Zoeken in deze blog

dinsdag 8 september 2026

Leesonvaardigheid

De berichten rond 8 september logen er niet om. De Nationale Onderwijsgids, op zijn of haar beurt weer citerend uit NOS-nieuws:
 
Alarmerende cijfers uit het nieuwste PISA-onderzoek. De leesvaardigheid onder Nederlandse jongeren keldert verder. Inmiddels kan bijna 40 procent van de 15-jarigen onvoldoende lezen om fatsoenlijk mee te komen in de klas. De impact hiervan reikt verder dan de schoolbanken. Deze generatie dreigt laaggeletterd van school te komen, waardoor volwaardig meedraaien in de samenleving een enorme uitdaging wordt. Dat meldt de NOS. 
 
Tja. Nog even verder citeren:
 
De daling van de leesvaardigheid onder jongeren is al jaren aan de gang. Waar Nederlandse 15-jarigen in 2003 nog boven het Europees gemiddelde scoorden, glijden de prestaties sindsdien hard achteruit. Uit het PISA-onderzoek van 2018 bleek al dat een kwart van deze groep onvoldoende kon lezen. In 2023 groeide dit aandeel naar bijna een derde van de jongeren. Zij scoorden onder niveau 2, het absolute minimum om volwaardig mee te kunnen draaien in de maatschappij. Inmiddels is de situatie nog alarmerender. Maar liefst 39 procent kampt met een taalachterstand.

Schoolniveau

De leesvaardigheid van 15-jarigen hangt sterk samen met hun schoolniveau en de achtergrond van hun ouders. Zo presteren vwo-leerlingen op dit vlak beter dan hun leeftijdsgenoten op het vmbo. Daarnaast hebben jongeren met hoogopgeleide ouders gemiddeld een hogere leesvaardigheid.
 
Ook in Duitsland en Vlaanderen treurt men om tegenvallende resultaten.
 
Hieronder een grafiekje van het Nederlands ministerie voor onderwijs:



 
Deze grafiek 'toont de prestaties van Nederland en een selectie andere landen in het domein Leesvaardigheid sinds 2003. Daaronder de gemiddelde prestaties en de verdeling van de Nederlandse leerlingen'. (Zie hier.) Die dalende lijn wordt in het recente rapport voortgezet.
 
Nog even verder citeren uit de (Nederlandse) Nationale Onderwijsgids:

De Leescoalitie noemt de resultaten zorgwekkend en eist dat de overheid stevig inzet op een brede leescultuur, ook buiten de schoolbanken. De organisatie pleit naast investeringen in het onderwijs en bibliotheken voor een positieve aanpak die lezen in de hele samenleving stimuleert.

Staatssecretaris Judith Tielen eist betere leerprestaties bij het volgende PISA-onderzoek. De aanhoudende internationale daling van de leesvaardigheid moet stoppen. Volgens Tielen is goed kunnen lezen onmisbaar in het dagelijks leven. Van het begrijpen van een bijsluiter tot het herkennen van nepnieuws.
 
Dat laatste is wel bizar. Een staatssecretaris die 'betere resultaten eist' (ook in diverse dagbladen). Tekenend voor politiek van grote woorden en kleine stappen? Misschien zij ze in werkelijkheid iets anders.
Op de website van de Leescoalitie was d.d. 8-9 nog niets te vinden.
 
Er is ook aandacht voor oorzaken. Zo laat NRC de Nijmeegse hoogleraar Maarten Wolbers aan het woord. Hij vindt dat er teveel naar het onderwijs wordt gekeken en te weinig naar thuis.
Maar
 
Iedereen die met een verklaring komt, redeneert vanuit zijn eigen vakgebied, zegt Wolbers. Het zou goed zijn om al die perspectieven in samenhang te onderzoeken. „Het blijft gissen welke verklaring nou meer gewicht in de schaal legt en welke minder.” 
 
Zo is het maar net. Heel goed die relativering, zeker gezien het volgend citaat:
 
De afgelopen jaren gaf Wolbers zelf een voorzet. Hij berekende dat ongeveer 10 procent van de daling in leesvaardigheid te verklaren is door een toename van het aandeel leerlingen, met name migrantenkinderen, dat thuis geen Nederlands spreekt. Zij scoren gemiddeld genomen minder goed op lezen dan kinderen voor wie Nederlands wel de ‘thuistaal’ is. Het aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs dat thuis Nederlands spreekt, daalde van 96 procent in 2003 naar 87 procent in 2022. „Nogal wiedes dat een gemiddeld toetsresultaat in de loop van de tijd ook daalt”, zegt Wolbers. Op het vmbo is dit effect nog sterker te zien, omdat de groep die thuis geen Nederlands spreekt daar het hardst is gegroeid. 
 
Dat kan best een soort verklaring zijn, maar die verwijst toch weer naar het onderwijs. Hoe komt het dat de scholen niet in staat blijken die leerlingen fatsoenlijk onderwijs te bieden? Te weinig middelen? Te laag opgeleide en ook nog overwerkte docenten met een te laag salaris en dito status? Ouderwetse systemen?
NRC kwam 8-9 ook met een artikel waarin enkele Ierse scholen werden geportretteerd. Natuurlijk, want Ierland (niet te vinden in de grafiek hierboven!) doet het relatief gunstig. Opmerkelijk aan het Ierse onderwijssysteem is onder meer uitstel van keuze voor vervolgonderwijs, in Nederland is die keuze inmiddels uitgegroeid tot de onverbiddelijke en rampzalige waterscheiding tussen vmbo/mavo en havo/vwo.
 
Afijn, er zal nog wel wat volgen aan reacties en verklaringen. 

vrijdag 4 september 2026

Poortwachters van de leestijd

Een pleidooi voor schoolbrede leesmomenten in het voortgezet onderwijs: een vast tijdstip waarop gelezen wordt, pakweg een half tot een heel uur, in alle klassen of andere schoolruimtes. Het werkt, volgens Jeroen Dera, hoofddocent aan de Radboud Universiteit, mits schoolbreed gedragen, dus niet gezien als een eigenaardige liefhebberij van de docent Nederlands. 
De kern van dit pleidooi is te vinden in het hoofdstuk 'Leeskwartier voor leesplezier' in deel 4, 'Uit de spagaat', van De spagaat van Jeroen Dera
'Leeskwartier voor leesplezier', maar 'liefst langer dan vijftien minuten, want vijftien minuten worden in de praktijk al snel vijf minuten'. 
 
Dit is dan het eerste en belangrijkste voorstel om 'uit de spagaat' te komen. Die spagaat blijkt te staan voor drie spagaten: 
- 'beleefde en geobserveerde leeswerelden', 
- 'online lezers tussen autonomie en algoritme' en 
- 'lezen als het nu eenmaal moet', een spagaat tussen 'als het moet' en 'als ik wil'.
 
'Ze' lezen niet en haten het vak Nederlands, vooral het literatuuronderwijs.
 
Dat is het beeld dat men heeft van schoolgaande adolescenten, een beeld dat ijverig in stand wordt gehouden doordat men het van elkaar overneemt en het doet het ook zo goed tijdens borrelgesprekken. Ook de 'poortwachters van de leestijd', de docenten literatuuronderwijs, doen hieraan mee.
Uit onderzoek onder de adolescenten zelf blijkt dat ze van elkaar denken dat ze niet van lezen houden en zo mede dat beeld in stand houden. Lezen is niet chill of cool, zoiets.
Maar het klopt niet helemaal. Minstens een derde van de adolescenten leest regelmatig een boek, en nog eens een derde staat er niet zo vijandig tegenover maar zegt 'geen tijd' te hebben. 
 
Het corps boeken dat ze lezen valt echter niet geheel samen met het corps titels dat door die poortwachters aanvaard wordt als besprekenswaardig, wat heet, als 'literatuur'. De ene canon is de andere niet.
Niet geheel is iets anders als geheel niet. Op #BookTok (#BoekTok) aangeprezen titels vallen niet altijd in de smaak van docenten - maar er zijn docenten die veel goed vinden zolang hun leerlingen er iets verstandigs over kunnen zeggen - liefst niet ontleend aan AI. 
'De Lijst' blijkt een monster dat mythische proporties heeft aangenomen - ook in die zin dat het een mythe blijkt dat docenten zo strikt zijn omtrent lijsten. Wel blijkt dat docenten gemiddeld andere titels lezen of voorstellen als hun pupillen. Toch handig, die vele onderzoeken, zowel enquêtes als gesprekken, die Jeroen Dera en collega's uitvoerden. De spagaat staat er vol mee. Daar hebben we wetenschap voor: niet voorschrijven maar uitzoeken hoe het zit. Waarbij toegepaste wetenschap kan leiden tot handige tips, zie boven.
 
En natuurlijk is er die magische categorie literatuur. Die wordt zo weinig en zo vaag omschreven dat in de praktijk geldt: literatuur is wat de docent als zodanig aanduidt. Soms wordt er iets gemompeld over gelaagdheid of diepte. Dera (p. 37):
 
Wat we literatuur noemen, vraagt, kortom, om aftasten en onderhandelen, en dat moet uiteindelijk gebeuren van beide kanten.
 
Lik-me-vestje. Nogmaals, dit is een (lelijk verwoorde) beschrijving van bestaande praktijk, niet een voorschrift.
Zoals taal een dialect is met status (men zegt ook wel: met een leger en een vlag), is literatuur fictie met status. Interessanter dan bij taal is wel de vraag hoe een als literatuur beschouwde tekst aan die status is gekomen. Maar hier is uw recensent even bezig, Dera gaat niet zo ver maar toont wel de 'spagaat' tussen gevestigde opvattingen en de gemiddelde smaak van lezende adolescenten.
 
Die spagaat was er al een tijdje als het om poëzie gaat. Jeroen Dera stipt dat aan onder 'Uit de spagaat?' in 'Breuken en wonden en blaren: over Instagram en TikTok in het poëzieonderwijs'. Hij speelt het klaar om tien pagina's lang opvattingen in kaart te brengen over, inderdaad, 'Instagram en TikTok in het poëzieonderwijs', maar het niet te hebben over die enorme swingende olifant in de kamer, namelijk muziek of preciezer: tekst op muziek.
 
Even een uitstapje naar Kila van der Starre, die in 2021 promoveerde met het proefschrift Poëzie buiten het boek, de circulatie en het gebruik van poëzie, hier gratis te downloaden. Ze werd door John Jansen van Galen geïnterviewd voor Argus 27-8-2026. Kila heeft het in dat interview vooral over poëzie te vinden in 'de openbare ruimte (monumenten, gevels, putdeksels en andere straatpoëzie), sociale media (Instagramgedichten), kranten (overlijdensadvertenties), gebruiksvoorwerpen (de bekende mokken en  badhanddoeken van Plint), de radio (denk aan Candlelight van wijlen Jan van Veen, en aan Ellen Deckwitz) en: het menselijk lichaam' (tattoos) en merkt ook op:
 
In Midden- en Zuid-Amerika is er een samenwerking en kruisbestuiving tussen schrijvers, dichters en muzikanten en worden gedichten vaak op muziek gezet.
 
Niet alleen daar, Kila. Bob Dylan ontving in 2016 nota bene de Nobelprijs voor zijn teksten. Annie M.G. Schmidt schreef poëzie die vaak op muziek is gezet. Al vanouds is het verband tussen poëzie en muziek innig. 
Er zijn stoffige docenten die denken dat poëzie alleen bestaat uit in boekjes gepubliceerde teksten met veel wit om en tussen de regels. Helaas lijkt Dera daar een beetje bij te horen, al wijst hij er op dat je zulke teksten ook op Instagram en elders op het internet kan vinden. Haal de muziek erbij, Jeroen, en die spagaat wordt al minder.
 
Goed, een omissie dus. Maar verder is het een interessant boek, dat bijna verplicht op de leeslijst voor docenten literatuuronderwijs zou moeten staan. 
 

Dera, Jeroen. De spagaat, jonge lezers in tijden van ontlezing. Querido Facto, 2026. ISBN 978 90 2532 089 8, 224 p.    

donderdag 27 augustus 2026

Kinderboekambassadeur

In Lezen 2026-2 een interview door Annemarie Terhell met Astrid Sy, de nieuwe kinderboekenambassadeur benoemd door Stichting Lezen, en Jason Reynolds, toevallig op bezoek in Nederland voor een literaire tour en van 2020 tot 2022 (Amerikaans) National Ambassador for Young People's Literature. Prijs voor de charmantste paradox gaat naar Sy, voor haar antwoord op een vraag over 'moeilijke onderwerpen'.
 
Ik denk dat kinderen overal tegen kunnen. Ze zijn prima in staat te verwoorden wat ze ergens van vinden, maar ook om uit een boek te halen wat ze nodig hebben. Ik heb groot respect voor kinderen en neem ze serieus. Ik houd wel rekening met hun leeftijd natuurlijk. Als je voor jonge kinderen schrijft over de Holocaust, heb je het niet over de gaskamers.
 
Pardon? Kinderen konden toch 'overal tegen'? Flauw misschien, maar zég dat dan niet met zoveel nadruk. Kinderen kunnen in het algemeen heel wat hebben, inderdaad ook afhankelijk van hun leeftijd, maar niet altijd alles. Geldt trouwens ook voor volwassenen.
Hoe harder en vaker je gaat roepen dat je kinderen 'serieus neemt', hoe meer wantrouwen dat wekt. 
Ook Jason vindt 'het serieus nemen van jonge lezers heel belangrijk'. Dear Jason, we verwachten niet anders.
Jammer dat de interviewer niet dieper inging op Jasons commentaar op de lastige positie van een 'onpartijdige' Ambassador for Young People's Literature:
 
Het ambt was ook ingewikkeld. De positie van Youth Amassador is onpartijdig, je kunt niet politiek worden. Tegelijk leven we in zulke politieke tijden, ons hele leven is politiek! Als we boeken gaan verbannen, is het logisch dat je je daar als schrijver tegen verzet. Maar je bent aangesteld door de regering, dus ben je altijd onpartijdig en apolitiek. Dat was echt heel lastig.
 
Hopelijk krijgt Astrid Sy niet soortgelijke dilemma's voor haar kiezen.
 
In hetzelfde nummer onder meer interviews met auteur en bewerker Tiny Fisscher, die zelfs Alice in Wonderland aandurfde (zie ook hier), en met Anne Heinsbroek, oprichter van de succesvolle Voorleesexpres.
 
 

Lezen is het kwartaalblad van Stichting Lezen. Het is gratis - maar dat kost de stichting veel geld, dus vragen ze een 'vrijwillige bijdrage' van € 15,- per jaar. 

woensdag 26 augustus 2026

Wat gebeurt er met me?

Tussen de vele niksige boekjes in het fonds van Usborne kwamen ineens twee boekjes langs die best te waarderen waren. Twee voorlichtingsboekjes: Wat gebeurt er met me? voor meisjes en Wat gebeurt er met me? voor jongens. Niet duurder dan 15 euro, stevig gebonden, lijken klein maar tellen nog altijd 64 p., en voor zover te beoordelen ordentelijk vertaald door Els Peeters.
 
  
 
 
Wat aan bod moet komen komt aan bod en er wordt niet omheen geschreven. Dat geldt ook voor de info over het verschil tussen geslacht en gender en dat je ook op iemand van je eigen geslacht dan wel gender kan vallen, om maar eens een hedendaags heet item te noemen. En dat twee van de honderd mensen wordt geboren met een mix van vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen.
 
 
Verder zijn alle zaken die ineens kunnen gebeuren, van bloedingen tot blozen, en alle vormen die piemels en vulva's kunnen aannemen vooral gewoon dan wel normaal. Heel geruststellend.
De voorlichting strekt zich uit van lichamelijke zaken tot cyberveiligheid en drugs. 
 
  
 

De cartooneske illustraties zijn even ter zake doende als de accurate tekeningen van geslachtsorganen. Ze lijken zo op elkaar dat het verrassend was te lezen dat voor elk boekje een andere illustrator wordt vermeld.
 
  
 
 
Beide boekjes zijn voorzien van woordenlijst en index. 
Ideale bibliotheekboekjes maar ook geschikt voor ouders die er zelf niet zo makkelijk over praten. En uiteraard heel geschikt voor schoolbibliotheken, ook van protestants-christelijke richtingen, tenzij van de strenge leer die ontkent dat homoseksualiteit bestaat.
Zijn zulke boekjes nog nodig, in een tijdperk waarin van alles op internet te vinden is? Waarschijnlijk wel, juist wegens dat 'van alles'. Dat verdient nader onderzoek, maar daarin heeft uw recensent even geen zin.
 
 
  
  
 
Tapsell, Micaela. Wat gebeurt er met me? voor meisjes. Illustraties Camille Ferrari. Vertaald door Els Peeters. Usborne, 2026. ISBN 978 1 83606 961 4, 64 p. Geïmporteerd door Standaard Uitgeverij. Oorspr.: What's happening to me? The girl one, 2025.
Tapsell, Micaela, en Alex FrithWat gebeurt er met me? voor jongens. Illustraties Sr. Sanchez. Vertaald door Els Peeters. Usborne, 2026. ISBN 978 183606 962 1, 64 p. Geïmporteerd door Standaard Uitgeverij. Oorspr.: What's happening to me?The boy one, 2025.   

woensdag 19 augustus 2026

Pleidooi voor illustraties

Emilie Sitzia, bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam, kreeg de kans om in een interview door Anke Verbeek voor de Volkskrant 19-8-2026 een pleidooi te houden voor illustraties, ter gelegenheid van de tijdelijke tentoonstelling van Fiep Westendorps werk in het Rijksmuseum (19 juni tot 13 september 2026). Het interview kreeg deze curieuze kop mee: 'Illustraties vooral geschikt voor kinderboeken? Dan heb je deze hoogleraar nog niet horen praten'.
 
Emilie Sitzia heeft haar keerstoel te danken aan de Fiep Westendorp Foundation, enig verband is er dus wel... Daarnaast werkt ze aan de universiteit van Maastricht, bij een afdeling die ondanks klikken op 'Nederlands' nog 'Faculty of Arts and Social Sciences' heet. En werkte mee aan een tentoonstelling over de gebroeders Grimm die hier nog steeds te zien is.
 
Vanuit haar onderzoekspositie aan de UvA bestudeert ze boeken, tekenkunst, kunstgeschiedenis en literatuurtheorie. Een van haar vele specialiteiten zijn 20e-eeuwse illustraties van vrouwelijke illustratoren. Maar naar haar colleges kunstgeschiedenis nemen studenten van alles mee: van politieke karikaturen tot manga en van theateraffiches tot Efteling-sprookjesprenten.
Over de recente aandacht voor het vakgebied zegt de hoogleraar dat het tijd werd. ‘Illustratie is zo lang niet gezien als de volwassen en autonome kunstvorm die het is. En soms nog steeds. Mensen denken vaak aan een onaffe schets, een illustratie voor een technische handleiding of een kindertekening.’
 
Voor het interview nam ze vijf illustraties mee om de rol van illustraties toe te lichten. Zoals deze, van Tove Jansson:


Die komt volgens de bronvermelding uit De Moemins en de grote overstroming (Clavis, 2014).
 
Uit het interview:
 
Ziet u dat activisme ook terug in dit beeld uit De Moemins en de grote overstroming?

‘Dat denk ik zeker. Het boek werd gepubliceerd in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal gaat over een natuurlijke catastrofe, maar ook over een door de mens veroorzaakte ramp, de Tweede Wereldoorlog. De beelden vertellen een verhaal over vluchten, samenwerken en solidariteit. In een omgeving die behoorlijk vijandig is, zijn de Moemins samen, houden ze elkaars hand vast, staan ​​ze zij aan zij en helpen ze elkaar. Dit idee van solidariteit in het licht van een ramp was destijds een krachtig statement.’

Een politiek statement in een kinderboek dus?

‘Mensen vergissen zich hier vaker in, maar kinderboeken zijn serious business. Daar mag best wat meer aandacht voor komen. Kinderboeken vertellen jonge mensen wat wij belangrijk vinden in de samenleving.
 
Jansson nam, als schrijver en als illustrator, haar lezers – van welke leeftijd dan ook – en haar personages zeer serieus. Door geen enkel ‘moeilijk’ onderwerp te schuwen, heeft ze het genre naar een hoger niveau getild. Ze werd een voorbeeld voor veel illustratoren in Europa. Haar verfijnde stijl, de diepgang van haar personages en de complexe situaties waarin ze hen plaatst, hebben de weg vrijgemaakt voor vele andere illustratoren.’
 
Waarvan acte. 
 

maandag 17 augustus 2026

Sterk verhaal in de lucht

De geheimen van Sterrenstad is een verhaal met dubbele bodems en alleen daarom het vermelden waard. De tekst op de achterkant verraadt niets.
 
Ilya woont in Sterrenstad. Daar worden Russische kosmonauten opgeleid, om later de ruimte in te gaan. Maar deze plaats staat in geen enkele atlas en Ilya ontdekt dat er nog veel meer niet klopt.
 
Sterrenstad ofwel Звёздный городок is tegenwoordig wel op kaarten te vinden. 'In de Sovjettijd was Sterrenstad een uiterst geheime luchtmachtbasis, die op geen enkele kaart te vinden was.' Aldus Wikipedia. Nog steeds worden er kosmonauten opgeleid.

 
Het boek begint met een hoofdstuk getiteld 'Van de schrijver'. Dat oogt tamelijk authentiek, met zelfs twee afbeeldingen, plaatjes van schermafbeeldingen van de website Looopings, over een ongeval met een achtbaan. Volgens de tekst 'van de schrijver' gebeurde dat in 2022, in Plopsaland, 'een pretpark in België'. Dat pretpark met die rare naam bestaat, en in februari 2022 viel daar inderdaad van een achtbaan de motor uit. Mensen zaten zo'n zes uur vast in gondels, voor ze er met hulp van een zeer hoge hijskraan werden uitgehaald. Of daar ene 'Reinier Sonneveld' met zijn zoon tussen zat bleef onvermeld. 
Tijdens die zes uur hangen in de lucht vertelt 'Ilya' zijn verhaal.
 
'Ik ben Ilya,' zei de man.
'Ielja?'
'Jep. En dit is Lotje. 
Ik noemde onze  namen.
Hij schraapte zijn keel. 'Verhalen zijn een soort tijdreizen, dat weten jullie wel. Ik wil jullie dus vragen om met mij terug te gaan, bijna veertig jaar terug, naar 1983. Ik was toen geen volwassen man natuurlijk, maar een kleine jongen, in een besneeuwd stadje ergens in Rusland.'
'Jij was toen een kleuter,' fluisterde mijn zoon.
'Ja,' reageerde ik. 'Toen was er nog geen internet, hè, dat weet je toch? Er waren geen mobieltjes, niemand had zelfs maar een computer thuis. En Rusland was in die tijd heel erg communistisch.'
'Kommu-wattes?'
'Com-mu-nis-tisch. Dan moet alles supereerlijk verdeeld worden en is niks echt van jezelf. Ook jouw lego niet.'
Zijn ogen werden enorm groot.
'Amerika en wij in Europa waren het daar niet mee eens. En zo kwam er tussen ons een Koude Oorlog. Een hete oorlog, daarin wordt geschoten en zo, maar een koude oorlog, die is zeg maar bevroren, die staat stil. Er wordt niet gevochten, maar dat kan wel elk moment gebeuren.'
'Reinier, zal ik beginnen?' vroeg Ilya.
 
 
 
Dan begint, na deze curieuze uitleg van communisme en koude oorlog, op de volgende bladzijde Ilya's verhaal. Hoewel beginnend in 1983, zoals we weten, vertelt hij in onvoltooid tegenwoordige tijd.
 
Ik woon in Sterrenstad. Dat klinkt als een plaats uit een sprookje, maar zo heet het echt. We staan alleen op geen enkele kaart.
 
Om dan over te gaan op onvoltooid verleden tijd.
 
Ik was vijf toen ik in de atlas Moskou opzocht, onze hoofdstad, hier best dichtbij. 
 
Hij kon Sterrenstad niet vinden. Enige verklaring van zijn moeder, zoals voor de gebouwen waar hij niet mocht komen en veel andere zaken: 'de Amerikanen'. In die verboden gebouwen werkte zijn vader als monteur.
Op zijn achtste verdween zijn vader. 
 
De ochtend dat mijn vader verdween lag er een appel op het kastje naast mijn bed. Ik was toen acht. Het was de mooiste en de grootste appel die ik ooit had gezien.
 
Die appel zou zijn vader voor hem hebben achtergelaten. En van tijd tot tijd kwam er een brief. Maar zijn vader blijft weg. Waardoor, hoe, het blijft onbekend maar wel komt de jonge verteller einde verhaal te weten dat zijn vader hoogstwaarschijnlijk is verongelukt bij een mislukte lancering van een satelliet. Tot die tijd verzint de jongen van alles, onder andere dat zijn vader hoog boven hem zweeft in een satelliet. En zijn moeder is al even fantasierijk want tegen het einde van het verhaal blijkt dat die van alles heeft verzonnen en de brieven van zijn vader blijken door haar geschreven, een bedrog dat Ilya zijn moeder zeer aanrekent. Wat is waar, wat niet? Die vraag is een soort rode draad in het verhaal.
Ilya verzint op zeker moment, geholpen door Zlata, een vriendinnetje met een soortgelijk geheim, een manier om dichter bij zijn vader te komen met een geïmproviseerde luchtballon. En hij droomt ervan dat zijn vader hem komt redden. Een prachtig, weemoedig stemmend verhaal.
 
'Ilya!' hoor ik naast me, tussen al het geraas door. Hij zit in de andere stoel. 'Je bent het echt! Ik ben zo trots op je!'
'Ik houd van je,' roep ik terug, maar hij kan het niet verstaan. 'Ik heb je zo vreselijk gemist,' probeer ik, maar ook dat verdwijnt in het geraas.
Ik veeg mijn want hard tegen de leuning van mijn stoel, eindelijk krijg ik die uit. Mijn vingers zijn tot een vuist geklemd, merk ik nu, blauw en gevoelloos. Ik steek de vuist in zijn richting. Hij begrijpt me niet, maar ik blijf aandringen. Dan slaat hij beide handen om mijn vuist en probeert hij heel voorzichtig, terwijl we alle kanten op botsen, mijn vingers iets open te trekken. En vlak voordat ik weer flauwval, vindt hij daar een verschrompeld donkerbruin bolletje, een soort grote krent, die hij me drie jaar geleden heeft gegeven als de mooiste appel die ik ooit had gezien.
 
 
 
Daarna is zogenaamd 'de schrijver' weer aan het woord. 
 
Er jeukte toch nog iets. Dat had mijn zoon blijkbaar ook, want toen de vijfde persoon werd getuigd om in de gondel te stappen, boog hij naar mij toe en fluisterde: 'Dat laatste, dat hij hoog genoeg kwam en zijn vader laag genoeg, dat kán toch eigenlijk helemaal niet?'
 
Ja, precies. Die ruimtevlucht! Dat was zo spectaculair, waarom hadden we daar niet eerder over gehoord?
 
Volgt een fraaie dialoog over fictie en werkelijkheid en de kracht van een sterk verhaal. Het verhaal van de jonge Ilya en zijn vader is mooi, inclusief enkele tekeningen door de auteur, maar deze toevoeging maakt dit boek bijzonder, want zulke bespiegelingen tref je zelden aan. Geeft aanleiding tot gedachten over het waarheidsgehalte van de stukken 'van de schrijver'. Wat is daarin verzonnen? Is die 'schrijver' identiek aan Reinier SonneveldDe geheimen van Sterrenstad is zijn debuut, dat maakt nieuwsgierig naar het deze herfst verschijnende De schat van Schimmenstad.
 
 
Sonneveld, Reinier. De geheimen van Sterrenstad. Met enkele illustraties van de auteur. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1849 9, 222 p.   
 

donderdag 13 augustus 2026

Kiki kan zingen

 ... en onderscheidt zich daarmee van alle andere vrouwelijke kikkers.
Kiki is een fabeltjeskikker uit het grote dierenbos. In het water zijn de repetities gaande van het Groot Kikkerkoor. (Nee, sorry, kikkerkoor De Kwaakmakers, helaas.) Voor het koor staat dirigent Kwaakzaam. Kiki luistert stiekem en oefent in haar eentje. 
 
Maar toen, op een ochtend, ontglipte Kiki per ongeluk een nootje.
Dat hoorde de dirigent. 'Vort, scheer je weg! Ga, klein meisjeskikkertje, ik wil je hier nooit meer zien!'
 
Ze zingt dan in haar eentje, maar toen alle kikkers klaar stonden voor het grote kikkerconcert viel er een schaduw en hop, daar had een grote reiger de dirigent te pakken.


 
Kiki stond op een ander plekje te zingen, de wind blies haar gezang de goede kant op en de reiger was zo ontroerd dat hij (of zij) de dirigent liet vallen. Men bleef luisteren, Kiki kreeg een groot applaus en mocht voortaan solo zingen.


 
Grappig voorleesverhaal van Stern Nijland, met mooie prenten, al hebben de gierzwaluwen te lange staarten. De jonge luisteraar komt meteen te weten wat een koor is, en een dirigent... wellicht na wat uitleg door de voorlezer.
 

Nijland, Stern. Kiki en het Kikkerkoor. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1856 7, 40 p.    

vrijdag 7 augustus 2026

Koning van Ellia

Ha, een kaart. Hoewel de voorkant al iets weggaf, doet de kaart dat meteen: dit verhaal speelt zich af in een fantasieland.


Zee, 'Het bos', 'Het dal', 'De bergen'... Een pijl naar 'de vijf koninkrijken', een pijl naar 'Drene', zes boten met de wind in de donkere zeilen richting kust, en als je doorkijkt zie je de hut van Tick, het huis van Meg en de Koningsburcht.
Welkom in Ellia. 
Wie weet bladert de geroutineerde lezer van dit soort verhalen even snel door de pagina's en het laatste schutblad. Maar nee, dit is de enige kaart en illustraties zijn er ook niet.
 
Nog voor we de eerste woorden hebben gelezen, geeft de achterkanttekst (ook wel flaptekst geheten, maar er is geen flap) al informatie: 
 
Sinds grootvader er niet meer is, is Tick verantwoordelijk voor zijn kleine broertje Leaf en hun trouwe paard Kiezel. Op een dag verschijnt een levensgevaarlijke Jager bij hun huisje in de bossen en Tick weet wat dat betekent: het koninkrijk wordt aangevallen.
 
Natuurlijk. Zo'n fantasieland zal eens een republiek zijn of zo. Zelfs Beckmans feministische Thule heeft een soort koningin. Natuurlijk, er zijn ridders en die vechten met zwaarden. Natuurlijk is volstrekt duidelijk wat en wie de goede en de slechte kant zijn. Natuurlijk wordt die aanval met enige moeite en dankzij heldendaden afgeslagen. Het hele leger van de Dreners verdwijnt onder een lawine, dankzij één welgerichte pijl van Tick. O pardon, spoiler.
Wie zich stoort aan dat soort genre-eigen vanzelfsprekendheden of er niets mee heeft kan Klein Wonder beter ongelezen laten.
Wie zich er niet aan stoort of ze als jonge lezer nog helemaal niet kent heeft aan Klein Wonder een vlot verteld verhaal, met een duidelijke opbouw en lekker veel spannende momenten. Ook die typische namen krijgen hun rol.
Het begint hooguit wat haastig. Dat drietal 'grootvader', Tick en Leaf had best eerst wat uitgediept kunnen worden. Het eindigt ook te haastig. De ingenieuze ontknoping wordt wat snel afgedaan, in de twee laatste hoofdstukken, en de cliffhanger die verwijst naar een eventueel volgend verhaal is ronduit slap.
 
Even had Tick het gevoel dat grootvader naast hem stond. Zijn borstelige baard, de geur van zijn pijp, zijn zachte grijze haar. Het was allemaal hier, bij hem, voor altijd. Tick wist dat grootvader en hij elkaar ooit weer terug zouden zien.
Maar eerst zou hij nog veel meer avonturen beleven, samen met zijn nieuwe vrienden. Samen met Kiezel. Samen met Leaf.
 
Bleehh, avonturen. Jongens jongens wat een pech, Dappere Dodo gaat nu weg, maar hij komt een volgend keer, met zijn avonturen weer. En dat in zo'n stoer riddersverhaal voor lezers van tien en ouder. Eh, misschien een vertalersuitglijdertje? Geen idee.
 
Het was wellicht beter geweest als auteur Ross Montgomery zijn verhaal een jaar had laten liggen en dan nog eens zou hebben bekeken, in plaats van het meteen bij zijn uitgever (Walker Books) in te leveren. Wie weet.
Ondanks deze kanttekeningen blijft Klein Wonder zoals gemeld een spannend en vlot verteld verhaal, voor zover te beoordelen goed vertaald.
 
 
Montgomery, Ross. Klein Wonder. Vertaald door Pauline Michgelsen. Volt, 2026. Oorspr.: Small Wonder. Walker Books, 2025.   

woensdag 5 augustus 2026

De roep der pool

Het stond in de boekenkast van mijn ouders en heette De roep der Pool. Auteur H.H. Houben, uitgegeven door Querido in 1929. Ik las ongeveer alles wat los en vast zat, dus dat ook, ik zal ongeveer twaalf jaar geweest zijn.

Wat een verhalen! Kou, verblindende sneeuw en ijs, ingevroren raken, de weg kwijt raken, honger, zoveel honger dat mannen eerst de honden en dan elkaar opaten. Overwinteren op Nova Zembla. Namen. Heemskerk en Barents, Hudson, Coldewey, Frobisher, Nansen, Amundsen, Cook, Peary, Cagni, de eskimo's Hans en Joseph (in 1929 heetten ze nog geen inuït), ‘op marsch naar de Pool’.
 
En wat kwam daar langs? Poolliefde, van Anders Bache & Sigri Sandberg, ingeleid en vertaald door Gemma Venhuizen. Ondertitel: Verlangen bij -40° C.
Ja, daar komen ze weer langs, de oude bekenden. Fridtjof Nansen, Roald Amundsen, de ongelukkige Robert Scott, Peary, ... Nu in een ander perspectief, dat van minnaars en beminden. En waarachtig komen er ook vrouwen langs die niets liever deden dan overwinteren op Spitsbergen, zoals Hansine Hansen.
Koude, ontberingen... er zijn er die daarvan houden.
Brrr - maar wel een boek om in één avond uit te lezen. (Als je tenminste niet álle liefdesbrieven gaat lezen.) Met uitgebreide bronvermelding, kaarten en hier en daar een treffende foto.
 
 
Bache, Anders, & Sigri Sandberg. Poolliefde, verlangen bij -40° C. De Geus, 2026. Ingeleid en vertaald door Gemma Venhuizen. ISNB 978 90 445 5151 8, 238 p. Oorspr.: Polar kjaerlighet, Gyldendal Norsk Forlag, 2018.   

dinsdag 4 augustus 2026

Kleurenfeestje

Er was eens een koning die jaloers was op zijn onderdanen. Die hadden de mooiste kleuren en hij enkel zwart en wit. Dat moest veranderen.
Hij beval zijn onderdanen hem hun kleuren te geven.
 
'Vanaf vandaag moet iedereen er net zo uitzien als ik,' commandeerde de koning.
'Waarom?' vroegen de dieren van schrik in koor.
'Ik vind het oneerlijk dat sommige dieren de prachtigste kleuren dragen en ik alleen zwart-wit,' antwoordde hij. 
'Ik wil ook in kleur, ik hoor de mooiste te zijn, ik ben de koning!'
 
En zo geschiedde. Je begrijpt, dit speelt zich af in dierenland. Fabeltje volgens beproefd patroon. De koning is een panda.



Alle dieren met mooie kleuren liepen vanaf dat moment in 'pandakostuum' rond. Alleen de ekster, de orka en de pinguïn hoefden niet te wisselen.


 
Maar niet alle kleuren en patronen bevielen de koning. Sterker nog, steeds minder.
 
Hij probeerde de mandril-outfit van de aap nog, maar hij vond het gênant.
En toen hij het pak van de naaktslak aantrok, was hij er klaar mee. 
Geschrokken keek de koning in de spiegel: 'Zo bloot, je ziet alles! Hoe kan iemand hierin leven?'
Voor het eerst in zijn bestaan bloosde hij.
 
De naaktslak fluisterde: 'U kunt zich natuurlijk ook onderscheiden door vriendelijk, voorkomend en beleefd te zijn. Dat zal meer opvallen dan een kakelbont velletje.'
 
De hele dierenwereld hield zijn adem in...
Beschaamd kroop de koning terug in zijn eigen vlekken.
 
En dat beviel hem ook nog eens.  


Het is zo uit, dit grappige verhaal van Annemarie van Haeringen voor kleuters van vier tot honderd. Het moet het hebben van haar prachtige prenten. Let ook op het kroontje.
 
 
 
Haeringen, Annemarie van. De kleur van de panda. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 8957 9, 28 p.