Zoeken in deze blog

woensdag 22 juli 2020

'Blanke manke slaaf molt achterlijke roodhuid'

Wát een taal, foei!
Dat had natuurlijk anders gemoeten: witte tot slaaf gemaakte met een lichamelijke uitdaging doodt Native American met een geestelijke uitdaging.

Het zij zo. Al bekt het niet en slaat het nergens op.

Ten eerste. Je moet er maar net zin in hebben je lichamelijke gebrek doorlopend als een 'uitdaging' te zien. Het lijkt soms eerder een uitdaging voor mensen met minder gebreken om met duidelijker waarneembare gebreken van anderen om te gaan. Niemand is volmaakt.
Mensen wier geest niet helemaal toereikend is om zich in onze ingewikkelde samenleving zelfstandig te bewegen, zijn doorgaans niet eens in staat om zulks als een uitdaging te beleven. Zulke mensen hebben er vaak wel iets aan als anderen, wier geest ietsje beter werkt, het als een uitdaging zien om hen bij te staan.
Mensen die neerkijken op andermans gebreken, hebben een gebrekkig werkende geest.
We hoeven echter geen andere, verhullende of verzoetende, woorden uit te vinden voor mank, kreupel, misvormd, scheel of wat voor mismaaktheid dan ook. Volmaaktheid hoeft niet ontkend te worden als wensdroom, wel als vereiste.
'Mensen met een beperking' is niet beter: iederéén heeft beperkingen. Niemand is volmaakt.

Ten tweede. Tenzij je vader en moeder slaaf waren word je nooit als slaaf geboren en zijn slaven dus per definitie tot slaaf gemaakt, wat inhoudt dat slaaf en tot-slaaf-gemaakte hetzelfde betekenen behalve dat het tweede benadrukt dat de slaaf ooit vrij was.
De vrijheid van vrije mensen is overigens tamelijk beperkt, zoals we weten. Zullen we dat dan permanent veranderen in zich-vrij-noemenden of zich-vrij-wanenden? En zou de term lijfeigenen dan ook moeten worden veranderd in tot-lijfeigene-gemaakten? Hoe zouden onze geschiedenisboekjes moeten worden geschreven, als je deze in formules gestolde verongelijktheid tot in details wil doortrekken?
Dezer dagen lees ik de Maddaddam-trilogie van Margaret Atwood (ja, die van het zo succesvol verfilmde The Handmaid's Tale, ruim vijftien jaar voor deze trilogie geschreven), een aanrader ook als het om dit onderwerp gaat, de wereld van pleeblands en compounds staat bol van de eufemistische slogans, die steeds cynischer worden naarmate die wereld ineenstort.

Ten derde. Wit of blank, ach, waarom doen we daar moeilijk over, in het Engels heet het white en in het Frans blanc. Dat laatste hebben wij Nederlandstaligen toevallig overgenomen naast ons woord wit als kleuraanduiding. Als je zo precies wil zijn zouden wij blanken (ja, ik ben blank, het is niet anders) ons eigenlijk wij roze moeten noemen, alleen heeft roze geen meervoud. White racist pigs, las ik onlangs op een poster (KAdE, Amersfoort, tentoonstelling Afro-Amerikaanse kunst). Varkens zijn roze... (voor ze een modderbad nemen). Eigenlijk zijn er alleen mensen met de kleur van melk, melk met een scheut koffie, café-au-lait, koffie met een klein scheutje melk en pure koffie.
We hebben wel de pech dat het woord blanke ook in het Afrikaans terecht is gekomen, zodat je in Zuid-Afrika vanaf de negentiende eeuw tot nog veel te recent overal het omineuze opschrift slegs vir blankes aantrof.

Er zijn al vele stukken gewijd aan de zin en onzin, en het ongemak, van wat doorgaans politiek-correct taalgebruik wordt genoemd en wat we ook verhullend, verzoetend of corrigerend taalgebruik zouden kunnen noemen.
Medio juli kwam ik een stuk tegen over connotaties van zwart met slecht en blank of wit met goed, en of dat niet anders kon. (Ben vergeten welke krant en had geen zin de papierbak om te keren.)
De auteur koppelde dat aan de geschiedenis van de laatste eeuwen en de dominantie van de blanke, Europese blik op de wereld.

Tja.

Ik vermoed dat de tegenstelling tussen licht en donker al zo oud is als de mensen, ongeacht hun huidskleur. De eerste exemplaren homo sapiens hadden trouwens vermoedelijk allen ongeveer dezelfde huiskleur, de differentiatie kwam later.
Licht - dag - zon - warmte - leven. Donker - nacht - maan - kou - dood.
Natuurlijk, je kan spelen met dit soort associatiereeksjes.
Licht - dag - zon - hitte - droogte - dood. (Beeld: skelet in de woestijn.)
Donker - nacht - maan - vuurtje - samen - leven. (Beeld: groepje mensen rond een vuurtje.)
Maar ik vermoed dat de eerste homo sapiens 's nachts bij elkaar bescherming zochten tegen kou en onraad en de dageraad, dus het licht, iedere keer weer met blijheid hebben begroet. Zelfs als het een beetje regende.
Zonder licht tast je in het duister. Dat geldt rond de evenaar evenzeer als in koude streken. En het geldt voor mensen met een donkere huidskleur evenzo als voor mensen met een lichte huidskleur.
De associatie van licht met heil en duister met onheil ligt daardoor wereldwijd voor de hand. Licht aan de horizon...

Mensen met een donkere huidskleur hebben onder elkaar voor zover ik weet geen last van associaties van hun huidskleur met duisternis en onheil.
Integendeel: wit kan een ziekelijke of bijzondere afwijking zijn: er lopen heel wat albino's rond in sommige streken en met name in Oostelijk Afrika worden die soms als behekst beschouwd en zijn ze hun leven niet zeker.

En toen kwamen er, na de handelaars uit het Midden-Oosten en India, mensen met een lichtere huidskleur. Met grote zeilschepen, geweren en een nieuwe God. Eerst alleen om handel te drijven in spullen en voedingswaren, later breidden ze die handel uit tot mensen, slaven die bereidwillig en profijtelijk werden geleverd door donkerhuidige slavenhandelaars, en voor het gemak en gewin namen ze in Gods naam ook maar het land in beslag, soms na bloedige oorlogen.
Dat laatste hadden ze ook al elders gedaan, maar de overlevende 'roodhuiden' (ai, ook alweer zo'n door 'blanken' uitgevonden verfoeid woord, de Redskins in Washington D.C. gaan hun naam al veranderen, las ik op 19 juli) bleken slecht bestand tegen nieuwe ziektes en slavenarbeid én ze verzetten zich teveel en dus zat er handel in het verschepen van mensen van het ene continent naar het andere. Ze werden in pakweg Fort Elmina gekocht, met zovelen als mogelijk in de schepen gestouwd en pakweg in Charleston verkocht. (Zie over handel en slavernij in Charleston o.a. het lezenswaardige Leon en Juliette van Annejet van der Zijl.) Dat een aanzienlijk deel van de handelswaar de reis niet overleefde was kennelijk geen punt, de handel bracht winst op.

De lichthuiden beschouwden de donkerhuiden doorgaans als een minderwaardig soort mens. Dat strookt met de menselijke neiging om alles wat afwijkt van hun standaard als een eh, afwijking te beschouwen.
Die neiging is niet beperkt tot lichthuiden en de afwijkingen betreffen niet alleen huidskleur. Een open, nieuwsgierige houding jegens afwijkingen is slechts weinigen gegeven, verkettering, uitbuiting, uitsluiting en kleinering zijn de meest gangbare gedragingen.
Dat heeft tragische, wrede en bloedige taferelen opgeleverd, waarvan de grootscheepse slavenhandel er een is, de behandeling van slaven in de Amerikaanse katoenteelt een andere en de vernietigingskampen van het Dritte Reich een derde. Maar laten we bijvoorbeeld ook denken aan het lot van de 'troostmeisjes', van de Indiase contractarbeiders in Dubai of van de Khoikhoi in zuidelijk Afrika, eerst onder de voet gelopen door binnentrekkende Bantoe's, daarna door Europeanen. Of aan de heksenjachten in middeleeuws Europa. Die laatste vier voorbeelden hebben minder stof doen opwaaien in Europese en Amerikaanse literatuur, maar dat maakte zulke taferelen niet minder tragisch.

Bijna overal waar lichthuiden heersten over donkerhuiden ging het mis, en nu ook nog, want machthebbers zijn niet alleen vaak lichthuiden maar doorgaans ook behoudende dikhuiden met een kien oog voor eigen positie, overigens net als legio machthebbende donkerhuiden (Idi Amin was er een berucht voorbeeld van). En dan hebben we ook nog de rabiate gelovigen, zij die bereid zijn te vuur en te zwaard hun visie aan anderen op te leggen. Geweldloosheid is een schaars verschijnsel.

Hoe het zal aflopen? Niet erg goed, vrees ik, ondanks de inspanningen van goedwillende mensen. Las een citaat van Vaclav Havel (uit Verhoor op Afstand, p. 150, met dank aan SGTRS):

Is het dan niet zo, dat al deze kleine signalen wijzen op de groei van een intense innerlijke hoop, een hoop die niet op prognoses aangewezen is en die van begin af aan het uitgangspunt van deze ongelijke strijd is geweest? Zouden al deze kleine tekenen van hoop ‘buiten’ nog wel bestaan als ‘binnen’ niet de diepe hoop gloeide zonder welke men niet waardig en zinvol kan leven, en zonder welke men nog minder keer op keer aan de ‘uitzichtloze onderneming’ kan beginnen waarmee alle goede dingen gewoonlijk een aanvang nemen?

Hoop is niet streven naar verbetering, maar het juiste doen ongeacht de uitkomst. Een kwestie van geweten, meer dan van berekening. Ik vind het een wijs inzicht.

En laten we ophouden met eufemismen creëren met het idee dat het ons ook maar iets dichter bij een volmaakte wereld brengt. Wat niet wegneemt dat neerbuigend bedoelde woorden ons al helemaal niet dichter bij volmaaktheid brengen.
Sommige zeer verongelijkte mensen willen dat ook niet, geloof ik. Waardoor zou gutmensch anders een scheldwoord zijn geworden? Afijn, dat is voor een andere keer.

Ik ben toe aan de laatste hoofdstukken van Maddaddam. Ik verheug me er nu al op, maar ik denk niet dat het goed afloopt.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten