Zoeken in deze blog

donderdag 7 augustus 2014

Broergeheim

Broergeheim, van Emiel de Wild, is geheel in briefvorm, met twee schrijvers-vertellers: Joeri en zijn broer Stefan. Stefan schrijft echter slechts één brief, de een-na-laatste. De brieven zijn verdeeld in vijf perioden, lopend van ‘half juli’ tot ‘begin oktober’.

Het begin is ietwat geforceerd. De verbaasde lezer moet geloven dat Stefan ineens is verdwenen. Joeri blijft koppig brieven schrijven, maar krijgt geen antwoord. Hij moet ook even het huis uit.
In deel 2 blijkt dat terug naar huis betekent: naar een heel ander huis, in een andere stad, op een andere school. En ‘pap’ en (vooral) ‘mam’ doen alsof Stefan niet bestaat en niet heeft bestaan. ‘We gaan een nieuwe start maken,’ zegt ‘mam’.

Als volwassen lezer denk ik dan al snel: dat is niet vol te houden, wat een domme ouders worden hier neergezet. Dat blijkt wat Joeri betreft ook al snel. Hij zoekt hun oude huis op, dat te koop staat, wordt door de politie opgespoord. Blijft brieven schrijven. Voor hem blijft Stefan bestaan. Deze brievenreeks in deel 2 beslaat het grootste deel van het verhaal, en eindigt ermee dat moeder even bij oma gaat wonen en hem een brief schrijft (in zijn geheel opgenomen in een brief van Joeri) waarin ze uitleg geeft. Stefan heeft een tegel van een viaduct laten vallen op een auto. Hij doodde daardoor een jongetje van anderhalf jaar. De reacties daarop waren zo heftig dat ze daarom zijn verhuisd.
Deel 3 bestaat uit slechts één brief, waarin Joeri vertelt hoe hij reageerde. O.a. door alle eerder geschreven brieven, die nooit verstuurd bleken, in de vuilnisbak te gooien. En hoe pap hem vertelde wat er allemaal gebeurde na Stefans daad en waarom ze wel moesten verhuizen.
Deel 4 is vervolgens de brief van Stefan aan Joeri. Waarin weer een versie van het gebeuren. En dan komt deel 5 met Joeri’s laatste, verzoenende brief.




Natuurlijk geldt voor dit verhaal zoals voor heel veel briefverhalen dat de hoofdpersoon wel ongelooflijk soepel en beeldend schrijft voor het personage dat-ie is, in dit geval Joeri, een jongen uit groep acht. Ook Stefan blijkt in zijn brief een rasschrijver. Dat geldt met name voor de lange brieven in deel 3 en 4.

De onwaarschijnlijkheid daarvan zullen de meeste lezers snel voor lief.nemen om het drama te volgen dat zich ontvouwt: een jongen van pakweg elf-twaalf jaar (hij is jarig halverwege) die veel van zijn broer houdt, voor de gek wordt gehouden door zijn ouders en dan tenslotte moet verwerken wat er is gebeurd.
Het is een verhaal dat veel jonge lezers als indringend zullen ervaren. En mogelijk aan het denken zet, over zaken als misdaad en vergeving.
De onwaarschijnlijkheid van die professioneel schrijvende broers kon ik als oudere lezer best voor lief nemen - de onwaarschijnlijkheid van het beschreven ouderlijk gedrag wat minder. Welke ouders halen het zich in hun hoofd om hun zoon van elf of twaalf zo compleet buiten de werkelijkheid te houden? Mochten er zulke ouders zijn, dan zou dit verhaal hen aan het denken kunnen zetten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen