Zoeken in deze blog

zaterdag 23 mei 2015

Ali en Nino

Voor een bezoek aan Georgië zocht ik leesgoed met dat land als achtergrond.
Natuurlijk! Mijn oude uitgave in de Wereldbibliotheek had ik uitgeleend, weet niet meer aan wie en niet meer teruggekregen, maar een nieuwe was beschikbaar: Ali en Nino, van Kurban Said.
Ik nam het mee en las het opnieuw, na ruim dertig jaar.
Het verhaal wordt verteld door hoofdpersoon Ali Khan Shirvanshir en begint in Bakoe, een stad in het Russische tsarenrijk. Ali zit nog op school, in de examenklas. Deze school, hoogstwaarschijnlijk:



Hij is verliefd op Nino Kipriani en vastbesloten met haar te trouwen.

Deze liefde is diep en wederzijds, maar lastig. Bakoe ligt formeel in Rusland, maar de stedelingen zijn verdeeld naar etnische herkomst: hoofdzakelijk Azeri's (moslims), Perzen (idem), Armenen en Georgiërs. Ali hoort tot een rijke Azeri-Perzische familie, Nino tot een rijke Georgische familie, officieel is ze zelfs prinses, want haar vader is een van de vele Georgische vorsten.

Ze krijgen elkaar, maar niet zonder hindernissen. Die zijn tweeërlei: de lichte argwaan tussen de twee rijke families van enerzijds mohammedaanse en anderzijds Georgische herkomst; en de oorlog, die op p. 61 begint. Nergens in het verhaal staat een jaartal, maar het moet volgens mij 1914 zijn, ook nog op p. 90, als het Ottomaanse Rijk zich in de oorlog mengt.

Dat beide families steenrijk zijn helpt wel om ook enige wederzijdse achting tot stand te brengen. Er is een tussenkomst van een Armeense vriend, Nachararyan, nodig om 'prins Kipriani' tot toestemming voor het huwelijk te bewegen. In eerste instantie wil die immers alleen toestemmen als de oorlog voorbij is - en dat kan in het perspectief van de verteller en zijn vader wel even duren.

Nachararyan verandert echter in een vijand als hij tracht Nino te ontvoeren. Dat doet hij per auto. Maar de wegen zijn zo slecht dat-ie langzaam vooruitkomt. Ali en vrienden halen hem te paard in. Ali doodt de ontvoerder en Nino wordt teruggebracht.
Wegens die moord (in de ogen van zijn vrienden en vader geheel terecht) moet Ali onderduiken in een klein dorpje in Dagestan. Als hij daar dreigt te verkommeren komt Nino hem opzoeken. Ze trouwen en ze blijft bij hem.
Dat is eigenlijk de gelukkigste periode die ze meemaken. Oorlogs- en andere omstandigheden maken dat ze terugkeren naar Bakoe: de autoriteiten zoeken hem niet langer, want ze zijn er niet meer. De revolutie is uitgebroken (we zijn dan al op p. 179), en wat dat ook moge betekenen in Moskou of Sint-Petersburg, in Bakoe heerst vooral anarchie en die wordt gebruikt om een eigen republiek uit te roepen.

In Perzië mag Nino niets anders dan in een harem zitten, ze vermaakt zich door de eunuch te plagen maar is, net als Ali, godsblij als ze terug kunnen naar Bakoe, hoofdstad van de net uitgeroepen republiek Azerbeidjan. Ze krijgen een dochter, Tamar. De oorlog is echter nog steeds gaande, de Russen vallen de nieuwe republiek aan en ze vertrekken van Bakoe naar Gandzja (tegenwoordig Gəncə).
Nino gaat met hun dochter naar Tbilisi, Ali blijft.

'"Nino," zei ik, "de laatste trein naar Tiflis vertrekt over twee uur."
"Ja. We moeten gaan, Ali Khan."
"Nee, jij moet gaan, met het kind. Ik kom later. Ik moet hier nog even blijven. Maar jij moet weg. Het is nu niet meer zoals die keer in Bakoe. Alles is nu heel anders en je kunt hier niet blijven, Nino. Je hebt nu een kind om voor te zorgen." Ik praatte, op straat brandden de toortsen en Iljas Beg stond met gebogen hoofd in een hoek van de kamer. De slaap verdween uit Nino's ogen. Langzaam liep ze naar het raam en keek naar buiten. Ze keek naar Iljas Beg en hij keek gauw de andere kant op. Ze liep naar het midden van de kamer en liet haar hoofd hangen.
"Het Speelding," zei ze. "En jij gaat niet mee?"
"Ik kan niet, Nino."
"Je voorvader is gesneuveld op de brug van Gandzja. Ik weet al van het bestaan van die steen sinds ik eindexamen gedaan heb."
Met een plotselinge kreet liet Nino zich op de grond vallen, als een gewond dier dat in doodsnood verkeert. Haar ogen waren droog en ze beefde over haar hele lichaam. Ze gilde en Iljas Beg holde de kamer uit.
"Ik kom heus, Nino. Ik kom echt, ik beloof het je, het is maar voor een paar dagen." Haar kreten duurden voort, op straat zongen mensen het wilde lied van de stervende republiek. Plotseling bedaarde ze en ze bleef strak voor zich uitkijken, met dode ogen. Toen stond ze op. Ik haalde de koffer. Ik droeg het bundeltje met het Speelding in mijn armen en we gingen zwijgend de trap af. Iljas Beg zat in het rijtuig te wachten. We reden door de drukke straten naar het station.
"Het is maar een kwestie van een dag of drie, vier," zei Iljas Beg. "Een dag of drie, vier, en dan is Ali Khan weer bij je."
"Dat weet ik," Nino knikte rustig. "Eerst blijven we een tijd in Tiflis logeren en dan gaan we naar Parijs. We krijgen een huis met een tuin en het volgende kind wordt een jongen."
"Zo zal het gaan, Nino, precies zoals je zegt." Mijn stem klonk helder en optimistisch. Ze pakte mijn hand beet en staarde in de verte. De rails leken net lange slangen en de trein doemde op uit het duister als een kwaadaardig monster. Ze kuste me vluchtig. "Dag, Ali Khan. Over drie dagen zien we elkaar weer."
"Natuurlijk Nino, en dan gaan we naar Parijs."
Ze glimlachte en haar ogen waren net zwart fluweel. Ik stond op het perron, niet in staat me te bewegen, alsof ik vastgenageld was aan het harde asfalt. Ilja Beg voerde haar de coupé binnen. Ze keek uit het raam, stil en verdwaald, als een bang vogeltje. Toen de trein wegreed wuifde ze en Iljas Beg sprong op het perron.'

Ali voegt zich bij een groepje verdedigers in het dorpje Gandzja. Wie wil weten hoe het afloopt moet nu meteen ophouden met lezen en het boek kopen of lenen.



Laatste woorden in het boek:

'Ali Khan Shirvanshir is om kwart over vijf op de brug van Gandzja gesneuveld achter zijn machinegeweer. Zijn lichaam viel in de droge rivierbedding. Ik ging naar hem toe. Zijn lichaam was door acht kogels doorboord. In zijn zak vond ik dit schrift. Zo God wil zal ik het aan zijn vrouw brengen. Vroeg in de ochtend hebben we hem begraven, kort voor de Russen voor het laatst aanvielen. Het leven van onze republiek is ten einde, net als het leven van Ali Khan Shirvanshir.
Kapitein Iljas Beg, zoon van Seinal Aga, uit het dorp Binyadi bij Bakoe.'

Met deze samenvatting doe ik het verhaal natuurlijk geen recht. De citaten tonen hopelijk dat grote emoties niet geschuwd worden. De woorden zijn een vertaling van een Engelse versie, die weer een vertaling is van het in 1937 verschenen Duitse origineel. Een romantisch verhaal met een tragisch einde. Excuses voor gretige lezers die dat niet wilden weten, maar juist dat einde verleent enige diepte aan het verhaal,
Het is echter ook, of vooral, de achtergrond van het verhaal die ertoe doet. Dertig jonge mohammedaanse 'Aziaten' die zich afvragen waarom ze Latijn moeten leren. Het Oosten en het Westen in één stad, in één huwelijk. De beleefde maar ongemakkelijke verhoudingen tussen diverse bevolkingsgroepen in Bakoe. Het volslagen aftandse en feodale Perzië van die tijd, de Georgische wijncultuur in en rond Tbilisi, het boerendorp in Dagestan, de verwarring rond de oorlog (welke kant te kiezen?), het komt allemaal op soepele, onnadrukkelijke wijze langs.
Het was natuurlijk vermakelijk om de scènes in Tbilisi te lezen na een bezoek aan die stad, maar er was geen bezoek aan Georgië nodig om dit verhaal opnieuw te waarderen. WiKurt Said ook was, hij leverdeen mooi verhaal af, voor lezers van 15 en ouder.

Said, Kurban. Ali en Nino. Vertaling uit het Engels: Else Hoog. De Harmonie, 2015. (Rainbow.) Oorspr.: Ali und NinoE.P. Tal Verlag, Wenen, 1937.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen