Eindelijk weer eens een (kinder)boek dat geheel afwijkt van de standaardformule volgens welke zoveel (soms lijkt het: steeds meer) kinderboeken gemaakt lijken te zijn: middenin het verhaal beginnen (actie! aandacht trekken!), terugblik, herpakken, tien à vijftien hoofdstukjes met korte, soms uit een woord bestaande titels, onvoltooid tegenwoordige tijd (reportagestijl), veel dialoog, verborgen verteller, beetje karakterontwikkeling, niet al te veel of geen schokkende gebeurtenissen, goede afloop.
Je zou soms denken: verzin een mooie plot, gooi die in ChatGPT, Claude of een vergelijkbaar programma, beetje bijschaven en hoepla, weer een verhaal. Scheelt een cursus aan de Schrijversvakschool. De uitgever denkt aan de jaaromzet (de seizoensaanbieding moet toch wat voorstellen), voegt wat beeld en cover toe, en doet het boek wellicht na een jaar in de ramsj. Hoge doorloopsnelheid tegenwoordig, wordt verzucht.
Nee, dan de negentiende eeuw.
Toen zagen boeken er heel anders uit en waren verhalen anders opgebouwd, vaak met veel omhaal van woorden, een duidelijk aanwezige verteller die zich soms rechtstreeks tot de lezer wendt, en uitvoerige beschrijvingen. Als het ging om boeken voor kinderen waren pedagogische bedoelingen geen bezwaar. Veel van die verhalen worden tegenwoordig al dan niet terecht als onleesbaar bestempeld, maar sommige haalden met gemak de volgende en zelfs deze eeuw, hoewel soms ingekort, 'bewerkt'. Ik noem bijvoorbeeld Sans famille (Alleen op de wereld) van Hector Malot of Notre-Dame de Paris van Victor Hugo, hier bekender als De klokkenluider van de Notre Dame, de sprookjes van Grimm, de verhalen van Andersen, werk van Charles Dickens, Frederick Marryat, Anton Tsjechov, Louis Couperus enzovoort en zo verder.
Neem nou Jules Verne. De overwegend blauwe bandjes van zijn verzameld werk zijn bekend, onlangs werd nog een complete reeks op Marktplaats aangeboden. Een van zijn bekendste verhalen is Le tour du monde en quatre-vingts jours (1873), de reis om de wereld in tachtig dagen. De eerste vertaling in het Nederlands verscheen 1874, de laatste (Reis om de wereld in tachtig dagen door Kiki Coumans) in 2004. De integrale Franse tekst is op internet te vinden, bijvoorbeeld bij Project Gutenberg of Wikisource. Het verhaal is vaak bewerkt, ook als film.
Nu verscheen onlangs bij Lemniscaat een verhaal dat erop is gebaseerd, maar met de perspectieven van de personages Passepartout en Aouda. Bovendien voegde auteur Adwin de Kluyver een belangrijk personage toe, Eleanor Fogg, zus van hoofdpersoon Phileas Fogg. Zo werd het een heel ander verhaal, terwijl het toch verloopt volgens de contouren en het reisschema van Verne's versie.
Het heeft hoofdstukken met een beschrijving, zoals bijvoorbeeld
VI - dag 25
waarin de reizigers voor een
rechtbank moeten verschijnen en een man met een mes het op Aouda
heeft gemunt
Wel een modernisering: twee terugblikken, een op het leven van Passepartout en een op dat van Aouda. Verder laat de anonieme verteller deze personages soms herinneringen beleven. Maar afgezien daarvan verloopt het verhaal chronologisch, van dag 1 tot en met dag 80, inclusief de vergissing van dag 81, dat Fogg aanvankelijk denkt dat hij zijn weddenschap verloren heeft maar dan blijkt dat hij vergat dat hij op de Grote Oceaan de tijdsgrens passeerde. Ook hier wint Fogg dus de weddenschap en een flink fortuin. En eveneens wekt hij de indruk dat geld helemaal niet nodig te hebben, sterker nog, hij schenkt het weg: aan Aouda om in India een meisjesschool te stichten en aan Passepartout om in Parijs een drukkerij op te zetten.
Ook in De reis naar de vrijheid in tachtig dagen achtervolgt inspecteur Fix (hierboven in 19e-eeuwse versie) het gezelschap in de waan (argwaan) dat Fogg de dief is van een enorme som uit de kluis van een Britse bank. Maar in tegenstelling tot het basisverhaal wordt Fix zelf uiteindelijk gearresteerd, door een handigheidje van de reizigers.
En ook in De reis naar de vrijheid in tachtig dagen wordt de treinrit door de VS onderbroken door een kudde bizons, en als die met geweerschoten verdreven zijn door een groep indianen die wraak willen nemen wegens het doden van hún bizons. In de basisversie zijn het Sioux, in de vrijheid Ponca's. Maar waar de Sioux Passepartout gevangennemen en Fogg hem bevrijdt, voegt de andere Passepartout zich bij de Ponca's en duikt hij later op met hun opperhoofd, waarop Fogg zijn excuses aanbiedt voor het deelnemen aan de schietpartij en de Ponca's een vergoeding aanbiedt.
Zo zijn er meer verschillen, al speelt geld wat Phileas betreft in beide verhalen (vrij naar Marten Toonder) geen rol.
Fogg blijkt in de vrijheid dus een zus te hebben, Eleanor, die zich sterk maakt voor vrouwen en als ze daarvoor in Engeland veroordeeld wordt (waarbij haar broer wegkijkt) naar de VS gaat om de strijd voort te zetten, onder een schuilnaam, Red Elk. Aouda en Passepartout zoeken haar op en als Fogg hen komt halen (tijd dringt!) levert dat een unieke ontmoeting op tussen broer en zus:
Daar stond hij: strak in het pak, met het hoge boord dat zijn hals leek te verstikken. Zijn ogen dwaalden over de prairie. Zijn horloge glansde in zijn hand.
'Phileas,' zei ze zonder aarzeling.
'Eleanor?' antwoordde hij verbaasd.
Ze keken elkaar aan als twee schaakspelers die aan een spannend eindspel beginnen. Geen omhelzing, geen handdruk.
'Je loopt achter op schema,' zei Eleanor koeltjes. 'Dat had ik van jou nooit verwacht.'
Fogg knipperde even met zijn ogen. 'Een bezoek aan jou stond inderdaad niet op het programma.'
'Maar hier ben ik dan toch,' zei ze uitdagend. 'Is er nog iets wat je tegen me wilde zeggen?'
Hij zweeg. Zijn vingers speelden even met de ketting van zijn horloge. 'Ik heb je geschreven,' mompelde hij.
'Maar je hebt de brief nooit gepost. Zoals je ook nooit sprak toen ik voor de rechter stond. Zoals je zweeg, terwijl ik in de gevangenis zat.'
Hij haalde adem, maar Eleanor stak haar hand op. 'Je hoeft niets te zeggen. Je reisgenoten weten wie ik ben. En jij weet wie jij bent. Meer is niet nodig.'
Dat de verteller consequent kiest voor de perspectieven van Aouda en Passepartout en hun inzet om de samenleving te verbeteren maakt De reis naar de vrijheid in tachtig dagen een heel ander verhaal en dat verklaart de titel. Aouda, de jonge weduwe die met haar oude echtgenoot verbrand zou worden (sati), wordt door Passepartout van de brandstapel gered (zie onder, versie Verne) en ze vergezelt daarna Fogg en Passepartout op hun reis.
Maar Aouda heeft een goede basisopleiding, leest veel en komt steeds meer tot de overtuiging dat ze iets wil doen voor een betere positie van vrouwen in de samenleving.
Passepartout was actief in de Parijse commune van 1871 en moest vluchten toen die werd vernietigd, waarbij zijn geliefde Clémence omkwam onder het puin van de Tuilerieën. Zijn ideeën over een rechtvaardiger samenleving nam hij mee. Vandaar zijn dromen over een drukkerij waar hij pleidooien voor zo'n samenleving kan drukken.
Beiden krijgen in dit verhaal de kans om iets aan hun idealen in praktijk te brengen - wel dankzij giften van Phileas Fogg. Die blijft de geheimzinnige rijkaard die hij was, maar verandert een beetje van houding. Menig doorgewinterde marxist zou hier kanttekeningen bij plaatsen, maar het verhaal houdt hierdoor wel iets negentiende-eeuws, de tijd waarin het zich afspeelt.
Vrijheid, dat is hun toverwoord. Aouda daarover:
Ze legde haar hand op de zijne. 'Weet je wat vrijheid voor mij betekent?'
Hij schudde zijn hoofd.
'Ik heb geleerd dat vrijheid niet alleen betekent dat ik mag gaan waar ik wil, maar dat ik mag kiezen wie ik naast me wil hebben.
Hij keek op. In haar ogen zag hij iets waar hij geen woorden aan kon geven.
De verteller blijft op de achtergrond maar valt wel op door soms originele beeldspraak.
Een extreem voorbeeldje (p. 107):
Een golf sloeg over het dek alsof de zeegod Neptunus zelf een emmer leeggooide. Lady Griggs kwam naar buiten in een gele regenmantel die haar deed lijken op een verwarde kanarie. 'Dit is barbaars!' schreeuwde ze, terwijl haar paraplu uit haar handen werd gerukt en de lucht invloog als een hysterische vlinder.
Nog een (p. 141):
Zwijgend liepen ze verder tot ze Bush Street bereikten. Boven de deur hing een bord: Pounce & zonen – vrije
drukpers sinds 1867. Onder de naam was met rode inkt geschreven: & dochter, als u blieft.
Ze openden de deur na een ferme klop van Passepartout. De geur van inkt en heet ijzer sloeg hen onmiddellijk in het gezicht - als de adem van een mechanische draak.
Nog een (p. 202):
'Mijnheer Fogg!' bulderde de voorzitter, een imposante man met een buik die vooruitliep als een scheepsboeg en een stem die elk glaasje sherry deed trillen. Zijn bakkebaarden leken wel bezems waarmee hij de vloer kon schrobben. Hij zwaaide met zijn armen alsof hij het applaus persoonlijk dirigeerde.
Hoewel een hysterische vlinder wellicht erg exotisch is, zijn de meeste vergelijkingen wel mooi gevonden. Die voorzitter (op de club waar Fogg zijn overwinning viert) zie je meteen voor je.
Er vallen kanttekeningen te plaatsen bij die vrijheid. Die komt wel erg snel in beeld en het is prettig voor Passepartout en Aouda dat ze kansen krijgen en dat ze die blijkens een soort epiloog ook benutten, maar de lezer blijft wellicht ondanks dit heerlijk gelukkig einde achter met de vraag 'en toen?'. Onwaarschijnlijk ook, maar dat geeft niet want dat was Verne's verhaal ook al, het is beter om beide versies te scharen onder de categorie sterke verhalen (visserslatijn), waar ook sommige sagen en cultuursprookjes te vinden zijn.
Al met al is dit een verfrissend verhaal, al was het maar (zie aanhef) dat het lekker afwijkt van de trend, zoals bijvoorbeeld eerder Hele verhalen voor een halve soldaat van Benny Lindelauf. Dat getuigt van een onafhankelijke geest en daar houden we van. Graag meer van dit soort werk.
Kluyver, Adwin de. Reis naar de vrijheid in tachtig dagen. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1805 5, 216 p. inclusief literatuurlijst (!).






















