Zoeken in deze blog

dinsdag 19 maart 2019

Te mooi om waar te zijn

Onder deze fraaie titel organiseert Stichting Lezen een symposium in de reeks Lezen Centraal, op 10 april in Utrecht, TivoliVredenburg.

De mensen van SL zijn erin geslaagd een aantrekkelijk programma te maken en zowaar (dat is de stichting wel toevertrouwd) met veel aandacht voor jeugdliteratuur.
Sterker nog, jeugdliteratuur speelt de hoofdrol. Toonzettende lezingen door Joke Hermsen en Bas Maliepaard, illustrator Kris Nauwelaerts, de kinderboekambassadeux (geen tikfout) Hans en Monique Hagen, en ook de deelsessies zijn gericht op mensen uit primair en secundair onderwijs.

De prijs vind ik aan de hoge kant: € 190,-. Voor deelnemers die soms niet kunnen declareren, zoals 'medewerkers in de kinderopvang, leraren (po t/m hbo)' (deel van de beoogde doelgroep) is dat mogelijk een beletsel.
Maar studenten kunnen op vermelding van het nummer van hun collegekaart, een kaartje voor € 40,- bemachtigen. Da's dan weer mooi.



woensdag 13 maart 2019

Kinderboekfestival

Nee, ik ben er niet geweest, maar afgaand op het filmpje dat op de website van het Mooie Kinderboekenfestival staat, is dat een heel spektakel. Jammer alleen dat het filmpje wordt begeleid door stampende muziek, slechts onderbroken door korte interviewtjes. Ik had graag ook het geluid van het festival gehoord in plaats van een hey hey roepende groep zangers.

Het is een bijzondere en heel moderne vorm van leesbevordering, ver uitstijgend boven het concept van een tuperwareparty. Vermaak en nog eens vermaak, zelf dingen kunnen doen, dat is de lokker. Tussendoor voorleessessies, en kennismaking met een selectie kinderboeken.
Kennelijk waren de eerste (21 mei 2017) en de tweede editie (27 mei 2018, het filmpje geeft een indruk) een groot succes, want voor 2019 worden er drie festivals aangekondigd: 26 mei in Amsterdam (Tolhuistuin), 16 juni in Den Bosch (Verkadefabriek) en 23 juni in Hoogeveen (Tamboer).

Het Mooie Kinderboekenfestival is bedoeld voor 'kinderen van 4 tot en met 10 jaar, en hun ouders, verzorgers, opa’s, oma’s, ooms en tantes'. En ik citeer verder:

Ieder jaar verschijnen er veel nieuwe kinderboeken, die zich afspelen in spannende, grappige, interessante of geheimzinnige werelden. Achttien van deze mooie kinderboeken komen tot leven tijdens de derde editie van Het Mooie Kinderboekenfestival. Na twee uitverkochte edities in Amsterdam, breidt het Mooie Kinderboeken-festival zich in 2019 uit naar Den Bosch en Hoogeveen.

De ontdekkingsreis langs achttien kinderboeken voert bezoekers door alle hoeken, zalen en gangen van de festivallocatie, zowel binnen als buiten. 

Zo kunnen de kleinste bezoekers in een reusachtig doolhof op zoek gaan naar de verstopte olifant uit Heb jij misschien olifant gezien? of de Konijnentango leren dansen op een spiegelvloer. Oudere kinderen mogen stop motion filmpjes maken in het sprookjesachtige decor van Vosje, of opstijgen in een heuse raket en leren over het ontstaan van de aarde in Het hele soepzootje. Kinderen vanaf acht jaar worden rechter voor een dag in de rechtbank van De Zweetvoetenman of volgen een workshop graffiti spuiten rondom het bizarre boek ZEB.

Aanwezige schrijvers en illustratoren zijn onder anderen Marije Tolman, Janneke Schotveld, Koos Meinderts en Hans & Monique Hagen. Het volledige programma is medio april op deze website te vinden.

De selectie van achttien festivaltitels is dit jaar gemaakt door Mylo Freeman (schrijfster), Bas Maliepaard (recensent) en Merel de Vink (Leesvink).

Door wie:

Het Mooie Kinderboekenfestival wordt georganiseerd door Stichting Kleine Lettertjes in coproductie met Paradiso, De Verkadefabriek en de Bibliotheek Hoogeveen en mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds, het VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds 21, het Amsterdams Fonds voor de Kunst, Stadsdeel Noord, Gemeente Den Bosch en Gemeente Hoogeveen. Het festivalbeeld werd ontworpen door illustrator Noëlle Smit.

Een bijzonder initiatief van Stichting Kleine Lettertjes, die ten doel heeft: 'De Nederlandstalige jeugdliteratuur en haar rijkdom onder de aandacht brengen'.
Lijkt me een mooi doel.


maandag 11 maart 2019

Eindstrijd voor de burger

Ik kan het niet laten. Heb, geloof ik, al meerdere keren gemeld dat ik ophoud over de burger.

Maar toch...


Burgers, mensen, vrouwen, kinderen, terroristen: zie is wie?

De 'Syrische democratische strijdkrachten' onderscheiden vermoedelijk alleen terroristen, vrouwen en kinderen en de journalist van dienst heeft dat overgenomen, maar er mensen aan toegevoegd.

Vrouwen en kinderen zijn mensen, zoveel is duidelijk, want van de 'geëvacueerden' (is dat een nieuw net woord voor vluchtelingen?) zijn de 'meesten vrouwen en kinderen'. De overigen zeer waarschijnlijk dus mannen (sorry transgenders).
'Wat nu nog overblijft zijn alleen terroristen': let op wat (niet wie), en zijn vrouwen per definitie geen terroristen? Ja, het stukje wekt zelfs de indruk dat er mensen en terroristen zijn, dat terroristen dus geen mensen zijn.
Die 50.000 mensen zijn dus kennelijk ook burgers. Terroristen niet? Dat past wel bij eerder vastgestelde tegenstellingen tussen burgers en militairen: ook de leden van de 'Syrische democratische strijdkrachten' beschouwen zich wellicht niet als burger. Wel als mens, mag ik hopen.

Het stukje tekst stond in een bericht in NRC 4-3-2019.




woensdag 6 maart 2019

De dag van Eden

Tja, ik hád het boek aangevraagd, dus ik moest er iets mee. Lang lag het op mijn werktafel, de laatste tijd bedolven onder andere boeken.
Het leek me een soort doorsnee meidenboek, de auteur zei me niets, de flaptekst sprak me niet bijzonder aan, ik had er geen zin in en wist niet meer waarom ik het had aangevraagd.

Uiteindelijk ben ik toch gaan lezen.
Gelukkig bleek dat de moeite waard. Ja, het ís een meidenboek, maar stijgt boven de middelmaat uit.

De dag van Eden van Liz Flanagan is ook nog eens een debuut en achterin bevindt zich een uitbundig dankwoord. Het origineel, Eden Summer, verscheen in 2016 en is inmiddels gevolgd door Dragon Daughter, bedoeld voor een iets jongere lezersgroep, 9+.
Er is op internet nog heel weinig informatie over de auteur te vinden (die vorige link gaat alleen over haar twee boeken), maar ze heeft wel een Facebook-pagina. Ontroerend, de vreugde over erkenning als schrijver spat ervan af.

Het verhaal speelt zich af in één dag en wordt verteld door Jess. Dat komt vaak voor in dit genre, een jonge verteller die een hoofdrol speelt, en soms ontaardt dat in een dagboek-achtig relaas met uitweidingen die zouden ontbreken bij een verteller met iets meer afstand.
In dit geval ontkomen we eveneens aan typisch meidenboek-achtige uitweidingen, maar omdat het een achteraf verteld verhaal is, met een ordelijke structuur, zijn die overkomelijk en jawel, de verteller ís nu eenmaal een tienermeisje, dus dat vaak kleding en andere uiterlijkheden worden beschreven is redelijk geloofwaardig. Daar letten die meiden nu eenmaal op, uiterlijk is belangrijk, net als je positie in de groep. En gebeurtenissen waarbij je als oude volwassene hooguit een wenkbrauw zou optrekken, krijgen bij haar een enorme impact. Ook dat hoort bij de leeftijd. Opmerkelijk dat ze over die ene echt ingrijpende gebeurtenis in haar leven (vóór Eden) heel terughoudend is. We moeten als lezers veel toespelingen onthouden en lang wachten voor het verhaal er eindelijk een keer uitkomt.

Grappig: Jess heeft talent voor tekenen. Ze oefent met striptekenen. Maar haar relaas is er een in woorden. Zoals gewoonlijk wordt van de lezer een soort uitstel van ongeloof verwacht. We worden daarbij geholpen doordat blijkt dat Jess ook talent voor verhalen vertellen heeft. Toch jammer dat het verhaal niet ook in woord en beeld wordt verteld, dat zou in lijn zijn geweest met haar aanleg. Het talent dat Liz Flanagan haar verteller toebedeelt, heeft ze zelf kennelijk niet.

Eden, Jess' beste vriendin, is de avond tevoren niet thuis gekomen. Ze wordt officieel vermist en de politie is ingeschakeld. Ze wordt door school naar huis gestuurd omdat de politie haar daar wil spreken. Als dat is gebeurd, wil Jess haar vriendin gaan zoeken, en ze laat zich niet tegenhouden door haar moeder, die haar thuis wil houden. Ze struint een hele dag door het woeste landschap van West Yorkshire.
Ze vindt haar ook, 's avonds. Levend.

Voordat het zo ver is, weten we als lezer inmiddels veel over zowel Eden als Jess. Want de meeste hoofdstukken mogen dan wel voorzien zijn van een tijdstip, er zitten ook de nodige terugblikken tussen die ons langzaam duidelijkheid geven over in het begin wat raadselachtige toespelingen. We hebben een kennisachterstand in vergelijking tot Jess.
Maar zij zelf komt ook het nodige te weten over haar vriendin. We lopen gaandeweg gelijk op en aan het eind begrijpen we, net als Jess, wat Eden dreef. En we begrijpen waarom Jess' moeder zo bang is dat haar dochter iets overkomt.
En dat is allemaal mooi gedoseerd, de spanning wordt goed opgebouwd, en tegelijk krijgen de voornaamste personages wat diepte.
Drama volop - maar ik ga dat niet verder uit de doeken doen om de leeslol niet te bederven. Het is op zijn plaats en maakt De dag van Eden een lekker heftig verhaal.



Flanagan, Liz. De dag van Eden. Gottmer, 2019. ISBN 978 90 257 7027 3. Oorspr: Eden Summer, 2016.







vrijdag 22 februari 2019

Reizen in ruimte en tijd

Voorgaande boeken van het duo Jan Paul Schutten en Floor Rieder bevielen me goed: zie Het raadsel van alles dat leeft en Het wonder van jou en je biljoenen bewoners.
In Het mysterie van niks en oneindig veel snot halen ze echter een trucje uit dat me verwarrend voorkomt. Ze sturen me met een tijdruimtescheepje terug naar het ontstaan van het heelal.

Maar uit wat volgt blijkt dat dit helemaal niet kan.
Ze laten ons getuige zijn van iets waarvan we per definitie geen getuige kunnen zijn, omdat tijd en ruimte op de schaal van het heelal anders werken dan hier op aarde. Sterker, het is allemaal in principe nog theorie: veel fysica en wiskunde.
Dat scheepje vind ik een iets te makkelijk ingezet vertelmiddeltje. Terug naar de Middeleeuwen of de Romeinse tijd, dat gaat nog, maar zo ver de tijdruimte in, dat gaat niet en dat weet ik o.a. omdat ze dat zelf haarfijn uitleggen. Ze hebben een contradictie geschapen.
Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de sprong die ze halverwege maken naar de bouw van het atoom. Het is lastig, te lastig, om dat beeldend uit te leggen. Het is letterlijk onvoorstelbaar.
Dat onvoorstelbare beschrijft de auteur zelf fraai op p. 65:

Hoe verder we telkens in dit boek teruggingen in de tijd, hoe kleiner ons heelal werd. Dus dat heelal dat nu zo groot is dat je je het niet kunt voorstellen was in het begin zo klein dat je je het niet kunt voorstellen.
De deeltjes in dat heelal zaten ook nog eens zo dicht op elkaar dat je je het niet kunt voorstellen. Daardoor werd het er zo heet dat je je het niet kunt voorstellen.
En het is uit elkaar geknald met een snelheid die je je het niet kunt voorstellen. Maar hoe die knal heet weetje ongetwijfeld. Het is de oerknal. De knal waar alles mee is begonnen.

Een beschrijving van het avontuur van de berekening, de beredenering en de ontdekking van dit alles was wellicht beter geweest. Nu zitten we niet alleen met deze moeizame voorstelling van het onvoorstelbare, maar ook nog met de erkenning dat we heel veel niet weten... en dat lijkt dan enigszins te botsen met die wankele voorstelling, hoe mooi ook beschreven en door Floor Rieder in beeld gebracht.
Zie hieronder een detail (linkerpagina) van Floors weergave van de oerknal:





Dat vermeld zijnde, blijft Het mysterie van niks en oneindig veel snot ondanks de wat vieze titel een zeer lezenswaardig boek voor wie meer wil weten over wat we weten (vooral: niet weten) over het heelal. Het is niet makkelijk, maar de moeite waard..
De tip op p. 15 is behartigenswaardig:

Sommige informatie als behoorlijk pittig. Zelfs de grootste wetenschappers op aarde hebben we moeite mee gehad om het allemaal te begrijpen. Daar ga jij natuurlijk geen last van krijgen, dat snap ik heus wel.
Maar veel kinderen lezen dit boek samen met hun ouders. En die zijn natuurlijk iets minder snel van begrip dan jij. Voor hen heb ik een tip. Lees sommige dingen gerust nog een of twee keer door. Als je een stuk wat vaker leest ga je het vanzelf sneller begrijpen. Dat is geen enkel probleem. De grootste genieën snappen zelf ook niet alles.

Die laatste zin is natuurlijk in tegensprak met de op-twee-na-laatste, maar het is zeker waar dat enige aandacht wel gewenst is voor dit boek.
Want als ergens geldt dat iedere ontdekking nieuwe vragen oproept, dan is het wel in de astronomie en de fysica en dan met name het onderzoek naar de kleinste deeltjes en de oorsprong van het heelal - want dat heeft met elkaar te maken, en dat wordt ook uitgelegd.
Het is dan ook te prijzen dat de auteur niet alleen de ruimte in gaat, maar ook aandacht voor wat bekend is over de bouw van atomen en moleculen. Daarvoor geldt eveneens dat veel nog theorie is en dat we ons die leegte binnen een atoom onmogelijk kunnen voorstellen. Die theorie bleek echter wel toe te passen in dingen die werken: niet alleen de atoomklok maar ook de atoombom.
Ook de bestudering van het heelal heeft zaken opgeleverd die werken. Een voorbeeld daarvan geeft de auteur op p. 51:

Op 12 november 2014 slaagden de medewerkers van de ruimtevaartorganisatie ESA erin om een apparaatje te laten landen op een komeet. Het apparaatje, de Philae, moest daarvoor een afstand afleggen van 6,4 miljard kilometer. De reis duurde dan ook tien jaar. Na die tien jaar kwam het precies aan waar het moest zijn: bij 67p, een komeet die vier kilometer breed is en met een snelheid van 55.000 kilometer per uur door de ruimte schiet.
Nou, als je een ruimtevaartuig veilig kunt laten landen op een vier kilometer grote komeet die met 550.000 kilometer per uur op miljarden kilometers van ons vandaan reist, dan heb je volgens mij genoeg kennis en expertise in huis om héél betrouwbaar te zijn.

Fijn dat de auteur zo vertrouwt op de wetenschap, en ook fijn dat hij ruimte schept om uit te leggen dat diezelfde onderzoekers regelmatig melden dat ze vooral heel veel nog niet weten, bijvoorbeeld wat donkere materie is.
Dat onvoorstelbare wordt nog onvoorstelbaarder in het mooie hoofdstuk over niets, getooid met de kop '0 is meer dan je denkt'.
Ik ben benieuwd wat de gemiddelde jonge lezer vindt van de bijna poëtische paragraaf waarmee dat hoofdstuk eindigt:

Donkere energie is niets
En er is nog meer met dat niets. Want dat niets zorgt dus voor energie zoals we weten. Het duwt in dat experiment met die vacuümenergie zelfs platen opzij. Zou je met een heleboel niets dan ook sterrenstelsels opzij kunnen duwen? In de ruimte is enorm veel niets, dus ook enorm veel vacuümenergie. En als die energie de sterrenstelsels uit elkaar doet bewegen, dan groeit het heelal. Als het heelal groeit komt er meer niets, dus meer vacuümenergie. En zo kan het dat het heelal alsmaar sneller groeit. Komt je dit ook bekend voor? Het doet heel erg denken aan het verhaal over de donkere energie. Misschien is die donkere energie dan wel niets! Het zou allemaal zomaar kunnen. Zo zie je maar: als er iets bijzonder is, dan is het wel niets.

Dat staat in deel 4, met de mooie titel 'Geniale gekken, absurde experimenten en bizarre ontdekkingen', waarin wordt uitgelegd met welke experimenten onderzoekers hun kennis of veronderstellingen hebben verzameld, inclusief de deeltjesversneller.
Deel 1 is 'Reizen in de tijd', deel 2 'Een rondje heelal', deel 3 'Albert Einstein en zijn geniale ideeën'.

Bijzonder is het laatste deel, 'Wie heeft ons heelal gemaakt?', voor wie het duizelt na alle dimensies, niets dat toch iets is, deeltjes die ook trillingen of velden kunnen zijn en meer.
Want

wetenschappers zijn niet de enigen die nagedacht hebben over de vraag waar ons heelal vandaan komt. Waarschijnlijk zijn de mensen al tienduizenden jaren bezig met dat mysterie. Miljarden van die mensen hebben gedacht dat onze aarde met alles eromheen door een of meer goden gemaakt moet zijn. Hebben die er allemaal naast gezeten? O niet?
Bovendien zijn er al die tijd ook filosofen en andere grote denkers geweest die zich met deze kwestie hebben bemoeid. Wat hebben zij in al die tijd bedacht? Welke oplossing hebben zij gevonden?

Een fraaie reeks hoofdstukjes over goden en godsbewijzen, de hang van mensen naar samenhang en oorzaken, prikkelende uitspraken als...

Het gaat er dus ook niet om wat de meeste mensen denken, het gaat erom wat de mensen met de meeste kennis en verstand denken

... het toeval, kansberekeningen, meerdere universums, oneindigheid en meer. En een einde met een mooie paragraaf:

Denken begint bij twijfel. Dus ergens moeten we misschien zelfs wel hopen dat we het mysterie nooit oplossen. Zolang we twijfelen blijven we nadenken en onderzoeken. En dat levert weer talloze nieuwe inzichten en uitvindingen op die ons leven mooier, spannender en prettiger maken.

Waarvan akte.



Schutten, Jan Paul. Het mysterie van niks en oneindig veel snot. Geïllustreerd door Floor Rieder. Gottmer, 2018. ISBN 978 90 257 6840 9.








vrijdag 8 februari 2019

Wat vinden de leerlingen er zelf van?

Dat er steeds minder wordt gelezen door jongeren, is oud nieuws, maar werd onlangs nog eens bevestigd door een in 2018 verschenen rapport van het (Nederlands) Sociaal en Cultureel Planbureau, Lees: Tijd, Lezen in Nederland, door Annemarie Wennekers  Frank Huysmans Jos de Haan. Het is een verslag over de jaren 2006-2016.

Loes Aartsma en Jacqueline Evers-Vermeul kwamen op het idee om aan leerlingen vmbo te vragen hoe dat komt en wat volgens hen zou kunnen helpen om hen aan het lezen te brengen c.q. te houden.

Hun verslag is te lezen in Levende Talen Tijdschrift 2018-4. Het artikel begint met een vracht vakliteratuur (uitsluitend Nederlands- en Engelstalig), dan volgt een beschrijving van de methode, dan resultaten en conclusies, kortom, het keurige formaat van een academisch artikel. Belangrijkste conclusie is dat 'een laagdrempelig aanbod van geschikt leesmateriaal van invloed kan zijn op zowel de leesmotivatie als de leesvaardigheid van jongeren'.
Ook oud nieuws, eigenlijk, maar het kan geen kwaad dat het nog weer eens bevestigd wordt.
Scholen, richt een aantrekkelijke en toegankelijke bibliotheek in!

Maar verder ligt het vooral bij de docenten. Als die de lol en het nut niet zien van leesbevordering, lukt het niet. Oók al oud nieuws...
En lokale samenwerking kan ook helpen. Natuurlijk...
Interessant aan dit onderzoekje is dus vooral dat leerlingen dit oud nieuws ook nog eens bevestigen.

maandag 4 februari 2019

Het is grijs en het valt uit de hemel

Dat moet die koude motregen zijn die toevallig vandaag uit de lucht komt. Dacht ik.

Maar het is méér. Gerrit Kouwenaar gaat ver over de dagelijkse werkelijkheid heen in zijn gedicht.
Het staat in NRC 4-2-2019 en op de website van de Koninklijke Bibliotheek, dus mag ik het hier ook wel citeren:

het is grijs en het valt uit de hemel
men raadt dit terwijl het schemert
over het steenveld waar niets zich bezit

in de late hitte tussen onheil en vrede
terwijl men klimt naar gretiger leegte
kruist een oneindige slang van twee meter
het inzicht, volledig, zonder betekenis

in de regel huiswaarts begint het te misten
men staat stil op de rand van een stilte, bestaat
wat begint te ontbinden, men moet zich
bevatten, ontmonden, tot op de seconde -

(Uit: Gerrit Kouwenaar, Helder maar grijzer: gedichten 1978-1996. Amsterdam: Querido, 1998, p. 142.)
Het is het eerste gedicht dat Ellen Deckwitz koos voor een reeks ter gelegenheid van de Poëzieweek 2019, en ze schrijft er een fijn commentaar bij. Zo fijn dat ik het hier ook maar citeer:

Als poëzie-evangelist kom ik regelmatig lezers tegen die vinden dat gedichten nodeloos vaag zijn. „Waarom,” zeggen ze dan, „wil je je publiek frustreren met onduidelijkheid? Dat is toch gewoon sadisme?”

Als tiener vond ik dat poëzie de werkelijkheid in kaart moest brengen. Pas later kwam het besef dat we met onze vijf zintuigen slechts een heel klein deeltje van onze leefwereld waarnemen, een dimensie die bovendien dagelijks van vorm en kleur verschiet. Sommige verzen proberen aandacht te besteden aan de facetten die niet makkelijk te bevatten zijn, die schuren. Juist daarom lijken sommige gedichten op het eerste oog nodeloos vaag. Omdat de dichter een poging heeft gedaan die onkenbare massa die ons omringt, aan het woord te laten.

Zoals bij dit vers van Kouwenaar, waarin het weliswaar onduidelijk is wat nou precies het grijze is dat uit de hemel valt, maar je het wél aanvoelt. Het wordt een mysterie dat aan de rand van je blikveld leeft en je zekerheden alleen al door haar aanwezigheid op losse schroeven zet. Dat is voor mij de grote meerwaarde van zogenaamd geheimzinnige verzen. Het suggereert dat er nog veel meer te zien, te voelen en te ontdekken valt. En hey, als ik iets duidelijks wil lezen, neem ik wel de handleiding van een neushaartrimmer tot me.

Dat laatste lijkt me een compliment aan de onbekende auteur van die handleiding, want er zijn echt veel onbegrijpelijke handleidingen in omloop. Maar inderdaad, er valt nog veel meer te zien, te voelen en te ontdekken.

Vergelijk dat eens met dit gedicht:

Uit grijze hemel valt de regen,
De vogels dempen nu hun lied,
Maar nimmer weifelt, draalt de zegen,
Die rust op heel dit schoon gebied.

De grond is arm, als menig hart,
En zo gebaat bij malse regen,
En ginder, achter wolken, mart
De goede zon met al haar zegen.

O somber, toch zinrijk verleden,
Dat immer ver en verder wijkt,
Gezegend is het zonnig heden,
Waarover nooit een schaduw strijkt.

Niks stilstaan op de rand van stilte, een ode aan het zonnig heden waarover nooit een schaduw strijkt, hier spreekt een simpele ziel, blij van zinnen ondanks de grijze regen. Het gedicht is van Reinier van Genderen Stort en verscheen oorspronkelijk in De Gids, jaargang 1936. Wat hij precies voor zich zag bij een marrende goede zon wist ik ook niet, maar marren betekent volgens het woordenboek 'talmen, treuzelen, dralen, aarzelen' en dat is verhelderend. Welk zonnig heden hij in 1936 (!) voor zich zag, blijft eveneens een raadsel, maar ach, hoog, Sammie, kijk omhoog Sammie...
Dit gedicht heeft bijna de duidelijkheid van Ellens neushaartrimmer, toch geef ik de voorkeur aan de onbestemdheid van Gerrit Kouwenaar en zijn steenveld waar niets zich bezit.


woensdag 23 januari 2019

LZL 107: Joke van Leeuwen

De laatste aflevering van Literatuur zonder leeftijd (nummer 107, winter 2018) is gewijd aan Joke van Leeuwen.
Met laatste bedoel ik nu echt laatste, niet alleen meest recente. Want dit is echt de laatste aflevering van LZL.

De redactie heeft hiermee een waardig slotstuk gemaakt. Joke van Leeuwen is een van de meest veelzijdige en beste auteurs voor kinderen, auteur, illustrator en theatervrouw. Jammer dat LZL ophoudt, heel goed dat de redactie juist haar werk als thema heeft gekozen.

De pocket van 210 p. bevat 12 artikelen over haar werk en vijf bijdragen van Joke van Leeuwen, drie gedichten, een andersoortige tekst en een reeks prenten, deels in kleur. De artikelen over haar werk zijn van Eline Rottier (een interview), Annette de Bruijn (poëzie), Sander Bax (poëzie voor volwassenen, Bart Moeyaert (herinneringen aan samen optreden, mooi om daar te beginnen met lezen), Vanessa Joosen (Maar ik ben Frederik), Lieke van Duin (over grenzen heen), Bill Nagelkerke (translations), Jaap Goedegebuure (romans voor volwassenen), Truusje Vrooland-Löb (tekst en beeld), Joke Linders (reizen als vertelstructuur), Henk van Vliegen (interview met Nicole van Kilsdonk, regisseur film Toen mijn vader een struik werd) en Jen de Groeve (non-fictie).

Geen pocket om in één keer uit te lezen, hij belandt op mijn nachtkastje.

Maar wel een citaat, uit het interview dat Eline Rottier met haar hield:

Een begin

De toon was gevonden, maar een uitgever vinden bleek moeilijk. Met haar verhalen reisde Joke van Leeuwen stad en land af. Ging ze vanuit Brussel met de trein naar Bussum, bleek er niemand te zijn, stond ze tien minuten later weer buiten. 'Ik werd steeds onzekerder, op het laatste durfde ik niet eens meer naar de brievenbus. Dit had ik altijd gewild, zou het niet gaan lukken? 
Om de druk van de ketel te halen, ging ik geschiedenis studeren en tijdens die studie kwam ik via via terecht bij Uitgeverij Omniboek en ging het ineens lopen. Voordat ze wat wilden met mijn verhaal moest ik een  - in mijn ogen - zeer slecht verhaal illustreren. 
Ik herinner me de eerste recensie nog levendig. Het verhaal werd helemaal afgekraakt, maar als laatste zinnetje stond er: "De onbekende illustrator deed het beter." Dit is een begin, dacht ik. Niet lang daarna lag De Appelmoesstraat is anders (1976) in de boekhandel.'




Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018). ISBN 978 94 6167 382 4, 212 p.
Bestellen: € 19,95 incl. verzendkosten, redactie-lzl@planet.nl


maandag 21 januari 2019

Exit LZL

Dat was even schrikken. Er zat een brief bij Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018), gedateerd 'december 2018'.

Een half jaar geleden hebben de redactie van Literatuur zonder leeftijd en het bestuur van IBBY-Nederland na lang wikken en wegen en met pijn in het hart gezamenlijk het besluit genomen om met ingang van 1 januari 2019 te stoppen met de uitgave van Literatuur zonder leeftijd.

De briefschrijvers (Helma van Lierop als voorzitter IBBY-Nederland en Toin Duijx als eindredacteur LZL) noemen twee redenen:
(1) te weinig geld en
(2) steeds minder auteurs bereid om voor niets bij te dragen.
Wat betreft (1) stegen de kosten en daalde het aantal abonnees.
En wat betreft (2), tja, dat komt, lijkt me, voort uit 1.

Als oud-uitgever en dito hoofdredacteur van Leesgoed en als (een periode) oud-uitgever van LZL kan ik me van de financiële perikelen wel een voorstelling maken. Het is eigenlijk een wonder dat Stichting IBBY-Nederland het nog zo lang heeft volgehouden. Daar zaten heel wat onbetaalde uurtjes in... Van 2013, toen Leesgoed en De Leeswelp van het toneel verdwenen) tot en met 2018 was LZL het enige serieuze vaktijdschrift over jeugdliteratuur - al heette het dan met opzet Literatuur zonder leeftijd.

Nu is er dus geen enkel Nederlandstalig vaktijdschrift meer over jeugdliteratuur. Er is wel een handvol websites en blogs (waaronder dit). Gemeenschappelijk kenmerk: liefdewerk oud papier, nergens hoef je voor de inhoud te betalen. Geldt voor meer blogs over literatuur en zo, maar een beetje schrijnend blijft het wel. Er verschijnen in het Nederlands taalgebied honderden nieuwe kinderboeken per jaar, zowel vertalingen als oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Er is jeugdtheater, er zijn jeugdtijdschriften - maar eróver wordt niet méér geschreven dan de afzonderlijke commentaren en recensies op diverse blogs, en de (schaarse) recensies in dagbladen. Er zijn twee universiteiten waar jeugdliteratuur deel uitmaakt van het curriculum - waar raken aankomende onderzoekers hun artikelen kwijt? Waar plaatsen de al gediplomeerde onderzoekers hun artikelen? Of vertalen die hun artikelen over Nederlandstalige jeugdliteratuur al bij voorbaat in het Engels, om kans te maken op een plekje in een Engelstalig vaktijdschrift?

Het moet de redactie van LZL zijn zwaar gevallen en al helemaal de eindredacteur Toin Duijx. In aflevering 107 zelf is niets te merken, het colofon is nog als vanouds, je zou je nog kunnen abonneren...
Het zal ook het bestuur zijn zwaar gevallen, nou ja, e.e.a. wordt ook vermeld 'met pijn in het hart'. Niet in de laatste plaats omdat LZL toch ook het smoel van IBBY-Nederland was. Het zal nu veel moeilijker worden om de activiteiten onder de aandacht te brengen. Een kwartaalbericht is niet veel...

Afijn, het is wel een mooie laatste aflevering geworden, rond Joke van Leeuwen. Daarover meer in een aparte bijdrage.

Toin

Het is overigens moeilijk om het stoppen van LZL los te zien van dat andere briefje dat in deze aflevering zat: Afscheid Toin Duijx. Het flyertje bevat twee toespraken die zijn gehouden tijdens de afscheidsceremonie op 9 november 2018, van Joke Linders en Helma van Lierop-Debrauwer.
Toin, ...




Zonder Toin Duijx als immer vlijtige en attente secretaris en eindredacteur is IBBY-Nederland als het ware een rechterhand kwijt en zou de productie van LZL een zware dobber zijn geweest. Onmisbaar is een groot woord, maar Toin kwam er dichtbij. De tekening van Alex de Wolf die het flyertje siert is treffend.
Als gewoon abonnee c.q. begunstiger ga ik me afvragen: wat gaat Toin eigenlijk doen?...




woensdag 12 december 2018

Lezers op de Titanic?

Eergisteren zat Lezen 2018-4 bij de post.
Er lagen al wat voorgaande nummers op het stapeltje te bespreken. Ik kwam er niet toe, misschien ook doordat die nummers een beetje op elkaar leken. Wat nieuws (vooral jeugdliteratuur), wat prettig  enthousiasmerende interviews en artikelen, kijkjes in het atelier van illustratoren (zoals dit nummer Leo Timmers)...
Maar nummer 4 is toch bijzonder, want daaruit klinkt weer eens het geluid van een noodklok.

Associaties dienden zich aan met de ondergang van de Titanic (al lezend verglijden in de golven), met een bekende boektitel (De laatste der Mohikanen) en met een bekend stripverhaal, dat altijd begint en eindigt in dat ene dorp in Gallië dat nog niet bezet is.

Hoofdredacteur Gerlien van Dalen, tevens directeur-bestuurder Stichting Lezen, in haar redactioneel:

In veel gesprekken en beleidsstukken neemt de dalende leestijd en de lage leesmotivatie een prominente plaats in. De situatie is zorgelijk en er moet iets gebeuren, is de boodschap. Terecht, er is alle aanleiding voor zorg. En er gebeurt ook al veel: u en ik werken dagelijks aan leesbevordering; er zijn effectieve leesbevorderingsprogramma's opgezet zoals Boekstart en de Bibliotheek op school en er zijn leesbevorderende campagnes. Maar in ons volle, drukke leven is leesbevordering steeds meer leestijdbevordering.


(Ill. Karst-Janneke Rogaar.)

Mirjam Noorduyn vraagt in een artikel onder de kop 'We moeten alles doen om tieners aan het lezen te krijgen' aandacht voor het initiatief van auteurs Hans Hagen en Ted van Lieshout om samen met BruuTAAL de Gouden Lijst overeind te houden, nadat de CPNB besloot die prijs niet langer uit te reiken. Vechten tegen de bierkaai? Of toch de Asterix en Obelix van de leesbevordering, die moedig en succesvol standhouden tegen de oprukkende legers der niet-lezers?
Ze verwijst naar een rapport van het SCP, waaruit blijkt dat het aantal lezers onder dertien- tot negentienjarigen daalde van 65 procent in 2006 naar 40 procent in 2016. Noch hoogleraar Roel van Steensel, noch Ted van Lieshout laten zich in het artikel optimistisch uit.

In een interview door Eva Gerrits met auteur Alex Boogers, die de twee schotschriften De lezer is niet dood en Lang leven de lezer schreef, laat die zich ook al wat zorgelijk uit. 'Ongeïnteresseerde leerlingen bereiken is een gevecht dat Boogers vaak voert.' En hij zegt:

Tijdens schoolbezoeken ontmoet ik steeds dezelfde auteurs: een Jaap Robben, Maartje Wortel, Özcan Akyol en nog een handvol. Wie ik er nooit tref: journalisten en auteurs die kranten vullen met artikelen over jongeren die niet meer lezen. [...]

Preek een keer niet voor eigen parochie, maar ga op een school met jongeren in gesprek, vertel waarom je bent gaan schrijven, waarom je leest;  bedrijf literatuur met ze. Als later een van hen op zoek gaat naar een boek, heb jij daarvoor de kiem helpen planten. Wat plant je nou met cultuurpessimistische geluiden in een krant?

Waarvan akte.
Met natuurlijk de aantekening dat het deze bezorgde lezers en schrijvers gaat om boeken, liefst met een ruime woordenschat, om verhalen die de verbeelding prikkelen. Die ruim drie uur die tieners tegenwoordig volgens het SCP doorbrengen met hun mobieltje, bestaat natuurlijk voor een flink deel uit lezen en schrijven: al die berichtjes die worden uitgewisseld. Heel gezellig, maar hun woordenschat wordt er niet door verrijkt, noch maken ze kennis met andere geesten dan het vriendenkringetje.