Zoeken in deze blog

maandag 1 oktober 2012

De voort-durende strijd om het kinderboek

... staat er boven het redactioneel van Literatuur zonder leeftijd zomer 2012 (nummer 88), dat tijdens de zomerse dagen van september verscheen. Het is de ondertitel van Jeugdliteratuur bestaat niet, en ook van hoofdstuk 7 in dat boek, waaraan ik hier al de nodige aandacht heb geschonken. (Zie vervolgens ook hier en hier.) Het boek is geschreven door Peter van den Hoven, die de verschijning ervan helaas niet meer kon bijwonen.
Deze aflevering van het tijdschrift-in-boekvorm Literatuur zonder leeftijd is gewijd aan Peter van den Hoven, die jarenlang lid van de redactie was.
'Stof voor discussie bood zijn boek volop', schrijft redacteur Helma van Lierop en dat is keurig uitgedrukt. En 'de redactie heeft de handschoen die Peter van den Hoven ons door middel van zijn boek toe heeft geworpen, opgepakt in het besef dat hij zelf daar helaas niet meer op zal kunnen reageren, maar ook in de wetenschap dat hij dit zeker gewaardeerd zou hebben.'
Dat denk ik ook. Zo was-ie wel.



De aflevering telt één artikel van Peter van den Hoven en vier over of naar aanleiding van hem. Dat ene artikel van hem is 'Zonder verhaal besta je niet, over sprookjes en jeugdtheater', het dateert uit 1994 en toont Peter van den Hoven op zijn sterkst, als gepassioneerd bespreker van ontwikkelingen in het toenmalige jeugdtheater.
Volgen Helma van Lierop-Debrauwer 'over het zelfbeeld van kinderboekenauteurs', aanhakend en kanttekeningen plaatsend bij opvattingen van Peter daaromtrent; Harry Bekkering over 'Harry en Peter of het verslag van een poëticale verhouding', amusant voor wie de twee oud-redacteurs van LZL heeft meegemaakt; Sanne Parlevliet 'over de kinderboeken van Peter van den Hoven' (het zijn er drie, hij doet ze in zijn boek terecht af als 'nogal middelmatig'); maar het interessantst vond ik het vertoog van Jen de Groeve, hoofdredacteur van De Leeswolf en De Leeswelp: 'Grensverkeer? Werkelijk? Literatuurkritiek in twee werelden'. Zij gaat diep in op de door haar vastgestelde verschillen in beoordelingswijzen en prioriteitstelling tussen recensenten van volwassenenliteratuur en die van jeugdliteratuur. De titel van haar opstel dekt de lading. (Dat 'grensverkeer' slaat op een bijdrage aan Raster van Peter van den Hoven uit 1991. Zie DBNL.) Hier schrijft iemand met een scherp oog voor de raaklijnen van wetenschap en praktijk, van wensvervullend denken en de weerbarstige werkelijkheid. Zeer aanbevolen. Maar Peter zou er niet blij van zijn geworden.

De leukste opstellen uit deze aflevering komen van twee auteurs. Van Floortje Zwigtman is de column 'Leve het rommellezen'. Narrigheid tegen marktonderzoeken en meningenjagers.
'Een steekproef nemend uit het muurtje van boeken dat zich in de loop van maanden onvermijdelijk om mijn bed sluit, kom ik tot de volgende titels: Ronja de Roversdochter, Het Boek der Symbolen, Traveller's Nature Guide to Spain, Vandaag Was Ik Mezelf Liever Niet Tegengekomen van Herta Müller, An Encyclopedia of Fairies, Bonita Avenue van Peter Buwalda, Tsjik van Wolfgang Herrndorf, Der Schrecksenmeister van Walter Moers, De Welwillenden van Jonathan Littell. Kinderboeken, jeugdboeken, literatuur en fantasy, bestsellers en obscure non-fictie, boeken om van wakker te liggen en boeken om rustig bij in slaap te vallen... Wie als marktonderzoeker uit dit rijtje een conclusie wil trekken, zal wellicht gefrustreerd moeten constateren dat deze lezer niets, dan wel alles aan te smeren valt. Maar tot welke Doelgroep behoort ze dan???'

Van Daan Remmerts de Vries is zijn Annie M.G. Schmidtlezing opgenomen. Die is grappig, al was het maar wegens de ode aan zijn dochter, maar ook door dit soort puntige observaties:
'Al meer dan twintig jaar maak ik boeken. Ik kan daar tot nog toe aardig van leven; al merk ik, met name de afgelopen maanden, dat dit lastiger aan het worden is.
Mijn boeken zijn over het algemeen na vier maanden uit de winkel verdwenen; en soms heb je dan ook wel het gevoel tegen de klippen op te moeten werken.'

En:
'Al tijdenlang roept iedereen dat het e-boek het gewone boek zal gaan verdringen. Omdat ik deze lezing wilde houden, ben ik me ook hierin gaan verdiepen. Voor mij was dat, nogmaals, iets tegennatuurlijks. Ik hecht, zoals de meeste schrijvers om mij heen, erg aan het ouderwetse boek. Ik hou van de geur van boeken en ik kan nergens op bezoek komen zonder even in de boekenkast te gaan staan neuzen.
Maar u kent misschien het spreekwoord: "Als je een spook negeert, wordt het groter."
Welnu, de spoken zijn voortdurend om ons heen.' Waarbij even later blijkt dat hij die spoken aardig aan het bedwingen is, want ze bieden verleidelijke mogelijkheden, die gedrukte boeken niet bieden.

En dit inkijkje in zijn schrijfpraktijk:
'Ik schrijf alsof ik een brief aan iemand ga sturen. Dat is voornamelijk mijn uitgangspunt, geloof ik. Voor die brief neem ik iemand in gedachten. En aldus is er altijd wel iemand die over mijn schouder meekijkt. Die iemand wil ik bepaalde dingen vertellen, zeker; bovendien wil ik dat diegene mijn brief tot het einde toe uitleest.
Alle schrijvers die ik waardeer schrijven eigenlijk brieven. Ik geloof verder dat je alles kunt omdraaien  Bij alles wat ik hoor denk ik onmiddellijk aan het tegendeel.
Door dit alles hoop ik, neem ik aan, dat mijn verhalen persoonlijk worden. En dat is goed.  Want het enige kenmerk van grote kunst is, wat mij betreft, dat je de wereld even via andere ogen ziet.
Even kijk je door de ogen van een kunstenaar, en daardoor wordt je blik ruimer. Daardoor kun je de dingen om je heen even anders zien dan voorheen.
Met andere woorden: dichter bij iemands meest diepe gedachten kun je nauwelijks komen.'
Een poëtica in het klein. En een onverwachte aanvulling op de rede die Guus Kuijer hield tijdens het vieren van tien jaar Stichting Lezen (Vlaanderen). (Wat me weer deed denken aan het idee dat teksten 'dialogen' met elkaar zouden kunnen aangaan, zoals Vanessa Joosen dat poneert in haar proefschrift Critical and Creative Perspectives on Fairy Tales (zie ook hier), dat ik nog steeds, bij stukjes en beetjes aan het lezen ben. En aan die lezing van György Konrád tijdens de conferentie 'Reading and Watching' in 2007, Leesgoed-abonnees, zie hier. Het is de stem van de verteller die er toe doet.)

Onderhoudend is het vertoog van Rolf Erdorf, vertaler Nederlands-Duits: 'Doch alle Lust will Ewigkeit, of pragmatischer, dat been ik wel bij'. Hoe houdt de ouder wordende vertaler zijn registers op peil? Kan-ie het nog wel bijhouden, 'bijbenen'. Ja, is het antwoord, tot nu toe wel, zelfs als Marita hem belt en meldt dat haar nieuwste boek over urban climbing gaat.


Het minst boeiende artikel vind ik dat van Britta C. Jung, en toch is het onderwerp boeiend genoeg: 'Op de sporen van een echt mentsj, Mirjam Presslers poging om het vertrouwen in de wereld te herstellen'. Tja, is dit nu een opstel (essay) of een academisch artikel? Ik vraag me dat vaker af bij teksten in de literatuurwetenschap, en zeker bij teksten in LZL. De scheidslijn tussen wetenschap en recensie is soms flinterdun, zo'n artikel als dat van Britta Jung bevindt zich aan beide kanten, en stilistisch is het ook niet sterk. Met de kanttekening dat als dit haar eerste Nederlandstalige artikel is, ze desondanks een pluim verdient, ook al moet ze nog leren dat een uiteenzetting niet helemaal hetzelfde is als een Auseinandersetzung.
Ze wordt gered door haar onderwerp. Want Mirjam Pressler is een gedreven en vaardig auteur en vertaler (o.a. uit het Nederlands), door velen gewaardeerd: ze won in 2010 al de Sonderpreis van de Deutsche Jugendliteraturpreis voor haar gehele werk. Interessant genoeg dus om over te lezen.
Verder geleerd dat je narratief kan tegenspreken. Wat me ook weer aan Critical and Creative Perspectives on Fairy Tales (zie boven) deed denken. Waar je dan in mee moet gaan is het opvatten van een verhaal als een argument in een dialoog. De retorica laat daarvoor zeker ruimte, maar de kans is groot dat daardoor het verhaal als woord- en/of beeldkunst onderbelicht blijft. Jung illustreert dat door ondanks de lengte van de beschouwing (grotendeels besteed aan Presslers nieuwe roman Een boek voor Hanna2011) nergens te beschrijven hoe Pressler haar lezers overtuigt. Het maakt voor haar beschouwing ook niet uit of ze de oorspronkelijk Duitse versie (Ein Buch für Hanna, ook 2011) of de Nederlandse vertaling bespreekt, en dat blijft dan ook in het midden.


Literatuur zonder leeftijd 88 (zomer 2012). Amsterdam, IBBY Nederland, 2012. ISBN 978 94 6167 109 7, NUR 610. Redactie: Toin Duijx, Karen Ghonem-Woets, Vanessa Joosen, Helma van Lierop-Debrauwer, Sanne Parlevliet en Bea Ros (hoofred.).


Bestellingen voor losse nummers (€ 19,95 per stuk) en abonnementen kunnen gericht worden aan het secretariaat van IBBY-Nederland.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen