Zoeken in deze blog

vrijdag 21 februari 2020

Foute kinderboeken?

Eindelijk toegekomen aan deze al lang staande tentoonstelling 'Foute kinderboeken?' in Meermanno Huis van het Boek te Den Haag, met dank aan de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur, die er een excursie heen organiseerde.



Het is goed dat er een vraagteken in de naam van de tentoonstelling is gezet, want fout en goed zijn discutabele etiketten en voor die discussie was ruimte gemaakt. Onder ons soort mensen mag er dan redelijke overeenstemming zijn, dat geldt niet voor de hele samenleving. Het wat borealer 'denkende' deel van Nederland ziet wellicht niets fouts in karikaturen van mensen met een donkere huidskleur, er is een gelukkig nog zeer kleine minderheid die heimwee heeft naar ene Adolf Hitler en het streng-christelijke deel vindt zendelingsdrift en verhalen waarin joodse kinderen worden bekeerd wellicht niet zo verkeerd. Je weet maar nooit. Angst en waanideeën heersen dezer dagen alom.

  

Amusant vond ik de opname van erotisch bedoelde boekjes van Jo Durand en anderen. Er lagen er zelfs om in te bladeren. Boekjes voor volwassenen (vooral mannen), wat u zegt, maar vele jongeren (en vooral jongens) zullen er ook in gegrasduind hebben. Fout? De eenzijdige gerichtheid op de vrouw als lust-object en de mannelijke lezer zegt vooral iets over de (toen?) heersende zeden... en bevorderlijk voor een prettige man-vrouw-relatie zijn zulke verhalen allicht nooit geweest.

  

Het waren overigens niet de enige werkjes voor volwassenen die tentoon lagen. Ook allerlei boeken over het jodendom als probleem lagen in de vitrines. En werken als deze, speciaal voor huidige volwassen aanhangers van boreaal gedachtegoed:

 

Er kan ook worden overdreven, vind ik. In de verhalen over Jip en Janneke, geschreven in de jaren '50, zijn inderdaad veel traditionele rolverdelingen te vinden, maar dat maakt ze m.i. nog niet 'fout', hooguit wat ouderwets.
Uncle Tom's Cabin kreeg in de 19e eeuw een ongelukkige Nederlandse titel (De negerhut van Oom Tom) ('De hut van Oom Tom' was beter geweest) en er valt van alles te vinden van het verhaal, maar 'fout' kan ik het niet noemen. De lezer die vindt dat hoofdpersonen in verhalen precies zijn opvattingen moeten hebben, verengt zijn blik op het leven ernstig.
Het is zelfs de vraag of vroom-christelijke personages die hun best doen om joodse onderduikertjes te bekeren 'fout' zijn, al erger ik me als heiden aan de bekeringsijver van hun scheppers en wordt het natuurlijk vervelender als groepen wegens hun geloof of 'cultuur' als minderwaardig worden weggezet - wat eigenlijk inherent is aan die bekeringsijver, dat wel.
Maar hier raken we aan het gevoelige punt van religies in het algemeen. Wie die ene religie aanhangt, zal aanhangers van die andere religies als dwalers of zondaars zien... en rustig laten dwalen en zondigen is er bij sommige vurige gelovigen niet bij. Die neiging heeft ons al veel leed berokkend. De brandstapels gloeien nog na, bij wijze van spreken.


 

Dat sommige striptekenaars en illustratoren van zwarte mensen veel raarder karikaturen maakten dan van hun blanke figuren (zie bv. de vroege uitgaven van Sjors en Sjimmie) wijst wellicht meer op domheid en onwetendheid dan op 'fout' zijn. Maar domheid en onwetendheid zijn krachtige stimulansen bij het toeschrijven van ongewenste eigenschappen aan relatief onbekende groepen. (En ook bij het toeschrijven van gewenste eigenschappen: 'zwarten zijn veel muzikaler dan blanken'. Ja hoor, mochten ze willen.)

Afijn, dat deze bespiegelingen voortkwamen uit de bezichtiging van de in omvang redelijk bescheiden tentoonstelling 'Foute kinderboeken?' toont hopelijk dat een bezoekje de moeite waard is. Kan nog tot en met 1 maart.
Bekijk dan ook meteen even de mooie kaarten van Joan Blaeu op de 2e verdieping.


maandag 10 februari 2020

De Kinderkolonie in Antarctica

Woensdag 6 september 2265, Rookbaai sáttmálans: 'De Kinderkolonie'.
Zo begint een entree in Project Antarctica en het verhaal speelt in een ver verleden want 'op deze site bent u in 2419 en vindt u het archief van de kolonisatie van Antarctica die in 2119 begon'. Zie hier). Ik kreeg het op 10 februari in de e-post. (Je kunt je daarvoor aanmelden.)

In 2419 bestaat kennelijk nog de beleefdheidsaanspreekvorm u. Er worden ook nog spelfouten gemaakt want kennelijk zijn er meerdere kolonisaties, waaronder een die in 2119 begon. Anders had er wel een komma gestaan achter Antarctica. (Nog iets melden over beperkende en uitbreidende bijzinnen?)

Die komma, dat is gezeur van een oude frik, akkoord.
Fantastisch project natuurlijk, dit 'archief', met al een aanzienlijke reeks 'verslagen' en verhalen van op dit moment een 35 auteurs, compleet met tijdlijn. Je kan er uren in ronddwalen en lezen. Het spreekt mij zeer aan, per slot ontwierp ik op mijn twaalfde al een compleet land, met taal en al. Zie ook over Project Antarctica. 'Project Antarctica ging op 21 juni 2019 van start en eindigt naar verwachting begin 2020.' Jammer...

'De Kinderkolonie': 'twee zaalbeschrijvingen in het museum van de Kinderkolonie (auteur onbekend)'.

Zaal 1.12
Een internationaal keurkorps van wetenschappers die zich aan het einde van de eenentwintigste eeuw onder de naam Los Niños del Futuro samen schaarden, werd door de autoriteiten aangesteld om zich te buigen over de prangende vraag hoe de samenleving op Antarctica ingericht moet worden om de levensvatbaarheid van de mens ook in de toekomst te kunnen garanderen.

[...]

Wilde Project Antarctica een kans van slagen hebben, dan diende het alleen bevolkt te worden met kinderen – oud genoeg om op eigen kracht te kunnen overleven.

'Zaal 1.13' bevat vervolgens een verhaal. Dat toont dat het niet helemaal goed ging met die kinderkolonie. De associatie met Lord of the Flies is niet ver weg.

De verhalen in Project Antarctica spelen uiteraard allemaal in die verre toekomst en sommige zijn rechttoe-rechtaan sf, zoals 'De oase Humboldt City, een reportage over de technologische oplossingen voor de ontberingen van Antarctica' van 'Mohamed Brinkers' (Louise Fresco en Simon Vink), andere zijn (gelukkig) minder rechttoe-rechtaan, zoals bijvoorbeeld de mooie oproep 'penvriend(in) gezocht', die Niña Weijers schreef in de stijl van een twaalfjarige ('Nathalie Brahimi').

Sáttmálans, overigens, betekent verdrag in het IJslands. Spreek uit als sautmaulans.

zaterdag 8 februari 2020

Een boek openslaan kan gevaarlijk zijn

Een citaat uit Zes maanden in de Siberische wouden van Sylvain Tesson:

De kluizenaar [...] vraagt niets en geeft ook niets aan de staat. Hij houdt zich schuil in het bos, dat is zijn bron van bestaan. Zijn afzondering betekent inkomstenderving voor de regering. Dat zou het doel van revolutionairen moeten zijn, inkomstenderving worden. Een maaltijd van geroosterde vis en bessen die je zelf in het bos hebt geplukt, is veel duidelijker een protest tegen de staat dan een demonstratie met een zee van zwarte vlaggen. Degenen die de burcht opblazen, hebben de burcht nodig. De staat is hun houvast, daarom kunnen ze er tegen zijn. Walt Whitman: 'Ik heb niets te maken met dit systeem, niet eens genoeg om het aan te vallen.' 
Op die bewuste dag in oktober, vijf jaar geleden, toen ik de Leaves of Grass van de oude Walt ontdekte, wist ik niet dat ze me naar een blokhut zouden leiden.

Een boek openslaan kan gevaarlijk zijn.

Retraite is rebellie. Wie in een blokhut gaat wonen, verdwijnt van de controlepanelen. De kluizenaar wist zichzelf uit. Hij stuurt geen digitale tekens meer, geen telefoonsignalen, geen bancaire impulsen. Het is een soort hacking, maar dan omgekeerd; hij stapt eruit.

Aldus een overdenking op 29 maart, p. 112. Een jaartal staat er niet in, maar door de vermelding in een van zijn berichten van een nieuwtje, het omkomen van een Poolse president bij een vliegtuigongeluk bij Katyn, weet ik het: 2010.
Onze vriend besloot dan wel van februari tot juli in een blokhut aan de Baikalmeer te gaan wonen, helemáál kluizenaar werd-ie niet. Ten eerste nam hij een mooie voorraad spullen uit de bewoonde wereld mee, inclusief zonnepanelen en satelliettelefoon, ten tweede komen er regelmatig gasten langs (vooral vissers) en gaat hij zelf ook enkele keren op pad naar de buren - die dan wel tientallen kilometers verder wonen. Die bezoekt hij te voet!
Hij mag dan wel geen kluizenaar in strikte zin zijn, dat neemt niet weg dat zijn dagelijkse verslagen onderhoudend zijn, inclusief zulke overpeinzingen over de rol van de kluizenaar en het effect van heel lang alleen zijn.



Tesson, Sylvain. Zes maanden in de Siberische wouden. Arbeiderspers, 2012, ISBN 978 90 295 8625 2, 256 p. Oorspr.: Dans les forêts de Sibérie, Gallimard, 2011, vert. Eef Gratama.

woensdag 5 februari 2020

Oude kinderboeken digitaal

Nieuws van de zeer actieve groep liefhebbers van oude kinderboeken, verenigd in de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur (SGKJ), whatever het verschil tussen kinderen en jeugd:

Er zijn weer nieuwe digitale kinderboeken beschikbaar! Ruim 700 oude kinderboeken
zijn online gekomen op Delpher. Het gaat om nog niet eerder gedigitaliseerde kinderboeken uit de achttiende tot en met eenentwintigste eeuw, van Bijbelse vertellingen tot abc’s en van schoolboeken tot sprookjes in het Nederlands en Fries. Ook zijn ruim 1300 oude kinderboeken die eerder al beschikbaar waren via het Geheugen van Nederland toegevoegd aan Delpher, zodat deze nu ook full-tekst doorzoekbaar zijn. Er zijn dus meer dan 2000 nieuwe kinderboeken toegevoegd. 

Lees over Hoe kleine kleuters zich vermaken, ontdek De geschiedenis van een trouwen hond en bekijk Tante Keetje's prentenboek.




Op het programma van de stichting staan verder o.a. een excursie naar het Museum Meermanno - Huis van het Boek en een studiedag. Zie de website.

dinsdag 4 februari 2020

Voornaam, achternaam, verkleutering of modernisering

Laatst viel het me weer eens op: een bedrijf dat me met 'Herman' aanspreekt, in dit geval Booking dat me op 'lastminutedeals' wijst. En een ander bedrijf dat me met 'Herman Verschuren' aanspreekt.

U verliest, jij wint, dat is duidelijk, en niet alleen in het Nederlands. De huidige dominantie van het Engels met z'n ene you bevordert dat nog - en leert overigens ook dat je met één aanspreekvorm best beleefd kan zijn.

Als oude sok voel ik me soms ongemakkelijk bij die gefingeerde vertrouwelijkheid, al is de plastic beleefdheid van die rond etenstijd bellende verkopers ('een hele goede avond!') ook niet alles.
Zeg maar u, roep ik in gedachten tegen Booking. Maar ja, dat helpt niet.

Ach, misschien zijn die achternamen ook een overblijfsel uit de oude tijd, toen families nog belangrijk waren. Maar nee, ze werden pas ingevoerd onder het bewind van Napoleon, daarvoor hadden veel mensen slechts één naam met soms nog een toevoeging om de ene Jan of Marie van de andere te onderscheiden.

Voor onze bestuurders zijn we in principe een nummer: ons burgerservicenummer. Het wordt niet in ons vel getatoeëerd, ook nog niet per chip, maar duikt verder overal op in alle papieren die ons officiële bestaan begeleiden. Ik zou wat onze koning betreft best Herman 069116295 mogen heten.

Zou hij Willem-Alexander 000000001 heten?

maandag 3 februari 2020

Structurele aanpak leesbevordering

Stichting Lezen gaat ook in 2020 en ondanks alle sombere berichten over resultaten onverdroten door met het bevorderen van leesbevordering. Dat siert de stichting en dus verdient de aankondiging van een studiedag en nieuw onderzoeksrapport aandacht.

Ik citeer:

'Op 1 april 2020 houdt Stichting Lezen haar jaarlijkse congres Lezen Centraal. Het congres heeft als thema De doorgaande leeslijn en vindt plaats in de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch.

Hoe verloopt de leesontwikkeling van kinderen en jongeren? Wat stimuleert kinderen om op te groeien tot vaardige, gemotiveerdere en literair competente lezers? En wat remt juist? Dit soort vragen komen aan bod in het rapport De doorgaande leeslijn; de leesontwikkeling van 0 - 20 jaar (Stichting Lezen, april 2020). Uit de antwoorden blijkt dat leesbevordering staat of valt met een structurele aanpak.

Sinds het verschijnen van De doorgaande leeslijn in 2005 is er veel veranderd in het medialandschap. Denk aan de opkomst van Facebook, Instagram, YouTube en podcasts; in 2005 bestond het allemaal niet. Het verklaart wellicht dat jongeren minder gemotiveerd zijn om te lezen dan destijds. Het ‘diep lezen’, het langer geconcentreerd lezen, heeft plaatsgemaakt voor het vluchtige lezen en je verliezen in games en social media op je smartphone. Dit soort veranderingen maakt dat de aanpak van leesbevordering mee moet veranderen om effectief te blijven. Ook ontwikkelingen in de wetenschap liggen ten grondslag aan de geactualiseerde doorgaande leeslijn. Sinds 2005 werden onderwerpen als de ontwikkeling van de leesmotivatie en literaire competentie, de leesopvoeding thuis, het lezen in een digitaal tijdperk en effectief leesonderwijs verder onderzocht. De nieuwe inzichten, voortkomend uit deze wetenschappelijke onderzoeken, zijn terug te vinden in De doorgaande leeslijn; de leesontwikkeling van 0 – 20 jaar.

Op Lezen Centraal 2020 maakt het publiek voor het eerst kennis met deze nieuwe doorgaande leeslijn. Onder leiding van dagvoorzitter Ӧzcan Akyol gaan deelnemers en sprekers het gesprek aan over de vele facetten van effectieve leesbevordering thuis, in de kinderopvang en in het onderwijs voor 0- tot 20-jarigen.'

Helaas wordt er wel een flinke toegangsprijs gerekend: standaarddeelname: € 190,00. Maar: 'neem een collega mee en u ontvangt € 30,00 korting op het tweede, derde en vierde kaartje'. Studententarief is € 35,00.

woensdag 8 januari 2020

Aan de zijlijn

heet de brochure die Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur haar begunstigers begin 2020 toezond. Een sympathieke geste, zeker als je in aanmerking neemt dat in de begeleidende brief werd meegedeeld dat er om financiële redenen voortaan maar twee nieuwsbrieven per jaar (i.p.v. drie) zullen verschijnen, terwijl de jaarlijkse minimumbijdrage op gelijke hoogte blijft (€ 30,-).

Die brochure werd geschreven door een oude rot in het vak, Jant van der Weg en bevat 'drie portretten van Friese kinderboekschrijfsters uit de negentiende en de twintigste eeuw': Frederike fan Hallum, Nynke van Hichtum en Taatske Hellinga-Zwart.
Uit de laatste alinea (in 'Slot', na die portretten) blijkt hoezeer de auteur is verknocht aan de Friese taal:

Bij alle drie hier voorgestelde auteurs zien we nauwelijks verbinding met de Friese Beweging, die in de tijd dat deze auteurs met hun werk kwamen, wel een belangrijke rol rond de Friese literatuur speelde. Hoewel ze weinig Friestalig materiaal hebben geleverd, hebben ze alle drie toch hun voetafdrukken in de kinder- en jeugdliteratuur, ook in de Friese, achter gelaten.
Daarbij is opvallend dat de eerste, Frederike, vanuit haar eigen Nederlandse situatie in het Fries duikt, terwijl Sjoukje en Taatske vanuit het Fries van hun jeugd voor een groot deel overstappen naar het Nederlands, maar het Fries als literaire taal toch niet vergeten. Wel blijven ze alle drie enigszins aan de zijlijn van de Friese kinderliteratuur staan.

Uit de portretten maar ook de 'Inleiding' blijkt dat de Friese (jeugd)literatuur sowieso wat in de zijlijn staat van de Nederlandstalige literatuur en dat is geen wonder. Immers, er zijn veel minder Friestaligen dan Nederlandstaligen (pakweg 1 op 50), Friesland is een provincie van Nederland en het Fries lijkt bovendien ook nog op het Nederlands en werd tot in de 19e eeuw als een boers dialect beschouwd, getuige ook dit door Jant aangehaalde citaat uit de Almanak voor het Lager Onderwijs en de Opvoeding vooral in Vriesland (1816):

... aan alle onderwijzers ten plattelande, moet ik eenen anderen en allernoodzakelijksten raad geven, namelijk deze: om toch vooral in de scholen het vriesch boersch niet te gedogen.

Als de Friese Beweging, die zoals veel nationalistische stromingen in de 19e eeuw ontstond, zich niet danig had geroerd, waren er wellicht nooit Friese boeken verschenen. Maar dat deed de beweging dus wél, en het gevolg is dat er tot op heden nog een gestage stroom Friese jeugdliteratuur verschijnt en er instituten bestaan als de Fryske Akademie. En dat er altijd een sterke band is geweest tussen onderwijs en jeugdliteratuur: veel Friese kinderboeken verschijnen bij de Afûk en dat was ooit de afkorting van Algemiene Fryske Underrjochts Kommisje (underrjocht = onderwijs). Het Fries
kreeg in 1956 in Friesland de status van officiële taal naast het Nederlands.
Jant van der Weg heeft zich er zelf zeer voor ingespannen de Friese jeugdliteratuur onder de aandacht te brengen en bijvoorbeeld teweeggebracht dat er jaarlijks een selectie gaat naar de Internationale Jugendbibliothek, met o.a. als gevolg dat er altijd een categorie Friese jeugdliteratuur is in de White Ravens die jaarlijks worden gepresenteerd tijdens de invloedrijke internationale kinderboekenbeurs in Bologna.

Aan de zijlijn is nummer 19 in de reeks De Waare Rijkdom, 'bestemd voor vrienden en relaties van de Stichting Geschiedenis van de Kinder- en Jeugdliteratuur'.
De titel van de reeks is ontleend aan het gedichtje 'De waare rijkdom' van Hieronymus van Alphen uit zijn bundel Proeve van Kleine Gedichten voor Kinderen (Utrecht: Terveen 1778):

Geen geld bekore ons jong gemoed,
Maar heiligheid en deugd.
De wijsheid is het noodigst goed;
het sieraad van de jeugd.


Wat is toch rijkdom? wat is eer?
Een handvol nietig slijk.
Gods vriend te wezen is veel meer;
Die Jesus lieft, is rijk.

Komt vallen we onzen God te voet
Om deugd en heiligheid:
Zo wordt op aarde ons jong gemoed
Ten hemel voorbereid.

Dan krijgen wij dien besten schat,
Die nimmermeer vergaat.
Dan loopen wij op het deugdenpad,
En schrikken van het kwaad.




Weg, Jant van der. Aan de zijlijn. Stichting Geschiedenis van de Kinder- en Jeugdliteratuur, 2020. ISBN 978 90 8181 987 9, 60 p. De waare rijkdom nr. 19.

maandag 6 januari 2020

Voorlichting over hacken

Dat ik nog nooit had gehoord van Maria Genova komt vast doordat ik me nog nooit diepgaand met het verschijnsel hacken had bezig gehouden. Het verschijnsel was me bekend uit krantenartikelen en bijdragen in tijdschriften als ComputerTotaal en ComputerIdee, maar daarmee hield het op.
Aan Maria Genova ligt het vast niet, want die timmert flink aan de weg en vermeldt trots dat ze maandelijks lezingen houdt over hacken. Ze had er al eens over gepubliceerd: Komt een vrouw bij de h@cker (Just Publishers, 2014). Werd naar eigen zeggen 'een hit in het bedrijfsleven'. De titel is een schaamteloze verwijzing naar een bekende roman van Kluun.

Als ik het goed begrijp is What the h@ck! eigenlijk een bewerking van dat boek, bedoeld voor jongere lezers. En What the h@ck! lag eind 2019 in mijn postbus, want ik had het aangevraagd wegens het onderwerp. Zoveel verschijnt er immers niet over hacken en computerbeveiliging voor jonge lezers en dat is jammer, want juist jongeren bewegen zich intensief in de virtuele wereld, met name Instagram en Youtube en ook nog steeds Facebook. En dat doen ze met doorgaans slecht beveiligde telefoontjes en laptops.

What the h@ck! is verdeeld in twee in omvang ongeveer gelijke delen: een verhaal en een vertoog. Ze had het bij dat laatste kunnen houden: een reeks uitstekende tips om veiliger online te gaan, begrijpelijk voor lezers van tien jaar en ouder. Niets mis mee.
Maar waarschijnlijk dacht Maria Genova dat je jongeren beter kan bereiken door er een verhaal aan te koppelen. Dat verhaal zal nooit een literaire prijs winnen, is nogal voorspelbaar en bevat de nodige vertelcliché's met als stilistisch uitglijertje 'Als André naar zijn gevoel luistert' (p. 27), maar niettemin zal het minder ervaren jonge lezers wellicht pakken.
André's laptop wordt gehackt en hij is daarover zo boos dat hij een vlog wil maken om te waarschuwen. O ironie, een boek met een verhaal waarin de hoofdpersoon geen boek wil maken maar een vlog. Er zijn nog wat extra verwikkelingen, zoals een meisje op wie hij verliefd is (Sanne), een pestkop in de klas, de vervelende gevolgen van het gehackt worden, maar het loopt goed af, de hacker wordt opgepakt en André start zijn vlog en verzint ook nog een spel om jongeren wat bij te brengen over de gevaren van onvoldoende beveiliging.

De naam André komt terug in deel 2, en dat spel is metterdaad te vinden op internet: Hackshield. Waarmee een interessante brug tussen fictie en werkelijkheid is geschapen. Je moet je overigens wel registreren om het te spelen...Dit spel won een prijs in de Computable Award.




Aan het eind van het vertoog wordt bovendien verwezen naar de website Whatthehackonline, startend met een afbeelding van het boek. Daar is een nuttige quiz te vinden. (Meteen gedaan natuurlijk. Resultaat viel mee.)
Kortom: als verhaal nauwelijks het vermelden waard, maar als initiatief om jongeren (en hun ouders) iets bij te brengen over cyberveiligheid wel.



Genova, Maria. What the h@ck! Kluitman, 2019. ISBN 978 90 206 2244 7. 128 p




zondag 5 januari 2020

Lees nog eens voor, opa!

Op 7 december schreef ik een bijdrage over de reacties op het PISA-onderzoek dat zulke teleurstellende resultaten presenteerde over leesvaardigheid in Nederland.
Stichting Lezen kondigde toen al aan dat er onder meer een actie zou komen om grootouders (!) tot voorlezen aan te zetten.

Die is nu van start gegaan, tijdens de kerstvakantie. Zie Leesvoort!,: 'met deze campagne roept de Leescoalitie alle grootouders van Nederland op om in actie te komen voor het in stand houden van de leescultuur'.
Dat is de bekende druppel op de gloeiende plaat - maar het kan uiteraard geen enkel kwaad, behalve als het hierbij blijft.

Ik citeer uit het persbericht:

' Er zijn zo’n 3,4 miljoen opa’s en oma’s in Nederland, waarvan 76 procent met kleinkinderen onder de twaalf jaar. Een groot deel van hen brengt regelmatig tijd met ze door. Een derde van de grootouders heeft een vast oppasmoment met zijn kleinkind en meer dan de helft ziet zijn kleinkind tenminste een keer per week. De Leescoalitie roept grootouders op om tijdens deze momenten vaker voor te lezen. Ook kunnen zij hun kleinkind stimuleren zelf te lezen of met ze naar de boekhandel of bibliotheek gaan. Veel grootouders zien hier het belang van in, maar doen dit nog (te) weinig. Dat blijkt uit onderzoek dat GfK uitvoerde voor de Leescoalitie.
Een team van bekende grootouders, onder wie Janny van der Heijden en Frits Barend, geeft vanaf februari 2020 het goede voorbeeld tijdens diverse evenementen en media-optredens. Het volledige ambassadeursteam van de campagne ‘Lees voort!’ wordt bekendgemaakt tijdens de aftrap medio februari. Ook wordt dan bekend welke activiteiten er op stapel staan. Er komt in ieder geval een gids met boekentips voor grootouders. Uit het onderzoek blijkt namelijk eveneens dat veel grootouders nog steeds voorlezen uit hun eigen boeken van vroeger. '

Nu de ouders nog...

donderdag 26 december 2019

De zee van meneer Max

Uit 2018 al dateert dit mooie prentenboek van Annette Fienieg & Koos Meinderts, De zee van meneer Max. Het is er een uit de nu twintig delen tellende reeks kunstprentenboeken die uitgeverij Leopold publiceerde in samenwerking met wat toen nog het Gemeentemuseum Den Haag heette. (Inmiddels Kunstmuseum Den Haag.)
Er was een tentoonstelling van werk van Max Liebermann (1847-1935), vandaar. Die schilder hield van water en liet zich o.a. inspireren door de Noordzee, eind 19e eeuw en begin 20e eeuw.

(Max Liebermann in Katwijk)

Dat gegeven namen illustratrice Annette Fienieg en auteur Koos Meinderts als uitgangspunt voor hun verhaal over 'meneer Max', die naar Nederland komt om te schilderen en een portret wil maken van het weesmeisje Martha.



Het vervolg is bijna voorspelbaar: meneer Max gaat met enkele weesmeisjes in een kar naar het strand. Hij maakt schetsen terwijl de meisjes zich vermaken. Ja, ze kerken ook weer braaf terug. Martha droomt van zee en strand, meneer Max schrijft een brief naar zijn vrouw.

Lief verhaal, geen top maar wel mooi. Jammer dat er geen tijdsaanduiding in staat: die weesmeisjes zien er toch duidelijk anders uit dan tegenwoordig, dus dat roept vragen op. Ook bevat het boek geen enkele weergave van een schilderij van Liebermann. Iets als dit...



... had er toch in gekund. Maar Annette Fienieg maakte een geheel eigen 'schilderij':



 Tja. Niet gek getroffen, maar geen Liebermann.



Fienieg, Annette & Koos Meinderts. De zee van meneer Max. Leopold / Gemeentemuseum, 2018. ISBN 978 90 258 7458 2.