Zoeken in deze blog

donderdag 9 april 2015

Literatuur in niveaus

Een artikel in Levende Talen Magazine 2015-3 bracht me een wereld aan herinneringen. Ach ja, het onderwijs in literatuur aan onze tieners, een 'voorwerp van aanhoudende zorg'. Een sage vol verzuchtingen en helden. De verzuchtingen zijn kort samen te vatten als 'ze willen niet'. De helden brengen steeds opnieuw verleidingspogingen in stelling om dat te veranderen in 'ze willen wel'.
In het artikel, 'Literatuursites koppelen jonge lezers aan geschikte boeken', door Jan Erik Grezel, komen twee van die helden voor het voetlicht: Theo Witte en Joop Dirksen. Nee, drie, want ook Syb Hartog wordt op het schild gehesen.

Alle drie helden hebben websites gemaakt om docenten literatuuronderwijs een handje te helpen. Syb Hartog schiep Novellist, 'een site met beschrijvingen van Engelstalige boeken'. De site lijkt bedoeld voor leerlingen en het geboden leesgoed is verdeeld in categorieën en niveaus:
'Er zijn 3 categorieën:
- young readers (kinderboeken). 
Twee niveaus: A1a (heel gemakkelijk) tot en met A 1e en A 2a tot en met A 2e (een lastig kinderboek).
- young adult readers (jeugdboeken).
Drie niveaus: B 2a (13-14 jaar) tot en met B 2e, B 3a tot en met B 3e en B 4a tot en met B 4e (17-18 jaar).
- adult readers (volwassenenliteratuur).
Drie niveaus: C 4a (spannende verhalen) tot en met C 4e, C 5a tot en met C 5e en C 6a tot met C 6e (moeilijk en zeer literair).' (Eh, hoeveel niveaus zijn dit bij elkaar?)
De boekbeschrijvingen zijn uitgebreid genoeg voor een handige leerling, die er heel wat uit kan kopiëren.

Joop Dirksen kwam in 2014 met Leesadviezen. Met op de openingspagina deze tekst:
'Lezen kan heel erg leuk zijn! Voorwaarde hiervoor is wel dat je boeken leest die bij jou passen, over onderwerpen die je interesseren, en noch te moeilijk, noch te simpel zijn.
Leesadviezen.nl is gemaakt om jou te helpen bij het kiezen van het juiste boek, zodat lezen leuk wordt / is / blijft!'
In dat 'Lezen kan heel erg leuk zijn' klinkt nog iets door van de wanhoop van literatuurdocenten ('ze willen niet'), wat ook terugkeert in de uitleg 'over deze site'. Er staan beschrijvingen van ruim 300 titels en voor 20 euro per jaar vinden docenten 'toetsmateriaal,  mét de uitwerking van de vragen en opdrachten'. Want Joop Dirksen gaat er van uit, zoals ook Grezel signaleert, dat niet alle docenten alle boeken gelezen kunnen hebben. Waarmee hij een opening biedt voor het treurige tafereel van een docent die een leerling vragen stelt over een boek dat-ie zelf niet heeft gelezen.
Ik probeerde als leerling een boek te vinden en liep even vast in stap 1, 'selecteer je niveau', tot ik zag dat je kan kiezen uit niveau 2 tot en met 5. Vier niveaus, dus. Daarna moest (!) ik een thema kiezen en vervolgens kon ik kiezen uit enkele titels. Die worden zo beschreven dat ik er wel iets uit kan kopiëren voor mijn leeslijst (de samenvatting en gegevens over de auteur), maar niet genoeg om de indruk te wekken dat ik de gekozen titel gelezen heb.

Theo Witte promoveerde in 2008 op een onderzoek naar de 'literaire ontwikkeling van havo- en vwo-leerlingen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs' (Het oog van de meester, samenvatting hier). Op basis van dat onderzoek bouwde hij samen met anderen Lezen voor de lijst. Groepswerk dus, in tegenstelling tot Leesadviezen. (Zie voor de groepsleden Colofon.) En, met nadruk:
'De website is niet commercieel en is tot stand gekomen dankzij subsidies van onder andere Stichting Lezen en het ministerie van OCW. De website is voor iedereen toegankelijk en aan het gebruik ervan zijn geen kosten verbonden.'
Lezen voor de lijst bevat ruim 400 titelbeschrijvingen, ingedeeld in twee categorieën (12-15 en 15-19). Ik heb pech: met mijn 67 jaar vind ik geen enkele titel, als ik die leeftijdsaanduiding letterlijk neem. Als ik dat negeer en toch zoek, vind ik beschrijvingen waaruit ik weinig kan kopiëren. Shit, ik moet echt lezen... Om me aan te moedigen, zijn er korte recensies van medeleerlingen opgenomen.
Die categorieën zijn elk weer in vier resp. zes niveaus verdeeld, bij elkaar 10 niveaus, dacht ik, maar uit de toelichting voor docenten haal ik dat er eigenlijk zes niveaus zijn, van N1 (belevend lezen) tot N6 (academisch lezen).
Ook hier maakt men zich zorgen en is men benauwd. 'Als een leerling boeken leest die veel te moeilijk voor hem zijn, zal hij ontmoedigd of gefrustreerd raken en uiteindelijk afhaken. Omgekeerd zal een leerling die boeken leest die te makkelijk voor hem zijn, zich snel gaan vervelen. De meeste lezers lezen het liefst binnen hun comfortzone en kiezen genres en schrijvers die ze al kennen en waarderen. Leerlingen moeten echter, om zich te kunnen ontwikkelen, worden uitgedaagd en gestimuleerd om buiten hun comfortzone te treden.'
Aan de arme literatuurdocent de mooie taak om uit te dagen en te stimuleren...

Jan Erik Grezel beschrijft en trekt niet echt een conclusie. Hij citeert wel docent Monique Metzemaekers (lid redactie Leesadviezen):
'Terug naar het Hogeland College in Warffum, waar Monique Metzemaekers in de klas mondelinge proefexamens afneemt. Dat is geen kat-en-muisspel waarbij de docent de leerling probeert te betrappen op 'boek-niet-gelezen'. Metzemaekers wil met haar leerlingen een volwaardig gesprek over hun literaire ontwikkeling, met als leidraad het leesdossier en daarin de eindbalans. Klinkt mooi, maar uiteindelijk moet er toch een cijfer uitrollen.
"Door de intensieve begeleiding weet ik wel waar leerlingen staan en wat ze kunnen scoren. Toch word ik soms verrast. Afgelopen jaar had ik een jongen die Godenslaap van Edwin Mortier op de lijst had staan: niveau 6. Tijdens het mondeling kon hij hele passages uit het hoofd citeren. En hij had perfect in de gaten waar het ín dat boek om draait. Zo'n jongen kan een heel hoog cijfer krijgen. We moeten leerlingen natuurlijk uitdagen, maar anderzijds ook niet onderschatten."' (Links door mij aangebracht.)

Dat lijkt me een mooie relativering van het lezen in niveaus.

Die conclusie wil ik trouwens wel trekken. 400 titels is meer dan 300, en een 'volwaardig gesprek over literaire ontwikkeling' is niet te voeren als je als docent het boek niet hebt gelezen, dus als ik docent was zou ik Lezen voor de lijst verkiezen boven Leesadviezen. Maar...

Maar ook zou ik mijn leerlingen wijzen op sites als Lees mijBoekenzoeker, Boek en jeugd en Leesfeest en me intensief bemoeien met de schoolbibliotheek, die zich tot in mijn klas zou mogen uitstrekken, met o.a. poëzieposters van Plint. (A propos, alleen op Leesfeest valt te zoeken op poëzie! Al krijg je dan niet meer dan een ontmoedigende reeks titels.)
Ik zou ze op alle mogelijke manieren uitnodigen op juist boven hun 'niveau' uit te stijgen, te luisteren naar teksten waar ze uit zichzelf niet gauw naar zouden luisteren, te lezen wat ze uit zichzelf misschien niet gauw zouden lezen. Het is mooi als mijn leerlingen hun 'niveau' ontdekken, maar nog mooier als ze een stapje verder komen - daarvoor zou ik toch docent zijn?
Ik zou mijzelf, mededocenten en leerlingen eraan herinneren dat literatuur ooit is begonnen als voordrachtskunst: verhalen vertellen, reciteren, zingen... en die kunst is nog niet uitgestorven, integendeel.
Als gedroomd literatuurdocent zou ik zelf uiteraard een goede verteller zijn en veel voorlezen, maar verder vinden mijn leerlingen in mijn literatuurlokaal niet enkel boeken, maar ook apparaten waarop ze dvd's e.d. kunnen afspelen en internet kunnen bereiken, en dan niet alleen Lezen voor de lijst of Novellist (ook al poëzieloos), maar bijvoorbeeld (uit de losse pols) ook de Blauwbilgorgel, of (paar 'niveau's' verder) Inanimate Aliceeen (Youtube-)opname als A Thousand Kisses Deep van Leonard Cohen. (Eh, welk niveau zou dat gedicht toegekend krijgen...? 'Academisch lezen'?)

Waar, op welke didactische literatuurwebsite, is een portaal te vinden met links naar relevante sites waar literatuur te horen is? Al dan niet verdeeld in 'niveau's'?

'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen