de muizenissen van meisjesbondgenootschapjes en vriendschappen en dat gaat even flink fout (maar komt einde verhaal goed).
Ook Lottie zelf vindt dit heel belangrijk, laat dat duidelijk zijn, naast het feit dat ze nog steeds geen borsten krijgt. De emoties zwiepen over de pagina's, himmelhoch jauchend, zum Tode betrübt, ze vliegt heerlijk uit de bocht, maar het komt allemaal goed en er zit waarachtig nog een soort moraal in.
Voor zover ik het kan beoordelen zonder originele versie, heeft vertaler Sofia Engelsman goed werk geleverd.

Ik kan mij voorstellen dat veel tien- tot twaalfjarige meisjes dit een heerlijk boek gaan vinden. In het genre is Kirby een waardige opvolger van Sue Townsend.
 

Kirby, Kate. Het extreem gênante leven van Lottie Brooks. Vertaald door Sofia Engelsman. Gottmer, 2021. ISBN 978 90 257 7481 3, 304 p.

maandag 24 mei 2021

Raadselachtig wit

De tekst op de achterkant van Witje vat het boek vaardig samen.
 
Er is een groot wit land, ergens.
Om het land ligt een grote witte zee.
En in het grote witte land staat een groot wit huis...
 
Witje speelt binnen, in haar veilige witte kamer. 's Nachts droomt ze. Haar kleine witte wereld wordt steeds groter. En dan is Witje weer terug bij zichzelf.
 
Zo is het maar net. Toch blijft het een beetje raadselachtig wat er nu precies gebeurt, en waarom. Dromen zijn natuurlijk vaak raadselachtig, maar hier blijft het in het vage waar de droom begint, dat lijkt dus wel meteen bij aanvang,




met die vreemde beelden en even verder

In het grote witte huis woont Witje met haar zus Witske.


Die vervolgens niet meer in het verhaal zit, zodat het lijkt alsof de verteller Witje's spiegelbeeld tot zus heeft benoemd.
Er volgen meer mooie wonderlijke beelden en verrassend is ook de tekst steeds rept van wit terwijl de beelden, hoe wittig ook, toch kleuren tonen. De 'grote witte bloemen en kleine witte bloemen' zijn niet wit... De 'witte bananen' zijn geel. Toch is het niet gek dat alles steeds 'wit' wordt genoemd.

Aan het eind wordt alles steeds groter en 

Op het grote witte schilderij staat een groot wit huis.
Er slaapt een klein meisje in het grote witte bed in het grote witte huis.




Hé, schiet Witje wakker. 'Dat meisje ben ik.'

En daar eindigt het verhaal, dat eigenlijk geen verhaal is. Of twee verwante verhalen ineen: in beelden en in woorden.

Uit de nawoorden van de twee makers blijkt dat ze door kleur in wit zijn geïnspireerd. We hebben hier een verhaal waarvan het thema kleur is, een letterlijk zichtbaar gemaakt thema.
 
Ik citeer Paul de Moor:
'Op een dag zag ik een paarse schijn over een modderige akker. De stammen van de populieren waren rood. De zon zakte in de winter. Paarse akkers en rode bomen? Ik wreef mijn ogen jit, er was beslist iets geks mee. Het begon te sneeuwen en ik zag blauw in het wit. Een mooi fris en zacht blauw, gewassen door de sneeuw. Die dag zag ik dat wit veel kleuren is en dat zwart veel kleuren is en dat veel kleuren veel kleuren zijn. En ik herinner me hoe blij ik was dat ik dat zag.'

En Kaatje Vermeiren:
'Mijn werkkamer is wit. De oude muren bedekt met resten van kleuren uit het verleden. Ik koester ze, ze geven me inspiratie.'

Het leverde me een van de dromerigste boekjes op die me de laatste tijd onder ogen kreeg.
Eigenlijk gaat het nergens over, toch nodigt het uit tot herlezen, bladeren kijken.

Het gaat over kleur. En misschien over eenzaamheid.
 
 

Moor, Paul de, en Kaatje Vermeiren. Witje. Leopold, 2021. ISBN 978 90 258 8028 6, 56 p.
 
NB. Bij het lezen van een stuk over Bluets van Meggie Nelson dacht ik meteen aan Witje.
 
 

zondag 23 mei 2021

Begin invasie van rovers waargenomen

Dat het Nederlands steeds meer woorden ontleent uit het Engels is geen verrassing meer. 
 
Toch vond ik het leuk het mogelijke begin van zo'n ontlening (toegegeven: invasie is erg suggestief) waar te nemen. NRC 22-5-2021 bevatte een berichtje over het voertuig dat een week daarvoor vanuit China op Mars landde, 'Vuurgod uit China veilig geland op Mars'. 
Dat gaat over de 'Marsrover' (daar begint het!) Zhurong (ofdwel Vuurgod).
De 'kar' heet-ie even verderop. Maar na een passage over mislukte landingen wordt gerept over een 'lander met rover' die al in 2019 vanuit China op de achterkant van de maan landde.
'Hun Zhuron-rover lijkt op de vorige generatie Mars-rovers van de NASA'.

Rovers? Wat doen die voertuigen dan? Roven ze gegevens? Stenen?

We hebben, denk ik, te maken met de overname van het Engelse woord rover, zwerver. 'I've been a wild rover, for many a year.'
Eigenlijk zou de kar dus Mars-zwerver moeten heten.
Nam ik hier het begin van een invasie waar? Ik wacht af als het om het woord gaat. Dat er een (bescheiden) invasie op Mars gaande is, lijdt geen twijfel.

zaterdag 22 mei 2021

Tony Blair:
 
All this is happening against the backdrop of a real-world transformation. 
We are living through the most far-reaching upheaval since the 19th-century Industrial Revolution: a technology revolution of the internet, AI, quantum computing, extraordinary advances in genomics, bioscience, clean energy, nutrition, gaming, financial payments, satellite imagery – everything, every sphere of work, leisure and life is subject to its transformative power. 
The question is how it is used: to control humanity or liberate it, to provide opportunities for those presently without opportunity, or to put even more power, wealth and opportunity in the hands of those already well off.

This is the central political challenge of our time, and those who understand this revolution, show how it can be mastered for the benefit of the people, and harness it for the public good, will deservedly win power. 
It is a challenge tailor-made for the progressive cause. It requires active government; a commitment to social justice and equality; an overhaul of public services, particularly health and education; measures to bring the marginalised into society’s mainstream; and a new 21st-century infrastructure.  

Het citaat komt uit een vlammend artikel in New Statesman mei 2021.

Dit artikel zou verplicht leesgoed moeten zijn voor Lilian Ploumen, Jesse Klaver, Laurens Dassen en Lilian Marijnissen. Ja, ook voor Sigrid Kaag.