Zoeken in deze blog

dinsdag 18 april 2017

Armoede en een happy end

Armoede is een relatief begrip. Wie overleeft, kan zich rijk wanen. Wie geen geld heeft om de nieuwste iPhone te kopen, kan zich arm wanen.
Hoe relatief ook, echte armoede schrijnt. Het noodlot ligt altijd op de loer. Doorgaans in de vorm van honger, ziekte en kou. Eerlijk delen hebben mensen altijd als een deugd beschouwd, maar er komt in de praktijk weinig van terecht. Naast deugden zijn er ondeugden als machtswellust en hebberigheid.
En soms is er niets om te delen. Als de oogsten mislukken, is er niets te eten, zo simpel is dat. Het dreef in de 19e eeuw miljoenen Ieren hun land uit, de oceaan over. Het drijft nu miljoenen mensen in Afrika van hun land.

En zelfs als het land juist genoeg opbrengt, kan het noodlot toeslaan. Een gebroken been en geen geld voor een dokter en een ziekenhuis. Een arme boerin in Tessino breekt haar been, net als het dorp ook nog geteisterd wordt door droogte, medio 19e eeuw. De boer ziet geen andere weg dan zijn zoon meegeven aan een ronselaar die magere jongetjes zoekt voor schoorsteenvegers in Milaan. Zoals deze jongens:

 

Zo begint een klassiek verhaal, dat onlangs weer in herdruk is verschenen en mij ter bespreking werd toegestuurd: Levende bezems van Lisa Tetzner. Het verscheen oorspronkelijk als Die schwarzen Brüder in 1940-'41 en de eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1951. Het is in feite door haar en haar echtgenoot Kurt Kläber (schrijversnaam: Kurt Held) samen geschreven: Lisa begon het, Kurt schreef het af. Ze woonden toen als politieke vluchtelingen in Zwitserland en Kurt Kläber mocht niet publiceren, daarom verscheen (en verschijnt) het onder haar naam.

Beide auteurs waren zeer begaan met het lot van arme mensen en Kurt Kläber was zelfs lid van de Kommunistische Partei Deutschland - tot 1938, toen hij er wegens het stalinisme uitstapte, volgens Wikipedia. Geen wonder dat de nazi's niets moesten hebben van hun werk, het werd al snel na 1933 verboden en het echtpaar vluchtte naar Zwitserland.

Toch zou een verhaal als Levende bezems in sommige na-oorlogse socialistische, ´revolutionaire´ groeperingen slecht vallen. Want waar bleef de opstand der verdrukten, de omverwerping van de kapitalistische machthebbers? Grote kans dat de auteurs door hen als renegaten zouden worden betiteld. De redding komt immers niet van het rode front, maar notabene van een lid van de gegoede middenklasse, een Zwitserse arts.
Ik heb, moet ik bekennen, niet de moeite genomen om te onderzoeken of dit vermoeden klopt, maar mij staan nog levendig de boekjes voor de geest die in de 70-er jaren voor kinderen verschenen waarin het revolutionair perspectief lokkend wenkte. Verkrijgbaar in boekhandel De Rode Rat e.d. Dat waren geen verhaaltjes waarin een Zwitserse arts arme schoorsteenvegertjes onder zijn hoede neemt.

Waarschijnlijk is het ontbreken van het revolutionaire perspectief nu net de kracht van het verhaal. Want het zou een wonder zijn als die eenvoudige boerenjongens ervan droomden om de macht over te nemen. Ze wilden simpelweg een beter bestaan, een beetje zoals Charley Chaplin (leeftijdgenoot van de auteurs) dat met groot talent schilderde in zijn films Modern Times en The Great Dictator, en zoals eerder Hector Malot zijn Alleen op de wereld (Sans famille, 1878) liet eindigen.
Niks ´sterft gij oude vormen en gedachten´, niks ´nieuwe krachten´ die 'de wereld steunen' en niks ´internationale die morgen heersen zal op aard´´.
De kracht van het verhaal is juist dat de verteller zijn hoofdpersonen niet sterker maakt dan ze zijn. Ze hebben genoeg lef en hart om onderling solidair te zijn, om bijvoorbeeld een goede begrafenis van een van hen af te dwingen. Niet meer, niet minder.
Ze worden weliswaar ´tot ‘t merg en been uitgezogen´, maar ´de rijkaard leeft zelfzuchtig voort´, al is deze ene (betrekkelijke) rijkaard die hen te hulp schiet dan helemaal niet zelfzuchtig. Want zo´n soort opstand zou een energie en vaardigheid vergen die de schrale schoorsteenvegertjes niet hebben en juist dat is geloofwaardig.
Het is ook meer toeval dan wijsheid die ze in de armen brengt van weldoener Casella brengt.

Inmiddels weten we dat het revolutionair elan niet altijd een happy end teweeg brengt. Ik denk met gemengde gevoelens aan wat ik ooit gelezen en gezien heb over de Franse, de Russische en de Angolese revoluties, en nog lees over de Venezolaanse Chavinistische revolutie, om er enkele te noemen. Het gaat te ver om ze louter als tragedie te zien, want veel mensen gingen er zeker op vooruit, maar om ze nu zonder reserve als een groot succes en een sprong vooruit voor de mensheid te betitelen zou mij te rooskleurig zijn. Geen happy end, dus.

  

En een happy end heeft Levende bezems nu juist wel. Alfredo sterft, maar verder komt het met alle hoofdpersonen en zeker met Giorgio heel erg goed en dat gelukkige einde wordt breed uitgemeten. Heel fijn. En wie weet hebben de auteurs dat met opzet gedaan, vermoedend dat juist veel jonge lezers een happy end zeer op prijs stellen. Intussen nemen die jonge lezers dan kennis van wat samen te vatten valt onder het oude maar nog steeds actuele begrip uitbuiting. Het valt zo samen te vatten, maar gelukkig bekommert de verteller zich niet om theorie, het gaat in dit verhaal om mensen, met al hun beperkingen en betere momenten, en dat maakt het sterk.
In 2013 verscheen nog een Duitstalige verfilming, onder regie van Xavier Koller.

Ik las de Nederlandse versie, heb de Duitse niet bij de hand, kan dus over de vertaling van Annie Winkler-Vonk niets schrijven, behalve dat zij een bekende vertaalster was, die meer werk uit het Duits heeft vertaald, o.a. van Johanna Spyri (Heidi) en Kurt Held. De vertaling is voor deze editie nog bewerkt door Suzanne Braam.

Tetzner, Lisa. Levende bezems. Ploegsma, 384 p., ISBN 978 90 216 7719 4. Oorspr. Die schwarzen Brüder, 1940.

De eerste twee afbeeldingen zijn ontleend aan Wikipedia, de andere zijn van George van Raemdonck.



dinsdag 11 april 2017

De Zevensprong

Ingewikkelde gebouwen met trappen en spiegels en verborgen ruimtes, doolhoven, mystificaties, raadsels, kruispunten, dubbele persoonlijkheden, verwisselingen, vreemde streken, spiegelingen, parallelle werelden, het was en is een kolfje naar de hand van de oude meesteres Tonke Dragt. Haar werk zit er vol van.
Haar debuut, Verhalen van de tweelingbroers (1961, 'vrij naar Babinase balladen'), gaat over twee broers, Jiacomo en Laurenzo, die zo op elkaar lijken dat men de een vaak voor de ander aanziet. In dit verhaal zit al een tweesprong, en er zijn allerlei zaken in tweeën. Wie in tijden van verkiezingen eens naar inspiratie zoekt, kan er terecht voor de Eerste en de Laatste Partij. (Voer voor sociaal-democraten.)
(Babina, overigens, is het land van de tweelingbroers. Of het ook lijkt op de bestaande streken in India en Slowakije...?)




In De Zevensprong (1966 of 1967), dat ik onlangs ter bespreking kreeg toegestuurd, is de 'jongeman' die er de hoofdrol speelt naar omstandigheden schoolmeester Frans van der Steg of avonturier Frans de Rode. Bondgenoot Rob is soms Roberto, soms de Brozem. Ze wisselen ter plekke.
Het jaar van verschijnen lijkt me ook een mooie mystificatie. Volgens Tonke's brief aan de lezers achterin en volgens Leopold (imprint in het boek) verscheen de eerst druk in 1967, dus vijftig jaar geleden, volgens de KB en Wikipedia in 1966. 

Tonke Dragt houdt er wel van alles met alles te verbinden, zoals een goede verteller betaamt, maar liefst met veel kronkelingen en doodlopende wegen. Doolhoven zoals het Trappenhuis in De Zevensprong.
Heerlijk.
Vind ik, tenminste. Maar ik ben natuurlijk niet de enige, want ze heeft de nodige waardering gekregen, ook voor De Zevensprong. Het werd door Karst van der Meulen bewerkt tot tv-serie (1982), luisterboek en musical (2004). Er is nog een website met van allerlei, o.a. een fietsroute rond Ruurlo, waar de tv-serie werd opgenomen.

Wat die ingewikkelde gebouwen betreft, daarvan dook het eerste wel op in De Zevensprong, als ik het goed heb: het Trappenhuis. In tal van latere verhalen keerden ze terug, bijvoorbeeld in De Torens van Februari of in Zeeën van tijd, met die mooie Januaraanse Ambassade.
Al die Dragtiaanse verbeeldingsparels zijn beschreven in ABC Tonke Dragt; De werelden van Tonke Dragt, een prachtig boek van Joukje Akveld & Annemarie Terhell (2013).

Zo'n herdruk van een klassieker is fijn, vooral als het verhaal een hele tijd niet verkrijgbaar was. Dat was met De Zevensprong geenszins het geval, naar mijn indruk. Maar voor mij was het erg lang geleden dat ik het had gelezen en het leek me prettig om het opnieuw te lezen.

Dat was een plezierige en fascinerende ervaring.
Fascinerend, want aan veel woorden en zinswendingen is te merken dat De zevensprong al 50 (of 51?) jaar oud is. Gelaatsuitdrukking, brommer, een onderwijzer die zijn das rechttrekt, of een leerling in de nek pakt (als-ie dat vandaag-de-dag zou doen, zouden de boze ouders de volgende morgen op de stoep staan...) dan wel uitfoetert, of met zijn vuist op tafel slaat, en een mening huldigt en op zaterdagmorgen lesgeeft, een Brozem (woordspeling met nozem), het is niet van deze tijd.
Gevoegd bij het ontbreken van hedendaagse en in de ogen van veel jonge lezers onmisbare attributen als mobieltjes en computers, is het een wonder dat het verhaal nog steeds overeind blijft.
Dat ligt zeer waarschijnlijk aan de ingenieuze intrige (ik hoef die niet samen te vatten) en de levendige verteltrant. Dat kasteeltje in Ruurlo, bijvoorbeeld, dat een rol speelde in de tv-serie, steekt toch wat gewoontjes af bij:

een krankzinnig huis, een huis uit een nachtmerrie... vol torens en torentjes, met hoekige uitsteeksels en bultige aanbouwsels, met scheve schoorstenen en vreemde staketsels op de daken. Het zag eruit alsof het gegroeid was in plaats van gebouwd, zo grillig waren de omtrekken.

Een echt Dragt-huis. Tekenen kon ze het ook:


Dragtiaans is ook het spelen met verwisselingen en mystificaties. Die dubbele persoonlijkheden noemde ik al, maar mooi is dat hoofdpersoon Frans, meester in het vertellen van zelfverzonnen verhalen aan zijn leerlingen, pas langzaam beseft dat hij nu in een verhaal terechtgekomen is dat hij niet zelf heeft verzonnen, en ook langzaam het idee krijgt dat iemand anders hém in een verhaal plaatst, ja, dat misschien zijn leerlingen er meer van weten.

'Misschien toch wel,'zei Frans langzaam. 'Ik ben er helemaal niet zeker meer van dat het Verhaal van de Zevensprong echt is gebeurd...'
'Meester!'zei Maarten ontsteld. 'U hebt het toch niet verzonnen? Van Gr... Gr... en de schat... van Roberto en zijn kanon, en...'
Frans haalde zijn schouders op. 'Daar laat ik me niet over uit,' zei hij. En hij dacht: Als dit verhaal verzonnen is, heb ik het toch zeker niet zelf gedaan! Ik kan wel wat beters fantaseren. Maar wie deed het dan wel? En hoe kan het dat ik het heb beleefd?

Dit spel met werkelijkheid en fantasie is typerend - en fascinerend.
Heerlijk, nogmaals.



Tonke Dragt. De Zevensprong. Leopold, 33e druk, 2017. 304 p., ISBN 978 09 258 7213 7.

NB. Mooi hè, die 7 aan het eind van het ISBN...




maandag 10 april 2017

Turmoil in Turkije - geen IBBY-congres

Er worden honderdduizenden kinderboeken per jaar verkocht in Nederland, toch telt de Nederlandse afdeling van de International Board on Books for Young people (IBBY) niet meer dan zo'n vijfhonderd begunstigers, schat ik.
Dat is jammer, want de IBBY is heus een aardige vereniging, waarin mensen hun uiterste best doen om het kinderboek de aandacht te geven die het verdient.
Ik citeer de doelstelling weer eens:

Mission
  • to promote international understanding through children's books
  • to give children everywhere the opportunity to have access to books with high literary and artistic standards
  • to encourage the publication and distribution of quality children's books, especially in developing countries
  • to provide support and training for those involved with children and children's literature
  • to stimulate research and scholarly works in the field of children's literature
  • to protect and uphold the Rights of the Child according to the UN Convention on the Rights of the Child. ' 

Wie kan daar nu tegen zijn... Recep Erdogan misschien?

Tot de activiteiten van IBBY hoort het organiseren van een internationaal congres, elke twee jaar. Dat vond tot nu toe plaats op de meest uiteenlopende plaatsen, zie hier. Merendeels heel rustige plekken, maar toch ook iets minder rustige plekken als Mexico City (2014), Macau (2006), Cartagena de Indias (2002), New Delhi (1998), Berlijn drie jaar na de val van de Muur (1992), Nicosia (1984) en Rio de Janeiro (1974).
In 2018 zou het congres in Istanbul zijn. Maar dat gaat niet door. Dat maakte IBBY-voorzitter Wally De Docker bekend tijdens de Internationale Kinderboekenbeurs in Bologna. Dit is het officiële bericht:

Our world is in turmoil. At the start of the 2017 Bologna Children's Books Fair press conference I talked about promoting international understanding and the current tendency of building walls in order to separate nations from one another.  We are now confronted by a situation that affects IBBY directly.  Our colleagues in Turkey are dealing with a situation in their country that is beyond their control. 
However, IBBY needs to react to world events, we are not immune.
So, with a really heavy heart as IBBY president I have to announce that the 2018 IBBY Congress that was scheduled to happen in Istanbul next September has been cancelled.
I want to sincerely thank our IBBY members in Turkey for their dedication, perseverance and good will. They have been preparing for this event for the last 4 years. 
IBBY has a two-year cycle and therefore the IBBY network of members still needs to meet in 2018.  The IBBY Executive Committee is looking into various feasible alternatives and we hope to announce a solution by the end of April this year.

Wally De Doncker
IBBY President
Bologna, 3 April 2017

Ja, Recep Erdogan eigent zich heel wat macht toe. Turkije is nog net geen dictatuur. Toch verbaasde het me te horen dat deze conferentie is afgelast.

Op 7 mei hoorde ik van een bestuurslid van IBBY Nederland dat de organisatie de 'veiligheid van de deelnemers niet zou kunnen garanderen'.
Tja. Wat moet ik me daar nou bij voorstellen. Niemands veiligheid is ooit gegarandeerd. Vliegtuigongelukken, aanrijdingen, berovingen, vervelende ziektes... het is allemaal niet echt te voorkomen, hooguit een beetje te vermijden.
Eigenlijk kan ik mij niet voorstellen dat er ook maar een deelnemer uit de kinderboekenwereld ongewenst zou zijn in de ogen van het Turkse bewind - behalve wellicht een afvaardiging uit Armenië - wat overigens wat mij betreft reden genoeg zou zijn voor afgelasting. Het riekt een beetje naar een angstig IBBY-bestuur - óf naar informatie die beter niet in de openbaarheid gebracht kon worden volgens dat bestuur ('situation in their country that is beyond their control').
Een merkwaardige beslissing.

maandag 3 april 2017

Jeugdliteratuur: kunst in woord en beeld 2

Op 28 januari schreef ik over de komende 26e editie van de Bienále Ilustrácií Bratislava / Biennale of Illustrations Bratislava (kortweg BIB), in (uiteraard) Bratislava, Bibiana, 'International House of Art for Children', en hoe daarvoor werk wordt geselecteerd.

Nu is bekend welk werk naar de tentoonstelling gaat. Het betreft werk van/uit:

Henriette Boerendans, Daar buiten slaapt een aap (uitg. Gottmer)
Irene Goede, Erop of eronder (tekst: Anne Pek) (uitg. Gottmer)
Annemarie van Haeringen, De parkiet, de zeemeermin en de slak (uitg. Leopold)
Alice Hoogstad, Mijn oma is een ooievaar (uitg. Lemniscaat)
Philip Hopman, Hubert de Givenchy (uitg. Leopold)
Yvonne Jagtenberg, Links of rechts? (uitg. Rubenstein)
Martijn van der Linden, Tangramkat (tekst: Maranke Rinck) (uitg. Lemniscaat)
Merlijne Marell, Schobbejacques en de 7 geiten (uitg. Loopvis)
Yke Reeder, Wapper (tekst: Sytse Jansma) (uitg. Afûk)
Roelof van der Schans, Het meisje met de rode paraplu (tekst: diverse auteurs) (uitg. Wijdemeer & Aed Levwerd)
Ingrid & Dieter Schubert, Opvrolijkvogeltje (tekst: Edward van de Vendel) (uitg. Lemniscaat)
Thé Tjong-Khing, Kunst met taart (uitg. Lannoo)
Ludwig Volbeda, De vogels (tekst: Ted van Lieshout) (uitg. Leopold)
Sylvia Weve, Arme rijk (tekst: Bette Westera) (uitg. Gottmer)
Arnoud Wierstra, Babel (uitg. Gottmer).

De samenstelling van de selectiecommisie werd niet onthuld. Jammer, want ze heeft naar mijn idee een goede selectie gedaan.
'En nu maar afwachten of de internationale jury in september één of meer van onze illustratoren zal verblijden met een bekroning.'


dinsdag 28 maart 2017

Jij met mij

Robbert-Jan Henkes was me eerst en vooral bekend wegens de vertaling van James Joyce' Ulysses, samen met Eric Bindervoet, want die vertaling werd zeer gewaardeerd, zoals dat ook gold voor hun huzarenstukje bij uitstek, de vertaling van Finnigans Wake in 2002.
Ze staan op mijn lijstje... Ulysses las ik lang geleden, maar in een andere vertaling, ik denk die van John Vandenbergh. Nou nog het origineel...

Opeens was daar Bij ons op de maan, een bundel gedichten voor kinderen, door Robbert-Jan Henkes vertaald uit het Russisch. Weer eens iets anders dan Iers-Engels. Die zou hij hebben samengesteld 'op basis van 25 jaar lezen en luisteren'. (Bron.)

Bij mij op de maan
Heb je elke dag wafels
Prinsesje, schuif aan
Aan mijn wafeltafels!

Wellicht inspireerden deze gedichten hem. Want onlangs verscheen een bundel gedichten van eigen hand, Jij bij mij, met illustraties van Marga van den Heuvel. Dit werk kwam min of meer in het openbaar tot stand, zie de website Stormenderland.
Ik citeer daarvan:

'Jij met mij is een poëzieprentenboek voor iedereen vanaf 4 jaar. In 2015 begon Marga van den Heuvel samen met schrijver/vertaler Robbert-Jan Henkes te publiceren op hun website Stormenderland.nl. Robbert-Jan poste elke dag een gedicht of songtekstvertaling, Marga reageerde daarop met een illustratie. Soms werkten ze ook andersom.

Ze besloten in 2016 een selectie kindergedichten en -illustraties naar Uitgeverij Querido te sturen. Die reageerden enthousiast en er volgde een jaar van bijschaven en uitwerken. Nu is het boek af en het ligt vanaf 8 maart 2017 in de winkels.'

Er zit geen muziek bij en dat is jammer, want veel zo niet alle gedichten uit deze bundel zouden het goed doen als liedteksten. Ik citeer er één (het eerste in de bundel) om dat te tonen:

Vis is vies
En wou zich wassen
Wou zich wissen
Wou zich wassen
Wou zich plissen plessen plassen

Al haar schubben
Wou ze schrobben
Schubben schrobben
In de tobbe
Om zich schoon te wissen wassen

Visje, visje
Visje mijn
Wist je, wist je
Dat een vis nooit vies kan zijn?
Visjes vies
Zijn heel gewoon
Altijd goed gewassen
Schoon




Klankrijm, spelen met nonsenswoorden en spelen met associaties zoals hier komen in alle teksten terug. Trochee en jambe staan aan de basis van het ritme en dat komt ook vaak terug, maar niet overal. Zie bijvoorbeeld het begin van 'In het land Ocharme':

In het land Ocharme, op een berg stenen,
In een oude toren woont een oude reus.

Hij heeft twee linkerarmen,
Hij heeft twee linkerbenen,
Hij heeft twee linkeroren,
En een linkerneus.

Ritme genoeg, maar net anders dan in 'Vis is vies'.

Ze zijn speels, deze gedichten. Er is een mooie variant op 'Jantje had een hobbelpaard', ofwel een liedje dat almaar doorgaat doordat de eindregel ook de beginregel is, of zou kunnen zijn: 'Beer in thee'. Met overigens een heerlijke tante Betje:

Daar is hij toen op geklommen
En ging slapen bij een boom.

En een gedicht als 'De broertjes salamander' geeft ook nog stof tot nadenken, want

... wie was nou de ander
En wie precies de een?
Wie van de broertjes salamander
Was nou, zeg maar, salameen?

en het laatste couplet:

Ik zag er kort geleden een,
En ik vroeg: Waar is de ander?
En toen zei die salamander:
Hoezo? Dat zie je toch meteen,
Ik ben de ander, niet de een.

Een echt slaapliedje zit er ook in: 'Geeuw- en slaapliedje', heel uitnodigend om er inderdaad een liedje van te maken, maar ook voordragen met veel geeuwen zal succes hebben. De derde strofe (van de vier):

Wat doen de schapen?
Ze gapen, ze gapen.
Wat doen de apen?
Ze gapen, ze gapen.
Weet je zeker dat ze niet slapen?
Nee, ze gapen, ze gapen.

Het titelgedicht is prachtig en begint zo:

Op de spiegelgladde baren
Op de spiegelgladde zee
Varen jij en ik en ik en jij
Tweezaam met z'n twee









Een klein feestje, deze gedichten dan wel toekomstige liedteksten.

De illustraties benadrukken het nonsensikale en het dromerige van de teksten en strekken zich uit over twee pagina's, met steeds rechts de tekst. Helaas kon ik dat niet zo scannen en ik houd het ook op de twee afbeeldingen hierboven om de pret niet te bederven.
Ofwel, wil je meer lezen, koop het boek.

                                                   

Robbert-Jan Henkes & Marga van den Heuvel. Jij met mij. Querido, 2017, 48 p. ISBN 978 90 451 2016 4. € 15,99.



maandag 6 maart 2017

Zeg Roodkapje...

Het zal je liefhebberij maar zijn... maanden in de Koninklijke Bibliotheek doorbrengen om daar honderden versies van Roodkapje over te tikken.
Folkert Karsdorp deed het, aldus een artikel door Maarten Dessing: 'maandenlang eenzame opsluiting in de KB: boek op een kussen, handschoenen aan, met een hand het blaadje openhouden, met de andere overschrijven. Er zaten oude kijkdozen of pop-upboeken bij, daar moet je zó voorzichtig mee zijn'.
Folkert Karsdorp is een etnoloog, 'voorheen verbonden aan het Meertens Instituut en nu aan de Radboud Universiteit in Nijmegen' - maar het Meertens Instituut en zijn eigen site vermelden hem nog gewoon als medewerker. Hij deed het niet in zijn eentje: Antal van den Bosch, 'taaltechnoloog' en vanaf januari dit jaar directeur van het Meertens Instituut, hielp hem. Het onderzoek mondde in december 2016 uit in een proefschrift: Retelling Stories: A Computational-Evolutionary Perspective (2016).



Het doel was om deze versies te vergelijken met hulp van digitale techniek. De uitkomst van dit onderzoek beschreef Marten Dessing in een artikel in Taaluniebericht, Taaltechnologie brengt Roodkapje tot leven. Het persbericht dat ik vond in Nu.nl dateert al uit juni 2016 en ebschrijft de onderzoekmethode aldus:

'De onderzoekers gebruikten een bijzondere bron: alle ingescande of handmatig getranscribeerde versies van meer dan vierhonderd Nederlandse hervertellingen van Roodkapje, verzameld door de Koninklijke Bibliotheek en gedigitaliseerd door Karsdorp in samenwerking met het Meertens Instituut in Amsterdam. Van den Bosch: "De computer maakt het mogelijk om zo’n groot corpus met zoveel data te onderzoeken. Iets wat je handmatig nooit had kunnen doen. Dit is gewoon een veel efficiëntere manier om onderzoek te doen naar de verwantschap van teksten."'




Wat hij onder meer ontdekte is dat de meeste bewerkers teruggrijpen op een andere bewerking en niet op een oude tekst. Nou ja, de meeste...: 'Iedereen die Roodkapje herschrijft, grijpt terug op een variant van maximaal twintig jaar oud.'.




Een boude bewering en het persbericht heeft het over 'vrijwel alle bewerkingen', maar onwaarschijnlijk is het niet.
Natuurlijk wijst Karsdorp er ook op dat alle versies uiteindelijk te herleiden zijn tot de versies van Charles Perrault (die Roodkapje gewoon opgegeten laat) en de gebroeders Grimm (die de jager laten opdraven om haar te bevrijden).
Vooral die laatste versie heeft navolging gevonden. Net als de broers vonden de meeste bewerkers het kennelijk wat bont om de jonge dame zo aan haar eind te laten komen - of ze waren geheel niet op de hoogte van de oudere versie van Perrault.

Die versie van Perrault berustte weer op nóg oudere versies, het verhaal was niet onbekend in Frankrijk en de oudste geschreven versie dateert uit de 10e eeuw, als gerijmd verhaal 'De puella a lupellis servata' in een werk getiteld Fecunda ratis, door ene Ecbertus Leodiensis ofwel Egbert van Luik. Die vroege versies zijn bestudeerd door Jamie Tehrani, zie zijn artikel 'The Phylogeny of Little Red Riding Hood' (2013).




Roodkapje is een van de sprookjes die erg tot de verbeelding hebben gesproken van uitleggers, wegens de seksuele connotaties die het verhaal kan oproepen. Ga niet met vreemde mannen mee is nog de simpelste boodschap die aan Perraults versie zou kunnen worden toegeschreven. Iets minder simpel wordt het vanzelf als aan Roodkapje een zekere gewilligheid wordt toegeschreven.
Dat gaat van serieus naar minder serieus. Zie voor het serieuze werk o.a. de bekende studie van Jack Zipes over Roodkapje, The Trials and Tribulations of Little Red Riding Hood (1983), of Little Red Riding Hood Uncloaked: Sex, Morality, And The Evolution Of A Fairy Tale van Catherine Orenstein (2003), of de verhalenbundel The Bloody Chamber and Other Stories (1979) en daarin het verhaal 'The Company of Wolves' van Angela Carter. Of de film Red Riding Hood van regisseur Catherine Hardwicke.
Minder serieus? Tik in Google of een andere zoekmachine 'Red Hiding Hood Sex' onder afbeeldingen en je krijgt een overvloed aan plaatjes...




Ik heb het proefschrift van Folkert Karsdorp niet gelezen, maar het lijkt me aannemelijk dat hij aan dit aspect geen enkele aandacht besteedt. Sowieso doet het beeld bij hem niet terzake.
Dessing citeert: 'Kinderboeken kun je niet met ocr (optical character recognition) digitaliseren, omdat er vaak plaatjes in zitten. Dan staat er opeens een boom door de tekst afgedrukt.' Aldus Karsdorp.
Jammer, want plaatjes (al dan niet bewegend) zeggen evenveel over navolging als woorden. Neem alleen al de invloed van Disney...

 











donderdag 23 februari 2017

Jacques Vriens

Het is een goede greep van de redactie van Literatuur zonder leeftijd (zie ook Facebook) om van tijd tot tijd een auteur of illustrator als onderwerp voor een aflevering te kiezen. Recentelijk waren dat Harrie Geelen, Imme Dros, Bart Moeyaert en Ted van Lieshout.

Jacques Vriens

Voor aflevering 101 (winter 2016) werd het Jacques Vriens. Aanleiding was Die rotschool met die fijne klas - want dat verscheen in 1976 en dus is Jacques Vriens veertig jaar schrijver. In die periode zag hij kans om ruim 90 titels te produceren, rond te reizen met eigen theatervoorstellingen en ook nog eens talloze keren als leesbevorderaar op te treden - deels als Kinderboekambassadeur (vanaf 2013; nu: Jan Paul Schutten). En daarnaast schreef hij diverse artikelen over het nut en de vreugde van lezen. Zijn BTW haalde ooit de kolommen van Leesgoed en is nu (terecht) te vinden in LZL 101 en op internet.

Ook anderen ontging dat veertigjarig schrijversschap niet: in februari was Achtstegroepers huilen niet voor € 2,- te koop in de actie Geef mij maar een boek.

BTW staat voor Bereikbaarheid, Toegankelijkheid en Waardering, want daarom gaat het volgens Jacques Vriens bij leesbevordering. Zie LZL 101 p. 19-20, vooral voor de tips. Nog steeds een prachthandleiding voor leesbevordering op school, in twee pagina's. De BTW wordt gevolgd door De Lijst van Vriens, zestig titels jeugdliteratuur die iedere aankomende leraar basisonderwijs zou moeten lezen. Leg die naast die van de huidige Kinderboekambassadeur (zie ook hier) en je hebt helemaal een prachtlijst. Ze overlappen elkaar uiteraard wel.

Verder in dit nummer onder meer een interview met Jacques Vriens door Helma van Lierop, herinneringen aan hem als adviseur voor Van Holkema & Warendorf door Martine Schaap, als schoolmeester door Annemarie Bon en als ambassadeur door Gerlien van Dalen, herinneringen aan hem door illustratrice Annet Schaap en door de auteurs Sjoerd Kuyper en Mirjam Oldenhave, besprekingen van zijn theaterwerk door Selma Niewold en van zijn serieboeken door Susan Venings, en enkele langere studies over het werk van Jacques Vriens door Jacques Dane, Sanne Parlevliet, Helma van Lierop en Ann Uleners.
En last but not least ook nog een heel verhaal ('Tinus-in-de-war') en gedichten van Jacques Vriens, die het als liedteksten voor een schoolmusical goed zouden kunnen doen.

Heel wat te lezen dus, voor de liefhebber.



Literatuur zonder leeftijd 101. ISBN 978 94 6167 294 0, 196 p.



vrijdag 17 februari 2017

Het risico van de politiek in jeugdliteratuur

Het dossier van La revue des livres pur enfants 292 (december 2016) heeft als motto: 'Au risque de la politique'.
La revue des livres pour enfants is een Frans tijdschrift over jeugdliteratuur, uitgegeven door La joie par les livres, dat ressorteert onder de Bibliothèque Nationale de France.
Niet alle afleveringen van La revue des livres pour enfants bespreek ik. Alleen de jaarlijkse selecties, zoals die van 2015, en soms een nummer met een dossier dat me het bespreken waard lijkt, zoals dit, over jeugdliteratuur in Brazilië, of dit, over goden en jeugdliteratuur. 
Onder dossier verstaat het tijdschrift een vijf- tot zevental degelijke artikelen over één onderwerp. Voor het overige bestaat het uit besprekingen, nieuws en een enkel interview of artikel over een ander onderwerp, buiten het dossier.

Het eerste artikel in dit dossier is meteen ook het meest opzienbarend, zeker met het oog op de Tweede-Kamer-verkiezingen.
Onder de titel '"Je serai vous, je fermerais ma gueule"' (Als ik u was, zou ik m'n muil houden) beschrijft hoofdredacteur Marie Lallouet het wedervaren van een mediatheekdirectrice in een stadje, 'ergens in Frankrijk', waar na de verkiezingen in 2014 bestuurders aan de macht kwamen die gelieerd waren (helaas, zijn!) aan de UMP en het Front National.
Omdat die mediatheek nogal wat activiteiten uitvoerde in arme wijken en met kinderen van migranten, kreeg de leiding het onmiddellijk te verduren. In een periode van 14 maanden die door de betrokken mediatheekmedewerkers als oorlog werden ervaren, grepen de bestuurders hardhandig in, waarbij ze zich van wettelijke beperkingen niets aantrokken.
Activiteiten werden stopgezet, de collectie wantrouwig bekeken. De 'oorlog' eindigde met het vertrek van de directrice en een flink aantal medewerkers,en liet de blijvers lamgeslagen achter, met een gekortwiekt budget en programma en de ervaring dat het aanschafbeleid voortaan gecontroleerd wordt door de gemeente.
Bibliotheekmedewerkers in gemeentes waar de PVV de macht dreigt te krijgen en die in staat zijn om Frans te lezen (ach, zijn die er nog...), zouden dit artikel met aandacht moeten lezen.

Dat de politiek zich vaker met de jeugdliteratuur bemoeide, toont Christian Bruel in 'Quand la politique s'en mêle'. Met in het intro de opmerking dat zulke ingrepen zelfs na wegebben 'een bittere smaak van zelfcensuur achterlaten'.




Zo zijn er meer lezenswaardige artikelen in dit dossier, hoe lastig het ook is dat sommige uitgeverijen, auteurs en boeken in onze streken niet zo bekend zijn, zoals bijvoorbeeld de uitgeverij la ville brûle en de auteur Yves Pommaux, uit wiens Véro en mai bovenstaande afbeelding komt. Hij werd geïnterviewd voor dit dossier.



La revue des livres pour enfants 292, december 2016. Centre national de la littérature pour ja jeunesse, Bibliothècque nationale de France. ISBN 978 2 35494 074 4, ISSN 0398 8384, 204 p. Prijs van dit nummer buiten Frankrijk € 15,-.



donderdag 16 februari 2017

Religie voor kinderen: over engelen, goden en helden

Over religie schrijven voor kinderen is lastig.

Verreweg de meeste documentaire kinderboeken over religies beperken zich tot het beschrijven van vijf veel voorkomende religies: hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, christendom en islam.
Waaróm mensen er religies op na houden, die vraag wordt uit de weg gegaan. Anders ligt dat in sommige verhalen voor kinderen: zie bijvoorbeeld het fijnzinnige Robin en God van Sjoerd Kuyper, de manier waarop God langskomt in de kinderboeken van Guus Kuijer, Regentijd van Kolet Janssen, Alle dieren drijven van Annemarie van Haeringen en Gideon Samson, De Scheping, Het Paradijs en De hemel van Bart Moeyaert of In het begin was er… Bob van Meg Rosoff (vertaling van There is no dog, 2011).
(Meer? Zie o.a. Boek en jeugd, trefwoord religie.)

Gezien de lof die er klonk voor Over engelen, goden en helden: verhalen uit de grote wereldreligies van Janny van der Molen, had ik verwacht dat zij er meer van zou bakken. Het boek kreeg in 2008 een Vlag-en-wimpel van de Griffeljury en een eervolle vermelding van de Jenny Smelik-IBBY Prijs. Ik las het echter pas nu, daartoe gebracht door een lezing door Janny van der Molen tijdens een bijeenkomst van IBBY-Nederland (niet over dit boek).

Helaas laat zij deze kans liggen. Ik was licht teleurgesteld, want ik had meer verwacht van iemand die een studie sociaal-culturele theologie heeft gedaan.

Op haar website schrijft ze:
'We wonen in een grote, grote wereld. Een wereld vol ideeën, vol dromen, vol visies en vol religies. De wereld is ons thuis. [...]

Wij wilden onze kinderen al op jonge leeftijd bekend maken met verschillende denkwijzen, te beginnen met verschillende religies. Juist op jonge leeftijd staan kinderen daar zo open voor. We wilden dat ze de naam Mohammed vast zouden horen. En Krishna en Boeddha. Zodat ze op dat schoolplein en op die voetbalclub kinderen met een andere achtergrond onbevangen tegemoet kunnen treden. Elkaar leren kennen door naar elkaars verhalen te luisteren, dus. Want begrip voor elkaar, begint met kennis van elkaar. 
Dat was mijn drijfveer om Over engelen, goden en helden te maken. Ik noem het wel eens ‘de verzameling greatest hits’ van de grote wereldreligies. Het boek lijkt op het eerste oog op een kinderbijbel: dik, rijk geïllustreerd in kleur, leeslint. Maar nu komt de (voor)lezer verhalen uit vijf religies tegen. Kinderen kunnen dit boek zelf lezen vanaf een jaar of acht, voorlezen kan vanaf een jaar of zes. Voorlezen, ook voor oudere kinderen, heeft als voordeel dat je met het kind kunt spreken over de diepere betekenis van de teksten. Liefde, dood, vriendschap, een nieuw begin, trouw, conflict: al die belangrijke thema’s kom je tegen. En meer. '

Een mooi uitgangspunt, en origineel om verhalen te gebruiken. Gesteld in andere, eenvoudiger woorden herhaalt ze het in het voorwoord van het boek. Heel anders dan al die platenboeken met beschrijvingen.
Lukt het ook? Volgens volwassen kopers kennelijk wel, want het boek is inmiddels aan zijn 7e druk toe.

Merkwaardig genoeg begint het boek met het boeddhisme. Die keuze ligt ze niet toe. Het boeddhisme is voortgekomen uit de oudste van de vijf behandelde religies, het hindoeïsme. Het zou volgens mij voor de hand liggen met het hindoeïsme te beginnen, als je je tot de 'grote wereldreligies' zou willen beperken.
Net als vele andere kinderboeken over religie slaat ze bovendien de alleroudste religie over: het animisme. Die religie (of verzameling religies) is vermoedelijk de oudste en komt nog altijd voor. Veel elementen zijn in andere religies overgenomen. Er zou volgens mij een schat aan verhalen te vinden zijn... waarbij bovendien verband gelegd kan worden met onze sprookjes en sagen, en in het algemeen met onze hang naar religie en naar verklaringen van onbegrepen verschijnselen en gebeurtenissen - waaronder de dood.
Nog een gemiste kans, dus.

Na het boeddhisme volgt het jodendom, zoals zij het noemt. Vervolgens komt pas het hindoeïsme aan de beurt. De Joden met hun God zitten dus ingeklemd tussen de verhalen uit het boeddhisme en het hindoeïsme. Curieus. Klem zitten is wel een beetje Joods. Maar daarom zal ze het niet zo gedaan hebben.
Na het hindoeïsme komen achtereenvolgens het christendom en de islam langs. Dat vind ik wel een begrijpelijke volgorde. Jodendom, christendom en islam hangen immers samen en volgen elkaar op - zoals ze in haar inleidingen ook goed toont.

Van elke religie geeft ze eerst wat uitleg, opgehangen aan vragen. Met die uitleg is feitelijk niets mis, voor zover ik dat kan nagaan en gezien de lijst geraadpleegde experts. De uitleg geeft me evenwel gelegenheid een derde gemiste kans te noemen.
Want op p. 15 staat er:

'Er is veel te vertellen over het boeddhisme. Bijvoorbeeld over de manier waarop boeddhisten leven, hun feesten en ga zo maar door. Er zijn prachtige boeken voor kinderen die hierover vertellen. Je hebt ze niet nodig om de verhalen in dit boek te begrijpen. Ze zijn wel heel leuk als je wat meer wilt weten!'

Een soortgelijke frase is te vinden op p. 143. 'Er zijn mooie kinderboeken over het hindoeïsme.'
Noem die boeken dan, dacht ik, of vermeld minstens bronnen waar de kinderen tot wie ze zich (te) overduidelijk richt zulke boeken kunnen vinden. Wijs ze desnoods even de weg naar een (kinder)boekwinkel of (jeugd)bibliotheek.
Helaas...

Na elke uitleg volgen verhalen. Hiermee is iets vreemds.
Ten eerste vormen ze in mijn ogen een wat rommelig mengsel van levensbeschrijving en exempelen. Om bij het boeddhisme te blijven: eerst vertelt ze in een flink aantal hoofdstukjes het leven van Siddhartha annex Boeddha. Daarna volgen wat jataka's. Stap ik meteen over naar het hindoeïsme, dan zie ik een gelijksoortige opbouw: eerst veel verhalen over het leven van Krishna, daarna nog enkele andere verhalen.
Voor het jodendom put ze uit de Tanach en de Tora en bij elkaar vormen ze een geschiedenis van de Joden. Voor het christendom put ze uit de Bijbel en omdat er bij het jodendom al aardig wat Oude Testament voorbij kwam, gaat ze bij het christendom op Jesaja na in het Nieuwe Testament grasduinen, verdeeld in 'Het verhaal van Jezus' en 'Gelijkenissen'. Bij elkaar schrijft ze zo eigenlijk een soort verborgen Kinderbijbel in dit boek - wat ze zelf ook opgemerkt heeft, zie boven. Eén verhaal spaart ze op voor de islam, maar dan opnieuw ná een reeks verhalen over het leven van Mohammed: Joenoes in de walvis. En ook het vervolg op het heengaan van Hagar (Hadjar) en Jisjmaëel (Isma'iel). Omdat de Koran niet veel verhalen bevat, put ze voornamelijk uit de Hadith voor een reeks nobele daden van Mohammed.

Ten tweede worden al deze verhalen in dezelfde stijl verteld, waar ze ook vandaan komen en waarover ze ook gaan.
Het is een gezellig soort doorsnee-kinderboekenstijl, met veel dialogen en aandacht voor emoties van handelende personen. Het is de stijl die je aantreft in verhalen voor kinderen die in het hier en nu zouden hebben kunnen plaatsgevonden, geschreven door auteurs die hun anonieme verteller geen eigen persoonlijkheid wilden meegeven - maar wel zo levendig mogelijk wilden laten vertellen, met stijlbloempjes als 'Maar wat was dat?' e.d.

Dat levert wonderlijke effecten op.
Zie bijvoorbeeld p. 253 en 254, waarop de twee Maria's Jezus' graf bezochten en ontdekten dat de sluitsteen weg was.

'"Wat?! Hoe kan dat nou?' riepen ze onthutst uit.
"Maria, kijk!' riep Maria Magdalena. "Kijk dan, het graf is leeg!'
De vrouwen hapten naar adem. 'Dit  - dit kan toch niet?' zeiden ze. "Waar is Jezus?!"
De vrouwen raakten in paniek. En terwijl ze druk overlegden wat ze moesten doen, zagen ze opeens twee mannen. Er straalde een enorm licht van beide mannen af. Het waren engelen.'

Hopsa. Engelen zijn lichtgevende mannen - of mannen met een sterke lamp op hun hoofd. Twee alinea's verder is Jezus er alweer.

'Niet lang daarna waren Jezus en de leerlingen weer samen. De leerlingen konden het bijna niet geloven. Jezus was opgestaan uit de dood! Het was het grootste wonder dat hij had verricht. Ze praatten, ze lachten, ze haalden herinneringen op. Het was een prachtige tijd!'

Na veertig dagen ging Jezus 'naar zijn vader'.

'"Ja, maar ik bén erbij!" zei Jezus. "Ik zal bij iedere stap zijn die jullie zetten. En God zal jullie helpen door jullie wijsheid en kracht te geven."
Toen hij dit had gezegd, kwam er een grote wolk waardoor de leerlingen hem niet meer konden zien. Toen de wolk even later weg was, was ook Jezus weg.
De mannen keken elkaar veelbetekenend aan. Nu moesten ze het echt zonder hem doen.'

Ja, dat is wel een surrealistisch effect, dat met een wolk verdwijnen, middenin zo'n gezellig realistisch klinkend verhaal.

Ik houd het bij dit ene voorbeeld.
Alle verhalen in dit boek zijn heel oude verhalen, uit tijden dat de wereld nog niet zo keurig rond en in kaart gebracht was als nu en er overal wonderlijke verschijnselen waren die men trachtte te verklaren. Een wereld met elven, trollen en geesten, een wereld waarin een man gewoon per wolk kon verdwijnen en sprekende dieren niet heel raar waren.
Naar mijn idee gaat het knarsen en wringen als je die vertelt in een stijl die ontleend lijkt aan pakweg (op zijn best!) de schoolverhalen van Jacques Vriens of Mirjam Oldehave over Meester Jaap en Mees Kees. De formules ontbreken waardoor luisteraars op het spoor van die andere, oude wereld worden gezet.

Schrijvend aan deze alinea moest ik denken aan de verteller Indra Kamadjojo. Wat zou hij van deze oude verhalen mooie versies hebben kunnen maken...


Janny van der MolenOver engelen, goden en helden - verhalen uit de grote wereldreligies. Ploegsma, 2007, 336 p. ISBN 978 90 216 6526 9 (gebonden boek) / 978 90 216 6698 3 (e-book).


vrijdag 10 februari 2017

Een waterdicht plan

Het verhaal over Noach die alle dieren redde, is een heel oud verhaal uit het Midden-Oosten, en ook verhalen over grote overstromingen zijn talrijk.
Het zou kunnen zijn dat er enkele duizenden jaren geleden een meteoriet in de Indische Oceaan terecht kwam (zie de Burckle-krater)  die een enorme vloedgolf veroorzaakte. Geleerden die samenwerken in de Holocene Impact Working Group veronderstellen dit op grond van geografisch en geologisch onderzoek. Zij
'hebben de hypothese naar voren gebracht dat alle vloedlegenden als gevolg van deze inslag zijn ontstaan. Door alle oude vloedlegenden met elkaar te vergelijken kan opgemaakt worden dat de grote vloed begon op de morgen van 10 mei 2807 v. Chr.. Dat was in de periode van de inslag.

In deze periode vonden een aantal belangrijke gebeurtenissen plaats:

De Vroeg-Harappa-Ravi-fase van de Indusbeschaving eindigde;
In Sumer eindigde de regeerperiode van antediluviaanse koningen en begon de dynastie van Kish I;
De pre-Xia-dynastie van de Drie Soevereinen en de Vijf Oerkeizers begon rond 2850 v.Chr. (waarvan de eerste twee figuren Fuxi en Nüwa beschreven zijn als de overlevenden van de grote vloed en zo de voorouders van de mensheid);
Tijdens de regering van farao Semerchet (ca. 2900-2800 v.Chr.) vond volgens de geschiedschrijver Manetho een 'vreselijke ramp' plaats (maar zegt niet wat het was);
Volgens de Septuagint versie van Genesis vond de Zondvloed rond het jaar 3.000 v.Chr. plaats.'
(Zie ook: Recent Cosmic Impacts on Earth: Do Global Myths Reflect an Ancient Disaster? door Thomas F. King.)

Er was heel lang geleden al ene Atrahasis (Akkadisch: de wijze) die een rieten boot bouwde om te overleven. Warempel, ook in dit verhaal is er een boze god:

'Op een gegeven ogenblik zijn er zoveel mensen dat ze met hun lawaai de god Enlil uit zijn slaap houden. Deze besluit via de god Namtar de mensen een plaag te sturen. Dankzij de vrome Atrahasis houdt deze op. Na een tijdje maken de mensen echter weer te veel herrie naar de zin van Enlil. Ditmaal straft hij ze met een hongersnood. Deze wordt door de mensheid overleefd. Dan besluit Enlil drastischer maatregelen te nemen. Hij stuurt een zondvloed op de mensen af.'

Dat lijkt sterk op het overstromingsverhaal dat in het Gilgamesj-epos te vinden is. Op dit kleitablet:



Te vinden in het British Museum.
Ook in Afrika en India zijn overstromingsverhalen te vinden. De Masaï schijnen een verhaal te hebben over ene Tumbainot, die met vrouw, zonen en beesten ontsnapte aan een overstroming, veroorzaakt door, alweer, boze goden.

Noach (de naam schijnt rust te betekenen) komt voor in de Tenach, de Bijbel en de Koran. Met hetzelfde motief: een boze god, een overstroming, en een man die een schip bouwt met overlevende mensen en dieren.


Deze afbeelding komt uit de Jami' al-tawarikh (Het album van kronieken) van Rashid al-Din.

Volgens sommige soera's in de Koran en volgens de Thora zou Noachs bootje gestrand zijn op de Ararat, de berg die vroeger in Armenië lag en nu in Turkije ligt, waar hij Ağrı Dağı (spreek uit: Are Daj) wordt genoemd. Sommige diepgelovige christenen hebben dit verhaal overgenomen (zie o.a. hier), en hun wacht ter plekke desgewenst een mooi bouwsel, dat waarachtig door de oogharen bekeken iets van een boot heeft. Gidsen zijn zeer bereid om je tegen een bescheiden vergoeding erheen te loodsen. Zelf geloven ze er geen spat van.

Het is in ieder geval een typisch Middenoostenverhaal omdat mannen er de hoofdrol in spelen. Noach had een vrouw en drie zonen. Samen overleefden ze met al die beesten de zondvloed, en wij stammen dus allemaal van hen af. Hoe die zonen dat klaarspeelden, vermelden veel bewerkingen niet, maar de Bijbel wel: die zonen hadden wel degelijk hun (naamloze) vrouwen mee.

Er zijn onnoemelijk veel bewerkingen  van dit verhaal verschenen.

Onlangs hebben Annemarie van Haeringen en Gideon Samson daaraan een nieuwe toegevoegd: Alle dieren drijven.
Een groot prentenboek, waarvan de tekst aldus begint:

'Op een dag deed ik mijn ogen eens goed open.
Ik keek.
Ik schrok.
En ik begon te roepen.
Rommelmakers! Ruziezoekers! Rotzooitrappers!
Fluitende speren vlogen in het rond.
Kerels als beren rolden over de grond.

Hé! Hallo... HALLO!!!

Maar niemand wilde naar me luisteren.'

Een prachtig begin, want de verteller maakt zich niet bekend en dat blijft zo. Het blijft dus raden naar de aard van deze verteller. Het kan een regenboog zijn: hij of zij begint op de laatste pagina van het verhaal te stralen en we zien een regenboog. Of een van de twee namen op de voorkant...
Enfin, iedere lezer met iets minder argeloosheid vermoedt wie hier aan het woord is: God.

Hoe komt het verhaal op gang? Er is natuurlijk wél iemand die wil luisteren. Die krijgt evenmin een naam.




Aan zijn kleding kun je zien dat-ie niet van hier is, en verder zien we dat hij op een hoog punt staat en omhoog kijkt. Dat laatste zegt iets: die stem waarnaar hij luistert komt kennelijk van boven. Hij heeft zelfs een ladder bij zich, dus hij is naar boven geklommen en wie weet hoe ver hij wou reiken.

'We bouwden een plan.
Samen.
Ik was van het plan.
Hij was van het bouwen.'

We zien de man kijken naar een bos, bijl over de schouder.

'Het is een mooi plan, zei ik.
"Een waterdicht plan," zei de man.'



Fijn woordgrapje. We zien de man bezig de naden te dichten van wat heel waarschijnlijk een groot schip moet worden.
Zijn familie mag mee, en van alle dieren twee. Toen was het vol op 'onze boot' en begon het te regenen en bijna de hele wereld ging kopje-onder.
Op een gegeven moment vraagt de man aan een duif om te kijken of 'de bomen alweer boven water zijn'.

Ook een mooi grapje:

'Ik vond het sim bedacht van hem.
Ik was trots op mijn vriend.
Maar hij had het natuurlijk ook gewoon aan mij kunnen vragen.'

Voer voor theologen. Want ja, in veel bewerkingen, inclusief de Bijbel, slingert een god de ene na de andere opdracht naar de mensen, ook naar Noach, en nou zou hij zelf moeten uitvinden of er al ergens land in zicht was?
Dat theologisch grapje gaat nog door op de volgende pagina. Om de pret niet te bederven ga ik dat niet citeren.
Dit is een hele fijne bewerking van een bekend verhaal, met prachtige platen, en om die ten volle te genieten, zit er niets anders op dan het boek te kopen. Of desnoods lenen.



Annemarie van Haeringen & Gideon Samson. Alle dieren drijven. Leopold, 2017. ISBN 978 90 258 7217 5.