Een biografie over Thea Beckman (1923-2004), toch nog. Natuurlijk, de auteur van Kruistocht in spijkerbroek, Geef me de ruimte en nog veel meer bestsellers is een geëigend onderwerp voor een biografie. Ze verdient het, als het ware.
Maar Dora (Theodora) Beckmann-Petie leidde een leven dat zich ogenschijnlijk in niet heel opmerkelijke fasen voltrok. Ze trouwde op jonge leeftijd (met Dick Beckmann), kreeg kinderen, voedde die op, genoot nog een tijd van grootmoederschap en stierf.
Maar ze schreef ook, dagelijks. En ze haalde na haar vijftigste alsnog de diploma's die ze als kind al wou (maar niet mocht) halen: vwo, universiteit. Zat in de banken tussen de studenten toen Ria Bauer-van Wechem en haar assistent Toin Duijx colleges over jeugdliteratuur gaven aan de Leidse universiteit - en toen was ze al bestseller-auteur.
Een doorzetter, die Dora. Dat blijkt ook uit haar optreden als voorzitter van de Werkboek Jeugdboekenschrijvers van de Vereniging van Letterkundigen (VvL, sinds 2027 Auteursbond).
Het valt niet mee om een biografie te schrijven over een auteur die weinig persoonlijke gegevens naliet en niet de indruk wekte een wild leven te leiden. Notities voor boeken gooide ze weg na gebruik, veel brieven zijn verdwenen, interviews idem. Biografie-auteur Vivian de Gier moest het doen met enkele interviews en toch nog nagelaten brieven en columns, en gesprekken met kinderen en kleinkinderen.
Ze heeft het klaargespeeld en is er zelfs mee gepromoveerd aan de Maastrichtse universiteit, op 5 december 2024. Best verwonderlijk, want zo heel erg wetenschappelijk is deze biografie niet, in die zin dat er geen eigen onderzoeksresultaten in te vinden zijn, en de uitvoerige besprekingen van Beckmans boeken redelijk wat eigen oordelen bevatten en meer recensie zijn dan wetenschappelijke verhandeling - al citeert ze ook een keur aan andere recensenten en al valt te relativeren dat de grens tussen verhandeling en recensie vaag is en dat beschrijvende wetenschap ook bestaansrecht heeft.
Een interessant deel van de biografie vormen de kanttekeningen (opnieuw: van anderen en haarzelf) bij Thea Beckmans stijl, met name haar verklaring voor die stijl.
Er is nogal wat te doen geweest over Beckmans stijl. Kinderen stoorden zich er niet aan maar recensenten vielen er vaak over: 'stijf', 'clichématig', 'vlak' enzovoort. Je zou kunnen zeggen (mijn woorden) dat Thea Beckman zich er kennelijk nooit van bewust is geweest dat elk verhaal een verteller heeft en dat die niet noodzakelijkerwijs identiek is aan de auteur. Een kundige auteur speelt daarmee. Veelbetekenend is het relletje dat ontstond rond haar kinderboekenweekgeschenk Het wonder van Frieswijck (1991), zie ook Wikipedia. Volgens Vivian de Gier verdedigde Thea Beckman zich door erop te wijze dat stereotypen in de mond van argeloze, niet beter-wetende vijftiende-eeuwers werd gelegd en dat Alijt (het 'Beckmanmeisje' van dienst) nou juist opkwam voor Danga, maar was ze slordig met perspectieven, waardoor het soms lijkt alsof de verteller die stereotypen bezigt.
Om Beckmans stilistische tekortkomingen te verklaren wijst Vivian de Gier op haar eenvoudige, weinig geletterde komaf en haar neiging zich weinig gelegen te laten liggen aan commentaar. Tja. Die relatieve koppigheid contrasteert wel mer haar leergierigheid op andere gebieden.
Het ontbreken van academische formuleringen maakt
deze biografie wel prettig om te lezen. Vivian de Gier geeft een
geloofwaardig en levendig portret van Thea Beckman en lardeert dat met
uitvoerige beschrijvingen van maatschappelijke ontwikkelingen. Daardoor
wordt Thea's leven tóch minder saai dan op eerste gezicht lijkt. Een en
ander knap samengevat in een epiloog als een klaroenstoot. Thea Beckman heeft de biografie die ze verdiende.
Gier, Vivian de. 'Geef me de ruimte.' Het eigenzinnige leven van Thea Beckman. Balans, 2004. ISBN 978 94 6382 357 9, 448 p.
