Zoeken in deze blog

dinsdag 14 juni 2016

Nachtmerrie met hoop aan de voet

Waar te beginnen, waar te eindigen?
Allereerst: heb geduld, het eind is meesterlijk. Wie zich in de eerste fase van Anna van Niccolò Ammaniti afvraagt: waar gaat dit heen, wil ik echt doorlezen, kan ik alleen maar aanraden: doen! Alle hoop in een stel sportschoenen, het is volstrekt geloofwaardig, en tegelijk ironisch en ontroerend, juist na alle ook ontroerende maar ook treurigstemmende taferelen die eraan vooraf gaan.

Het zijn niet alleen de bendes jonge kinderen, beschilderd met strepen en gewapend met stokken of speren, die me bij het lezen van Anna aan zowel Lord of the Flies (Heer der vliegen) van William Golding als Memoirs of a Survivor van Doris Lessing deden denken. Ook in Lord of the Flies proberen kinderen te overleven, wat leidt tot tragische gebeurtenissen. Alleen doemt er in Anna géén reddende volwassene op.
Ook de Picciriduna (zie o.a. p. 134) wekte herinneringen in me op aan de varkensschedel in Lord of the Flies. Ook een soort afgodsbeeld, wel ietsje groter:

Het was gemaakt van houten latten die met elkaar waren verbonden door touwscharnieren. De borstkas leek op de romp van een schip en het bekken had een gat in het midden. Afgezien van het halve linkerbeen en de rechterarm, die nog niet af waren, was het helemaal bekleed met beenderen. Aan de bovenarmen hingen bovenarmen, aan de dijbenen hingen dijbenen, sleutelbeenderen aan de sleutelbeenderen. Maar het verbluffendst was de schedel, die was samengesteld uit schedels die spiraalsgewijs waren gerangschikt. De wervelkolom was een mozaïek van wervels. De beenderen, die vrij konden bewegen, tikten tegen elkaar, dansend in de wind. (p. 134)

Ik heb de vertaling gelezen. Kan niet anders, mijn Italiaans is niet goed genoeg om het origineel te lezen. Hoop dus maar dat Etta Maris de juiste toon heeft getroffen.
In ieder geval nam ze de goede beslissing om namen niet te vertalen, en de drie flarden van Italiaanse liedjes wel.
Slechts één kanttekening: op p. 251 laat ze een jongetje en een hond 'op handen en voeten' over een boomstam kruipen. Wel eens een hond op handen en voeten zien kruipen? Benieuwd wat hier in het Italiaans stond (carponi?).

Wat gebeurt er in dit verhaal?
De wereld is getroffen door een virus dat alle volwassenen doodt. Op Sicilië ziet Anna haar ouders verdwijnen en haar moeder laat haar een schrift met goede raad na en het dringende verzoek goed voor haar kleine broer Astor te zorgen. Een tijd lang weten ze te overleven in moeders woning (haar ouders leefden gescheiden hoewel niet in onmin), maar uiteindelijk moeten ze op pad, op zoek naar voedsel en andere zaken. Op het eiland hebben kinderen zich gegroepeerd in bendes en Astor wordt meegenomen door een van die bendes. Met veel moeite en met hulp van Pietro, de solist die zich aangetrokken voelt tot Anne en op zoek is naar een paar schoenen die volgens hem magische kracht hebben, weet ze Astor weer terug te krijgen.
Volgt een zwerftocht over het eiland (haar moeders huis is inmiddels geplunderd), met als doel het vasteland te bereiken, want misschien zijn daar nog Grote Mensen die iets voor hen kunnen betekenen. Pietro sterft (hoe vertel ik niet), maar Anna en Astor weten het vasteland (Calabrië) te bereiken.

Dit is een schamele samenvatting, van het soort dat je geeft als je je gedwongen voelt summier te blijven. Dat voel ik me, want bij lange samenvattingen ebt de aandacht weg. Hoe langer de samenvatting, hoe meer hij lijkt op een slechte bewerking van het verhaal.
En het einde laat ik open.

Waar gaat dit verhaal over? Wat maakt het boeiend?
Zoals ieder goed verhaal gaat het over dood en verval en daartegenover sprankjes geloof, hoop en liefde. Niet minder dan dat. Het is een vondst om het leven niet pakweg tachtig maar zo'n vijftien jaar te laten duren. Wat gebeurt er dan? Niemand krijgt de kans volwassen te worden - en wat doen de kinderen, vooral zij die net de kindertijd voorbij zijn, de dood dus tegemoet zien in de vorm van de eerste rode vlekken? Het verval is prachtig deprimerend beschreven. Niets werkt, alles is overwoekerd en overal liggen lijken. De verteller zit dicht op de huid van de hoofdpersonen, overwegend Anna, een paar passages Astor en Pietro, maar houdt tegelijk afstand. Zo wordt Anna soms aangeduid als 'het meisje' en Astor als 'het jongetje'.
Daartussen proberen de kinderen samen met elkaar en vooral ten koste van elkaar overleven. Intrigerend vond ik te overdenken wat dat doet met het gangbare beeld van het kind, zoals ook gold voor Lord of the Flies. Nee, dit is geen Kruistocht in spijkerbroek en al helemaal geen Kinderkaravaan. Het is dan ook niet bedoeld voor de jeugd, zou de uitgever zeggen. Dat neemt niet weg dat het goed te doen is voor lezers van twaalf en ouder die al wat leeservaring hebben. Ik zou wel willen weten wat veertienjarigen van dit verhaal vinden. Het zal ze niet onberoerd laten.
Neem nou dit citaat, op p. 247, we zijn bijna aan het eind van het verhaal, net na Pietro's dood:

Het was vier dagen geleden dat Anna en Astor Cefalú achter zich hadden gelaten.
Voordat ze vertrokken, hadden ze Pietro's lijk met touwen de weg op getrokken, op een boodschappenkarretje geladen en naar het strand gebracht. Ze hadden een gat in het zand gemaakt, hem daarin begraven en er een omgekeerd bootje overheen gelegd.
Zo nu en dan draaide Anna zich nog om om te kijken waar hij was, maar achter haar waren alleen Astor, die haar met slepende voeten volgde, en Knuffel, die in de berm van de weg snuffelde.
Dan pakte ze het hangertje vast en kneep erin tot de punten van de zeester in haar vlees priemden.
Pietro was in haar ontploft en duizenden scherpe scherfjes stroomden door haar aderen en verscheurden haar vlees.
Nu begreep ze wat liefde was, dat iets waarover zoveel gesproken we€rd in mama's boeken.
Je weet pas wat liefde is als ze het van je afpakken.
Liefde is gemis.
Zonder Pietro was de wereld opnieuw bedreigend geworden en de stilte die haar eerst gezelschap hield, maakte haar nu hoorndol en verteerde haar. De manier waarop hij was doodgegaan, de lange doodsstrijd die hij had moeten ondergaan, was zo stom, en het lukte haar niet daar de zin van in te zien.

Er valt meer moois te citeren, maar dat zal ik niet doen. De meeste indruk op mij maakte het einde. En zoals gemeld, dat wil ik niet verklappen.


                                                              Anna

Niccolò Ammaniti. Anna. Lebowski, 2016. Vertaling Etta Maris. ISBN 978 90 4882 841 8.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen