Alsof drie recente vertalingen van Alice in Wonderland niet genoeg zijn, zie ook hier, hier en hier, verscheen er onlangs bij uitgeverij Volt nog een bewerking door Tiny Fisscher & Jeska Verstegen, 'naar het beroemde verhaal van Lewis Carroll', getiteld Alice tuimelt in Wonderland.
Wat een wonder, binnen twaalf jaar vier vertalingen (nou ja, drie en een bewerking) van een vermoedelijk wat lastig te verkopen boek, ondanks de aanwezigheid van het Witte Konijn, de Gekke Hoedenmaker en de Maartse Haas in De Efteling.
Nu toert in 2026 wel Theater Terra door Nederland met een 'familiemusical' Alice in Wonderland, wellicht heeft iemand bij Volt een verband gelegd, maar dan nog.
Het lijkt erop dat Tiny Fisscher, die meer van dit soort bewerkingen op haar naam heeft staan, vooral een boek heeft willen maken dat jonge lezers aantrekt en aan het lezen houdt. Er is een reeks absurde verzen weggelaten en er zit meer vaart in dan in het origineel. Achterin staat een soort verantwoording in de vorm van een dialoog:
Nog even nakaarten
'Waar gaat dit verhaal eigenlijk over?'
'Volgens mij over dat de tijd een spelletje met ons speelt.'
'Ik denk dat het gaat over dat je nieuwsgierig moet blijven. En dat je de boel van meerdere kanten kunt bekijken.'
'Je eigen vorm vinden, dat zit er ook in. En dat je je niet op je kop moet laten zitten.'
'O, grappig, ik dacht dat het alleen maar een hoop gekkigheid was.'
'Nou ja, dat ook.'
'Waar zijn die lange liedjes en versjes eigenlijk gebleven?'
'Die waren veels te 1865.'
'Had ik toen een grotere rol?'
'Ik geloof het wel, maar die mocht vast een kopje kleiner. En jij, Rups: beetje blij met de kaleidoscoop?'
'Nou en of, geeft een hoop lucht.'
Dat is het, daar moeten we het mee doen. Met op de tegenoverliggende pagina een silhouet van de theetafel van de Gekke Hoedenmaker en de Maartse Haas met nog wat figuren in de schemering, bij zonsondergang. Die 'gekkigheid', die je ook speelsheid kan noemen, wordt daarna nog even voortgezet.
De twee genoemde figuren (oorspronkelijk de Mad Hatter en de March Hare) heten in dit verhaal overigens de hoedenmaker en Maarten Haas. Had van mij niet gehoeven, want de hoedenmaker is echt gek en Maartse Haas is spannender dan Maarten Haas. Rups mag volgens de verteller blij zijn met zijn kaleidoscoop, wat mij betreft had hij zijn waterpijp mogen houden, past beter bij hem. Bovendien lijkt hij een beetje te wankelen op die paddenstoel, dat had John Tenniel toch beter voor elkaar.
Dit is wel meteen een voorbeeld van goede samenwerking van auteur en illustrator. (Of Jeska Verstegen heeft de tekst goed gelezen, dat kan ook.) Zie ook de Cheshire Cat, die in iedere Nederlandse vertaling een andere naam kreeg en hier ook.
Even de hertogin aan het woord.
'Mag ik u iets vragen?' vroeg Alice een beetje verlegen aan de hertogin.
Zo te merken was die niet eens verbaasd dat er opeens een wildvreemd meisje in haar keuken stond. 'Vragen staat vrij,' antwoordde ze.
'Hoe heet uw kat en waarom grijnst hij zo?'
'Ach, hoe dat beest allemaal al niet is genoemd,' verzuchtte de hertogin. 'Tsjesjur kat (wat je heel anders schrijft dan hoe je het zegt, zei de hertogin erachteraan), Kolderkat, Grijnskat, Lachjeskat, Grapkat, Gniffelkat, noem maar op. Terwijl hij gewoon Lapjeskat heet.'
Alice bekeek het beest eens goed. Hij zag er niet uit als een lapjeskat, je zou eerder denken dat hij een vacht met een schaakbordpatroon had aangetrokken (als dat al kon, dacht Alice).
'Waarom heet hij zo?' vroeg ze dus.
De hertogin keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. 'Omdat-ie je altijd voor het lapje houdt, natuurlijk, of weet je niet wat dat betekent?'
Later komt ze die kat nog eens tegen. Hij ziet er volgens Jeska Verstegen zó uit:
In het citaat hierboven vinden we, bewerking of niet, een typisch Carroll-trekje terug: de gedachtes van Alice tussen haakjes, bij Carroll soms nog voorzien van aanhalingstekens), de woordspelingen en de soms lekker bitse manier waarop die vreemde figuren Alice aanspreken.
Fisscher mag dan de 'te 1865'-verzen hebben weggelaten, dat geldt niet voor alle verzen, zoals dat slaapliedje dat de hertogin zingt voor de baby die later in een varkentje verandert:
'Ik scheld je weer eens lekker uit,
jij snotjoch van een kind,
met at pestgenies van jou
wat ik zo vreselijk vind.'
Waarop de kokkin én de baby het refrein met haar mee begonnen te brullen:
'Woehoe, woehoe!'
De hertogin gooide de baby nu een paar keer woest in de lucht, terwijl ze krijste
Ik peper je het weer eens in:
zolang jij niet stopt met niezen,
heb ik echt totaal geen zin
om een lief slaapliedje te kiezen.
En hup, daar gingen ze weer met z'n drieën:
'Woehoe, woehoe!'
Ook dit is behoorlijk Carroll-achtig voor een 'op een beroemd verhaal gebaseerd' vers, al is dat 'En hup' wellicht erg losjes, in ieder geval niet zijn stijl.
Ook bij Alice's gesprek met de rups werd het vers gehouden, maar wel heel anders. In plaats van het mooie, maar moeilijk te vertalen 'Father William' kwam 'De kat van ome Willem'! Zo:
'De kat van ome Willem is op reis geweest.
Waar reisde hij dan heen?
Hij was zeven weken naar een heel raar land geweest, of was de reis maar zeven dagen, of vijf of zes of één...?
Of was het geen echte reis, maar een droom van tien seconden?
Nou, die kat kon vertellen wat-ie wou,
maar niemand wist of ze hem geloven konden.'
Alice zweeg. Haar lip trilde. 'Dat klopte geloof ik niet helemaal.'
'Sterker nog,' zei de rups, 'het klopte helemaal níét. Maar hoe groot zou je willen zijn?'
Best een aardige vondst, al betwijfel ik of hedendaagse kinderen het oorspronkelijk lied kennen. (Voor de liefhebbers: zie hier.) Curieus: de Kat van Ome Willem dook al eerder op in een vertaling - die van Robbert-Jan Henkes. Daar als de Cheshire Cat...
Er zijn meer fijne vondsten, zoals de treurpad - alleen wordt die wat onverhoeds op p.118 ineens een schildpad en op p. 119 even onverhoeds weer treurpad. Ernstige fout van de eindredactie, lijkt me.
Plotseling leek de griffioen genoeg te hebben van dit vragenvuur. 'Genoeg over de lessen,' zei hij. En tegen zijn vriend de treurpad: 'Vertel haar nu maar eens over de spelletjes.'
Waarna het hoofdstuk over de kreeftendans volgt. Met daarin weer zo'n versje als geheel eigen variant op het origineel.
'Dit is de spin Sebastiaan.
Het is níét goed met hem gegaan.
Hij zei tot alle andere spinnen:
Ik wil niet meer fietsen, ik wil een step
Ik kan niet wachten tot ik die heb.
O, Sebastiaan, zeiden de andere spinnen.
Ik zou daar echt niet aan beginnen.
Een step is zo'n onhandig ding,
Voor je het weet, lig je d'r in.'
Alice stopte abrupt en riep: 'Weer helemaal verkeerd! Ding en in rijmen niet eens, en waar dan in?'
'Ja,' zei de griffioen voorzichtig, 'dit is wel een tikkie anders dan hoe ik het vroeger heb geleerd.'
'Ik ken het sowieso niet,' zei de treurpad, 'maar wat moet je ook met zo'n nonsensversje?'
Goede vraag, treurpad, en leuk gevonden door de verteller.
Kortom (want we kunnen aan het citeren blijven en dat is niet de bedoeling maar wel een compliment), Tiny Fisscher heeft goed werk afgeleverd, de verwarring treurpad-schildpad op p. 118-119 ligt vermoedelijk niet aan haar maar doet helaas wel afbreuk aan het boek. (Maarten Haas is wel van haar, de enige zwakke vondst, wat mij betreft.) De toon van de verteller is niet helemaal die van Carroll, maar ja, die vond ze wellicht 'zo 1865' ... en het is nu eenmaal een verhaal geworden 'op basis van'. En voor een verhaal 'op basis van' soms toch tamelijk dicht bij het origineel
Waar bijvoorbeeld in het origineel de Griffioen dit zegt:
“Why, she,” said the Gryphon. “It’s all her fancy, that: they never executes nobody, you know. Come on!”
Wordt dat bij Fisscher:
'Dat mens heeft nog nooit één kop laten rollen, ze roept maar wat. Oké, kom mee.'
Klinkt een beetje ruw - maar ondanks het verschil is dat misschien een interpretatie van het niet helemaal grammaticaal correcte 'they never executes nobody' van de Griffioen. En nu we daar toch zijn, hier is Tiny Fisschers versie van de bekende passage over de duur van een lesdag, met de moeilijk te vertalen woordspeling lesson / lessen. Eerst het origineel:
'And how many hours a day did you do lessons?' said Alice, in a hurry to change the subject.
'Ten hours the first day,' said the Mock Turtle: 'nine the next, and so on.'
'What a curious plan!' exclaimed Alice.
'That's the reason they're called lessons,' the Gryphon remarked: 'because they lessen from day to day.'
This was quite a new idea to Alice, and she thought it over a little before she made her next remark. 'Then the eleventh day must have been a holiday?'
'Of course it was,' said the Mock Turtle.
'Ten hours the first day,' said the Mock Turtle: 'nine the next, and so on.'
'What a curious plan!' exclaimed Alice.
'That's the reason they're called lessons,' the Gryphon remarked: 'because they lessen from day to day.'
This was quite a new idea to Alice, and she thought it over a little before she made her next remark. 'Then the eleventh day must have been a holiday?'
'Of course it was,' said the Mock Turtle.
'And how did you manage on the twelfth?' Alice went on eagerly.
'That's enough about lessons,' the Gryphon interrupted in a very decided tone: 'tell her something about the games now.'
'That's enough about lessons,' the Gryphon interrupted in a very decided tone: 'tell her something about the games now.'
Zie ook het overzicht van vertaalvondsten in mijn recensie van de vertaling door Robbert-Jan Henkes. Fisscher, inclusief de betreurenswaardige verwarring schildpad-treurpad:
'En hoe lang duurde een lesdag?' wilde ze nog weten.
'De eerste dag tien uur, de tweede dag negen, de derde dag acht, enzovoorts,' antwoordde de schildpad.
'Wat vreemd,'zei Alice.
'Wat is daar vreemd aan?' zei de griffioen. 'Hoe meer je weet, hoe minder les je nodig hebt.'
Zo had Alice het nog nooit bekeken.
'Dus de elfde dag hadden jullie vrij?' vroeg ze. 'Wat deden jullie dan de dagen daarna?'
Plotseling leek de griffioen genoeg te hebben van dit vragenvuur. 'Genoeg over de lessen,' zei hij. En tegen zijn vriend de treurpad: 'Vertel haar nu maar over de spelletjes.'
Jeska Verstegen heeft eveneens mooi werk geleverd. Haar Alice nag er zijn, met haar gestreepte maillot en geruitenblokte jurk, en de andere figuren zijn ook zeer te waarderen. De koningin lijkt een beetje op een dezer dagen bekende politica die ook maar wat roept. Kijk nog maar eens.
Zie ook de beknelde Alice in het huis van het konijn.
En de prachtige theetafel:
De treurpad heeft, zie boven, overigens een schaakbordpatroon op zijn schild, lijkend op het patroon van Alice's jurk en de achtergrond van de omslagillustratie. Mooi, maar curieus, net als de 'lapjes' van de Lapjeskat, want in Alice in Wonderland speelt het schaakspel geen rol - wel in Alice through the Looking-glass. Geen probleem, natuurlijk. Alleen die rups... die onverstoorbaarheid beeldt John Tenniel echt beter uit.
Ben wel benieuwd wat Tiny Fisscher van dat tweede verhaal zou maken. Misschien wacht Volt af hoe deze bewerking, pardon, verhaal 'op basis van', verkoopt, voordat ze die opdracht krijgt.
Fisscher, Tiny, & Jeska Verstegen. Alice tuimelt in Wonderland. Volt, 2026. ISBN 978 90 622 2584 2, 153 p.






























