Zoeken in deze blog

dinsdag 11 juli 2017

Schuilplaats

Soms ontvang ik een boek waarvan ik me verbaasd afvraag: heb ik dat aangevraagd? Niet omdat het er afzichtelijk uitziet, maar omdat ik het bijzondere er niet meteen aan zie en ik me nu eenmaal heb voorgenomen alleen titels aan te vragen waarvan ik vermoed dat ze op de een of andere manier bijzonder zijn.

Maar ik had Schuilplaats van Marike Goslinga wel degelijk aangevraagd, ergens in 2016, waarschijnlijk omdat het een debuut is. En wel zo bescheiden dat van de auteur niet eens een website te vinden is, wat tegenwoordig toch al gauw zo is, en dat er op de website van haar uitgever (Leopold) vandaag niets over haar te vinden was.
Wat ik wel over haar vond is 'Over mij' op de website van Wollewop, 'Kleinschalige Kinderopvang Haren'. O.a.:
'Daarnaast heb ik de afgelopen jaren een deeltijdstudie gedaan voor het schrijven van kinderboeken. Mijn debuut komt uit in juni 2017, bij uitgeverij Leopold. Het boek heet Schuilplaats en gaat over vriendschap en loslaten.'

Tja, ik vermoedde al dat de auteur een schrijverscursus o.i.d. had gedaan. Stijl, lengte van de hoofdstukjes, opbouw, het is keurig volgens het boekje. Een ruim voldoende, zou ik zeggen. Asjeblieft, hier is het diploma. Het ligt natuurlijk aan mij, steeds op zoek naar wat afwijkt van de gebaande paden, dat ik het wat saai vind. De tekst op de achterkant vat het verhaal goed samen, maar laat (gelukkig) het antwoord op de vragen open.


Het is niet alleen keurig volgens het boekje, het is ook wat braaf. Het drama blijft netjes binnen de lijntjes der verantwoordelijkheid, er valt geen onvertogen woord in en voor het uitstrooien van as in de duinen wordt toestemming gevraagd.
De personages gedragen zich zoals te verwachten valt onder de omstandigheden en hebben allemaal wel iets aardigs, er komt geen echte naarling in voor.

Wat hier een beetje wringt, zoals vaker in verhalen met een jonge verteller, is de verteller. Dat is Levi, tevens hoofdpersoon, twaalf jaar - en hem wordt daardoor een taalvaardigheid en observatievermogen toegeschreven dat niet helemaal dat van een gemiddelde twaalfjarige is. Dit had vermeden kunnen worden door een anonieme verteller aan het woord te laten.
Maar zit ik er ver naast als Marike Goslinga ooit aangeraden is om dat juist niet te doen? Want de beoogde lezers laten zich wellicht door het perspectief van Levi makkelijk meeslepen in het verhaal en dat is dan de bedoeling. Niet stilstaan bij de woorden, maar meebeleven.
En het moet gezegd dat de auteur haar best heeft gedaan haar verteller niet al te virtuoos te keer te laten gaan, zodat de geloofwaardigheid van het verhaal er (behalve voor zo'n lezer als ik) niet onder lijdt. 'Ik wierp hem een bliksemstraal toe met mijn ogen', het kan gewoon.

Eén citaat nog:

'Er kwam een zucht vanuit mijn tenen. Nog een keer luisteren. Het berichtje was er nog helemaal, ik kon weer iets rustiger ademhalen. Fjiew. Maar toen gebeurde het. Alsof ergens vanbinnen iemand een kraantje opendeed. Massa's tranen kwamen tegelijk naar buiten glijden. Eerst probeerde ik ze weg te slikken. Dat mislukte en ik kreeg bijna geen adem meer. Alles werd nat, zelfs tranen op mijn broek. Na een tijdje haalde ik mijn neus hard ratelend op en veegde met mijn mouw over mijn gezicht. Oké, kalm aan, adem in, adem uit. Langzaam werd ik weer wat rustiger. De tranenkraan was dicht, opgedroogd.'

Is dat niet een wat te knappe beschrijving voor een twaalfjarige verteller? Maar het geeft niet, juist door de beschrijving, ondanks het enorme vertelcliché en toen gebeurde het, ben ik bereid mijn ongeloof op zij te zetten - en met mij vermoedelijk menige twaalfjarige lezer.

Zoek nu zelf één zin en één stel woorden uit die voor de verteller eigenlijk overbodig zou moeten zijn, maar die hij (en achter hem dus de auteur) toevoegt voor de lezer, voor het beeld:

'We sjeesden op de fiets naar het dorp. Jimmi's opa zou later komen met zijn gitaar. We parkeerden de fiets bij de bibliotheek en liepen toen de Dorpsstraat in.
Vanuit de verte zagen we dat Rosa haar spullen al had uitgestald voor het museum. Toen ze ons zag  omhelsde ze ons uitbundig, we werden bijna platgedrukt.'

Niet gevonden? Vergelijk:

We sjeesden op de fiets naar het dorp. Jimmi's opa zou later komen met zijn gitaar.
Vanuit de verte zagen we dat Rosa haar spullen al had uitgestald. Toen ze ons zag  omhelsde ze ons uitbundig, we werden bijna platgedrukt.

OK, dit is allemaal misschien muggezifterij van een hogere orde. Close reading, wat u zegt, en daar is op zich niets tegen, daar leren we van.

Het is dus een keurig verhaal, met keurige middle class personages, ietwat aan de brave kant, met een goed geproportioneerde opbouw en een hoopvol einde en klaar voor de thema's 'verlies' (c.q. 'overlijden ouder') en 'vriendschap', en redelijk maar niet al te voorspelbaar.

Daarmee is niet gezegd dat ik het een slecht verhaal vond. Het zit goed in elkaar, en de personages (ook de verteller) krijgen voldoende reliëf en ontwikkeling. Ik ging me niet vervelen, en concludeerde dat wat mij betreft Marike Goslinga het niet bij dit debuut hoeft te houden. Wel zou een volgend verhaal iets meer mogen schuren.



Marike Goslinga. Schuilplaats (Leopold, ISBN 978 90 258 72977, 124 p.)









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen