Zoeken in deze blog

dinsdag 19 mei 2026

Moeder Aarde

Marco Kunst heeft het goed voor met mensen. En zijn manier om dat te uiten is schrijven:
 
Ik schrijf omdat ik dol ben op verhalen: ze geven kleur, spanning en betekenis aan de wereld. Ze laten je zien hoe anderen zijn en hoe die anderen dealen met de wereld. Ik schrijf ook omdat taal iets geweldigs is, én omdat het (meestal) leuk is om te schrijven. 
 
Aldus zijn website. Hij schrijft dus omdat hij graag 'kleur, spanning en betekenis' aan de wereld wil geven. En, interpreteer ik, omdat hij anderen wil tonen hoe anderen zijn en 'dealen met de wereld'. Een ernstig motief, met goede bedoelingen.
Gelukkig ontbreekt het hem niet aan verbeeldingskracht, dat is mooi meegenomen. Zijn verhalen gaan alle kanten op, met soms sterke intriges. Heel vaak gaat het om levensvragen of de verwerking van een ingrijpende gebeurtenis, zie bijvoorbeeld de bespreking in dit blog van Patroon (2022) of De macht van Algas (2024).

 
De Bron, recent verschenen, is ook zo'n soort verhaal. De jonge verteller Nour mag met haar ouders mee naar Oost-Turkije. Terwijl haar ouders gaten in de grond laten boren op zoek naar delfstoffen wordt zij door de herdersjongen Omar meegenomen op een reis door onderaardse gangen, op zoek naar een middel om de doodzieke Gaia, zijn moeder, te genezen. Door die gangen stroomt water dat Nour naar andere tijden en plaatsen brengt als ze het drinkt. Ze worden ook nog gevolgd door Loki, die van vernietiging houdt, 'een sluwe bedrieger, een oplichter'. Niemand minder dan de god uit de Noorse mythologie. Maar misschien ook de chauffeur Lokman, van het mijnbouwbedrijf. Loki, die zegt: 'Mensen moeten in alle vrijheid kunnen doen wat ze maar willen. Geen grenzen, geen suffe regels om het zwakke te beschermen... Dat vertraagt de boel alleen maar. Het sterkste wint, zo gaat dat... en de menselijke techniek is duizend keer sterker dan de natuur.'
Ja, zo zet hij de lezer wel aan het denken. 

 
Zijn sommige uitstapjes in dit verhaal een soort dromen, hallucinaties, de mythologie dringt ook de intrige binnen, vooral met moeder Gaia, die op de laatste pagina Nour vertelt dat er 'meer krachten in deze wereld te zijn dan alleen ik. Zo is het nu eenmaal. Ook dat moet je niet vergeten, lieverd.' Meer krachten, waaronder Loki. 'Een machtige god, die hou je niet zomaar tegen.'
Vreest niet, onze verteller (of haar auteur) besloot het verhaal in harmonie te laten eindigen. 
 
Dan laat ze me los. 'Nu is het echt tijd om te gaan. Hup hup hup! Ga! Ik moet de geiten in veiligheid  brengen, voordat de boel hier omlaagkomt. De groeten aan je ouders. Ik hoop voor ze dat ze vinden wat ze nodig hebben,'
'Dank je wel,' zeg ik. 'Misschien heb ik al gevonden wat ik nodig had.' 

 
Zo'n verhaal is een manier om lezers te laten kennismaken met oude mythen en sagen. Een spannende intrige zet ze aan tot doorlezen en intussen maken ze kennis met Prometheus, Charon, Pandora, Grootmoeder Spin, Gilgamesj, het paradijs, Theseus en de minotaurus en meer, zelfs een lied uit de droomtijd.

 
Om er zeker van te zijn dat lezers niet verdwalen in die mythes voegde Marco Kunst ruim vijftig pagina's toe waarin hij uitleg geeft over 'mythen: verhalen over goden, monsters, helden en meer'. Een 'rommelige verzameling verhalen over hele families goden en helden, geesten, vreemde wezens en magische krachten.' Een 'soort schatkist'. Heel interessant. zoals hij die presenteert, compleet met ideeën over hoe die verhalen zijn ontstaan.
Dat is een gok, natuurlijk. Niemand weet hoe die oude verhalen zijn ontstaan. Maar waarschijnlijk toch niet doordat ouders niets beters wisten te vinden als antwoord op aanhoudende vragen van hun kinderen. De dialoog op p. 225-226 is wel erg hedendaags.
 
'Mama, waar kwamen de eerste mensen vandaan?'
'Gewoon, uit het bos, of zo.' 
 
En zo verder, als een standaard-dialoogje uit een doorsnee kinderboek.


 
Taal is 'iets geweldigs', jazeker. 
Maar door het verhaal quasi-realistisch te laten vertellen door de jonge Nour, liet Marco Kunst geweldige kansen schieten, kansen die veel vertellers van deze verhalen uit een andere werkelijkheid wel grepen om ervoor te zorgen dat ze voldoende indruk maakten om overgeleverd te worden. Van heel vroeger (pakweg de Edda) tot bijvoorbeeld de sobere, doeltreffende stijl die Eelke de Jong hanteerde in zijn Alle sprookjes van de Lage Landen (1985, alleen nog tweedehands te koop), of de lossere maar even doeltreffende stijl die The Tjong Khing hanteert in zijn sprookjesbundels.
Om te beginnen is het vreemd dat het hele verhaal in onvoltooid tegenwoordige tijd wordt verteld, alsof er een soort radioverslag wordt geleverd. Juist in een verhaal waarin hier en daar met tijd en fantasie wordt gespeeld is dat raar. Kansen te over voor een iets afstandelijker, anonieme verteller, die ook van stijl had kunnen wisselen bij diverse episodes en behendig had kunnen spelen met taal en stijl waar 'realistische' en 'mythische' werkelijkheid elkaar raken.
Helaas.
 
Twee citaten.
 
Toen ik vanochtend wakker werd, wist ik dat ik weer naar die kloof moest gaan. Soms moet je dingen doen die je eigenlijk niet wil doen. Nu bijvoorbeeld, want ik word gek als ik twee maanden in die camper blijf zitten. Bovendien werd ik vanochtend wakker met die stem weer in mijn hoofd. Helderder dan ooit. Het is een vrouwenstem, droevig en vermoeid. Ook bedacht ik (nu pas!)  dat het erg vreemd was dat die Cansu tegen me zei dat het goed was dat ik er eindelijk was. En dat ze vroeg of ik snel terug wilde komen.
Vannacht trouwens ook over die Omar gedroomd. Hij keek dwars door me heen met die donkere ogen van hem.
 
Als dat niet bijna een dagboek is... Even verder. 
 
Er is een vuurplaats waarin nog wat kooltjes smeulen. Ruikt lekker. Bij de bergwand is een omheininkje van ruwe boomstammetjes. Er liggen stro en keutels, maar de geiten zijn er niet. Verderop liggen rieten manden en er staan een paar aardewerken potten. Dan draait mijn maag zich om: aan een lange stok die rechtop staat, hangen twee dode konijnen. Hun oogjes kijken me glazig aan, en hun bekjes met de witte snijtanden staan wijd open. Eronder, op de kale rots, donker, gestold bloed en twee bebloede pijlen.
Nu pas zie ik dat die hond, Ylva, naast de ingang ligt te slapen op een bed van gedroogde varenbladeren. Ze opent lui een oog, kwispelt als ze me ziet en slaapt verder. 
 
Tja. Als razende reporter moet je de luisteraar natuurlijk wel beschrijven hoe het er uitziet. Goed dat ze ons er nog even aan herinnert hoe die hond ook alweer heette.
Het gaat zo door. Alsof je geen boek leest maar met je oor aan de radio zit. Of voor een beeldscherm. Geen tijd voor pauzes. En dat geldt evengoed als het gaat om de avonturen van Theseus en de minotaurus, waar nota bene onze reporter ook nog een rolletje in speelt, of wanneer ze ene Prometheus ontmoet die met een eeuwig gapende wond aan een rots geklonken hangt.
 
Een stijl als een eenheidsworst, doorsnee alom. 
 
Extra jammer omdat Djenné Fila ruim vijftien schitterende illustraties mocht maken, deels dubbelpagina, die helemaal passen bij de mythische kant van het verhaal en helemaal niet bij dat meisje dat zich verveelt in de camper bij haar ouders en op onderzoek gaat en zo dat als het ware onderaardse deel van het verhaal in loopt.
 
Deze mix van alledaags 'realistisch' verhaal en mythes is kortom niet echt geslaagd. Jammer van de gemiste kansen. Marco Kunst kan vast beter, als hij de conventies van het moderne kinderverhaal durft los te laten. 
 
 
Kunst, Marco. De bron. Met illustraties van Djenné Fila. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 4771680 8, 275 p.   
 
 

zaterdag 16 mei 2026

Tel uit je voordeel en hijg na

Dezer dagen kwam een bericht binnen van 'Progressief Nederland via ActionNetwork.org'.
Opgetogen werd kond gedaan van een mogelijk voordeeltje voor wie van treinen houdt: onze regering zou ons beloofd hebben dat we deze zomer drie maanden lang voor € 49,- per maand onbeperkt met trein en bus zouden kunnen reizen. Dat was een idee van een politieke partij die in de meeste krantenberichten nog GroenLinks-PvdA heet maar in de nabije toekomst Progressief Nederland gaat heten. De website is er al, een beetje vroeg want de websites van GroenLinks en PvdA zijn er ook nog steeds.
 
De inhoud: prima hoor, al was het vergelijkbare kaartje in Duitsland in 2022 veel goedkoper, namelijk 9 euro. (Inmiddels 58, en sneltreinen uitgesloten.) Er zijn vreemdere bestemmingen van gemeenschappelijke middelen denkbaar, straaljagers bijvoorbeeld.
 
Natuurlijk probeert een politieke partij leden en aanhang te winnen. Het ziet ernaar uit dat er bij Progressief Nederland bedacht is dat dit het beste kan met heel kortademige teksten, die verdacht veel lijken op de teksten waarmee we dagelijks bestookt worden om ons over te halen spullen en diensten te kopen.
 
Citaat uit het bericht:

Deze zomer reis jij buiten de spits onbeperkt met de trein voor 49 euro per maand. Fijn nieuws en eigenlijk ook heel logisch. Want wat is er nodig bij stijgende benzineprijzen en dreigende brandstoftekorten? Een schoon en betaalbaar alternatief natuurlijk: de trein moet goedkoop!

Dat heeft Progressief Nederland nu, samen met jou, voor elkaar gekregen. Ons voorstel voor een Nederland-ticket krijgt de steun van het minderheidskabinet. Het gaat nog dit jaar in!  

Wij hadden het liever nog goedkoper gezien. Er is veel meer nodig om het leven weer betaalbaar te maken. Maar toch is dit een goede stap. Mensen zitten klem door de hoge prijzen en dit helpt ze nu vooruit.

Zo strijdt Progressief Nederland elke dag voor een betaalbaar leven en een gezonde toekomst.

Tja. Let op die laatste zin. Stem op ons, want wij maken het leven goedkoper. Tel uit je voordeel. Heeft dat nog iets te maken met politieke idealen, ideeën over hoe de samenleving in elkaar zou moeten zitten?
En hoezo samen met mij? Ben me van niets bewust. 
 
Voor de idealen moeten we naar de website, waar die zijn samengebald tot enkele handige termen en slagzinnen. Die laten we hier even voor wat ze zijn, inclusief de op zich wel interessante retorische trucs ('voor ons allemaal', 'laten we niet over aan anderen', 'welkom thuis'), maar let vooral op de enorme kortademigheid van de tekst:
 
Verandering komt altijd van onderop

Van mensen die willen bijdragen. Mensen in de zorg en het onderwijs, ondernemers en vrijwilligers, mantelzorgers, zzp’ers. Allemaal mensen zoals jij en ik. Daarom bundelen we de krachten. Progressief Nederland zet zich in voor een eerlijke samenleving. Voor vooruitgang. Niet voor enkelen of alleen de allerrijksten, maar voor ons allemaal.

Nieuw. En toch ken je ons. Als de PvdA en GroenLinks. Nu zijn we één. We strijden voor wat écht van waarde is. De betaalbaarheid van het leven. Een groene toekomst. Kansen voor iedereen. Want onze toekomst, die laten we niet over aan anderen. Die is aan ons. Dus sta op. En doe mee.

Welkom thuis bij Progressief Nederland.

 
De langste zin telt twaalf woorden, de meeste zinnen zijn niet langer dan gemiddeld vijf woorden.
Nou ja, eerlijk is eerlijk, álle politieke partijen hanteren deze hijgerige stijl, zelfs de SGP en ironisch genoeg FVD nog het minst, wellicht doordat ze net als PVV vooral tégen zijn. Marketing is een 'wetenschap' die tot in de kieren van politieke partijen is doorgedrongen. Beloften en meningen in korte, hapklare brokjes. De kiezer is klant geworden.
 
Je zou bijna blij worden als je een tekst ontdekt die duidelijk niet door de molen van de marketeers is gehaald. Zoals deze, bij de SGP:

Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid. Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.
 
Kijk, zo kennen we ze weer. 

woensdag 29 april 2026

Leeghoofden

Een prentenboek als politieke satire, het had de recensietafel niet eerder bereikt, maar daar is het dan.
 
En wat er verder gebeurde? Ik zou het niet weten.
Iedereen is die prinses en haar naam allang weer vergeten.
 
Maar terwijl niemand ter wereld prinses Snottebelle nog kent,
spelen de Leeghoofden tegenwoordig
nog overal voor president.
 
 

Einde verhaal. 
Nou ja, ze spelen het niet, ze zíjn het en zo leeg zijn die hoofden niet, ze zitten vol honger naar macht en rijkdom en strategieën om die honger te stillen.
 
Het verhaal reikt niet diep. Een erg op zichzelf gestelde prinses wordt betoverd door een passerende 'soort lieve heks'. Ze gaat er uitzien zoals ze heet.
Uiteindelijk vindt ze toch een echtgenoot, ene Graaf Leeghoofd.


De kolderieke illustraties moeten het doen. Ja, die zijn best geinig.
Als politieke satire voldoet het echter niet. Nogmaals, de machthebbers die hier op de hak worden genomen zijn geen leeghoofden, was het maar waar, zo gezellig is het niet in maffioze kringen. Helaas, juist door die laatste pagina's voldoet het ook niet echt als voorleesverhaaltje voor het slapen gaan. Dit is geen en-ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig-verhaaltje. Op de vraag van die 'soort lieve heks' komt geen antwoord en met deze tekst eindig je toch geen verhaal?


Niks 'verrassend sprookje en hilarisch actueel' (flaptekst). Meer nachtkaars: begint grappig, eindigt in het  vage en met niet doeltreffende satire. Jammer, had zoveel scherper en leuker kunnen zijn.
 

Kling, Marc-Uwe. Prinses Snottebelle. Met tekeningen van Astrid Henn. Vertaald door Jaap Robben. Volt, 2026. ISBN 978 90214 8322 1, 28 p.   

maandag 27 april 2026

Nog eens: alles wat je weet is fout

Wat klopt er niet aan de kop 'Alles wat je weet over vogels is fout'?
Dat hij niet te bewijzen is. Dat de bewering extreem onwaarschijnlijk is. En hij is heel erg ontmoedigend. Een goede leraar begint geen enkele les met deze rare uitspraak.
Hoe weet je alles wat je weet? Hoe weet je alles wat een ander weet? Wie zou er niet uiterst somber worden van het idee dat echt álles wat je denkt te weten niet klopt. En als je denkt te weten dat niets klopt, klopt dat dus ook niet. De zogenoemde Kretenzische paradox, ofwel die van Epimenides. Alle Nederlanders liegen, zegt de Nederlander. Wat is dan waar? Dat je het nooit bij het rechte eind hebt, is ook nog eens heel onwaarschijnlijk.
 
Tot zover grotendeels een herhaling van de eerste alinea's van de bespreking van Alles wat je weet over het menselijk lichaam is FOUT in 2025.
 
Er belandde dus nóg zo'n boek op de redactietafel: Alles wat je weet over vogels is FOUT. Dat laatste woord dan nog in een dubbellijns kader. 
Deze keer is het echt van Dr. Nick Crumpton. De kleurige illustraties zijn van Gavin Scott en daar is niets mis mee, al zijn ze ook niet heel bijzonder. Met de geboden wetenswaardigheden is ook niets mis en de introductie is ook wel grappig, al doet het gebruik van hoofdletters (overal in dit boek) denken aan de berichten van een geschifte president.
 
Als je naar buiten gaat, is het eerste dier dat je tegenkomt waarschijnlijk een VOGEL. Overal kruipen insecten rond, in een boom in de buurt ligt vast een pluizig zoogdier te slapen en als je aan zee bent, bevindt zich daar een complete vissenwereld. Maar ook al is er overal leven om je heen, je ziet vrijwel zeker als eerste een vogel: zittend op een tak, huppend over de rand van een tuinhek of hoog in de lucht boven je hoofd. Vliegende vogels met veren: ze zijn er overal!
 
Jaja, vliegende vogels met veren... En we rekenen onze medemensen, die we natuurlijk het allereerst tegenkomen, even niet tot de dieren. Geen groot stilist, deze schrijver. Jammer. Je kan denken dat zo'n non-fictie-boek geen poëzie, geen woordkunstwerk is, maar het is wel een boek dat zou moeten verleiden tot lezen over vogels, dat is af te leiden uit de wat joviale stijl.
De gimmick om dan iets te presenteren op deze manier...
 
Vergeet dus die valse meeuwen, de eenden die je broodpakken en de vieze duiven. Dit boek laat je zien dat vogels briljant en adembenemend zijn, en dat alles wat je over vogels denkt te weten ... FOUT is!
 
... is didactisch gezien de slechtst denkbare manier om iets te vertellen, waar dan ook over.
 
Volgen dertig uitspraken die '' zijn, waarna wordt verteld wat dan wel. Had het bij dat laatste gehouden en die dertig uitspraken vervangen door wel kloppende en even pakkende uitspraken. Hoeft helemaal niet saai te zijn. Sommige uitspraken zijn trouwens oordelen, zoals 'Kuikens zijn schattig'. Daarvan kun je niet zeggen dat die fout is, want dat is een kwestie van smaak. 

 
Net als een hoofdstuktitel als 'Vogelzang is prachtig'. Natuurlijk zijn we niet zo uniek in onze smaak als we denken en er zijn weinig mensen die een koekoeksjong schattig vinden, maar er zijn genoeg mensen die kuikens sowieso niet 'schattig' vinden en zich ook aan vogelzang weinig gelegen laten liggen. Het zijn geen feiten, dat is het.
Ook uitspraken als 'Alle vogels zijn geweldige huisdieren' en 'Vliegen is makkelijk' zijn tamelijk onbenullig, want wie zou dat ooit hebben beweerd, en dat 'Alle vogels eten zaden' niet waar is weet iedereen en vooral potentiële lezertjes die wel eens zwaluwen hebben bekeken.
 
Nou ja, enfin, zoals gemeld zijn de weetjes verder wel zinnig, zij het erg hapsnap en over vogels uit alle werelddelen. In praktisch opzicht heb je er niets aan. Er zitten een register en een woordenlijst in. 
En de uitspraak 'Nu weten we alles' ', ja, het is wel te waarderen dat daaronder staat: 'Nou... echt niet!'.
 
Maar er zijn betere vogelboeken, ook voor kinderen, zie ook hier.
Er zijn meer van die 'Alles wat je weet'...-boeken verschenen, namelijk over 'kriebelbeestjes', 'dinosaurussen' en 'haaien'. Er mag gevreesd worden dat bovengenoemde bezwaren ook deze boeken gelden. Niet meer aanvragen...
 
 
Crumpton, Dr. Nick, en Gavin Scott. Alles wat je weet over vogels is FOUT! Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1690 7, 64 p. Oorspr.: Everything You Know About Birds is Wrong, 2026.    

zaterdag 25 april 2026

De saal is geen onderwerp, meneer

Per toeval kwam een gedicht langs van een oude bekende: Hans Vlek.
Het gedicht heet 'Geranium' en het kwam op 24 april langs middels de reeks poëzie die je per e-mail van 'Laurens Jz Coster' kan krijgen. (Zie hier.)
 
Prompt kwam een oude herinnering naar boven. Eindhoven, eerste klas Eindhovens Protestants Lyceum, vak Nederlands, 1960, naam docent vergeten. Maar niet de scène. 
Wat is het onderwerp in de zin 'De zaal loopt vol'? De docent trachtte uit te leggen dat hier 'de zaal' onderwerp is, maar kreeg krachtig tegenspel van een wat ouder ogende leerling, de baard net in de keel en voorzien van een zeer nasaal Amsterdams accent, die tegenwierp dat 'de saal' beslist geen onderwerp kon zijn want, meneer, 'de saal doet niks, die kan toch geen onderwerp sijn?' De docent kreeg het niet goed uitgelegd en koos de voor slechte docenten gebruikelijke uitweg: hij stuurde de eigenwijze leerling de klas uit.
Naam leerling: Hans Vlek. In de tweede klas ontbrak hij.

dinsdag 14 april 2026

Tik, tik, tik

Op p. 102 last Elle ineens een fraaie kanttekening in:
 
De tijd is een wonder. Niemand begrijpt het echt. We kunnen de tel kwijtraken. We zoeken dan ons hele leven. We kunnen op onze tellen passen. Dat doe ik. Maar meestal hoef je nergens aan te denken. De tijd tikt gewoon door.
Tik, tik, tik.
 
De essentie van het verhaal. 


Welk verhaal?
 
Wij lijken een gewoon gezin. Een vader met een baan. Een moeder met een baan.
Een oudere zus Lila. Een jongere zus, Elle, ik dus.
Samen met mijn knuffel, waar ik volgens Lila te oud voor ben. We wonen met z'n allen in een gewoon huis.
 
Maar ik ken geen enkel gezin waar de vader tijdwaker is. En de moeder eigenlijk ook een soort van tijdwaker is. Mijn vader zorgt dat de tijd zich keurig gedraagt.
En mijn moeder zorgt dat iedereen meer tijd krijgt. Meer tijd van leven.
Zij als dokter en hij als waker.
Mijn moeder ligt weleens wakker van haar belangrijke werk, maar mijn vader kan niet gaan slapen, omdat hij waker is. Nooit.
Nou ja, nooit meer slapen... dat kan natuurlijk niet.
 
Eenmaal per dag, op een moment naar keuze, kan hij de veel te grote tijdwakersbril voor vijftig tellen afzetten Hij zet een wekker die aftelt en sluit zijn ogen voor die vijftig seconden. Dan kan hij rusten of slapen. Tik, tik, tik.
 
Alleen raakt vader toch vermoeid. Elle biedt hulp en na veel verwikkelingen slaagt ze erin een nieuwe tijdwaker te vinden.

 
Dat is het verhaal wel heel erg kort door de bocht. Er is veel meer aan de hand. Dat ontdekt Elle als ze die grote tijdwakersbril op zet, want dan 'gaat de tijd leven'. Zo komt ze erachter dat haar vader en moeder niet haar echte vader en moeder zijn. Waarom ze zo hard groeit en zich zo graag verstopt. Ze kan zelfs een beetje in de toekomst kijken en ziet haar eigen toekomstige geliefde. En ze ziet zowel haar echte vader en moeder en de vader en moeder door wie ze is geadopteerd toen haar echte vader en moeder werden opgehaald door de Reuzenophaaldienst.


Ze wisten het. Als tijdwaker kun je nu eenmaal een beetje in de toekomst zien. Daarom leerden ze Elle zich verstoppen. Als het moment daar is, doet ze dat maar ze wordt toch ontdekt - alleen neemt de jonge reuzenophaler haar niet mee. 

 
'Er is niemand', meldde hij zijn kompanen. 
Het is de enige illustratie in kleur.
Haar nieuwe vader wordt voorlopig tijdwaker, al is de bril veel te groot voor hem. 
 
Wie uiteindelijk tijdwaker wordt, laat zich raden. 
Er is nog meer - maar dat ga ik hier niet weggeven. Tik, tik, tik...

 
Wat ik bijna zeker weet, is dat je alleen iets kan veranderen als het de bedoeling is dat het anders gaat. Je kunt heus wel altijd denken dat je iets doet en dat het gevolgen heeft. Reusachtige gevolgen.
Ik vind dat grappig, als reus.
 
Maar niet iedereen moet om hetzelfde lachen. 
 
Die bedoeling, daar hebben we het nog wel eens over. 
Vijftig seconden van Mireille Geus, met mooie prenten van Floris Tilanus, is een prachtig verteld verhaal over tijd. Of reizen door de tijd. Of over angst, of over het lot, of Elle, hoe dan ook een rijk verhaal voor wie, tja, de tijd neemt om het met aandacht te lezen.
Dat Elle het zelf vertelt, is in zo'n dromerige omgeving met rekbare tijd en afmetingen helemaal goed, hier paste geen afstandelijke verteller. 
 
 
Geus, Mireille. Vijftig seconden. Met illustraties van Floris Tilanus. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1676 1, 172 p.   

zondag 12 april 2026

39e uitreiking Woutertje Pieterse Prijs

... en de eerste voor Taalstaat-presentator Ronald Giphart, opvolger van Frits Spits. Plaats: Kinderboekenmuseum/Literatuurmuseum, nu nog in Den Haag, vastgeklonken aan de Koninklijke Bibliotheek. De uitreiking is al enkele jaren een item van het programma De Taalstaat, live radio op zaterdag, NPO1, dit jaar op zaterdag 11 april. Met de genomineerden op de eerste rij, op het podium een vleugel en een tafel voorzien van microfoons, waarachter de presentator en deze keer twee junior-presentatoren. Aan de zijkant een zestal radiomedewerkers en in de zaal aanhang en andere genodigden, die niet in de laatste plaats gewillig als klapvee dienst doen.

 
Het dient opnieuw vastgesteld: een gouden vondst om de uitreiking van deze ambitieuze bekroning, die de winnaar bovendien € 15.000,- oplevert, in te bedden in dit radioprogramma. Niet héél Nederland zal op zaterdagmorgen aan de radio gekluisterd zitten, maar een enorm bereik heb je toch wel en het is geen programma om je als bestuur voor te schamen.
 
Het is evenmin een slechte vondst om wat BN-ers in bestuur en jury te hebben, al is het de vraag of de voorzitter van de Eerste Kamer (en van het bestuur van de Stichting WPP) tot de BN-ers mag worden gerekend. De jongste junior-presentator wist wel de voorzitter van de jury te plaatsen - 'van "Wie is de mol?"' (De persoon in kwestie, Gijs van de Westelaken, leek even wat gebelgd dat-ie niet meteen als journalist werd herkend.)
 
Het is bijzonder dat de jury niet uitsluitend bestaat uit doorgewinterde lezers van jeugdliteratuur. De 155 ingestuurde boeken die deze keer werden beoordeeld, kwamen zo o.a. onder ogen van genoemde tv-producent en schrijver van tv-drama, maar ook van een grafisch vormgever, Eric Huysen. Het zal de beraadslagingen verlevendigd hebben.


De winnaars dit jaar: Bart Moeyaert en Mark Janssen, met Atman
 
Alle bijzonderheden over jury, genomineerde titels enzovoort zijn te vinden op de uitstekend bijgehouden website van de prijs.
 

 

zaterdag 11 april 2026

Een dutje

Kun je zeggen dat een boek gezellig is? 
Eigenlijk niet, maar wel als je bedoelt dat het samenlezen, voorlezen, van zo'n boek gezelligheid tussen mensen kan opleveren.
'Doe nou toch eens gezellig!' Nee, dat levert geen gezelligheid op, net zomin als een kleedje op tafel van zichzelf gezellig is, of een lampje, of een glas bier.
 
Maar denk je dat je knus met kind of kleinkind op kleuterleeftijd op schoot toe bent aan een gezellige voorleessessie, dan is Beer doet een dutje beslist een aanbevelenswaardig boek. 
Het verhaal doet een beetje denken aan die kleine mol die wou weten wie er op zijn hoofd gepoept had:


(Voor wie dit boek niet kent: Vom kleinen Maulwurf, der wissen wollte, wer ihm auf den Kopf gemacht hat1989, in 1990 in vertaling verschenen en daarna nog minimaal 40 keer herdrukt en nog steeds te koop.)

 
Beer wil een dutje doen, maar wordt wakker van allerlei dierengeluiden. Een voor een vraagt hij ze stil te zijn, maar als het eindelijk zo ver is, mist hij er een: tjiep tjiep tjiep tjiep, precies het eerste geluid dat hem wekte.
 
Toen Beer in zijn bedje bijna sliep
hoorde hij iemand die keihard riep
Beer ging zitten en keek rond.
Hij zag een muisje op de grond.
'Zit jij zo te tjiepen, jongeman?
Is het jouw schuld dat ik niet slapen kan?' 
 
'O nee,' zei de muis, 'ik zeg geen "tjiep '.
Als ik iets zeg, dan hoor je...' 

 
Dit stapelrijm is in al zijn eenvoud goed genoeg (let ook op bedje en iemand), maar het zijn vooral de prachtige illustraties van een en dezelfde Emily Gravett, van wie al eerder werk in het Nederlands verscheen, die 't 'm doen. Het is trouwens een stapelrijm in tekst en beeld!


We vergeven het Lemniscaat dat de mus tjiep roept en niet tjielp, en we vergeven het Emily Gravett dat de tjilpende mus ongeveer de kleuren van een kanarie heeft en dat een pad geen kwaak zegt. (Misschien stond er frog in het origineel, dan treft vertaler Steven Blaas een beetje blaam, omdat pad beter rijmt op lelieblad en nat.)
Benieuwd wie het eerst in de gaten krijgt dat het kanariemusje al die tijd op het hoofd van Beer zit, voorlezer of voorgelezene.

 
Humor... Als Beer eindelijk slaapt, maakt hij zelf een vreselijk lawaai (RONK RONK RONK). 


Speciaal zijn ook het colofon, de gebruikelijke tekst is gevat in z z z Z z boven het vignet van slapende Beer, en de blauwe tekeningen op de schutbladen.
En als het even meezit, gaat de bofkont die dit voorgelezen krijgt zelf lekker slapen.
 
 
Gavett, Emily. Beer doet een dutje. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1822 2, 32 p. Oorspr.: Bear's Nap, 2025.   

vrijdag 10 april 2026

Op pad met de boswachter

Peter Wohlleben is geen BN-er, maar wel een Bekende Duitser, ofwel een Promi, wat de Duitse term is voor een van radio tv enzovoort bekende persoon. Naast tientallen boeken maakt hij films en podcasts en hij werd vooral bekend door zijn boek Das geheime Leben der Bäume (2015), dat veel werd vertaald, waaronder in het Nederlands als Het verborgen leven van bomen (2016), ondertitel Wat ze voelen, hoe ze communiceren - ontdekkingen uit een onbekende wereld. Het idee: bomen zijn voortdurend met elkaar 'in gesprek' door hun fijnvertakte wortelnetwerken. En daaruit vloeien inzichten voort over bosbeheer, beschreven in genoemde boeken, films en podcasts.
Over wat er onder de grond allemaal leeft en woelt valt veel te vertellen, het relatief prille onderzoek daarnaar valt enigszins buiten het bereik van dit blog, maar niet de wijze waarop erover wordt geschreven.
 
Tot nu toe verscheen er in het Nederlands weinig voor kinderen van deze Promi, maar met Ga je mee naar buiten? Op ontdekkingsreis door tuin en stad produceerde Ploegsma een onvervalst kinderboek, in die zin dat het toegankelijk is voor lezers van 9+ en op bijna iedere pagina zo'n beestje met Disney-oogjes voorkomt waarvan men kennelijk (in navolging van genoemd filmbedrijf) vermoedt dat het kinderen aanspreekt.

of of

Zoiets dus. 
Schade, zou je haast op zijn Duits zeggen, want iedereen weet hoe een kat of een wasbeer eruit ziet en wat die laatste betreft staat er op p. 22-23 een wat realistischer afbeelding, van een jonge wasbeer.

 
Wat doen wasberen in dit boek? Nou, in tuin en stad zijn ze nog erg zeldzaam, maar in de Europese bossen komen ze voor sinds ze in de jaren '30 voor de jacht werden uitgezet.
En dit boek neemt ons mee op een speurtocht naar natuur in tuin en stad maar met die stad ook de natuur om de stad heen. En net als vossen verschijnen wasberen wel eens aan de rafelranden van steden en dorpen, op zoek naar voedsel. Althans, in Duitsland, en dit is de enige plek waar merkbaar werd dat dit een oorspronkelijk Duits boek is.
 
Dat en veel meer staat in dit zeer toegankelijk en levendig geschreven boek, soepel vertaald door Martine Letterie. Het biedt een excursie in delen, met veel tips om zelf aan de gang te gaan. Zie de inhoudsopgave:


 
Die tips gaan soms wat ver. Zie bijvoorbeeld p. 102-103. Daar stelt de verteller aan de jonge lezer voor om in plaats van een schutting een heg aan te planten. Uitstekend idee, maar hoe je je ouders ervan overtuigt om maar even naar een kwekerij te gaan en daar het een en ander aan struiken uit toe zoeken, dat staat er niet in. En niet eens de meest gangbare struiken, zoals coniferen, maar struiken met 'vruchten die mensen en dieren lekker vinden', zoals aalbes, framboos, kornoelje, krent, duindoorn en 'hazelnootstruiken'. Beste ouders, dat wordt wel even de portemonnee trekken...
En het kweken van slijmzwammen (p. 92-95) is ook niet mis. Daar wordt trouwens ook een tip gegeven die ook elders in het boek voorkomt, namelijk iets 'quick motion' filmen. Dat is toch echt een duistere term. Uit de context valt te halen wat wordt bedoeld: of een reeks foto's of een film vanuit een vast standpunt die later tot een (sneller) filmpje wordt bewerkt. Zo kan je de groei van een kiemplantje of van een slijmzwam, processen die uren of dagen duren, in een filmpje zichtbaar maken. Niet eenvoudig!
 
Niettemin is Ga je mee naar buiten? een van de betere boeken voor kinderen die iets hebben met planten en beesten. 
 
  
Wohlleben, Peter. Ga je mee naar buiten? Op ontdekkingsreis door tuin en stad. Vertaald door Martine Letterie. Illustraties Stefanie Reich. Ploegsma, 2026. Oorspr.: Kommst du mit nach draussen?, 2021.   

woensdag 8 april 2026

Op jacht

Het online tijdschrift Phlizz bevat in de editie april 2026 een interessant vertoog, gedateerd op 1 april, door Franke Koksma over het vertalen van The Hunting of the Snark, die droom in ritme en rijm die op 1 april 1876 gepubliceerd werd door Lewis Carroll. 
Phlizz is een uitgave van het Lewis Carroll Genootschap. De harde kern van dit gezelschap beijverde zich jarenlang om een vertaling van dit wonderlijke gedicht, An Agony, in Eight Fits, en zou die vertaling bijna publiceren in 1977 toen er dat jaar ineens twee andere vertalingen verschenen, bijna tegelijkertijd: van Erdwin Spits, De Jacht op de Trek, en van Evert Geradts, De Jacht op de Strok.
Niet alleen daardoor kwam het vertaalproject op een lange baan, ook overleed veel later, in 2024, een van de gangmakers, Casper Schuckink Kool. Die hield zich nog steeds bezig met de jacht, schreef zelfs in 2022 nog een vertaalwedstrijd uit, zie hier. Of we dit konden vertalen:
 
I said it in Hebrew - I said it in Dutch - 
 I said it in German and Greek;
But I wholly forgot (and it vexes me much)
 That English is what you speak!
 
Inzendingen naar Casper Schuckink Kool. Helaas, dat kan dus niet meer.
In 2007 verscheen bij Polak & van Gennep nog een vertaling door Jan Kuijper, De jacht op de slaai.
 
Precies 150 jaar na verschijnen is er in Phlizz april 2026 weer aandacht voor de jacht. Franke Koksma vergelijkt onder meer enkele vertalingen van andere fits - en biedt ook een vertaling van dat laatste vers, want hij hoorde tot de mensen die aan Caspers oproep gehoor gaven. En er komt weer een nieuwe vertaling aan: Robbert-Jan Henkes, De klopjacht op de sneer. Naar verwachting komt dat boek uit in juli, bij Van Oorschot. We zien er naar uit.
 
Intussen bevat Phlizz natuurlijk meer dan deze bijdrage over de jacht op de beste vertaling, maar die springt er wel uit. 
Plus, voor wie na 6 juni 2026 naar New York reist, de tip om vooral de tentoonstelling 'Another Wonderland' te gaan zien, in het Museum of the City of New York.
 
The exhibition celebrates the rescue and decades-long restoration of Alice Of Wonderland Visiting New York, a major New Deal–era mural cycle created for the children’s ward at Gouverneur Hospital between 1938 and 1940.  Commissioned through the Works Progress Administration’s Federal Art Project, the sixteen-panel series reimagined Lewis Carroll’s beloved characters exploring 1930s New York City—from the subway and Brooklyn Bridge to Coney Island and Central Park—bringing color, fantasy, and joy to a space dedicated to healing. 
 
De maker van dat moois: Abram Charpanier. Het museum is te vinden op Fifth Avenue, zie de website.