Zoeken in deze blog

zondag 22 maart 2026

Ted

Tjezus, wat een dikke pil. En dat allemaal over Ted van Lieshout! Heb je daar zin in?
 
Nou, het boek lijkt dikker dan het is doordat het mooi, stevig papier is, 380 p. Ja, het is helemaal Ted van A tot Z. Je hebt het zelf aangevraagd, hoor.
 
Moet toch even zuchten, geloof ik. Wat een ijdeltuit.
 
Zo zou ik het niet noemen, meer een enorme behoefte om te tonen wat hij met zijn talenten gedaan heeft, gepaard aan een even enorme nauwkeurigheid en zucht naar volledigheid. Lees alvast maar wat bladzijden en je ziet, alles staat precies waar het moet staan. Deze man schrijft en tekent niet alleen maar geeft ook zijn boeken vorm, tot in detail, en zo kan hij bijvoorbeeld op p. 74 (derde kolom) in de tekst verwijzen naar een afbeelding 'op de bladzijde hiernaast'.
Hoewel, dat hij zich op p. 334-339 uitgebreid bezighoudt met hoe hij eruit ziet en zijn kop zelfs het register verlucht (of verluchtigt) zou wel op ijdelheid kunnen wijzen. Bij elkaar één grote schreeuw: zie mij, dit ben ik!
 
Kun je het in één zin afdoen? Scheelt een hoop tijd.
 
Prachtboek!
 
Dat is wel heel erg beknopt. Maar nu ik wat gebladerd heb, moet ik je wel gelijk geven. Toch maar iets meer over melden?
 
O.k. 
Om te beginnen de aanleiding. Die vult p. 6. Een 'uitnodiging' van het 'Illustratiehuis Amsterdam' om een overzichtstentoonstelling te maken ter gelegenheid van veertig jaar schrijverschap en zijn zeventigste verjaardag.
 
Apart, een Illustratiehuis dat een overzichtstentoonstelling wil om veertig jaar schrijverschap te vieren, dus niet veertig jaar illustratorschap of iets dergelijks. Niet te vinden, trouwens dat Illustratiehuis, of het moet de Illustratie-ambassade zijn geweest. Maar die vermeldt geen overzichtstentoonstelling van hem.
 
Nog aparter was dat er slechts 'twintig lijsten' ter beschikking werden gesteld. Ted van Lieshout haalt ze aardig over de hekel.
 
Ik ben heus wel vereerd dat ze me vragen, want het Illustratiehuis is een prima plek, maar als er een schele minnaar langskomt die stinkt uit zijn bek, is het toch logisch dat je in de verte tuurt om te zien of er een knappere kandidaat aangegaloppeerd komt? Helaas, ik zie er geen verschijnen aan de horizon. Deze dan maar doen?
 
Ik neem eigenlijk aan dat die uitnodiging verzonnen is of hooguit losjes gebaseerd op een ooit ontvangen en afgewezen uitnodiging. Ted doet niet zomaar iets en de uitgeverij evenmin. Het boek is tot stand gekomen 'met subsidie van het Jaap Harten Fonds' en zorgvuldig voorbereid. Zelfs met subsidie siert het uitgeverij Leopold dat ze dit boek heeft uitgegeven.
Die tentoonstelling blijft een thema in het boek. 'Deze dan maar doen?', jawel, en dus gaat de kunstenaar met frisse tegenzin graven in zijn archief. Want er moest vroeg werk in, het moest per slot een overzichtstentoonstelling zijn, en als je zo veel gemaakt hebt en je hebt maar twintig 'lijsten', wat kies je dan?
 
Archief? Dus hij bewaart alles?
 
Ergens beschrijft de zeventigjarige Ted zijn huis aan de zeventienjarige Ted. 
Dat moet ik eerst even toelichten. De tekst is een dialoog. De zeventigjarige Ted praat (in zwarte letters) met de zeventienjarige Ted (in vettere, gekleurde letters). Dat levert hier en daar grappige dialogen op. Zoals op p. 146, over Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel:
 
Ik moest tijdens mijn opleiding aan de academie bepaalde grafische technieken uitproberen en dat heb ik ook wel gedaan, maar ik vond het lastig en omslachtig.
 Dat heb je al verteld.
Linosnedes maken vond ik nog wel aardig.
 
Enzovoort. Hier trekt de zeventigjarige zich niets van de tussenwerping aan en gaat gewoon door over linosnedes en etsen. Ja, je komt in dit boek heel wat te weten over druk- en tekentechniek. Maar op p. 63-64 staat een mooi stuk dialoog over de dood van Teds broer Harry in 1979, als Ted 23 is en hoewel ernstig zit zelfs daarin nog wat onderkoelde humor ('O nee, dat kan niet'):
 
 Wat dan?
Eh, ik weet niet of ik dat moet vertellen.
 Kom ik het uiteindelijk toch te weten?
Ja, als je drieëntwintig bent.
 Vertel het dan maar.
Je zult ervan schrikken.
 Vertel.
Ik weet niet hoe ik het je moet vertellen.
 Je maakt me bang.
In 1979 gebeurt er iets ergs.
 Hoe erg?
Het ergst van alles.
 Ik ga dood! O nee, dat kan niet. Iemand anders gaat dood.
Ja.
 Wie?
Je broer.
 Nee!
Ik vrees van wel.
 
Enzovoort. Het levert ontroerende passages op, net als die over zijn Meneer.
Maar nu dat huis. Ted koopt op zeker moment een zeer ruim appartement, bovenin een oud pakhuis. En hij kan niets weggooien. Dus dat ruime appartement van hem moet wel tjokvol zitten, hij geeft ook toe dat hij soms struikelt over de spullen en dat hij zou moeten opruimen.
Voordelen heeft het ook, want na bijna veertig jaar weet hij bijvoorbeeld vijftien poppenkoppen tevoorschijn te halen, waarvoor hij ineens een bestemming weet: zie Onder mijn matras de erwt (2017). Ted besteedt er uiteraard veel meer woorden aan, ja, die hang naar volledigheid hè...
 
Alles staat erin?
 
Nou, dat durf ik niet te zeggen. Zijn persoonlijk liefdesleven laat hij eruit. Het is geen autobiografie, het is een overzichtstentoonstelling in boekvorm, met zeer uitgebreid commentaar in dialoogvorm, waar persoonlijke ontboezemingen enkel een rol spelen als die invloed hadden op zijn werk. Het meest persoonlijke deel vind je in het hoofdstuk 'Verzoening' en dat gaat over de vraag die de titel van het boek is: Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken?
 
Ik dacht dat die vraag aan mij, de lezer, gesteld werd. Kwam een beetje klagerig over.
 
Nou, je had na enkele bladzijden al kunnen bedenken dat Ted die vraag aan zichzelf zou stellen. Hoewel de oude Ted het ook interpreteert als een verwijt. Hij verweert zich krachtig. Ja, het leven blijkt niet volmaakt, maar wel goed genoeg.
 
 Dus ik misluk niet totáál?
Niet totaal, nee. Totaal niet, zou ik eigenlijk willen zeggen.
 
Deze laatste dialoog, in 'Verzoening', bevat ook een soort verantwoording van de tentoonstelling. Ik zou hem het liefst in zijn geheel willen citeren, maar dat gaat echt buiten de grenzen van een recensie. Hooguit die onverwacht korte uitspraak:
 
Daar gaat het om bij alles wat je maakt: je vel moet ertegenaan gezeten hebben.
 
Van doorleefde kunst gesproken. 
Koop het boek maar. Een mooiere tentoonstellingscatalogus is in tijden niet verschenen.
 
Moeten er geen plaatjes bij deze recensie?
 
Nee, voor een keer niet. De vraag, welke dan?, is bijna even moeilijk als die van die twintig lijsten. Dus geen. Nogmaals: koop het boek maar, het is een overzichtstentoonstelling in boekvorm, maar ook een schatkamer.
 
 
Lieshout, Ted van. Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken? De tentoonstelling. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 8912 8, 380 p.   

vrijdag 20 maart 2026

Kikker even terug

De prentenboeken van Max Velthuijs over Kikker waren een hit en werden een soort klassieker. Even ter herinnering: het eerste boek, Kikker is verliefd, verscheen in 1989. Daarna volgden Kikker en het vogeltje (1991), Kikker in de kou (1992), Kikker en de vreemdeling (1993), Kikker is bang (1994), Kikker is een held (1995), Kikker is kikker (1996), Kikker en de horizon (1998), Kikker en een heel bijzondere dag (1999), Kikker vindt een vriendje (2001), Kikker vindt een schat (2002) en Kikker is bedroefd (2003). En nog allerlei afgeleide uitgaven.
Ook jury's waardeerden zijn werk. Drie Gouden en twee Zilveren Penselen, één Gouden en twee Zilveren Griffels en de Andersen Medaille (voor zijn hele werk) vielen hem ten deel. In 2003 verscheen de biografie Ik bof dat ik een kikker ben, door Joke Linders. En er is een prijs naar hem vernoemd.
Voor hij overleed (25 januari 2005) werkte hij nog aan schetsen voor Kikkers laatste avontuur. Die werden toen als schetsboek uitgegeven, maar nu alsnog licht bewerkt en ingekleurd. Door wie? Staat helaas niet in het colofon. 


Kikker in de wind is een echt Kikker-boek.  


Het waait zo hard dat Kikker, als hij gaat kijken wat er aan de hand is, eerst zijn huisje in wordt geblazen en vervolgens valt de boom naast zijn huis om - dwars over zijn dak. En hij kan zijn huis niet meer uit!
Als de wind is gaan liggen komen zijn vrienden hem redden.
Dan hebben ze honger en toevallig heeft Varkentje een taart gebakken.
 
Toen alles op was, moest Kikker een beetje huilen.


Het komt allemaal goed. Zoals het hoort in deze prentenboeken over de goedhartige Kikker, decennia geleden verschenen maar veelal nog te koop. Wat leuk dat dit twintig jaar na dato is uitgebracht.
 
Velthuijs, Max, naar. Kikker in de wind. Leopold,  2025. ISBN 978 90 258 8911 1, 26 p.   
 


donderdag 19 maart 2026

Vernieuw het boek?

Ach nee, we zijn in het land van de snelle jongens (en hier en daar een meid) van de consultants en marketeers. De Groep Algemene Uitgevers heeft ze ingehuurd om wat vernieuwing op gang te brengen in 'het boekenvak', zoals dat jaren heette, en nu nog.
Dus heet zoiets een 'innovatieprogramma', met de titel Renew The Book. Ook een podium, trouwens.
 
Het innovatieprogramma van het boekenvak. Wie zijn de innovatoren in het vak? Wat zijn de laatste vernieuwingen die het vak? 
 
Daarover nadenken gaat zo:


Volgens het plaatje op de website, en de resultaten mogen worden ingestuurd. Renew The Book roept op 
 
tot het indienen van concrete vernieuwingen binnen die waardeketen op onder meer het gebied van content-creatie, digitalisatie, marketing, data(toepassing), productontwikkeling en product-marktcombinaties.
 
En er is uiteraard een bekroning, pardon, een Award
Nog wat van dat heerlijke proza?
 
De inzending dient vernieuwend, gevalideerd, haalbaar, schaalbaar en herhaalbaar van karakter te zijn. Ook kan een innovatief plan of idee worden ingediend, mits ondersteund door een gevalideerd proof of concept. Belangrijk is dat de Innovation Award niet is bedoeld voor een in het verleden bewezen innovatie, maar een vernieuwend product is dat impact heeft op het boekenvak van 2026 en verder. Inzendingen vanuit de Educatieve en de Wetenschappelijke uitgeefsector zijn welkom, maar dienen toegepast te kunnen worden of overdraagbaar te zijn voor de algemene boekenmarkt. 
 
Content-creatie - je ziet het hierboven gebeuren. Of zouden ze het hebben over de gevalideerd (gevalideerde?) proof of concept.
Meestal doet de inhoud er dan niet echt toe. Het gaat om geld verdienen. Content is de nieuwe term voor inhoud waarmee je geld verdient.
 
Is daar iets mis mee, dan? 
 
Hm, zei Tom Poes. 

zaterdag 14 maart 2026

Literatuur als fundament

staat boven een artikel in Lezen 2026-1 waarin drie 'uitgevers' mogen uitpakken over hun pogingen om 'taal en literatuur te integreren in nieuw lesmateriaal'. Het woord methodes wordt zorgvuldig vermeden. Achtereenvolgens Annemiek Neefjes over Taalklasse (Stichting De Schoolschrijver), Annemarie Heuts over Blink Taal & Lezen (Blink) en Michelle van Dijk over een nog naamloze 'leerlijn voor wereldoriëntatie, waarin taal is geïntegreerd' (Neon).
 
Het is prachtig, maar cijfers over oplagen worden niet verstrekt, al is duidelijk dat die leerlijn van Neon er nog niet is. Het is allemaal in lijn met de Nieuwe Kerndoelen. Ja, dat zijn die 'definitieve conceptkerndoelen' waarover SLO een hele webpagina vol schrijft, en zie ook hier. 'Deze doelen worden naar verwachting per 1 augustus 2026 in de wet worden vastgelegd', meldt onze overheid. Op enig sneven in het parlement wordt kennelijk niet gerekend. Dat zal ook niet, want dan moeten onze arme parlementariërs al die bepaald niet beknopte teksten over oude en nieuwe en al dan niet conceptuele kerndoelen gaan lezen en dat gaan ze vast niet doen. Dus geen nood, de Nederlandse basisscholen kunnen er alvast mee aan de gang.
Benieuwd of dát de nodige verandering in het Nederlandse lees- en taalonderwijs tot stand gaat brengen, deze inzet van 'rijke teksten' (ja, de term heeft de kerndoelen gehaald) in 'lesmateriaal'. 'De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving' staat in die kerndoelen, jawel, maar de termen bibliotheek en mediatheek zijn onvindbaar. Toch is en blijft een goed beheerde schoolbibliotheek de basis voor die 'rijke taal- en leesomgeving'.
 
Veel divers boekennieuws in dit nummer van Lezen, en ook twee pagina's over de Kinderboekenambassadeur. Dat was Rian Visser en die neemt afscheid. Haar opvolger wordt tijdens het symposium Lezen Centraal op 8 april bekend gemaakt.
Aardig citaat: 
 
Ondanks alle inspanningen aarzelt Visser om haar Kinderboekenambassadeurschap een succes te noemen. Kijk naar de tijdsbestedingen van ouders. Ze zitten nog altijd vaker op hun telefoon dan met hun kind achter een boek.
'Maar dat gevoel ligt misschien aan mij. Als Schoolschrijver vond ik mijn project na een half jaar óók altijd mislukt. Later hoorde ik dan dat ik heus bij veel kinderen zaadjes had geplant.'
 
Aldus interviewer Maarten Dessing. 
Tja, het is roeien tegen de stroom in, Rian. Je hebt heus je best gedaan. 
 
 
Lezen is het kwartaaltijdschrift van Stichting Lezen, bedoeld voor 'voor professionals die leesbevordering in de praktijk vorm en inhoud geven'. Een abonnement kost niets, maar een vrijwillige bijdrage wordt op prijs gesteld.

dinsdag 10 maart 2026

Tournee door het hele land

Een van de talenten die Kelly van Kempen beslist heeft is zichzelf verkopen en daarmee ook haar boek Hotel Zweefkees. Zie haar website, met de mooie, gelikte foto, de aanprijzing 'schrijver, leesbevorderaar, theatermaker', alle loftuitingen door anderen (o.a. Jaap Friso) en haar logo.
 
 

Hotel Zweefkees gaat over een levend hotel en de avonturen die de tienjarige jongen Kalani ermee beleeft. Een verhaal dat nu eens godzijdank géén 'ik-verteller' heeft maar gewoon rechttoe rechtaan door een anonieme verteller in een doorsnee-stijl wordt verteld. Het is te lang en was beter geworden als een strenge redacteur de opdracht had gegeven om het in de helft of driekwart van het aantal woorden te doen. Dan waren er heel wat licht overbodige dialogen en details geschrapt.

 
Waar het verhaal zich afspeelt, is al duidelijk bij het openslaan van het boek. Er is een kaart op de schutbladen afgedrukt. Een fijne kaart, met mooie streeknamen als Flonkerkliffen, De Verre Zompige Landen en het Rijk der Zeepadden.
Dat het een soort queeste is, wordt in de eerste hoofdstukken wel bij stukjes en beetjes duidelijk. Er moet een reis gemaakt worden naar het Land van de Tovenaressen, vanuit het Land van Rein, welke naam overigens pas op p. 24, in hoofdstuk 3, wordt genoemd. Anders gaat het niet goed met Hotel Zweefkees.
Het verhaal lijkt na een wat snelle en rommelige start schijnbaar zonder kop of staart voort te hobbelen van enerverend moment naar enerverend moment, met veel cliffhangers, alsof een fantasierijke verteller iedere avond (64 keer) een verhaaltje opdiste voor het slapen gaan en soms ter plekke verzon hoe het verder zou gaan.
 

Enerverende momenten, jawel, er valt dus veel te beleven, jazeker. Monsters genoeg om te overwinnen en het gaat vaak nèt niet mis. En er zitten mooie vondsten in, zoals op p. 92 de kikker die in een prins verandert... nou ja, een haan dus, maar in de ogen van de verliefde kip naast hem beslist een prins. Dit kunstje herhaalt hij later met andere gasten. Of op p. 107 de memorabele uitspraak:
 
'Een fee eet geen kastanjepap,' sprak de fee streng.
 
Zo is het maar net. 
Ook de drakenfamilie en de kwelgeesten van de Kliffen van Izil mogen er zijn. Of dit wat slordige lied van de fee en de kikker:
 
 Verdriet is als sneeuw en dat klinkt wat triest
 het ligt er koud en hard, zolang het vriest
 Maar als de zon komt, en die komt geheid
 - misschien wel pas na lange tijd - 
 dan smelt de sneeuw en die voedt de grond
 en zo groeien er bloemen, uit elke wond 
 
De gasten applaudisseerden. 'Ach, dat is goed nieuws,' zeiden ze. 'En het rijmde ook nog. jawel!'

 
Na onder veel meer slikkebijters, marktkramen met opschriften als 'Tranen van een bestolen oma' en 'Bonkend hart van een geliefde', een geweldige (maar ook weer wat lange) passage over ongesteldheid (p. 251-253), en bijna tot slot een grot vol kwaadaardige vieze grote padden komt het eind-goed-al-goed in zicht in de laatste drie hoofdstukken en tegen die tijd is een zinnetje als 
 
Kees vertrok geen baksteen
 
heel gewoon. En eerlijk is eerlijk, na al die woorden moet erkend worden dat dit verhaal niet enkel een reeks spannende avonturen is maar ook iets vertelt over vriendschap, verdriet en afscheid.

 
Wel jammer dat de terugreis kennelijk zo vlekkeloos verloopt dat er geen woord aan wordt besteed. In de Epiloog (eigenlijk dus hoofdstuk 65) zijn we ineens terug in het Land van Rein.
Dat betekent dat er waarschijnlijk geen vervolg komt. Dat Hotel Zweefkees ook een theatervoorstelling is, heeft er wellicht mee te maken. Gebracht door jawel, Kelly van Kempen, en Kelvin Allison plus band. Enkele liedjes zijn in het verhaal opgenomen en kunnen worden beluisterd met een QR-code die naar een pagina van Kelly's website leidt. 
'Kelly en Kelvin spelen graag met z'n tweeën hun show in uw school, bibliotheek of kleine zaal. ​
De volledige voorstelling met live band is te boeken voor de grotere theaterzalen!'  

 
Het verhaal hád zonder illustraties gekund, maar het boek is wel veel mooier geworden door de illustraties van Marieke Nelissen, die duidelijk met plezier aan het werk is geweest.

 
Zeer benieuwd wat er nog meer gaat komen van deze zo hard aan de weg timmerende auteur.
 
 
Kempen, Kelly van. Hotel Zweefkees. Met illustraties van Marieke Nelissen en muziek van Kelvin Allison. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1786 7, 416 p.   
 

 
 
 

zondag 8 maart 2026

Alice opnieuw

Alsof drie recente vertalingen van Alice in Wonderland niet genoeg zijn, zie ook hier, hier en hier, verscheen er onlangs bij uitgeverij Volt nog een bewerking door Tiny Fisscher & Jeska Verstegen, 'naar het beroemde verhaal van Lewis Carroll', getiteld Alice tuimelt in Wonderland
Wat een wonder, binnen twaalf jaar vier vertalingen (nou ja, drie en een bewerking) van een vermoedelijk wat lastig te verkopen boek, ondanks de aanwezigheid van het Witte Konijn, de Gekke Hoedenmaker en de Maartse Haas in De Efteling. 
 
Nu toert in 2026 wel Theater Terra door Nederland met een 'familiemusical' Alice in Wonderland, wellicht heeft iemand bij Volt een verband gelegd, maar dan nog. 

Het lijkt erop dat Tiny Fisscher, die meer van dit soort bewerkingen op haar naam heeft staan, vooral een boek heeft willen maken dat jonge lezers aantrekt en aan het lezen houdt. Er is een reeks absurde verzen weggelaten en er zit meer vaart in dan in het origineel. Achterin staat een soort verantwoording in de vorm van een dialoog:

Nog even nakaarten

'Waar gaat dit verhaal eigenlijk over?'
'Volgens mij over dat de tijd een spelletje met ons speelt.'
'Ik denk dat het gaat over dat je nieuwsgierig moet blijven. En dat je de boel van meerdere kanten kunt bekijken.'
'Je eigen vorm vinden, dat zit er ook in. En dat je je niet op je kop moet laten zitten.'
'O, grappig, ik dacht dat het alleen maar een hoop gekkigheid was.'
'Nou ja, dat ook.'

'Waar zijn die lange liedjes en versjes eigenlijk gebleven?'
'Die waren veels te 1865.'
'Had ik toen een grotere rol?'
'Ik geloof het wel,  maar die mocht vast een kopje kleiner. En jij, Rups: beetje blij met de kaleidoscoop?'
'Nou en of, geeft een hoop lucht.'

Dat is het, daar moeten we het mee doen. Met op de tegenoverliggende pagina een silhouet van de theetafel van de Gekke Hoedenmaker en de Maartse Haas met nog wat figuren in de schemering, bij zonsondergang. Die 'gekkigheid', die je ook speelsheid kan noemen, wordt daarna nog even voortgezet.

 
De twee genoemde figuren (oorspronkelijk de Mad Hatter en de March Hare) heten in dit verhaal overigens de hoedenmaker en Maarten Haas. Had van mij niet gehoeven, want de hoedenmaker is echt gek en Maartse Haas is spannender dan Maarten Haas. Rups mag volgens de verteller blij zijn met zijn kaleidoscoop, wat mij betreft had hij zijn waterpijp mogen houden, past beter bij hem. Bovendien lijkt hij een beetje te wankelen op die paddenstoel, dat had John Tenniel toch beter voor elkaar.
 

Dit is wel meteen een voorbeeld van goede samenwerking van auteur en illustrator. (Of Jeska Verstegen heeft de tekst goed gelezen, dat kan ook.) Zie ook de Cheshire Cat, die in iedere Nederlandse vertaling een andere naam kreeg en hier ook. 

Even de hertogin aan het woord.

'Mag ik u iets vragen?' vroeg Alice een beetje verlegen aan de hertogin.
Zo te merken was die niet eens verbaasd dat er opeens een wildvreemd meisje in haar keuken stond. 'Vragen staat vrij,' antwoordde ze.
'Hoe heet uw kat en waarom grijnst hij zo?'
'Ach, hoe dat beest allemaal al niet is genoemd,' verzuchtte de hertogin. 'Tsjesjur kat (wat je heel anders schrijft dan hoe je het zegt, zei de hertogin erachteraan), Kolderkat, Grijnskat, Lachjeskat, Grapkat, Gniffelkat, noem maar op. Terwijl hij gewoon Lapjeskat heet.'
Alice bekeek het beest eens goed. Hij zag er niet uit als een lapjeskat, je zou eerder denken dat hij een vacht met een schaakbordpatroon had aangetrokken (als dat al kon, dacht Alice).
'Waarom heet hij zo?' vroeg ze dus.
De hertogin keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. 'Omdat-ie je altijd voor het lapje houdt, natuurlijk, of weet je niet wat dat betekent?'

Later komt ze die kat nog eens tegen. Hij ziet er volgens Jeska Verstegen zó uit:



In het citaat hierboven vinden we, bewerking of niet, een typisch Carroll-trekje terug: de gedachtes van Alice tussen haakjes, bij Carroll soms nog voorzien van aanhalingstekens), de woordspelingen en de soms lekker bitse manier waarop die vreemde figuren Alice aanspreken.

Fisscher mag dan de 'te 1865'-verzen hebben weggelaten, dat geldt niet voor alle verzen, zoals dat slaapliedje dat de hertogin zingt voor de baby die later in een varkentje verandert:

'Ik scheld je weer eens lekker uit,
jij snotjoch van een kind,
met dat pestgenies van jou
wat ik zo vreselijk vind.'
 
Waarop de kokkin én de baby het refrein met haar mee begonnen te brullen:
 
'Woehoe, woehoe!'

De hertogin gooide de baby nu een paar keer woest in de lucht, terwijl ze krijste

Ik peper je het weer eens in:
zolang jij niet stopt met niezen,
heb ik echt totaal geen zin
om een lief slaapliedje te kiezen.
 
En hup, daar gingen ze weer met z'n drieën:
 
'Woehoe, woehoe!' 


 
Ook dit is behoorlijk Carroll-achtig voor een 'op een beroemd verhaal gebaseerd' vers, al is dat 'En hup' wellicht erg losjes, in ieder geval niet zijn stijl.

Ook bij Alice's gesprek met de rups werd het vers gehouden, maar wel heel anders. In plaats van het mooie, maar moeilijk te vertalen 'Father William' kwam 'De kat van ome Willem'! Zo:

'De kat van ome Willem is op reis geweest.
Waar reisde hij dan heen?
Hij was zeven weken naar een heel raar land geweest, of was de reis maar zeven dagen, of vijf of zes of één...?
Of was het geen echte reis, maar een droom van tien seconden?
Nou, die kat kon vertellen wat-ie wou,
maar niemand wist of ze hem geloven konden.'

Alice zweeg. Haar lip trilde. 'Dat klopte geloof ik niet helemaal.'
'Sterker nog,' zei de rups, 'het klopte helemaal níét. Maar hoe groot zou je willen zijn?'

Best een aardige vondst, al betwijfel ik of hedendaagse kinderen het oorspronkelijk lied kennen. (Voor de liefhebbers: zie hier.) Curieus: de Kat van Ome Willem dook al eerder op in een vertaling - die van Robbert-Jan Henkes. Daar als de Cheshire Cat...
Er zijn meer fijne vondsten, zoals de treurpad - alleen wordt die wat onverhoeds op p.118 ineens een schildpad en op p. 119 even onverhoeds weer treurpad. Ernstige fout van de eindredactie, lijkt me.
 
Plotseling leek de griffioen genoeg te hebben van dit vragenvuur. 'Genoeg over de lessen,' zei hij. En tegen zijn vriend de treurpad: 'Vertel haar nu maar eens over de spelletjes.'

 
Waarna het hoofdstuk over de kreeftendans volgt. Met daarin weer zo'n versje als geheel eigen variant op het origineel.
 
'Dit is de spin Sebastiaan.
Het is níét goed met hem gegaan.
Hij zei tot alle andere spinnen:
Ik wil niet meer fietsen, ik wil een step
Ik kan niet wachten tot ik die heb.
 
O, Sebastiaan, zeiden de andere spinnen.
Ik zou daar echt niet aan beginnen.
Een step is zo'n onhandig ding,
Voor je het weet, lig je d'r in.'
 
Alice stopte abrupt en riep: 'Weer helemaal verkeerd! Ding en in rijmen niet eens, en waar dan in?'
'Ja,' zei de griffioen voorzichtig, 'dit is wel een tikkie anders dan hoe ik het vroeger heb geleerd.'
'Ik ken het sowieso niet,' zei de treurpad, 'maar wat moet je ook met zo'n nonsensversje?'
 
Goede vraag, treurpad, en leuk gevonden door de verteller. 
 
Kortom (want we kunnen aan het citeren blijven en dat is niet de bedoeling maar wel een compliment), Tiny Fisscher heeft goed werk afgeleverd, de verwarring treurpad-schildpad op p. 118-119 ligt vermoedelijk niet aan haar maar doet helaas wel afbreuk aan het boek. (Maarten Haas is wel van haar, de enige zwakke vondst, wat mij betreft.) De toon van de verteller is niet helemaal die van Carroll, maar ja, die vond ze wellicht 'zo 1865' ... en het is nu eenmaal een verhaal geworden 'op basis van'. En voor een verhaal 'op basis van' soms toch tamelijk dicht bij het origineel
Waar bijvoorbeeld in het origineel de Griffioen dit zegt:
 
“Why, she,” said the Gryphon. “It’s all her fancy, that: they never executes nobody, you know. Come on!” 
 
Wordt dat bij Fisscher:
 
'Dat mens heeft nog nooit één kop laten rollen, ze roept maar wat. Oké, kom mee.'
 
Klinkt een beetje ruw - maar ondanks het verschil is dat misschien een interpretatie van het niet helemaal grammaticaal correcte 'they never executes nobody' van de Griffioen. En nu we daar toch zijn, hier is Tiny Fisschers versie van de bekende passage over de duur van een lesdag, met de moeilijk te vertalen woordspeling lesson / lessen. Eerst het origineel:
 
'And how many hours a day did you do lessons?' said Alice, in a hurry to change the subject.
'Ten hours the first day,' said the Mock Turtle: 'nine the next, and so on.'
'What a curious plan!' exclaimed Alice.
'That's the reason they're called lessons,' the Gryphon remarked: 'because they lessen from day to day.'
This was quite a new idea to Alice, and she thought it over a little before she made her next remark. 'Then the eleventh day must have been a holiday?'
'Of course it was,' said the Mock Turtle. 
'And how did you manage on the twelfth?' Alice went on eagerly.
'That's enough about lessons,' the Gryphon interrupted in a very decided tone: 'tell her something about the games now.' 
 
Zie ook het overzicht van vertaalvondsten in mijn recensie van de vertaling door Robbert-Jan Henkes. Fisscher, inclusief de betreurenswaardige verwarring schildpad-treurpad:

'En hoe lang duurde een lesdag?' wilde ze nog weten.
'De eerste dag tien uur, de tweede dag negen, de derde dag acht, enzovoorts,' antwoordde de schildpad.
'Wat vreemd,'zei Alice.
'Wat is daar vreemd aan?' zei de griffioen. 'Hoe meer je weet, hoe minder les je nodig hebt.'
Zo had Alice het nog nooit bekeken.
'Dus de elfde dag hadden jullie vrij?' vroeg ze. 'Wat deden jullie dan de dagen daarna?' 
Plotseling leek de griffioen genoeg te hebben van dit vragenvuur. 'Genoeg over de lessen,' zei hij. En tegen zijn vriend de treurpad: 'Vertel haar nu maar over de spelletjes.'


 
Jeska Verstegen heeft eveneens mooi werk geleverd. Haar Alice nag er zijn, met haar gestreepte maillot en geruitenblokte jurk, en de andere figuren zijn ook zeer te waarderen. De koningin lijkt een beetje op een dezer dagen bekende politica die ook maar wat roept. Kijk nog maar eens.


Zie ook de beknelde Alice in het huis van het konijn.


En de prachtige theetafel:


De treurpad heeft, zie boven, overigens een schaakbordpatroon op zijn schild, lijkend op het patroon van Alice's jurk en de achtergrond van de omslagillustratie. Mooi, maar curieus, net als de 'lapjes' van de Lapjeskat, want in Alice in Wonderland speelt het schaakspel geen rol - wel in Alice through the Looking-glass. Geen probleem, natuurlijk. Alleen die rups... die onverstoorbaarheid beeldt John Tenniel echt beter uit.
Ben wel benieuwd wat Tiny Fisscher van dat tweede verhaal zou maken. Misschien wacht Volt af hoe deze bewerking, pardon, verhaal 'op basis van', verkoopt, voordat ze die opdracht krijgt.
 
 
Fisscher, Tiny, & Jeska Verstegen. Alice tuimelt in Wonderland. Volt, 2026. ISBN 978 90 622 2584 2, 153 p.   
 
 


 

donderdag 5 maart 2026

Citaat van de week (of maand)

Deze kanttekeningen nemen niet weg dat - naast een Alkibiades voor beginners - Absolute democratie een verademing is in een tijd waarin politici in kikkersprong door het leven gaan, beurtelings gehurkt luisterend naar gasvorming in de maatschappelijke onderbuik en opspringend om kwakend te vertolken waar de gewone mensen zogenaamd behoefte aan hebben.
 
Menno Hurenkamp in een bespreking van Absolute democratie in NRC 5-3-2026.
 
Wat een prachtige beeldspraak, die kikkersprong. 

maandag 16 februari 2026

Zwaar onderontwikkelde mannetjes

Het is een fraaie verzuchting in een interview door NRC-redacteur Anne Dohmen met Joke van Leeuwen, naar aanleiding van haar recent verschenen, autobiografische boek Plooi u in tweeën:
 
Er zijn ook veel te veel empathisch zwaar onderontwikkelde mannetjes aan de macht.
 
Ja, en dat is helaas van alle tijden. Met een behoorlijk ontwikkeld empathisch vermogen is het kennelijk lastig koeioneren. 

Ook een mooie uitspraak, een die alle auteurs zich zouden moeten herinneren:

Ik schrijf natuurlijk geen boeken als pamfletten.

Gelukkig maar, anders waren ze waarschijnlijk mislukt.
 

 
Het interview verscheen in NRC 14 februari 2026. Foto ontleend aan de biografie op de website.

maandag 9 februari 2026

Waar ben je?

Het was goed... Altijd samen, samen gelukkig.
 
Maar... 


Maar waar ben je nu? Ik kan je nergens vinden.
Ik voel me raar en alleen

 
Die regels tonen na twee dubbelpagina's mooi uitgebeeld geluk dat er iets droevigs gebeurt in Woeste dagen vol, prentenboek van Floor Paul & Anna Boterman. Of, het is maar hoe je het ziet, dat er iets droevigs is gebeurd.
Over dat droevige vertelt een meisje. Een naamloos meisje, maar op de achterkant, in de flaptekst, krijgt ze een naam, Meis. Die flaptekst geeft te veel weg, inclusief een waarde-oordeel, en is kennelijk niet bedoeld voor de jonge lezer maar richt zich tot de volwassen voorlezer.
Er is iets droevigs gebeurd, ja, maar dat wordt niet met details verteld. Meis' grote zus is er niet meer. Ze rouwt. 
Maar ze verschijnt wel in een mooie dagdroom. Dat is troost en daarover gaat het verhaal.
 
 
 
Het is een mooi staaltje samenwerking, dit prentenboek. De sobere tekst van Floor Paul kan zeker niet zonder de prenten, de prachtige prenten van Anna Boterman net niet zonder tekst. 
 
Paul, Floor, en Anna Boterman. Woeste dagen vol. Ploegsma, 2026. ISBN 978 90 216 8703 2, 36 p.
 

 
 

woensdag 4 februari 2026

Liedjes voor kinderen

Er moet meer gezongen worden, ook op school. Waarom? Daarom. Het is kunst, het kan mooi zijn, ook zelfs helend en troostend en het schijnt ook nog mee te helpen de ontwikkeling van allerlei cognitieve vaardigheden te ondersteunen, zoals tellen, rekenen en taal, en met een vaardige zangjuf of -meester is het ook nog leuk. Dit zou iets uitgebreider kunnen, zeker... Zie voor mijn part, als je in het onderwijs werkt, De wereld in kinderboeken.
 
Nee, niet per se het Wilhelmus, of zeker niet alleen. Al was het maar omdat het Wilhelmus een tamelijk onbegrijpelijke tekst heeft en vijftien coupletten lang is. Het kan geen kwaad om het eens te hebben over wat eigenlijk Nederlands is, want de gevaarlijke neiging bestaat om dat te associëren met melkboerenhondenhaar, bleke huid en blauwe ogen, Zwarte Piet en stroopwafels, maar het Wilhelmus is helaas daarvoor niet een vanzelfsprekend uitgangspunt. Nederlands als taal wordt bovendien ook buiten Nederland gesproken en is veel ouder dan het Koninklijk der Nederlanden (1815-heden).
 
Het best voor jonge kinderen zijn korte liedjes, met een sterk ritme en enige vorm van klankrijm. (Hoeft geen eindrijm te zijn.) Daar kan bij bewogen worden. De tekst kan op zich lekker onbegrijpelijk zijn, zoiets als ozewiezewoze wallakristalla bijvoorbeeld.
Voor oudere kinderen doet het er iets meer toe waar het over gaat, maar blijft staan dat ritme belangrijk is, naast melodie: het moet immers duidelijk zijn waarom er gezongen wordt en niet voorgedragen of voorgelezen. Liederen zijn poëzie maar niet alle poëzie is zingbaar.
 
Erik van Os en Elle van Lieshout maken mooie liedjes voor zeer en iets minder jonge kinderen en hebben die soms gebundeld in een boek, zoals Schatje en Scheetje en laatst nog Blote Billie.
Inge Besaris & Chris Oelmeijer (Theater Snater) kunnen het ook. Onlangs verscheen De Schreeuw van de Meeuw en ander gesnater, een prentenboek met twaalf liedjes 'die we door de jaren heen voor verschillende projecten (Theater Snater, Wijs! en Mannen van Hee) gemaakt hebben'. 
 
Hun teksten zijn niet heel verfijnd poëtisch maar wel leuk en lekker zingbaar:
 
Ik schreeuw, ik roof en ik pik
De schrik van Terschelling en omtrek ben ik
Een meeuw met karakter, een meeuw uit één stuk
en als ik op je kop schijt
dan brengt dat geluk
 
Uit het lied 'De meeuw'. Of, als nu toch de naam Terschelling valt:
 
Ik ben al eens naar Spanje,
Italië en Frankrijk op vakantie geweest
Maar altijd kreeg ik heimwee na een dag of drie
en dat was niet bepaald een feest
Maar op Terschelling is er nooit een vuiltje aan de lucht
totdat we weer thuis zijn, want dan wil ik terug!
 
Ik wil nooit meer weg
ook al is het windkracht negen
Nooit meer weg van Terschelling
Ik wil nooit meer weg
ook al zeikt het van de regen
Nooit meer weg van Terschelling.
 
Dat laatste couplet dan vier keer herhaald! 

 
Iets horen? Dat kan op de website van Theater Snater. Het oordeel daarover laat ik aan de luisteraar.
 

Besaris, Inge, & Chris Oelmeijer. De schreeuw van de meeuw en ander gesnater. Met tekeningen van Donna Kroese. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1713 3, 26 p.