Zoeken in deze blog

vrijdag 18 maart 2016

Meer lol met poëzie op school

Op vrijdagmiddag 11 maart vond in de Koninklijke Bibliotheek een studiemiddag plaats van IBBY Nederland. (Zie ook Over IBBY.)
Het programma maakte me nieuwsgierig, met name naar de lezing door Annette de Bruijn, dus ik toog er heen. Helaas kon ik niet de hele middag bijwonen, wegens een afspraak die avond, dus ik miste één lezing en helaas ook de uitreiking (door Miep Diekmann!) van de Miep Diekmann Prijs ofwel Miep Diekmann Thesis prijs. (In het persbericht kwamen beide benamingen voor.) Blij dat ik Miep Diekmann net voor vertrek nog de hand kon schudden. Ze is slecht ter been en werd begeleid door Liesbeth ten Houten (ex-uitgever Leopold en o.a. nog actief in de Stichting Max Velthuijs), maar verder nog helder aanwezig als immer.

Zo'n studiemiddag van IBBY Nederland wordt doorgaans in academisch kader gegoten. De lezingen worden gebracht als wetenschappelijke verhandelingen, met een referent die na afloop wat kritische vragen stelt. Overigens mag het publiek ook vragen stellen. Zie het programma:



De lezingen van Janneke van der Veer en Annette de Bruijn waren omgewisseld, zodat ik die van Janneke van der Veer heb gemist. Ik vertrouw erop dat ik lezingen en juryrapport t.z.t. aantref in Literatuur zonder leeftijd.

Om die reden laat ik hier de lezingen van Margreet van Wijk-Sluyterman en Sara Van den Bossche onbesproken. Ze waren interessant voor wie zich bezighoudt met respectievelijk de geschiedenis van de jeugdliteratuur en canonvorming.

Annette de Bruijn verraste me met een vertoog over nonsenspoëzie in het basisonderwijs en een helder pleidooi om daar meer mee te doen. Ze verzamelde deze kennis in het kader van het Leeskalenderproject. Dat was 'onderdeel van het onderzoeksprogramma Emergent Cultural Literacy: Assimilating Children’s Literature dat gefinancierd is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)', en Annette de Bruijn deed daarin het subproject Children's Poetry. Ze promoveerde op 21 december 2015 tot doctor aan de Universiteit Maastricht met haar proefschrift Zin in poëzie, dat (o.a.?) lovend door Leonie Cornips werd besproken in Neder-L. Tja, en wat het vervolg betreft, verkeert ze in een stadium dat ze weergaf als 'Wat nu?'.

Annette de Bruijn gaf smakelijke details over de positieve impuls die het aanbieden van en werken met nonsensikale poëzie in het basisonderwijs gaf.
Die impuls is zo positief dat ze een warm pleidooi hield voor dit soort poëzie op school, als welkome aanvulling op het gangbare repertoire (als dat er al is) en op een leeservaring die een 'schoolse attitude' vooronderstelt (stilzitten en ernstig luisteren). Daarmee doemt ook een probleem op: het plezier dat kinderen ontlenen aan zulke poëzie staat min of meer haaks op wat op school getoetst wordt, zoals bijvoorbeeld (ik citeer Cornips) 'meten of kinderen een beter begrip van en kennis krijgen over poëzie'. Het is dus zaak om er achter te komen wat er wél aan talig vermogen wordt bijgebracht.

Zo'n pleidooi kan niet genoeg ondersteund worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen