Zoeken in deze blog

dinsdag 7 april 2026

Toen gebeurde het

Klinkt bekend? 
Het is een van de meest voorkomende zinnetjes in verhalen met een doorsneestijl, vooral in verhalen voor kinderen. Een zinnetje dat de verdwijnende aandacht terugroept. Niet gapen, blijf wakker, blijf luisteren! Of: blijf lezen. 
Het zinnetje moet wel een punt hebben. Want daarna valt er, als het goed is, een kleine, hopelijk verwachtingsvolle pauze.
Dus niet als in
 
En toen gebeurde het dat zij struikelden over een boomstronk, en door de schok schoot het giftige stuk appel uit haar keel.  
 
Dat lijkt op de quasibijbelse En het geschiedde ... Maar zoals in 
 
Toen gebeurde het. De cirkel die de rotonde moest voorstellen dijde plotseling uit.
 
Citaat 1 komt uit een knullige versie van 'Sneeuwwitje' (grimmstories.com, een vreemde website zonder bron of verantwoording), en citaat 2 uit een roman van een tot nu toe veel geprezen auteur, Benny Lindelauf. 
 
Daaruit iets meer citaat:
 
Leerlingen kon je het best beschouwen als niet te snuggere honden. Je corrigeerde het slechte gedrag, beloonde het goede. Walter pakte zijn blocnote, legde hem op zijn knieën en tekende de rotonde na. Visuele informatie bleef beter hangen dan verbale of schriftelijke. 
Toen gebeurde het. De cirkel die de rotonde moest voorstellen dijde plotseling uit. In eerste instantie weet hij het aan lijn 9 die hier langskwam, oude rails die een iets te krappe bocht maakten waar de tram schokkend doorheen trok, maar toen hij in zijn achteruitkijkspiegel keek zag hij dat de trambaan leeg was. Toen pas realiseerde hij zich dat het door zijn been kwam. Het zoemde. Zo voelde dat. Het zoemde als een mobiel in de trilstand.
 
We zijn aan het lezen in Het licht tussen onze vingers van Benny Lindelauf.
Inderdaad was de aandacht aan het verslappen. Een veeg teken. 
En dat terwijl het verhaal opent met een in cursieve letters gedrukte episode waarin een man ondersteboven in een eik hangt, met een jonge vogel in zijn armen. De man weet niet hoe hij daar terecht is gekomen. 
In romein (gewone letters) begint dan een anonieme verteller over de wederwaardigheden van ene Walter, rij-instructeur, met een mankement aan zijn rechterbeen dat tot een bijna-ongeluk leidt en, zo wordt al snel duidelijk, autistische trekjes. Vaste waarden: zijn Subaru en de oude hond Montgomery. Gaap.
 
Toen gebeurde het.
 
Daar haakte ik af. Moest ik zo bij de les gehouden worden? Had ik nog wel zin om door te lezen? Het werd bladeren, om daar achter te komen.
Sowieso al een zwaktebod, zo'n begin met een vooruitblik naar een spannende dan wel dramatische episode. Alsof je meteen wil weten hoe het afloopt met die ondersteboven hangende man en alleen daarom zou willen doorlezen. Geef me dan maar zo'n begin:

Call me Ishmael. Some years ago — never mind how long precisely — having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world. It is a way I have of driving off the spleen and regulating the circulation. 
 
Dat is van Herman Melville, de bekende start van Moby Dick. Ja, die vestigt de aandacht op de verteller. Waarom zou je niet mogen weten wie het verhaal vertelt? Net als in dit beroemde begin:
 
Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht, nr. 37. Het is mijn gewoonte niet romans te schrijven of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen dat gij, lieve lezer, zo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt. 
 
De spelling is wat aangepast, maar de meeste lezers, zeker wat oudere lezers, zullen wel weten dat zo het eerste hoofdstuk van Max Havelaar begint.
 
Bladeren dus. En teruglezen, en weer verder lezen. Gaandeweg wordt duidelijk dat die Walter deel uitmaakt van een gezin waarin veel mis is gegaan. Zoon vermist in de bergen, dochter met eet- en andere stoornissen, heel lastig (en droevig, denkt de lezer). En die Walter houdt graag vast aan bekende patronen. 
Als zijn been die rare onwillekeurige bewegingen houdt, waardoor hij een half jaar rust moet houden (het is lastig rijles geven met zo'n been), vertelt hij dat niet aan zijn vrouw Nettie. Hij gaat vrijwilligerswerk doen bij een opvangcentrum voor ooievaars, maar doet net alsof hij naar zijn werk gaat. Hij neemt de mobiel van zijn zoon over en ontdekt dat die rare contacten had met veel berichten met piemels - maar ook daarover praat hij niet. Ze praten sowieso niet veel, die Nettie en Walter. Door die mobiele telefoon komt hij in dat opvangcentrum ook nog eens in de problemen doordat een ongure stagiaire ontdekt dat hij met die contacten van zijn zoon in de weer is en hem ermee chanteert - en opnieuw, hij houdt het allemaal voor zich. De buurt waarin ze wonen wordt gerenoveerd, ze moeten op termijn hun huis uit, maar Walter schuift alles voor zich uit, al wordt het ene na het andere huis ontruimd.
Niet vreemd dat dit leidt tot crises. 
Tekenend is wat Walter zegt als Nettie (eindelijk) heeft ontdekt dat hij al drie maanden geen rijles heeft gegeven.
 
'Ik belde de rijschool,' zei ze. Ze keek hem aan. 'Ze zeiden dat je al drie maanden geen les meer hebt gegeven.'
Hij wilde haar hand pakken, maar ze trok hem terug. Het was geen boos gebaar, eerder een golf die tot de rand van het strand was gespoeld en nu niet anders meer kon dan zich terugtrekken.
'Ik wilde je niet ongerust maken,' zei hij. 'Het is niets ernstigs. Het stelt niks voor en is al over.' 
 
Ammehoela, denk je dan als lezer, inmiddels aanbeland op p. 133.
En dat wordt alleen maar erger. Onenigheid, o.a. over de buurt, een onafwendbare scheiding, gedoe in het ooievaar-opvangcentrum en tussendoor nog meer vooruitblikken op Walter ondersteboven in de boom, en uiteindelijk de verlossing. Hij wordt ontdekt en uit die boom gehaald en naar het ziekenhuis gebracht. 
 
Ze kijken naar de man die omlaag is getakeld, die in de ambulance wordt geschoven. Ze kijken naar de ambulance die hobbelend over het  bospad wegrijdt, praten met de politieman ter plaatse. Ze laten hun gegevens achter. Dan lopen ze terug, de vogelaars, allebei een beetje rillerig, en ze vraagt: 'Hing er nou écht een man ondersteboven in een eik die vroeg: "Vraag eens hoeveel kinderen ik heb?"'
 
De verkeerde plaatsing van het vraagteken is authentiek.
Einde verhaal? Nee, er is nog een soort vervolg. Jammer, want het zou een mooi treurig einde zijn geweest van een tergend somber verhaal.
 
De operatie duurde vier uur. Toen hij uit de narcose kwam, stond de chirurg voor hem, een jonge man met bolle wangen, hij leek eerder een bakker in opleiding dan arts. Hij zei dat alles 'puik was gegaan'.
 
Nettie kwam één keer langs en stuurde bloemen. Dochter Filippa kwam langs, verrassing, met appels.
 
En hoewel haar polsen  nog steeds aan de dunne kant waren, kon je ze geen satéprikkers meer noemen,
 
Enfin, dit verhaal loopt niet echt af. Dit is de laatste alinea, afsluiting van een ritje naar zijn oude straat:
 
Toen ze terugkwamen en hij Montgomery had ingeladen bleef hij een moment bij de Subaru staan. Terwijl er een weifelende regen begon te vallen, tuurde hij naar zijn autosleutels, voelde het gewicht ervan in zijn hand. Hij bekeek de miezerregen die spatjes maakte op de voorruit van de Subaru, geen spatje was hetzelfde. Het had een handschrift kunnen zijn, dacht Walter. Hij staarde naar de spatjes op de ruit, een stokoud handschrift dat ernaar verlangde ontcijferd te worden, het vroeg alleen de aandacht van iemand, een enkel iemand, een regenlezer, een spatontcijferaar, en alle geheimen van de wereld zouden erin te lezen zijn.

Onder de indruk? Ren naar bibliotheek of boekwinkel.
Doe mij zijn andere werk maar. Zie bijvoorbeeld Hele verhalen voor een halve soldaat.
 
 
Lindelauf, Benny. Het licht tussen onze vingers. Querido, 2026. ISBN 978 90 253 2083 6, 174 p.  

zondag 5 april 2026

Citaat van de maand (of week)

De ironisering waarvan Wallace last heeft, is dat continue commentaar op wat je doet en wat je zegt, hoe je bent en hoe je wilt zijn et cetera, et cetera ad infinitum. Het is de last van een topzwaar zelfbewustzijn, een geobsedeerd, zeg maar gerust narcistisch brein dat zichzelf geen moment uit het oog verliest.

Het Ik wordt zo een cipier die het Zelf permanent bewaakt. Tegenwoordig bestaan daar hele penitentiaire instellingen voor, ze hebben digitale namen als Instagram, Facebook, TikTok, LinkedIn, Snapchat, Bluesky, X, maar ook in Wallace’ tijd was het al benauwd genoeg in die kruipruimte tussen Ik en Mijzelf.
 
En:
 
Wie oprecht wil zijn, kan het niet meer worden. 
 
Uit het opstel 'Eerlijke eenvoud' van P.F. Thomèse, in de Volkskrant 4-4-2026, katern 'Boeken'. 
 
Wie er even niets van snapt, kan het best het hele opstel lezen. Daarvoor moet je waarschijnlijk wel abonnee zijn of worden van de Volkskrant, maar wellicht is het voor niet-abonnees voor één keer gratis. 
De plaat van Fien Jorissen die boven het opstel staat, is mooi maar verduidelijkt niets - tot je het opstel leest.


Hints: zie het al in 1998 verschenen opstel ‘E unibus pluram – Television and U.S. Fiction’ (1993), opgenomen in de essaybundel A Supposedly Fun Thing I’ll Never Do Again – Essays and Arguments (1997) van David Foster Wallace, en 'Un coeur simple' van Gustave Flaubert.

donderdag 2 april 2026

Internationale Kinderboekendag

Die begon zo:
 
Since 1967, on or around Hans Christian Andersen's birthday, 2 April, International Children's Book Day (ICBD) is celebrated to inspire a love of reading and to call attention to children's books.
 
Ieder jaar neemt een nationale sectie van de International Board on Books for Young people (IBBY) op zich om hiervoor een poster te maken. Of, zoals IBBY het formuleert:
 
Each year a different National Section of IBBY has the opportunity to be the international sponsor of ICBD. It decides upon a theme and invites a prominent author from the host country to write a message to the children of the world and a well-known illustrator to design a poster. 
 
Veel aandacht krijgt die Internationale Kinderboekendag niet in onze streken, ook al deden en doen de Nederlandse en Vlaamse IBBY-secties hun best. De Nederlandse sectie was vorig jaar aan de beurt.
Dit jaar was de beurt aan de sectie van Cyprus. Thema:  'Plant stories and the world will bloom!'. Een mooi staaltje hoopvol denken...
 
 
 
 
 
PS. Internationale Kinderboekendag was wél de dag dat veel kinderen in Nederlandse asielzoekerscentra het mooie boek Dit boek is voor jou in hun eigen taal cadeau kregen.

dinsdag 31 maart 2026

Verouderde boeken

Zomaar een citaatje uit NRC 30-3-2026, uit een artikel over iemand die kinderen helpt met leren lezen en een schoolbibliotheek beheert. Ze (natuurlijk, een ze...)
 
heeft zes scholen voor speciaal onderwijs in Rotterdam onder haar hoede. Ze helpt onder meer om hun bibliotheek actueel en gevarieerd te houden. Wijzend naar een aantal lege planken: „Vorig jaar hebben we een heleboel boeken weggedaan die verouderd waren.” Nu helpt ze de collectie weer aan te vullen. 
 
En dat is prima hoor. Maar een echt goed verteld verhaal raakt nooit verouderd. Hooguit wordt het door veranderde spellingsregels en veranderd vocabulaire lastiger om te lezen. Maar lastig om te lezen is niet hetzelfde als verouderd.
Het toont hoeveel verhalen (het gaat vrijwel altijd over verhalen, romans, haast nooit over dichtbundels) er dusdanig middelmatig (doorsnee, voorspelbaar) zijn dat ze kennelijk worden ervaren als 'verouderd'. Sommige non-fictie kan uiteraard ook verouderd raken, althans, achterhaald. Hoewel Oom Jan leert zijn neefje schaken, van grootmeester Max Euwe, verschenen in 1936, nog altijd verkrijgbaar is. En leesbaar. Als je maar wil leren schaken.
 
Het artikel (niet het citaat) toont ook hoe lastig het is om boeken te kiezen voor kinderen van 8+ die hulp nodig hebben om te leren lezen.
Nog een citaat:
 
Wat lastig is: veel boeken voor beginnende lezers zijn gericht op kinderen van zes jaar. Maar stel je voor dat je acht of negen bent, dan vind je daar niks aan. Het is heel fijn dat de bibliotheek ons kan ondersteunen bij het zoeken van boeken die wel aansluiten bij hun belevingswereld.
 
En warempel, dat helpt. Niet iedereen heeft het doorzettingsvermogen om Nederlands te leren lezen met hulp van boeken die voor een heel andere leeftijd zijn geschreven. Hossein Farahani ofwel Kader Abdolah, ja, die leerde het op zijn vijfendertigste door kinderboeken van Annie M.G. Schmidt te lezen. Hij heeft haar ervoor gehuldigd. Maar niet iedere achtjarige is dat vermogen gegeven.
 
Overigens kunnen boeken natuurlijk slijten. Ook een vorm van 'veroudering'. Een goede beheerder van een schoolbibliotheek vervangt kapotgelezen boeken door nieuwere versies van dezelfde titel. Zodat er, pakweg, nog steeds titels als De brief voor de koning (1962) en Met de poppen gooien (1975) te vinden zijn. Die zijn niet verouderd. Want een echt goed verteld verhaal raakt nooit verouderd. Dat is vaak een kwestie van stijl.

zaterdag 28 maart 2026

Van ding naar mens

Een wonderlijk prentenboek.
 
Alleen in het colofon staan in heel kleine lettertjes, nog slechter leesbaar dan sommige tekstjes in de voorafgaande bladzijden, de volledige namen van de makers: Jacques Maes en Lise Braeckens. Op cover en titelpagina prijken ze als Jacques & Lise, hun handelsnaam, en hun website toont naast een vrolijke foto een flinke lijst bekroningen. 
Kom, we pakken de etiologie, het verhaal over het ontstaan van alles, eens heel anders aan, zoiets moeten ze gedacht hebben. 
 
 
 
In het begin zweefden er miljarden piepkleine stukjes plastic in het water, afkomstig van 'verpakkingen, autobanden en zelfs sommige kledij'. Die klonterden samen en op zeker moment kroop zo'n klonter ('sarculum plasticum') aan land. 

 
Het aantal soorten breidde zich snel uit, het wordt een complexe samenleving inclusief depressies en

 
Ze dromen van iets anders en vinden het leven uit.
 
Maar al gauw blijkt dat 'het Leven zich razendsnel vermenigvuldigt' en soms Dingen kapotmaakt, 'de situatie wordt onleefbaar' en dus 

 
Tijd om alles op te ruimen.
 
Eindelijk rust. Maar nu gaan de Dingen elkáár te lijf en dat leidt tot een 'allesvernietigend gevecht en het 'einde der Dingen'. 

 
Het Leven brokkelt verder af.
 
Dat was dus opruimen zoals de mensheid dat tegenwoordig ook graag doet: gewoon de rommel overboord gooien. Maar afijn:

 
Ergens op aarde, onder water, komen de microscopisch kleine, afgebrokkelde deeltjes weer samen.
 
Dat waren dus niet die Dingen maar het overboord gegooide Leven. Er 'ontstaat nieuw Leven' en dat kruipt, net als ooit dat Ding sarculum plasticum, 'uiteindelijk' aan land. Eerst nog in de vorm van een soort heremietkreeft, maar één pagina verder:

 
De geschiedenis zal nooit meer hetzelfde zijn.
 
Zeg dat, hoewel de sprong van kreeft naar mens (en schildpad) hier wel heel snel gaat.
Het mannetje krijgt na de pagina met colofon een vrouwtje en
 
 
 
Wordt ons hier weer iets met Dingen beloofd? Hm.


Eerst Dingen, dan Leven, dan mensen (ook leven). Wonderlijke volgorde, wel origineel en grappig maar op de een of andere manier ontbreekt een sterke innerlijke logica die verklaart hoe het een uit het ander zou moeten voorkomen. 
Het sterkst (en daarom afgebeeld) is nog het einde. Sterk is verder dat het verhaal begint en eindigt pal na en voor de schutpagina's, in een vrolijke, ietwat cartooneske stijl. Titelpagina (zie boven) en colofon zijn ergens in het verhaal geplaatst. Zou vaker moeten gebeuren! Afgekeken van wat in films gebruikelijk is? Daar krijg je vaak al een verhaalbegin voorgeschoteld voor de titel verschijnt.
 
 
 
Jacques & Lise (Maes, Jacques, en Lise ). De oorsprong der dingen. Pelckmans, 2026. ISBN  978 94 6234 859 2, 64 p.   

PS. De oorsprong der dingen stond april 2026 op het lijstje nominaties voor de Woutertje Pieterse Prijs.

vrijdag 27 maart 2026

Citaat van de maand

Vanochtend wandelde ik langs een heg waar behoorlijk wat gekwetter uit kwam, het leek wel een luidspreker van takken. Zodra de beestjes mij opmerkten vlogen ze massaal uit. Het getjilp, gekwek en gefluit ging over in een zwaar geruis, alsof er een reusachtige dame met zware rokken voorbij schreed.
Ze streken verderop neer in een struik. Even was het stil, en toen begon de symfonie aan gefluit en getjilp van voren af aan.
Ik dacht aan alle jaren die ik onder een koptelefoon had doorgebracht.
Ik dacht aan alle rust die ik was misgelopen, juist doordat ik ernaar op zoek was.
 
Ellen Deckwitz, column NRC 24-3-2026, over de wereld die ze ontdekte zonder 'noicecancelling koptelefoon'. 

donderdag 26 maart 2026

Lezen Centraal uitverkocht

Op 8 april 2026 vindt (of vond, als je dit later leest) het zoveelste symposium Lezen Centraal plaats. Opnieuw in Utrecht, in het Beatrix Theater. 
'Lezen is denken', is de titel. 
Is dat zo? Lezen zet je aan het denken, zelfs het boekenweekgeschenk van 2026, blijkt uit de recensies. Je kan immers geen recensie schrijven zonder te denken. Toch?
Maar of lezen hetzelfde is als denken, daarover mag nog wel eens nagedacht worden.

 
Uit de aankondigingen zou je kunnen afleiden dat organisator Stichting Lezen mensen heeft ingehuurd die goed zijn in reclameteksten.
Zo heet (heette) het bij voorbaat al een 'inspirerend en informatief congres'. Dat stel je doorgaans toch pas achteraf vast?
Onderwerp: 'over de laatste ontwikkelingen in het denken rond leesbevordering, met als centraal thema kritische geletterdheid: identiteit, burgerschap en digitale cultuur'.
 
De hoofdsprekers ('keynotes'):
- Maryanne Wolf (VS), internationaal expert op het gebied van lezen en het brein, is via een live verbinding aanwezig en laat zien waarom diep lezen essentieel is voor kritisch denken in een digitale wereld.
- Barend Last en Alexander Smit verbinden actuele ontwikkelingen rond leren, lezen en digitale cultuur aan vragen over kritisch denken, burgerschap en inclusie in onderwijs en bibliotheken.
- Sinan Çankaya, socioloog en schrijver, reflecteert op de rol van taal en verhalen in identiteit en maatschappelijke verhoudingen.
 
 
Zie hier de rest van het programma, zolang de link werkt. Tickets kopen kon d.d. 25-3 niet meer, want uitverkocht. Best een prestatie, want de toegang was prijzig: € 200,- voor de vroegboekers, daarna € 240,-. 

Er werden heel handig 'tips voor financiering' gegeven voor eventuele declaratie van deelnamekosten.
 
Voor wie geen tijd, zin of geld had:
 
Kun je er niet bij zijn op 8 april? Tijdens Lezen Centraal worden de talkshows gestreamd op Springlezend Live. Kijk je mee vanuit de personeelskamer of tijdens een rustig moment thuis? Na afloop blijven de videoregistraties natuurlijk beschikbaar om terug te kijken.
 
'Kijk je mee vanuit de personeelskamer?' Best een goed idee. Met evaluatie, discussie en daarna met zijn allen uit eten voor een fractie van de niet-betaalde toegangsprijzen.
 
Vervolgens maar weer hopen dat deze bijscholing enige invloed heeft op de praktijk.
 

woensdag 25 maart 2026

Nominiert

Al houden we hier geen complete lijst bekroningen bij, toch even vermelden dat Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda van Bibi Dumon Tak (2022, illustraties Annemarie van Haeringen, 2023 Woutertje Pieterse Prijs en Zilveren Penseel) door de jury van de Jugendliteraturpreis is genomineerd in de categorie Sachbuch (non-fictie). Duitse titel: Regenwurm und Anakonda. Was Tiere über sich erzählen, 2025, Gerstenberg, vertaling Meike Blatnik.
 
 

dinsdag 24 maart 2026

Eén foefje

Fossielen: meestal interessant, soms spectaculair. Als je een boek maakt voor lezers van 8+ (van 8 tot 80 jaar en ouder), wat moet er dan minstens in staan?
 
Allereerst natuurlijk wat fossielen zijn, hoe men ze ontdekt heeft, hoe men ontdekt heeft dat het om resten van levende wezens gaat en hoe men de ouderdom vaststelt.
Daarbij hoort een geloofwaardig, goed onderbouwd betoog over de ouderdom van de aarde: hoe is die berekend. En een tijdsschaal die toont dat er heel lang helemaal geen leven op aarde was. (In veel geologische tijdsschalen wordt die periode verkleind weergegeven.) 
 
Als je zo ver bent, wordt het tijd voor afbeeldingen van fossielen en dan is het ook wel aardig om te schilderen hoe die beesten en planten er wellicht hebben uitgezien. Nadruk op wellicht. Liefst ook hier even uitleggen hoe men tot zo'n beeld is gekomen.
 
Toon tenslotte de tien bekendste fossielen, van ammoniet en varens tot Tyrannosaurus Rex. Maak heel duidelijk hoe groot ze in werkelijkheid zijn.
 
Voldoet Fossielenschatkist van Amy Atwater en Natalia Cardozo hieraan?
 
Niet helemaal, helaas.
 
Het foefje van dit boek is dat diverse afbeeldingen van fossielen in reliëf zijn afgedrukt, zodat je ze kan voelen. Zoals deze trilobiet op p. 5, waarmee het boek opent na een algemene, erg beknopte uitleg over fossielen.

 
Leuk gevonden, maar helaas zijn ze niet op ware schaal. Dat is uiteraard niet mogelijk.
Om bij die trilobiet te blijven (de enige die wel een beetje op schaal wordt weergegeven), het beest wordt beschreven en de vindplaats van het fossiel wordt vermeld, evenals de ouderdom en daar gaat het meteen mis, ook al na de 'miljoenen jaren geleden' van p. 2.
Want wat betekent '505 ma', en was de Cambrische Explosie een echte explosie en hetzelfde als het Cambrium of toch niet, en wanneer was dan het Paleozoïcum?
Het wordt ons niet uitgelegd.
Op de laatste twee pagina's, eigenlijk de laatste bladzijde en het schutblad, staat een soort overzicht van tijdperken, een 'tijdschaal om de geschiedenis van de aarde in eonen, era's, periodes en tijdvakken' in te delen, echter zonder vermelding van tijd. Hoezo 'Fossielen door de tijd' en tijdschaal? Wel meldt de auteur dat de aarde 4,6 miljard jaar oud zou zijn, helaas zonder uitleg hoe men die berekening heeft gemaakt.


Na die trilobiet volgen negen fossielen, die op vergelijkbare wijze worden gepresenteerd. De eennalaatste is australopithecus afarensis ofwel de eerste mensachtige, ofwel Lucy (Plioceen, ruim 3 miljoen jaar geleden), de laatste is smilodon ofwel de sabeltandkat, die in Zuid-Amerika leefde en tienduizend jaar geleden uitstierf. Ruim na Lucy dus, toch is er in het landschap geen mensachtige afgebeeld, terwijl die er in die contreien toch al waren. Of dat landschap er echt zo bij lag wordt niet uitgelegd.
Er zit zo'n 500 miljoen jaar tussen het eerst en het laatst afgebeelde fossiel, tussen trilobiet en sabeltandkat. Dat is ongeveer een achtste van de totale leeftijd van de aarde. 



Wat er in de voorgaande tijd, zeven-achtste deel van de geschiedenis van de aarde, gebeurde: geen woord.
 
Kortom: leuk, dat foefje van die 'aanraakbare' fossielen, maar verder niet zo'n heel goed boek.
 
 
Atwater, Amy, en Natalia Cardozo. Fossielenschatkist. Vertaling: Steven Blaas. Lemniscaat, 2026. ISBN 978 90 477 1749 2, 24 p. Oorspr.a; The Fossil Keeper's Treasure. Magic Cat Publishing, 2025.   

zondag 22 maart 2026

Ted

Tjezus, wat een dikke pil. En dat allemaal over Ted van Lieshout! Heb je daar zin in?
 
Nou, het boek lijkt dikker dan het is doordat het mooi, stevig papier is, 380 p. Ja, het is helemaal Ted van A tot Z. Je hebt het zelf aangevraagd, hoor.
 
Moet toch even zuchten, geloof ik. Wat een ijdeltuit.
 
Zo zou ik het niet noemen, meer een enorme behoefte om te tonen wat hij met zijn talenten gedaan heeft, gepaard aan een even enorme nauwkeurigheid en zucht naar volledigheid. Lees alvast maar wat bladzijden en je ziet, alles staat precies waar het moet staan. Deze man schrijft en tekent niet alleen maar geeft ook zijn boeken vorm, tot in detail, en zo kan hij bijvoorbeeld op p. 74 (derde kolom) in de tekst verwijzen naar een afbeelding 'op de bladzijde hiernaast'.
Hoewel, dat hij zich op p. 334-339 uitgebreid bezighoudt met hoe hij eruit ziet en zijn kop zelfs het register verlucht (of verluchtigt) zou wel op ijdelheid kunnen wijzen. Bij elkaar één grote schreeuw: zie mij, dit ben ik!
 
Kun je het in één zin afdoen? Scheelt een hoop tijd.
 
Prachtboek!
 
Dat is wel heel erg beknopt. Maar nu ik wat gebladerd heb, moet ik je wel gelijk geven. Toch maar iets meer over melden?
 
O.k. 
Om te beginnen de aanleiding. Die vult p. 6. Een 'uitnodiging' van het 'Illustratiehuis Amsterdam' om een overzichtstentoonstelling te maken ter gelegenheid van veertig jaar schrijverschap en zijn zeventigste verjaardag.
 
Apart, een Illustratiehuis dat een overzichtstentoonstelling wil om veertig jaar schrijverschap te vieren, dus niet veertig jaar illustratorschap of iets dergelijks. Niet te vinden trouwens, dat Illustratiehuis, of het moet de Illustratie-ambassade zijn geweest. Maar die vermeldt geen overzichtstentoonstelling van hem.
 
Nog aparter was dat er slechts 'twintig lijsten' ter beschikking werden gesteld. Ted van Lieshout haalt ze aardig over de hekel.
 
Ik ben heus wel vereerd dat ze me vragen, want het Illustratiehuis is een prima plek, maar als er een schele minnaar langskomt die stinkt uit zijn bek, is het toch logisch dat je in de verte tuurt om te zien of er een knappere kandidaat aangegaloppeerd komt? Helaas, ik zie er geen verschijnen aan de horizon. Deze dan maar doen?
 
Ik neem eigenlijk aan dat die uitnodiging verzonnen is of hooguit losjes gebaseerd op een ooit ontvangen en afgewezen uitnodiging. Ted doet niet zomaar iets en de uitgeverij evenmin. Het boek is tot stand gekomen 'met subsidie van het Jaap Harten Fonds' en zorgvuldig voorbereid. Zelfs met subsidie siert het uitgeverij Leopold dat ze dit boek heeft uitgegeven.
Die tentoonstelling blijft een thema in het boek. 'Deze dan maar doen?', jawel, en dus gaat de kunstenaar zogenaamd met frisse tegenzin graven in zijn archief. Want er moest vroeg werk in, het moest per slot een overzichtstentoonstelling zijn, en als je zo veel gemaakt hebt en je hebt maar twintig 'lijsten', wat kies je dan?
 
Archief? Dus hij bewaart alles?
 
Ergens beschrijft de zeventigjarige Ted zijn huis aan de zeventienjarige Ted. 
Dat moet ik eerst even toelichten. De tekst is een dialoog. De zeventigjarige Ted praat (in zwarte letters) met de zeventienjarige Ted (in vettere, gekleurde letters). Dat levert hier en daar grappige dialogen op. Zoals op p. 146, over Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel:
 
Ik moest tijdens mijn opleiding aan de academie bepaalde grafische technieken uitproberen en dat heb ik ook wel gedaan, maar ik vond het lastig en omslachtig.
 Dat heb je al verteld.
Linosnedes maken vond ik nog wel aardig.
 
Enzovoort. Hier trekt de zeventigjarige zich niets van de tussenwerping aan en gaat gewoon door over linosnedes en etsen. Ja, je komt in dit boek heel wat te weten over druk- en tekentechniek. Maar op p. 63-64 staat een mooi stuk dialoog over de dood van Teds broer Harry in 1979, als Ted 23 is en hoewel ernstig zit zelfs daarin nog wat onderkoelde humor ('O nee, dat kan niet'):
 
 Wat dan?
Eh, ik weet niet of ik dat moet vertellen.
 Kom ik het uiteindelijk toch te weten?
Ja, als je drieëntwintig bent.
 Vertel het dan maar.
Je zult ervan schrikken.
 Vertel.
Ik weet niet hoe ik het je moet vertellen.
 Je maakt me bang.
In 1979 gebeurt er iets ergs.
 Hoe erg?
Het ergst van alles.
 Ik ga dood! O nee, dat kan niet. Iemand anders gaat dood.
Ja.
 Wie?
Je broer.
 Nee!
Ik vrees van wel.
 
Enzovoort. Het levert ontroerende passages op, net als die over zijn Meneer.
Maar nu dat huis. Ted koopt op zeker moment een zeer ruim appartement, bovenin een oud pakhuis. En hij kan niets weggooien, schrijft hij. Dus dat ruime appartement van hem moet wel tjokvol zitten, hij geeft ook toe dat hij soms struikelt over de spullen en dat hij zou moeten opruimen.
Voordelen heeft het ook, want na bijna veertig jaar weet hij bijvoorbeeld vijftien poppenkoppen tevoorschijn te halen, waarvoor hij ineens een bestemming weet: zie Onder mijn matras de erwt (2017). Ted besteedt er uiteraard veel meer woorden aan, ja, die hang naar volledigheid hè...
 
Alles staat erin?
 
Nou, dat durf ik niet te zeggen. Zijn persoonlijk liefdesleven laat hij eruit. Het is geen autobiografie, het is een overzichtstentoonstelling in boekvorm, met zeer uitgebreid commentaar in dialoogvorm, waar persoonlijke ontboezemingen enkel een rol spelen als die invloed hadden op zijn werk. Het meest persoonlijke deel vind je in het hoofdstuk 'Verzoening' en dat gaat over de vraag die de titel van het boek is: Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken?
 
Ik dacht dat die vraag aan mij, de lezer, gesteld werd. Kwam een beetje klagerig over.
 
Nou, je had na enkele bladzijden al kunnen bedenken dat Ted die vraag aan zichzelf zou stellen. Hoewel de oude Ted het ook interpreteert als een verwijt. Hij verweert zich krachtig. Ja, het leven blijkt niet volmaakt, maar wel goed genoeg.
 
 Dus ik misluk niet totáál?
Niet totaal, nee. Totaal niet, zou ik eigenlijk willen zeggen.
 
Deze laatste dialoog, in 'Verzoening', bevat ook een soort verantwoording van de tentoonstelling. Ik zou hem het liefst in zijn geheel willen citeren, maar dat gaat echt buiten de grenzen van een recensie. Hooguit die onverwacht korte uitspraak:
 
Daar gaat het om bij alles wat je maakt: je vel moet ertegenaan gezeten hebben.
 
Van doorleefde kunst gesproken. 
Koop het boek maar. Een mooiere tentoonstellingscatalogus is in tijden niet verschenen.
 
Moeten er geen plaatjes bij deze recensie?
 
Nee, voor een keer niet. De vraag, welke dan?, is bijna even moeilijk als die van die twintig lijsten. Dus geen. Nogmaals: koop het boek maar, het is niet alleen een overzichtstentoonstelling in boekvorm, maar ook een schatkamer.
 
 
Lieshout, Ted van. Wat heb jij gedaan om mij gelukkig te maken? De tentoonstelling. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 8912 8, 380 p.