Zoeken in deze blog

dinsdag 13 januari 2026

De vitaminemetafoor

Daar is-ie weer! Hij prijkt op de voorkant van Lezen 4-2025. Op instigatie van de redactie of van ontwerpbureau Hocus, dat staat er niet bij.


20 stuks, minimaal 50.000 woorden (tijdseenheid ontbreekt), 'voor meer sociaal begrip, empathie,  vergroot welzijn en carrièrekansen, verbreedt de horizon'. 
Lezen als vitamine. Ergens na WO II dook de metafoor op tussen bevlogen jeugdbibliothecarissen en auteurs, waaronder Annie M.G. Schmidt (1974, 'Voer voor kinderen', Over jeugdliteratuur) en de term bibliotherapie dateert zelfs al uit de 19e eeuw, blijkens een artikel door Toin Duijx in Leesgoed jaargang 1989. Maar maakt bij latere claims wel terecht de strenge kanttekening:
 
Het boek kan enkel hulpmiddel zijn, zoals ook het spel hulpmiddel binnen de therapie kan zijn. Maar ook niet elk spel dat een kleuterleidster met kinderen speelt noemen we therapie.

Geen therapie, maar wel educatie. Dus een aanbeveling van het boek als vitamine op de voorkant van een publicatie betekent: hier gaat het over opvoeding en onderwijs. Op zijn best dus over bekommernis om de ontwikkeling van medemensen, iets dat in de trumpiaanse samenleving verloren dreigt te gaan of wordt toevertrouwd aan de Zonen van Jacob en andere zeloten.
Die bekommernis vinden we in Lezen 4-2025 onder meer in artikelen als 'Lezen op Recept', over leesbevordering in de jeugdgezondheidszorg, een zijlijntje van Boekstart, of 'Het klimaat in de klas', een bespreking van Lezen voor waarden, taal en burgerschap in de klas. Of 'Leerlingen als inspiratiebron', over literatuur in het 'onderwijs in vreemde talen' en dat laatste is nog altijd de benaming van onderwijs in andere talen dan Nederlands.
 
Je zou haast vergeten dat mooie boeken ook kunst zijn. Dat literatuur, het vertellen van een verhaal, ook een kunst is. Gelukkig zien we dat weer in een terugblik door de redactie op het werk van Harrie Geelen, die in 2025 overleed, 'De creatieve nalatenschap van Harrie Geelen'.
En dan treffen we in dit nummer nog veel meer, o.a. een interview met The Tjong Khing en een blik in het atelier van Natascha Stenvert.
Goed bezig, die redactie.
 
 
Lezen 2025-4. ISSN 1570-9698. Stichting Lezen, 2025.  

vrijdag 9 januari 2026

Phlizz


 
Graag aandacht voor de trouwe aanhangers van Lewis Carroll die zich in Nederland hebben verenigd in het Lewis Carroll Genootschap. Het is een ijverig gezelschap, dat een forum biedt voor zowel verzamelaars als onderzoekers. Eens in de zoveel tijd, zo ook januari 2026, verschijnt er een aflevering van het online magazine met de merkwaardige naam Phlizz.
 
Phlizz?
 
Die naam wordt door het genootschap zo verklaard. 
 
Phlizz is een woord dat is bedacht en geïntroduceerd door Lewis Carroll, zie bijvoorbeeld het digitale woordenboek Lexico.com (https://www.lexico.com/en/definition/phlizz). Het komt een aantal keren voor in Sylvie and Bruno.
De eerste keer dat we het aantreffen is in hoofdstuk vi (in de editie van Macmillan uit 1889 op pagina 74/75):
Bruno .. picked a fruit …
“It hasn’t got no taste at all!” he complained. “I couldn’t feel nuffin in my mouf! It’s a – what’s that hard word, Sylvie?”
“It was a Phlizz,” Sylvie gravely replied.
 
Enzovoort. 
Er staat geen naam onder. Op grond van de stijl vermoed ik dat óf Bas Savenije óf de helaas onlangs overleden markante boekhandelaar Casper Schuckink Kool de auteur is. Beiden actieve genootschapsleden.
 
Het genootschap organiseert ieder jaar een symposium. Dit jaar op 26 september, in Deventer. 
 
In Phlizz staan soms zeer lezenswaardige bijdragen, zoals in deze aflevering (januari 2026) 'Wat weet de Belleman?' van vertaler Robbert-Jan Henkes.

donderdag 8 januari 2026

Goed om je heen kijken

Jacobus Pieter (Jac. P.) Thijsse was een goede verteller, die het belangrijk vond dat jong en oud in Nederland met de natuur in aanraking kwam. Met zijn vriend Eli Heimans spande hij zich in om 'het onderwijs in de kennis van planten en dieren op de lagere school in het bijzonder voor de grote steden' te bevorderen (1893, De levende natuur). De Verkade-albums van Thijsse waren een begrip.
 
Als er dus een biografie over hem verschijnt, hoort die hier besproken te worden. Het boek heet De waterzoon, Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur, door Eva Vriend.
Zijn zoon, dat is Jo, de waterbouwkundig ingenieur die zo'n belangrijke rol speelde bij de indamming van de Zuiderzee, lang directeur was van het Waterloopkundig Laboratorium, het Waterloopbos tot stand bracht en allerlei andere waterbouwkundige kunststukjes verrichtte.
 
Een bijzondere combi, een vader die opriep om plaats te maken voor de natuur en een zoon die het wilde water wilde indammen. Konden ze een beetje met elkaar overweg?
Ja, blijkt uit speurwerk van de biograaf. Jac P. (ze handhaaft de bekende afkorting het hele boek) was een optimist, die begin deze eeuw veel zag in vooruitgang en vond dat bijvoorbeeld de indamming van de Zuiderzee het land ten goede kwam, mits er ruimte zou worden geschapen voor natuurbehoud. Hij was geen romanticus die a priori tegen elke uitbreiding van menselijke bedoening was. Gelukkig voor hem heeft hij de enorme verandering van het boerenland na 1950, met zijn verwoestende uitwerking op de natuur, niet meegemaakt, hij stierf op 8 januari 1945, net voor de bevrijding.
Zoon Jo was een rastechneut, net als vrijwel iedere waterstaatkundige ingenieur in die tijd, en had geen aandacht voor de natuur. Dat veranderde later echter wel, juist na die genoemde jaren '50. De oude Jo bleek meer op zijn vader te lijken dan in zijn jonge jaren. En dat zou kunnen samenhangen met de vele wandelingen in de natuur die papa Thijsse met zijn zoon maakte, met als mantra: goed om je heen kijken, alles is belangrijk.
 
Eva Vriend slaagde erin om enerzijds een beeld te geven van opvattingen over natuur en samenleving en anderzijds twee met elkaar vervlochten portretten af te leveren, met als belangrijkste bron een plastic krat met nagelaten brieven en zo, bij een kleinzoon gevonden. Dat is zonder meer knap.
 
 
 
Vriend, Eva. De waterzoon. Atlas Contact, 2025. ISBN 978 90 450 5189 5, 64 p.   

zondag 4 januari 2026

Ja, mijn kikker!

Je kan je afvragen waarom een meisje een kikker wil.
 
Wie ooit kennis heeft gemaakt met de sprookjes van Grimm, al dan niet in Disney-vermomming, weet: dat meisje wil geen kikker, maar een prins. En het meisje is vermoedelijk een prinses.
En wat een prins en een prinses zijn, dat vertellen ons diezelfde sprookjes plus, later, als je kan lezen, de tv, de asociale media, de tijdschriften bij de kapper, de kranten, enzovoort.
Daardoor vinden we het niet gek dat het meisje met wie het verhaal begint een kroontje op heeft, en haar vader ook en zelfs de rare broek van vader wordt herkend.


 
Het verhaal hier heet Is dit een kikker? van Mireille Geus (tekst) en Sophie Pluim (beeld). Als je niets van prinsessen en kikkers weet, moet dit verhaal raadselachtig zijn.
Voor anderen wil het prinsesje vanzelfsprekend een kikker, want een prins, en even vanzelfsprekend krijgt ze die ook. 
De verrassing zit hem in de prenten. Dit prentenboek is vooral een werk van Sophie Pluim, met de tekst van Mireille Geus als praktische toevoeging. 


 
Zowel prinses als kikker als koning en koningin veranderen namelijk van gestalte naarmate het verhaal vordert, ook wordt het steeds later in het jaar, en een stelletje vogels maakt een nest en brengt jongen voort. De koning verliest net als zijn dochter de kroon en hij verandert zelfs in een paard. 
De kikker verandert uiteraard in een jonge man, maar houdt nog iets kikkerachtigs in kleur, handen en voeten.

 
Mooi gedaan! Zo wordt deze variant op een bekend sprookje een verrassend kijkboek.
 
 
Geus, Mireille, en Sophie PluimIs dit een kikker? Lemniscaat, 2025.   
 

dinsdag 30 december 2025

Aleid Truijens stopt als columnist

Na twintig jaar en duizend stukjes stopt de zeer bij het Nederlands onderwijs betrokken Aleid Truijens als columnist voor de Volkskrant. Het leidde tot een interview met haar door Rik Kuiper en Jasper Daams, in de Volkskrant 30-12-2025.

Aleid Truijens, foto Pauline Niks.
 
Dat Truijens zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste onderwijscolumnisten van Nederland – geliefd en gevreesd op scholen en universiteiten – lag niet direct voor de hand. Totdat ze de verhalen hoorde van haar man, die net zijn werk in de journalistiek had verruild voor een baan als leraar Nederlands, en van haar twee kinderen op verschillende Amsterdamse middelbare scholen.

‘Zij vertelden dat Nederlands, vroeger mijn favoriete vak – ik ben het gaan studeren – het meest gehate vak was geworden. Dat vond ik tragisch, maar het maakte me ook nieuwsgierig. Hoe was het zover gekomen?’ Truijens begon ook de parlementaire enquête van de commissie-Dijsselbloem te volgen, die de onderwijsvernieuwingen uit de jaren negentig onderzocht. ‘De conclusies waren tamelijk schokkend.’


En daar schreef ze vanaf dat moment over, niet alleen betrokken maar ook gedegen, goed ingevoerd.
 
Ze vindt dat het niet goed gaat met het onderwijs.
 
‘Ik probeer het niet somber op te schrijven. Maar het verbijstert me dat het telkens nóg slechter kan, dat de resultaten in met name lezen, maar ook schrijven en rekenen, al twintig jaar lang hard hollend achteruitgaan. Iedereen zou daarvan wakker moeten liggen.’
 
En hoe komt dat?
 
‘Door die enorm dikke bestuurslaag. Veel schoolbesturen voelen geen prikkel om zo veel mogelijk uit kinderen te halen en om leraren het beste onderwijs te laten geven. Wel om diploma’s uit te delen, en om kinderen niet te laten blijven zitten. Dat bedrijfje moet floreren en de ouders moeten tevreden zijn.

‘Leraren hebben nog maar weinig te vertellen. Ooit had je als leraar een hoge mate van vrijheid met wat je in de klas deed met je leerlingen. De leraar is vooral een uitvoerder geworden.’
 
En al die onderwijsministers?
 
‘Ze kunnen elkaar allemaal de hand schudden, want vanaf het begin van deze eeuw hebben ze zich allemaal gevoegd in een niet-werkend systeem met autonome schoolbesturen, een wegkijkende overheid en die vroege selectie.’
 
Maar verrassing, er was er een die haar wel beviel, nota bene een VVD-er. 
 
‘Dat zal je misschien verbazen: Dennis Wiersma, hoewel ik nog nooit op de VVD heb gestemd en dat van mijn leven niet zal doen. Wiersma bezocht veel scholen en hij was kritisch op bestuurders en de inspectie. Die twee machtige partijen sprak hij duchtig aan. Leraren liepen met hem weg, ongeacht politieke kleur. Hij nam het voor ze op. En uiteindelijk moest hij vertrekken vanwege beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag.’
 
Helaas, ze stopt. 
 
'Ik hoop dat ik leraren ook heb geïnspireerd en aangemoedigd, vooral als het over het belang van lezen en literatuur gaat. En dat ik op die manier een beetje mijn evangelie heb verspreid.’ 
 
We zullen je missen, Aleid. 


maandag 29 december 2025

De wereld rond

Grappig, zo'n twee weken na een sprookjesachtig prentenboek over Perzikje die de wereld doorreist op zoek naar zijn moederboom, is er een sprookjesachtig prentenboek over een haasje, Haassie, dat de wereld doorreist op zoek naar waar hij vandaan komt. Het is een onderwerp dat kleuters aanspreekt: mama, waar kom ik vandaan?
 
Dit boek onderscheidt zich door de linosnedes van Octavie Wolters. Dubbelpagina, expressief, voegen ze een heel eigen dimensie toe aan de eenvoudige, stijlvaste tekst onderaan 30 bladzijdes.

 
De afgelopen week hadden de vogels al gezongen en was het eerste groen uitgesprongen, maar vandaag sneeuwde het. De wolken waren zwaar en alle bomen waren bedekt met een laagje sneeuw. Het was zo'n dag waarop de tijd lijkt stil te staan, een dag waarop alles kan gebeuren, en je geheimen kunt ontdekken in alles wat je ziet.
Het hazenleger lag in de heuvel die uitkeek over de besneeuwde vallei.
Haassie stak zijn kop over de rand en snoof de koude lucht op. Hij keek naar de hoge spar met zijn sparappels, het sneeuwklokje, de merel in de kastanje.
'Waar komen de bomen vandaan?' vroeg Haassie aan zijn moeder. 'En de vogels?' Hij voelde met zijn pootje aan de sneeuw en keek naar zijn voetafdruk. 'En ik?'
 
Zoek de lente, zeggen zijn ouders. Haassie gaat op weg en het raadselachtige antwoord komt na een achterwaartse reis op intrigerende prenten door vier seizoenen en langs allerlei dieren die de weg wijzen. 
 
Het hazenleger lag in de heuvel die uitkeek over de vallei. De sneeuw was gesmolten, de kastanje bloeide, de merel had een jong gekregen. Daar waren vader haas en moeder haas. Haassie knuffelde ze, zijn moeder streek met haar neus langs zijn lange oren. 
'Ik heb op je gewacht, mijn lieve Haassie,' zei ze zachtjes.
'Ik ben waar ik begonnen ben,' zei Haassie. Zijn moeder knikte.
'Mijn begin, dan ben jij.'

 
Haar begin...? We zullen het maar lezen zoals het bedoeld is, Haassie spreekt die woorden uit.
Een ode aan het leven, maar ook aan het 'zachtrozepluchen knuffelhaasje' dat Octavie kreeg toen ze twee jaar was, van haar tante Els, en dat nog steeds op haar nachtkastje zit, ietwat afgekloven en
 
ik gun ieder kind, nee, ieder mens, bij dezen een Haassie.
 
Dat is lief, dankjewel, Octavie. 
 

Wolders, Octavie. Jij bent mijn begin. Ploegsma, 2025. ISBN 978 90 216 8707 0, 32 p.    

maandag 22 december 2025

Daar gaan we!

Philip Waechter is alweer een oude trouwe, want geboren in 1968 en debutant in 1995 (Papa in Panik), maar verwar hem niet met zijn vader Friedrich Karl Waechter (1936-2008), die naam maakte als vormgever van en tekenaar voor het satirische tijdschrift pardon, waarvoor hij een mooi duiveltje tekende.


Van beide Waechters is werk in Nederlandse uitgaven verschenen. Van Friedrich Karl bijvoorbeeld De Anti-Piet de Smeerpoets (1973), Tafeltje dek je, een nieuw sprookje (1974) en De boeren in de waterput (1978) en nog in 1991 illustraties in De bevroren prins van Christine Nöstlinger. Van Philip Thuiswedstrijd (1998), Emma in het spookhuis (2007) en Thomas kan vliegen! (2015).
Beide Waechters zijn in Duitsland meermaals bekroond, grappig genoeg niet met dezelfde prijzen. Zo ontving Friedrich Karl tweemaal (1975 en 1999) de Jugendliteraturpreis en in 2003 nog de Preis der Binding-Kulturstiftung en Philips eerste bekroning (2004) was de Preis der Stiftung Buchkunst en de laatste tot nu toe in 2021 de Kinderbuchpreis des Landes Nordrhein-Westfalen.
Of vader en zoon het een beetje met elkaar konden vinden? Geen idee, maar ze hebben niets samen gemaakt. 


 
Van Philip verscheen in 2025 het prettige prentenboek Daar gaan we! Prettig want volstrekt pretentieloos, terwijl je er al dan niet samen met kleuter een hele tijd zoet mee kan zijn. Een groot, kartonnen prentenboek met zeven dubbelpaginaplaten. Boven de eerste, hieronder de laatste.

 
Bepaalde figuren van de bovenste plaat zie je ook op de onderste. Eén dame heeft inmiddels een jas gekocht. Iemand houdt op alle platen een paraplu omhoog - behalve op die ene waar het regent. Een stel jonge voetballertjes komt eindelijk aan voetballen toe. Een kip achtervolgt een kuiken, raakt het kwijt en vindt het weer. Let ook op het papieren vliegtuigje. Enzovoort.
 
Er komt behalve twee opschriften op de eerste prent geen woord in voor. De zeven prenten vertellen ook niet een verhaal, wel veel kleine verhaaltjes, zoals dat van de voetballertjes en zie ook de achterkant van het boek. Het is een kijk- en ontdekboek voor jong en oud samen. Zonder pretentie, wel leuk.
 

Waechter, Philip. Daar gaan we! Een ontdek- en zoekboek. Ploegsma, 2025. oorspr.: Jetzt geht's los! Beltz & Gelberg, 2025.   

donderdag 18 december 2025

Meer schoolbibliotheken nu

Ineens toonden Nederlandse parlementariërs zich zeldzaam begaan met de kwaliteit van het Nederlands voortgezet onderwijs. Strikt toevallig net vóór Sinterklaas.
Blijkens een persbericht van Stichting Lezen daalt het aantal schoolbibliotheken in dat onderwijs. Dat bleek uit een enquête onder 580 docenten Nederlands en 281 schoolleiders van scholen met vmbo-, havo- en vwo-onderwijs. Dit
 
onderzoek van Stichting Lezen laat zien dat scholen het belang van lezen breed onderschrijven, maar dat structurele randvoorwaarden achterblijven. Zo geeft een op de vijf schoolleiders aan onvoldoende budget en taakuren te hebben voor leesbevordering. Ruim een derde van de docenten Nederlands zegt dat leesonderwijs enkel binnen hun eigen vak blijft.
 
Aldus het persbericht. 
Een kersvers Tweede Kamerlid genaamd Marjolein Moorman reageerde op dit onderzoek middels twee moties, mede ondertekend door Ilana Rooderkerk (D66) en Diederik Boomsma (JA21), en beide moties werden aangenomen. Zie ook hier. Het was haar eerste optreden in het parlement.


Een nogal vrijblijvende strekking, maar wel een opmerkelijk signaal. Stichting Lezen was er alvast heel blij mee.
 
Tamar van Gelder, directeur-bestuurder van Stichting Lezen, reageert positief: 'Het is ontzettend goed dat de Kamer zich eensgezind uitspreekt over het belang van een schoolbibliotheek. Het klinkt logisch dat iedere leerling toegang moet hebben tot boeken, maar dat is allang niet meer het geval. Dit onderzoek is een eerste stap om te komen tot een eigen, volwaardige schoolbibliotheek op elke school.'
 
Ik help het haar wensen. En mogelijk kunnen we van Marjolein Meerman meer verwachten, de komende tijd. Ze was in haar wethoudersperiode in Amsterdam zeer betrokken bij het onderwijs.

woensdag 17 december 2025

Vogels voor kids

Niet voor het eerst stelde ik me de vraag: wat zijn kids? Waarin verschillen ze van kinderen?
Zijn kids toevallig luidruchtige kinderen, erg aanwezig? Vandaar dat ze altijd in het meervoud zijn, alsof één kid te stil is? Zijn kids vooral kinderen als consumenten? Zelden heeft men het over de juiste opvoeding van kids, of welk diploma de kids gaan halen, vaker gaat het over vakantie met en spullen voor kids, met de kids op pad, aan tafel, enzovoort. Het gaat nooit over rechten voor kids (die hebben of nemen ze al), wel over rechten voor kinderen (die hier en daar vergeten worden). 
 
Onlangs landde een Vogelgids voor kids op de bespreektafel, aanleiding tot dit bespiegelingetje. Ondertitel: leer eenvoudig vogels kijken en herkennen
In het Frans heet het origineel Le petit guide ornitho, de kleine vogelgids. Kleine broer van Le grand guide ornitho, die anders dan het kleine broertje een vertaling is van een zeer bekende, ook in het Nederlands vertaalde gids, die van Lars Svensson c.s. (ANWB Vogelgids van Europa. Dé gids, tegenwoordig.)
Ondertitel van Le petit guide ornitho is Observer et identifier les oiseaux, niks eenvoudig, maar 'ce guide s'adresse à tous ceux - enfants et adultes - qui s'intéressent aux oiseaux, et qui souhaitent apprendre à les observer et à les reconnaître.' Ofwel: niet speciaal voor kinderen, pardon, kids, wel voor beginners, waaronder kinderen. De foto op p. 175, een rijtje vogelaars, is niet echt uitnodigend voor kinderen, daarentegen staan voorin wel foto's van jonge vogelaars. De tekst is van Marc Duquet, die meer vogelboeken maakte - en ook de vertaler was voor Le grand guide ornitho. Zijn website toont: de man heeft iets met vogels.
 
Dat van die kids was dus een besluit van uitgeverij Kosmos, al dan niet in samenspraak met Vogelbescherming Nederland, waarvan het logo op de voorkant prijkt.
 
Het zou kunnen dat Kosmos tot dit besluit kwam omdat er al aardig wat min of meer handzame, 'kleine' 'vogelboeken' op de Nederlandstalige markt zijn: de Veldgids Vogels vergelijken, herken soorten die op elkaar lijken van KNNV Uitgeverij, door Sovon-medewerker en fotograaf Harvey van Diek, de Veldgids Vogels herkennen door Felix Weiss, bij Deltas en vertaald uit het Duits, en tweedehands (goedkoop!) ook nog Veldgids - Vogels ontdekken en herkennen door Bärbel Oftring, eveneens bij Deltas, uit 2012 en eveneens vertaald uit het Duits. Bovendien zijn er nog de handzame uitgaven ANWB Basis Natuurgids Vogels (vertaald uit het Duits) en De gewiekste vogelgids, slim en eenvoudig vogels herkennen voor iedereen, door vogelkopstuk Nico de Haan, beide bij Kosmos. 
 
Keuze te over dus. Wie weet dacht een redacteur bij Kosmos: ... maar niet specifiek voor kinderen, dus laten we daarmee aan de gang gaan, het boek positioneren, zoals dat heet.
Dus begint de gids met een voorwoord door Camilla Dreef, 'Ambassadeur van Vogelbescherming Nederland', dat leesbaar is voor mensen van pakweg 10+. 
 
Vogels kijken is het meest ontspannende en tegelijkertijd het meest spannende wat je kan doen. Het is altijd een avontuur en je weet nooit wat je tegen zal komen. Je zal je nooit meer vervelen, want vogels kijken kan altijd en overal.
 
Aldus Camilla Dreef. Een tikkeltje overdreven misschien. Maar als je geen zin hebt in planten en bomen kijken, of schimmels of korstmossen, zijn vogels inderdaad na mensen en geleedpotigen de meest zichtbare levende wezens, en ze kunnen bovendien nog tamelijk complex, dus interessant en (anders dan bij geleedpotigen) enigszins herkenbaar gedrag vertonen.
 
Gidsen raadpleeg je in het veld of thuis. Om mee te nemen moeten ze vooral hanteerbaar zijn, liefst niet te groot en te zwaar. Wat betreft formaat is deze gids is een twijfelgeval: compact, maar wel redelijk zwaar. Een veldgids moet bovendien praktisch zijn, dus alleen doen waarvoor hij in het veld dient: determineren. Dat gaat steeds vaker met handige programmaatjes op de telefoon. Boeken vallen daardoor steeds meer af.
En deze gids helemaal, want na genoemd voorwoord begint een hoofdstuk 'Vogels observeren' met allerlei wetenswaardigheden over vogels en vervolgens onder 'Vogels determineren' enkele vaktermen en praktische tips voor het waarnemen. Heel aardig en nuttig, veel foto's, maar niet nodig in het veld. Dit neemt bijna de helft van het boek in beslag!
 
Het is een gids voor thuis, deze Vogelgids voor kids. Geen mens, laat staan een kid, zal deze gids in de rugzak stoppen. Dat wordt ook niet gesuggereerd. Wel wordt direct na het voorwoord gesuggereerd dat je een verrekijker nodig hebt, met een foto van iemand (niet per se een kid maar wel jong) die door zo'n ding tuurt boven een foto van een plas vol kuif- en tafeleenden.
Zeer begrijpelijk. 
Je kan vogels waarnemen zonder verrekijker, maar dan kom je niet veel verder dan de meest algemene stads-, tuin- en parkvogels. Kauwen, stadsduiven, houtduiven, eksters, zwarte kraaien, wilde eenden, knobbelzwanen, soepeenden, koolmezen, pimpelmezen, roodborsten, huismussen... er valt genoeg aan te bestuderen, een lust voor het oog, maar er is nog zoveel meer. 
De info over het uitkiezen van een verrekijker (p. 34-37) is dan ook nuttig. Om dan vervolgens in de prijsklasse van 100 tot 350 euro alleen drie kijkers uit de winkel van Vogelbescherming te presenteren, waaronder een veel duurdere, lijkt op sluikreclame. (Verderop bij de telescopen, p. 178-179, valt dat mee. Wel wordt onbeschaamd reclame gemaakt voor het Vogelbescherming-tijdschrift Vogels, terwijl Limosa onvermeld blijft. Dat is geen goede voorlichting.)
 
Dat positioneren voor kids moet heel wat voeten in de aarde hebben gehad. Dat valt te concluderen door te vergelijken met het extrait van de Franse uitgave, die van de website van de Franse uitgeverij  (Delachaux et Niestlé) valt te downloaden. De globale opzet en veel foto's en tekeningen (Jean Chevallier) werden overgenomen, maar er kwamen een ander omslag, een groter lettertype en een andere opmaak. Ook werden hier en daar andere tekstjes ingevoegd.
 
Iets meer dan de helft van het boek bestaat uit vogelbeschrijvingen van elk 1 pagina. Dat biedt de kans om de Franse en de Nederlandse versie te tonen van, bijvoorbeeld, de pigeon ramier ofwel houtduif.



 
Je ziet: ander lettertype, andere indeling, 1 andere foto en deels andere tekst, niet alles is een-op-een vertaald.
 
Met de geboden informatie is weinig mis, toch toont juist de houtduif dat het wel eens fout kan gaan.
 
In het Frans:
 
Tir aux pigeons vivants

Les pigeons ramiers d’Europe du Nord sont migrateurs et survolent la France pour aller hiverner en Espagne. Ils doivent donc traverser les Pyrénées, où près d’un million sont massacrés chaque automne par les « chasseurs » de palombes…
 
(De houtduiven uit Noord-Europa trekken door Frankrijk om in Spanje te overwinteren. Ze moeten dus de Pyreneeën oversteken, waar elke herfst zo'n miljoen worden gedood door duiven'jagers'.)
 
In de Nederlandse uitgave:
 
Jacht op levende duiven
 
Nederlandse houtduiven zijn trekkers die in Spanje overwinteren. Tijdens de trek vliegen ze de Pyreneeën over, waar elke herfst bijna een miljoen vogels worden afgeschoten door 'jagers' op houtduiven.

Kijk om je heen, 's winters wemelt het van de houtduiven in Nederland! Inderdaad trekken de houtduiven uit noordelijke streken, waar 's winters altijd een dik pak sneeuw ligt, naar streken waar nog voedsel te vinden is. Sommige van hen vliegen naar Zuid-Frankrijk en Spanje. Maar dat 'Nederlandse houtduiven in Spanje overwinteren', dat kun je zo niet stellen. Vrijwel alle houtduiven blijven hier. (Waar er 's winters overigens op gejaagd mag worden.)
Kennelijk had de vertaler (Lily van Haren, 'voor Scribent.nl') minder kennis van vogels dan Marc Duquet, anders was dit zo niet in het boek gekomen.
Ook in details schuilt gevaar. Zo staat bij de spreeuw in het Frans vermeld dat die rechterop zit dan de merel ('se tient plus verticalement que le merle'), wat correct is. In de vertaling 'staat de spreeuw bijna verticaal, terwijl de merel recht staat'. U bedoelt? Nee, de merel staat niet krom...
En dan heb ik echt niet alle tekstjes doorgevlooid... 
Dus verder nog een voor alle beschrijvingen en beide versies geldende opmerking: er had iets meer over de grootte van de vogel in gemogen.
 
De keuze van soorten is in de Nederlandse versie dezelfde als in de Franse. Maar helaas, de Europese kanarie komt hier echt veel minder voor en van de kiekendieven is hier de bruine verreweg het meest aanwezig, terwijl de gids de blauwe behandelt. Ook de hop is hier een zeldzaamheid, net als de grauwe vliegenvanger, de zomertortel en de cirlgors. Dat de tamelijk zeldzame kraanvogel wel een pagina kreeg en de talrijk voorkomende grote zilverreiger niet is ook jammer. De geelpootmeeuw is in (Zuid-)Frankrijk algemeen en hier een zeldzaamheid, hier komt juist de sterk verwante zilvermeeuw veel voor, die het met een inzetje bij de geelpoot moet doen.
Gelukkig echter komen de meeste van de 115 beschreven soorten ook hier voor, soms talrijk, soms wat minder.
 
Dé gids voor kinderen, pardon kids? Eigenlijk is de keuze van de Franse uitgeverij slimmer, want die richt zich op jonge en oude beginners met zijn 'kleine vogelgids'. En ik ben niet vergeten dat ik als dertienjarige 'kneus' in de NJN meteen een 'volwassen' vogelgids kocht, namelijk Petersons vogelgids, ook wel liefdevol 'de Kist' genoemd (de vertaler heette J. Kist, Jan Kist). Die sjouwde ik mee in mijn rugzak en hij kreeg door vocht steeds groteskere vormen.
Ik zou het beginnende vogelwaarnemers van twaalf en ouder nog steeds aanraden: ga voor echt, koop de beste en volledigste, tegenwoordig dus niet de Kist, maar die van Svensson c.s., de ANWB Vogelgids van Europa. Vraag hem cadeau (hij kost wel zo'n 45 euro). Kinderen (kids?) van negen en ouder die tekenen van belangstelling vertonen zijn evenwel best goed af met deze Vogelgids voor kids, juist vanwege de inleidingen, maar ook met De gewiekste vogelgids of Vogels vergelijken. En vooral met een goede verrekijker, geen speelgoed-ding.
 
 
Duquet, Marc. Vogelgids voor kids. Illustraties Jean Chevallier. Kosmos, 2025, 12e druk (1e dr. 2012). ISBN 978 90 439 2531 0, 192 p. Oorspr. Le petit guide ornitho, Delachaux et Niestlé, 2010.  

vrijdag 12 december 2025

Wraak

Geesten, gedaantewisselaars, goden en godinnen - er spookt van alles rond in de diepte. Ze beloeren je niet alleen in de zeeën en de oceanen, zelfs in de buurt van gewone rivieren, vijvers, sloten en waterputten is het oppassen geblazen.
 
En dan vergeet de geachte verteller in deze passage (p. 184) nog de vele monsters die te pas maar vooral te onpas uit het water opduiken, of, zoals in Utrecht gebeurde, uit een ondergelopen werfkelder. Dat verhaal, 'De basilisk van Utrecht', bevat trouwens een klassiek motief: het monster keek in een spiegel en onderging daardoor het lot dat doorgaans hen overkwam die haar hem keken. In dit geval verbrandde het. Een oude sage, die Thea Beckman nog in De val van de Vredeborch verwerkte en lijkt op de klassiek-Griekse mythe over Perseus die met een spiegel de Medusa bedwong.
Het zit in de verhalenbundel Gefluister in de golven, net als menig ander bekend zeeverhaal met geesten en monsters. Bijvoorbeeld: 'De Vliegende Hollander' en 'Het vrouwtje van Stavoren'. Nee, niet de Witte Wieven die in Wereldreis voor het slapengaan opdoken, maar wel 'De dolende moerasridder', ook zo'n moerasverhaal. En veel andere verhalen, vooral uit streken rond de Noordzee, van Bretagne tot IJsland en Schotland tot Zweden.
Opvallend motief voor spoken en geesten: wraak! Op zijn best mee te maken in het verhaal 'Olde Böppe'. Tweede motief: hebzucht. Zie 'Het vrouwtje van Stavoren' en veel verhalen over piraten en verborgen schatten.
 
 
Margaretha van Andel, de naam (pseudoniem?) past prima bij dit soort oude verhalen, en getuige haar website (waar o.a. wordt vermeld dat ze opgroeide in Andel, dat zou toch een mirakels toeval zijn) heeft ze een voorliefde voor mythen, sagen en legenden en verhalen die er iets van weg hebben, zoals Het addergebroed van Slot Thetinga, dat dit jaar werd bekroond met de Thea Beckmanprijs.
Koningin Margaretha, het zou zomaar een wat gelukkiger variant kunnen zijn op de arme kokkelkoningin Wanda, 'dochter van Wicholf de Sakser, weduwe van Wessel Runosz en koningin van Insula Flé - van het Oostereynde, het Westereynde en het Eyerland', niet bij machte de vloek over haar familie af te wenden. 
Al krijg ik van haar website de indruk dat Margaretha een iets vrolijker leven leidt en Andel ligt niet op Texel of Vlieland.

 
Voor Gefluister in de golven koos ze een verteller met een levendige stijl, die afwisselt tussen enerzijds  anekdotes en korte verhalen en anderzijds langere verhalen, waarin ze soms verdwijnt achter dialogen en bij vlagen een wat onpersoonlijke algemene kinderboekenstijl hanteert. De verteller praat de langere verhalen aan elkaar in die intermezzo's met anekdotes! In die zin is het één lange vertelsessie, maar de langere verhalen laten zich goed afzonderlijk (voor)lezen. 


 
'Vertel,' zei Laddy, 'wat is er aan de hand? Want je hebt die hele reis vast niet alleen voor de gezelligheid gemaakt.'
Het gezicht van zijn neef betrok. 'Nee,' zei hij. 'En als ik dat wel had gedaan, was dat ook geen succes geworden, maar dat hoor je zo. In elk geval hoef ik voorlopig geen drank meer. Hoe dan ook, de reden dat ik hier ben, is opa.'
Zijn neven fronsten hun grove, zware wenkbrauwen.
 
Je merkt dat onze verteller hier wat afstandelijker is. Een betrekkend gezicht waarneemt. Iets over wenkbrauwen wil melden. Beeldend...
 
'Wat heeft die ouwe nu weer gedaan?' bromde Skess. 'Gevochten? De geiten van de buren gevild? Is hij voor de zoveelste keer in de vulkaan gevallen?'
Langhammer schudde zijn hoofd. 'Het is erger dan dat. Hij is dood. Versteend. De zon heeft hem te pakken gekregen.'
'Wát!' riepen zijn neven tegelijkertijd.
 
Dit is wat ik algemeen gangbare kinderboekenstijl noem. Bijna. De verleden tijd zou onvoltooid tegenwoordige tijd moeten zijn, alsof er live verslag wordt gedaan. Dat is tegenwoordig schering en inslag in kinderboeken, met een zo onzichtbaar mogelijke verteller.
 
In de grotten van Shetland wonen de 'trows', grote, schubbige gedrochten met een aapachtig gezicht. Ze kunnen lang onder water blijven en stelen de vis uit de netten van de vissersschepen. De schepen zelf laten ze met rust.
Dat geldt niet voor hun verre neven op IJsland, de trollen. Als die de kans krijgen, sleuren ze je schip met hun blote handen uit het water. Zelfs op een grote boot ben je niet veilig. Zo werd er eens voor de kust van het IJslandse gehucht Vík een driemaster belaagd door drie reusachtige trollen. Het zag er slecht uit voor de bemanning, maar toch gaven ze de moed niet op. Ze wisten namelijk één ding: ook trollen hebben een zwakke plek.

 
Zo luidt de verteller het verhaal over die trollen in waaruit het eerste citaat stamt, 'De trollen van Vík'. Hier is zij aan het woord, de sterke-verhalen-verteller. (Of hij, maar vooruit..., zij staat dichter bij Margaretha.) Vrijwel ieder intermezzo eindigt na enkele anekdotes met zo'n introductie.
Het leest allemaal lekker weg en je kan merken dat dit boek in eerste instantie is geschreven, niet getekend. Er is later een illustrator bijgehaald, Marieke Nelissen, en die heeft heel mooi werk afgeleverd, meer dan een aanvulling op de verhalen. Wat mij betreft maken ze nog wat van die bundels.
 
 
Andel, Margaretha van. Gefluister in de golven, verhalen over legendarische spookschepen, piraten, meerminnen, zeemonsters en ander druipend gespuis. Geïllustreerd door Marieke Nelissen.