Zoeken in deze blog

vrijdag 9 oktober 2026

Debilisering

Vooruit, dit is echt uit mijn hart gegrepen, vooral het einde:
 
Met groep 7 lopen we dwars door Rotterdam, naar het stadhuis, voor een les over de lokale democratie. We betreden het imposante gebouw, gaan langs de beeldhouwwerken in de marmeren hal. De kinderen mogen plaats nemen aan de grootste vergadertafel van Rotterdam.

Wie is hier al eens geweest? vraagt de docent van ProDemos. Alle kinderen die bij afdeling Burgerzaken een paspoort hebben opgehaald steken hun hand op. We luisteren geduldig naar elk van hen. De kinderen die met hun ouders mee zijn geweest voor een uitkering houden daarover wijselijk hun mond.

Volgende vraag. Wat denken jullie dat hier gebeurt? Vertwijfeling. De klas bungelt. Een aantal vingers die allemaal een slecht antwoord geven. Iets met besluiten nemen. Meningen geven. Maar het is allemaal goed, of bijna goed want de lat ligt laag, zoals altijd. We wachten tot de les begint. Maar die begint niet. Een kostbaar kwartier verstrijkt.

En dan spelen we een spel waarbij we Rotterdam mogen volzetten met ziekenhuizen, scholen, of voetbalvelden, of woontorens. Een aantal kinderen vraagt nog wijselijk: wie gaat ervoor betalen, maar die vraag blijft onbeantwoord in de lucht hangen. Geld is er oneindig, er hoeft niet gekozen te worden. Politiek moet wel leuk blijven.

Het was zo’n dramatisch gemiste kans voor open doel, dat ik naar buiten wilde rennen om daar ter plekke op de Coolsingel naar Frans voorbeeld een Nederlands protest af te trappen. Voor goed onderwijs. In deze statige vergaderzaal, die is gevuld met de ernst van de macht, laten we een klas kinderen die van toeten noch blazen weten door elkaar tetteren.

En dit is een patroon. Ik zag bij de Erasmus Universiteit een filosoof met diepe kennis, die niet in staat was om die over te dragen aan een collegezaal vol kinderen omdat in Nederland altijd de dwingende neiging heerst om eerst de leek aan het woord te laten. Liefst een kind.

Niet dat die iets interessants zeggen. Het is een veelvoorkomend misverstand dat kinderen een soort pure verheven wezens zijn, die allerlei wijsheden debiteren, in plaats van dat ze met precies dezelfde zelfoverschatting dezelfde denkfouten maken als de rest van ongeïnformeerd Nederland. Maar toch laten we ze steeds eerst aan het woord. Want hiërarchie is een doodzonde. Interactie is heilig. En iedereen moet altijd iets kunnen zeggen.

Je ziet het terug in de tientallen onderwijslespakketten van organisaties die menen dat ze iets moeten met onderwijs. Van ZuivelNL tot het Oogfonds en van de slagers tot de uitvaartsector, ze hebben allemaal een lespakket gemaakt. En een heleboel daarvan zijn serieus noch ambitieus. Er is altijd iets met een filmpje, een quiz, een spelletje, Het moet vooral lollig blijven, niet schools. Kennis is saai. Altijd een obligaat werkblad, want de kinderen moeten lekker zelf aan de slag. Er is altijd en eeuwig de noodzaak om groepjes te vormen, waardoor het niveau structureel afdaalt tot de zwakste schakel. Want iedereen moet meedoen.

En vrijwel altijd wordt de gastdocent geïnstrueerd om vooral de kans te laten liggen op een goede eerste indruk, maar te beginnen met de vraag wat de leerlingen zelf al weten. „Wie heeft er al een bankrekening?” vragen de bankiers. „Wat weten de leerlingen al over afvalverwerking?”, vraagt de afvalbranche. „Schrijf alles op waar je bij het woord ‘molen’ aan denkt”. Letterlijk. Zie daar de complete debilisering van een generatie door ze vooral eindeloos naar elkaar te laten luisteren.

Maar zelfs bij gewichtige onderwerpen, de seksuele voorlichting tijdens de Week van de Lentekriebels van Rutgers en de GGD, waarbij er toch echt dringend behoefte is aan een volwassene met gezag die gewoon de feiten vertelt, moeten leerlingen vooral met elkaar het gesprek aangaan over wat ze al weten over menstruatie, seks en puberteit. Quelle horreur.

Het onderwijs zelf stapte grotendeels weer over op gewoon directe instructie. Lesgeven zeg maar. Maar in de rest van Nederland woekert het onderzoekende leren door, op de kaalgeslagen postmoderne vlakte van onze samenleving, waarin iedereen en niemand meer gelijk heeft en kennisoverdracht een doodzonde is.

En echt, er zijn allerlei bedreigingen voor het onderwijs, maar deze diepe overtuiging is misschien wel de belangrijkste. Ik smeek iedereen die een keer voor een klas staat: til die kinderen op. Vertel ze wat je weet. Hun breinen zijn er klaar voor. In vredesnaam: pak de kans en laat ze iets ingewikkelds zien, iets spannends, iets ernstigs. Weersta de neiging om lollig te doen, af te dalen naar hun niveau, maar houd ze iets boven het hoofd. Daar groeien ze van.
 
Dit was een column van Rosanne Herzberger, in NRC 8-10-2026. Herzberger, ja die voor NSC in de Tweede Kamer zat. Hoe kwam ze er in vredesnaam toe...? Een denkfout van een ongeïnformeerd mens? Of een beetje verliefd op Pieter Omtzigt...?

donderdag 8 oktober 2026

Memospel met vogels

Zo'n memospel is een probaat middel om vogels te leren herkennen. Uitgeverij Kosmos kwam onlangs met een gloednieuwe editie, Vogels rond het huis, net als in het in 2021 verschenen Vogels van de Lage Landen voorzien van de vakkundige illustraties door Erwin van der Kolk, een haartje beter dan die van Christine Berrie, die soortgelijke plaatjes leverde voor een memospel van de (Nederlandse) Vogelbescherming.
 
Hoe beoordeel je een spel? Door het te spelen. Met zijn tweeën, allebei redelijk thuis in vogels, hadden we het in een kwartiertje gespeeld. Met kinderen, bijna gepatenteerd beter in onthouden dan (oude) volwassenen, doe je er vast niet veel langer over. het is dus een ideaal spelletje voor tussendoor, niet voor een hele avond of middag. Je kunt er vogels mee leren herkennen maar ook leren lezen, al is het wat dat betreft jammer dat de namen op de kaarten in hoofdletters staan afgedrukt. Kniesoor...
 
De 25 soorten voor dit spel zijn goed gekozen, inderdaad vogels die je rond huis, tuin en park kan tegenkomen, geen papegaaiduikers e.d., hoewel sommige soorten, zoals koolmees, kauw en huismus, wellicht sneller te ontdekken zijn dan appelvink, keep en gekraagde roodstaart. De soorten staan keurig opgesomd in het handleidinkje. 
Het is duidelijk dat de opdracht was om niet meer dan die 25 soorten te doen. Er kan dus getwist worden of niet beter was geweest om veel voorkomende soorten als ekster, stadsduif en houtduif op te nemen in plaats van bijvoorbeeld die appelvink, keep of sijs. Kniesoor... maar toch.
 
Mooi spel, dus, en nog leerzaam ook, speelbaar voor één tot vier personen van 4 jaar tot heel oud.
 
Het verscheen een ruim jaar na het gidsje Tuinvogels, 121 soorten eenvoudig herkennen, eveneens verschenen bij Kosmos. Die titel is echter misleidend, want die 121 beschreven soorten die 'eenvoudig te herkennen' zouden zijn is het merendeel helemaal geen 'tuinvogel' en lang niet altijd eenvoudig te herkennen. Nimmer landde een kleine plevier of stormmeeuw in mijn tuin, laat staan een kraanvogel of kwartel. Verder is hier en daar aan de keuze van soorten te merken dat dit een oorspronkelijk Duitse gids is. Zo ontbreken bijvoorbeeld holenduif en brandgans, terwijl de bonte kraai in Nederland en Vlaanderen echt een zeldzame gast is en de grijskopspecht nog zeldzamer.
 
 
Memospel vogels rond het huis. Illustraties Erwin van der Kolk. Kosmos, 2026. ISBN 978 90 439 4622 3. 25 kaarten in doosje, met  boekje.  
 

maandag 5 oktober 2026

Bokkeprop

Kijk eens, omdat het Kinderboekenweek is, in de Volkskrant 3-10-2026 zomaar een zeer genietbaar gedicht bedoeld voor kinderen, in de beste traditie van Buddinghs Blauwbilgorgel en Carrolls Wauwelwok.
 
Stork de Hombaar

Daar heb je Stork de Hombaar
Met zijn karmeloten kop
Twee schuivers aan zijn poten
En een pens vol bokkeprop

Daar heb je Stork de Hombaar
Dus berg je maar het zwart
’t Is Daverdag dus haast je wat
Want Stork snakt naar kinderhart

Daar is Storkie met zijn lokdoos
En met zijn plurk vol lijm
Zodra hij jou hoort adembeven
Zal ie drietraps bij je zijn

Dan viest hij jou met bagge nagels
Uit het kolfje van je slaap
En klokt je zonder kindervragen
In de zakhuig van zijn raap

Daar zit jij in het darmenduister
Van Stork de Hombaars barre lurven
Je zal hard om bijstand smuilen
Maar geen aardvader zal durven

Stork de Hombaar klopt zijn basthaar
En keleboert een dikke lucht
En zo, mijn lieve, lieve kleine,
Blaas jij je allerlaatste zucht.

Slotsom:

Komt Stork de Hombaar op het plat
Spoor dan maar je hazenpad
En koers vliegend heterdaad
Naar een ander dageraad

En mocht je vragen: ‘Is dit echt echt?’
Peer Wittenbols zélf heeft het gezegd!


Het is dan ook van Peer Wittenbols. In het origineel stond zowel digitaal als in de krant vrazen i.p.v. vragen, maar dat zal een slordigheid zijn.
Het kan zó op muziek gezet worden! Kijk, Jeroen Dera, dit is ook poëzie.
 

zondag 4 oktober 2026

'Wat me daar heeft geholpen, is het lezen van kinderboeken'

Een citaat uit een interview met Lucas Rijneveld in de Volkskrant 03-10-2026. Dat interview gaat uiteraard over zijn nieuwe dichtbundel Als zee uit hond, maar ook over zijn leven. Hij (nu hij, ooit zij en over de invloed van hormonen gaat het ook) trok zich een tijd terug uit 'het literaire leven', en deed intussen van alles, van hulp bij een fietsenmaker tot tuinman.
 
‘Ik ben in één tuin begonnen en toen ging het via via. Eerst in Utrecht en daarna in Bilthoven en Soest. Mensen waren zo blij met me, ik kreeg koffie en een gevulde koek. Ze leken blijer dan als ik met een nieuw boek kom.’ 
 
Verder ging hij op reis, woonde een tijdje in Frankrijk, trok daarna naar Berlijn. 
 
'Dat was moeilijker, want daar was ik alleen in een grote stad en moest ik het zelf uitzoeken. Dat viel tegen, maar ik heb er veel van geleerd, ook om beter op mijzelf te leren vertrouwen.
Wat me daar heeft geholpen, is het lezen van kinderboeken. In het appartement lag De griezels van Roald Dahl. Toen ik dat herlas, werd ik zo blij. Daarna ben ik alles van Joke van Leeuwen, Astrid Lindgren en Tonke Dragt gaan lezen, en daarna ook vertaalde kinderboeken, zoals Jefferson van de Franse schrijver Jean-Claude Mourlevat. Over een egel die naar de kapper gaat en de kapper op de grond vindt met een mes in zijn borst. Daarna wordt hij door iedereen verdacht en gaat hij daarom zelf uitzoeken wie de dader is. Ik moest vaak hardop lachen, vooral om de boeken van Van Leeuwen, die zijn zo grappig en spitsvondig. Dat was heerlijk.
Want daarvoor las ik eigenlijk alleen nog maar om mijn eigen werk beter te maken, of als iemand een quote nodig had.
Zodra de roman waarmee ik nu bezig ben af is, wil ik zelf een kinderboek gaan schrijven, en dan het liefst een reeks. Dat vind ik het leukst om te lezen.’

(Foto Valentina Vos.)
 
We kunnen dus nog iets moois verwachten, als het goed gaat!

vrijdag 2 oktober 2026

Wanhopige sandwich

Volgens Tamar van Gelder, hoofdredacteur Lezen, komt er alleen een 'bloeiende leescultuur op school' als er een 'leercultuur' is, jawel, met de r van leren maar dat kán een akelig tikfoutje zijn, 'waarin lezen door de hele organisatie heen leeft; niet als project van een enkele bevlogen leraar, maar als gedeelde verantwoordelijkheid'.
Zij 'noemt dat graag het sandwichmodel'. 
En somt op:
- de 'lezende leraar, die zelf leest en dat voorleeft in de klas' 
- de onderwijsassistent 'die interactief voorleest en zo'
- de leescoördinator, die 'verbindt tussen leerkrachten' en 'tussen school en bibliotheek'
- de schoolleider, die zelf leest en 'leesbevordering zichtbaar prioriteert'
- de schoolbestuurder, die 'leesonderwijs op de bestuurstafel houdt en er middelen voor vrijmaakt'
- 'en liefst ook een bibliothecaris, die de school met de wereld van boeken, verhalen en de openbare bibliotheek verbindt'.
 
'Alleen dan wordt het geen halfbakken tussendoortje, maar een echt goed belegde, stevige sandwich.' 
 
Toe maar. 
Zou het nog wat worden, met die leesbevordering op school? 
 
Het komt uit het redactioneel van Lezen 2026-3 en in dat nummer staat ook iets opwekkender kost dan die stevige sandwich (van bruin brood natuurlijk). Zo wijst Mirjam Noorduijn erop dat er in Zweden een actie gaande is 'fran skärm till pärrn', 'vrij vertaald van scherm naar boek', die overigens nog geen meetbare resultaten heeft voortgebracht maar wel refereert aan de wijdverbreide opvatting dat de verkleefdheid aan schermpjes funest zou zijn voor leesvaardigheid. En een leuk interviewtje met Harmen van Straaten, die het Prentenboek van de Kinderboekenweek maakte: Herrie in de tent.
En zo meer.
 
 
Lezen is het kwartaalblad van de (Nederlandse) Stichting Lezen. Het is gratis, maar een vrijwillige bijdrage is gewenst, want de productie slokt een flink deel van het budget op.

maandag 28 september 2026

Poëzie: schaal op je tenen

Een taallesje:
 
In gewone taal is het heel normaal om te zeggen dat je een schaal op tafel zet. In die volgorde: ik zet een schaal op tafel.
In gebarentaal is dat krom. In die taal draai je de volgorde om. Eérst gebaar je de tafel, dán zet de schaal erop. Want gebaar je eerst de schaal, dan is die snel verdwenen. Dan valt hij op je tenen.
 
Rian Visser zag er poëzie in:
 
In gewone taal
is het heel normaal
om te zeggen dat je een schaal
op tafel zet.
In die volgorde:
Ik zet een schaal op tafel.

In gebarentaal is dat krom.
In die taal draai je de volgorde om.
Eérst gebaar je de tafel,
dán zet de schaal erop.

Want gebaar je eerst de schaal,
dan is die snel verdwenen.
Dan valt hij op je tenen.

Bron: Poëziekalender 2026, 26-27 september.
 
Er zit warempel rijm in: krom / om, verdwenen / tenen. Wordt het daardoor poëzie? 
'Hm, zei Tom Poes.'  

zaterdag 26 september 2026

Kinderen lezen niet vanzelf

Kijk, een interview met Els Pelgrom in het magazine van de Volkskrant 26-9-2026, door redacteur Laura de Jong. Aanleiding: het verschijnen van haar dagboeken in de Privé-domeinreeks van De Arbeiderspers, deel De Spaanse jaren, en van een biografie over Els Pelgrom door Sanne van Heijst, kortweg Else getiteld.
 
Meest opmerkelijke citaat is haar antwoord op de vraag wat ze 'van de ontlezing vindt'.
 
'Het is iets van altijd. Onderwijzers willen dat ze niets te doen hebben, dat kinderen vanzelf lezen. Maar dat kan niet. Als de ouders en leraren niet voorlezen, gaan de kinderen niet lezen.' 
 
Waarschijnlijk doet ze de huidige lichting 'onderwijzers' daarmee ietwat te kort. Maar in essentie is het waar. Goed voorbeeld doet volgen...
 
Laatste vraag:
Weten de mensen hier, in het seniorencomplex, dat u Els Pelgrom de kinderboekenschrijver bent?
 
Lachend: 'Nee, bij het naambordje bij de bel staat E. Koch. Ze hebben geen idee.' 
 
Dat zou na dit interview wellicht kunnen veranderen. 
 

 (Foto: Boekwijzer.)

donderdag 24 september 2026

Oorlog

Lapidaire titel van een beeldverhaal waarin oorlog het allesoverheersende decor is. Het verhaal gaat over een meisje dat haar vader wil redden. Vader is gevangen genomen door de soldaten die de stad hebben ingenomen, vermoedelijk wegens zijn vriendschap met een journalist.
Het verhaal begint eigenlijk al op de voorkant van het boek. Kat (Katrina) staat op de loop van een kapotte tank, tekstwolkje bij haar zegt: 'Ik zal je vinden, pap.'

 
Linksonder een inzetje: 'Een stad onder vuur. Een familie verscheurd.' Een gezin verscheurd zou beter vertaald zijn geweest. Vader gevangen, moeder en zusje geëvacueerd, de veertienjarige Kat keert de evacuatiebussen op het laatste moment de rug toe om haar vader te zoeken. Andere familieleden spelen geen rol van betekenis. De oorspronkelijke uitgave is in het Engels, de vertaling door 'Textcase', een vertaalbureau in Deventer. 
 
De stad heeft geen naam, de soldaten komen uit een niet nader genoemd land om 'de buren te bevrijden', de omgeving ziet er wel Europees uit (grappig detail is een aan de Londense skyline ontleend eivormig gebouw, ook wel de Augurk genoemd), en 's winters valt er sneeuw. Mensen hebben laptops, mobieltjes, en Kats hobby is graffiti spuiten. De tanks en geweren zien er ook hedendaags uit. Achterin wordt, eveneens in stripvorm, een jongen genaamd Arsenii aan het woord gelaten die vertelt over zijn vlucht uit Oekraïne. Het is duidelijk dat de Russische 'speciale militaire operatie' de belangrijkste inspiratiebron was.



Hoe ging dat ook alweer, een beeldverhaal lezen? Beetje wennen. Het beeld is dominant. Laat de tekstinzetjes en -wolkjes weg en je zou het verhaal met wat moeite en invullen kunnen volgen. Laat het beeld weg - dan wordt het lastiger. De ogen springen van plaatje naar plaatje - soms na eerst de hele pagina of de dubbele pagina even in ogenschouw te hebben genomen. Het lezen van de tekstjes vertraagt: tekst lezen gaat hier langzamer dan beeldlezen. 
Je moet ook de vorm en kleur van de wolkjes en inzetjes in de gaten blijven houden. Kats gedachten staan in groene blokjes, mensen spreken in witte wolkjes, hoofdpersoon nummer twee, soldaat Adam, denkt in lichtbruine blokjes met een rafelig randje, alsof hij bijna permanent een brief schrijft, wat hij in het begin inderdaad doet. Wel belangrijk! In hoofdstuk 4 bijvoorbeeld is ineens Adam in beeld en aan het woord, dat gaat tamelijk abrupt want dat het voorgaande hoofdstuk uit is zie je alleen aan het vignetje van een kattenkop - Kats tag.



Soms vertelt het beeld iets heel anders dan de tekst. Mooi voorbeeld biedt de strook bovenaan pag. 14-15. die oprukkende tanks toont terwijl in de blokjes een gesprek gaande is van de dammende zusjes - Kat probeert haar jongere zusje gerust te stellen. De kijklezer weet intussen wel beter.

 
 
Een goed verhaal brengt je in vervoering door goed gekozen woorden. Dat is in Oorlog niet zo, daarvoor zijn de wolkjes en inzetjes te simpel, hoewel juist die eenvoud soms wel werkt - een zekere macabere onderkoeldheid.
De plaatjes zouden het moeten doen, maar er wordt vaak ver uitgezoomd en gewisseld, in een rustige, documentaire stijl waarin hooguit de gezichten (ogen) lichte manga-trekjes hebben. Ook tamelijk onderkoeld. Let wel op de kleuren... oorlog is een duistere zaak.
Blijft de ruggengraat van het verhaal over, de plot, wat er allemaal gebeurt, hoe mensen reageren. Geen frisgewassen heldendom, geen oorlogsretoriek. Het schuilen voor de bommen, de honger, de uitval van stroom, het plunderen van verlaten huizen - allemaal narigheid en dan wordt er in dit verhaal nog niet eens verkracht en gemoord, al is Kats enige toeverlaat wel ineens dood. 
En daar tussendoor onze Kat, die zo'n zes maanden in de stad ronddoolt op zoek naar haar vader en bijna het loodje legt.
Geen pretje, zo'n oorlog. Dat komt wel over. Kunnen we dezer dagen goed gebruiken.
 
Of Kat slaagt in haar missie? Lees zelf.
 
 
Colfer, Eoin, Andrew Donkin. OORLOG. Geïllustreerd door Giovanni Rigano. Belettering Chris Dickey. Vertaling Textcase. De Fontein, 2026. ISBN 978 90 261 8056 9, 136 p. Oorspr.: WAR. Hodder & Staughton, 2026.   

maandag 21 september 2026

Dolfje wordt oud

 ... maar dat is niet te merken. Dolfje is namelijk in verhaal nummer 30, De geheime weerwolf, even oud als in deel 1, dertig jaar geleden.
'Met De geheime weerwolf bewijst Paul van Loon opnieuw waarom Dolfje al drie decennia lang generaties kinderen weet te boeien: een spannend avontuur vol humor, mysterie, vriendschap en een vleugje magie.' Aldus juicht de uitgeverij in haar persbericht. 
Het is waar, er zijn heel wat wolfjes over de toonbank gegaan en diverse afleveringen vielen in de smaak bij kinderjury's. En dan kon de auteur weer opdraven met zijn kenmerkende zonnebril en uitdossing in zwart. Idem dito bij de Griezelbus-reeks, die inmiddels 35 jaar oud is. In 2011 verscheen een film, er waren theaterproducties, er is een tijdschrift, kortom, Dolfje is geen koe maar wordt wel uitgemolken.
 
Tijd voor een feestje? Dat kennelijk niet, of niet openbaar, wel een logo (zie onder) en dus dat dertigste verhaal, De geheime weerwolf, dat natuurlijk net een iets ander plot heeft als al die andere Dolfje-verhalen (deze keer een weerwolfrol voor de jaloerse Valentijn) maar toch ongeveer op hetzelfde neerkomt, dezelfde personages kent en goed afloopt. Dunne karaktertjes, niet te moeilijk, vooral niet te moeilijk. Voor de jonge liefhebbers vast net zo verslavend als drop.
Op naar boekje nummer 40. Zet 'm op, Paul! Je bent pas 71 jaar, je kunt het nog.
 
 
Loon, Paul van. De geheime weerwolf. Met illustraties van Hugo van Look. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 9047 6, 140 p.   

donderdag 17 september 2026

Oma en opa

Het gelukkige lot wil dat uw blogschrijver op 1 september jl. grootvader is geworden. Dank je, dank je. De nieuwe wereldburger maakt het goed, vader en moeder ook.
Prompt passeerden boekjes voor en over oma's en opa's de redactietafel, aangeleverd door gulle gevers. Het onontkoombare opa en oma pluis van Dick Bruna (1950!), bedoeld om voor te lezen aan peuters, en het bij de vrolijke kleine uitgeverij Snor in 2019 (herziene uitgave) verschenen handboek voor opa's en oma's van Gerard Janssen, ook een titel zonder hoofdletter.


 
Is er nog meer voor of over opa's en oma's? Vast wel. Zoeken in jeugdliteratuur.nl op 'opa's en oma's' leverde 32 resultaten op, zowel voor als over.
Nog maar vier jaar geleden verscheen bijvoorbeeld 365 dingen om te doen met je kleinkind, doeboek voor opa's en oma's van Annemarie Bon. Dat gaat dan om kleinkinderen van vier en ouder. Ik heb nog even respijt. Maar Zo gaat de molen, liedjes van toen voor opa's en oma's van nu van Babette Harms (2009, nog steeds verkrijgbaar), daarmee kan niet vroeg genoeg begonnen worden - mits de melodie bekend is. En even onontkoombaar is natuurlijk Het enige echte voorleesboek voor opa's en oma's van het productieve stel Marianne Busser en Ron Schröder. (Marjan Busser is helaas vorig jaar overleden.)
Verder verscheen zojuist bij Lemniscaat Gruffaloma van Julia Donaldson & Axel Scheffler.
 
‘Kind,’ zei de Gruffalo. ‘Dit wordt genieten.
Jouw Gruffaloma komt op visite.’
‘Wat spannend, papa, vertel me gauw.
Lijkt ze op mij? Lijkt ze op jou?’
 
Grappig dat het perspectief dat van de jonge Gruffelo is: hoe zal oma er uitzien?
 
De verhaaltjes in de beschrijvingen wekken geen verrassing of nieuwsgierigheid op. Het doet allemaal heel voorspelbaar aan. Nodigt niet uit tot een nadere kennismaking, laat staan bespreking in dit blog. De oude rijmpjes en versjes winnen met gemak, al dan niet gezongen.
De doe-boekjes bevatten wellicht praktische tips, hoewel dat van Gerard Janssen nogal wat overbodige rimram bevat.
De twee eerstvermelde boekjes staan vooral in de illustraties bol van de clichés. Ja, ook dat van Dick Bruna, hoewel het knap blijft hoe hij met enkele penseelstreekjes en kleurstelling het idee 'oud mens' weet op te roepen. Hieronder links een opa uit handboek voor opa's en oma's (illustrator onvermeld). Daarnaast de welbekende opa pluis van Dick Bruna. (Knutselt, en oma breit...)

Grappig is dat de zoekterm 'grootouders' heel andere resultaten opleverde. 731 hits, waaronder zo te zien veel meer fictie. Zoals van Roald Dahl De heksen en Sjakie en de chocoladefabriek. Of het grappige Sofie en de olifanten van Edward van de Vendel en Floor de Goede, of Kleine Beer gaat op bezoek van Else Holmelund Minarik, of Toen oma weg was van Ted van Lieshout (1993!). Maar ook een boekje als De leukste oma van de wereld van Marjan Berk. 
 
Zingen, het kwam hierboven al even voorbij.
Je hoeft 'liedjes voor baby's' maar in een zoekmachine in te tikken of de websites met tips vliegen je om de oren. Maar ja, zo'n scherm erbij... Uit je hoofd leren dus! 
Boekjes zijn er gelukkig ook. Het babyliedjesboek van Marjolein Heine is niet meer verkrijgbaar, hoewel de (onbeveiligde) website nog te vinden is. Daar buiten loopt een schaap (2012) en andere liedjesboeken van van Mies van Hout zijn wel verkrijgbaar, net als Zing mee met opa en oma (2015) van Harmen van Straaten, de man die sneller illustreert dan zijn schaduw, en met cd waarop Karin Bloemen te horen is. 
Er is vast nog meer, maar deze grootvader kan gelukkig voort.