Voorin Sterren verpakt in huid staat een 'Trigger warning'.
Dit boek gaat over zelfdoding. Je bent zeker niet de enige die daar soms aan denkt. Gelukkig zijn er ook heel veel mensen die naar je willen luisteren. Bijvoorbeeld bij 0800-0113.
Dat vooronderstelt dat iedere potentiële lezer van deze roman wel eens aan zelfdoding denkt! En aangezien iedereen van 12 en ouder tot de potentiële lezers hoort, gaat de uitgever annex auteur er kennelijk van uit dat iedereen van die leeftijd wel eens zelfdoding overweegt... (Het vermelde telefoonnummer werkt overigens alleen in Nederland, niet in Vlaanderen, daar kun je 1813 bellen.)
Ook is die potentiële lezer thuis in Engels. Zie de 'trigger warning', maar ook het citaat tegenover het colofon:
Through early morning fog I see
Visions of the things to be
The pains that are withheld for me
I realize and I can see
That suicide is painless
It brings on many changes
And I can take or leave it
if I please
Visions of the things to be
The pains that are withheld for me
I realize and I can see
That suicide is painless
It brings on many changes
And I can take or leave it
if I please
M.A.S.H.
Eigenlijk ook een soort 'trigger warning', dit citaat uit een liedje van Johnny Mandel.
Er zou best nog zo'n waarschuwing bij kunnen staan: dit verhaal gaat over liefde en verdriet.
Verdriet. Liefde. Gek hoe die twee op elkaar lijken, een soort tweeling zijn. Dubbele Lotje.
In ieder goed verhaal zit een sprankje van die tweeling, en ook een sprankje vergankelijkheid. In Sterren verpakt in huid zijn ze ruimschoots aanwezig.
Dat begint al met een ander citaat, ook al vóór het verhaal begint:
Over de liefde
hebben we het vanavond.
Morgen trouwens ook.
Hafez van Shiraz
Dan bedoelen we uiteraard niet de voor het vermaak van kijkers (en aandacht voor advertenties) bedoelde 'liefde' van B&B vol liefde of andere 'reality'-soaps. Helaas, het woord liefde wordt nogal eens misbruikt.
En nóg een waarschuwing: ouderwets-gelovige lezers zouden geschokt kunnen raken. Goden spelen geen enkele rol, het lot wel. Een moderne katholieke gelovige zou kunnen opmerken dat het verhaal een mooie beschrijving van het voorgeborchte is. (Dat overigens officieel niet meer bestaat.)
Als ik mijn leven eens zou mogen overdoen... wat dan?
Het is een belangrijke gedachteoefening in dit verhaal. Het einde laat open of die ook wordt uitgevoerd.
'Wat?'
Ik zucht. 'Als we zo meteen in dat vliegtuig stappen, gaan we dan dood of juist niet?'
'De bedoeling is leven,' Ik voel zijn hart razen tegen het mijne.
'Ja,' fluister ik, 'de bedoeling is leven.'
Verteller-hoofdpersoon is de zeventienjarige Aïsha, die verslag doet van wat haar overkomt nadat ze onder de trein stapt. Dat laatste wordt in een soort cursief vooraf beschreven door een verteller (Aïsha?) die haar en/of ons met 'je' aanspreekt. Dat eindigt zo:
Het lijkt alsof het geluid van de spoorwegovergang steeds luider wordt, je hoort nu ook de trein al aan komen razen.
Het gaat nu, deze keer, om jou.
Stoep af, straat op.
Nog dertig stappen.
Auto's. Mensen.
Nog twintig stappen.
En dan wordt ze wakker.
Licht!
Niet licht van een lamp, maar alsof ik net een enorme rugzak van me af heb laten glijden, mijn armen trillen nog helemaal. Een rugzak van zeker vijfentwintig kilo waar ik al dagen, weken, nee maanden mee liep te sjouwen, ook in bed ging-ie niet weg.
Ik strek mijn armen, laat mijn spieren werken. Het tintelt.
Ze is in Luchthaven 1 en komt vrijwel tegelijk aan met 'een jongen, ongeveer mijn leeftijd', die woest tegen een kast staat te trappen.
'O, jij bent het maar,' zegt hij dan, 'ik dacht even dat je een engel was,'
'Dat dacht ik ook van... Hoezo jij bent het maar?'
'Ik heb jou al gezien,' zegt hij vaag. Hij heeft een fijne stem. Zacht, hij praat een beetje slordig.
Ik kijk weer naar de kast. 'Wilde je hem slopen?'
Hij haalt zijn schouders op. 'Sorry,' zegt hij weer. 'Ik was een beetje opgefokt.'
'Ja,' zeg ik. 'Ze hebben hier verrassend lekkere thee.' Nu ben ik geen leraar, maar een verpleegster.
'Thee?' Hij kijkt me weer zo aan.
'Wat is er?'
'Je ogen.'
'O.' Ik ben nog steeds een beetje misselijk, dus ik ga op de hoek van zijn bed zitten. 'We zijn dus dood?'
Zijn gezicht betrekt. 'Dat was niet helemaal de bedoeling.'
'Van mij wel.'
Hij negeert me. 'Ik liep gewoon met mijn telefoon over straat. Ik was kwaad op mijn vader, een of andere stomme ruzie, ik lette niet op...' Hij geeft weer een ram tegen de arme kast.
'Die vrachtwagen,' zeg ik langzaam.
'Ja.' Weer een schop. En nog een.
Ik laat me van het bed glijden en loop de kamer weer uit.
Luchthaven 1 blijkt een verblijf voor wie nog niet helemaal klaar is met leven. Aïsha en Armin (die jongen) verblijven er voor het idee van de lezer heel lang, laten we zeggen zo'n 247 pagina's of 36 hoofdstukjes. Een precieze tijdsaanduiding is er niet.
Aïsha en Armin blijken enkele tellen voor hun overlijden vlakbij elkaar te zijn geweest. Een vrachtwagen, een dode hoek, een spoorwegovergang... Ze hebben elkaar even in beeld gehad, zonder aandacht.
Mét aandacht zouden ze elkaar gered kunnen hebben, ontdekken ze.
Ze ontwikkelen langzaam maar zeker een diepe liefde voor elkaar. Ja, ze willen het nog eens overdoen. Met het risico dat het niet lukt.
Er is een bekende van Aïsha in Luchthaven 1: haar oma, moeder van haar bekende moeder de actrice Audrey Adelaar (wat een mooie naam!). En er zijn mensen die een kleine rol in haar leven hebben gespeeld. Grote troost is de immer hartelijke Lotta, met haar lichte Zweedse accent, zachte armen en taarten. (Genoemd naar Lotta uit de Kabaalstraat, eerbetoon aan Astrid Lindgren?)
Een belangrijke plek in Luchtgaven 1 is de Toren. Daar kun je heen om beelden uit je leven terug te zien en niet alleen dat, ook je begrafenis en Aïsha maakt zelfs mee hoe maar moeder om haar rouwt. Aïsha en Armin gaan er regelmatig naar toe en houden soms stevig hun handen vast, want pijnlijk is het soms wel. Zo worden ze sadder and wiser, om het ook maar eens in het Engels uit te drukken.
Het is hier niet de plek om de gehele intrige van dit rijke verhaal uit de doeken te doen, met alle zijlijntjes en details, noch om een toelichting te geven over Aïsha's motieven om een einde aan haar leven te maken. Dat komt ruim voldoende aan bod. Hints: verwaarlozing, afwijzing.
Dat Aïsha de verteller is, deert niet, is nauwelijks ongeloofwaardig. Een redelijk begaafde zeventienjarige die verslag doet van haar wedervaren, inzichten en ontluikende liefde: het kan. Dat Armin van Iraanse afkomst is, speelt een rol in die zin dat hij heel andere familietaferelen ziet en zo nu en dan regeltjes mompelt van Perzische dichters (zoals Hafez van Shiraz) - van zijn vader geleerd. 'Sterren verpakt in huid' komt uit zo'n Perzisch gedicht. En Serendip komt langs, uit het Perzische sprookje De drie prinsen van Serendip.
Dat de uitgebreide beschrijving van haar moeders (overigens oprechte) rouw theatraal lijkt, op het larmoyante af, klopt keurig: haar moeder is een beroemde actrice die een doorlopende podcast over zichzelf maakt. Hun bespiegelingen over leven, déjà vu's, serendipiteit, het lot, werkelijkheid of droom in de laatste hoofdstukken zijn mooi uitgewerkt.
Achter ons gaat de deur dicht. Armin en ik pakken weer elkaars hand en beginnen te lopen. Zijn vingers zijn nat, ik pak zijn arm en houd hem stevig vast. Kijk nou. Deze fijne jongen naast me, onze stappen die precies gelijkgaan, zijn warmte. Beter kan het niet worden.
Eindelijk.
Een heel bijzonder verhaal, verpakt in een door Eef Verburg mooi vormgegeven boek!
Praag, Anna van. Sterren verpakt in huid. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1776 8, 268 p.















