Zoeken in deze blog

donderdag 24 september 2026

Oorlog

Lapidaire titel van een beeldverhaal waarin oorlog het allesoverheersende decor is. Het verhaal gaat over een meisje dat haar vader wil redden. Vader is gevangen genomen door de soldaten die de stad hebben ingenomen, vermoedelijk wegens zijn vriendschap met een journalist.
Het verhaal begint eigenlijk al op de voorkant van het boek. Kat (Katrina) staat op de loop van een kapotte tank, tekstwolkje bij haar zegt: 'Ik zal je vinden, pap.'

 
Linksonder een inzetje: 'Een stad onder vuur. Een familie verscheurd.' Een gezin verscheurd zou beter vertaald zijn geweest. Vader gevangen, moeder en zusje geëvacueerd, de veertienjarige Kat keert de evacuatiebussen op het laatste moment de rug toe om haar vader te zoeken. Andere familieleden spelen geen rol van betekenis. De oorspronkelijke uitgave is in het Engels, de vertaling door 'Textcase', een vertaalbureau in Deventer. 
 
De stad heeft geen naam, de soldaten komen uit een niet nader genoemd land om 'de buren te bevrijden', de omgeving ziet er wel Europees uit (grappig detail is een aan de Londense skyline ontleend eivormig gebouw, ook wel de Augurk genoemd), en 's winters valt er sneeuw. Mensen hebben laptops, mobieltjes, en Kats hobby is graffiti spuiten. De tanks en geweren zien er ook hedendaags uit. Achterin wordt, eveneens in stripvorm, een jongen genaamd Arsenii aan het woord gelaten die vertelt over zijn vlucht uit Oekraïne. Het is duidelijk dat de Russische 'speciale militaire operatie' de belangrijkste inspiratiebron was.



Hoe ging dat ook alweer, een beeldverhaal lezen? Beetje wennen. Het beeld is dominant. Laat de tekstinzetjes en -wolkjes weg en je zou het verhaal met wat moeite en invullen kunnen volgen. Laat het beeld weg - dan wordt het lastiger. De ogen springen van plaatje naar plaatje - soms na eerst de hele pagina of de dubbele pagina even in ogenschouw te hebben genomen. Het lezen van de tekstjes vertraagt: tekst lezen gaat hier langzamer dan beeldlezen. 
Je moet ook de vorm en kleur van de wolkjes en inzetjes in de gaten blijven houden. Kats gedachten staan in groene blokjes, mensen spreken in witte wolkjes, hoofdpersoon nummer twee, soldaat Adam, denkt in lichtbruine blokjes met een rafelig randje, alsof hij bijna permanent een brief schrijft, wat hij in het begin inderdaad doet. Wel belangrijk! In hoofdstuk 4 bijvoorbeeld is ineens Adam in beeld en aan het woord, dat gaat tamelijk abrupt want dat het voorgaande hoofdstuk uit is zie je alleen aan het vignetje van een kattenkop - Kats tag.



Soms vertelt het beeld iets heel anders dan de tekst. Mooi voorbeeld biedt de strook bovenaan pag. 14-15. die oprukkende tanks toont terwijl in de blokjes een gesprek gaande is van de dammende zusjes - Kat probeert haar jongere zusje gerust te stellen. De kijklezer weet intussen wel beter.

 
 
Een goed verhaal brengt je in vervoering door goed gekozen woorden. Dat is in Oorlog niet zo, daarvoor zijn de wolkjes en inzetjes te simpel, hoewel juist die eenvoud soms wel werkt - een zekere macabere onderkoeldheid.
De plaatjes zouden het moeten doen, maar er wordt vaak ver uitgezoomd en gewisseld, in een rustige, documentaire stijl waarin hooguit de gezichten (ogen) lichte manga-trekjes hebben. Ook tamelijk onderkoeld. Let wel op de kleuren... oorlog is een duistere zaak.
Blijft de ruggengraat van het verhaal over, de plot, wat er allemaal gebeurt, hoe mensen reageren. Geen frisgewassen heldendom, geen oorlogsretoriek. Het schuilen voor de bommen, de honger, de uitval van stroom, het plunderen van verlaten huizen - allemaal narigheid en dan wordt er in dit verhaal nog niet eens verkracht en gemoord, al is Kats enige toeverlaat wel ineens dood. 
En daar tussendoor onze Kat, die zo'n zes maanden in de stad ronddoolt op zoek naar haar vader en bijna het loodje legt.
Geen pretje, zo'n oorlog. Dat komt wel over. Kunnen we dezer dagen goed gebruiken.
 
Of Kat slaagt in haar missie? Lees zelf.
 
 
Colfer, Eoin, Andrew Donkin. OORLOG. Geïllustreerd door Giovanni Rigano. Belettering Chris Dickey. Vertaling Textcase. De Fontein, 2026. ISBN 978 90 261 8056 9, 136 p. Oorspr.: WAR. Hodder & Staughton, 2026.   

maandag 21 september 2026

Dolfje wordt oud

 ... maar dat is niet te merken. Dolfje is namelijk in verhaal nummer 30, De geheime weerwolf, even oud als in deel 1, dertig jaar geleden.
'Met De geheime weerwolf bewijst Paul van Loon opnieuw waarom Dolfje al drie decennia lang generaties kinderen weet te boeien: een spannend avontuur vol humor, mysterie, vriendschap en een vleugje magie.' Aldus juicht de uitgeverij in haar persbericht. 
Het is waar, er zijn heel wat wolfjes over de toonbank gegaan en diverse afleveringen vielen in de smaak bij kinderjury's. En dan kon de auteur weer opdraven met zijn kenmerkende zonnebril en uitdossing in zwart. Idem dito bij de Griezelbus-reeks, die inmiddels 35 jaar oud is. In 2011 verscheen een film, er waren theaterproducties, er is een tijdschrift, kortom, Dolfje is geen koe maar wordt wel uitgemolken.
 
Tijd voor een feestje? Dat kennelijk niet, of niet openbaar, wel een logo (zie onder) en dus dat dertigste verhaal, De geheime weerwolf, dat natuurlijk net een iets ander plot heeft als al die andere Dolfje-verhalen (deze keer een weerwolfrol voor de jaloerse Valentijn) maar toch ongeveer op hetzelfde neerkomt, dezelfde personages kent en goed afloopt. Dunne karaktertjes, niet te moeilijk, vooral niet te moeilijk. Voor de jonge liefhebbers vast net zo verslavend als drop.
Op naar boekje nummer 40. Zet 'm op, Paul! Je bent pas 71 jaar, je kunt het nog.
 
 
Loon, Paul van. De geheime weerwolf. Met illustraties van Hugo van Look. Leopold, 2026. ISBN 978 90 258 9047 6, 140 p.   

donderdag 17 september 2026

Oma en opa

Het gelukkige lot wil dat uw blogschrijver op 1 september jl. grootvader is geworden. Dank je, dank je. De nieuwe wereldburger maakt het goed, vader en moeder ook.
Prompt passeerden boekjes voor en over oma's en opa's de redactietafel, aangeleverd door gulle gevers. Het onontkoombare opa en oma pluis van Dick Bruna (1950!), bedoeld om voor te lezen aan peuters, en het bij de vrolijke kleine uitgeverij Snor in 2019 (herziene uitgave) verschenen handboek voor opa's en oma's van Gerard Janssen, ook een titel zonder hoofdletter.


 
Is er nog meer voor of over opa's en oma's? Vast wel. Zoeken in jeugdliteratuur.nl op 'opa's en oma's' leverde 32 resultaten op, zowel voor als over.
Nog maar vier jaar geleden verscheen bijvoorbeeld 365 dingen om te doen met je kleinkind, doeboek voor opa's en oma's van Annemarie Bon. Dat gaat dan om kleinkinderen van vier en ouder. Ik heb nog even respijt. Maar Zo gaat de molen, liedjes van toen voor opa's en oma's van nu van Babette Harms (2009, nog steeds verkrijgbaar), daarmee kan niet vroeg genoeg begonnen worden - mits de melodie bekend is. En even onontkoombaar is natuurlijk Het enige echte voorleesboek voor opa's en oma's van het productieve stel Marianne Busser en Ron Schröder. (Marjan Busser is helaas vorig jaar overleden.)
Verder verscheen zojuist bij Lemniscaat Gruffaloma van Julia Donaldson & Axel Scheffler.
 
‘Kind,’ zei de Gruffalo. ‘Dit wordt genieten.
Jouw Gruffaloma komt op visite.’
‘Wat spannend, papa, vertel me gauw.
Lijkt ze op mij? Lijkt ze op jou?’
 
Grappig dat het perspectief dat van de jonge Gruffelo is: hoe zal oma er uitzien?
 
De verhaaltjes in de beschrijvingen wekken geen verrassing of nieuwsgierigheid op. Het doet allemaal heel voorspelbaar aan. Nodigt niet uit tot een nadere kennismaking, laat staan bespreking in dit blog. De oude rijmpjes en versjes winnen met gemak, al dan niet gezongen.
De doe-boekjes bevatten wellicht praktische tips, hoewel dat van Gerard Janssen nogal wat overbodige rimram bevat.
De twee eerstvermelde boekjes staan vooral in de illustraties bol van de clichés. Ja, ook dat van Dick Bruna, hoewel het knap blijft hoe hij met enkele penseelstreekjes en kleurstelling het idee 'oud mens' weet op te roepen. Hieronder links een opa uit handboek voor opa's en oma's (illustrator onvermeld). Daarnaast de welbekende opa pluis van Dick Bruna. (Knutselt, en oma breit...)

Grappig is dat de zoekterm 'grootouders' heel andere resultaten opleverde. 731 hits, waaronder zo te zien veel meer fictie. Zoals van Roald Dahl De heksen en Sjakie en de chocoladefabriek. Of het grappige Sofie en de olifanten van Edward van de Vendel en Floor de Goede, of Kleine Beer gaat op bezoek van Else Holmelund Minarik, of Toen oma weg was van Ted van Lieshout (1993!). Maar ook een boekje als De leukste oma van de wereld van Marjan Berk. 
 
Zingen, het kwam hierboven al even voorbij.
Je hoeft 'liedjes voor baby's' maar in een zoekmachine in te tikken of de websites met tips vliegen je om de oren. Maar ja, zo'n scherm erbij... Uit je hoofd leren dus! 
Boekjes zijn er gelukkig ook. Het babyliedjesboek van Marjolein Heine is niet meer verkrijgbaar, hoewel de (onbeveiligde) website nog te vinden is. Daar buiten loopt een schaap (2012) en andere liedjesboeken van van Mies van Hout zijn wel verkrijgbaar, net als Zing mee met opa en oma (2015) van Harmen van Straaten, de man die sneller illustreert dan zijn schaduw, en met cd waarop Karin Bloemen te horen is. 
Er is vast nog meer, maar deze grootvader kan gelukkig voort.
 

dinsdag 15 september 2026

Leesbanken

Leuk idee van Universiteit Utrecht: ter gelegenheid van 450 jaar bestaan 25 leesbanken schenken aan de stad Utrecht. Gele banken met leuning en QR-code die toegang geeft tot fragmenten van Utrechtse schrijvers en dichters, 'voor jong en oud'.



Nee, niet schenken... 'Beschikbaar stellen', met een zekere tijdelijkheid. De berichten op de diverse websites suggereren dat de banken na november 2026 weer verdwijnen.
 
In het lustrumjaar 2026 stelt de Universiteit Utrecht 25 Leesbanken beschikbaar voor gebouwen (scholen, bibliotheekfilialen en andere locaties via partners in het Netwerk Leesoffensief) in de stad Utrecht. De Leesbanken maken interactie rond lezen mogelijk: ze vormen een ontmoetingspunt in diverse activiteiten rondom lezen, samenlezen, voorlezen, en onderzoek naar lezen. 

Deze activiteiten worden in de maanden september en oktober 2026 geprogrammeerd door de UU in samenwerking met partners uit het Netwerk Leesoffensief en Utrecht City of Literature.
(https://www.uitagendautrecht.nl/evenement/142773/utrechtse-leesbanken)
 
Jammer. De tien of twaalf lichtbakjes met 'Evening Time is Reading Time' van Allen Ruppersberg hangen nog steeds in de Korte Smeestraat. Overgebleven van een ander Utrechts kunstproject.
Natuurlijk, overdag kun je ook lezen. Toch stemt het blij. Past ook bij de status van Utrecht als UNESCO City of Literature.
 

dinsdag 8 september 2026

Leesonvaardigheid

De berichten rond 8 september logen er niet om. De Nationale Onderwijsgids, op zijn of haar beurt weer citerend uit NOS-nieuws:
 
Alarmerende cijfers uit het nieuwste PISA-onderzoek. De leesvaardigheid onder Nederlandse jongeren keldert verder. Inmiddels kan bijna 40 procent van de 15-jarigen onvoldoende lezen om fatsoenlijk mee te komen in de klas. De impact hiervan reikt verder dan de schoolbanken. Deze generatie dreigt laaggeletterd van school te komen, waardoor volwaardig meedraaien in de samenleving een enorme uitdaging wordt. Dat meldt de NOS. 
 
Tja. Nog even verder citeren:
 
De daling van de leesvaardigheid onder jongeren is al jaren aan de gang. Waar Nederlandse 15-jarigen in 2003 nog boven het Europees gemiddelde scoorden, glijden de prestaties sindsdien hard achteruit. Uit het PISA-onderzoek van 2018 bleek al dat een kwart van deze groep onvoldoende kon lezen. In 2023 groeide dit aandeel naar bijna een derde van de jongeren. Zij scoorden onder niveau 2, het absolute minimum om volwaardig mee te kunnen draaien in de maatschappij. Inmiddels is de situatie nog alarmerender. Maar liefst 39 procent kampt met een taalachterstand.

Schoolniveau

De leesvaardigheid van 15-jarigen hangt sterk samen met hun schoolniveau en de achtergrond van hun ouders. Zo presteren vwo-leerlingen op dit vlak beter dan hun leeftijdsgenoten op het vmbo. Daarnaast hebben jongeren met hoogopgeleide ouders gemiddeld een hogere leesvaardigheid.
 
Ook in Duitsland en Vlaanderen treurt men om tegenvallende resultaten.
 
Hieronder een grafiekje van het Nederlands ministerie voor onderwijs:



 
Deze grafiek 'toont de prestaties van Nederland en een selectie andere landen in het domein Leesvaardigheid sinds 2003. Daaronder de gemiddelde prestaties en de verdeling van de Nederlandse leerlingen'. (Zie hier.) Die dalende lijn wordt in het recente rapport voortgezet.
 
Nog even verder citeren uit de (Nederlandse) Nationale Onderwijsgids:

De Leescoalitie noemt de resultaten zorgwekkend en eist dat de overheid stevig inzet op een brede leescultuur, ook buiten de schoolbanken. De organisatie pleit naast investeringen in het onderwijs en bibliotheken voor een positieve aanpak die lezen in de hele samenleving stimuleert.

Staatssecretaris Judith Tielen eist betere leerprestaties bij het volgende PISA-onderzoek. De aanhoudende internationale daling van de leesvaardigheid moet stoppen. Volgens Tielen is goed kunnen lezen onmisbaar in het dagelijks leven. Van het begrijpen van een bijsluiter tot het herkennen van nepnieuws.
 
Dat laatste is wel bizar. Een staatssecretaris die 'betere resultaten eist' (ook in diverse dagbladen). Tekenend voor politiek van grote woorden en kleine stappen? Misschien zei ze in werkelijkheid iets anders.
Op de website van de Leescoalitie was d.d. 8-9 nog niets te vinden.
 
Er is ook aandacht voor oorzaken. Zo laat NRC de Nijmeegse hoogleraar Maarten Wolbers aan het woord. Hij vindt dat er teveel naar het onderwijs wordt gekeken en te weinig naar thuis.
Maar
 
Iedereen die met een verklaring komt, redeneert vanuit zijn eigen vakgebied, zegt Wolbers. Het zou goed zijn om al die perspectieven in samenhang te onderzoeken. „Het blijft gissen welke verklaring nou meer gewicht in de schaal legt en welke minder.” 
 
Zo is het maar net. Heel goed die relativering, zeker gezien het volgend citaat:
 
De afgelopen jaren gaf Wolbers zelf een voorzet. Hij berekende dat ongeveer 10 procent van de daling in leesvaardigheid te verklaren is door een toename van het aandeel leerlingen, met name migrantenkinderen, dat thuis geen Nederlands spreekt. Zij scoren gemiddeld genomen minder goed op lezen dan kinderen voor wie Nederlands wel de ‘thuistaal’ is. Het aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs dat thuis Nederlands spreekt, daalde van 96 procent in 2003 naar 87 procent in 2022. „Nogal wiedes dat een gemiddeld toetsresultaat in de loop van de tijd ook daalt”, zegt Wolbers. Op het vmbo is dit effect nog sterker te zien, omdat de groep die thuis geen Nederlands spreekt daar het hardst is gegroeid. 
 
Dat kan best een soort verklaring zijn, maar die verwijst toch weer naar het onderwijs. Hoe komt het dat de scholen niet in staat blijken die leerlingen fatsoenlijk onderwijs te bieden? Te weinig middelen? Te laag opgeleide en ook nog overwerkte docenten met een te laag salaris en dito status? Ouderwetse systemen?
NRC kwam 8-9 ook met een artikel waarin enkele Ierse scholen werden geportretteerd. Natuurlijk, want Ierland (niet te vinden in de grafiek hierboven!) doet het relatief gunstig. Opmerkelijk aan het Ierse onderwijssysteem is onder meer uitstel van keuze voor vervolgonderwijs, in Nederland is die keuze inmiddels uitgegroeid tot de onverbiddelijke en rampzalige waterscheiding tussen vmbo/mavo en havo/vwo.
 
Afijn, er zal nog wel wat volgen aan reacties en verklaringen. 

vrijdag 4 september 2026

Poortwachters van de leestijd

Een pleidooi voor schoolbrede leesmomenten in het voortgezet onderwijs: een vast tijdstip waarop gelezen wordt, pakweg een half tot een heel uur, in alle klassen of andere schoolruimtes. Het werkt, volgens Jeroen Dera, hoofddocent aan de Radboud Universiteit, mits schoolbreed gedragen, dus niet gezien als een eigenaardige liefhebberij van de docent Nederlands. 
De kern van dit pleidooi is te vinden in het hoofdstuk 'Leeskwartier voor leesplezier' in deel 4, 'Uit de spagaat', van De spagaat van Jeroen Dera. 
'Leeskwartier voor leesplezier', maar 'liefst langer dan vijftien minuten, want vijftien minuten worden in de praktijk al snel vijf minuten'. 
 
Dit is dan het eerste en belangrijkste voorstel om 'uit de spagaat' te komen. Die spagaat blijkt te staan voor drie spagaten: 
- 'beleefde en geobserveerde leeswerelden', 
- 'online lezers tussen autonomie en algoritme' en 
- 'lezen als het nu eenmaal moet', een spagaat tussen 'als het moet' en 'als ik wil'.
 
'Ze' lezen niet en haten het vak Nederlands, vooral het literatuuronderwijs.
 
Dat is het beeld dat men heeft van schoolgaande adolescenten, een beeld dat ijverig in stand wordt gehouden doordat men het van elkaar overneemt en het doet het ook zo goed tijdens borrelgesprekken. Ook de 'poortwachters van de leestijd', de docenten literatuuronderwijs, doen hieraan mee.
Uit onderzoek onder de adolescenten zelf blijkt dat ze van elkaar denken dat ze niet van lezen houden en zo mede dat beeld in stand houden. Lezen is niet chill of cool, zoiets.
Maar het klopt niet helemaal. Minstens een derde van de adolescenten leest regelmatig een boek, en nog eens een derde staat er niet zo vijandig tegenover maar zegt 'geen tijd' te hebben. 
 
Het corps boeken dat ze lezen valt echter niet geheel samen met het corps titels dat door die poortwachters aanvaard wordt als besprekenswaardig, wat heet, als 'literatuur'. De ene canon is de andere niet.
Niet geheel is iets anders als geheel niet. Op #BookTok (#BoekTok) aangeprezen titels vallen niet altijd in de smaak van docenten - maar er zijn docenten die veel goed vinden zolang hun leerlingen er iets verstandigs over kunnen zeggen - liefst niet ontleend aan AI. 
'De Lijst' blijkt een monster dat mythische proporties heeft aangenomen - ook in die zin dat het een mythe blijkt dat docenten zo strikt zijn omtrent lijsten. Wel blijkt dat docenten gemiddeld andere titels lezen of voorstellen als hun pupillen. Toch handig, die vele onderzoeken, zowel enquêtes als gesprekken, die Jeroen Dera en collega's uitvoerden. De spagaat staat er vol mee. Daar hebben we wetenschap voor: niet voorschrijven maar uitzoeken hoe het zit. Waarbij toegepaste wetenschap kan leiden tot handige tips, zie boven.
 
En natuurlijk is er die magische categorie literatuur. Die wordt zo weinig en zo vaag omschreven dat in de praktijk geldt: literatuur is wat de docent als zodanig aanduidt. Soms wordt er iets gemompeld over gelaagdheid of diepte. Dera (p. 37):
 
Wat we literatuur noemen, vraagt, kortom, om aftasten en onderhandelen, en dat moet uiteindelijk gebeuren van beide kanten.
 
Lik-me-vestje. Nogmaals, dit is een (lelijk verwoorde) beschrijving van bestaande praktijk, niet een voorschrift.
Zoals taal een dialect is met status (men zegt ook wel: met een leger en een vlag), is literatuur fictie met status. Interessanter dan bij taal is wel de vraag hoe een als literatuur beschouwde tekst aan die status is gekomen. Maar hier is uw recensent even bezig, Dera gaat niet zo ver maar toont wel de 'spagaat' tussen gevestigde opvattingen en de gemiddelde smaak van lezende adolescenten.
 
Die spagaat was er al een tijdje als het om poëzie gaat. Jeroen Dera stipt dat aan onder 'Uit de spagaat?' in 'Breuken en wonden en blaren: over Instagram en TikTok in het poëzieonderwijs'. Hij speelt het klaar om tien pagina's lang opvattingen in kaart te brengen over, inderdaad, 'Instagram en TikTok in het poëzieonderwijs', maar het niet te hebben over die enorme swingende olifant in de kamer, namelijk muziek of preciezer: tekst op muziek.
 
Even een uitstapje naar Kila van der Starre, die in 2021 promoveerde met het proefschrift Poëzie buiten het boek, de circulatie en het gebruik van poëzie, hier gratis te downloaden. Ze werd door John Jansen van Galen geïnterviewd voor Argus 27-8-2026. Kila heeft het in dat interview vooral over poëzie te vinden in 'de openbare ruimte (monumenten, gevels, putdeksels en andere straatpoëzie), sociale media (Instagramgedichten), kranten (overlijdensadvertenties), gebruiksvoorwerpen (de bekende mokken en  badhanddoeken van Plint), de radio (denk aan Candlelight van wijlen Jan van Veen, en aan Ellen Deckwitz) en: het menselijk lichaam' (tattoos) en merkt ook op:
 
In Midden- en Zuid-Amerika is er een samenwerking en kruisbestuiving tussen schrijvers, dichters en muzikanten en worden gedichten vaak op muziek gezet.
 
Niet alleen daar, Kila. Bob Dylan ontving in 2016 nota bene de Nobelprijs voor zijn teksten. Annie M.G. Schmidt schreef poëzie die vaak op muziek is gezet. Al vanouds is het verband tussen poëzie en muziek innig. 
Er zijn stoffige docenten die denken dat poëzie alleen bestaat uit in boekjes gepubliceerde teksten met veel wit om en tussen de regels. Helaas lijkt Dera daar een beetje bij te horen, al wijst hij er op dat je zulke teksten ook op Instagram en elders op het internet kan vinden. Haal de muziek erbij, Jeroen, en die spagaat wordt al minder.
 
Goed, een omissie dus. Maar verder is het een interessant boek, dat bijna verplicht op de leeslijst voor docenten literatuuronderwijs zou moeten staan. 
 

Dera, Jeroen. De spagaat, jonge lezers in tijden van ontlezing. Querido Facto, 2026. ISBN 978 90 2532 089 8, 224 p.