Zoeken in deze blog

maandag 6 maart 2017

Zeg Roodkapje...

Het zal je liefhebberij maar zijn... maanden in de Koninklijke Bibliotheek doorbrengen om daar honderden versies van Roodkapje over te tikken.
Folkert Karsdorp deed het, aldus een artikel door Maarten Dessing: 'maandenlang eenzame opsluiting in de KB: boek op een kussen, handschoenen aan, met een hand het blaadje openhouden, met de andere overschrijven. Er zaten oude kijkdozen of pop-upboeken bij, daar moet je zó voorzichtig mee zijn'.
Folkert Karsdorp is een etnoloog, 'voorheen verbonden aan het Meertens Instituut en nu aan de Radboud Universiteit in Nijmegen' - maar het Meertens Instituut en zijn eigen site vermelden hem nog gewoon als medewerker. Hij deed het niet in zijn eentje: Antal van den Bosch, 'taaltechnoloog' en vanaf januari dit jaar directeur van het Meertens Instituut, hielp hem. Het onderzoek mondde in december 2016 uit in een proefschrift: Retelling Stories: A Computational-Evolutionary Perspective (2016).



Het doel was om deze versies te vergelijken met hulp van digitale techniek. De uitkomst van dit onderzoek beschreef Marten Dessing in een artikel in Taaluniebericht, Taaltechnologie brengt Roodkapje tot leven. Het persbericht dat ik vond in Nu.nl dateert al uit juni 2016 en ebschrijft de onderzoekmethode aldus:

'De onderzoekers gebruikten een bijzondere bron: alle ingescande of handmatig getranscribeerde versies van meer dan vierhonderd Nederlandse hervertellingen van Roodkapje, verzameld door de Koninklijke Bibliotheek en gedigitaliseerd door Karsdorp in samenwerking met het Meertens Instituut in Amsterdam. Van den Bosch: "De computer maakt het mogelijk om zo’n groot corpus met zoveel data te onderzoeken. Iets wat je handmatig nooit had kunnen doen. Dit is gewoon een veel efficiëntere manier om onderzoek te doen naar de verwantschap van teksten."'




Wat hij onder meer ontdekte is dat de meeste bewerkers teruggrijpen op een andere bewerking en niet op een oude tekst. Nou ja, de meeste...: 'Iedereen die Roodkapje herschrijft, grijpt terug op een variant van maximaal twintig jaar oud.'.




Een boude bewering en het persbericht heeft het over 'vrijwel alle bewerkingen', maar onwaarschijnlijk is het niet.
Natuurlijk wijst Karsdorp er ook op dat alle versies uiteindelijk te herleiden zijn tot de versies van Charles Perrault (die Roodkapje gewoon opgegeten laat) en de gebroeders Grimm (die de jager laten opdraven om haar te bevrijden).
Vooral die laatste versie heeft navolging gevonden. Net als de broers vonden de meeste bewerkers het kennelijk wat bont om de jonge dame zo aan haar eind te laten komen - of ze waren geheel niet op de hoogte van de oudere versie van Perrault.

Die versie van Perrault berustte weer op nóg oudere versies, het verhaal was niet onbekend in Frankrijk en de oudste geschreven versie dateert uit de 10e eeuw, als gerijmd verhaal 'De puella a lupellis servata' in een werk getiteld Fecunda ratis, door ene Ecbertus Leodiensis ofwel Egbert van Luik. Die vroege versies zijn bestudeerd door Jamie Tehrani, zie zijn artikel 'The Phylogeny of Little Red Riding Hood' (2013).




Roodkapje is een van de sprookjes die erg tot de verbeelding hebben gesproken van uitleggers, wegens de seksuele connotaties die het verhaal kan oproepen. Ga niet met vreemde mannen mee is nog de simpelste boodschap die aan Perraults versie zou kunnen worden toegeschreven. Iets minder simpel wordt het vanzelf als aan Roodkapje een zekere gewilligheid wordt toegeschreven.
Dat gaat van serieus naar minder serieus. Zie voor het serieuze werk o.a. de bekende studie van Jack Zipes over Roodkapje, The Trials and Tribulations of Little Red Riding Hood (1983), of Little Red Riding Hood Uncloaked: Sex, Morality, And The Evolution Of A Fairy Tale van Catherine Orenstein (2003), of de verhalenbundel The Bloody Chamber and Other Stories (1979) en daarin het verhaal 'The Company of Wolves' van Angela Carter. Of de film Red Riding Hood van regisseur Catherine Hardwicke.
Minder serieus? Tik in Google of een andere zoekmachine 'Red Hiding Hood Sex' onder afbeeldingen en je krijgt een overvloed aan plaatjes...




Ik heb het proefschrift van Folkert Karsdorp niet gelezen, maar het lijkt me aannemelijk dat hij aan dit aspect geen enkele aandacht besteedt. Sowieso doet het beeld bij hem niet terzake.
Dessing citeert: 'Kinderboeken kun je niet met ocr (optical character recognition) digitaliseren, omdat er vaak plaatjes in zitten. Dan staat er opeens een boom door de tekst afgedrukt.' Aldus Karsdorp.
Jammer, want plaatjes (al dan niet bewegend) zeggen evenveel over navolging als woorden. Neem alleen al de invloed van Disney...

 











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen