Zoeken in deze blog

vrijdag 4 maart 2016

Waarin een tragische klucht de revue passeert, in de categorie sterke verhalen

Het is een apart boek, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor, van Benny Lindelauf en Ludwig Volbeda. Min of meer oblong, stevige kaft, illustratiestijl oogt 19e-eeuws. Een kloek boek, zwaar genoeg om in de keuken te gebruiken om knoflooktenen te pletten.












Hoofdpersoon is de legerkok Tortot. Belangrijkste bijrol: Halve George.

Eerst maar een liedje:

Waarheen vliedt de nacht
als het dag is?
Waar moet ik zoeken
als ik uw lach mis?
Waar rust de wind
in luwstille stond?
De aarde rond.
De aarde rond.

Waarheen het schip
gezonken in de baren?
Waarheen het kaf van
pas gemaaide aren?
Waarheen de kussen
gestolen van mijn mond?
De aarde rond.
De aarde rond.

Waarheen mijn dromen
waarheen mijn daden
wanneer mijn lijk
wegzakt in aarde?
Waarheen mijn bloed
mijn vlees, mijn stront?
De aarde rond.
De aarde rond.

Dit liedje eerste is van een van de twee keizers. Hij herinnert het zich als hij niet kan slapen en door het paleis gaat dwalen. Het liedje 'zoemt als een treurig bijtje over zijn lippen'. Het wordt zijn laatste nacht. Hij schrikt zich letterlijk te pletter van een half gesmolten reusachtige taart en vooral van de druiperige top ervan, die zijn hoofd moest voorstellen maar nu monsterlijke trekken heeft. Wie meer wil weten, leze het boek.

Nog een liedje:

Fijne kruiden,
kom aan, groei maar goed.
Bloei als bloed, bloei als lente,
wel aan, zwel aan
als ingeweekte krenten.
Fijne kruiden,
kom aan, groei maar goed.
Groei als de zomer,
als de allergrootste dromer.
Fijne kruiden,
bloei maar goed,
bloei zoals het moet.

Dit liedje is van kok Tortot - of eigenlijk van zijn moeder. Het verhaal eindigt er zo ongeveer mee.

Het is een apart verhaal, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor. Er vallen meer doden dan in de laatste honderd recent verschenen kinderboeken, en vooruit, het bevat nóg een liedje:

Hak, hak, hak
had de vijand in de pan!
Stamp, stamp, stamp,
stamp soldatenmoes ervan!
prak, prak, prak,
prak de vijand tot puree!
pak z'n knoken om te koken,
neem z'n billen om te villen,
kip z'n haren met je scharen,
vlecht er heldenliedjes van
Klabam! Klabam!

  

Toch gaat Hoe Tortot zijn vissenhart verloor in wezen over liefde, en dat mag gerust een wonder heten, gezien het enorm aantal doden. Want ondanks zijn volgens overlevering gevoelloze vissenhart gaat de legerkok Tortot zich hechten aan Halve George, de kindsoldaat zonder benen die bij hem in een augurkenvat woont. Die liefde blijkt overigens pas echt tegen het einde van het verhaal.

Het verhaal over de oorlogen is zo karikaturaal dat het in de categorie sterke verhalen thuishoort, zoals ze aan het kampvuur verteld werden. Het speelt niet eens in 'onze' wereld, maar in landen die we tot nu toe niet kenden, zoals Oud-Arkadië, en de laatste slag wordt gestreden om de steden Blät en Vladzimka, waar we werkelijk nog nooit van hebben gehoord.
Er zijn twee keizers die zo lelijk als de nacht zijn, maar zelf denken ze dat het aan een vloek ligt dat ze zichzelf zo zien en dat ze in werkelijkheid beeldschoon zijn. Wie dat tegenspreekt wordt gedood, dus houdt iedereen deze illusie graag in stand. Hoe het met de kleuter afloopt die ooit het tegendeel riep weten we niet, wel dat het dorp waar hij woonde in brand werd gestoken. (Een toespeling, uiteraard, op het bekende verhaal van Hans Christian Andersen over de keizer zonder kleren.)
Eerst laten ze hun legers vechten tegen andere legers en als hun gebied zo groot is dat ze geen tegenstanders meer hebben, krijgen ze onenigheid en hakken de twee keizerlijke legers elkaar in de pan, met de al genoemde slag bij Blät en Vladzimka als apotheose. De ledematen vliegen in het rond en er vallen zoveel doden dat Tortot op het laatst over een schedelpad van de ene naar de andere stad loopt.

De sluwe kok Tortot weet steeds het winnende leger te bedienen en redt zich uit benarde situaties door de heerlijkste gerechten te bereiden. Hij is de negende zoon van een moeder die al acht oudere zonen aan de legers moest afstaan die ze nooit terugzag. Hij ontvluchtte haar negenvoudige moederlijke zorg en werd kok. Hij voelt geen emoties, beweert men, want hij heeft het hart van een vis.
Maar dat blijkt, zoals gemeld, aan het eind toch iets anders te liggen, en zijn ezeltje brengt hem terug bij zijn moeder. Ze leeft nog.




Ik ga hier de details van dit sterke verhaal, dat in mooie terzijdes weer tal van andere sterke verhalen bevat, niet uit de doeken doen.
Alleen wat woorden over de stijl. Die is kraakhelder en nuchter, er is een verteller met tongue-in-cheek, die al die gepeperde anekdotes opvist met een (soms licht cynisch) air alsof het allemaal nogal gewoon is - net zoals Torton dat doet.
Opmerkelijk is dat heel veel metaforen uit de keuken komen. Eén voorbeeld, uit het begin:
'Op een ochtend arriveerde een nieuw vendel in het kamp waar Torton diende. Jonge mannen waren het, die strak in de pas achter de bugelblazers en tromslagers aan liepen. De laatste in de rij was de jongste. Zijn gave gelaat deed Torton denken aan een bavarois, vers uit de oven.'
O.k., nog een, op p. 23:
'Maar er is geen grotere verschrikking denkbaar dan het eigen leger. Vooral als dat leger honger heeft. Dan zijn de rapen snel gaar.'
En zo gaat het lekker door, met veel smakelijke details.



De illustraties van Ludwig Volbeda zijn min of meer in de stijl van een negentiende-eeuws populair-wetenschappelijk tijdschrift. Onlangs kwam ik zo'n tekening tegen, in Arcana naturae detecta van Anthonie van Leeuwenhoek, van een vlo, met excuses voor de onvolmaakte scan, en ik dacht ook aan die prent van negentiende-eeuws soldatenleven uit het Rijksmuseum:

  


Ik doe Ludwig Volbeda met die kenschets wel iets te kort, want ze zijn niet alleen quasi-documentair, er zijn ook landschappen bij, vignetten, collages en nog zowat. Ze passen in ieder geval prima bij de stijl van het verhaal, nee, ze maken samen met de tekst de stijl. Soms zijn het kleine detailtekeningen, andere vullen een en soms twee pagina's, soms slingeren ze zich rond de tekst.
Ze lieten zich lastig scannen, maar hier toch enkele voorbeelden.

De tent van de chirurgijn (zonder de randen...):





Het kasteel van de keizer, waarin Tortot zich met hulp van plattegrondjes een weg moet vinden:


En hier de sleutels die hij had om de deuren in dat kasteel te openen:



En een iets ander soort afbeelding, waarin Tortot op het schavot met zijn kop onder de bijl staat, je ziet nog net zijn koksmuts. (Ja, nee, ook hier weet hij zich uit te redden...)


En zelfs voor een partituur schrikt Volbeda niet terug. Het lied dat Tortot samen met de chirurgijn floot:



Het mag duidelijk zijn dat er heel wat te kijken valt in dit boek. Toch is het in de eerste plaats een léésboek, dat zich overigens ook prima zal laten voorlezen aan kinderen met sterke magen.
Voor wie dat wil, valt er na afloop heel wat uit te leggen over oorlogen... en doe er een bezoek aan In Flanders fields bij.

Lindelauf, Benny, en Ludwig Volbeda. Hoe Tortot zijn vissenhart verloor. Querido, 2016. ISBN 978 90 451 1836 9.












Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen