Zoeken in deze blog

zondag 8 maart 2026

Alice opnieuw

Alsof drie recente vertalingen van Alice in Wonderland niet genoeg zijn, zie ook hier, hier en hier, verscheen er onlangs bij uitgeverij Volt nog een bewerking door Tiny Fisscher & Jeska Verstegen, 'naar het beroemde verhaal van Lewis Carroll', getiteld Alice tuimelt in Wonderland
Wat een wonder, binnen twaalf jaar vier vertalingen (nou ja, drie en een bewerking) van een vermoedelijk wat lastig te verkopen boek, ondanks de aanwezigheid van het Witte Konijn, de Gekke Hoedenmaker en de Maartse Haas in De Efteling. 
 
Nu toert in 2026 wel Theater Terra door Nederland met een 'familiemusical' Alice in Wonderland, wellicht heeft iemand bij Volt een verband gelegd, maar dan nog. 

Het lijkt erop dat Tiny Fisscher, die meer van dit soort bewerkingen op haar naam heeft staan, vooral een boek heeft willen maken dat jonge lezers aantrekt en aan het lezen houdt. Er is een reeks absurde verzen weggelaten en er zit meer vaart in dan in het origineel. Achterin staat een soort verantwoording in de vorm van een dialoog:

Nog even nakaarten

'Waar gaat dit verhaal eigenlijk over?'
'Volgens mij over dat de tijd een spelletje met ons speelt.'
'Ik denk dat het gaat over dat je nieuwsgierig moet blijven. En dat je de boel van meerdere kanten kunt bekijken.'
'Je eigen vorm vinden, dat zit er ook in. En dat je je niet op je kop moet laten zitten.'
'O, grappig, ik dacht dat het alleen maar een hoop gekkigheid was.'
'Nou ja, dat ook.'

'Waar zijn die lange liedjes en versjes eigenlijk gebleven?'
'Die waren veels te 1865.'
'Had ik toen een grotere rol?'
'Ik geloof het wel,  maar die mocht vast een kopje kleiner. En jij, Rups: beetje blij met de kaleidoscoop?'
'Nou en of, geeft een hoop lucht.'

Dat is het, daar moeten we het mee doen. Met op de tegenoverliggende pagina een silhouet van de theetafel van de Gekke Hoedenmaker en de Maartse Haas met nog wat figuren in de schemering, bij zonsondergang. Die 'gekkigheid', die je ook speelsheid kan noemen, wordt daarna nog even voortgezet.

 
De twee genoemde figuren (oorspronkelijk de Mad Hatter en de March Hare) heten in dit verhaal overigens de hoedenmaker en Maarten Haas. Had van mij niet gehoeven, want de hoedenmaker is echt gek en Maartse Haas is spannender dan Maarten Haas. Rups mag volgens de verteller blij zijn met zijn kaleidoscoop, wat mij betreft had hij zijn waterpijp mogen houden, past beter bij hem. Bovendien lijkt hij een beetje te wankelen op die paddenstoel, dat had John Tenniel toch beter voor elkaar.
 

Dit is wel meteen een voorbeeld van goede samenwerking van auteur en illustrator. (Of Jeska Verstegen heeft de tekst goed gelezen, dat kan ook.) Zie ook de Cheshire Cat, die in iedere Nederlandse vertaling een andere naam kreeg en hier ook. 

Even de hertogin aan het woord.

'Mag ik u iets vragen?' vroeg Alice een beetje verlegen aan de hertogin.
Zo te merken was die niet eens verbaasd dat er opeens een wildvreemd meisje in haar keuken stond. 'Vragen staat vrij,' antwoordde ze.
'Hoe heet uw kat en waarom grijnst hij zo?'
'Ach, hoe dat beest allemaal al niet is genoemd,' verzuchtte de hertogin. 'Tsjesjur kat (wat je heel anders schrijft dan hoe je het zegt, zei de hertogin erachteraan), Kolderkat, Grijnskat, Lachjeskat, Grapkat, Gniffelkat, noem maar op. Terwijl hij gewoon Lapjeskat heet.'
Alice bekeek het beest eens goed. Hij zag er niet uit als een lapjeskat, je zou eerder denken dat hij een vacht met een schaakbordpatroon had aangetrokken (als dat al kon, dacht Alice).
'Waarom heet hij zo?' vroeg ze dus.
De hertogin keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. 'Omdat-ie je altijd voor het lapje houdt, natuurlijk, of weet je niet wat dat betekent?'

Later komt ze die kat nog eens tegen. Hij ziet er volgens Jeska Verstegen zó uit:



In het citaat hierboven vinden we, bewerking of niet, een typisch Carroll-trekje terug: de gedachtes van Alice tussen haakjes, bij Carroll soms nog voorzien van aanhalingstekens), de woordspelingen en de soms lekker bitse manier waarop die vreemde figuren Alice aanspreken.

Fisscher mag dan de 'te 1865'-verzen hebben weggelaten, dat geldt niet voor alle verzen, zoals dat slaapliedje dat de hertogin zingt voor de baby die later in een varkentje verandert:

'Ik scheld je weer eens lekker uit,
jij snotjoch van een kind,
met at pestgenies van jou
wat ik zo vreselijk vind.'
 
Waarop de kokkin én de baby het refrein met haar mee begonnen te brullen:
 
'Woehoe, woehoe!'

De hertogin gooide de baby nu een paar keer woest in de lucht, terwijl ze krijste

Ik peper je het weer eens in:
zolang jij niet stopt met niezen,
heb ik echt totaal geen zin
om een lief slaapliedje te kiezen.
 
En hup, daar gingen ze weer met z'n drieën:
 
'Woehoe, woehoe!' 


 
Ook dit is behoorlijk Carroll-achtig voor een 'op een beroemd verhaal gebaseerd' vers, al is dat 'En hup' wellicht erg losjes, in ieder geval niet zijn stijl.

Ook bij Alice's gesprek met de rups werd het vers gehouden, maar wel heel anders. In plaats van het mooie, maar moeilijk te vertalen 'Father William' kwam 'De kat van ome Willem'! Zo:

'De kat van ome Willem is op reis geweest.
Waar reisde hij dan heen?
Hij was zeven weken naar een heel raar land geweest, of was de reis maar zeven dagen, of vijf of zes of één...?
Of was het geen echte reis, maar een droom van tien seconden?
Nou, die kat kon vertellen wat-ie wou,
maar niemand wist of ze hem geloven konden.'

Alice zweeg. Haar lip trilde. 'Dat klopte geloof ik niet helemaal.'
'Sterker nog,' zei de rups, 'het klopte helemaal níét. Maar hoe groot zou je willen zijn?'

Best een aardige vondst, al betwijfel ik of hedendaagse kinderen het oorspronkelijk lied kennen. (Voor de liefhebbers: zie hier.) Curieus: de Kat van Ome Willem dook al eerder op in een vertaling - die van Robbert-Jan Henkes. Daar als de Cheshire Cat...
Er zijn meer fijne vondsten, zoals de treurpad - alleen wordt die wat onverhoeds op p.118 ineens een schildpad en op p. 119 even onverhoeds weer treurpad. Ernstige fout van de eindredactie, lijkt me.
 
Plotseling leek de griffioen genoeg te hebben van dit vragenvuur. 'Genoeg over de lessen,' zei hij. En tegen zijn vriend de treurpad: 'Vertel haar nu maar eens over de spelletjes.'

 
Waarna het hoofdstuk over de kreeftendans volgt. Met daarin weer zo'n versje als geheel eigen variant op het origineel.
 
'Dit is de spin Sebastiaan.
Het is níét goed met hem gegaan.
Hij zei tot alle andere spinnen:
Ik wil niet meer fietsen, ik wil een step
Ik kan niet wachten tot ik die heb.
 
O, Sebastiaan, zeiden de andere spinnen.
Ik zou daar echt niet aan beginnen.
Een step is zo'n onhandig ding,
Voor je het weet, lig je d'r in.'
 
Alice stopte abrupt en riep: 'Weer helemaal verkeerd! Ding en in rijmen niet eens, en waar dan in?'
'Ja,' zei de griffioen voorzichtig, 'dit is wel een tikkie anders dan hoe ik het vroeger heb geleerd.'
'Ik ken het sowieso niet,' zei de treurpad, 'maar wat moet je ook met zo'n nonsensversje?'
 
Goede vraag, treurpad, en leuk gevonden door de verteller. 
 
Kortom (want we kunnen aan het citeren blijven en dat is niet de bedoeling maar wel een compliment), Tiny Fisscher heeft goed werk afgeleverd, de verwarring treurpad-schildpad op p. 118-119 ligt vermoedelijk niet aan haar maar doet helaas wel afbreuk aan het boek. (Maarten Haas is wel van haar, de enige zwakke vondst, wat mij betreft.) De toon van de verteller is niet helemaal die van Carroll, maar ja, die vond ze wellicht 'zo 1865' ... en het is nu eenmaal een verhaal geworden 'op basis van'. En voor een verhaal 'op basis van' soms toch tamelijk dicht bij het origineel
Waar bijvoorbeeld in het origineel de Griffioen dit zegt:
 
“Why, she,” said the Gryphon. “It’s all her fancy, that: they never executes nobody, you know. Come on!” 
 
Wordt dat bij Fisscher:
 
'Dat mens heeft nog nooit één kop laten rollen, ze roept maar wat. Oké, kom mee.'
 
Klinkt een beetje ruw - maar ondanks het verschil is dat misschien een interpretatie van het niet helemaal grammaticaal correcte 'they never executes nobody' van de Griffioen. En nu we daar toch zijn, hier is Tiny Fisschers versie van de bekende passage over de duur van een lesdag, met de moeilijk te vertalen woordspeling lesson / lessen. Eerst het origineel:
 
'And how many hours a day did you do lessons?' said Alice, in a hurry to change the subject.
'Ten hours the first day,' said the Mock Turtle: 'nine the next, and so on.'
'What a curious plan!' exclaimed Alice.
'That's the reason they're called lessons,' the Gryphon remarked: 'because they lessen from day to day.'
This was quite a new idea to Alice, and she thought it over a little before she made her next remark. 'Then the eleventh day must have been a holiday?'
'Of course it was,' said the Mock Turtle. 
'And how did you manage on the twelfth?' Alice went on eagerly.
'That's enough about lessons,' the Gryphon interrupted in a very decided tone: 'tell her something about the games now.' 
 
Zie ook het overzicht van vertaalvondsten in mijn recensie van de vertaling door Robbert-Jan Henkes. Fisscher, inclusief de betreurenswaardige verwarring schildpad-treurpad:

'En hoe lang duurde een lesdag?' wilde ze nog weten.
'De eerste dag tien uur, de tweede dag negen, de derde dag acht, enzovoorts,' antwoordde de schildpad.
'Wat vreemd,'zei Alice.
'Wat is daar vreemd aan?' zei de griffioen. 'Hoe meer je weet, hoe minder les je nodig hebt.'
Zo had Alice het nog nooit bekeken.
'Dus de elfde dag hadden jullie vrij?' vroeg ze. 'Wat deden jullie dan de dagen daarna?' 
Plotseling leek de griffioen genoeg te hebben van dit vragenvuur. 'Genoeg over de lessen,' zei hij. En tegen zijn vriend de treurpad: 'Vertel haar nu maar over de spelletjes.'


 
Jeska Verstegen heeft eveneens mooi werk geleverd. Haar Alice nag er zijn, met haar gestreepte maillot en geruitenblokte jurk, en de andere figuren zijn ook zeer te waarderen. De koningin lijkt een beetje op een dezer dagen bekende politica die ook maar wat roept. Kijk nog maar eens.


Zie ook de beknelde Alice in het huis van het konijn.


En de prachtige theetafel:


De treurpad heeft, zie boven, overigens een schaakbordpatroon op zijn schild, lijkend op het patroon van Alice's jurk en de achtergrond van de omslagillustratie. Mooi, maar curieus, net als de 'lapjes' van de Lapjeskat, want in Alice in Wonderland speelt het schaakspel geen rol - wel in Alice through the Looking-glass. Geen probleem, natuurlijk. Alleen die rups... die onverstoorbaarheid beeldt John Tenniel echt beter uit.
Ben wel benieuwd wat Tiny Fisscher van dat tweede verhaal zou maken. Misschien wacht Volt af hoe deze bewerking, pardon, verhaal 'op basis van', verkoopt, voordat ze die opdracht krijgt.
 
 
Fisscher, Tiny, & Jeska Verstegen. Alice tuimelt in Wonderland. Volt, 2026. ISBN 978 90 622 2584 2, 153 p.   
 
 


 

donderdag 5 maart 2026

Citaat van de week (of maand)

Deze kanttekeningen nemen niet weg dat - naast een Alkibiades voor beginners - Absolute democratie een verademing is in een tijd waarin politici in kikkersprong door het leven gaan, beurtelings gehurkt luisterend naar gasvorming in de maatschappelijke onderbuik en opspringend om kwakend te vertolken waar de gewone mensen zogenaamd behoefte aan hebben.
 
Menno Hurenkamp in een bespreking van Absolute democratie in NRC 5-3-2026.
 
Wat een prachtige beeldspraak, die kikkersprong. 

maandag 16 februari 2026

Zwaar onderontwikkelde mannetjes

Het is een fraaie verzuchting in een interview door NRC-redacteur Anne Dohmen met Joke van Leeuwen, naar aanleiding van haar recent verschenen, autobiografische boek Plooi u in tweeën:
 
Er zijn ook veel te veel empathisch zwaar onderontwikkelde mannetjes aan de macht.
 
Ja, en dat is helaas van alle tijden. Met een behoorlijk ontwikkeld empathisch vermogen is het kennelijk lastig koeioneren. 

Ook een mooie uitspraak, een die alle auteurs zich zouden moeten herinneren:

Ik schrijf natuurlijk geen boeken als pamfletten.

Gelukkig maar, anders waren ze waarschijnlijk mislukt.
 

 
Het interview verscheen in NRC 14 februari 2026. Foto ontleend aan de biografie op de website.

maandag 9 februari 2026

Waar ben je?

Het was goed... Altijd samen, samen gelukkig.
 
Maar... 


Maar waar ben je nu? Ik kan je nergens vinden.
Ik voel me raar en alleen

 
Die regels tonen na twee dubbelpagina's mooi uitgebeeld geluk dat er iets droevigs gebeurt in Woeste dagen vol, prentenboek van Floor Paul & Anna Boterman. Of, het is maar hoe je het ziet, dat er iets droevigs is gebeurd.
Over dat droevige vertelt een meisje. Een naamloos meisje, maar op de achterkant, in de flaptekst, krijgt ze een naam, Meis. Die flaptekst geeft te veel weg, inclusief een waarde-oordeel, en is kennelijk niet bedoeld voor de jonge lezer maar richt zich tot de volwassen voorlezer.
Er is iets droevigs gebeurd, ja, maar dat wordt niet met details verteld. Meis' grote zus is er niet meer. Ze rouwt. 
Maar ze verschijnt wel in een mooie dagdroom. Dat is troost en daarover gaat het verhaal.
 
 
 
Het is een mooi staaltje samenwerking, dit prentenboek. De sobere tekst van Floor Paul kan zeker niet zonder de prenten, de prachtige prenten van Anna Boterman net niet zonder tekst. 
 
Paul, Floor, en Anna Boterman. Woeste dagen vol. Ploegsma, 2026. ISBN 978 90 216 8703 2, 36 p.
 

 
 

woensdag 4 februari 2026

Liedjes voor kinderen

Er moet meer gezongen worden, ook op school. Waarom? Daarom. Het is kunst, het kan mooi zijn, ook zelfs helend en troostend en het schijnt ook nog mee te helpen de ontwikkeling van allerlei cognitieve vaardigheden te ondersteunen, zoals tellen, rekenen en taal, en met een vaardige zangjuf of -meester is het ook nog leuk. Dit zou iets uitgebreider kunnen, zeker... Zie voor mijn part, als je in het onderwijs werkt, De wereld in kinderboeken.
 
Nee, niet per se het Wilhelmus, of zeker niet alleen. Al was het maar omdat het Wilhelmus een tamelijk onbegrijpelijke tekst heeft en vijftien coupletten lang is. Het kan geen kwaad om het eens te hebben over wat eigenlijk Nederlands is, want de gevaarlijke neiging bestaat om dat te associëren met melkboerenhondenhaar, bleke huid en blauwe ogen, Zwarte Piet en stroopwafels, maar het Wilhelmus is helaas daarvoor niet een vanzelfsprekend uitgangspunt. Nederlands als taal wordt bovendien ook buiten Nederland gesproken en is veel ouder dan het Koninklijk der Nederlanden (1815-heden).
 
Het best voor jonge kinderen zijn korte liedjes, met een sterk ritme en enige vorm van klankrijm. (Hoeft geen eindrijm te zijn.) Daar kan bij bewogen worden. De tekst kan op zich lekker onbegrijpelijk zijn, zoiets als ozewiezewoze wallakristalla bijvoorbeeld.
Voor oudere kinderen doet het er iets meer toe waar het over gaat, maar blijft staan dat ritme belangrijk is, naast melodie: het moet immers duidelijk zijn waarom er gezongen wordt en niet voorgedragen of voorgelezen. Liederen zijn poëzie maar niet alle poëzie is zingbaar.
 
Erik van Os en Elle van Lieshout maken mooie liedjes voor zeer en iets minder jonge kinderen en hebben die soms gebundeld in een boek, zoals Schatje en Scheetje en laatst nog Blote Billie.
Inge Besaris & Chris Oelmeijer (Theater Snater) kunnen het ook. Onlangs verscheen De Schreeuw van de Meeuw en ander gesnater, een prentenboek met twaalf liedjes 'die we door de jaren heen voor verschillende projecten (Theater Snater, Wijs! en Mannen van Hee) gemaakt hebben'. 
 
Hun teksten zijn niet heel verfijnd poëtisch maar wel leuk en lekker zingbaar:
 
Ik schreeuw, ik roof en ik pik
De schrik van Terschelling en omtrek ben ik
Een meeuw met karakter, een meeuw uit één stuk
en als ik op je kop schijt
dan brengt dat geluk
 
Uit het lied 'De meeuw'. Of, als nu toch de naam Terschelling valt:
 
Ik ben al eens naar Spanje,
Italië en Frankrijk op vakantie geweest
Maar altijd kreeg ik heimwee na een dag of drie
en dat was niet bepaald een feest
Maar op Terschelling is er nooit een vuiltje aan de lucht
totdat we weer thuis zijn, want dan wil ik terug!
 
Ik wil nooit meer weg
ook al is het windkracht negen
Nooit meer weg van Terschelling
Ik wil nooit meer weg
ook al zeikt het van de regen
Nooit meer weg van Terschelling.
 
Dat laatste couplet dan vier keer herhaald! 

 
Iets horen? Dat kan op de website van Theater Snater. Het oordeel daarover laat ik aan de luisteraar.
 

Besaris, Inge, & Chris Oelmeijer. De schreeuw van de meeuw en ander gesnater. Met tekeningen van Donna Kroese. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1713 3, 26 p.    

 

maandag 2 februari 2026

Rondje Billie

Dit grappige prentenboek bevat de tekst van slechts één liedje, een soort stapelliedje, van het al zo lang zingende duo Erik van Os en Elle van Lieshout. Dat wordt hier niet geciteerd, op de eerste en de laatste regel na.


Blote Billie rent een rondje
in zijn blije, blote kontje.


... allemaal achter Billie aan!
 
Het deed me denken aan het bekende cirkelliedje
 
Jantje had een hobbelpaard
zonder kop en zonder staart
daarmee reed hij de kamer rond
zomaar in zijn blote
 
Nog altijd goed voor blije kleuters. Een soortgelijk bijna gegarandeerd succes valt te halen met het prentenboek Blotte Billie. Niet in het minst door de vrolijke, cartooneske tekeningen van Myriam Berenschot.
 
 
Os, Erik van, en Elle van Lieshout. Blote Billie. Illustraties van Myriam Berenschot. Gottmer, 2025. ISBN 978 90 257 8142 2, 26 p.    

zaterdag 31 januari 2026

Sprookjes bieden inspiratie

Dat geldt voor veel auteurs, maar dus ook voor Annet Schaap en Daan Remmerts de Vries, blijkt uit een mooi interview door Mirjam Noorduijn in NRC 29 januari 2026.

Annet Schaap en Daan Remmerts de Vries. (Foto Jagoda Lasota.)
 
 
Annet Schaap:
 
Het is betoverend, zoals ideeën op ideeën en verhalen op verhalen groeien. Eigenlijk dienen die ouderwetse sprookjes en sprookjesfiguren als het canvas waarop je iets kunt verven, waarop je een eigen nieuwe verhaalwereld kunt scheppen en personages tot leven kunt wekken. Krekel is min of meer ook zo ontstaan. Na Lampje dacht ik eerst: dat is klaar. Ik wist al wel dat ik een boek wilde schrijven vanuit De wilde zwanen. Want ik vond dat een mooi sprookje en had dat lang geleden al eens bewerkt als theatervoorstelling. Maar het moest dit keer wel een hedendaags verhaal worden. Dat lukte dus niet. En toen dook juffrouw Amalia uit Lampje ineens weer op en dacht ik: oh ja, en dan zus en zo, waarna ik van mezelf weer mocht terugkeren naar de sprookjeswereld van Lampje
 
Daan Remmerts de Vries:
 
Ideeën groeien op ideeën, dat is ook mijn ervaring. Het Doolwoud bijvoorbeeld ontstond toen ik Flin opeens had gefantaseerd: een jongetje, een flintertje dat los was geraakt van het grotere geheel. Dat gaf ik vorm door hem door twee arenden in een sprookjesbos groot te laten brengen, waarna hij zijn weg terug naar de mensenwereld moet vinden. Vanuit zo’n gegeven stuit ik dan op allerlei vondsten. Er wordt als het ware een snaar geraakt waarmee je onderbewuste geopend wordt. Zo dook ook Mono de tweekoppige dwerg al snel in het verhaal op. En Juniper de eenhoorn, aan wie ik vervolgens zo verslingerd raakte dat ik na de boeken over Flin, prinses Nola en kleine Fons alleen nog maar over hem wilde schrijven. 
 
Dit zijn niet de enige citabele uitspraken in dit interview met twee auteurs die elkaar overigens nog niet persoonlijk hadden ontmoet.

vrijdag 30 januari 2026

Canon en de koralen

- Kinderen, dit jaar gaan we op vakantie naar de Seychellen, - zeiden papa en mama.
- Wat? Echt waar? Joepie! Super! - riep Emma.
- De Seychellen? Wat is dat? - vroeg Lucas.
- Dat zijn eilanden, broertje. Een geweldige plek!
- Zijn er ook stranden?
- Natuurlijk! En we kunnen er ook duiken!
- Wauw, ik hou van duiken! - riep Lucas blij.
- En weet je wat het mooiste is? We gaan koraalriffen zien! Dat zijn steden onder water, vol dieren. Ze zijn heel belangrijk voor de natuur.
- zei Emma lachend.
- Papa, mama, Emma… ik kan niet wachten! - riep
Lucas.


Hè ja, laten we dit jaar eens naar de Seychellen gaan!
Met dit tekstje (inclusief 'zet'foutje) opent een boekje met de titel Op zoek naar de kleur van het koraal. Auteur onvermeld. Illustrator ook, al staat achterop: 'Sommige illustraties in dit boek zijn ontwikkeld met ondersteuning van kunstmatige intelligentie (AI), altijd onder de leiding, supervisie en afwerking van het creatieve team.'
 
Het Brinta-gezin van papa, mama, Emma en Lucas ziet er zo uit: 
 
 
 
Ze zijn in een flits op hun bestemming en snorkelen door het water. Ze zien dat het koraal wit is en komen bezorgd boven water.
 
- Heb je het gezien, Emma? Het koraal is helemaal wit! - zei Lucas toen ze weer op het strand waren.
- Ja… er is iets mis, - zei Emma verdrietig.
- Hoe komt dat toch? - vroeg Lucas.
Op dat moment kwamen er een man en een vrouw voorbij.
- Hallo, ik ben Tess, - zei de vrouw vriendelijk.
Ik ben wetenschapper. Het koraal wordt ziek doordat het water warmer wordt door klimaatverandering. Ook vervuiling en te veel vissen vangen zijn slecht voor de zee.
- En ik ben Makalo, - zei de man. - Maar maak je geen zorgen, want in ons laboratorium doen we onderzoek om de koralen te helpen overleven.
- Wauw! En zouden we dat laboratorium kunnen zien? - vroeg Lucas nieuwsgierig.
- Natuurlijk! Maar eerst gaan we het aan jullie ouders vragen, - zei Tess.

 
Volgende pagina:
 
 - Welkom in het koraallaboratorium, - zei Tess trots. 
- Hier zorgen we voor de koralen.
- Wat vet! - antwoordde Lucas verrast.
- En wat doen jullie om de koralen te helpen? - vroeg Emma.
- Dankzij onze geweldige Canon-camera’s kunnen we koralen onderzoeken. We maken ze sterker en brengen ze daarna terug naar de zee, - legde Tess uit.
 
Zo eenvoudig is het om de natuur te redden. Dankzij Canon krijgt het koraal weer een blosje. Vat je?
 
Gedrukt met Canon imagePRESS V1000 op Canon Digital Coated Zero papier.
Hoogwaardig gecoat papier, milieuvriendelijk en CO2-neutraal. 
 
Staat er ook nog... 
Zouden ze daar bij Canon nu echt denken dat zo'n boekje goede reclame is? 'Een betoverend en leerzaam kinderboek'?
 

maandag 26 januari 2026

Wat staat daar?

Tja, het is een intiem plekje, je zou zeggen: ideaal voor gedichten of gedicht-achtige tekstjes. Je bent even alleen, deur dicht, moment van rust., scheurt een blaadje af... 
Maar wat stáát daar... kleine, priegelige lettertjes op een, toegegeven, fraai gekleurde achtergrond. Niet te lezen, tot je het afgescheurde blaadje meeneemt naar een plek waar beter licht is.
 
Zullen we straks - 
morgen dan - 
hoor je me?
ik dacht dat we - 
als je het leuk vindt
tenminste - 
luister je?
 
héé twitter
twetter chatter
héé weet je
 
ik sta naast je!
 
Grappig, of het nu een gedicht is of een als gedicht vormgegeven prozatekstje, van Ineke Holzhaus. Mooi groen-rood verlopende achtergrond. 
Maar alleen wc's met een flinke felle leeslamp bieden voldoende licht om dit te lezen, want de lettertjes zijn ook al niet zo groot en duidelijk en helaas schreefloos. Dat geldt voor de meeste blaadjes. Jammer! Leuk bedacht, maar niet praktisch.

 
De teksten zijn divers en in sommige zit tot nu toe genoeg ritme om van poëzie te spreken, al is het soms wel erg weinig.
 
Neem dit, van Jesse Laport:
 
Som van ons: ik gaf een deel van mij aan jou, maar nu ben jij opeens van mij, dus heet dat deel geloof ik wij. 
 
Geinig tekstje, maar eerlijk is eerlijk, op het kalenderblaadje staat het zo:
 
Som van ons
 
ik gaf een deel
van mij aan jou
 
maar nu ben jij
opeens van mij
 
dus heet dat deel
geloof ik wij
 
Wordt het daardoor ineens poëzie? Om met Top Poes te spreken: hm.
Maar hij mag blijven hangen. We hebben nog elf maanden.
 
 
Poëziekalender 2026, Dichter. Plint, 2025.  

maandag 19 januari 2026

Op zoek naar mensapen

 Hallo allemaal, ik ben Huw!
 
 

Hee, die kennen we! Zie hier, waar hij verschijnt als vogelexpert en 'experienced polar guide'. 
De man blijkt dus ook nog verstand van mensapen te hebben, wat niet echt blijkt uit zijn Wiki-pagina. (Maar misschien moet die een update krijgen...)
Het boek Eten gorilla's bananen? heeft dezelfde opzet als Houden pinguïns van de kou?, met dezelfde voor- en nadelen. Voor het gemak citeer ik:
 
Huw? Blijkt Welsh te zijn, de Welshe variant op Hugo. Rijmt op het Engelse woord dew (dauw). Toevallig heeft de verteller dezelfde voornaam als een van de auteurs, Huw Lewis Jones en waarachtig, ze lijken op elkaar. Deze Huw is niet alleen auteur, hij is ook een 'experienced polar guide, over the last decade Huw has wandered on both sides of Antarctica and in the Arctic', volgens Poseidon Expeditions. Naast Huw staat 'Sam', die zich presenteert als pinguïntekenaar, in de flaptekst 'vogelkenner' wordt genoemd en volgens haar website een illustrator is met een wat cartooneske stijl.
Werkt zo'n presentatie? Ik weet het niet. Het gevolg is wel dat de lezer rechtstreeks wordt aangesproken, mogelijk vinden sommige kinderen dat aantrekkelijk. Maar het leidt ook tot gewauwel.
 
De websites waarnaar werd verwezen zijn niet echt veranderd, dus Huw blijft poolexpert en Sam een illustrator met een cartooneske stijl. Ze wordt in de flaptekst van Eten gorilla's bananen? niet aangeduid als apenkenner, Huw evenmin als apenexpert. 
 
Sam Caldwell tekent de mensapen niettemin redelijk adequaat, op de ogen na: die zijn verdisneyficeerd, cartoon-ogen geworden, net als die van de ook wat stripfiguur-achtige mensen. Jammer.
 
 

Huw mag dan een poolexpert zijn, hij biedt correcte en levendig geschreven wetenswaardigheden over onze verwanten, de mensapen. Meer dan eens benadrukt hij dat wij mensen ook een soort mensapen zijn, zoals in dit overzicht:


Het zal tegen het zere been zijn van hen die geloven dat de mens en alleen de mens van goddelijke oorsprong is.
Fijn is dat er ook drie bekende onderzoekers van mensapen kort worden voorgesteld, Jane Goodall, Dian Fossey en Biruté Galdikos, en dat er een dubbelpagina is besteed aan King Kong en de Yeti.
Wijs is ten slotte deze passage:
 
Mensachtig
 
'Antropomorfisme' betekent dat menselijke eigenschappen, ideeën en emoties worden toegeschreven aan niet-menselijke wezens of dingen. Dit doen we vaak bij dieren, als we vinden dat ze er net als wij uitzien of zich menselijk gedragen. Je voorstellen hoe dieren zich voelen, kan helpen om je ermee verbonden te voelen of je voor ze te interesseren. Maar je moet nooit vergeten dat dieren de wereld op heel andere manieren ervaren dan wij en dat ze vaak niet dezelfde behoeften hebben.
 
Misschien een van de moeilijkste stukjes in het boek... ook voor volwassenen.
 
 
Lewis Jones, Huw, en Sam Caldwell. Eten gorilla's bananen? Vertaling Steven Blaas. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1691 4, 48 p. Orig.: Do Gorilla's Eat Banana's? Thames & Hudson, 2025.