Zoeken in deze blog

vrijdag 8 februari 2019

Wat vinden de leerlingen er zelf van?

Dat er steeds minder wordt gelezen door jongeren, is oud nieuws, maar werd onlangs nog eens bevestigd door een in 2018 verschenen rapport van het (Nederlands) Sociaal en Cultureel Planbureau, Lees: Tijd, Lezen in Nederland, door Annemarie Wennekers  Frank Huysmans Jos de Haan. Het is een verslag over de jaren 2006-2016.

Loes Aartsma en Jacqueline Evers-Vermeul kwamen op het idee om aan leerlingen vmbo te vragen hoe dat komt en wat volgens hen zou kunnen helpen om hen aan het lezen te brengen c.q. te houden.

Hun verslag is te lezen in Levende Talen Tijdschrift 2018-4. Het artikel begint met een vracht vakliteratuur (uitsluitend Nederlands- en Engelstalig), dan volgt een beschrijving van de methode, dan resultaten en conclusies, kortom, het keurige formaat van een academisch artikel. Belangrijkste conclusie is dat 'een laagdrempelig aanbod van geschikt leesmateriaal van invloed kan zijn op zowel de leesmotivatie als de leesvaardigheid van jongeren'.
Ook oud nieuws, eigenlijk, maar het kan geen kwaad dat het nog weer eens bevestigd wordt.
Scholen, richt een aantrekkelijke en toegankelijke bibliotheek in!

Maar verder ligt het vooral bij de docenten. Als die de lol en het nut niet zien van leesbevordering, lukt het niet. Oók al oud nieuws...
En lokale samenwerking kan ook helpen. Natuurlijk...
Interessant aan dit onderzoekje is dus vooral dat leerlingen dit oud nieuws ook nog eens bevestigen.

maandag 4 februari 2019

Het is grijs en het valt uit de hemel

Dat moet die koude motregen zijn die toevallig vandaag uit de lucht komt. Dacht ik.

Maar het is méér. Gerrit Kouwenaar gaat ver over de dagelijkse werkelijkheid heen in zijn gedicht.
Het staat in NRC 4-2-2019 en op de website van de Koninklijke Bibliotheek, dus mag ik het hier ook wel citeren:

het is grijs en het valt uit de hemel
men raadt dit terwijl het schemert
over het steenveld waar niets zich bezit

in de late hitte tussen onheil en vrede
terwijl men klimt naar gretiger leegte
kruist een oneindige slang van twee meter
het inzicht, volledig, zonder betekenis

in de regel huiswaarts begint het te misten
men staat stil op de rand van een stilte, bestaat
wat begint te ontbinden, men moet zich
bevatten, ontmonden, tot op de seconde -

(Uit: Gerrit Kouwenaar, Helder maar grijzer: gedichten 1978-1996. Amsterdam: Querido, 1998, p. 142.)
Het is het eerste gedicht dat Ellen Deckwitz koos voor een reeks ter gelegenheid van de Poëzieweek 2019, en ze schrijft er een fijn commentaar bij. Zo fijn dat ik het hier ook maar citeer:

Als poëzie-evangelist kom ik regelmatig lezers tegen die vinden dat gedichten nodeloos vaag zijn. „Waarom,” zeggen ze dan, „wil je je publiek frustreren met onduidelijkheid? Dat is toch gewoon sadisme?”

Als tiener vond ik dat poëzie de werkelijkheid in kaart moest brengen. Pas later kwam het besef dat we met onze vijf zintuigen slechts een heel klein deeltje van onze leefwereld waarnemen, een dimensie die bovendien dagelijks van vorm en kleur verschiet. Sommige verzen proberen aandacht te besteden aan de facetten die niet makkelijk te bevatten zijn, die schuren. Juist daarom lijken sommige gedichten op het eerste oog nodeloos vaag. Omdat de dichter een poging heeft gedaan die onkenbare massa die ons omringt, aan het woord te laten.

Zoals bij dit vers van Kouwenaar, waarin het weliswaar onduidelijk is wat nou precies het grijze is dat uit de hemel valt, maar je het wél aanvoelt. Het wordt een mysterie dat aan de rand van je blikveld leeft en je zekerheden alleen al door haar aanwezigheid op losse schroeven zet. Dat is voor mij de grote meerwaarde van zogenaamd geheimzinnige verzen. Het suggereert dat er nog veel meer te zien, te voelen en te ontdekken valt. En hey, als ik iets duidelijks wil lezen, neem ik wel de handleiding van een neushaartrimmer tot me.

Dat laatste lijkt me een compliment aan de onbekende auteur van die handleiding, want er zijn echt veel onbegrijpelijke handleidingen in omloop. Maar inderdaad, er valt nog veel meer te zien, te voelen en te ontdekken.

Vergelijk dat eens met dit gedicht:

Uit grijze hemel valt de regen,
De vogels dempen nu hun lied,
Maar nimmer weifelt, draalt de zegen,
Die rust op heel dit schoon gebied.

De grond is arm, als menig hart,
En zo gebaat bij malse regen,
En ginder, achter wolken, mart
De goede zon met al haar zegen.

O somber, toch zinrijk verleden,
Dat immer ver en verder wijkt,
Gezegend is het zonnig heden,
Waarover nooit een schaduw strijkt.

Niks stilstaan op de rand van stilte, een ode aan het zonnig heden waarover nooit een schaduw strijkt, hier spreekt een simpele ziel, blij van zinnen ondanks de grijze regen. Het gedicht is van Reinier van Genderen Stort en verscheen oorspronkelijk in De Gids, jaargang 1936. Wat hij precies voor zich zag bij een marrende goede zon wist ik ook niet, maar marren betekent volgens het woordenboek 'talmen, treuzelen, dralen, aarzelen' en dat is verhelderend. Welk zonnig heden hij in 1936 (!) voor zich zag, blijft eveneens een raadsel, maar ach, hoog, Sammie, kijk omhoog Sammie...
Dit gedicht heeft bijna de duidelijkheid van Ellens neushaartrimmer, toch geef ik de voorkeur aan de onbestemdheid van Gerrit Kouwenaar en zijn steenveld waar niets zich bezit.


woensdag 23 januari 2019

LZL 107: Joke van Leeuwen

De laatste aflevering van Literatuur zonder leeftijd (nummer 107, winter 2018) is gewijd aan Joke van Leeuwen.
Met laatste bedoel ik nu echt laatste, niet alleen meest recente. Want dit is echt de laatste aflevering van LZL.

De redactie heeft hiermee een waardig slotstuk gemaakt. Joke van Leeuwen is een van de meest veelzijdige en beste auteurs voor kinderen, auteur, illustrator en theatervrouw. Jammer dat LZL ophoudt, heel goed dat de redactie juist haar werk als thema heeft gekozen.

De pocket van 210 p. bevat 12 artikelen over haar werk en vijf bijdragen van Joke van Leeuwen, drie gedichten, een andersoortige tekst en een reeks prenten, deels in kleur. De artikelen over haar werk zijn van Eline Rottier (een interview), Annette de Bruijn (poëzie), Sander Bax (poëzie voor volwassenen, Bart Moeyaert (herinneringen aan samen optreden, mooi om daar te beginnen met lezen), Vanessa Joosen (Maar ik ben Frederik), Lieke van Duin (over grenzen heen), Bill Nagelkerke (translations), Jaap Goedegebuure (romans voor volwassenen), Truusje Vrooland-Löb (tekst en beeld), Joke Linders (reizen als vertelstructuur), Henk van Vliegen (interview met Nicole van Kilsdonk, regisseur film Toen mijn vader een struik werd) en Jen de Groeve (non-fictie).

Geen pocket om in één keer uit te lezen, hij belandt op mijn nachtkastje.

Maar wel een citaat, uit het interview dat Eline Rottier met haar hield:

Een begin

De toon was gevonden, maar een uitgever vinden bleek moeilijk. Met haar verhalen reisde Joke van Leeuwen stad en land af. Ging ze vanuit Brussel met de trein naar Bussum, bleek er niemand te zijn, stond ze tien minuten later weer buiten. 'Ik werd steeds onzekerder, op het laatste durfde ik niet eens meer naar de brievenbus. Dit had ik altijd gewild, zou het niet gaan lukken? 
Om de druk van de ketel te halen, ging ik geschiedenis studeren en tijdens die studie kwam ik via via terecht bij Uitgeverij Omniboek en ging het ineens lopen. Voordat ze wat wilden met mijn verhaal moest ik een  - in mijn ogen - zeer slecht verhaal illustreren. 
Ik herinner me de eerste recensie nog levendig. Het verhaal werd helemaal afgekraakt, maar als laatste zinnetje stond er: "De onbekende illustrator deed het beter." Dit is een begin, dacht ik. Niet lang daarna lag De Appelmoesstraat is anders (1976) in de boekhandel.'




Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018). ISBN 978 94 6167 382 4, 212 p.
Bestellen: € 19,95 incl. verzendkosten, redactie-lzl@planet.nl


maandag 21 januari 2019

Exit LZL

Dat was even schrikken. Er zat een brief bij Literatuur zonder leeftijd 107 (winter 2018), gedateerd 'december 2018'.

Een half jaar geleden hebben de redactie van Literatuur zonder leeftijd en het bestuur van IBBY-Nederland na lang wikken en wegen en met pijn in het hart gezamenlijk het besluit genomen om met ingang van 1 januari 2019 te stoppen met de uitgave van Literatuur zonder leeftijd.

De briefschrijvers (Helma van Lierop als voorzitter IBBY-Nederland en Toin Duijx als eindredacteur LZL) noemen twee redenen:
(1) te weinig geld en
(2) steeds minder auteurs bereid om voor niets bij te dragen.
Wat betreft (1) stegen de kosten en daalde het aantal abonnees.
En wat betreft (2), tja, dat komt, lijkt me, voort uit 1.

Als oud-uitgever en dito hoofdredacteur van Leesgoed en als (een periode) oud-uitgever van LZL kan ik me van de financiële perikelen wel een voorstelling maken. Het is eigenlijk een wonder dat Stichting IBBY-Nederland het nog zo lang heeft volgehouden. Daar zaten heel wat onbetaalde uurtjes in... Van 2013, toen Leesgoed en De Leeswelp van het toneel verdwenen) tot en met 2018 was LZL het enige serieuze vaktijdschrift over jeugdliteratuur - al heette het dan met opzet Literatuur zonder leeftijd.

Nu is er dus geen enkel Nederlandstalig vaktijdschrift meer over jeugdliteratuur. Er is wel een handvol websites en blogs (waaronder dit). Gemeenschappelijk kenmerk: liefdewerk oud papier, nergens hoef je voor de inhoud te betalen. Geldt voor meer blogs over literatuur en zo, maar een beetje schrijnend blijft het wel. Er verschijnen in het Nederlands taalgebied honderden nieuwe kinderboeken per jaar, zowel vertalingen als oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Er is jeugdtheater, er zijn jeugdtijdschriften - maar eróver wordt niet méér geschreven dan de afzonderlijke commentaren en recensies op diverse blogs, en de (schaarse) recensies in dagbladen. Er zijn twee universiteiten waar jeugdliteratuur deel uitmaakt van het curriculum - waar raken aankomende onderzoekers hun artikelen kwijt? Waar plaatsen de al gediplomeerde onderzoekers hun artikelen? Of vertalen die hun artikelen over Nederlandstalige jeugdliteratuur al bij voorbaat in het Engels, om kans te maken op een plekje in een Engelstalig vaktijdschrift?

Het moet de redactie van LZL zijn zwaar gevallen en al helemaal de eindredacteur Toin Duijx. In aflevering 107 zelf is niets te merken, het colofon is nog als vanouds, je zou je nog kunnen abonneren...
Het zal ook het bestuur zijn zwaar gevallen, nou ja, e.e.a. wordt ook vermeld 'met pijn in het hart'. Niet in de laatste plaats omdat LZL toch ook het smoel van IBBY-Nederland was. Het zal nu veel moeilijker worden om de activiteiten onder de aandacht te brengen. Een kwartaalbericht is niet veel...

Afijn, het is wel een mooie laatste aflevering geworden, rond Joke van Leeuwen. Daarover meer in een aparte bijdrage.

Toin

Het is overigens moeilijk om het stoppen van LZL los te zien van dat andere briefje dat in deze aflevering zat: Afscheid Toin Duijx. Het flyertje bevat twee toespraken die zijn gehouden tijdens de afscheidsceremonie op 9 november 2018, van Joke Linders en Helma van Lierop-Debrauwer.
Toin, ...




Zonder Toin Duijx als immer vlijtige en attente secretaris en eindredacteur is IBBY-Nederland als het ware een rechterhand kwijt en zou de productie van LZL een zware dobber zijn geweest. Onmisbaar is een groot woord, maar Toin kwam er dichtbij. De tekening van Alex de Wolf die het flyertje siert is treffend.
Als gewoon abonnee c.q. begunstiger ga ik me afvragen: wat gaat Toin eigenlijk doen?...




woensdag 12 december 2018

Lezers op de Titanic?

Eergisteren zat Lezen 2018-4 bij de post.
Er lagen al wat voorgaande nummers op het stapeltje te bespreken. Ik kwam er niet toe, misschien ook doordat die nummers een beetje op elkaar leken. Wat nieuws (vooral jeugdliteratuur), wat prettig  enthousiasmerende interviews en artikelen, kijkjes in het atelier van illustratoren (zoals dit nummer Leo Timmers)...
Maar nummer 4 is toch bijzonder, want daaruit klinkt weer eens het geluid van een noodklok.

Associaties dienden zich aan met de ondergang van de Titanic (al lezend verglijden in de golven), met een bekende boektitel (De laatste der Mohikanen) en met een bekend stripverhaal, dat altijd begint en eindigt in dat ene dorp in Gallië dat nog niet bezet is.

Hoofdredacteur Gerlien van Dalen, tevens directeur-bestuurder Stichting Lezen, in haar redactioneel:

In veel gesprekken en beleidsstukken neemt de dalende leestijd en de lage leesmotivatie een prominente plaats in. De situatie is zorgelijk en er moet iets gebeuren, is de boodschap. Terecht, er is alle aanleiding voor zorg. En er gebeurt ook al veel: u en ik werken dagelijks aan leesbevordering; er zijn effectieve leesbevorderingsprogramma's opgezet zoals Boekstart en de Bibliotheek op school en er zijn leesbevorderende campagnes. Maar in ons volle, drukke leven is leesbevordering steeds meer leestijdbevordering.


(Ill. Karst-Janneke Rogaar.)

Mirjam Noorduyn vraagt in een artikel onder de kop 'We moeten alles doen om tieners aan het lezen te krijgen' aandacht voor het initiatief van auteurs Hans Hagen en Ted van Lieshout om samen met BruuTAAL de Gouden Lijst overeind te houden, nadat de CPNB besloot die prijs niet langer uit te reiken. Vechten tegen de bierkaai? Of toch de Asterix en Obelix van de leesbevordering, die moedig en succesvol standhouden tegen de oprukkende legers der niet-lezers?
Ze verwijst naar een rapport van het SCP, waaruit blijkt dat het aantal lezers onder dertien- tot negentienjarigen daalde van 65 procent in 2006 naar 40 procent in 2016. Noch hoogleraar Roel van Steensel, noch Ted van Lieshout laten zich in het artikel optimistisch uit.

In een interview door Eva Gerrits met auteur Alex Boogers, die de twee schotschriften De lezer is niet dood en Lang leven de lezer schreef, laat die zich ook al wat zorgelijk uit. 'Ongeïnteresseerde leerlingen bereiken is een gevecht dat Boogers vaak voert.' En hij zegt:

Tijdens schoolbezoeken ontmoet ik steeds dezelfde auteurs: een Jaap Robben, Maartje Wortel, Özcan Akyol en nog een handvol. Wie ik er nooit tref: journalisten en auteurs die kranten vullen met artikelen over jongeren die niet meer lezen. [...]

Preek een keer niet voor eigen parochie, maar ga op een school met jongeren in gesprek, vertel waarom je bent gaan schrijven, waarom je leest;  bedrijf literatuur met ze. Als later een van hen op zoek gaat naar een boek, heb jij daarvoor de kiem helpen planten. Wat plant je nou met cultuurpessimistische geluiden in een krant?

Waarvan akte.
Met natuurlijk de aantekening dat het deze bezorgde lezers en schrijvers gaat om boeken, liefst met een ruime woordenschat, om verhalen die de verbeelding prikkelen. Die ruim drie uur die tieners tegenwoordig volgens het SCP doorbrengen met hun mobieltje, bestaat natuurlijk voor een flink deel uit lezen en schrijven: al die berichtjes die worden uitgewisseld. Heel gezellig, maar hun woordenschat wordt er niet door verrijkt, noch maken ze kennis met andere geesten dan het vriendenkringetje.


dinsdag 11 december 2018

Haa, ik lach

Bianca Castafiore is een van mijn favoriete personages uit de verhalen over Kuifje (Tintin). Daarin ben ik niet uniek, ze bracht de gemeente Amsterdam zelfs tot het tooien van een speeltuin met haar naam, hartje centrum en in Wikipedia heeft ze in diverse talen (waaronder Nederlands, Frans en Engels) een eigen lemma.



Hier staat ze te zingen, begeleid door haar trouwe pianist Igor Wagner.

Maar pas zeer onlangs en per toeval (dank aan Moors Magazine) kwam ik er achter dat haar favoriete aria, 'Haa, ik lach



een bestaande aria is, uit de opera Faust van Charles Gounod.
Dat ligt geheel aan mij, want de ware kenners waren natuurlijk allang op de hoogte, daar kwam ik snel achter. Afijn, beter laat dan nooit.
Met plezier beluisterde ik die aria eerst hier, welke opname met de diva in beeld helaas wordt onderbroken door gepraat, en vervolgens hier (Roxana Kostka met pianobegeleiding én spiegeltje), hier (Hei-Kyung Hong met een Koreaans orkest) en zo is er meer te vinden op Youtube.
In de taxi waar Kuifje voor het eerst met haar zangkunst kennismaakt (in De scepter van Ottokar), kijkt Kuifje naar de merknaam op de autoruit, hopend dat de ruit niet zal breken. Later zullen andere ruiten wel bezwijken door de kracht van Castafiore's stem. Het lied en het breken van glaswerk zijn waarschijnlijk een verwijzing door Hergé naar de film The phantom of the opera uit 1925, waarin dit lied voorkomt en een kroonluchter naar beneden komt op het moment dat een operadiva het lied zingt.

De tekst:
Ah! je ris de me voir,
Si belle en ce miroir!
Est-ce toi, Marguerite?
Réponds-moi, réponds vite! -
Non! non! - ce n'est plus toi!
Non! non! - ce n'est plus ton visage!
C'est la fille d'un roi,
Qu'on salue au passage! -

Ah, s'il était ici! ...
S'il me voyait ainsi!
Comme une demoiselle,
Il me trouverait belle.
Elle se pare du collier.
Achevons la métamorphose!
Il me tarde encor d'essayer
Le bracelet et le collier!
Elle se pare du bracelet et se lève.
Dieu! c'est comme une main qui sur mon bras se pose!
Ah! je ris de me voir
Si belle en ce miroir!
Est-ce toi, Marguerite?
Reponds-moi, reponds vite! -

Ah, s'il était ici! ...
S'il me voyait ainsi!
Comme une demoiselle,
Il me trouverait belle.
Marguerite, ce n'est plus toi,
Ce n'est plus ton visage,
Non! c'est la fille d'un roi,
Qu'on salue au passage.




maandag 10 december 2018

Inschrijving Willem Wilminkprijs voor het beste kinderlied geopend

Omdat deze aankondiging de pers nauwelijks haalde, plaats ik hem hier:

'De inschrijvingstermijn voor de zesde editie van de Willem Wilminkprijs voor het beste kinderlied is geopend. Componisten, tekstschrijvers en producenten kunnen tot 15 januari 2019 hun bijdrage insturen. De uitreiking is op zaterdag
14 april 2019 in theater ‘Kleine Willem’ in Enschede. De nominaties worden begin maart bekend gemaakt.

Met deze prijs vraagt het Wilminktheater aandacht voor het Nederlandse kinderlied en met name de plaats die het kinderlied inneemt in het jeugdtheater. Tevens willen zij eer bewijzen aan de Enschedese dichter en tekstschrijver Willem Wilmink, die aan de basis heeft gestaan van een groot aantal bekende Nederlandse kinderliedjes.
Voor de eerdere edities van de Wilminkprijs bestond grote belangstelling. De jury mocht zich verheugen op een groot aantal inzendingen.
Eerdere winnaars zijn:
2010: Ted van Lieshout met ‘Onberispelijk’ uit de musical ‘Ik en de Koningin’
2012: Koos Meinderts met ‘Maite Maria’ van de Cd ‘Het regent zonlicht’
2014: Floortje Schoevaart met ‘Op de markt’, muziek Henny Vrienten
2017: Jan Beuving met ‘Optellen van Breuken’, muziek Akwasi
2018: Katinka Polderman met ‘Kilo, pond en ons’, muziek Kenny B.

De prijs bestaat uit een kunstwerk, vervaardigd door de kunstenaar Helga Kock am Brink en een geldbedrag van € 3000,- voor de tekstschrijver en € 1000,- voor de componist. Alle oorspronkelijk in het Nederlands geschreven kinderliedjes die niet ouder zijn dan twee jaar kunnen meedingen naar de onderscheiding. Ze moeten dus in de periode 2017-2018 voor het eerst zijn uitgekomen op Cd of dvd of voor het eerst ten gehore zijn gebracht in het theater of op tv. Ook jonge aankomende tekstschrijvers en componisten worden uitgenodigd hun liedjes in te zenden, al is hun lied mogelijk nog niet officieel verschenen.

Deelnemers kunnen hun inzendingen sturen naar Wilminktheater, t.a.v. Trudie Lucardie,  Wenninkgaarde 40-42, 7511 PH Enschede. Kijk voor de voorwaarden op www.willemwilmink.nu
Een vakjury, bestaande uit Thijs Borsten, Katinka Polderman, Ageeth de Haan, Fay Lovsky en Trudie Lucardie beoordeelt de inzendingen.

De Willem Wilminkprijs is een initiatief van het Wilminktheater Enschede en wordt mede mogelijk gemaakt door Buma Cultuur.'

De relatie tussen woordkunst en muziek kan niet genoeg benadrukt worden, aangezien die in het onderwijs nauwelijks aan bod komt.





zondag 9 december 2018

Woutertje Pieterse Prijs blijft nog even

Op 27 november 2018 ontving ik dit blije persbericht:

De Woutertje Pieterse Prijs voor kinder- en jeugdliteratuur is uit de gevarenzone. De komende twee jaar kan de prijs rekenen op de financiële steun van de Brook Foundation, die zich tot doel stelt organisaties te ondersteunen op het gebied van onder andere kinderen en cultuur. Door deze bijdrage en die van Stichting De Versterking (die de prijs al langer ondersteunt), is de uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs in 2019 en 2020 gegarandeerd. 

Bestuursvoorzitter Hans Smit: ‘Geweldig dat we door kunnen en ook de komende jaren weer een stimulans kunnen vormen voor talentvolle makers en zo de kwaliteit van het Nederlandstalig kinder- en jeugdboek kunnen bevorderen. We zijn deze twee fondsen zeer dankbaar voor hun steun.’

Woutertje Pieterse Prijs
De Woutertje Pieterse Prijs is een prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugd- of kinderboek. De jury onder leiding van Noraly Beyer bekroont kinderboeken die uitzonderlijk zijn voor wat betreft taal, genre, thema, illustratie, vorm en/of vormgeving. De prijs bestaat uit een oorkonde en een geldbedrag van 15.000 euro. De prijs bestaat inmiddels ruim dertig jaar. Vorig jaar werd Lampje van Annet Schaap bekroond. 

De jury, naast Noraly Beyer bestaande uit vormgever Peter de Kan, recensent Veerle Vanden Bosch, schrijver Anne-Gine Goemans en bibliothecaris Juan Khalaf, nomineert maximaal zes titels, verschenen in 2018. Welk boek de Woutertje Pieterse Prijs 2019 wint, wordt bekendgemaakt tijdens de uitreiking op donderdagmiddag 11 april in Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond te Amsterdam. 

Het is fijn dat de Woutertje Pieterse Prijs weer twee jaar verder kan. Hoe meer prijzen, hoe meer vreugd.
Ook wordt de traditie voortgezet dat de jury grotendeels bestaat uit mensen van wie niet meteen duidelijk is of ze een ruime ervaring hebben in het lezen van jeugdliteratuur. (Er is natuurlijk geen verschil tussen jeugd- en kinderboek. Onze jeugd begint immers bij de geboorte.) En dat de voorzitter iemand is die veel in de publiciteit is geweest.
Je hoeft geen 'jeugdliteratuurexpert' te zijn om te kunnen oordelen over jeugdliteratuur. Leeservaring op dat gebied helpt wel, soms.



woensdag 28 november 2018

Van oude journalisten die niet voorbijgaan

Sinds kort ben ik geabonneerd op Argus.
Voor jonge lezers die op dit elke twee weken verschijnend krantje stuiten, is het wellicht een curieus verschijnsel, geschrijf in de marge. De namen onder de artikelen zal hen weinig zeggen. Hopelijk spreken de artikelen hen aan.

Maar ik ben geen jonge lezer, ik ben 71 en mij zeggen de namen wel iets. Een feest der herkenning. Namen van een oude VPRO-garde, uit de hoek van Vrij Nederland en Het Parool. De naam Argus: die van de ijverige speurder uit de verhalen over Ollie B. Bommel, een creatie van Marten Toonder. Zijn portret (dat van Argus) prijkt voor op de krant en de website.




Hoofdredacteur Paul Arnoldussen kwam ik een eeuwigheid geleden tegen in het kantoortje van uitgeverij Sjaloom, toen men daar net begon met het uitgeven van linksige kinderboeken. Hij heeft heel lang bij Het Parool gewerkt. Medehoofdredacteur Rudie Kagie: die naam ken ik uit de kolommen van Vrij Nederland. Theo Bouwman: 'uitgever'. Ja, en vroeger van Vrij Nederland.
Ook andere namen onder artikelen roepen herinneringen in me op.

Het was tot nu toe aan me voorbijgegaan, een hint van een oud Leesgoed-redactiegenote bracht me op het spoor. Dat ene artikel in de Volkskrant op 30 november 2016 was me niet opgevallen. Het draagt de kop 'Lekker een krantje maken, net als vroeger', en de eerste alinea's luiden aldus:

Een grijze golf stroomt over drie maanden terug in de journalistiek. Gepensioneerde journalisten van Vrij Nederland en Het Parool, aangevuld met onder anderen oud-collega's van de Haagse Post, Opzij en De Telegraaf, brengen op 1 maart Argus op de markt.

Het tweewekelijkse 'auteursblad' presenteert zichzelf als 'dwars met een glimlach'. Het nieuws wordt bekend in de week dat Vrij Nederland voor de laatste maal als weekblad verschijnt. Dat zal geen toeval zijn.

Er staat een mooie foto bij, van Caroline Torenbeek, Rudie Kagie, Paul Arnoldussen en Bas Lubberhuizen in café Scheltema (foto Aurélie Geurts).



Ja, en hoe bevalt het?
Goed, dank je. Ik blijf lezen, dat is een goed teken. Zelf omschrijven ze de inhoud als 'smakelijke opiniekrant, zo’n blad dat we zelf graag zouden lezen, ingaand op het nieuws, maar ook met al dan niet actuele grotere verhalen waar het schrijfplezier vanaf spat', en tot nu toe, na twee nummers, kan ik dat onderschrijven. Ik hoop dat ze nog even volhouden.

Het blad kost twee euro per nummer ofwel € 50,- per jaar. Abonneren kan hier.


woensdag 21 november 2018

Aantal bezoekers Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum stijgt vooral door Kinderboekenmuseum

Op basis van een trots persbericht d.d. 20-11-2018:

100.000e bezoeker voor Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum!


Dinsdag 20 november kwam bij het Literatuurmuseum / Kinderboekenmuseum de 100.000e bezoeker binnenlopen. Wie van de leerlingen van de Shri Vishnu-school uit de Haagse Schilderswijk precies de gelukkige was, is onduidelijk,  maar dat mocht de pret niet drukken. De hele klas werd in het zonnetje gezet, zo was er voor iedereen een leuk presentje en kreeg de klas een schrijversbezoek cadeau.

Wat een mooie dag is het vandaag,’ aldus directeur Aad Meinderts. ‘Omdat wij er zijn?’ vroeg een van de vierdeklassers. ‘Precies!’ Meinderts benadrukt dat het museum van mening is dat elk kind recht heeft op mooie verhalen. 
Dankzij de vele schoolklassen die we ontvangen, brengen we heel veel kinderen in aanraking met verhalen en de kracht van verbeelding. Daar zijn we trots op en zien we als een belangrijke taak. We staan voor leesbevordering en het op speelse wijze stimuleren van de eigen talenten en creativiteit.’ 
Het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum is onder meer een van de partners van de Leescoalitie en participeert sinds begin dit jaar in het taaltraject De Schoolschrijver.

Ook in 2017 wist het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum de magische grens van 100.000 bezoekers te halen; dat was echter op 30 december. 
De steeds stijgende bezoekersaantallen zijn vooral te danken aan het Kinderboekenmuseum, dat onlangs nog genomineerd was voor de prestigieuze Children in Museums Award en dat van kinderen via Museumkids een rapportcijfer van 8,8 krijgt. 
Naast een museale functie heeft het Literatuurmuseum / Kinderboekenmuseum ook een archieffunctie: het is de literaire schatkamer van Nederland. Afgelopen jaar verwierf het museum enkele prachtige collecties, waaronder het archief van de Toonder Studio’s, en verschenen er enkele belangrijke schrijversbiografieën op basis van de museumcollectie.

Overigens zoekt het Kinderboekenmuseum nog ambassadeurs.