Tjezus, wat een dikke pil. En dat allemaal over Ted van Lieshout! Heb je daar zin in?
Nou, het boek lijkt dikker dan het is doordat het mooi, stevig papier is, 380 p. Ja, het is helemaal Ted van A tot Z. Je hebt het zelf aangevraagd, hoor.
Moet toch even zuchten, geloof ik. Wat een ijdeltuit.
Zo zou ik het niet noemen, meer een enorme behoefte om te tonen wat hij met zijn talenten gedaan heeft, gepaard aan een even enorme nauwkeurigheid en zucht naar volledigheid. Lees alvast maar wat bladzijden en je ziet, alles staat precies waar het moet staan. Deze man schrijft en tekent niet alleen maar geeft ook zijn boeken vorm, tot in detail, en zo kan hij bijvoorbeeld op p. 74 (derde kolom) in de tekst verwijzen naar een afbeelding 'op de bladzijde hiernaast'.
Hoewel, dat hij zich op p. 334-339 uitgebreid bezighoudt met hoe hij eruit ziet en zijn kop zelfs het register verlucht (of verluchtigt) zou wel op ijdelheid kunnen wijzen. Bij elkaar één grote schreeuw: zie mij, dit ben ik!
Kun je het in één zin afdoen? Scheelt een hoop tijd.
Prachtboek!
Dat is wel heel erg beknopt. Maar nu ik wat gebladerd heb, moet ik je wel gelijk geven. Toch maar iets meer over melden?
O.k.
Om te beginnen de aanleiding. Die vult p. 6. Een 'uitnodiging' van het 'Illustratiehuis Amsterdam' om een overzichtstentoonstelling te maken ter gelegenheid van veertig jaar schrijverschap en zijn zeventigste verjaardag.
Apart, een Illustratiehuis dat een overzichtstentoonstelling wil om veertig jaar schrijverschap te vieren, dus niet veertig jaar illustratorschap of iets dergelijks. Niet te vinden, trouwens dat Illustratiehuis, of het moet de Illustratie-ambassade zijn geweest. Maar die vermeldt geen overzichtstentoonstelling van hem.
Nog aparter was dat er slechts 'twintig lijsten' ter beschikking werden gesteld. Ted van Lieshout haalt ze aardig over de hekel.
Ik ben heus wel vereerd dat ze me vragen, want het Illustratiehuis is een prima plek, maar als er een schele minnaar langskomt die stinkt uit zijn bek, is het toch logisch dat je in de verte tuurt om te zien of er een knappere kandidaat aangegaloppeerd komt? Helaas, ik zie er geen verschijnen aan de horizon. Deze dan maar doen?
Ik neem eigenlijk aan dat die uitnodiging verzonnen is of hooguit losjes gebaseerd op een ooit ontvangen en afgewezen uitnodiging. Ted doet niet zomaar iets en de uitgeverij evenmin. Het boek is tot stand gekomen 'met subsidie van het Jaap Harten Fonds' en zorgvuldig voorbereid. Zelfs met subsidie siert het uitgeverij Leopold dat ze dit boek heeft uitgegeven.
Die tentoonstelling blijft een thema in het boek. 'Deze dan maar doen?', jawel, en dus gaat de kunstenaar met frisse tegenzin graven in zijn archief. Want er moest vroeg werk in, het moest per slot een overzichtstentoonstelling zijn, en als je zo veel gemaakt hebt en je hebt maar twintig 'lijsten', wat kies je dan?
Archief? Dus hij bewaart alles?
Ergens beschrijft de zeventigjarige Ted zijn huis aan de zeventienjarige Ted.
Dat moet ik eerst even toelichten. De tekst is een dialoog. De zeventigjarige Ted praat (in zwarte letters) met de zeventienjarige Ted (in vettere, gekleurde letters). Dat levert hier en daar grappige dialogen op. Zoals op p. 146, over Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel:
Ik moest tijdens mijn opleiding aan de academie bepaalde grafische technieken uitproberen en dat heb ik ook wel gedaan, maar ik vond het lastig en omslachtig.
Dat heb je al verteld.
Linosnedes maken vond ik nog wel aardig.
Enzovoort. Hier trekt de zeventigjarige zich niets van de tussenwerping aan en gaat gewoon door over linosnedes en etsen. Ja, je komt in dit boek heel wat te weten over druk- en tekentechniek. Maar op p. 63-64 staat een mooi stuk dialoog over de dood van Teds broer Harry in 1979, als Ted 23 is en hoewel ernstig zit zelfs daarin nog wat onderkoelde humor ('O nee, dat kan niet'):
Wat dan?
Eh, ik weet niet of ik dat moet vertellen.
Kom ik het uiteindelijk toch te weten?
Ja, als je drieëntwintig bent.
Vertel het dan maar.
Je zult ervan schrikken.
Vertel.
Ik weet niet hoe ik het je moet vertellen.
Je maakt me bang.
In 1979 gebeurt er iets ergs.
Hoe erg?
Het ergst van alles.
Ik ga dood! O nee, dat kan niet. Iemand anders gaat dood.
Ja.
Wie?
Je broer.
Nee!
Ik vrees van wel.
Enzovoort. Het levert ontroerende passages op, net als die over zijn Meneer.
Maar nu dat huis. Ted koopt op zeker moment een zeer ruim appartement, bovenin een oud pakhuis. En hij kan niets weggooien. Dus dat ruime appartement van hem moet wel tjokvol zitten, hij geeft ook toe dat hij soms struikelt over de spullen en dat hij zou moeten opruimen.
Voordelen heeft het ook, want na bijna veertig jaar weet hij bijvoorbeeld vijftien poppenkoppen tevoorschijn te halen, waarvoor hij ineens een bestemming weet: zie Onder mijn matras de erwt (2017). Ted besteedt er uiteraard veel meer woorden aan, ja, die hang naar volledigheid hè...
Alles staat erin?
Nou, dat durf ik niet te zeggen. Zijn persoonlijk liefdesleven laat hij eruit. Het is geen autobiografie, het is een overzichtstentoonstelling in boekvorm, met zeer uitgebreid commentaar in dialoogvorm, waar persoonlijke ontboezemingen enkel een rol spelen als die invloed hadden op zijn werk. Het meest persoonlijke deel vind je in het hoofdstuk 'Verzoening' en dat gaat over de vraag die de titel van het boek is: Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken?
Ik dacht dat die vraag aan mij, de lezer, gesteld werd. Kwam een beetje klagerig over.
Nou, je had na enkele bladzijden al kunnen bedenken dat Ted die vraag aan zichzelf zou stellen. Hoewel de oude Ted het ook interpreteert als een verwijt. Hij verweert zich krachtig. Ja, het leven blijkt niet volmaakt, maar wel goed genoeg.
Dus ik misluk niet totáál?
Niet totaal, nee. Totaal niet, zou ik eigenlijk willen zeggen.
Deze laatste dialoog, in 'Verzoening', bevat ook een soort verantwoording van de tentoonstelling. Ik zou hem het liefst in zijn geheel willen citeren, maar dat gaat echt buiten de grenzen van een recensie. Hooguit die onverwacht korte uitspraak:
Daar gaat het om bij alles wat je maakt: je vel moet ertegenaan gezeten hebben.
Van doorleefde kunst gesproken.
Koop het boek maar. Een mooiere tentoonstellingscatalogus is in tijden niet verschenen.
Moeten er geen plaatjes bij deze recensie?
Nee, voor een keer niet. De vraag, welke dan?, is bijna even moeilijk als die van die twintig lijsten. Dus geen. Nogmaals: koop het boek maar, het is een overzichtstentoonstelling in boekvorm, maar ook een schatkamer.
Lieshout, Ted van. Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken? De tentoonstelling. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 8912 8, 380 p.

































