Zoeken in deze blog

woensdag 6 februari 2013

Literatuurgeschiedenis

Door een persbericht van de Taalunie werd ik er weer op gewezen: er is een achtdelige nieuwe Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in wording. (Bedoeld wordt: geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur, een andere naam was beter geweest, bijvoorbeeld Geschiedenis van de literatuur van de Lange Landen.) Uitgave: Prometheus / Bert Bakker.
Vijf delen zijn al eerder verschenen (vanaf 2006). Het zesde, Wereld in woorden (1300-1400), verscheen deze maand. Auteur: Frits van Oostrom.

Tot mijn schande moet ik bekennen geen van de verschenen delen ook zelfs maar ingekeken te hebben.
Of deze ongetwijfeld ruim gesubsidieerde geschiedenis dus een vooruitgang is ten opzichte van eerdere geschiedenissen, bijvoorbeeld Nederlandse literatuur. Een geschiedenis (Nijhoff, 1993) of de website Literatuurgeschiedenis kan ik niet beoordelen. Wel vind ik het merkwaardig dat er zo snel na de genoemde, meest recente projecten weer een geschiedenis verschijnt, en nog wel in boekvorm.

Helma van Lierop, hoogleraar jeugdliteratuur, besprak het deel Altijd weer vogels die nesten beginnen (1945-2005) van Hugo Brems, dat in 2006 verscheen. Zie haar in DBNL opgenomen beschouwing in Literatuur zonder leeftijd jaargang 20 (2006). Zij bekeek vooral de voor- of achteruitgang aangaande de jeugdliteratuur, dat permanent onderschoven kindje in de literatuurwetenschap (zie ook hier). Haar conclusie was niet bemoedigend:
Het verhaal van de jeugdliteratuur in Altijd vogels die nesten beginnen is vooral een verhaal van losse eindjes geworden. Dat heeft echter niet alleen te maken met de stand van zaken in de studie naar jeugdliteratuur in Nederland en Vlaanderen. Het onderzoek dat wel beschikbaar is, is onvoldoende benut. Daarnaast speelt ook de keuze voor één centraal thema - de literaire emancipatie van de jeugdliteratuur - Brems parten.
Had de jeugdliteratuur dan beter uit het overzicht weggelaten kunnen worden? Nee, want daarmee zou geen recht gedaan zijn aan de terechte omschrijving van de Nederlandse literatuur in de inleiding. Bovendien is de aandacht voor kinder- en jeugdboeken, hoe gering dan ook, een blijk van erkenning voor de jeugdliteratuur die lange tijd voor onmogelijk is gehouden.  '

Ik wacht met belangstelling de recensies af van het zojuist verschenen deel.
En bepleit intussen een soort Literatuurgeschiedenis 2, toegang tegen betaling geen bezwaar en met aandacht voor literatuur voor jonge lezers. (In de eerste versie ontbreekt zelfs Annie M.G. Schmidt...)

PS. De eerste recensies die ik zag (van Jaap Goedegebuure in Trouw en Jeroen Vullings in Vrij Nederland) waren erg lovend en besteedden geheel volgens verwachting geen enkel woord aan het aandeel jeugdliteratuur, überhaupt niet aan wie het publiek was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen