Zoeken in deze blog

vrijdag 17 november 2017

Een schip met een gewei

Er zijn van die boeken die er veelbelovend uitzien.
Zo ziet De reis van Vos er fantastisch uit. The Fan Brothers (Eric en Terry Fan) kunnen prachtig tekenen. Een schip met een gewei, alleen het idee al.



De binnenzijde en de schutbladen tonen een kaart van een denkbeeldig gebied, met mooie suggestieve namen als de Lagune van Smaragd, de Mistige Bergen, de Spookheuvels, Wenfusel, Kaap van de Goede Bedoelingen, Doolhof der Scherpe Rotsen en Carr Eiland. En het stippellijntje van de route die het schip leidt, tussen al die mooie namen door, dwars door de Doolhof, naar het Eiland van de Lekkere Bomen.

 


Dat kietelt de verbeelding, maar helaas: heel veel mogelijke reisdoelen blijven in het verhaal verder ongenoemd, onbezocht. Dat vind ik jammer.

Op de dag dat het hertenschip verscheen, zat Vos na te denken over de wijde wereld.

Dat maakt ook benieuwd. Maar Vos denkt niet zozeer over de 'wijde wereld', maar over zeer uitleenlopende zaken:

Waarom word je van sommige liedjes blij en van andere verdrietig?
Waarom praten bomen nooit?
Zinkt de zon die ondergaat helemaal naar de bodem van de zee?

Waarbij het dan wel grappig is dat de andere vossen dat ook niet weten en zó antwoorden:

'Wat heeft dat met kippensoep te maken?' vroegen ze.

Zo kennen we onze medevossen weer.

Het hertenschip blijkt verdwaald en de drie herten zoeken bemanning. Op de kade staan met Vos een eland, een beer, een schildpad, een das, twee meeuwen en een stel duiven waarvan een met een geknoopte doek als hoofddeksel. De beer grijpt het hert niet, de vos laat de duiven leven: op de genoemde kippensoep en wat verorberde mossels na eten de beesten in dit verhaal geen andere beesten. Het zijn, zoals zo vaak in de jeugdliteratuur, vermomde mensen, die kunnen denken en praten, en zeilschepen besturen. De herten zijn helemaal knap: ze eten soep, maar grazen ook.

Onderweg regent het, ze blijken geen van allen goede zeelieden, ze eten een 'warme en verkwikkende soep' (groentesoep, zo te zien, maar mét mosselen voor Vos en brood voor Duif c.s.), ze bestuderen de kaart en mikken op het Eiland van de Lekkere Bomen. (Waarbij ineens ook een muis te zien is. Kijkt Vos nu op die kaart of naar die muis?)




Op weg. De duiven loodsen hen veilig door de scherpe rotsen en onderweg verslaan ze nog zeerovers.




Op het eiland genieten ze even van de rust, maar Vos vindt geen andere vossen om zijn vragen aan te stellen en stelt ze dan maar (en dan pas!) aan zijn medereizigers.
Dat levert dit vervolg op.




Vos haalde diep adem. 'Vinden eilanden het fijn om alleen te zijn?
Lijken golven meer op paarden dan op zwanen?
En hoe vind je een vriend om mee te praten?'
'Die laatste vraag is makkelijk,' zei de hertenkapitein. 'Vrienden vind je door samen te eten.'
'Daar ben ik het niet mee eens,' zei Duif. 'Vrienden vind je door samen avonturen te beleven.'
'Misschien hebben jullie allebei wel gelijk,' zei Vos.
'Maar ik denk dat je vrienden krijgt door vragen te stellen.'

Mooie frase, maar die wordt niet uitgewerkt, tenzij impliciet door wat volgt.

'Luister eens,'zei de kapitein nadenkend. 'Zullen we morgen naar huis gaan? Of zullen we eerst naar het Eiland van de Heerlijke Heesters varen?'
'Zijn twee avonturen genoeg?'vroeg Duif. 'Of zullen we er nog een doen?'
'Is het fijn om te weten wat er gaat gebeuren?' vroeg Vos zich af. 'Of is het beter om je te laten verrassen?'
Hij glimlachte. 'Er zijn nog zoveel vragen zonder antwoord, en nog zoveel vragen om te stellen.'
De volgende morgen lichtten ze het anker en hesen ze de zware zeilen. 
Ze wisten nu dat de wind kwam en ging, dat de wolken steeds veranderden en soms hun regen lieten vallen en dat alles waar ze naar zochten, kon worden gevonden aan boord van een schip met een gewei...
... dat op weg was naar waar dan ook naartoe.

Einde.
Mooi verteld - en vermoedelijk goed vertaald, het bekt in ieder geval lekker. (Maar ik heb de originele tekst niet bekeken.)
Toch bleef ik wat teleurgesteld zitten. Al die gemiste bestemmingen. Het onuitgewerkte gebrek aan zeemanschap. De op het eind na afwezige onderlinge betrekkingen. En waarom een vos, herten, duiven: die keuze lijkt blind toeval. Het ging me net wat te te snel, dit verhaaltje. Ik had iets meer verwacht.




Slater, Dashka, en The Fan Brothers. De reis van Vos. Leopold, 2017, vertaling Rindert Kromhout. ISBN 978 90 258 7411 7, 44 p.

maandag 13 november 2017

Kunst?

Tja, wat is kunst? Lastige vraag.
Neem nou een omgedraaide piespot.

  

Zo start Kunst? Marcel Duchamps Fontein 1917-2017 van Ted van Lieshout.
Volgende pagina's: een schilderij in een lijst, 'een lijst met een plaatje erin'. En dat plaatje is kunst, vanwege de lijst.




Nou nee, 'je begrijpt er niks van!'
Want om een beeld, bijvoorbeeld, zit geen lijst.

Kunst is altijd mooi bedoeld.
Of knap gemaakt.
Of er is er maar één van.

Maar ook dat blijkt niet helemaal te kloppen. Er moet nog iets mee gebeuren:




Met op de pagina ernaast een afbeelding van een massieve grijze bakstenen kubus met lijstranden.
'Dat is precies wat Marcel Duchamp 100 jaar geleden deed', aldus de verteller, en na alle rumoer dat zijn handeling veroorzaakte:

Sindsdien wordt anders gedacht over kunst. Kunst hoeft niet meer per se mooi te zijn of knap gemaakt of deftig en duur. Kunst kan en mag ook zomaar zijn: een idee. En er mag een lijst om of een sokkel onder, maar dat hóéft niet.

Honderd jaar later, zo gaat het verhaal verder, plaatste een kind een afwasborstel in een lijst, diezelfde lijst als van dat museum daarvoor. Kunst! - en de afwas bleef staan.

Moeder wilde kwaad worden, maar ze slikte haar boosheid in toen het kind zei: 'ik vind je erg lief, mama, maar het is jammer dat je geen verstand hebt van kunst.'
Toen begreep de moeder dat haar kind een kunstenaar was. Het mocht tot middernacht opblijven.

Volgt een gedicht over 'het woordje kunst' en omdat ik al genoeg geciteerd heb, zal ik dat nu eens niet doen. Erboven staat in rode letters de kop 'Kom, we gaan kunst bevrijden!'.

Weet ik nu wat kunst is? Eigenlijk nog niet. Kunst is wat we kunst noemen. Kunst trekt onze aandacht op een andere manier dan andere zaken. Maar dat zijn geen sluitende definities. We kunnen nog wel even bezig blijven...
Wel zal dit lichtvoetige boekje kinderen (van acht tot tachtig en ouder) aan het denken kunnen zetten over kunst, en afhelpen van precies die stereotypen waarmee het begint.
Dat lijkt me een goed begin.



Ted van LieshoutKunst? Marcel Duchamps Fontein 1917-2017. Leopold, 2017. ISBN 978 90 258 7382 0, 24 p.





vrijdag 10 november 2017

Koeienparadijs op aarde

Bibi Dumon Tak is begaan met het lot van dieren, dat blijkt uit haar werk. Zie bijvoorbeeld Laika tussen de sterren, Soldaat WojtekMikis de ezeljongen, We gingen achter hamsters aan en Siens hemel. Dat zijn geen droge naslagboeken, maar met passie geschreven verhalen. Ze zitten goed in elkaar en laten zich vlot lezen, en het is geen wonder dat ze er al de nodige bekroningen voor heeft mogen ontvangen.

Het koeienparadijs heeft een onderwerp dat haar op het lijf is geschreven: het Koeienrusthuis, opgezet door Bert Hollander en vanaf 1996 officieel onder beheer van Stichting De Leemweg, waarvan Bert Hollander de drijvende kracht is. 'Op dit moment telt de Leemweg 48 bewoners, van jong tot heel oud'. Koeien, welteverstaan.
Op de site van het Koeienrusthuis legt Bibi Dumon Tak uit hoe ze tot Het koeienparadijs kwam:

Met de ontsnapping van Viktoria uit het slachthuis begon mijn schrijverschap. Nadat ik de foto van Viktoria in de krant had zien staan wilde ik een boek over koeien schrijven, koeienparadijs, getiteld: De geluksboerderij. Dat was in 1998. Ik bezocht de boerderij van Bert Hollander, waar Viktoria stond in 1999, en trof daar al die aan de slacht ontsnapte dieren. Ik besloot toen een non-fictieboek over koeien in het algemeen te schrijven, met het verhaal van Viktoria en haar lotgenoot Claartje als openingshoofdstuk. 
Het koeienboek verscheen in 2001 en kreeg een Zilveren Griffel. 
Er volgden daarna nog vele boeken. Ik ontmoette honderden mensen, maar met Bert Hollander en zijn koeien ben ik altijd bevriend gebleven. (Ik kocht zelf in 2008 een koe die aan de slacht was ontsnapt en bracht haar naar De Leemweg. Ik verzorg de Nieuwsbrief voor de donateurs en zorg op die manier voor inkomsten voor de stichting. Inmiddels maak ik de Nieuwsbrief samen met Steef Liefting die ook de vormgeving deed voor dit boek.)
Toen de Leemweg vorig jaar 20 jaar bestond wilden we (Bert en ik) een boek maken over alle bewoners van De Leemweg: De geluksboerderij
Het werd hoog tijd. Claartje en Viktoria leefden nog altijd. Ze waren inmiddels de oudste koeien van Nederland. Zij lieten zien dat ontsnappen uit een slachthuis zin had. Steef Liefting bracht Hans van der Meer en mij samen, en zo maakten we gedrieën dit boek. Ik zie het als een kroon op mijn werk. De titel werd gewijzigd in: Het koeienparadijs.

Het koeienparadijs bevat 20 portretten van bewoners, koeien dus, waaronder twee dubbelportretten. Ze zijn bijzonder opgezet, namelijk alsof de koeien zelf aan het woord zijn, gevolgd door een kort tekstje met gegevens over haar of hem. Men kan zich afvragen of dat nog non-fictie is, koeien die hun eigen verhaal vertellen. Ze krijgen bijvoorbeeld wel bijzondere denkbeelden over de dood toebedeeld. Bikkel bijvoorbeeld:

Alle dieren die hier vertrekken, vertrekken in vrede. En ik voel dat ik ook bijna verhuizen zal.

Of Deci:

Ik heb de dood in de ogen gekeken. Hij stond al voor me. Wij koeien weten wanneer het onze tijd is. En mijn tijd was het. Waarom ik dat denk? Omdat de dood vaste klant was in onze stal. Om de haverklap kwam hij via de mestkelder en de roosters omhoog en nam en nam. De dood had honger en niemand van ons, echt niemand, stribbelde tegen als hij weer eens door de stallen joeg.


      Deci. 

Ik weet het, koeiengevoelens beschrijven is niet makkelijk. Wij weten niet wat er omgaat in de koeiekop, kunnen ons dat niet voorstellen, want we zijn geen koe. Het worden dus vrijwel automatisch mensengevoelens die we de koeien toeschrijven. Bibi Dumon Tak is hierin heel ver gegaan.
Geen non-fictie dus, wat mij betreft, maar de koeien die ze aan het woord laat, bestaan wel degelijk, de foto's (van Hans van der Meer) staan naast de geschreven portretten en wie dat wil, kan ze bezoeken - en Stichting De Leemweg steunen. Dat deel is zeker non-fictie en aangezien het helder is dat Bibi Dumon Tak met dit boek De Leemweg wou steunen, kan ik concluderen dat ze daarin glansrijk is geslaagd.


Dumon Tak, Bibi, & Hans van der Meer. Het koeienparadijs. Querido, 2017. ISBN 978 90 451 2121 5, 62 p.


dinsdag 7 november 2017

Toen ik Toen ik las

Toen ik Toen ik las, werd ik blij. Wat een heerlijk, volstrekt pretentieloos maar wel meesterlijk neergepend verhaal. Verteller is Deef, die zich meteen voorstelt:



Daar zit meteen al een grapje in, want hoe kan Deef zijn achterkant tekenen, als-ie die niet kan zien. Dat moet een ander hebben gedaan. Wie, dat vermeldt hij niet.

En daarna begint het eerste hoofdstuk. Of het eerste verhaal. Want eigenlijk is dit niet één verhaal, maar een reeks anekdotes van Deef, uit zijn leven. Dat eerste verhaal heet 'Toen ik een tekening maakte', en van zulke 'Toen ik'-s volgen er nog veertien. Het had een feuilleton kunnen zijn. Deef wordt echt niet ouder en wijzer en blijft gewoon zoals-ie is.
Uit 'Toen ik een tekening maakte' blijkt in ieder geval dat Deef niet kan tekenen, een fraaie paradox in een half getekend verhaal. Hij tekent zijn vader ('want die woont niet bij ons'):

 

Dat mislukte mannetje gaat vervolgens te keer tegen Deef, begint even later te huilen en uit medelijden tekent Deef dan een mooier mannetje, met wel vier armen.



Einde verhaal. Volgt 'Toen ik een duif vond'. Maar ik ga die verhalen natuurlijk niet zo uitgebreid beschrijven als ik dit eerste deed. Het lijkt me zo voldoende om een indruk te geven hoe Deef zijn anekdotes beschrijft, en hoe zijn schepper die verhaaltjes vol speelsheid heeft gestopt.
Het derde verhaaltje heet bijvoorbeeld 'Toen ik iets moest worden'. Want



En die speciale schrijfletter voor uitspraken van zijn moeder vinden we het hele boek door. Passeert een reeksje beroepen en vooral onderzoeker lijkt hem wel iets. Of toch brandweerman.

En zo gaat het verder:
'Toen ik de bus miste',
'Toen ik wat leuks ging doen' (met zijn vader, die weer een eigen handschrift krijgt),



'Toen ik een woord niet wist',
'Toen ik van de hoge sprong',
'Toen ik niet kon kiezen',
'Toen ik een spreekbeurt hield' (over de Javaanse tijger, en halverwege kwam er een uitgestorven tijger de klas binnen, lekker absurd en ik toon het niet, ga zelf naar de winkel en kijk op p. 57, en koop het boek),
'Toen ik me verveelde',



'Toen ik een stripverhaal las'

De held in mijn stripverhaal overwon de vijand.
Hij overwon die zo goed dat er geen vijand meer was.
En daarna ging hij naar huis om te eten.
Hij at het liefst gehaktballen.
Ik bedacht mezelf het verhaal in.
Maar telkens als ik op een plaatje kwam,
was de held al op een ander plaatje.
(Voor de plaatjes hierbij: op naar de boekwinkel.)

'Toen ik iets niet durfde zeggen' (tegen zijn vader, en uiteindelijk toch wel),
'Toen ik een spelletje verloor',
'Toen ik een club oprichtte', en ten slotte
'Toen ik van alles moest'. En hij een 'grote jongen' uit een kuil hielp die twee keer hard riep 'IK MOET NIKS'.

Mooie titels, alles dicht bij huis, en iedere anekdote ontspoort prettig en zeer onderhoudend. Stel, ik had nog nooit van Joke van Leeuwen gehoord, dan zou dit boekje me meteen voor haar hebben gewonnen. Nu ken ik toevallig wél ander werk van haar, maar ik weersta de recensentenverleiding om Toen ik te gaan vergelijken, in haar oeuvre te plaatsen en iets als een rangorde te maken.
Natuurlijk, toen ik Toen ik had geopend herkende ik het in één oogopslag als een boek van Joke van Leeuwen. Onmiskenbaar. In die zin is het geen buitenbeentje en ook niet echt nieuw - maar wel heel goed.





Leeuwen, Joke van. Toen ik. Querido, 2017. ISBN 978 90 451 2102 4, 96 p.








zondag 5 november 2017

Djinns en meer

Imme Dros bewerkt graag klassieke verhalen: de Odyssee, de Ilias, oude Griekse mythen, Repelsteel, de fabels van Aesopus. En daaraan voegde ze onlangs verhalen uit de Duizend-en-een-nacht toe.
Bewonderenswaardig!
En ook vermakelijk voor een volwassen lezer, want het is duidelijk dat kooplieden, koningen en djinns er de dienst uitmaken. Vrouwen zijn een soort toetje, fijn om mee te vrijen, om de haard brandend te houden en om zoons voort te brengen. Hoe leg je dat je jonge lezers uit? Niet echt het soort verhalen om in 'Me Too'-tijd mee voor de dag te komen. En wat dééd die Sjahriar eigenlijk met die vrouwen in bed...?



Nou, dát zeer waarschijnlijk -  ongeveer hetzelfde wat Sjahriars vrouw met de slaven deed, fraai geïllustreerd door illustratrice Annemarie van Haeringen. Sjahriars vrouw deed dat (in tegenstelling tot die vrouwen die Sjahriar later in zijn bed liet belanden) zeer vrijwillig, overigens:

Twintig bijvrouwen trokken evenveel slaven naar binnen
en in hun midden liep de bevallige vrouw van de koning,
ook al met een slaaf aan haar hand. En tussen de bloesems
gaf het gezelschap zich over aan het spel van de liefde.

Aan de eventuele voorlezer om het jonge publiek uit te leggen wat ze zich moeten voorstellen bij het spel van de liefde. En waarom de arme vrouw even later zo nodig onthoofd moest...


Maar afijn, deze verhalen speelden dan ook heel lang geleden en in heel andere streken. Zo'n soort uitleg. Djinns zijn verdwenen, koningen zijn niet meer wat ze waren en kooplieden reizen niet meer zo inspannend als toen, ze nemen gewoon het vliegtuig.

Vrouwen hebben een geduchte inhaalslag geleverd - en het aardige van deze verhalen is dat Sheherezade zo'n vrouw is. Ze staat haar mannetje, zou je haast zeggen, als dat niet wat paradoxaal was. Zo vormen deze verhalen ondanks de mannelijke dominantie toch een soort ode aan de vrouw.

Bovenal echter zijn ze een ode aan de kunst van het verhalen vertellen, want zó redde Sheherazade haar leven. Bij iedere nacht, dat wil zeggen iedere keer als ze ophoudt, staat een vignetje. Als ik goed geteld heb (ik kán er eentje zijn overgeslagen), doet ze daar volgens Imme Dros 44 nachten over - beslist geen 1001. Haar Sheherazade is dus nog knapper dan de voorgaande.

Nu heb ik de vertalingen van de 1001-nacht nooit gelezen en alleen te hooi en te gras kennis genomen van enkele verhalen, ik vermoed dat die 1001 vooral staan voor veel nachten, want er is nogal wat variatie in de aantallen in diverse geschriften.
Letterlijk genomen klopt het dus niet hoe het verhaal eindigt:

En toen ze trouwden na duizend-en-een-nacht, vierde het volk van
volle maan tot aan volle maan een weergaloos feest met
onbeperkt eten en drinken en vrolijk zijn, alles bekostigd
door de koning der koningen Sjahriar. En daarvan kwamen
uiteraard kinderen en ontelbare nieuwe verhalen.

Of dat laatste uit de koker van Imme Dros komt of niet, ik weet het niet, maar het is wel een passend einde.
Overigens gingen er volgens deze versie drie jaar vooraf aan de eerste nacht met Sheherazade. In die drie jaar had de koning der koningen alle voorhanden meisjes in zijn bed gehad en onthoofd, wat te denken geeft over de totale populatie van zijn rijk. Maar drie jaar zijn al meer dan 1000 nachten, dus die tellen niet mee.

In een nawoord schrijft Imme Dros dat ze in een soort metrum heeft geschreven, maar dat we daarvan als het goed is niets merken, het zou moeten lezen als proza.
Dat klopt, wat mij betreft, en het is soepel proza - die Shererazade kan er wat van, ze krijgt van de anonieme verteller (laten we haar Imme noemen) effectief de juiste woorden in de mond gelegd.
Fraai en waarschijnlijk uniek aan deze bewerking is hoe de koning de laatste nachten en dagen beseft dat hij een misdaad heeft gepleegd. Zie p. 162:

Maar hij kon wat ze had gezegd overdag niet vergeten.
Had hij ook zelf het geluk nooit in zichzelf kunnen vinden?
En had hij al die dagen dat hij een vrouw liet onthoofden
niet juist zichzelf bedrogen uit angst om te worden bedrogen?
Hoe zou hij ooit nog kunnen goedmaken wat hij alleen had 
kunnen doen omdat hij als koning boven de wet stond?
Nu drong het pas tot hem door dat niemand boven de wet staat,
zeker een koning der koningen niet. En door Shererazade,
die hem dat alles met haar verhalen duidelijk maakte,
kon hij beginnen eerst met zichzelf in het reine te komen,
door vergeving te vragen aan Allah en aan de bevolking.

Waarachtig, een katharsis! Ergens rond de veertigste nacht en zie hierna ook bv. p. 167, p. 172-173. Die leidt naar het gelukkige einde dat boven beschreven staat. Eind goed al goed, alleen jammer van al die onthoofde meisjes. Maar zo gaat dat soms in verhalen.

Over de selectie van verhalen zal ongetwijfeld door schriftgeleerden getwist kunnen worden. Zo nemen de verhalen van Sindbad de Zeeman (eigenlijk koopman) veel ruimte in, terwijl die niet voorkomen in de eerste Arabische verzamelingen. Ze werden toegevoegd door Antoine Galland, net als 'Ali Baba en de veertig rovers' en 'Aladdin en de wonderlamp'. Maar gezien de variatie in oudere verzamelingen is dat geen punt. Hoogstens kun je juist betreuren dat die laatstgenoemde verhalen niet in Imme Dros' versie staan.
Imme Dros baseerde zich niet op de Arabische teksten maar op de Engelse vertalingen die bij haar in de kast staan: die van John Payne en Richard Burton. Niet de minsten. De vertaling door Richard van Leeuwen gebruikte ze niet, om 'een simpele reden': ze had hem niet en hij was uitverkocht. (Dat is-ie nog, maar tweedehands zijn er wel delen verkrijgbaar.)
Hoe dan ook vind ik dat Imme Dros met deze bewerking knap werk heeft verricht. Hulde.



Dros, Imme. En toen, Sheherezade, en toen? Uit de verhalen van Duizend-en-een-nacht. Met tekeningen van Annemarie van Haeringen. Leopold, 2017. ISBN 978 90 258 7296 0, 188 p.










maandag 30 oktober 2017

Rekenen en wiskunde

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat rekenen en wiskunde niet hetzelfde zijn. Maltha Studiecoaching geeft me gelijk:

Wiskunde en rekenen houden zich beide bezig met het oplossen van cijfermatige opgaven. Toch is er wel degelijk verschil tussen wiskunde en rekenen. Allereerst is rekenen iets dat je in het dagelijks leven nodig hebt. Denk maar eens aan klok kijken of contant betalen. Bij het vak rekenen wordt ingegaan op de basisvaardigheden, zoals optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen. Bij wiskunde worden patronen en structuren bestudeerd, waarbij meer inzicht van de leerlingen gevraagd wordt.

En een Nederlandse minister liet het in 2010 zo formuleren:

Bij wiskunde gaat het doorgaans om het bedenken van een oplossingsproces, rekenen wordt in het voortgezet onderwijs beschouwd als het uitvoeren van een berekening als de oplossing van het wiskundige probleem is gevonden.

Op een Amerikaanse site vond ik het zo geformuleerd:

My favorite quick answer is…
“Arithmetic is to mathematics as spelling is to writing.”

The dictionary definitions of these two bodies of learning are:

a·rith·me·tic
(1) the branch of mathematics that deals with addition, subtraction, multiplication, and division,
(2) the use of numbers in calculations

math·e·mat·ics
(1) the study of the relationships among numbers, shapes, and quantities,
(2) it uses signs, symbols, and proofs and includes arithmetic, algebra, calculus, geometry, and trigonometry.

The most obvious difference is that arithmetic is all about numbers and mathematics is all about theory. 

Overlap is er natuurlijk ruimschoots.
Dus snap ik wel dat een Nederlandse uitgeverij de titel How to be good at maths - the simplest ever visual guide (Dorling Kindersley, 2016) in vertaling bracht als Het grote wiskundeboek. (Op de voorkant met streepje, zie onder, op de titelpagina zonder streepje tussen wiskunde en boek.)
Maar helemaal juist vind ik het niet. Want Het grote wiskundeboek is nu juist vooral een praktische handleiding rekenen, met weinig achtergrond.

Die handleiding begint al op de schutbladen, met tabellen en de tafels van vermenigvuldiging. De inhoud is verdeeld in Getallen, Rekenen, Meten, Meetkunde, Statistiek en Algebra.
Er zit dus wel degelijk enige wiskunde in, maar zelfs het hoofdstuk Algebra (overigens van oorsprong een Arabisch woord) begint met de drie rekenwetten, en dan formules en reeksen.

Misschien is het ook te veel verwacht om in een boek voor kinderen iets te willen vinden over wat getallen eigenlijk zijn. Het komt niet verder dan

Al duizenden jaren lang gebruiken mensen in hun dagelijks leven getallen - om te tellen, te meten, de tijd te weten of dingen te kunnen kopen en verkopen.

Dat is lekker praktisch en geheel waar. Maar wat ís twee eigenlijk? Geen ding, geen levend wezen. Iets als geluk? Of een kleur? Een eigenschap, een hoedanigheid? Maar het is onzin om te zeggen dat ik twee ben. Iedereen ziet het grappig ongerijmde van

Ik wou dat ik twee hondjes was.
Dan kon ik samen spelen.

(Zie hier.) Twee zijn, dat gaat niet, maar

Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust

... dat gaat wel en Marie-Antoinette bestond op het moment dat haar hoofd eraf rolde ook uit twee delen. Of bestond ze niet meer op dat moment?

Als je een stokje voor je legt en je legt er eentje naast, dan zie je twee stokjes. (Het Babylonisch spijkerschrift en het Romeinse cijfersysteem geven dat ook aardig weer.)
 

Neem je die stokjes weg, dan zie je nul stokjes. Maar als je in het geheel niet met stokjes bezig bent, zie je dan ook nul stokjes? Nul is het lastigste getal en een zwart gat, alles wat je met nul vermenigvuldigt wordt nul. Je kan er beter niet aan denken om alles met nul te vermenigvuldigen, en het is niet gek dat 't het laatste getal is dat werd bedacht.
Het vergt wat verbeelding, want eigenlijk gaat nul over iets wat er niet is maar wel had kunnen zijn. Ik vind het mooi dat het teken voor oneindig als je door je oogharen kijkt bestaat uit twee aan elkaar geplakte nullen.


Dit soort overwegingen had ik eigenlijk wel verwacht, net als het een en ander over verzamelingen en categorieën, en over bewijzen. Een beetje zoals De telduivel dat deed, in het gelijknamige boek van Hans Magnus Enzensberger, of het Het wiskundehondje van Margriet van der Heijden.

Het grote wiskundeboek is een heel praktisch boek. Grafisch sterk, met zijn vele afbeeldingen, helder lettertype, kleurtjes. Heel veel uitleg. Register, woordenlijst, tabellen...
Maar het is niet onderhoudend. De stem van de verteller ontbreekt.



Het grote wiskundeboek. Ploegsma, 2017. ISBN 978 90 02 26463, 320 p. Oorspr. How to be good at maths - the simplest ever visual guide, Dorling Kindersley, 2016.

NB. De auteur wordt niet vermeld op voorkant of titelpagina, wel onder het Voorwoord. Ze heet Carol Vorderman. In de oorspronkelijke uitgave wordt ze wel vermeld.

Zie ook Wiki. Daar staat te lezen:

Vorderman has had newspaper columns in The Daily Telegraph, and in the Daily Mirror on Internet topics. She has written books on Detox diets. Her No 1 Bestseller was Detox For Life, produced in collaboration with Ko Chohan and Anita Bean and published by Virgin Books, which sold over a million copies.
Many school textbooks have been published under her name, chiefly by Dorling Kindersley in series such as English Made Easy, Maths Made Easy, Science Made Easy and How to Pass National Curriculum Maths. 

In hoofdzaak doet ze tv-presentatiewerk.
Al lezend begon ik te begrijpen waarom Ploegsma haar naam wegliet...






vrijdag 6 oktober 2017

Dag Querido

Dit blog is geen nieuwsblog. Uitzondering maak ik voor nieuws dat ik nergens anders geplaatst vind, zelfs niet op Leesplein, of voor nieuws dat ik wel heel opmerkelijk vind. Andere bloggers doen meer aan nieuwsvermelding.
Zo is het m.i. beslist opmerkelijke nieuws over de zes vertrekkende redacteurs en (nu) zestig auteurs van Querido Kind al aan de orde geweest, o.a. in NRC, op Leesplein, op Kjoek?, bij Ted van Lieshout (d.d. 26-9-2017), en vast nog tal van andere media.
Ik ben voor nieuwsgaring te sloom. Soms kom ik dagenlang (of zelfs wekenlang) niet toe aan mijn blog. Dat laat ik graag zo. Er is al genoeg redundantie in de wereld.

De uitzondering maak ik voor dit nieuws omdat het iets toont van de band tussen auteur en redacteur. Die is vaak hechter dan die tussen auteur en uitgever.
Verder is het opmerkelijk dat de auteurs met hun actie willen afdwingen dat Querido Kind alsnog wordt verkocht aan Singel Uitgeverijen. Die firma had al een bod uitgebracht, maar dat is door WPG afgewezen. Zo'n auteursactie komt niet vaak voor. Ben benieuwd hoe hij afloopt.

Voorts vind ik het opmerkelijk omdat het toont hoe onhandig het was van WPG om Querido wel en Querido Kind niet te verkopen aan Singel Uitgeverijen.
Alsof er zo'n waterdichte scheiding te maken valt tussen boeken voor volwassenen en voor kinderen. Die scheiding is er in de handel wel, maar in kunstzinnig (literair) opzicht is die vaak geforceerd en ook voor veel non-fictie geldt dat die van waarde is voor lezers van 8 tot 80 - bij wijze van spreken.
Bovendien is lijkt het me voor de marketeers van beide bedrijven een hoofdpijnzaak dat één naam van faam (Querido) verdeeld is over twee elkaar beconcurrerende bedrijven.


donderdag 5 oktober 2017

Op zoek naar geluk

Nee, ik ga geen recensie schrijven over Wie (niet) reist is gek van Ap Dijksterhuis, hoewel ik dat volgens mij wat rommelige, erg redundante maar soms wel vermakelijke boek onlangs met enig plezier (en soms ergernis) las.
'Uit meer en meer psychologisch onderzoek blijkt dat we ons eigen geluk voor een aanzienlijk deel in eigen hand hebben, maar dat er ook veel misverstanden bestaan over waar we wel en niet gelukkig van worden', schrijft professor Ap Dijksterhuis op zijn (hier en daar slecht bijgehouden) website.
In Wie (niet) reist is gek schrijft hij ergens dat veel reizigers op zoek zijn naar een soort Shangri-La, een aards paradijs. Op zoek naar geluk, dus.
Of dat waar is, laat ik ter overdenking aan de lezer, maar ik kan zijn bewering goed gebruiken als opstapje naar het boek dat ik wél wil bespreken.

Op haar geheel eigen wijze beschrijft Marit Törnqvist zo'n speurtocht in Het gelukkige eiland. Een verhaal met heel weinig tekst en veel beelden. Zo begint het:

Op een vlot
gebouwd van wrakhout
voer een meisje.

Ze was op weg
naar de horizon.



Nu is de horizon niet per se het geluk, maar na enige omzwervingen:

Op een dag
was de stilte terug,
de zee weer rimpelloos.
En middenin de zee
zag ze een houten bord.
Ze voer erheen en las.

H E T  G E L U K K I G E   E I L A N D

Daar wilde ze naartoe!

De horizon kon wachten.

Dat eiland vindt ze en het is een mooie ontknoping van het verhaal.
Het is zeker niet het Shangri-La van andere gelukszoekers, want het is er leeg. Geluk is: kunnen bedenken wat er allemaal zou kunnen zijn, in je eentje.





Dit is opmerkelijk: het naamloze meisje (dat we wellicht kennen uit Een klein verhaal over liefde) doet het alleen. Ze is en blijft alleen, al komt ze op haar reis diverse eilanden vol mensen tegen. Al snel na het begin:

Opeens was ze niet meer alleen.
Ze zag oude bekenden
en nieuwe gezichten.
Rare snuiters
en vreemde vogels.

Die passeert ze allemaal, want niemand kon haar zeggen waar de horizon was.

Dan komt ze dat houten bord tegen. Ze gaat op zoek naar het gelukkige eiland.
Daarna komt ze een reeks eilanden tegen die ondanks ogenschijnlijk tevreden bewoners niet aan haar ideaal voldoen.

Bijvoorbeeld:

Ze voer naar het eiland van diepe gedachten
en naar het eiland van altijd feest.
Ze kwam bij het eiland van vrijheid en blijheid
en bij het eiland van samen sterk.

 


Niet alleen die 'diepe gedachten' en 'samen sterk' (of 'vrijheid en blijheid'?) worden gesierd met een afbeelding, de vele andere eilanden vind je ook terug.
Haar tocht wordt grotendeels verteld in beelden. Zo'n 50 prachtige, droomachtige beelden, waarvan enkele dubbelpagina, die veel meer vertellen dan de rond 150 woorden (geschat) van de tekst, al maken ze die niet overbodig.

Alleen zijn als essentie van geluk wordt nog benadrukt door:

Na lang zwerven over zee
klonk er opeens een melodie.
Zo herkenbaar.
Zo vertrouwd.
Ze zag een eiland als een spiegel
waar iemand op haar wachtte.

Hier mocht ze voor altijd blijven
en haar leven delen.




Maar dat valt uiteindelijk tegen, want 'het delen ging steeds slechter en voor altijd was te lang'. Ze vertrekt en vindt dan dat eiland voor haar alleen.

 


Je zou in de verleiding kunnen komen om te denken dat er parallellen zijn met het leven van de auteur, maar daarover is (zeer verstandig) niets openbaars te vinden. Het zou een troostrijk verhaal kunnen zijn voor wie net een breuk in haar of zijn relatie heeft ervaren.
Sowieso is het een mooi en wijs verhaal - vind ik. Mooi om voor te lezen aan, te bekijken en te bespreken met kinderen, maar voor iedereen ook een prachtig verhaal voor op het nachtkastje, om herhaaldelijk te bekijken.



Marit Törnqvist. Het gelukkige eiland. Querido, 2017. ISBN 978 90 451 2098 8.

PS. De afbeeldingen in deze bespreking staan met opzet niet in volgorde. En het zijn scans, dus doen ze a priori geen recht aan de kwaliteit van het drukwerk. Wie ze ten volle wil savoureren, zal toch echt het boek moeten kopen. Er is een trailer op Youtube (met muziek van Marion von Tilzer) die een indruk van de beelden geeft, maar let op, de teksten die daarin verschijnen zijn niet die van het boek.








zaterdag 16 september 2017

Sponsors gezocht

Een mooie bijdrage van Ted van Lieshout op zijn blog:

Na drie jaar al besluit Bruna om de Woutertje Pieterse Prijs niet meer te ondersteunen. Gezien het eclatante enthousiasme van de mensen van Bruna die meewerkten aan de organisatie van de prijs, komt het voor mij als een totale verrassing. En het is nieuws dat niet alléén komt, want ook in Vlaanderen wordt hevig beknibbeld op de prijzen: dit jaar worden de Boekenleeuw en Boekenpauw niet uitgereikt, waarschijnlijk niet uit onwil, maar omdat de participanten het niet eens kunnen worden over de een of andere reorganisatie.
Afgelopen week nog benadrukte Robbert Dijkgraaf in DWDD dat er te veel en te hard getrapt wordt op de rem van de verbeelding. Het is tegen dovemansoren gezegd. Iedereen zégt wel dat verbeelding, kunst en cultuur belangrijk zijn, maar onderneemt geen actie. Hoe kan het dat er economische bloei is, maar juist een alarmerende verschraling in de kunstsector?
Er moeten welwillende, welgestelde mensen en organisaties te vinden zijn die hun geld en naam kunnen en willen koppelen aan zoiets belangrijks als het geschenk van de verbeelding, de broodnodige kunstzinnige ontwikkeling van kinderen, de noodzakelijke cultuuroverdracht – o, waar zijn de mecenassen van de huidige tijd? Meld u bij de organisatie van de Woutertje Pieterse Prijs!
Waarvan akte!

Zie Leesplein over dat nieuws over de Boekenleeuw en de Boekenpauw. Het nieuws (d.d. 31 augustus 2017) in Boekblad staat hier, maar voor het volledige artikel moet je abonnee zijn, en dat geldt ook voor het nieuws (d.d. 8 september 2017) over de Woutertje Pieterse Prijs.
Vreemd is dat er op Boek.be niets te vinden is over het niet uitreiken van Boekenleeuw en Boekenpauw. Al staat er bij die van 2016 wel:

Ondanks recente onheilstijdingen worden deze belangrijke ‘prijsbeesten’ ter ondersteuning van onze kinder- en jeugdauteurs en illustratoren ook dit jaar opnieuw uitgereikt! Boek.be onderhandelt momenteel met nieuwe, enthousiaste ondersteunende partners die het mogelijk maken om deze gegeerde prijzen komend najaar, tijdens de Boekenbeurs, uit te reiken.
Meer concrete informatie volgt, zodra beschikbaar.

Die 'concrete informatie' is kennelijk nog steeds niet 'beschikbaar'
.
Ook Kjoek houdt er mee op, eveneens om financiële redenen, zie hier. Maar maker Richard Thiel gaat wel door met een blog.

donderdag 14 september 2017

Wat is echt

Edward van de Vendel moet een fijne neus hebben gehad voor het thema van Kinderboekenweek 2017 ('Gruwelijk eng!') óf een telefoontje hebben gehad van zijn uitgever: zou je niet...
Want De grote verboden zolder verscheen precies op tijd voor de Kinderboekenweek en dat lijkt me geen toeval. Op het omslag van mijn recensie-exemplaar prijkt bovendien een sticker: Kinderboekenweek Tip.
Voor de goede orde: daar is niets mis mee. Ook auteurs en uitgevers willen brood op de plank en dus willen ze boeken verkopen, liefst zo veel mogelijk.
Het geeft zo'n verhaal wel een associatie van in-opdracht-geschreven, maar ook zulke verhalen kunnen heel goed zijn. Sterker, er verschijnt een continue stroom niet in opdracht verschenen verhalen die wat mij betreft niet hadden hoeven verschijnen.

De grote verboden zolder mag er zijn. Een mooi spookverhaal met subtiel spel rond werkelijkheid en schijn, waarin vriendschap en wrange levenservaringen overtuigend zijn vervlochten.

Er is met De grote verboden zolder iets bijzonders. De auteur wil ons laten geloven dat het verhaal waar gebeurd is en tegelijk dat een deel van het verhaal misschien toch gedroomd of gefantaseerd. De verteller heet Eddie, dat om te beginnen. Lijkt erg op Edward.
Na afloop van het verhaal volgt een nawoord, 'Veertig jaar later', dat de suggestie wekt dat Eddie identiek is aan de schrijver, dat het verhaal waar gebeurd is maar ook daarin twijfel over een deel dat misschien toch ingebeeld was. Hij heeft een mailwisseling met Linea, die Eddie via haar dochter (!) op het spoor komt, want die las een van zijn boeken. Linea is het meisje dat Eddie meevoert naar de grote verboden zolder. Hij vond, meldt hij 'veertig jaar later', een boek waarin Linea tekeningen had gemaakt, tekeningen van 'spoken en trollen'. En hij raakte in de war:

Was ze de zolder vergeten? Het enige dat ze schreef is dat ze griezeltekeningen maakte en dat ze griezelverhalen las. Maar we belééfden ze ook!
Had ze dat allemaal verkeerd onthouden?
Of heb ik het zelf allemaal verkeerd onthouden?
Daar dacht ik lang over na.

Maar uiteindelijk wist ik: het maakt niet uit.

[...]

Dus: Linea heeft de jonge Eddie laten zien wie hij kon zijn.
En de jonge Eddie heeft de oudere Eddie laten zien wie hij kon zijn.
Want zo werken de beste verhalen. Zo werken de mooiste films en games. Zo werken de belangrijkste boeken. Ze wijzen ons de weg. Ze slokken ons op. En dan begint er een leven. Ons leven.

Op p. 256, aan het eind van 'Veertig jaar later', richt de verteller zich rechtstreeks tot de lezer met een cursief tekstje dat een hele pagina voor zichzelf krijgt:

Dus:
Wat ik je hier heb verteld is van begin tot eind zo gebeurd.
De meeste mensen zullen zeggen dat ik het verzonnen heb.
Dat ik het me heb ingebeeld.
Behalve jij.
Jij zult begrijpen dat het echt was.
Echter
dan de waarheid.

'Echter dan de waarheid' is iets dat al langer aan verhalen wordt toegeschreven. Wat is echt? Wat is waar? Wat is werkelijk? Het verhaal is geen documentaire maar leidt tot een inzicht dat waarachtig ('echt') aandoet en ons zo iets over de werkelijkheid leert. Dat tekstje, overigens, staat ook op p. 5, na titelpagina en colofon.

Er volgen nog twee 'Extra's'. Eén: de tekeningen van Linea. Twee: de 'half mislukte moppen'  van de wolk, of opa, Johannes, de figuur die Linea en Eddie meevoert naar vreemde hoeken van de zolder en misschien daarbuiten.
Leuk. Laat nou in het colofon staan: 'Tekeningen Linea © Simon Vermeulen'. Wie? 'Simon Vermeulen, een van mijn oud-ABCyourselvers, tekende de tekeningen die Linea in het boek maakt', meldt Edward van de Vendel op zijn blog op 23 augustus 2017. Fijn, weten we meteen dat Linea uit het brein van Edward is ontsproten.
Sowieso een relevant stukje, dus ik citeer nog een passage:

DE GROTE VERBODEN ZOLDER vertelt het verhaal van een tienjarig jongetje dat lijkt op het jongetje dat ik veertig jaar geleden was (dus zelfs nog iets langer terug). Hij is klein voor zijn leeftijd en houdt van verhalen en van fantasie. Nou ja... fantasie? De Israëlische schrijver Etgar Keret vertelde in de documentaire die onlangs over hem gemaakt werd dat zijn fantastische vertellingen voor hem 'waargebeurd' zijn. Dat de 'creatieve leugen' voor hem soms dichter bij de waarheid komt dan de waarheid zelf. Een dergelijke overtuiging ligt ook ten grondslag aan dit boek.

Mooie toelichting. Maar een leugen die dichter bij de waarheid komt dan de waarheid? Hebben we het hier niet over twee verschillende waarheden? Zoiets als inzicht en werkelijkheid?
Nóg een stukje:

DE GROTE VERBODEN ZOLDER vindt plaats in het huis waarin ik tot mijn twaalfde woonde. Dat huis stond op de kop van de basisschool, waarvan mijn vader de hoofdonderwijzer was. Er was een zolder die zich uitstrekte over alle lokalen. Daar mocht ik niet komen, want er was geen vloer, en als we naast de loopplank stapten zouden we dwars door de lokalen vallen - dood.
We hadden ook af en toe kinderen te logeren die om de een of andere reden even bij hun ouders vandaan moesten.

Die twee basisideeën zijn gecombineerd in dit boek: Linea (12) is een raadselachtig meisje, dat opeens verschijnt in het huis van Eddie (net 10). Ze lijkt hem te negeren, totdat er 's nachts op Eddies slaapkamerdeur geklopt wordt. Daar staat Linea. Ze wil dat Eddie meekomt naar... de Grote Verboden Zolder.

Hiermee biedt Edward een introductie die mij afdoende lijkt, dus dank.

Wat er op die grote verboden zolder gebeurt, ga ik hier uiteraard niet vertellen. Het is in ieder geval spannend. Laat ik het er maar op houden dat Eddie en Linea samen de boze geesten uit Linea's leven bevechten, tot en met de verschrikkelijke Bankman, een cycloop-achtige figuur. En tegelijk overwint Eddie daarmee de angsten die zijn eigen leven soms beheersen.
En Linea, zo blijkt gaandeweg, logeert bij hen omdat haar vader even niet meer verder kan en zich opsluit. Hoe en wat, doe ik evenmin uit de doeken. Het komt wel goed (blijkt 'Veertig jaar later').

Tja, en die jonge verteller Eddie ontsnapt zo ook behendig aan de valkuil van andere jonge of heel jonge vertellers in wat met een lelijk woord soms ik-verhalen wordt genoemd: dat ze vertellen met een stijl die de hunne eigenlijk niet kan zijn, zo vaardig en soepel. Vooral als ze dan ook nog in de onvoltooid tegenwoordige tijd vertellen, als een soort verslag ter plekke.
Dít verhaal wordt immers achteraf verteld (in de onvoltooid verleden tijd) en de de verteller blijkt veertig jaar later een auteur. Daarmee wint dit verhaal ook aan waarachtigheid. Want vertellen kan-ie echt wel, zie voor prachtige staaltjes p. 36, 81 en 144, en, ach ja, overal.
Ik citeer één zinnetje, dat van p. 81:

Ze praatte overdag alleen met papa en mama, en bij het eten deed ze net alsof ik een stukje groente was dat naast haar bord terecht was gekomen.

Goed gedaan, Eddie.






Edward van de Vendel. De grote verboden zolder. Querido, 2017. ISBN 978 90 451 2069 0, 272 p.

PS. d.d. 6-10-2017. Zie voor een mooi lijstje griezelboeken (in het kader van Kinderboekenweek 2017) hier, op het blog van Richard Thiel.