Zoeken in deze blog

donderdag 6 juni 2024

IJzige vrouw

Er zijn meerdere ijzige vrouwen in verhalen en zelfs een in een game: de Ice Queen in Old School Runescape. Een hele bekende is Queen Jadis, alias de White Witch in The Chronicles of Narnia van C.S. Lewis, deel The Lion, the Witch and the Wardrobe. Verder loopt er nog een rond in de Thorgal-stripreeks van Jean Van Hamme en Grzegorz Rosiński.
Maar wellicht de allerbekendste is die van Hans Christian Andersen, 'De Sneeuwkoningin' (Sneedronningen, 1884).
De onbekende Wiki-auteur vermeldt: 'Het verhaal is verfilmd en er zijn verschillende boeken uitgebracht over de sneeuwkoningin, de latere versies zijn zeer uiteenlopend. De sneeuwkoningin is een verhaal over wat er gebeurde nadat de Spiegel van Sneeuwwitje in duizenden stukken kapotviel.' Dat van Sneeuwwitje betwijfel ik, al zal Andersen het sprookje (van de gebroeders Grimm) wel gekend hebben. 
 



Bette Westera en Aida de Jong hebben dit verhaal opgepakt en in geheel eigen woord en beeld opnieuw verteld en verbeeld. De zeven geschiedenissen werden zeven weken (zeven zaterdagen), de jongen en het meisje werden uit de grote stad verplaatst naar een 'kleine boerderij' en werden broer en zus, Arne en Janna. Om het spel met de tijd in dit verhaal te benadrukken, liet de verteller de ouders pakjes kopen die 's winters elke zaterdag uitgepakt mochten worden Daarmee eindigt het verhaal ook, want liggen ze bij aanvang op zolder, bij thuiskomst liggen ze op de vloer rond de keukentafel.
Ik citeer:
 
Ze volgden de rivier en kwamen bij een kleine boerderij. Aan de keukentafel zaten een man en een vrouw. Om hen heen stonden zeven pakjes. Het eerste pakje was zo roze als appelbloesem. Hdet tweede was zo geel als koolzaad. Het derde was zo groen als gras in de lente. Het vierde was zo blauw als het meer in de zomer. Het vijfde was zo wit als verse melk. Het zesde was zo rood als rijpe vossenbessen. Het zevende was zo bruin als een tamme kastanje.

Volgende bladzijde.

Janna opende de deur van de boerderij. Ze had blosjes op haar wangen en de wind had haar rode haren flink in de war geschopt.
'Zijn jullie daar eindelijk?' hoorde ze haar moeder roepen vanuit de keuken. 'Het is al bijna etenstijd.'
Janna liep naar binnen, op de voet gevolgd door Arne, die zijn jas had losgeknoopt en met twee handen Janna's muts vasthield. In de muts lagen twee kakelverse eieren.
'De kippen leggen weer,' riep hij blij. 'Dan is het bijna lente.'

'Hoelang zijn we weggeweest?' vroegen de kinderen, toen ze hun jassen hadden opgehangen en hun klompen uitgeschopt.
'Zeven weken,' antwoordde hun vader met een knipoog.
'En een dag,' voegde hun moeder er glimlachend aan toe. 'Jullie zullen wel honger hebben. Zal ik die twee eitjes voor jullie bakken?'

Waarmee de lezer dus achterblijft met de vraag hoe lang hun avontuur nu duurde, een beetje à la Max en de Maximonsters. Welke werkelijkheid heerst hier? Om de verwarring nog te verhogen liggen de pakjes op de plaat tegenover die slottekst afgebeeld - op zolder. Eh...

Dat is wel een heel ander einde als dat wat Andersen bedacht. Ik citeer de letterlijke Engelse vertaling:

Kay and Gerda held each other by the hand. And as they walked along they had wonderful spring weather. The land was green and strewn with flowers, church bells rang, and they saw the high steeples of a big town. It was the one where they used to live. They walked straight to Grandmother's house, and up the stairs, and into the room, where everything was just as it was when they left it. And the clock said tick-tock, and its hands were telling the time. But the moment they came in the door they noticed one change. They were grown-up now.

The roses on the roof looked in at the open window, and their two little stools were still out there. Kay and Gerda sat down on them, and held each other by the hand. Both of them had forgotten the icy, empty splendor of the Snow Queen's palace as completely as if it were some bad dream. Grandmother sat in God's good sunshine, reading to them from her Bible:

"Except ye become as little children, ye shall not enter into the Kingdom of Heaven."

Kay and Gerda looked into each other's eyes, and at last they understood the meaning of their old hymn:

    "Where roses bloom so sweetly in the vale,
    There shall you find the Christ Child, without fail."

And they sat there, grown-up, but children still-children at heart. And it was summer, warm, glorious summer.

Eén aspect hebben Bette Westera en Aida de Jong echter behouden: 'Both of them had forgotten the icy, empty splendor of the Snow Queen's palace as completely as if it were some bad dream.' Ofwel: twee soorten tijdsbeleving naast elkaar.
 


Tussen begin en einde, die eerste en zevende zaterdag, is er ruime overeenkomst met het origineel. De trollen en de spiegel, natuurlijk, de glassplinter, de deken, de oude vrouw, de kraai, de roversdochter die het meisje (in dit geval Janna) van een rendier voorziet, de prins en prinses, het zit er allemaal in, tot en met het paleis van de Sneeuwkoningin.
Ik ga niet precies beschrijven hoe het verhaal in deze versie verloopt. Het is trouw genoeg aan het origineel om de naam te mogen dragen, tegelijk is het een heel mooie bewerking.
 

Westera, Bette, & Aida de Jong. De Sneeuwkoningin; naar het sprookje van Hans Christian Andersen. Gottmer, 2023. ISBN 978 90 257 7812 5, 64 p. 

dinsdag 4 juni 2024

Vosje in de sneeuw

Rana is een lief voorleesprentenboek over een poolvosje, Rana, dat in een sneeuwbui verdwaalt en weer thuiskomt. Het Hoge Noorden, sneeuw, hier voelt Marieke ten Berge zich thuis, geloof ik.
Zoals vaker in dierenverhalen voor kleuters worden de beesten in de hoofdrol een beetje vermenselijkt.

Hoog in het noorden is de zomer voorbij.
Een zomer waarin de zon niet stopte met schijnen.
De dagen worden kouder en de laatste vogels vertrekken naar warmere plaatsen.
Rana luistert graag naar mama's verhalen.
Over het ouder ijs, de lange poolnacht, de Grote Beer en hoe poolvossen licht maken met hun staart.
 

 
 
Dat laatste verklaart de vertelster, laten we haar voor deze keer Marieke noemen, achterin: er is een oud verhaal dat poolvossen het noorderlicht maken door met hun staarten te zwiepen. Sowieso een stukje met wetenswaardigheden over de poolvos en 'speciale dank voor Oddgeir Sagerup, met wie ik meerdere keren de poolvossen van dichtbij mocht observeren en van wie ik mocht leren'. Wie Oddgeir Sagerup is staat er niet in, maar zie hier.
 


Een poolvos die verhalen vertelt aan haar dochter. Hm, zei Tom Poes. Dat is een verdichtsel, net als dat het verdwaalde vosje op de rug van een beer op weg naar huis geholpen wordt. De beer had kennelijk even geen honger. Want enkele pagina's eerder staat er

Rana is nieuwsgierig.
Ze volgt de sporen van ijsberen: die laten vaak lekkere hapjes liggen.
Maar ze blijft op veilige afstand, want ijsberen hebben altijd trek.
Ook in een kleine poolvos.

Over de aard van die lekkere hapjes verder geen woord. Botjes en graten, resten van poolhazen of zeehonden zouden wellicht ietwat detoneren in dit lieve verhaal.
Uiteraard is het geen probleem, als mensen denkende dieren in een kleuterverhaal. Dagelijkse kost. Het is in dit geval meegenomen dat er toch nog wat relevante informatie meekomt. En de veelal dubbelpagina-prenten zijn heel winters en sfeervol.
 

 
Eén foutje: zie prent boven In de tekst staat de beer, op de prent ligt-ie, met zijn neus op gelijke hoogte met die van Rana.
 

Ten Berge, Marieke. Rana. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1381 4, 30p.  



zaterdag 1 juni 2024

EGAG

We staan er al lezend meestal niet zo bij stil, maar elk verhaal wordt verteld.
Ooit was die verteller altijd zichtbaar en dat is hij of zij soms nog: verhalenverteller is nog steeds een beroep. Zie bijvoorbeeld Stichting Vertellen. In sommige Nederlandstalige kringen heet verhalen vertellen trouwens ineens storytelling, waar dat goed voor is weet ik niet.
Waarschijnlijk hadden vertellers al vroeg behoefte om hun personages duidelijker voor het voetlicht te brengen: met stemverbuigingen, handgebaren (herinnert iemand zich nog Indra Kamadjojo en zijn kantjil-verhalen nog?), handpoppen, stokpoppen, geprojecteerde silhouetten en zo meer, tot de verteller geheel uit het zicht verdween en de personages het overnamen met dialogen op een podium of in de aloude poppenkast.
Een andere manier waarop de verteller uit beeld maar niet uit het gehoor verdween was de radio. Voordat tv doorbrak als volksvermaak nummer 1 was het hoorspel heel populair. Met of zonder vertelstem.
 
Al heel vroeg, vanaf de tijd dat men het schrift uitvond, werden verhalen ook opgeschreven. Zo kennen we bijvoorbeeld de Ilias en de Odyssee, Beowulf en het epos over Gilgamesj. Dat nam enorm toe na de uitvinding van de boekdrukkunst. (Ja, dat is een flinke sprong, ik weet het.)

In de eerste eeuwen was in de meeste gedrukte verhalen de verteller nog nadrukkelijk aanwezig, al dan niet met de persoon van de auteur. 
Zeker in de eerste teksten voor kinderen in centsprenten, boeken of tijdschriften werd de jonge lezer vaak toegesproken.
Later, wellicht onder invloed van radioreportages en hoorspelen, beperkte de verteller zich tot het verhaal of een of meerdere van de personages namen het verhaal over. Dat valt dan zo op dat recensenten het soms hebben over ik-verhalen, ter onderscheiding van verhalen waarin personages uitsluitend in de derde persoon voorkomen. Zo is het in ieder geval heel vaak in de hedendaagse jeugdliteratuur. De verteller lijkt er niet toe te doen, tenzij hij of zij een hoofdrol in het verhaal speelt.

Zo komt het dat in een verhaal als De macht van Algas van Marco Kunst de vertelstem volstrekt onpersoonlijk, zo niet kleurloos is en alle episoden, met diverse hoofdpersonages, in de onvoltooid tegenwoordige tijd worden verteld. Inderdaad, als een soort hoorspel, waarbij een innerlijke stem de rol overneemt van de radioverteller en de gesuggereerde geluiden en geuren ook uit eigen verbeelding komen. De bedoeling lijkt me duidelijk: de aandacht moet gericht worden op de personages en wat ze beleven, niet op de verteller.
Toch is er (na de inhoudsopgave) een proloog. Het enige stuk waarin niemand anders dan de verteller aan het woord is, en die moet later dan 2317 leven want hij (of zij, enz.) vertelt in de verleden tijd. Of, en dat lijkt me hier het geval, hij gebruikt de verleden tijd als verteltijd, als in een sprookje, waarbij nog net niet de woorden 'Er was eens' of 'Ooit' in de eerste zin staan.

De wereld veranderde. Het werd warmer. De zeespiegel steeg. Zware stormen trokken over de Noordzee. Ieder jaar waren er meer overstromingen. In het jaar 2197 gaf de regering het westen van Nederland op. Het land werd teruggegeven aan de Noordzee.

[...]

Meer dan een eeuw lang ging het goed, maar de zeespiegel bleef stijgen, de stormen werden nóg zwaarder, en uiteindelijk, in de loop van het jaar 2317...

Einde proloog. We weten nu dat Walcheren net als 'Tessel' een tamelijk geïsoleerd eiland is geworden.

Deel 1, 'De ramp'. 
1. Een zwarte storm en een afgeluisterd gesprek.

De lamp op het bureau van meester Pauwel geeft net genoeg licht om bij voor te lezen. Af en toe flakkert het, als een kampvuur in de nacht. De oude schoolmeester betovert de klas met zijn stem.

En daar gaan we.
Het is 2317 en er wordt nog voorgelezen. Wat een rooskleurig vooruitzicht. Zelfs door een schoolmeester, en de 'groep' is weer klas geworden.
Vanaf nu blijven we gekluisterd aan de radio, behalve dan dat dit een boek is.
 


Het verhaal speelt zich af op Walcheren, kaart op schutbladen voor- en achterin. De inhoudsopgave heeft ons al geleerd dat er drie delen zijn, getiteld 'De ramp', 'De macht van Algas' en 'De opstand'. Dat biedt al wat structuur en een vermoeden van goede afloop.
In enkele zinnen: in een storm breekt de dijk. Een kwaadaardig bedrijf dicht het gat met als prijs de inrichting van het hele eiland voor de productie van algen. De bewoners komen in opstand en mede dankzij de moedige inzet van vier kinderen wordt het bedrijf verdreven.
Nog wat toelichting bij de intrige: het bedrijf (Algas) blijkt de storm zelf te hebben veroorzaakt. Dat ontdekken de vier kinderen samen met enkele volwassenen, ze melden het de wereldregering (het WereldToezicht), het bedrijf moet herstellen en dokken. 
Eind Goed Al Goed (EGAG), een in de jeugdliteratuur nog veel voorkomend principe. Kinderen dient hoop geboden te worden, dat is een strikte regel.

Spanning genoeg, in dit verhaal. Ik kan me zo voorstellen dat hoofdstuk na hoofdstuk op school wordt voorgelezen, iedere dag een, warm aanbevolen. Het bevat voldoende vertrouwde elementen om de sf-elementen, zoals dat mooie reuzenpaard Leun, niet al te raadselachtig of al te bedacht over te laten komen, ze remmen het verhaal niet. En EGAG. Wat een opluchting.

Van echte beklemming, zoals een goed verhaal (al dan niet in de toekomst spelend) die kan veroorzaken, is hier niets te vinden. EGAG, inderdaad, en verdere vriendelijkheden, zoals de afwezigheid van dood en seks en het meteen al te duidelijke verschil tussen goed en slecht, tussen wie deugt en wie niet deugt. Er zit veel van Enid Blytons De Vijf (nog steeds verkrijgbaar!) in dit verhaal.
Het zal het goed doen, en er zitten leuke sf-vondsten in, maar verder is het in principe een volstrekt doorsnee verhaal voor kinderen. Veel actie, weinig diepte. Kunst kan beter.
 

Kunst, Marco. De macht van Algas. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1679 2, 308 p. 

donderdag 30 mei 2024

Read2Me


Is het bijzonder (of ironisch) dat een voorleeswedstrijd voor Nederlandse brugklassers getooid is met de titel Read2Me? (Met in het URL read2mevoorleeswedstrijd...)
We mogen aannemen dat verreweg de meeste deelnemende brugklassers Nederlandstalige teksten voorlezen, ondanks de mede dankzij BookTok groeiende populariteit van Engelstalige boeken onder jongeren. Er hoort een lessenreeks bij die Read2You is gedoopt, met Stapelbedbroers van Koos Meinderts als centraal boek. De (Nederlandstalige) website bevat een QR-code en de aanbeveling 'scan de code' toont de verwantschap tussen beide talen (code, de/the)) en het ingeburgerd zijn van Engelstalige termen (scan).
 

Er is trouwens ook een Read2Them-voorleeswedstrijd, o nee, pardon, die heet gewoon Pabo-voorleeswedstrijd, of zoals Stichting Lezen in haar persbericht spelt: Pabo Voorleeswedstrijd. Heel goed, om die leraren-in-opleiding zo te betrekken bij het voor sommigen wellicht onbekende verschijnsel jeugdliteratuur. 
Ik dacht dat ze ook moesten leren correct te spellen, maar wellicht wordt het sowieso tijd om in het Nederlands de handige Angelsaksiche spelregels in te voeren die ertoe kunnen leiden dat we niet schooldirecteur schrijven maar school directeur of School Directeur. Misschien komt een Head Education Team Primary School in aanmerking voor een hoger salaris dan een schooldirecteur, wie weet.
Moet het dan trouwens niet Pabo Voorlees Wedstrijd zijn?

Afijn, dit gaat dus eigenlijk over twee succesvolle voorleeswedstrijden, waarvan de finales op respectievelijk 1 juni (brugklassers) en 5 juni (pabo) plaatsvinden. Houd de pers in de gaten.

dinsdag 28 mei 2024

Foutje

Een inktvlekje dat tot leven komt, dat is de kern van het verhaal Foutje? Echt niet! dat in woord (Pieter Koolwijk) en vooral beeld (Linde Faas) tot ons komt in een groot formaat prentenboek.
Een onbekende verteller opent het verhaal

Oeps. Inkt gemorst. Foutje.
 

 
 
Dat vlekje neemt het verhaal over:

Ik?
Een foutje? Echt niet!
 
 
Het vlekje beeldt zich in een tor te kunnen zijn, die kan lopen, trippelen, zoemen, vliegen ('als een vogel. Hoog in de lucht') (het torretje is al iets gegroeid en lijkt op een vogeltje), zwemmen (nog meer gegroeid, lijkt op een vis met rare vinnen) en

Ik wil gewoon zijn
wat ik wil zijn.
Geen foutje.
Wel een vlek.
Een pretvlek.
 
 
 
Inmiddels al tamelijk groot, groter dan de vos op die pagina.
Een banjerbeest misschien?

Doet er ook niet toe.
Ik ben wat ik wil.

Maar een foutje?
Echt niet!

 
Al lijkt het echt-niet-foutje inmiddels wel zo groot als een berg of als het meer waarop het de laatste plaat uitkijkt.
Einde verhaal.
Of wacht, de schutbladen! Voorin feestelijke inktspetters. Achterin dezelfde spetters, maar sommige zwarte hebben oogjes, precies zoals op plaat 1 en 2. Leuk gedaan, maar toch geen deel van het verhaal.

Dat verhaal loopt eigenlijk niet af. Je moet als luisteraar-kijker-lezer zelf verzinnen hoe het met die nogal opgezwollen echt-niet-foutje-vlek verder gaat. Kan een leuk gesprekje opleveren na het voorlezen. Voor de wijsgeren onder ons is het nadenken over die wil. Vooral omdat die erg grote vlek er op de laatste platen niet zo pretvlekkig uitziet.
Het zijn mooie platen. 
 

Koolwijk, Pieter, & Linde Faas. Foutje? Echt niet! Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1628 0, 28 p.
 

 

maandag 13 mei 2024

Bioluminescentie

Bio wat? Bioluminescentie! 16 letters, mooi voor Scrabble. Het bestaat, zoek maar op en dan meteen ook maar luminescentie. Voor die Wiki-teksten moet je goed kunnen lezen - maar dat geldt ook voor het groot-formaat-prentenboek Licht, de bijzondere wonderen van bioluminescentie. Wat inhoud betreft eerder een prentenboek voor de tafel in de wachtkamer bij de dokter, dan een die je je kleine nicht cadeau doet. Ik som nog enkele woorden op: micro-organismen, communiceren, verdedigingsstrategie, camouflage, fosforescentie, golflengte, ... Ook de zinsbouw is dusdanig dat je toch wel wat leeservaring achter de kiezen moet hebben.

Bioluminescentie wordt veroorzaakt door een chemische reactie. Om die reactie te laten plaatsvinden, zijn de juiste ingrediënten en het juiste recept nodig.

Maar de combinatie met de illustraties nodig wel uit tot lezen.


Tekst en illustraties zijn van de Britse illustrator Jennifer Smith, die ook voor medische publicaties beeld levert. Glow is haar debuut als prentenboekenmaker. Het sloeg aan, werd meteen in negen talen vertaald.
Licht is niet gloei, maar gloei is niet echt een gebruikelijk woord, gloeilicht telt twee lettergrepen en de vormgeving maakt duidelijk wat bedoeld wordt. In dit geval is Licht een adequate vertaling.
 

 
Het is zichtbaar dat tekst en beeld van één persoon komen, ze vormen een mooie eenheid. 
 

 
Het moet de opmaker heel wat hoofdbrekens hebben gekost om de vertaling (doorgaans langer dan het compacte Engels) in de pagina's te werken. (Wellicht is hier en daar ingekort.)
 
Door de uitnodigende hoofdstuktitels ('Diner in de diepzee', 'Sprookjesachtig schimmellicht', 'Wilde wezens die schijnen en schitteren', e.d.) en de prachtige illustraties zal dit koffietafelboek-achtige prentenboek toch wel geschikt zijn voor leesvaardige kinderen van een jaar of elf en ouder die in het onderwerp geïnteresseerd zijn. Het helpt dat er ook een register is. En er staan echt de meest fantastische beesten in.
 

Smith, Jennifer N.R. Licht, de bijzondere wonderen van bioluminescentie. Vertaling Steven Blaas.  Lemniscaat, 2024. ISBN 798 90 4771580 1, 40 p. 
 
 



zaterdag 11 mei 2024

Raaf glijft van de sneeuw

Zo voelt het om een vogel te zijn, roept het boek. Dat is heel wat anders dan de vraag What Is It Like to Be a Bird. Dat is de titel van een soort documentair prentenboek dat in 2021 in Engeland en nu in vertaling door Steven Blaas bij Lemniscaat verscheen.
 

Hoe is het om een vogel te zijn? We zullen het nooit weten, natuurlijk. Zelfs de raven van Otfried Preussler in Meester van de Zwarte Molen (Krabat, 1971, de vertaling van dit prachtige verhaal is nog steeds in de handel) bleven vermomde mensen, dat was ook het verhaal. 
Mensen zijn in het algemeen bedreven in het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan dieren.
 


 
De titel in de vertaling is te stellig, maar zelfs de vraag 'Hoe is het om een vogel te zijn?' beantwoordt auteur en vogelkenner Tim Birkhead niet in dit boek. Er wordt gewoon een twintigtal vogels voorgesteld, met hun bijzondere eigenschappen. Dat gebeurt vaardig genoeg, met mooie illustraties van Catherine Rayner, hoewel ik het verhaal over de sleeënde raven (p. 28-29) wel erg sterk vond - maar eerlijk is eerlijk, ik vond bevestiging. (Zoek met termen als ravens sledge on snow.)
 
 
Je moet ongeveer de leesvaardigheid hebben van een tien- of elfjarige hebben om het boek te kunnen lezen en voor die leeftijd zou ik eerder feitelijke afbeeldingen verwachten (zoals op p. 46-47) dan die welke de presentaties opfleuren - maar ze zijn wel sterk in hun expressie en passen goed bij de tekst. Het is daardoor een mooi boek geworden.
 

Birkhead, Tim. Zo voelt het om een vogel te zijn. Illustraties Catherine Rayner, vertaling Steven  Blaas. Lemniscaat, 2023. ISBN 978 90 477 1522 1, 48 p. Oorspr.: What Is It Like to Be a Bird, 2021.
  





 

 
 
                                                                                                                     (Deze afbeelding is niet uit het boek.)

vrijdag 10 mei 2024

Dichter bij de seizoenen

Het prentenboek Dichter bij de seizoenen is in de eerste plaats een heel mooi boek en dat is te danken aan vormgever Leentje van Wirdum (Lenaleen) en illustratrice Henriette Boerendans. Het werd een echt blader- en kijkboek en daarbij zou je bijna over het hoofd zien dat er met de teksten ook iets bijzonders is.
Die zijn van Bette Westera en doorgaans levert die zeer te waarderen gedichten af. Deze keer ook - maar toch iets minder vrij, want ze moesten passen bij een seizoen en een versvorm. Dat wordt bijvoorbeeld voor april:

Vlinders die eerst rupsen waren kruipen
In de warmte van nog bleke zonnestralen
Nieuwsgierig uit hun
Coconnetjes.
Een vroege koninginnepage vliegt haar
Net ontloken leven
Tegemoet.

Vlijtige bijen vinden in
Amandelbloesem
Nectar zoet als honing.

Gras wordt groen.
Overal schilderen narcissen bermen geel.
Groot hoefblad kleurt oevers roze, en in tuinen geuren
Helderblauwe hyacinten er lustig op los.
 
Onderaan de pagina staat: acrostichon. 
Dat is 'een gedicht waarvan bepaalde, meestal de eerste, letters van iedere regel of strofe, achter elkaar gelezen zelf ook een woord of zin vormen.' (Wikipedia.)

'Een vlinder die haar net ontloken leven tegemoet vliegt?' Hm. Dacht dat ze al leefde...

Beter in mei:

In de bossen
klinkt het kloppen
van de grote
bonte specht.

die een gat gaat hakketakken
waarin zij haar eitjes legt.

Spicht, staat rechtsonder.
Spicht? Nooit van gehoord. Maar alle twaalf versvormen worden achterin beschreven: haiku, rondeel, acrostichon, spicht, pantoum, elf, tanka, kwatrijn, elftal, rondelet, ollekebolle en sonnet. Dat maakt het een bijzonder leerzaam boek, in ieder geval voor mij, en buitengewoon origineel om dat zo te doen.
 
Bij spicht hoort een plaatje van een specht, de grote bonte.
 
Mooi en treffend afgebeeld. Dat geldt voor alle bijdragen van Henriette Boerendans. Daarbij vormen twee tegenover elkaar opengeslagen bladzijden steeds een eenheid in kleur en sfeer.
Zie die spicht / specht boven, maar bijvoorbeeld ook de combi van januari:
 
 

Links een rotgans, rechts boven het stapelvers twee brandganzen. Brandganzen sieren overigens ook de schutbladen en de herfst. Henriette Boerendans weet welke vogels en andere dieren ze afbeeldt.

Neem de winter:





Kijk, dat maakt dit naast een leerzaam ook een mooi boek. Zoals ik al schreef.

 
 
Westera, Bette, & Henriette Boerendans. Dichter bij de seizoenen. Gottmer, 2024. ISBN 798 90 257 7836 1, 48 p.


maandag 22 april 2024

Ambassadeur voor het kinderboek

Een persbericht van Stichting Lezen, ik citeer:

Rian Visser is de nieuwe Kinderboekenambassadeur van Nederland. Zij zal zich de komende twee jaar inzetten voor meer leesplezier bij kinderen en de promotie van kinder- en jeugdboeken. Op 17 april, tijdens Lezen Centraal, het jaarlijks congres van Stichting Lezen in het Beatrixtheater in Utrecht is Rian Visser officieel benoemd tot Kinderboekenambassadeur. Zij volgt illustrator Martijn van der Linden op.
 
Sinds 2013 heeft Nederland een Kinderboekenambassadeur, geïnspireerd op het Britse Children’s Laureate, dat inmiddels in meer dan tien landen bestaat. De Kinderboekenambassadeur vraagt aandacht voor kinderboeken in binnen- en buitenland en benadrukt dat (voor)lezen een groot verschil kan maken in het leven van jonge mensen. Rian Visser is de zevende Kinderboekenambassadeur van Nederland. Eerder waren dat Jacques Vriens, Jan Paul Schutten, Monique en Hans Hagen, Manon Sikkel en Martijn van der Linden. De Kinderboekenambassadeur wordt voor twee jaar aangesteld door Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds, in samenwerking met de Schrijverscentrale en Stichting CPNB.

Het verschil tussen kinder- en jeugdboeken is mistig, want strekt de jeugd zich niet uit van 0 tot 20? En zo niet, waarom is het dan niet Kinder- en Jeugdboekenambassadeur? Het Britse Children’s Laureate is inmiddels Waterstone's Children’s Laureate, dus als de inspiratie wordt doorgetrokken wordt het  binnenkort Libris' Kinderboekenambassadeur. Wie weet. 
Hoezo vraagt de Nederlandse Kinderboekenambassadeur aandacht voor kinderboeken in het buitenland? Of wordt hier bedoeld dat ze aandacht vraagt voor het Nederlandse kinderboek in binnen- en buitenland? Hopelijk gaat ze vooral de boer op als ambassadeur van het kinderboek in het algemeen.
 


Rian Visser is een ijverige en actieve auteur, die graag aan de weg timmert en ervaring heeft in het geven van lezingen. Wat dat betreft is ze een goede keuze. Dat haar werk goeddeels behoort tot de categorie niets-mis-mee-maar-ook-niet-verrassend hoeft geen beletsel te zijn en in ieder geval is in 2022 een boek van haar (Alle wensen van de wereld) met een Zilveren Griffel en de Gouden Poëziemedaille bekroond.

donderdag 18 april 2024

Nog maar weer eens: het gaat niet goed met het leesonderwijs

In de herhaling: het gaat niet goed met het leesonderwijs in Nederland.
Deze keer naar aanleiding van het rapport De staat van het onderwijs 2024 van de (Nederlandse) Inspectie van het Onderwijs. Er kwam een persbericht voorbij van Stichting Lezen:

Het leesonderwijs in Nederland is op dit moment onvoldoende effectief. De Onderwijsinspectie constateert dat de verschillen tussen scholen groeien. De ene school slaagt erin alle leerlingen het streefniveau voor taal en rekenen te laten halen, terwijl dit op de andere school bij minder dan de helft lukt. De inspectie ziet genoeg positieve praktijken en voorbeelden, maar scholen nemen deze te weinig van elkaar over. Het potentieel waarbij de minder presterende scholen leren van de voorlopers, blijft hierdoor onbenut.
 
Stelselmatig samenwerken aan een rijke leesomgeving
Veel Nederlandse leerlingen hebben vooral moeite met de hogere leesvaardigheidsniveaus, zoals het integreren van de tekst met hun eigen achtergrondkennis. Het organiseren van leesonderwijs rond thema's uit de zaakvakken, zoals wereldoriëntatie en wetenschap en techniek, en het gebruiken van rijke teksten, kan hier verandering in brengen.

Natuurlijk voegt Stichting Lezen er haar eigen ding aan toe.

Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder Stichting Lezen en voorzitter van de Leescoalitie: “We zien dat er in het onderwijs steeds meer behoefte is aan een effectieve aanpak. We zetten in op het verspreiden van onze kennis hierover, bijvoorbeeld via lezeninhetpo.nl en vandaag op ons landelijke congres Lezen Centraal, volledig in het teken van effectief leesonderwijs. En we ontwikkelen samen met Education Lab en Hogeschool Windesheim de Bibliotheek op school plus, een interventie voor geïntegreerd lees- en zaakvakonderwijs met veel aandacht voor leesbevordering. We streven ernaar de daling in leesvaardigheid op termijn zo weer om te kunnen buigen in een stijging.”

Effectief leesonderwijs en de Bibliotheek op school
Om de basisvaardigheden te verbeteren investeert het ministerie van OCW via het Masterplan basisvaardigheden in het onderwijs en in een rijke leesomgeving. Stichting Lezen kan in samenwerking met lokale bibliotheken BoekStart en de Bibliotheek op school flink uitbreiden. Daarmee krijgen kinderopvanginstellingen en scholen in alle leeftijdsgroepen expertise en een actueel en breed boekenaanbod vanuit de bibliotheek. De Bibliotheek op school plus, waaraan honderd basisscholen met een achterstandsscore gaan meedoen, komt ook vanuit deze Impulsregeling.

Voorts kan gemeld worden dat er bij Coutinho in 2025 een handboek verschijnt voor pabo-studenten en belangstellende leerkrachten, waarvan de werktitel luidt: De wereld in boeken, leesbevordering in de klas, van Erna van Koeven, Femke Ganzeman en ondergetekende. Een krachtig pleidooi met praktische tips om kinderboeken in te zetten bij het leesonderwijs.
 
En juist dezer dagen verscheen er een video van NOS over twee scholen die elkaar helpen met beter leesonderwijs - o.a. aan de hand van jeugdliteratuur. Zie hier.