Zoeken in deze blog

woensdag 21 november 2018

Aantal bezoekers Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum stijgt vooral door Kinderboekenmuseum

Op basis van een trots persbericht d.d. 20-11-2018:

100.000e bezoeker voor Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum!


Dinsdag 20 november kwam bij het Literatuurmuseum / Kinderboekenmuseum de 100.000e bezoeker binnenlopen. Wie van de leerlingen van de Shri Vishnu-school uit de Haagse Schilderswijk precies de gelukkige was, is onduidelijk,  maar dat mocht de pret niet drukken. De hele klas werd in het zonnetje gezet, zo was er voor iedereen een leuk presentje en kreeg de klas een schrijversbezoek cadeau.

Wat een mooie dag is het vandaag,’ aldus directeur Aad Meinderts. ‘Omdat wij er zijn?’ vroeg een van de vierdeklassers. ‘Precies!’ Meinderts benadrukt dat het museum van mening is dat elk kind recht heeft op mooie verhalen. 
Dankzij de vele schoolklassen die we ontvangen, brengen we heel veel kinderen in aanraking met verhalen en de kracht van verbeelding. Daar zijn we trots op en zien we als een belangrijke taak. We staan voor leesbevordering en het op speelse wijze stimuleren van de eigen talenten en creativiteit.’ 
Het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum is onder meer een van de partners van de Leescoalitie en participeert sinds begin dit jaar in het taaltraject De Schoolschrijver.

Ook in 2017 wist het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum de magische grens van 100.000 bezoekers te halen; dat was echter op 30 december. 
De steeds stijgende bezoekersaantallen zijn vooral te danken aan het Kinderboekenmuseum, dat onlangs nog genomineerd was voor de prestigieuze Children in Museums Award en dat van kinderen via Museumkids een rapportcijfer van 8,8 krijgt. 
Naast een museale functie heeft het Literatuurmuseum / Kinderboekenmuseum ook een archieffunctie: het is de literaire schatkamer van Nederland. Afgelopen jaar verwierf het museum enkele prachtige collecties, waaronder het archief van de Toonder Studio’s, en verschenen er enkele belangrijke schrijversbiografieën op basis van de museumcollectie.

Overigens zoekt het Kinderboekenmuseum nog ambassadeurs.


zondag 18 november 2018

Sprookjes van The

Sprookjes van overal is niet het eerste sprookjesboek van The Tjong-Khing, wel het eerste dat ik bespreek. Het is net als De dertig mooiste verhalen van de sprookjesverteller en Sprookjes van Andersen (van The Tjong-Khing 'de sprookjesverteller') een kloek boek, gebonden en met leeslint. En ook dit boek is uiteraard geïllustreerd door The Tjong-Khing zelf, met veel paginagrote platen, maar ook kleinere illustraties.



Bronnen van de dertien verhalen ontbreken, verantwoording van de selectie eveneens. Jammer, want het is een interessant allegaartje, met zowel 'De tweede reis van Sindbad de zeeman' als 'Belle en het monster' en 'Jaap en de bonenstaak' en een hier relatief onbekend sprookje als 'Zout op de ekster' uit Zweden. 'Sprookjes van overal', inderdaad. Lijkt het meest op een greep in een sprookjestrommel met blindendoek om.



Khing hanteert een makkelijke, losse vertelstijl, bijna spreekstijl, als een (groot)vader die aan de rand van het bed zijn kinderen voorleest. Hij begint steevast met 'Lang, lang geleden, heel ver hier vandaan', gevolgd door 'was er eens', 'waren er eens' of 'leefde er eens' o.i.d., en eindigt vaak met een moraal, soms refererend aan een vermeend genrekenmerk, zoals in

In sprookjes zijn stiefmoeders bijna altijd jaloers en gemeen.
Nou ja, daarvoor zijn het dan ook sprookjes.

(Eind van 'Prinses Hase) Of:

Jaap heeft een boon aangenomen van een vreemde en het is heel goed voor hem afgelopen. Maar hé, dit is een sprookje! In het echt moet je nóóit iets aannemen van iemand die je niet kent.
Maar dat wist je natuurlijk al.

(Eind van 'Jaap en de bonenstaak'.) Of:

Pfff, wat een verhaal. Maar in sprookjes kan alles, dat blijkt maar weer. Wees maar blij dat jouw leven geen sprookjes is.

(Eind van 'Rosa'.) Zoals hier spreekt hij vaker het veronderstelde publiek aan, en soms voert hij zichzelf op, zij het niet vaak en heel onnadrukkelijk.
Het valt nog mee dat hij zijn verhalen niet eindigt met 'en ze leefden nog lang en gelukkig', anders zouden ze met hun rituele begin perfect in het sprookjescliché passen. Dat geldt ook voor het veelvuldig voorkomen van koningen, prinsen en prinsessen e.d.
Ze lijken soms wat onlogisch, voor ons soort lezers, en daar breit de verteller soms een mouw aan door een verklaring te verzinnen, zoals in 'Jaap en de bonenstaak':

Weer klopte hij op de poort van het kasteel en weer deed de reuzenvrouw open. Ze had slechte ogen, dus gelukkig herkende ze hem niet.

Sprookjes zoals deze, gebaseerd op oude verhalen, zou je ook toververhalen kunnen noemen. Plaats en tijd zijn (anders dan in sagen en legenden) onbestemd. Er komen vrijwel altijd magische elementen in voor, die doorgaans ook een rol spelen in de intrige. Er komen soms mensachtigen in voor die duidelijk niet homo sapiens zijn: elfen, dwergen, trollen, feeën, reuzen. Met de hoofdpersoon loopt het vrijwel altijd goed af, in tegenstelling tot stiefmoeders.



Er is een grote variatie aan intriges - maar niet oneindig, ze zijn door Anti Aarne en Stith Thompsom, later nog aangevuld door Hans-Jörg Uther (zie de zogenoemde Aarne-Thompson-Uther-index) en Vladimir Propp (Владимир Яковлевич Пропп) keurig in beeld gebracht.
Hieronder vallen niet de zogenoemde cultuursprookjes, sprookjesachtige verhalen die in de 19e eeuw en later werden geschreven. Verreweg de bekendste zijn die van Hans Christian Andersen - die zijn verhalen overigens geen sprookjes noemde. Deze verhalen hebben een aanwijsbare auteur, maar dat heeft vele bewerkers er niet van verhinderd ze lustig om te spitten. Dat past dan weer wel in de sprookjestraditie, want ook die oude verhalen zijn vele malen bewerkt.



The Tjong-Khing heeft daar nu zijn bewerkingen aan toegevoegd. Geen opmerkelijke bewerkingen, maar ze laten zich goed voorlezen en de oude meester maakt nog steeds prachtige platen.



The Tjong-Khing de sprookjesverteller. Sprookjes van overal. Gottmer, 2018, ISBN 978 90 257 7013 6, 168 p.



dinsdag 9 oktober 2018

Vriendschap is alles

van Stine Jensen is uitgevoerd in dezelfde stijl als Lieve Stine, weet jij het?
Het richt zich tot hetzelfde publiek: kinderen van 9 en ouder. Je moet vlot kunnen lezen en woorden als egoïstisch, vriendschapsduo, vriendschapsprofessorkarakterontwikkeling of knuffelvrienden kunnen begrijpen, maar moeilijk is het niet en sex blijft buiten beeld. (Het hoofdstuk over knuffelvrienden gaat over knuffeldieren als vriend.)

Het is wel anders van opzet. Lieve Stine, weet jij het? wekte de indruk gebaseerd te zijn op brieven en de bijbehorende website waar kinderen hun vragen konden of kunnen stellen is er nog steeds, zij het onbeveiligd, wat met zo'n type website eigenlijk wat riskant is.
Vriendschap is alles is ingedeeld in hoofdstukjes:




Ieder hoofdstukje na de 'Inleiding', waarin ik word aangespoord om een vriendschapspaspoort zoals dat van Stine Jensen te maken, ...



... begint met een pagina in kleur met enkele antwoorden van bij voornaam genoemde kinderen (hun leeftijd staat er ook bij) op vragen over het onderwerp van dat hoofdstuk.
Hier bijvoorbeeld die over 'Dierenvriendschappen':




Of die antwoorden en kinderen echt zijn, staat er niet bij, maar op p. 119 dankt de auteur o.a. 'alle kinderen en volwassenen die vragen over vriendschap wilden beantwoorden'. Ik wil wel aannemen dat de antwoorden niet verzonnen zijn.



Ook illustratrice Karst-Janneke Rogaar wordt daar bedankt: zij kwam met het idee voor dit boek.

Zou ik het cadeau willen geven aan een pakweg tienjarige?
Ja, dat denk ik wel.

Op zijn minst zet het de lezer aan tot nadenken over vriendschap en eigen vrienden. Dat is het doel van dit boek en daarin is het geslaagd.
Paar opmerkingen.
Op p. 19 staat

Echte vrienden ben je met iemand omdat je die persoon aardig en leuk vindt. Omdat je het gezellig hebt en samen kunt spelen. Niet omdat je iets nodig hebt van diegene of omdat hij of zij zo handig is of veel spullen heeft.

Is dat niet ietwat in tegenspraak met p. 49:

Ten tweede is er de nuttige vriendschap: dat zijn vrienden die een klusje doen voor jou en jij voor hen. Bijvoorbeeld als je iemand nodig hebt om je band te plakken, of iemand die slim is en met wie je samen huiswerk kunt maken..

En op p. 27 wordt ene Robin Duncar genoemd.

Hij zegt dat je maximaal 150 contacten kunt onderhouden. Daaronder vallen natuurlijk je vrienden, maar ook je familie, buren, klasgenoten en bekenden. Dat noemen we 'Dunbars getal'.

Wie die Dunbar is, legt ze helaas niet uit en dat geldt ook voor de 'Griekse filosoof Aristoteles' op p. 20.
Maar op p. 113 beweert ze enthousiast dat je 'online veel meer mensen aan kan dan in het echt. Online hebben sommige mensen wel duizenden volgers of vrienden.'
Dat relativeert ze dan weer wel op p. 114.







Stine Jensen. Vriendschap is alles; met illustraties van Karst-Janneke Rogaar. Kluitman, 2017. ISBN 978 90 206 2234 8, 124 p.







zondag 7 oktober 2018

40 jaar werk voor IBBY Nederland

Een opmerkelijke mededeling in het laatste papieren bulletin van IBBY Nederland: secretaris en penningmeester Toin Duijx gaat uit het bestuur.



Dat vindt die mededeling belangrijk genoeg om er een aparte brief aan te besteden en gelijk heeft het, want Toin Duijx was zo ongeveer het boegbeeld van de Nederlandse sectie van de International Board on Books for Young people (IBBY). Een markant boegbeeld, dat ook nog eens.
Toin Duijx kon bergen werk verzetten en het is tekenend dat boven het bericht van zijn afscheid op de website van IBBY Nederland staat: 'Geplaatst door Toin Duijx'.
Hij kón heel diplomatiek zijn, maar nam soms geen blad voor de mond als iets of iemand hem niet beviel. Een afspraak was een afspraak en als die niet werd nagekomen, dan liet hij zijn ontstemming daarover in duidelijke bewoordingen weten.
Ze gaan hem zeker missen, die bestuursleden.
Er zijn twee nieuwe: Annette de Bruijn wordt secretaris en Liselotte Dessauvagie, die al een jaar in het bestuur zit, is nu penningmeester.

De foto is overigens niet van zijn afscheid, maar van de toekenning aan hem van de VvL-penning in 2011, met dank aan Annemarie Bon.

zaterdag 29 september 2018

De heks in het woud

Soms vind ik het lastig om te beschrijven waarom een verhaal het nèt niet is.

Dat lukt dan niet door samen te vatten wat er in dat verhaal gebeurt.
Neem Het meisje dat de maan dronk van Kelly Barnhill, dat in 2016 als The Girl Who Drank The Moon verscheen bij Algonquin Books of Chapel Hill, VS, en het jaar daarop prompt een Newbery Medal won.
Maar wacht even: samenvatten is interpreteren, hoe ogenschijnlijk neutraal ook. Laat me een poging doen.

Een gemeenschap, genaamd het Protectoraat of ook wel de Stad der Verdrietigen, is permanent in rouw omdat er ieder jaar een pasgeboren kind moet worden geofferd, volgens de ouderlingen en de wachters.
Dat kind wordt meegenomen door een heks, wordt gefluisterd.

Op een dag wordt een baby geofferd, die inderdaad wordt meegenomen door een heks. Die stelt haar per ongeluk zo lang bloot aan maanlicht dat het kind magische krachten krijgt en de heks besluit haar niet naar de Vrije Steden te brengen maar zelf groot te brengen.

Dat meisje bevrijdt dertien jaar later de Stad der Verdrietigen van de oorzaak van hun verdriet.

Kan het anders? Natuurlijk kan het anders.

Een door maanlicht betoverd meisje bevrijdt haar moeder en dorpsgenoten van een slechte vrouw, die leeft van het verdriet van anderen.

Even laten zien dat ik maar enkele woorden hoef toe te voegen om deze korte samenvatting een andere lading te geven:

Een door een overdosis maanlicht betoverd meisje, dat uiteraard Luna heet, redt haar moeder en dorpsgenoten uit de klauwen van een slechte vrouw, die leeft van het verdriet van anderen.

Ik zou ook nog wat details toe kunnen voegen, maar zoals veel recensenten wil ik de intrige niet geheel verklappen.
Wel kan ik de tekst op de achterkant van het boek nog toevoegen als samenvatting, die dus niet van mij is:

Elk jaar laten de dorpelingen een baby achter als offer voor de heks in het woud. Niemand weet dat Xan, de gevreesde heks, de achtergelaten kinderen juist liefdevol naar families aan de andere kant van het woud brengt. Dit keer voedt ze het achtergelaten kind per ongeluk met maanlicht, waardoor het meisje vervuld raakt van magie. Xan besluit Luna op te voeden als haar eigen dochter. Met de jaren worden Luna's magische krachten sterker. 
Wanneer haar dertiende verjaardag nadert, besluiten de dorpelingen eindelijk jacht te maken op de heks die hun leven al jaren overschaduwt. Zij weten niet dat Xan en Luna hun magie goed gebruiken en dat het echte kwaad veel dichterbij is...

Kan ik met zulke samenvattingen tonen dat dit verhaal het nèt niet is? Zeker niet, tenzij mijn lezers bij voorbaat ieder verhaal met magie en in onze wereld beslist niet voorkomende zaken afwijzen. Maar dat doe ik zelf niet, ik ben niet vies van wat magie en fantasiewerelden. De intrige is juist de sterke kant van het verhaal. Relatief dan, want er zitten net wat teveel toevalligheden in en die verzwakken de boel een beetje.

De oude Grieken wisten het al: onontkoombaarheid versterkt een verhaal tót de grens dat het geheel voorspelbaar wordt. Bij hun oude onontkoombaarheid hoorde ook steevast een tragisch dilemma - en dat ontbreekt in dit verhaal, op een klein (en daardoor interessant) zijlijntje na, dat van de jongen Anteen - broer van Luna en neef van de belangrijkste ouderling.
Hoe meer een verhaal van toevalligheden aan elkaar hangt, hoe zwakker ik het vind. Voor alle duidelijkheid: Het meisje dat de maan verdronk hangt niet (geheel) van toevalligheden aan elkaar, er zit opbouw en logica in en ook verrassingen zoals het feit dat de wachters vrouwen zijn en de volstrekte onnadrukkelijkheid van de huidskleur van de personages: de kleur van barnsteen.
En ook dit zou de auteur ontleend kunnen hebben aan de oude Griekse tragedies: het echte drama speelt zich af in familieverband.
Luna's moeder wordt als gek opgesloten (bij de wachters), ouderling Gerland is toegeeflijker voor leerling-ouderling Anteen omdat die zijn neef is. Anteen deinst terug voor ouderlingtaken maar blijft juist nog even volhouden omdat Gerland zijn oom is - en de broer van zijn moeder. In het woud worden Xan en Luna vanzelf ook een familie, samen met het moerasmonster Zwomp en het aandoenlijke minidraakje Vurian, dat trouwens door dit verhaal dartelt zoals ook de scenaristen van Disney's studio's graag van die kleine lieve beestjes in hun verhaal stoppen. Het drama is daar dat Luna's magische krachten groeien ten koste van haar pleegmoeder Xan. Met die krachten redt ze allereerst haar moeder!

De intrige had wat mij betreft iets strakker, iets minder ingewikkeld gemogen, maar er zitten beslist sterke kanten aan, inclusief het tragisch moment dat Anteen bijna zijn zus doodt, omdat hij haar aanziet voor de heks. (Ja, want uiteraard is híj uiteindelijk degene die het woud intrekt om de vermeend kwade heks te doden.)

Wat me minder bevalt, is de verteller. Die weet te veel, is me te uitbundig, en kiest soms ook rare woorden. Zo'n uitdrukking (p. 10) als

een breed scala aan medicinale en mogelijk magische planten

past niet in het register van de omringende tekst. Idem (p. 193) dat ze (de moeder)

ook moest zorgen dat ze terug was in haar cel voordat de nieuwe atoomverbindingen knapten en uit elkaar vlogen.

Het is de enige keer dat atomen een rol spelen in het verhaal en het past niet. Slordig, raar.
Zo ook de steenvlakte (p. 257) die

duidelijk in de hens

stond. Had gewoon in brand gekozen: had veel beter gepast in de rest van de tekst.
Het zijn maar enkele voorbeelden.
Mogelijk is aan zo'n laatste uitglijder de voornaamloze vertaler H.C. Kaspersma debet, dat weet ik niet.

De verteller weet te veel (en dat kan de vertaler niet helpen). Twee voorbeelden.
Op p. 17 verklaart ze uitvoerig waarom de Ouderlingen zo handelden, veel te uitvoerig, om dan als klap op de vuurpijl nog mee te delen:

Maar ze hadden het mis, helemaal mis.

Jammer, overbodig. Daar komen we als lezer zelf wel achter. Ook op p. 275 staat bijvoorbeeld zo'n uitweiding, die niet geheel overbodig is maar wel veel te lang. Deze verteller wil teveel verklaren. En dat Xan's lippen gerimpeld zijn, lees ik ook net te vaak.
Verder bevalt me niet dat het toontje dat van een alledaags verhaal is, terwijl het gaat over beslist onalledaagse verschijnselen. Lees p. 19 als voorbeeld van wat ik bedoel. Hier spreekt een bijna vijfhonderjarige heks met een enorm moerasmonster alsof er aan de keukentafel van een gezinnetje om de hoek wordt gesproken. Een vreemd register, met soms ook vreemde uitdrukkingen, zoals

het grote hoofd van het moerasmonster slobberde boven het blauwgroenige water uit.

Slobberen? Hm.

Nou ja, zo zou ik door kunnen gaan.
Een betere verteller had met deze intrige een véél beter verhaal kunnen maken.



Kelly Barnhill. Het meisje dat de maan dronk. Leopold, 2018. ISBN 978 90 258 7446 9, 344 p. Oorspr.: The Girl Who Drunk The Moon, 2016. Vert.: H.C. Kaspersma.








vrijdag 28 september 2018

Onbegrijpelijke teksten

Op de achterkant van mijn wetenschapsscheurkalender (25 letters) kom ik zo nu en dan heerlijke teksten tegen.

Ze zijn niet helemaal onbegrijpelijk, zoals een tekst in een volstrekt vreemde taal zou zijn, bijvoorbeeld:

Mọi người sinh ra tự do và bình đẳng về phẩm cách và quyền lợi, có lý trí và lương tri, và phải đối xử với nhau trong tình bác ái.

(Artikel 1 Rechten van de Mens in het Vietnamees.) Of een tekst in een mij onbekend schriftsysteem, zoals:

ყველა ადამიანი იბადება თავისუფალი და თანასწორი თავისი ღირსებითა და უფლებებით. მათ მინიჭებული აქვთ გონება და სინდისი და ერთმანეთის მიმართ უნდა იქცეოდნენ ძმობის სულისკვეთებით.

(Idem, in het Georgisch.)

Maar neem deze tekst:

Het majoranadeeltje is een belangrijke kandidaat voor de qubit waarmee toekomstige quantumcomputers gaan rekenen. Een qubit is een bit die niet, net als de versie in de klassieke computer, alleen '0' of '1' kan zijn, maar ook '0' én '1' tegelijk. 
Het majoranadeeltje van Leo Kouwenhoven heeft de lading van een half elektron ('-1/2 e') of
van een half positron ('1/2 e'), de positief geladen tegenhanger van het elektron. 
Bij een ladingsmeting zal de elektrische lading van twee majoranadeeltjes - een zogeheten majoranapaar - daardoor 'o' of 'e' zijn. Die eigenschap laat zich vervolgens vertalen naar de '0' en '1' van digitale informatie.

Majoranadeeltje?
Kijkje in Wikipedia levert niet direct een verklaring:

Een Majorana-deeltje of Majorana-fermion is een type fermion dat zijn eigen anti-deeltje is. Het andere type fermion heet Dirac-fermion, dat verschilt van zijn anti-deeltje. Tot dusver zijn alle fermionen in het standaardmodel van de deeltjesfysica Dirac-fermionen, behalve eventueel de neutrino's, maar deze zijn ook geen Majorana-fermionen. Er zijn wel verschillende bosonen die hun eigen anti-deeltje zijn, zoals het Z-boson en het foton. In de supersymmetrische theorie is het neutralino zijn eigen anti-deeltje.

De term wordt ook wel gebruikt wanneer men het heeft over quasideeltjes. Dat wil zeggen dat vele deeltjes zich collectief zodanig gedragen dat zij de eigenschappen van een enkel deeltje bezitten.

Fermion? Boson? Fantastisch! Er zit beweging in de tekst, maar ik zie niets voor me.

Nog zo'n prachttekst:

Waar thermoplasten bij verwarming vloeibaar worden, zodat ze met technieken zoals spuit-
gieten allerlei vormen kunnen krijgen maar wel mechanisch zwak zijn, ontberen de stevige
thermoharders die verwerkbaarheid, zodat ze meteen bij de productie de juiste vorm moeten
krijgen. Vitrimeren bestaan eveneens als thermoharders uit moleculaire covalente netwerken, maar kunnen zich bij hoge temperatuur als een stroperige vloeistof gedragen. De omestering van carbonzuren in het materiaal draagt daaraan bij.
Vitrimeren bieden goede mogelijkheden voor hergebruik en reparatie en vitrimere bouwstenen laten zich door een soort van lassen aan elkaar bevestigen.

Dat ik zulke teksten niet helemaal kan volgen ligt natuurlijk aan ontbrekende technische kennis. Wat me boeit is dat de teksten niet helemaal onbegrijpelijk zijn, maar half.
Ik begin - en raak op een wondermooi dwaalspoor met visioenen van vitrimere fermionen die omesteren met quasideeltjes. Soort virtuele werkelijkheid.

dinsdag 18 september 2018

Een ABC van gevoelens

Interessante titel, dacht ik, Vandaag voel ik me... Een ABC van gevoelens, en ik vroeg het aan.
Ik kreeg een schattig boek, met telkens op de linker pagina een letter met daaronder een gevoel dat met die letter begint, en op de rechter pagina een prent.

  


Het is van Madalena Moniz en nieuwsgierig keek ik naar het colofon. Het boek blijkt vertaald uit het Portugees!
Een vertaler wordt niet genoemd. Dat is interessant, want ik neem toch aan dat er in de Portugese versie ook gevoelens werden benoemd en die beginnen waarschijnlijk niet altijd met dezelfde letter als in het Nederlands. En notabene 'kwam deze vertaling tot stand dankzij een vertaalsubsidie van Direção-geral do Livro, dos Arquivos e das Bibliotecas'. Dat is sterk, wel een subsidie, toch geen naam.

De A zal geen probleem zijn geweest, want afwezig en ausente beginnen beide met A. Dacht ik.
Maar zie:



Verrassing. De Portugese editie begint met audaz (dapper, durfal) en heeft een prent die in de Nederlandse editie ontbreekt.
Nog zo'n dubbelpagina uit de Portugese editie:



Paciente, geduldig. Die prent komt wél voor in de Nederlandse editie. Namelijk bij de



van geduldig!

X, Y en Z zullen hetzelfde zijn: XL, Yes! en Zzzz... Magisch was vast ook iets als mágico.
Maar bijzonder? Dapper? Geduldig? Hemels? Kwetsbaar? Radeloos? Treurig? (Om er enkele te noemen...) Bovenstaand voorbeelden (audaz, geduldig) doen echter vermoeden dat Madalena eenvoudigweg voor elke editie letters en prenten heeft gemaakt!

Dat moet evengoed wat puzzelen zijn geweest voor de vormgever (Nederlandse editie:Irma Hornman).
Het boek is overigens ook in het Engels verschenen (bij Abrams Appleseed), dus daar moet een vergelijkbaar kunststukje zijn uitgehaald. Zie bijvoorbeeld de dubbelpagina adored.



Deze pagina lijkt dan weer veel op de prent die in de Nederlandse editie naast yes! staat.



Het is een origineel idee en een plezierig boek om met kinderen van een jaar of 6-10 door te bladeren, te bekijken en (vooral) te bespreken. De ene prent (bijvoorbeeld geduldig of piepklein) zal sneller te bevatten zijn dan de andere (bijvoorbeeld optimistisch of uniek).
Achterin zijn enkele pagina's waar je antwoord kan geven op de vraag 'En jij? Hoe voel jij je?'. Ingedeeld naar alfabet, dus dat levert tegelijk een soort leesles op.






Magdalena Moniz. Vandaag voel ik me... Een ABC van gevoelens. Querido Kinderboeken, 2018. ISBN 978 90 451 2151 2, 60 p.


vrijdag 14 september 2018

Worstelen met Nederlands

Help, arme docenten Nederlands.

Een bericht in Nu.nl, 11 september 2018:

Het aantal studenten dat voor het vak Nederlands kiest, is de afgelopen jaren 'dramatisch' afgenomen. De universiteiten, docenten en de Taalunie luiden de noodklok en werken aan een actieplan om de studie snel weer aantrekkelijker te maken.
Dat bevestigen zij naar aanleiding van een bericht van het Amsterdamse studentenmagazine Ad Valvas. Het platform van de VU meldde dat zich dit jaar slechts zes eerstejaarsstudenten Nederlands hebben aangemeld.

In 1995 schreven 555 eerstejaars zich bij de zes universiteiten in voor de studie Nederlands. In 2017 waren dat er nog maar 222, blijkt uit cijfers van de Vereniging van Universiteiten (VSNU).

Neerlandicus Marc van Oostendorp, hoogleraar aan de Radboud Universiteit en verbonden aan het Meertens Instituut, noemt de trend 'vrij dramatisch' en 'lastig te verklaren'. 'De Nederlandse taal is populair, en wie de studie voltooit, is gegarandeerd van een baan in het onderwijs.'

Onderwijs heeft binnenkort groot probleem
De terugloop van het aantal studenten zadelt het voortgezet onderwijs over een paar jaar op met een groot probleem. 'Zelfs als alle studenten die het vak nu volgen leraar worden, dan nog zijn er over tien jaar bij lange na niet genoeg mensen om in het hele land alle lessen Nederlands te geven.'

Ook algemeen secretaris Hans Bennis van de Taalunie, de beleidsadviseur voor het Nederlands, noemt de trend 'vreselijk'. 'Niet alleen omdat Nederlands het mooist denkbare vak is om te studeren, maar ook omdat het vak Nederlands de basis van het onderwijs op de middelbare scholen vormt. Je moet er niet aan denken dat hier in de toekomst niet-gediplomeerde mensen voor ingehuurd zouden moeten worden.'

'Het vak Nederlands brengt geen liefde voor taal meer bij'
Beide organisaties wijten de terugloop voor een groot deel aan de invulling van het vak Nederlands op middelbare scholen. 'Nederlands is sinds de jaren tachtig steeds meer een vaardigheidsvak geworden', legt Van Oostendorp uit. 'Je leert trucjes; het eindexamen bestaat alleen maar uit het verklaren van een paar teksten. Op geen enkele manier is er nog ruimte om leerlingen echte liefde voor taal bij te brengen.'

Hij benadrukt dat het goed beheersen van de Nederlandse taal door scholieren 'een groter belang dient dan alleen het halen van goede cijfers. Taal maakt elke dag een essentieel deel uit van onze samenleving.'

En intussen zwoegen de docenten maar door met hun onaantrekkelijk onderwijs. Zie bijdragen in Levende Talen Magazine en Levende Talen Tijdschrift. 'Productief omgaan met interpretatieverschillen in het poëzie-onderwijs', 'Klassikaal lezen met Whatsapp?', 'Zelfinzicht en sociaal inzicht opdoen in literatuurlessen; ontwerp van een interventie voor havo'...
Maar ja, in het manifest Nederlands op school (Meesterschapsteam, 2016) stelden docenten zelf al vast dat hun vak saai is geworden. Simone Prinsen, Theo Witte en Cor Suhre halen dat maar weer eens aan in 'Imago en inhoud van het schoolvak Nederlands', in Levende Talen Tijdschrift 2018/3 (september). Zij deden een onderzoekje onder leerlingen en wat bleek:

Het merendeel van de bovenbouwleerlingen uit onze steekproef vindt het schoolvak saai en niet interessant of leuk.

En zij denken

dat er een causaal verband is tussen de samenstelling van het huidige formele curriculum en de didactische operationalisering ervan, en het negatieve imago van het schoolvak Nederlands.

En zien ook verband met het dalend aantal aanmeldingen voor Nederlandse taal en cultuur.

Werk aan de winkel.



maandag 10 september 2018

Er zit muziek in kinderboeken 1

De hoofdredacteur van Verborgen talenten is, als ik deze eerste woorden schrijf, druk bezig om weer een symposium te organiseren rond dat boek. Of het hem lukt, vraag ik me af, want op dit moment (14 september 2018) gaapt er nog een gat tussen begrote uitgaven en inkomsten. OF: er moeten ruim tweehonderd bezoekers komen willen de kosten gedekt zijn. Ik vermeld alvast de datum: 11 april 2019. Het programma volgt als het helemaal definitief is.
Hij heeft mij gevraagd om een presentatie te houden over muziek en jeugdliteratuur, wetend dat beide me aan het hart gaan. Of het doorgaat, hangt dus af van dat gat.
Maar dat hoeft me er niet van te weerhouden alvast na te denken over dit onderwerp.

Allereerst dit.
Poëzie is literatuur en goede poëzie kan gezongen worden. 
Kernachtiger kan ik mijn standpunt niet uitdrukken. 
Poëzie die niet gezongen kan worden, is geen poëzie maar proza dat als poëzie is gedrukt, op pagina's met veel wit en zo. Een soort stotterverhalen - waar overigens niets tegen is, net zomin als tegen hele korte verhalen, van het soort dat A.L. Snijders al sinds jaar en dag schrijft en o.a. publiceert in de VPRO-gids. Kunnen heel mooi zijn.
Mooi proza heeft natuurijk ook een ritme: mede daardoor wordt het mooi. Maar niet het soort ritme dat op muziek gezet kan worden, dat gezongen kan worden. Spreekritme is anders dan zangritme, al kan het dicht bij elkaar liggen (zie bijvoorbeeld Gregoriaanse en Boeddhistische gezangen).
Zang en ritme waren lang geleden manieren om lange teksten te onthouden. De Odyssee werd gezonden. (Zie o.a. hier voor een indruk hoe dat misschien klonk.)

Liedteksten horen dus bij de literatuur, dat volgt uit het voorgaande.
Liedteksten zijn echter vooral mooi als ze gezongen worden, met of zonder muziek. Om nou muziek op zich tot literatuur te bestempelen, dat gaat te ver.
Prenten horen, als ze afzonderlijk aan de wand van een museum hangen, ook niet bij literatuur. Maar prentenboeken wél.
Zo zijn er meer grensgebieden.



Jaap won een prijs

Het lag me al enkele maanden aan te kijken, dit mooie prentenboek van Imme Dros & Harrie Geelen. Het verscheen in 2017, en tot mijn lichte verrassing kreeg het geen griffel, penseel of vlag-en-wimpel. Misschien omdat er al ettelijke prentenboeken van dit ijzersterke duo zijn verschenen in ongeveer dezelfde stijl? Of omdat het duo al met prijzen is overladen? Of omdat de dienstdoende jury's de wél bekroonde boeken nóg beter vond...?
Het is tekenend dat ik dacht dat er meer prentenboeken over Jaap waren verschenen. Maar nee, misschien verwarde ik Jaap even met Roosje.

  

Jaap won een prijs maar hij wist niet waarvoor.
Want hij had niets gedaan en niets gemaakt.
En voor een prijs moest je iets doen of maken.
Je moest zo kunnen hardlopen als Luuk.
Je moest zo kunnen tekenen  als Tess.
Of je moest kunnen knokken zoals Finn.
Je moest vooral niet zijn als Jaap de Jong,
die nooit iets won en nergens goed in was.

Zo begint het verhaal.
Maar toch won hij een prijs, de GROTE HOOFDPRIJS.
Jaap vertrouwt het niet, en hoe meer mensen in zijn familie hij tegenkomt die wel eens een prijs hebben gekregen, hoe wantrouwender hij wordt. Hij wordt zelfs bang dat die J. DE JONG (uit de brief) naar hem op zoek is.
Uiteindelijk blijkt Jaap gelijk te hebben. De brief was niet goed gelezen.

Hier, lees de achterkant. Kijk wat daar staat:
U kunt nog loten kopen. U maakt kans
dat op uw lot de Grote Hoofdprijs valt.

Iedereen kwaad, behalve Jaap.

Hij had geen prijs, hij had geen prijs. Hoera!
Hij hoefde niet meer bang te zijn op straat.
Er was geen J. de Jong die hem kon grijpen.

En als troost krijgt hij van iedereen cadeautjes...

De prenten van Harrie Geelen voegen hier en daar fijne details toe aan het verhaal, zoals met die prent waar op alle gevels J. de Jong staat, of de wegvluchtende kat als oma voordoet hoe ze met dansen een prijs won, en de prenten bij opa's relaas over het marathonschaatsen.




Misschien niet wereldschokkend, maar wel een mooi idee, zo een dat voor de hand lijkt te liggen (iedereen krijgt wel van die brieven), maar je moet er maar opkomen om daarmee iets te doen.
Imme Dros & Harrie Geelen deden het en dat leverde een sterk en grappig prentenboek op. Geen prijs nee, net als Jaap...



Imme Dros & Harrie Geelen. Jaap won een prijs. Querido Kinderboeken, 2017. ISBN 978 90 451 2101 7, 28 p.