Zoeken in deze blog

donderdag 26 maart 2020

Jongens en meisjes

Bij alle vertogen over leesbevordering, zie ook hier, wordt wel eens vergeten dat er naast boeken ook tijdschriften bestaan. Ja, natuurlijk, de Donald Duck, maar ook Okki, Quest JuniorKidsweek en andere periodiek verschijnende tijdschriften.
Zoals bijvoorbeeld Samsam, dat, meen ik, al vanaf 1975 bestaat en tegenwoordig wordt uitgegeven door Sijthof Media, begeleid door lesmateriaal e.d., want wel duidelijk educatief bedoeld, in het kader van burgerschapsonderwijs. Redactie: Henrieke van Gelder (ook lid redacties Kidsweek en 7Days) en Karin Wesseling.

Vroeger speelde het periodiek Samsam een rol in 'ontwikkelingssamenwerking', nu is het een uitgave voor 'wereldwijze kinderen'. Tja...

Onlangs verscheen een nummer over een lekker actueel onderwerp: gender. Niet zo actueel als Covid-19, maar het komt in de buurt.

Wat maakt een jongen een jongen en een meisje een meisje? Voor miljoenen mensen is het antwoord op die vraag nog simpelweg te zien bij de geboorte: piemeltje of kutje. Maar zo eenvoudig als dat lijkt is het niet, want heel soms speelt de natuur ons parten en is het geslacht niet zo duidelijk, en ook kunnen er nog wat ideeën bijkomen en denkt een persoon die voor jongen wordt uitgemaakt dat-ie een meisje is of vice versa en dan is je geslacht je geslacht niet meer maar je gender, wat Engels was voor geslacht, maar dat hindert niet want ook in het Engels is gender inmiddels losgezongen van sex, en dan gaan lichaamssappen en ideeën een tango dansen en kunnen er wilde dingen gebeuren.

In dat nummer van Samsam wordt een en ander getoond in diverse artikeltjes, geschreven door Karin Wesseling en dat nummer is ook online in te zien, en bevat daar ook filmpjes, zoals bijvoorbeeld een interview met de jonge Argentijnse balletdanser Gerónimo, en een interactieve quiz, waarvoor je overigens wel beter eerst het hele nummer doorneemt.
Zo is er meer en bij elkaar lijkt het me best een bruikbaar en onderhoudend, juist ook voor kinderen die (zonder die term te kennen) graag non-fictie lezen. Waarmee ik terugkeer naar mijn eerste zin, want die kinderen zijn er en juist hen kan dit soort leesgoed aan het lezen krijgen.


Cover Gender

Samsam verschijnt 5 keer per jaar, zie hier over abonnementen.


woensdag 25 maart 2020

Nog meer te zien in Delpher

Voor wie eens oude tijden wil ervaren is Delpher een fijne website. Je kunt er grasduinen in oude kranten en tijdschriften en titels van boeken vinden. Nogal eens word je getrakteerd op de mededeling ' Dit materiaal kunt u alleen bekijken in de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek. ' Dat is dan jammer, maar begrijpelijk, want de website werd door de Koninklijke Bibliotheek ontwikkeld. (Die van Nederland, wel te verstaan. De Koninklijke Bibliotheek van België heet trouwens tegenwoordig KBR, geen pannenmerk maar een samentrekking van Koninklijke, Bibliotheek en Royale.)

Tot nu toe kon in Delpher worden gezocht in tijdschriften tot 1940. Recenter uitgaven waren alleen in te zien in de Koninklijke Bibliotheek. Er zijn nu extra tijdschriften uit de periode 1940-1949 op afstand in te zien.
Ook zijn er weer een paar duizend extra boeken voor iedereen beschikbaar, zoals (ik raap wat uit de voorbeelden) De boer en de vos, vrij naar een Perzische vertelling van ene Tinus van Doorn. Die boeken en tijdschriften stonden al langer op Delpher, maar waren net als de tijdschriften alleen toegankelijk vanuit de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Dat de tijdschriften en boeken nu tot 1960 wereldwijd te zien zijn, is mogelijk dankzij verruimde afspraken met auteursrechtenorganisaties als Stichting Lira (schrijvers en vertalers) en Pictoright (visuele makers). Zie voor meer info hier.

woensdag 11 maart 2020

Alle hens aan dek: bevorder de leesbevordering

Als ik een aflevering ontvang van Lezen, het tijdschrift van Stichting Lezen, weet ik wat ik ongeveer kan verwachten: een redactioneel waarin het belang en/of de aantrekkelijkheid van lezen wordt benadrukt, gevolgd door artikelen of interviews die dat min of meer onderstrepen, met relatief veel portretten van auteurs en illustratoren.
Maar met Lezen 2020-1 (maart) is iets bijzonders. Gerlien van Dalen luidt de noodklok. Dat deed ze, althans Stichting Lezen (waarvan ze directeur is) eigenlijk al eerder, 3 december vorig jaar, zie hier. Aanleiding is het PISA-rapport met zorgwekkende cijfers over de leesvaardigheid en leesbereidheid van Nederlandse jongeren.
In een interview met Mirjam Noorduijn in Lezen 2020-1 blijkt ze 'geschrokken' en 'licht gefrustreerd', maar springt ze meteen in de bres voor Stichting Lezen:

Als het gaat om leesbevordering en literatuureducatie en het verspreiden van kennis hebben we een centrale rol, maar wij zijn niet zelf de leesbevorderaars. Dat zijn de leraren, de medewerkers op school en in de kinderdagverblijven, en natuurlijk de ouders. De PISA-resultaten onderstrepen voor mij dat we onze aanpak met campagnes, en vooral het actieprogramma Kunst van Lezen dat we met bibliotheken uitvoeren om laaggeletterdheid te bestrijden, de komende jaren onverminderd moeten voortzetten.

Aan de bezigheden van Stichting Lezen hoeft volgens haar dus niets te veranderen. Wel anders moet het 'begrijpend leesonderwijs':

Er moeten rijkere teksten worden gelezen - meer kinder- en jeugdliteratuur - en er is meer leestijd nodig.

En

Het aantal pabostudenten dat zelf niet graag leest is te groot.

Dat laatste ben ik geheel met haar eens, jammer echter dat de interviewer haar geen gelegenheid geeft om daarop dieper in te gaan, want hoe komt dat?
Ja, ik weet het antwoord ook niet, al vermoed ik dat het o.a. iets te maken heeft met het toelatingsniveau. Ze wil 'optimistisch blijven' en benadrukt dat 'op een aantal pabo's lezen inmiddels heel expliciet het uitgangspunt van beleid is' (wat dat ook moge betekenen, denk ik dan) en dat een kwart van de pabo's meedoet 'met pilots van de Bibliotheek op School'.
Op de vraag 'waar de oplossing ligt' heeft ze wel een antwoord en daarin legt ze alles bij het onderwijs.

Ik pleit voor minder vrijblijvendheid in de invulling van het vak Nederlands en het leesonderwijs. Dat de overheid een sterk signaal moet afgeven dat het onderwijs onmisbaar is in het faciliteren van goed leesonderwijs, is voor mij evident.
Nu is het zo dat we de politiek en het onderwijs steeds maar weer moeten overtuigen van het belang van leesbevordering, voordat ze bereid zijn daar middelen voor vrij te maken.
Maar als de rijksoverheid zou eisen dat elke school een volwaardige schoolbibliotheek met deskundige leesspecialisten moet hebben, en een deel van de onderwijsfinanciering voor dit doel zou bestempelen, dan voer je direct een heel ander gesprek.

Waarna ze de prestaties van Stichting Lezen als 'kenniscentrum' maar weer eens benadrukt. Hoewel:

We richten ons nu vooral op het vertalen van onze kennis naar praktische handvatten voor leesprofessionals. Maar we zullen ervoor moeten zorgen dat het belang van lezen door meer mensen op meer niveaus gedragen wordt.

Dat klinkt ambitieus. Gevraagd naar 'waar lezend Nederland over vier jaar staat' wordt ze dan ook voorzichtig en wijst ze op de bezuinigingen in het openbaar bibliotheekwerk en de 'fragiliteit' van de 'infrastructuur voor leesbevordering'.
Wat heet. Verderop in het tijdschrift portretteert Annemarie Terhell (die heel veel artikelen in dit nummer voor haar rekening nam) twee voorbeeldige basisscholen onder de kop 'Je leert lezen door véél te lezen', maar ze noteert tussen neus en lippen wel dat er in 2014 op driekwart van de basisscholen een leesplan was en nu nog op de helft, en dat in 2014 op tweederde van de basisscholen een 'leescoördinator' was en nu nog maar op de helft.

Dat is zonde, want met een boekenkast alleen ben je er nog niet.

De gegevens stammen uit het rapport Stand van zaken, leesbevordering basisonderwijs 2019, dat in opdracht van Stichting Lezen werd gemaakt door DUO Onderwijsonderzoek & Advies en het artikel is te downloaden.


Lezen 2020-01 (maart 2020). ISSN 1570-9698, 36 p. Hier online.






dinsdag 10 maart 2020

Boekenzoeker vernieuwd

Boekenzoeker was altijd al een redelijk goede bron om titels van kinderboeken te zoeken. Volgens de redactie ' was onze oude Boekenzoeker na 15 jaar aan een stevige update toe'. Die is nu verricht. Kennelijk net te laat om te presenteren tijdens de conferentie 'Waarom leesbevordering ertoe doet', die op 14 februari plaatsvond in Gent en waarvan Iedereen leest een verslag heeft gepubliceerd.

Dat Boekenzoeker van Vlaamse makelij is, merk je aan de openingspagina, met dezer dagen bijvoorbeeld berichten over de Jeugdboekenmaand, die nu in volle gang is, en over de Kinder- en jeugdjury Vlaanderen, maar voor het zoeken van relevante titels Nederlandstalige jeugdliteratuur is dat voor Nederlandse raadplegers geen belemmering.

dinsdag 3 maart 2020

Anansi

'Cultureel erfgoed in een modern jasje: het allereerste prentenboek over Anansi!', staat er in het persbericht van uitgeverij Gottmer dat op 24 februari het verschijnen van Anansi de spin en de gulzige tijger aankondigde.
Dat is niet waar. Er verschenen eerder prentenboeken over Anansi. Neem alleen al het mooie Anansi: de spin weeft zich een web om de wereld van Noni Lichtveld uit 1984 (Aldus-NBLC-Novib). Of Het grote Anansi boek van Johan Ferrier uit 1986 (Aldus-NBLC-Novib). Of Anansi en Broer Tijger van Harriet Rohmer uit 1991 (Gottmer). Of Anansi tussen god en duivel van (opnieuw) Noni Lichtveld uit 1997 (Lemniscaat-Novib). Ik noem er maar enkele; grasduinen in de catalogus van de (Nederlandse) Koninklijke Bibliotheek had de persmensen van Gottmer op veel meer titels kunnen brengen. En dan hebben we het alleen nog over Nederlandstalige uitgaven.

Begrijpelijk allemaal, want Anansi is een beroemdheid. Tik de naam in een zoekmachine en de bronnen zijn voor het oprapen. En terecht vermeldt Isgeschiedenis (de site bij Geschiedenis Magazine):
'Het is mogelijk om de oude legenden te lezen, maar officieel dient een Anansi Tori verteld te worden. Anansi staat symbool voor de kunst een goed verhaal te vertellen. 
Een spreker vertelt zijn versie van de gebeurtenissen, terwijl anderen hierop mogen inhaken of vragen kunnen stellen. De spreker moet hier zo goed mogelijk antwoord op geven, of mag het verhaal een andere wending laten nemen. 
Ook mogen de aanwezigen zelf situaties aan het verhaal toevoegen, om dit levendiger te maken. Iedere spreker vertelt een Anansi Tori op een eigen manier. Elke vertelling is uniek. De spreker hoort de spin tijdens het verhaal zo goed mogelijk uit te beelden. De gedachtes en emoties van Anansi dienen zo duidelijk mogelijk naar voren te komen.'

Te veel eer dus, dat 'allereerste prentenboek'.



Intussen zijn Iven Cudogham en Moldybyrd Studio er wel in geslaagd een leuk prentenboek aan de stapel toe te voegen.
Dat ligt grotendeels aan de opmerkelijke, inventieve, expressieve en speelse illustraties van Moldybyrd Studio, een bedrijfje waarvan ik tot nu toe nog niet had gehoord. 'We are Yngwie, Diana and J.J., three artists located in Halfweg, the Netherlands. As a team we combine our skills in illustration, concept design, storytelling and animation.'
Ik kan ze helaas niet weergeven, het prentenboek is te breed voor mijn scanner en bovendien spreiden de meeste illustraties zich over twee pagina's uit. Die hierboven is overgenomen van hun website en toont een detail, dat overigens in één onderdeel verschilt van het boek.
De tekst van Iven Cudogham is luchtig, parlando, en bevat grafische grapjes. Vooruit, één scan dan:



Niet alleen Anansi, ook andere dieren missen levenswaren, en de pootafdrukken zijn érg groot. Als het staarteinde in het raam tegenover de afgebeelde pagina het al niet duidelijk maakt, dan wel die afdrukken: Tijger is de dief. Niemand durft hem aan, behalve Anansi. Die weet met vleierijen Tijger zo ver te brengen dat Anansi hem mag berijden, en dat nog wel voor de op zijn balkon toekijkende koning. Tijger begrijpt (eindelijk) dat hij is beetgenomen en verdwijnt, Anansi en de andere dieren krijgen een koningsmaal.
Een echt Anansi-verhaal dus, dat vooral voorgelezen moet worden. Ik zie uit naar de volgende verhalen.



Cudogham, Iven, & Moldybyrd Studio. Anansi de spin en de gulzige tijger. Gottmer, 2020, ISBN 978 90 257 7240 6.

NB d.d. 27-3-2020: er zijn ook vertelplaten te bestellen bij dit verhaal, lees ik in de aanbiedingsbrochure va Gottmer. En deel 2 verschijnt in oktober.




donderdag 27 februari 2020

Woutertje Pieterse Prijs 2020

De Woutertje Pieterse Prijs houdt dapper vol, ondanks de financiële perikelen die zich van tijd tot tijd voordoen. Vanaf 2019 zijn de sponsors de Brook Foundation en De Versterking. Hopelijk blijft dat even zo. Zie over de prijs verder hier.

Op 25 februari werden de zes genomineerde werken gepresenteerd in het programma Kunststof op NPO Radio 1:
Bizar van Sjoerd Kuyper (Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren)
Brons van Linda Dielemans en Sanne te Loo (Fontaine Uitgevers)
Flin of de verloren liefde van een eenhoorn van Henry Lloyd en Laurens Rawie (Em. Querido’s Uitgeverij)
IJzerkop van Jean-Claude van Rijckeghem (Em. Querido’s Uitgeverij)
Uit elkaar van Bette Westera en Sylvia Weve (Uitgeverij Gottmer) en
Zwerveling van Peter Van den Ende (Em. Querido’s Uitgeverij).

Omdat ik bericht hierover miste in de dagbladen dit bericht, in navolging van websites als Tzum en Jaap leest.

De WPP is bijzonder omdat de jury bestaat uit lieden uit Nederland en Vlaanderen met de nodige betrokkenheid bij boeken, deze keer geldt dat zelfs voor de voorzitter: Arjan Peters (voorzitter), Karin Amatmoekrim, Marga Scholma, Juan Khalaf en Veerle Vanden Bosch.
'De Woutertje Pieterse Prijs wordt toegekend door een vakjury, die benoemd wordt door het bestuur van de Stichting Woutertje Pieterse Prijs. De jury komt tot haar oordeel op grond van het juryreglement en bestaat uit vijf leden, van wie er tenminste vier gekozen worden op basis van hun specifieke kennis en/of deskundigheid.' Op welke gronden het vijfde lid wordt benoemd staat er niet bij. Vaak was dat iemand bekend van radio en tv, die als voorzitter & boegbeeld mocht dienstdoen. Het juryreglement kon ik niet vinden op de website. In het deelnamereglement vond ik deze zinsnede: 'het boek dient opvallende en/of vernieuwende kwaliteiten te bezitten, waarbij de volgende aspecten, of een combinatie daarvan, een rol kunnen spelen: taal, genre, thema, illustratie, vorm en vormgeving'.

Hun wacht de dankbare taak appelen met peren te vergelijken, ofwel prentenboeken met verhalen of poëzie voor jongeren. Doel:
'De jury bekroont sinds 1988 kinderboeken die uitzonderlijk zijn voor wat betreft taal, genre, thema, illustratie, vorm en/of vormgeving. Het doel van de prijs is het bevorderen van de kwaliteit van het Nederlandstalig kinder- en jeugdboek.' In dit geval dus zo'n boek verschenen in 2019 of in de woorden van de website 'verschenen tussen 1 januari en 31 december 2019'.

Een toelichting op de keuze van de nominaties is hier te vinden. Hier een overzicht van alle jury's tot nu toe.

woensdag 26 februari 2020

Lewis Carroll revisited

                                            
Op 7 februari jl. een bijeenkomst meegemaakt van het Lewis Carroll-genootschap. De uitnodiging bereikte me per e-post. Kennelijk was ik vergeten dat ik me ooit had aangemeld. Hoe dat?

Welkom op de website van het Lewis Carroll Genootschap. Het Genootschap is opgericht in 1976 en is na een slapend bestaan van ruim 30 jaar sinds 2017 weer actief.

Ergens na 2017 zal ik me dus hebben aangemeld.




Het was het 4e symposium. Alle voorgaande heb ik dus helaas gemist... Het vond plaats in de kelder van De Kargadoor, roemrucht cultureel centrum in Utrecht, in mijn studententijd een verzamelplek van alles wat rebelleerde, met een heuse stencilmachine in diezelfde kelder - of de entree, dat ben ik vergeten.
Ik verdenk de minzame voorzitter van het genootschap, Bas Savenije, ervan de motor te zijn achter de opleving. Hij verwelkomde, regelde van alles, deed de aankondigingen en bestuursmededelingen, enzovoort. Er is zelfs een Beleidsplan 2018-2020!
Doelstelling van het genootschap is:

Het Lewis Carroll Genootschap stelt zich ten doel het contact te bevorderen tussen personen en instanties, in het bijzonder in Nederland en Vlaanderen, die belangstelling hebben voor leven en werk, in de meest uitgebreide zin, van Charles Lutwidge Dodgson oftewel Lewis Carroll.

Het Genootschap wil een platform bieden aan eenieder die zich met dit onderwerp bezighoudt, door het verspreiden van publicaties (op papier of online), het uitwisselen van gegevens met zustergenootschappen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, het organiseren van tentoonstellingen en lezingen, het publiceren van een tijdschrift en een nieuwsbrief, het onderhouden van een website en het tenminste eenmaal per jaar beleggen van een feestelijke jaarvergadering c.q. culturele bijeenkomst.

De voertaal in het Genootschap zal in het algemeen Nederlands zijn, maar publicaties kunnen ook in het Engels zijn. Vanwege de Engelstalige oriëntatie van de enige andere Lewis Carroll Society in Europa, acht het Lewis Carroll Genootschap het mede tot zijn taak aandacht te besteden aan de receptie van Lewis Carroll op het Europese continent.

Niet minder!
Extra jammer voor mij dat ik ook wat andere afspraken had die dag, zodat ik de quiz en het huishoudelijk deel heb moeten missen.
De inleiding van Lenny de Rooy over de illustaties van John Tenniel mocht er zijn, met een reeksje verhelderende afbeeldingen die de bronnen van diverse plaatjes toonden (veel afbeeldingen uit Punch kwamen voorbij), en bijzonder was ook de bijdrage van Maxim Februari, die uitlegde wat hem speciaal aantrekt in het werk van Lewis Carroll.




vrijdag 21 februari 2020

Foute kinderboeken?

Eindelijk toegekomen aan deze al lang staande tentoonstelling 'Foute kinderboeken?' in Meermanno Huis van het Boek te Den Haag, met dank aan de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur, die er een excursie heen organiseerde.



Het is goed dat er een vraagteken in de naam van de tentoonstelling is gezet, want fout en goed zijn discutabele etiketten en voor die discussie was ruimte gemaakt. Onder ons soort mensen mag er dan redelijke overeenstemming zijn, dat geldt niet voor de hele samenleving. Het wat borealer 'denkende' deel van Nederland ziet wellicht niets fouts in karikaturen van mensen met een donkere huidskleur, er is een gelukkig nog zeer kleine minderheid die heimwee heeft naar ene Adolf Hitler en het streng-christelijke deel vindt zendelingsdrift en verhalen waarin joodse kinderen worden bekeerd wellicht niet zo verkeerd. Je weet maar nooit. Angst en waanideeën heersen dezer dagen alom.

  

Amusant vond ik de opname van erotisch bedoelde boekjes van Jo Durand en anderen. Er lagen er zelfs om in te bladeren. Boekjes voor volwassenen (vooral mannen), wat u zegt, maar vele jongeren (en vooral jongens) zullen er ook in gegrasduind hebben. Fout? De eenzijdige gerichtheid op de vrouw als lust-object en de mannelijke lezer zegt vooral iets over de (toen?) heersende zeden... en bevorderlijk voor een prettige man-vrouw-relatie zijn zulke verhalen allicht nooit geweest.

  

Het waren overigens niet de enige werkjes voor volwassenen die tentoon lagen. Ook allerlei boeken over het jodendom als probleem lagen in de vitrines. En werken als deze, speciaal voor huidige volwassen aanhangers van boreaal gedachtegoed:

 

Er kan ook worden overdreven, vind ik. In de verhalen over Jip en Janneke, geschreven in de jaren '50, zijn inderdaad veel traditionele rolverdelingen te vinden, maar dat maakt ze m.i. nog niet 'fout', hooguit wat ouderwets.
Uncle Tom's Cabin kreeg in de 19e eeuw een ongelukkige Nederlandse titel (De negerhut van Oom Tom) ('De hut van Oom Tom' was beter geweest) en er valt van alles te vinden van het verhaal, maar 'fout' kan ik het niet noemen. De lezer die vindt dat hoofdpersonen in verhalen precies zijn opvattingen moeten hebben, verengt zijn blik op het leven ernstig.
Het is zelfs de vraag of vroom-christelijke personages die hun best doen om joodse onderduikertjes te bekeren 'fout' zijn, al erger ik me als heiden aan de bekeringsijver van hun scheppers en wordt het natuurlijk vervelender als groepen wegens hun geloof of 'cultuur' als minderwaardig worden weggezet - wat eigenlijk inherent is aan die bekeringsijver, dat wel.
Maar hier raken we aan het gevoelige punt van religies in het algemeen. Wie die ene religie aanhangt, zal aanhangers van die andere religies als dwalers of zondaars zien... en rustig laten dwalen en zondigen is er bij sommige vurige gelovigen niet bij. Die neiging heeft ons al veel leed berokkend. De brandstapels gloeien nog na, bij wijze van spreken.


 

Dat sommige striptekenaars en illustratoren van zwarte mensen veel raarder karikaturen maakten dan van hun blanke figuren (zie bv. de vroege uitgaven van Sjors en Sjimmie) wijst wellicht meer op domheid en onwetendheid dan op 'fout' zijn. Maar domheid en onwetendheid zijn krachtige stimulansen bij het toeschrijven van ongewenste eigenschappen aan relatief onbekende groepen. (En ook bij het toeschrijven van gewenste eigenschappen: 'zwarten zijn veel muzikaler dan blanken'. Ja hoor, mochten ze willen.)

Afijn, dat deze bespiegelingen voortkwamen uit de bezichtiging van de in omvang redelijk bescheiden tentoonstelling 'Foute kinderboeken?' toont hopelijk dat een bezoekje de moeite waard is. Kan nog tot en met 1 maart.
Bekijk dan ook meteen even de mooie kaarten van Joan Blaeu op de 2e verdieping.


maandag 10 februari 2020

De Kinderkolonie in Antarctica

Woensdag 6 september 2265, Rookbaai sáttmálans: 'De Kinderkolonie'.
Zo begint een entree in Project Antarctica en het verhaal speelt in een ver verleden want 'op deze site bent u in 2419 en vindt u het archief van de kolonisatie van Antarctica die in 2119 begon'. Zie hier). Ik kreeg het op 10 februari in de e-post. (Je kunt je daarvoor aanmelden.)

In 2419 bestaat kennelijk nog de beleefdheidsaanspreekvorm u. Er worden ook nog spelfouten gemaakt want kennelijk zijn er meerdere kolonisaties, waaronder een die in 2119 begon. Anders had er wel een komma gestaan achter Antarctica. (Nog iets melden over beperkende en uitbreidende bijzinnen?)

Die komma, dat is gezeur van een oude frik, akkoord.
Fantastisch project natuurlijk, dit 'archief', met al een aanzienlijke reeks 'verslagen' en verhalen van op dit moment een 35 auteurs, compleet met tijdlijn. Je kan er uren in ronddwalen en lezen. Het spreekt mij zeer aan, per slot ontwierp ik op mijn twaalfde al een compleet land, met taal en al. Zie ook over Project Antarctica. 'Project Antarctica ging op 21 juni 2019 van start en eindigt naar verwachting begin 2020.' Jammer...

'De Kinderkolonie': 'twee zaalbeschrijvingen in het museum van de Kinderkolonie (auteur onbekend)'.

Zaal 1.12
Een internationaal keurkorps van wetenschappers die zich aan het einde van de eenentwintigste eeuw onder de naam Los Niños del Futuro samen schaarden, werd door de autoriteiten aangesteld om zich te buigen over de prangende vraag hoe de samenleving op Antarctica ingericht moet worden om de levensvatbaarheid van de mens ook in de toekomst te kunnen garanderen.

[...]

Wilde Project Antarctica een kans van slagen hebben, dan diende het alleen bevolkt te worden met kinderen – oud genoeg om op eigen kracht te kunnen overleven.

'Zaal 1.13' bevat vervolgens een verhaal. Dat toont dat het niet helemaal goed ging met die kinderkolonie. De associatie met Lord of the Flies is niet ver weg.

De verhalen in Project Antarctica spelen uiteraard allemaal in die verre toekomst en sommige zijn rechttoe-rechtaan sf, zoals 'De oase Humboldt City, een reportage over de technologische oplossingen voor de ontberingen van Antarctica' van 'Mohamed Brinkers' (Louise Fresco en Simon Vink), andere zijn (gelukkig) minder rechttoe-rechtaan, zoals bijvoorbeeld de mooie oproep 'penvriend(in) gezocht', die Niña Weijers schreef in de stijl van een twaalfjarige ('Nathalie Brahimi').

Sáttmálans, overigens, betekent verdrag in het IJslands. Spreek uit als sautmaulans.

NB d.d. 9 maart 2020: vanaf deze datum werd Project Antarctica niet meer aangevuld. 'Op deze laatste dag van Project Antarctica feliciteren we de winnaar van de prijsvraag. Peter Britsia schreef de hymne die iedere ochtend door de keeltjes van Antarctische schoolkinderen trilt. Het 'Ooit lag hier sneeuw en ijs' is nu te lezen, zingen en beluisteren. '

zaterdag 8 februari 2020

Een boek openslaan kan gevaarlijk zijn

Een citaat uit Zes maanden in de Siberische wouden van Sylvain Tesson:

De kluizenaar [...] vraagt niets en geeft ook niets aan de staat. Hij houdt zich schuil in het bos, dat is zijn bron van bestaan. Zijn afzondering betekent inkomstenderving voor de regering. Dat zou het doel van revolutionairen moeten zijn, inkomstenderving worden. Een maaltijd van geroosterde vis en bessen die je zelf in het bos hebt geplukt, is veel duidelijker een protest tegen de staat dan een demonstratie met een zee van zwarte vlaggen. Degenen die de burcht opblazen, hebben de burcht nodig. De staat is hun houvast, daarom kunnen ze er tegen zijn. Walt Whitman: 'Ik heb niets te maken met dit systeem, niet eens genoeg om het aan te vallen.' 
Op die bewuste dag in oktober, vijf jaar geleden, toen ik de Leaves of Grass van de oude Walt ontdekte, wist ik niet dat ze me naar een blokhut zouden leiden.

Een boek openslaan kan gevaarlijk zijn.

Retraite is rebellie. Wie in een blokhut gaat wonen, verdwijnt van de controlepanelen. De kluizenaar wist zichzelf uit. Hij stuurt geen digitale tekens meer, geen telefoonsignalen, geen bancaire impulsen. Het is een soort hacking, maar dan omgekeerd; hij stapt eruit.

Aldus een overdenking op 29 maart, p. 112. Een jaartal staat er niet in, maar door de vermelding in een van zijn berichten van een nieuwtje, het omkomen van een Poolse president bij een vliegtuigongeluk bij Katyn, weet ik het: 2010.
Onze vriend besloot dan wel van februari tot juli in een blokhut aan de Baikalmeer te gaan wonen, helemáál kluizenaar werd-ie niet. Ten eerste nam hij een mooie voorraad spullen uit de bewoonde wereld mee, inclusief zonnepanelen en satelliettelefoon, ten tweede komen er regelmatig gasten langs (vooral vissers) en gaat hij zelf ook enkele keren op pad naar de buren - die dan wel tientallen kilometers verder wonen. Die bezoekt hij te voet!
Hij mag dan wel geen kluizenaar in strikte zin zijn, dat neemt niet weg dat zijn dagelijkse verslagen onderhoudend zijn, inclusief zulke overpeinzingen over de rol van de kluizenaar en het effect van heel lang alleen zijn.



Tesson, Sylvain. Zes maanden in de Siberische wouden. Arbeiderspers, 2012, ISBN 978 90 295 8625 2, 256 p. Oorspr.: Dans les forêts de Sibérie, Gallimard, 2011, vert. Eef Gratama.