Zoeken in deze blog

woensdag 4 februari 2026

Liedjes voor kinderen

Er moet meer gezongen worden, ook op school. Waarom? Daarom. Het is kunst, het kan mooi zijn, ook zelfs helend en troostend en het schijnt ook nog mee te helpen de ontwikkeling van allerlei cognitieve vaardigheden te ondersteunen, zoals tellen, rekenen en taal, en met een vaardige zangjuf of -meester is het ook nog leuk. Dit zou iets uitgebreider kunnen, zeker... Zie voor mijn part, als je in het onderwijs werkt, De wereld in kinderboeken.
 
Nee, niet per se het Wilhelmus, of zeker niet alleen. Al was het maar omdat het Wilhelmus een tamelijk onbegrijpelijke tekst heeft en vijftien coupletten lang is. Het kan geen kwaad om het eens te hebben over wat eigenlijk Nederlands is, want de gevaarlijke neiging bestaat om dat te associëren met melkboerenhondenhaar, bleke huid en blauwe ogen, Zwarte Piet en stroopwafels, maar het Wilhelmus is helaas daarvoor niet een vanzelfsprekend uitgangspunt. Nederlands als taal wordt bovendien ook buiten Nederland gesproken en is veel ouder dan het Koninklijk der Nederlanden (1815-heden).
 
Het best voor jonge kinderen zijn korte liedjes, met een sterk ritme en enige vorm van klankrijm. (Hoeft geen eindrijm te zijn.) Daar kan bij bewogen worden. De tekst kan op zich lekker onbegrijpelijk zijn, zoiets als ozewiezewoze wallakristalla bijvoorbeeld.
Voor oudere kinderen doet het er iets meer toe waar het over gaat, maar blijft staan dat ritme belangrijk is, naast melodie: het moet immers duidelijk zijn waarom er gezongen wordt en niet voorgedragen of voorgelezen. Liederen zijn poëzie maar niet alle poëzie is zingbaar.
 
Erik van Os en Elle van Lieshout maken mooie liedjes voor zeer en iets minder jonge kinderen en hebben die soms gebundeld in een boek, zoals Schatje en Scheetje en laatst nog Blote Billie.
Inge Besaris & Chris Oelmeijer (Theater Snater) kunnen het ook. Onlangs verscheen De Schreeuw van de Meeuw en ander gesnater, een prentenboek met twaalf liedjes 'die we door de jaren heen voor verschillende projecten (Theater Snater, Wijs! en Mannen van Hee) gemaakt hebben'. 
 
Hun teksten zijn niet heel verfijnd poëtisch maar wel leuk en lekker zingbaar:
 
Ik schreeuw, ik roof en ik pik
De schrik van Terschelling en omtrek ben ik
Een meeuw met karakter, een meeuw uit één stuk
en als ik op je kop schijt
dan brengt dat geluk
 
Uit het lied 'De meeuw'. Of, als nu toch de naam Terschelling valt:
 
Ik ben al eens naar Spanje,
Italië en Frankrijk op vakantie geweest
Maar altijd kreeg ik heimwee na een dag of drie
en dat was niet bepaald een feest
Maar op Terschelling is er nooit een vuiltje aan de lucht
totdat we weer thuis zijn, want dan wil ik terug!
 
Ik wil nooit meer weg
ook al is het windkracht negen
Nooit meer weg van Terschelling
Ik wil nooit meer weg
ook al zeikt het van de regen
Nooit meer weg van Terschelling.
 
Dat laatste couplet dan vier keer herhaald! 

 
Iets horen? Dat kan op de website van Theater Snater. Het oordeel daarover laat ik aan de luisteraar.
 

Besaris, Inge, & Chris Oelmeijer. De schreeuw van de meeuw en ander gesnater. Met tekeningen van Donna Kroese. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1713 3, 26 p.    

 

maandag 2 februari 2026

Rondje Billie

Dit grappige prentenboek bevat de tekst van slechts één liedje, een soort stapelliedje, van het al zo lang zingende duo Erik van Os en Elle van Lieshout. Dat wordt hier niet geciteerd, op de eerste en de laatste regel na.


Blote Billie rent een rondje
in zijn blije, blote kontje.


... allemaal achter Billie aan!
 
Het deed me denken aan het bekende cirkelliedje
 
Jantje had een hobbelpaard
zonder kop en zonder staart
daarmee reed hij de kamer rond
zomaar in zijn blote
 
Nog altijd goed voor blije kleuters. Een soortgelijk bijna gegarandeerd succes valt te halen met het prentenboek Blotte Billie. Niet in het minst door de vrolijke, cartooneske tekeningen van Myriam Berenschot.
 
 
Os, Erik van, en Elle van Lieshout. Blote Billie. Illustraties van Myriam Berenschot. Gottmer, 2025. ISBN 978 90 257 8142 2, 26 p.    

zaterdag 31 januari 2026

Sprookjes bieden inspiratie

Dat geldt voor veel auteurs, maar dus ook voor Annet Schaap en Daan Remmerts de Vries, blijkt uit een mooi interview door Mirjam Noorduijn in NRC 29 januari 2026.

Annet Schaap en Daan Remmerts de Vries. (Foto Jagoda Lasota.)
 
 
Annet Schaap:
 
Het is betoverend, zoals ideeën op ideeën en verhalen op verhalen groeien. Eigenlijk dienen die ouderwetse sprookjes en sprookjesfiguren als het canvas waarop je iets kunt verven, waarop je een eigen nieuwe verhaalwereld kunt scheppen en personages tot leven kunt wekken. Krekel is min of meer ook zo ontstaan. Na Lampje dacht ik eerst: dat is klaar. Ik wist al wel dat ik een boek wilde schrijven vanuit De wilde zwanen. Want ik vond dat een mooi sprookje en had dat lang geleden al eens bewerkt als theatervoorstelling. Maar het moest dit keer wel een hedendaags verhaal worden. Dat lukte dus niet. En toen dook juffrouw Amalia uit Lampje ineens weer op en dacht ik: oh ja, en dan zus en zo, waarna ik van mezelf weer mocht terugkeren naar de sprookjeswereld van Lampje
 
Daan Remmerts de Vries:
 
Ideeën groeien op ideeën, dat is ook mijn ervaring. Het Doolwoud bijvoorbeeld ontstond toen ik Flin opeens had gefantaseerd: een jongetje, een flintertje dat los was geraakt van het grotere geheel. Dat gaf ik vorm door hem door twee arenden in een sprookjesbos groot te laten brengen, waarna hij zijn weg terug naar de mensenwereld moet vinden. Vanuit zo’n gegeven stuit ik dan op allerlei vondsten. Er wordt als het ware een snaar geraakt waarmee je onderbewuste geopend wordt. Zo dook ook Mono de tweekoppige dwerg al snel in het verhaal op. En Juniper de eenhoorn, aan wie ik vervolgens zo verslingerd raakte dat ik na de boeken over Flin, prinses Nola en kleine Fons alleen nog maar over hem wilde schrijven. 
 
Dit zijn niet de enige citabele uitspraken in dit interview met twee auteurs die elkaar overigens nog niet persoonlijk hadden ontmoet.

vrijdag 30 januari 2026

Canon en de koralen

- Kinderen, dit jaar gaan we op vakantie naar de Seychellen, - zeiden papa en mama.
- Wat? Echt waar? Joepie! Super! - riep Emma.
- De Seychellen? Wat is dat? - vroeg Lucas.
- Dat zijn eilanden, broertje. Een geweldige plek!
- Zijn er ook stranden?
- Natuurlijk! En we kunnen er ook duiken!
- Wauw, ik hou van duiken! - riep Lucas blij.
- En weet je wat het mooiste is? We gaan koraalriffen zien! Dat zijn steden onder water, vol dieren. Ze zijn heel belangrijk voor de natuur.
- zei Emma lachend.
- Papa, mama, Emma… ik kan niet wachten! - riep
Lucas.


Hè ja, laten we dit jaar eens naar de Seychellen gaan!
Met dit tekstje (inclusief 'zet'foutje) opent een boekje met de titel Op zoek naar de kleur van het koraal. Auteur onvermeld. Illustrator ook, al staat achterop: 'Sommige illustraties in dit boek zijn ontwikkeld met ondersteuning van kunstmatige intelligentie (AI), altijd onder de leiding, supervisie en afwerking van het creatieve team.'
 
Het Brinta-gezin van papa, mama, Emma en Lucas ziet er zo uit: 
 
 
 
Ze zijn in een flits op hun bestemming en snorkelen door het water. Ze zien dat het koraal wit is en komen bezorgd boven water.
 
- Heb je het gezien, Emma? Het koraal is helemaal wit! - zei Lucas toen ze weer op het strand waren.
- Ja… er is iets mis, - zei Emma verdrietig.
- Hoe komt dat toch? - vroeg Lucas.
Op dat moment kwamen er een man en een vrouw voorbij.
- Hallo, ik ben Tess, - zei de vrouw vriendelijk.
Ik ben wetenschapper. Het koraal wordt ziek doordat het water warmer wordt door klimaatverandering. Ook vervuiling en te veel vissen vangen zijn slecht voor de zee.
- En ik ben Makalo, - zei de man. - Maar maak je geen zorgen, want in ons laboratorium doen we onderzoek om de koralen te helpen overleven.
- Wauw! En zouden we dat laboratorium kunnen zien? - vroeg Lucas nieuwsgierig.
- Natuurlijk! Maar eerst gaan we het aan jullie ouders vragen, - zei Tess.

 
Volgende pagina:
 
 - Welkom in het koraallaboratorium, - zei Tess trots. 
- Hier zorgen we voor de koralen.
- Wat vet! - antwoordde Lucas verrast.
- En wat doen jullie om de koralen te helpen? - vroeg Emma.
- Dankzij onze geweldige Canon-camera’s kunnen we koralen onderzoeken. We maken ze sterker en brengen ze daarna terug naar de zee, - legde Tess uit.
 
Zo eenvoudig is het om de natuur te redden. Dankzij Canon krijgt het koraal weer een blosje. Vat je?
 
Gedrukt met Canon imagePRESS V1000 op Canon Digital Coated Zero papier.
Hoogwaardig gecoat papier, milieuvriendelijk en CO2-neutraal. 
 
Staat er ook nog... 
Zouden ze daar bij Canon nu echt denken dat zo'n boekje goede reclame is? 'Een betoverend en leerzaam kinderboek'?
 

maandag 26 januari 2026

Wat staat daar?

Tja, het is een intiem plekje, je zou zeggen: ideaal voor gedichten of gedicht-achtige tekstjes. Je bent even alleen, deur dicht, moment van rust., scheurt een blaadje af... 
Maar wat stáát daar... kleine, priegelige lettertjes op een, toegegeven, fraai gekleurde achtergrond. Niet te lezen, tot je het afgescheurde blaadje meeneemt naar een plek waar beter licht is.
 
Zullen we straks - 
morgen dan - 
hoor je me?
ik dacht dat we - 
als je het leuk vindt
tenminste - 
luister je?
 
héé twitter
twetter chatter
héé weet je
 
ik sta naast je!
 
Grappig, of het nu een gedicht is of een als gedicht vormgegeven prozatekstje, van Ineke Holzhaus. Mooi groen-rood verlopende achtergrond. 
Maar alleen wc's met een flinke felle leeslamp bieden voldoende licht om dit te lezen, want de lettertjes zijn ook al niet zo groot en duidelijk en helaas schreefloos. Dat geldt voor de meeste blaadjes. Jammer! Leuk bedacht, maar niet praktisch.

 
De teksten zijn divers en in sommige zit tot nu toe genoeg ritme om van poëzie te spreken, al is het soms wel erg weinig.
 
Neem dit, van Jesse Laport:
 
Som van ons: ik gaf een deel van mij aan jou, maar nu ben jij opeens van mij, dus heet dat deel geloof ik wij. 
 
Geinig tekstje, maar eerlijk is eerlijk, op het kalenderblaadje staat het zo:
 
Som van ons
 
ik gaf een deel
van mij aan jou
 
maar nu ben jij
opeens van mij
 
dus heet dat deel
geloof ik wij
 
Wordt het daardoor ineens poëzie? Om met Top Poes te spreken: hm.
Maar hij mag blijven hangen. We hebben nog elf maanden.
 
 
Poëziekalender 2026, Dichter. Plint, 2025.  

maandag 19 januari 2026

Op zoek naar mensapen

 Hallo allemaal, ik ben Huw!
 
 

Hee, die kennen we! Zie hier, waar hij verschijnt als vogelexpert en 'experienced polar guide'. 
De man blijkt dus ook nog verstand van mensapen te hebben, wat niet echt blijkt uit zijn Wiki-pagina. (Maar misschien moet die een update krijgen...)
Het boek Eten gorilla's bananen? heeft dezelfde opzet als Houden pinguïns van de kou?, met dezelfde voor- en nadelen. Voor het gemak citeer ik:
 
Huw? Blijkt Welsh te zijn, de Welshe variant op Hugo. Rijmt op het Engelse woord dew (dauw). Toevallig heeft de verteller dezelfde voornaam als een van de auteurs, Huw Lewis Jones en waarachtig, ze lijken op elkaar. Deze Huw is niet alleen auteur, hij is ook een 'experienced polar guide, over the last decade Huw has wandered on both sides of Antarctica and in the Arctic', volgens Poseidon Expeditions. Naast Huw staat 'Sam', die zich presenteert als pinguïntekenaar, in de flaptekst 'vogelkenner' wordt genoemd en volgens haar website een illustrator is met een wat cartooneske stijl.
Werkt zo'n presentatie? Ik weet het niet. Het gevolg is wel dat de lezer rechtstreeks wordt aangesproken, mogelijk vinden sommige kinderen dat aantrekkelijk. Maar het leidt ook tot gewauwel.
 
De websites waarnaar werd verwezen zijn niet echt veranderd, dus Huw blijft poolexpert en Sam een illustrator met een cartooneske stijl. Ze wordt in de flaptekst van Eten gorilla's bananen? niet aangeduid als apenkenner, Huw evenmin als apenexpert. 
 
Sam Caldwell tekent de mensapen niettemin redelijk adequaat, op de ogen na: die zijn verdisneyficeerd, cartoon-ogen geworden, net als die van de ook wat stripfiguur-achtige mensen. Jammer.
 
 

Huw mag dan een poolexpert zijn, hij biedt correcte en levendig geschreven wetenswaardigheden over onze verwanten, de mensapen. Meer dan eens benadrukt hij dat wij mensen ook een soort mensapen zijn, zoals in dit overzicht:


Het zal tegen het zere been zijn van hen die geloven dat de mens en alleen de mens van goddelijke oorsprong is.
Fijn is dat er ook drie bekende onderzoekers van mensapen kort worden voorgesteld, Jane Goodall, Dian Fossey en Biruté Galdikos, en dat er een dubbelpagina is besteed aan King Kong en de Yeti.
Wijs is ten slotte deze passage:
 
Mensachtig
 
'Antropomorfisme' betekent dat menselijke eigenschappen, ideeën en emoties worden toegeschreven aan niet-menselijke wezens of dingen. Dit doen we vaak bij dieren, als we vinden dat ze er net als wij uitzien of zich menselijk gedragen. Je voorstellen hoe dieren zich voelen, kan helpen om je ermee verbonden te voelen of je voor ze te interesseren. Maar je moet nooit vergeten dat dieren de wereld op heel andere manieren ervaren dan wij en dat ze vaak niet dezelfde behoeften hebben.
 
Misschien een van de moeilijkste stukjes in het boek... ook voor volwassenen.
 
 
Lewis Jones, Huw, en Sam Caldwell. Eten gorilla's bananen? Vertaling Steven Blaas. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1691 4, 48 p. Orig.: Do Gorilla's Eat Banana's? Thames & Hudson, 2025.   

zaterdag 17 januari 2026

Bert en Ernie 50

Dat uitgerekend Margreet Dolman erop moest wijzen... nou ja, Paul Haenen dus, de stem achter Bert. Het interview in het lifestyle-magazine van de Volkskrant 17-1-2026 ging over Margreet Dolman, want die bestaat 50 jaar. 

 
Maar niet alleen zij! Ook Bert en Ernie van Sesamstraat hebben de vijftig gehaald: op 4 januari 1976 vond de eerste uitzending plaats, zes jaar na de Amerikaanse start van Sesame Street. Op de publieke omroep (NTR Zappelin) zijn ze nog elke dinsdag 's morgens erg vroeg te zien (6.20, fijn dat je kan programmeren) en sinds kort heeft Netflix ze ook.
Paul Haenen:
 
Wim en ik zijn de oudste Bert en Ernie ter wereld. Ik ben bijna 80, hij is 83.
 
Hopelijk kunnen ze nog jaren doorgaan. Het verdriet van Bert en het onverwoestbaar optimisme van Ernie - actueler dan ooit. Zeker met de stemmen van Wim T. Schippers en Paul Haenen.

dinsdag 13 januari 2026

De vitaminemetafoor

Daar is-ie weer! Hij prijkt op de voorkant van Lezen 4-2025. Op instigatie van de redactie of van ontwerpbureau Hocus, dat staat er niet bij.


20 stuks, minimaal 50.000 woorden (tijdseenheid ontbreekt), 'voor meer sociaal begrip, empathie,  vergroot welzijn en carrièrekansen, verbreedt de horizon'. 
Lezen als vitamine. Ergens na WO II dook de metafoor op tussen bevlogen jeugdbibliothecarissen en auteurs, waaronder Annie M.G. Schmidt (1974, 'Voer voor kinderen', Over jeugdliteratuur) en de term bibliotherapie dateert zelfs al uit de 19e eeuw, blijkens een artikel door Toin Duijx in Leesgoed jaargang 1989. Maar maakt bij latere claims wel terecht de strenge kanttekening:
 
Het boek kan enkel hulpmiddel zijn, zoals ook het spel hulpmiddel binnen de therapie kan zijn. Maar ook niet elk spel dat een kleuterleidster met kinderen speelt noemen we therapie.

Geen therapie, maar wel educatie. Dus een aanbeveling van het boek als vitamine op de voorkant van een publicatie betekent: hier gaat het over opvoeding en onderwijs. Op zijn best dus over bekommernis om de ontwikkeling van medemensen, iets dat in de trumpiaanse samenleving verloren dreigt te gaan of wordt toevertrouwd aan de Zonen van Jacob en andere zeloten.
Die bekommernis vinden we in Lezen 4-2025 onder meer in artikelen als 'Lezen op Recept', over leesbevordering in de jeugdgezondheidszorg, een zijlijntje van Boekstart, of 'Het klimaat in de klas', een bespreking van Lezen voor waarden, taal en burgerschap in de klas. Of 'Leerlingen als inspiratiebron', over literatuur in het 'onderwijs in vreemde talen' en dat laatste is nog altijd de benaming van onderwijs in andere talen dan Nederlands.
 
Je zou haast vergeten dat mooie boeken ook kunst zijn. Dat literatuur, het vertellen van een verhaal, ook een kunst is. Gelukkig zien we dat weer in een terugblik door de redactie op het werk van Harrie Geelen, die in 2025 overleed, 'De creatieve nalatenschap van Harrie Geelen'.
En dan treffen we in dit nummer nog veel meer, o.a. een interview met The Tjong Khing en een blik in het atelier van Natascha Stenvert.
Goed bezig, die redactie.
 
 
Lezen 2025-4. ISSN 1570-9698. Stichting Lezen, 2025.  

vrijdag 9 januari 2026

Phlizz


 
Graag aandacht voor de trouwe aanhangers van Lewis Carroll die zich in Nederland hebben verenigd in het Lewis Carroll Genootschap. Het is een ijverig gezelschap, dat een forum biedt voor zowel verzamelaars als onderzoekers. Eens in de zoveel tijd, zo ook januari 2026, verschijnt er een aflevering van het online magazine met de merkwaardige naam Phlizz.
 
Phlizz?
 
Die naam wordt door het genootschap zo verklaard. 
 
Phlizz is een woord dat is bedacht en geïntroduceerd door Lewis Carroll, zie bijvoorbeeld het digitale woordenboek Lexico.com (https://www.lexico.com/en/definition/phlizz). Het komt een aantal keren voor in Sylvie and Bruno.
De eerste keer dat we het aantreffen is in hoofdstuk vi (in de editie van Macmillan uit 1889 op pagina 74/75):
Bruno .. picked a fruit …
“It hasn’t got no taste at all!” he complained. “I couldn’t feel nuffin in my mouf! It’s a – what’s that hard word, Sylvie?”
“It was a Phlizz,” Sylvie gravely replied.
 
Enzovoort. 
Er staat geen naam onder. Op grond van de stijl vermoed ik dat óf Bas Savenije óf de helaas onlangs overleden markante boekhandelaar Casper Schuckink Kool de auteur is. Beiden actieve genootschapsleden.
 
Het genootschap organiseert ieder jaar een symposium. Dit jaar op 26 september, in Deventer. 
 
In Phlizz staan soms zeer lezenswaardige bijdragen, zoals in deze aflevering (januari 2026) 'Wat weet de Belleman?' van vertaler Robbert-Jan Henkes.

donderdag 8 januari 2026

Goed om je heen kijken

Jacobus Pieter (Jac. P.) Thijsse was een goede verteller, die het belangrijk vond dat jong en oud in Nederland met de natuur in aanraking kwam. Met zijn vriend Eli Heimans spande hij zich in om 'het onderwijs in de kennis van planten en dieren op de lagere school in het bijzonder voor de grote steden' te bevorderen (1893, De levende natuur). De Verkade-albums van Thijsse waren een begrip.
 
Als er dus een biografie over hem verschijnt, hoort die hier besproken te worden. Het boek heet De waterzoon, Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur, door Eva Vriend.
Zijn zoon, dat is Jo, de waterbouwkundig ingenieur die zo'n belangrijke rol speelde bij de indamming van de Zuiderzee, lang directeur was van het Waterloopkundig Laboratorium, het Waterloopbos tot stand bracht en allerlei andere waterbouwkundige kunststukjes verrichtte.
 
Een bijzondere combi, een vader die opriep om plaats te maken voor de natuur en een zoon die het wilde water wilde indammen. Konden ze een beetje met elkaar overweg?
Ja, blijkt uit speurwerk van de biograaf. Jac P. (ze handhaaft de bekende afkorting het hele boek) was een optimist, die begin deze eeuw veel zag in vooruitgang en vond dat bijvoorbeeld de indamming van de Zuiderzee het land ten goede kwam, mits er ruimte zou worden geschapen voor natuurbehoud. Hij was geen romanticus die a priori tegen elke uitbreiding van menselijke bedoening was. Gelukkig voor hem heeft hij de enorme verandering van het boerenland na 1950, met zijn verwoestende uitwerking op de natuur, niet meegemaakt, hij stierf op 8 januari 1945, net voor de bevrijding.
Zoon Jo was een rastechneut, net als vrijwel iedere waterstaatkundige ingenieur in die tijd, en had geen aandacht voor de natuur. Dat veranderde later echter wel, juist na die genoemde jaren '50. De oude Jo bleek meer op zijn vader te lijken dan in zijn jonge jaren. En dat zou kunnen samenhangen met de vele wandelingen in de natuur die papa Thijsse met zijn zoon maakte, met als mantra: goed om je heen kijken, alles is belangrijk.
 
Eva Vriend slaagde erin om enerzijds een beeld te geven van opvattingen over natuur en samenleving en anderzijds twee met elkaar vervlochten portretten af te leveren, met als belangrijkste bron een plastic krat met nagelaten brieven en zo, bij een kleinzoon gevonden. Dat is zonder meer knap.
 
 
 
Vriend, Eva. De waterzoon. Atlas Contact, 2025. ISBN 978 90 450 5189 5, 64 p.