Zoeken in deze blog

dinsdag 30 juni 2015

Een ongelooflijk fantastisch proefschrift

Leuk interviewtje in de Volkskrant van 29-6-2015, door Mieke Zijlmans met Christine Liebrecht. Die promoveert dezer dagen aan de Radboud Universiteit met een proefschrift Krachtige taal in geschreven teksten, over woorden die kracht bijzetten - althans, waarvan verwacht wordt dat ze dat doen. Zie de kop van dit stukje.
Het zijn woorden die snel hun werking verliezen.

De conclusie ligt voor de hand en het interview begint er dan ook mee:
'Schande. Creperen. Kansloos. Vet. Relaxed. Kapotgoed. Genieten. Hoogtepunt. Om hun lezers te overtuigen, larderen schrijvers hun teksten met woorden die extra hard aankomen. Gebruiken schrijvers diezelfde signaalwoorden te vaak ('een tsunami aan vluchtelingen'), dan worden het cliché's en verliezen ze hun kracht. Wie zijn boodschap een duwtje in de rug wil geven, doet er verstandig aan creatief en origineel te zijn in zijn taalgebruik.'

'Hoe werkt het?', vroeg Zijlmans toch nog.
'Als schrijvers hun lezers willen overtuigen van hun meningen of oordelen, gebruiken ze allerlei taalversterkers, woorden om hun verhaal kracht bij te zetten. Oliedom is sterker dan dom. Mierzoet is sterker dan zoet. 'Ik ben woedend' komt sterker over dan 'Ik ben boos'.' Ik moest meteen denken aan al die reclameteksten waarin zaken niet vol zijn maar boordevol. De promotietekstschrijvers van mijn voormalige werkgever bezondigden zich er met regelmaat aan.

'Soms werkt het niet?'
'Een aantal overbekende bijvoeglijke naamwoorden, veel voorkomende bijwoorden en een overdosis aan leestekens zetten een boodschap feitelijk geen kracht bij. Amateurschrijvers gebruiken juist die vaak. Bijwoorden zoals heel, veel, erg, zeer, echt, nogal. Ook woorden als goed, prima en oké doen weinig bij de lezer. Of vier uitroeptekens achter elkaar: daarmee overtuig je niemand meer. 'De film is goed' is nauwelijks meer een aanbeveling om er naartoe te gaan; die film moet minstens fantastisch zijn.'

Om tot deze voor de hand liggende conclusie te komen nam de promovenda enkele honderden teksten door, o.a. van internet en uit kranten. Waar je de woorden het meest vindt is, ook al voorspelbaar, 'op internet, vooral op forums, beoordelingssites en weblogs: plekken waarop mensen hun mening geven. Bij kranten heeft een eindredacteur de tekst gelezen en misschien de scherpe kantjes erafgehaald. Maar iedereen kan alles publiceren op internet. Daarom zie je daar geregeld veel scherpere en fellere bewoordingen.'

Dat de conclusie voorspelbaar is, doet overigens niets af aan het onderzoek. Ik heb het niet gelezen, ga dat ook niet doen, maar in het algemeen hoeft goed onderzoek niet altijd tot verrassende resultaten te leiden. Zulk onderzoek levert dan wat feiten die bevestigen wat men al dacht. In het huidige woud van meningen zijn zulke feiten welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen