Zoeken in deze blog

dinsdag 11 oktober 2011

Let's read and talk English?

Taalschrift kwam voorbij met een uitdagend mini-opstel van Ronald Soetaert: 'We moeten allemaal diep-tweetalig worden'.
Ik citeer:  ' Het duurde niet lang of de inzichten uit de conferentie kwamen in de pers terecht. Even werd ik een Bekende Vlaming. Een ‘kaakslag voor Vlaanderen’ schreef De Standaard. 
Geheel naar Bijbelse traditie bied ik u prompt mijn andere wang aan met een min of meer duidelijke stelling: ik ga ermee akkoord om het Engels op te waarderen, want het is op dit moment de lingua franca. 
Maar dat betekent ook dat die taal een bijzondere status heeft: de meeste leerlingen zijn ‘false beginners’, ze lezen, luisteren, spreken en schrijven zelfs in het Engels. Een opwaardering van het Engels impliceert een update van wat men met die taal kan doen in het onderwijs. Voor alle leerlingen blijkt Engels een belangrijk communicatiemiddel, zeker in hun persoonlijk leven en misschien ook later in hun professioneel leven. Wie voortstudeert, zal Engels moeten kennen voor om het even welk vakgebied dat hij/zij kiest. 
Kortom, Engels opwaarderen houdt in dat die taal ook een plaats moet krijgen in andere vakken. '
Een stroom reacties volgde, vooral uit Vlaanderen.
Ik kon het niet laten en voegde de mijne er bij:

Per toeval bekeek ik net de '21st Century Skills' van Onderwijs Maak Je Samen voor ik bij de diepe tweetaligheid van Ronald Soetaert terecht kwam.
In die vaardigheden van de 21e eeuw tref ik taal aan bij de binnenste schil. Maar verder geen woord over taalvaardigheid, laat staan vaardigheid in tweede en derde talen.
Ik citeer: ' Over één punt is iedereen het eens. 21st century skills gaan niet alleen over ICT-vaardigheden en mediawijsheid.  Ze gaan over een nieuwe manier van leren, leven en werken. Voorbeelden hiervan zijn creativiteit, innovatie, kritisch denken, problemen oplossen, communicatie, samenwerking, aanpassingsvermogen, leiderschap, productiviteit, sociale vaardigheden en nog veel meer competenties.  '
Communicatie, jawel, maar in welke talen?
Valt dat onder 'nog veel meer competenties'?

Ik pleit voor verbetering van ons moedertaalonderwijs en daarnaast voor beter onderwijs in enkele handige talen, waaronder in ieder geval Engels.
Ik pleit dus eigenlijk voor beter taalonderwijs. En vanwege Bernard Shaw (zie tekst Ronald Soetaert)  ook voor beter literatuuronderwijs.
Dat is niet origineel en ik ben niet de enige, maar niettemin blijft het zinnig om dat te benadrukken. Laten we realistisch blijven: voor een onbezonnen regering extra lessen Engels gaat voorschrijven, mag er m.i. in het algemeen iets meer in het onderwijs worden geïnvesteerd, in ieder geval hier in Nederland. En dan niet uitsluitend in die rijkelijk vage '21st Century Skills'.
Tot zover mijn reactie.

Let's read and talk English? Zeker, kan al op de basisschool beginnen, maar alleen met onderwijsgevenden die goed Engels spreken, en met slimme middelen, zoals prachtige Engelstalige prentenboeken en hun digitale equivalenten (zie bijvoorbeeld Michael Rosen, We are going on a bear hunt). Laten we daarnaast vooral onze moerstaal in ere houden.

zaterdag 8 oktober 2011

Tegen de onschuld

Vrijdag jongstleden ontvangen: een 460 pagina's tellend boek, zonder plaatjes, in een degelijke en saaie blauwe band: Contre l'innocence, Esthétique de l'engagement en littérature de jeunesse.
Tegen de onschuld, esthetiek van engagement in jeugdliteratuur. Spannende titel, daarom had ik het aangevraagd. Een artikelbundel onder redactie van Britta Benert en Philippe Clermont, uitgegeven in 2011 door Peter Lang (Frankfurt am Main) in de reeks Kinder- und Jugendkultur, 'literatur und -medien, deel 69.
De artikelen zien er ook heel degelijk uit.

Ik heb beloofd het te recenseren. Dus op zeker moment zal in dit blog een recensie van dit boek verschijnen.

Binnenkort trouwens ook een recensie van Jeugdliteratuur bestaat niet van Peter van den Hoven (Lannoo/Biblion).

donderdag 6 oktober 2011

Onderwijsmediathecarissen

Een bericht van Informatie Professional:
' Onderwijsmediathecarissen richten eigen beroepsorganisatie op.

Op donderdag 22 september jl. is tijdens een extra Algemene Ledenvergadering besloten dat de LWSVO, de vereniging van mediathecarissen, de status van aspirant lidmaatschap van de NVB met ingang van 1 januari 2012 opheft. De opkomst voor deze extra ALV was groot en veel leden hadden gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bij volmacht te stemmen. LWSVO staat voor landelijke werkgroep schoolmediathecarissen voortgezet onderwijs.
Argumenten tegen de aansluiting bij de NVB die tijdens de discussie op de ALV naar voren kwamen waren onder meer:
  • Kan een kleine beroepsvereniging wel zelfstandig overleven? Zal het lukken om steeds voldoende bestuursleden te vinden? Moeten we de NVB nog langer de tijd geven om de interne organisatie te verbeteren?
  • Of wordt het, na zoveel jaren proberen te komen tot aansluiting, tijd om een eigen koers te gaan varen, een eigen website te ontwikkelen en de positie van de LWSVO te versterken?
De vereniging van onderwijsmediathecarissen telt 400 leden. De naam van de LWSVO wordt gewijzigd in Beroepsvereniging Mediathecarissen Onderwijs (BMO). De organisatie krijgt ook een nieuwe website.  '

Kijk, zo ken ik ze, die onderwijsmediathecarissen. Een gedreven Gideonsbende, zeer begaan met het schoolbibliotheekwerk in Nederland, met name in het voortgezet onderwijs. (Want het basisonderwijs telt vrijwel geen beroepsbibliothecarissen.)
Kennelijk voelden ze zich in meerderheid niet thuis in het grote verband van de NVB, 'dé beroepsvereniging van informatieprofessionals', hoewel schoolbibliothecarissen zich zeker in de context van het voortgezet onderwijs toch beschouwen als de informatiedeskundigen bij uitstek en de NVB allerminst een uitgebluste indruk maakt.
' Het voorstel van het bestuur om de naam van LWSVO te wijzigen in Beroepsvereniging Mediathecarissen Onderwijs (BMO) werd in het kort besproken.  Na een korte discussie werd, met een ruime meerderheid van stemmen, het voorstel aangenomen. In totaal werden 93 stemmen uitgebracht: 23 stemmen waren tegen en 70 stemmen voor. ' (Bron: zie hier.)
Ik wens de kersverse beroepsvereniging veel succes. Dat hebben ze nodig, met dit relatief gering aantal actieve leden. Wellicht valt er in de wandelgangen meer te horen over de beweegredenen voor deze afsplitsing, maar het voert mij te ver om de komende conferentie van de NVB op 17 november te bezoeken. Ik ben niet eens lid...

De LWSVO ken ik vooral uit de tijd dat ik ad interim-hoofdredacteur was van Dossier Kennis en Media, een periodiek dat we op Biblion Uitgeverij bedacht hadden om o.a. deze actieve groep te bedienen, dat verscheen van 2002-2005 en weer een voortzetting was van Het studiehuis (1998-2001).
Voor de jonge lezertjes: studiehuis was toen een populaire benaming van een onderwijsmodel waarin leerlingen veel zelf moesten doen en docenten een begeleidende rol hadden, en kwade tongen betitelden het als een verkapte bezuiniging op docenten en als afbraak van onderwijs.
Tegenwoordig zingt de modeterm competentiegericht onderwijs rond, hoewel die ook al weer uit de mode raakt. Zie hierover o.a. ene Gertjan Sinke, die zo slim was om het URL competentonderwijs.nl te reserveren, en een sceptisch commentaar op de site van Beter Onderwijs Nederland.

De term onderwijsmediatheek is nog ouder en is, meen ik, in de jaren '70 uitgevonden om te benadrukken dat er in een schoolbibliotheek niet alleen boeken te vinden zouden moeten zijn, maar alle relevante media. Dat was dus nog vóór de computer en het internet hun intrede maakten. Een term met een missie.
Niettemin vormen boeken nog altijd de hoofdmoot van de collecties in schoolbibliotheken en wat mij betreft blijft dat nog even zo, naast tijdschriften, internet en documentaire films. Vooral als de stroom uitvalt.

dinsdag 4 oktober 2011

LibrarySchool 2

En daar was dan het persbericht over de start van LibrarySchool, waarover ik op 23 juni schreef: ' De reclametaal en soms regelrechte newspeak die onze huidige regering kenmerkt dringt in veel geledingen door. Zo wordt een nieuwe, Nederlandstalige (mag ik aannemen) opleiding tot bibliothecaris LibrarySchool (aan elkaar) genoemd. Dat is geen newspeak, hoogstens een uiting van het betreurenswaardige idee dat wat Engels klinkt beter verkoopbaar is dan wat Nederlands klinkt.  ' Enzovoort. Er viel m.i. wel iets te zeggen over de ronkende bewoordingen waarin deze opleiding werd aanbevolen.
De website en pdf-folder zijn al even ronkend:  men heeft het over een 'hoogwaardige opleiding op academisch niveau', een 'grensverleggende nieuwe aanpak'.

Ik schreef ook op 23 juni: ' Goede dienstverlening krijg je door goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten, die met genoegen hun werk doen. In de afgelopen decennia heb ik in het openbaar bibliotheekwerk (en met name het jeugd- en schoolbibliotheekwerk) veel goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten gezien - maar het genoegen zien slinken en frustratie zien stijgen. Die frustraties werden deels veroorzaakt door de volgens de VOB zo 'cruciale' bibliotheekmanagers en deels doordat de branche er niet in is geslaagd zoveel politieke steun te organiseren dat bezuinigingen konden worden vermeden. Het pleit m.i. voor de betrokken medewerkers dat de frustratie nauwelijks werd veroorzaakt door ondermaatse beloning.
Willen de opleiders van de LibrarySchool tot slot niet vergeten dat de helft van de gebruikers van de bibliotheken uit jeugd bestaat? '
Lezend wat er op de site en in de daar te downloaden pdf-folder staat, blijft dat laatste verzoek actueel, hoewel de boodschap zo algemeen is dat dit aspect er onder zou kunnen vallen.

De school leidt op tot master en MBA en heeft daarnaast een 'basisjaar' met meesterproef voor bibliotheekmedewerkers die hun ' eigen rol als "reflective practitioner" kunnen duiden '. Hij is in het leven geroepen omdat het Nederlands bibliotheekwerk behoefte heeft aan, houd je vast:
' Betrokken en nieuwsgierige collega’s die innovatief ondernemen met inhoud en vakmanschap.
Bibliothecarissen die de werken vanuit de klassieke idealen van de bibliotheek, maar de noodzaak inzien om in te spelen op de eisen van de toekomst. De bibliothecaris ‘"nieuwe stijl" paart maatschappelijk bewustzijn, creativiteit en culturele kennis aan managementvaardigheden, kennis van digitale ontwikkelingen en het vermogen om allianties aan te gaan. Binnen het krachtenveld van cultuur, maatschappij en technologie is hij voortdurend op zoek naar de meerwaarde en excellentie die de bibliotheek kan bieden. Daarbij steeds handelend vanuit de kernwaarden en identiteit van het bibliotheekwerk. 
De bibliothecaris van de toekomst moet dus in staat zijn het vak vanuit de inhoud te vernieuwen. Niet alleen, maar in samenspel met medewerkers, collega-bibliotheken en culturele en maatschappelijke partners. Naast talent vergt dit een grote mate van professionaliteit en expertise. '
Zeg dat wel. Ik hoop dat de bibliotheekbesturen voor die 'bibliothecarissen "nieuwe stijl"', deze 'hoogwaardige professionals' (*), een passend salaris reserveren en ervoor zorgen dat ze niet voor de voeten worden gelopen door overambitieuze managers, die deze prachtopleiding zelf natuurlijk niet hebben doorlopen, door goedbedoelende maar weinig effectieve vrijwilligers, door gebrek aan middelen en goed opgeleide medewerkers en door andere stoorzenders.
Voorlopig zie ik nog een brede kloof gapen tussen het galmende proza van genoemde pdf-folder en website en het bibliotheekfiliaal om de hoek, dat nog net niet werd gesloten en waarmee de school om de hoek wellicht nog iets moois kan doen.

Maar o ja, die filialen werden gesloten omdat er volgens de Raad voor Cultuur ' een aansprekende, inhoudelijke visie ontbreekt op nut en noodzaak van het werk van de openbare bibliotheek  ', aldus (en hier komt het * van hierboven) de reactie van Rob Bruijnzeels op een artikel van Josje Calff in Digitale Bibliotheek 2011-6/7.
' Er is dringend behoefte aan nieuwe ideeën over een betekenisvolle rol van de openbare bibliotheek aan het begin van de 21ste eeuw. En het profiel van de bibliothecaris dat daarbij hoort.  Dat is een geheel ander profiel dan dat van de "Old School" bibliothecaris, maar aan dat idee moet klaarblijkelijk nog een aantal representanten van die groep nog wennen. ' Aldus Rob Bruijnzeels, die hiermee m.i. blijk geeft van een wel erg denigrerende blik op de huidige 'Old School'-bibliotheekmedewerker.
Bruijnzeels wijst ook op het komende personeelsverloop, en nu ga ik hem voor één keer met instemming citeren:
' Het ziet ernaar uit dat in de periode t/m 2015 ruim 20% van het zittende personeel stopt met werken en als 2020 als ijkpunt wordt genomen is dat bijna 45%. Er is daardoor een harde noodzaak voor het creëren van aantrekkelijke banen en een goede opleidingsfaciliteit, waardoor nieuw en bestaand talent kan worden aangetrokken en opgeleid. '
Te hopen valt dat het ' leernetwerk dat mensen, ideeën en leren bij elkaar brengt en geënt is op het principe van de lerende organisatie ' (Bruijnzeels) in die faciliteit voorziet. Voorlopig word ik erg sceptisch van het proza dat uit die hoek is gekomen.
En visie? Laat ik me beperken tot de scholen. Het is voldoende aangetoond dat leerlingen baat hebben bij een boekrijke omgeving. Scholen en bibliotheken kunnen daar iets aan doen, in eendrachtige samenwerking. Deze maand werd ook bekend dat het project 'Kunst van lezen' mag doorgaan t/m 2016. Tot dat project hoort ook het bevorderen van die samenwerking en daar houden ze zich op uiterst praktische wijze mee bezig, bijvoorbeeld met Bibliotheek op de basisschool.
Kijk, daar hebben we iets aan.

zaterdag 1 oktober 2011

Leesgoed 2011-4

Een grote wolf met scherpe tanden die een wegrennend mannetje op de hielen zit siert de omslag van Leesgoed 2011-4. Het is een beeld van Jan Jutte, uit Dissus, dat (o.a.) besproken wordt in 'Een held op de wc' van Sylvie Geerts (p. 18-22).


Toch gaat het nummer niet over antihelden, ook dat artikel van Sylvie Geerts niet. Het speelt in op het thema van Kinderboekenweek 2011, 'Superhelden', ondertitel 'over dapper durven zijn'. Dissus in het gelijknamige verhaal blijkt overigens ook dapperder dan uit dit beeld zou blijken.
Naast dat artikel een essay van Floortje Zwigtman, 'Schurken stelen de show', legt Coosje van der Pol uit 'Hoe herken je een held als je er een tegenkomt' (in boeken voor jonge kinderen), is er een interview met Joris Steenbakkers over helden in games, biedt recensent Bas Maliepaard zijn Top Tien favoriete helden (bovenaan staat Kikker) en is er toch nog plaats voor een antiheld, Pudding Tarzan, in een artikel van Joke Guns. Ook de afdeling Boekidee is gewijd aan het kinderboekenthema en biedt onder meer suggesties om iets te doen met Dissus. Bij elkaar is de redactie er in geslaagd om ruim voldoende aandacht te schenken aan het kinderboekenweekthema. Ik mis nog een overzicht van bekende en minder bekende helden in de jeugdliteratuur, en ik mis een artikel waarin aandacht wordt besteed aan de manier van lezen waardoor hoofdpersonen tot held worden. Niettemin hoop ik dat dit kinderboekenweeknummer het blad weer dat zetje geeft dat het nodig heeft. De afdeling promotie van NBD/Biblion gooide er per e-post een aanbod tegenaan: ' Wij doen u een uniek Kinderboekenweek-aanbod om kennis te maken met Leesgoed. U betaalt nu slechts € 15,- voor de laatste twee nummers van dit jaar en u ontvangt het Kinderboekenweek-nummer gratis! (op=op)
Neem nu een proefabonnement op de laatste twee nummers van dit jaar en profiteer van deze aantrekkelijke korting.Deze actie is geldig tot en met 14 oktober 2011. ' Jammer nou weer dat hiervan in het nummer zelf niets te vinden is en de Leesgoed-website zwijgt er ook over, sterker nog, zwijgt over heel nummer 4 alsof het nog niet verschenen is... Ook op de website van NBD/Biblion is niets te vinden, ook niet bij de afdeling Biblion Uitgeverij. De promotie van Leesgoed blijft een zorgenkindje.

Er is nog meer in Leesgoed 2011-4.
'In beeld' op p. 4-5 bevat een prent van Shaun Tan, uit De rode boom, en niet toevallig volgt een interview met Shaun Tan, door hoofdredacteur Karin Kustermans.
Op de vraag hoe De rode boom is ontstaan:
' Als een formeel experiment: ik wilde kijken hoe ver ik als schrijver-illustrator kon gaan in het vermijden van een lineaire vertelling, chronologisch verloop, karakteropbouw, plot, al die dingen die essentieel lijken te zijn voor een prentenboek.  ' En meer, beslist interessant, want ook zonder De rode boom te hebben gezien weet je dat je met een bijzonder verhaal te maken hebt. Als het al een verhaal is. Karin Kustermans betoont zich ook nu weer een vaardig interviewer.
Wendy de Graaff interviewde Tjibbe Veldkamp, de maker van het kinderboekenweekgeschenk, maar niet over helden. Wel over het schrijven voor kinderen en de koppenmaker koos heel treffend als titel: 'Ik wil van alle kinderen lezers maken'. Ga er maar aan staan, maar hij doet het met overtuiging.

En verder zijn er uiteraard als ieder nummer de recensies. Gelukkig heb ik er geen leesbril voor nodig, maar het moet me van het hart dat ik door het iets kleinere lettertype de leesbaarheid van Leesgoed niet verbeterd vind ten opzichte van de voorgaande opmaak, ondanks het rustiger paginabeeld met meer wit. Ook vind ik het jammer dat Boekidee niet meer zo prominent aanwezig is in het hart van het blad en middels aankondigingen van behandelde titels op het omslag.
En vooral vind ik het zorgelijk dat de website geen gelijke tred houdt met de papieren nummers, er zelfs dus in dit geval bij achterloopt. Zo'n website mag geen stiefkindje worden.

NB. d.d. 06-10-2011. Gelukkig werd de website na enkele dagen toch nog bijgewerkt. Maar op die van NBD/Biblion was vandaag nog niets te vinden.
NB2. d.d. 10-10-2011. En van uitgeverij en redactie hoorde ik dat het aantal abonnees na de laatste nummers groeiende is. Mooi zo.

maandag 26 september 2011

Hoe het verhaal moet eindigen

Ik citeer uit een recensie van Tine Mortier op Verteleens.be:


Toen kwam Sam is niet wat je een groot heldenverhaal zou noemen. Het boek bevat namelijk geen uitzonderlijk dappere personages met superkrachten, geen toeters of bellen, geen magische of fantastische plotwendingen en geen bizarre heldensetting. Toen kwam Sam heeft dat allemaal niet nodig. Toch is het een van de beste heldenboeken geworden in de overvloed aan publicaties die bij het thema van de Nederlandse Kinderboekenweek aansluiten.

(...) In de laatste scène wordt de spanning ten top gevoerd, zonder dat je met zekerheid kunt zeggen hoe het verhaal zal aflopen. Verklappen zou flauw zijn, maar laat het volstaan te zeggen dat het boek eindigt zoals het moet.
(...)

Een mooi voorbeeld van een recensent die een verwachting ziet ingelost.
Wat bedoelt Tine Mortier met dat 'het boek eindigt zoals het moet'? Ze bedoelt ongetwijfeld dat het einde aan haar verwachting voldoet. Bedoelt ze dat het verhaal goed afloopt voor de held? Of juist tragisch? Of, wat ze een beetje suggereert, onbeslist? We zullen het niet weten tenzij Tine bereid is meer over haar verwachtingen te schrijven. Hoe dient volgens haar een verhaal te eindigen?
Ik heb het haar gevraagd, want op Verteleens.be kun je reageren op recensies.
En ze antwoordde, op 28 september:

' Het is niet zozeer dat het einde aan mijn verwachtingen voldoet, maar dat de interne logica van het verhaal echt om dit einde vroeg. Je moet het lezen om het te snappen, denk ik ;-) En ik wil jullie leesplezier echt niet vergallen door het te verklappen.
Er bestaan geen regels voor een ‘goed’ einde, elk boek eist zijn eigen slot. En dat van Sam heeft zijn slot goed gekozen. '
Ik zat er dus naast. Dat van die 'interne logica', dat kan ik volgen. Ja, nu dus lezen, inderdaad.






donderdag 22 september 2011

Alice in Wonderland

Al heel lang een lievelingsverhaal, Alice in Wonderland. (Zie ook mijn artikel 'Achter de spiegel' onder artikelen.)
Dus spijt het me dat ik 'Het huis van Alice' in Trunhout, cultureel centrum De Warande, in 2008 heb gemist. Vanessa Verstappen, begreep ik uit De Leeswelp 2011-5, veranderde het verhaal in een 'herenhuis', met elk hoofdstuk een eigen kamer.


Dit was dus ongetwijfeld de Mad Hatter's Teaparty. Op Vanessa's blog nog enkele andere foto's.
' In het project ‘Het huis van Alice’, dat ik voor CC De Warande maakte (2008), is elk hoofdstuk uit het verhaal een kamer in een herenhuis. Ik heb een ruimte gecreëerd waardoor je door het boek kunt wandelen. Bladzijden zijn deuren. Ik wilde een fysieke en psychische confrontatie met deze andere wereld tot stand laten komen.  '
Dat had ik graag willen zien.

Nu heeft dit verhaal natuurlijk velen tot bewerking geïnspireerd. Dit jaar nog bracht de meidengroep K3 een werkelijk vreselijke musical, zie Youtube. In 2010 kwam regisseur Tim Burton met een film, met Mia Wasikowska als hoofdpersoon, en het Noord Nederlands Toneel met een theaterstuk.
T.z.t. maak ik een overzicht, neem ik me voor.
Maar voor ik het vergeet nog even deze 'trivia' van de Nederlandse wikisite:

- 'Off with his head, man!! Off with his head!!' 'komt ook voor in de song Parananoid android van Radiohead'. Maar dat zei de koningin niet, ze zei: 'Off with their heads!'.
- 'Op het album Love and Theft van Bob Dylan staat het nummer Tweedle Dee & Tweedle Dum, ook geïnspireerd door het boek'.
Hij stopte er trouwens terloops nog een verwijzinkje in:
' Well, they’re going to the country, they’re gonna retire
They’re taking a street car named Desire ' Meer een grapje, speelt verder geen rol.

woensdag 21 september 2011

Waar is Dribbel?

Kijk, dat vond ik een soort eerbetoon aan Eric Hill, deze spotprent van Jos Collignon, afgelopen week:

zondag 18 september 2011

3e Middag van het Kinderboek

Op zaterdag 17 september vond in Amsterdam de 3e Middag van het Kinderboek plaats.
Het was een ruime middag, want om 12 uur startten al vier workshops voor illustratoren. Zie hier voor een verslagje van Claudia Jong van de workshop die Klaas Verplancke gaf en van de overige middag.

Ik begin aan het eind. Om half 5 maakte de CPNB namelijk bij monde van directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer bekend dat de verdwenen Gouden Zoen weer wordt ingesteld en nu als Gouden Lijst. Twee Gouden Lijsten om precies te zijn: een voor het beste oorspronkelijk Nederlandse boek voor 12-15 jaar en een voor het beste vertaalde, plus nog drie eervolle vermeldingen maar die worden niet ingelijst. Zie ook hier.
Winnaar Rindert Kromhout was er beduusd van: die morgen had hij namelijk nóg een prijs voor Soldaten huilen niet in ontvangst genomen: de Thea Beckmanprijs. Tevreden klemde hij de Lijst tegen zijn borst en zo nu en dan hield hij hem triomfantelijk omhoog.
Ook Mal Peet was aanwezig en blij. Hij won de Lijst voor het beste vertaalde boek voor 12-15 met Tamar, dat je op z'n Engels als Teimer blijkt uit te moeten spreken, hetgeen juryvoorziter Gerlien van Dalen vervolgens helaas braaf overnam. Juryvoorzitter: ja, want de CPNB bleek de Griffeljury (die op 26 september met zijn lijstje komt) te hebben opgedragen ook maar de categorie 12-15 erbij te doen. En zoals ik het persbericht van de CPNB uitleg, blijft dat zo.
Mooi vond ik dat Eppo van Nispen tot Sevenaer de meest zichtbare organisator en tevens (onnavolgbare) presentator van de drie Middagen van het Kinderboek, Ted van Lieshout, in het zonnetje zette met ereteken en staf. Al vond ik het natuurlijk jammer dat hij vergat te vermelden dat Ted het jaar daarvoor al de Leesgoedprijs had ontvangen. (Geen idee overigens of er nog een Leesgoedprijs 2011 komt...)
Jammer vond ik ook dat (op instigatie van de CPNB) zo'n beroepspresentator was ingeschakeld voor de uitreiking van de Lijsten. Sipke Jan Bousema voegde werkelijk niets toe. (Ik had nog nooit van hem gehoord, maar ik kijk veel te weinig tv.) Wel was het komisch om waar te nemen hoe presentator Ted zich maar moeizaam schikte in het afstaan van de rol.

Daarvóór was inmiddels het schilderij af waaraan Philip Hopman de hele middag had gewerkt. Ja,  tenslotte was het in de eerste plaats een middag over en voor illustratoren.
Het schilderij (waarvan t.z.t. hopelijk een betere afbeelding) werd geschonken aan een van de sponsors van de Middag van het Kinderboek, de Openbare Bibliotheek Amsterdam, die diverse zalen en ook het (vrijwel volle) Theater van het Woord beschikbaar stelde. Directeur Hans van Velzen nam het zelf in ontvangst. Mooi gebaar en het was ook onderhoudend om tijdens de lezingen te kijken naar de voortgang.
'Hoe speel je het klaar om het precies op tijd af te hebben?', was na afloop een vraag uit de zaal. Philip Hopman maakte een gebaar van zweet van zijn voorhoofd vegen en zei, 'Het is een gave...' Het gelach voldeed, Ted vroeg hem niet hoezo dan.

Dan de lezingen. Allereerst: een officieel verslag volgt nog, niet op mijn blog maar via dat van Ted, als Weblog zijn zaakjes weer op orde heeft, en de website van BNO, een andere sponsor. Ik kan het dus kort houden.
Hans Hagen memoreerde het ontstaan van het modelcontract (voor auteurs en uitgevers van kinderboeken), maar ook het verzoek van BNO om daar toch weer veranderingen in aan te brengen en het totaal negeren van dat contract door de educatieve uitgeverijen. Verder wees hij op de zorgelijke daling van omzetcijfers en de even zorgelijke concentratie op bestsellers, met berekenbare gevolgen voor royalties.
Er verscheen een sommetje op het scherm:

Bronnen en zo zijn mij ontgaan, maar die verschijnen ongetwijfeld in het officiële verslag. De teneur is duidelijk: veel voor weinigen, weinig voor velen.
En dan liet hij de verdeling van inkomsten tussen auteur en illustrator goeddeels buiten beschouwing.
Dat deed Sjoerd Kuyper niet, integendeel. Hij rekende de zaal voor dat auteurs er door de invoer van het modelcontract alleen maar op achteruit zijn gegaan. Steen des aanstoots is wat hem betreft het delen van de royalties met de illustrator. Vroeger kreeg je als auteur 10 % van de opbrengst, en de illustrator werd daarnaast betaald door de uitgever. Nu moeten auteur en illustrator de royalties delen: 7,5 % voor de auteur, 2,5 % voor de illustrator, door de bank genomen. De uitgever is er dus op vooruit gegaan, de illustrator alleen voorzover het werk ook wordt verkocht en de auteur helemaal niet. Hij voorspelde kinderboeken met weinig illustraties, en moeizame verhoudingen tussen auteurs en illustratoren.
Hij kwam met een voorstel, 'kille blikken uit de zaal' trotserend:
Over de eerste 4000 exemplaren van een gemiddeld kinderboek van 180 p., met 11 pagina's illustraties. wordt 11 % royalty gegeven: 9 % voor de auteur, 2 % voor de illustrator. Die ontvangt daarnaast meteen, en onherroepelijk, € 2000,-. (Dan verdient de illustrator tenminste ook nog aan een zo goed als niet verkochte dichtbundel.)
Over de volgende 6000 wordt 13 % royalty gegeven: 11 % auteur, 2 % illustrator.
Over de daaropvolgende 10000 15 % royalty: 13 % auteur, 2 % illustrator.
En daarna, nadat deze 20000 eerste exemplaren zijn verkocht: 15 % royalty voor de auteur, niets voor de illustrator.
Leuk, zo'n voorstel, maar het houdt geen rekening met prentenboeken en zulke nuances had hij er nog aan kunnen toevoegen.
Die 'kille blikken' van illustratoren had Kuyper overigens goed ondervangen door mooi te beschrijven hoe hij de illustraties bij zijn werk had ervaren als een 'geschenk', vergelijkbaar met de muziek die een componist bij je werk maakt. Waarbij hij die ontbrekende nuance terloops had ingevuld door te vertellen hoe hij illustratrice Annemarie van Haeringen er toe had overgehaald méér te ontvangen dan de 50 % die zij had voorgesteld.
En aan kille blikken van uitgevers is-ie gewend, neem ik aan, na die 'vermaledijde' Annie M.G. Schmidtlezing die hij in 2009 had gehouden, zie ook hier.

Anne Hoogewoning, van het Fonds BKVB, legde vervolgens uit hoe je als illustrator een werkbeurs kon aanvragen. 'Het kan nog tot en met 2012...' In 2013 gaat het Fonds BKVB samen met de Mondriaan Stichting, onbekend of en hoe dan nog beurzen voor illustratoren beschikbaar zullen zijn. Gert Gerrits, van de BNO, had een soortgelijk praktisch vertoog.

Jen de Groeve belichtte de verschillen tussen Vlaamse en Nederlandse illustratoren. Interessante lezing, hopelijk verschijnt die ook nog in De Leeswelp, waarvan ze hoofdredacteur is. Ze wees onder meer op de relatief jonge traditie in Vlaanderen, vergeleken met Nederland. En volgens haar beschouwen veel Vlaamse illustratoren zich niet als verluchtigers van een dominante tekst, maar als (mede)scheppers van een boek. Heel anders dus dan iemand als Fiel van der Veen, die in zijn toespraak, waarschijnlijk ongewild, dit beeld bevestigde: je probeert de bedoeling van een auteur te begrijpen en passend beeld te leveren. Hij illustreerde dit door drie zeer verschillende plaatjes te tonen bij het gegeven: jongen komt van school thuis bij vader, die aan het stofzuigen is.
Overigens toonde Jen, ondanks haar eigen motto 'bij gebrek aan traditie', dat er wel degelijk een illustratietraditie in Vlaanderen bestond: maar dat was er een van flauwe, zoetelijke plaatjes. Als reactie daarop kwam er een golf aan vernieuwing. Ze tekende daarbij aan dat die ook een gevaarlijk kantje heeft: vernieuwing wordt bijkans een norm, die tot experimenten kan leiden die ver over de hoofden van de veronderstelde jonge lezers en kijkers heengaan.
Het beeld werd iets genuanceerd door Lars Deltrop en Helen van Vliet, die heel wat voorbeelden toonden van Nederlandse illustratoren die eveneens vernieuwend zijn, en tot de slotsom kwamen dat vernieuwing en communicatie (met die veronderstelde lezer/kijker) tot vruchtbare resultaten leidt.

Komt er in 2012 weer een Middag van het Kinderboek? Ted van Lieshout zinspeelde er wel op, vooral in combinatie met de Doos bij de ingang, bedoeld voor giften. Al zou die ook bestemd kunnen zijn voor zijn honorarium, zoals hij tijdens de borrel (mogelijk gemaakt door de BNO) ironisch opmerkte. Het zij hem gegund. De organisatie kost hem ongetwijfeld veel tijd, ook al wordt hij gesteund door anderen, zoals Hans Hagen, Marijke Troelstra (van de OBA, en dank voor je snelle reactie) en Toin Duijx (IBBY Nederland). En dat is zijn eigen, onbetaalde tijd.



donderdag 8 september 2011

In memoriam Peter van den Hoven

Droevig bericht: Peter van den Hoven tijdens vakantie aan hartinfarct overleden. Ook even schrikken: hij was slechts twee jaar ouder dan ik.

Na Achter de keukendeur (Bzztôh, 1980) kwamen Grensverkeer (1994) en Het goede en het mooie, de geschiedenis van Kris-Kras (2004): twee boeken die onder mijn beheer werden uitgegeven, het eerste bij het NBLC, het tweede bij Biblion Uitgeverij. Twee keer overleg over tekst en verkoopkansen.
Een vierde boek van Peter is op komst, ook bij Biblion Uitgeverij (en Lannoo), Jeugdliteratuur bestaat niet, en wat vind ik het treurig dat-ie de verschijning niet kan meemaken. Een interview in Leesgoed was op komst, begreep ik door het In Memoriam op Vertel eens van Karin Kustermans.
Peter was ook jarenlang lid van de redactie van Literatuur zonder leeftijd, dat tijdschrift-in-boekvorm met academische ambities dat ik ook jarenlang als uitgever mocht helpen verschijnen.
Een aimabele, bescheiden en toch vasthoudende man met uitgesproken meningen, die hij uitvoerig uit de doeken kon doen. Soms te uitvoerig, vond ik als uitgever of hoofdredacteur en daarover hadden we dan vaak lange gesprekken - die echter nooit bitter werden, want met Peter viel goed te praten.

Zie voor een overzicht van artikelen en boeken van Peter van den Hoven DBNL.