Zoeken in deze blog

maandag 18 maart 2024

Aankomende leerkrachten

Stichting Lezen doet met partners al jaren onderzoek naar leesbevordering op school, als deel van het leesbevorderingsprogramma De Bibliotheek op school.

De Bibliotheek op school maakt deel uit van een doorgaande lijn binnen het OCW programma Tel mee met Taal. BoekStart vormt het begin van deze beleidslijn, gevolgd door de Bibliotheek op school basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De aanpak wordt gemaakt en gefinancierd door de KB (Koninklijke Bibliotheek) en Stichting Lezen, in samenwerking met het programma Kunst van Lezen en de Stichting Samenwerkende Provinciale Ondersteuningsinstellingen Nederland.

Des te urgenter nu uit peilingen blijkt dat het niet zo goed is gesteld met lezen op school. Zie alleen al in dit blog hier, hier, hier en hier.
Citaat uit een persbericht d.d. 18-3:

In 2023 werd de Monitor de Bibliotheek op school pabo voor de vierde keer afgenomen. Aan de Monitor deden 1.403 studenten, 258 docenten en 12 bibliotheekmedewerkers mee. In 2022 waren dat respectievelijk 1.200 studenten, 200 docenten en 15 bibliotheekmedewerkers. Inmiddels doen ruim twintig pabo-locaties mee aan de Bibliotheek op school.

Resultaten van de Monitor:
-   Studenten gaven zichzelf in 2023 gemiddeld een 6,0 voor hun kennis over kinderboeken en jeugdliteratuur. In 2022 was dat gemiddeld een 6,3.
-   In 2023 las 49% van de studenten minstens 1x per maand of vaker kinderboeken en jeugdliteratuur zonder dat het verplicht is.
-    Pabo-studenten zouden met name meer willen weten over de leesmotivatie van kinderen en over activiteiten die je in de klas kunt doen met leesbevordering.
-    De leesactiviteiten die studenten vaak uitvoeren in de stageklas zijn voorlezen, vrij lezen en leerlingen met elkaar laten spreken over boeken.
-    Van de deelnemende pabo-docenten vindt iets minder dan de helft het leesvaardigheidsniveau van zijn of haar studenten niet voldoende.
-    De taaldocenten waarderen aandacht voor kinder- en jeugdliteratuur met een 9,4, docenten van andere vakken waarderen dat met een 8,5.
-    De helft van de taaldocenten besteedt in ieder college aandacht aan kinderliteratuur. Van de docenten van andere vakken doet 74% dat zelden of nooit.
-    Taaldocenten waarderen hun eigen voorbeeldgedrag op leesgebied met een 7,8.


De 'samenvatting Resultaten Monitor de Bibliotheek op school pabo 2023-2024' (lekkere mondvol) staat in de toolkit Monitor/Beroepsonderwijs/Beleid.
Wie dat aanklikt krijgt het volgende inleidende tekstje te lezen:

Tools voor de monitorcoördinator ten behoeve van het op strategisch niveau informeren over de monitor. Daarnaast vind je hier tools voor de leesconsulent ten behoeve van het jaarlijks introduceren, ondersteunen en analyseren van deze meting. 

Brrr. Geen aanmoediging om meer met taal te doen. Tools? In my house they are in a tool box, not in a kit. Maar wij hebben thuis nog gewoon een gereedschapskist. Langer woord, toegegeven. Bovendien gaat het om iets Heel Belangrijks, 'het op strategisch niveau informeren over de monitor'. Wel fijn dat dit nog wordt overgelaten aan de leesconsulent, niet aan de reading advisor, de Reader's Advisory, o.i.d.
Maar nuttig is dit alles natuurlijk wel. In een omgeving waarin ook leerkrachten en schooldirecties steeds minder lezen, is zo'n leesconsulent broodnodig. De helft van onze aankomende leerkrachten leest dus enkel een kinderboek als het verplicht is! Wat een armoede.

Misschien ligt het antwoord in Estland. Een reportage in de Volkskrant 18-3-2024, 'Waarom kunnen die Estse leerlingen toch zo goed lezen?', door Arnout le Clercq, over het leesonderwijs in dat land geeft een suggestie.

De jongste leerlingen van de Raatuuse-school in Tartu rennen kriskras door het gangpad, naar de teksten over dieren die aan de muur hangen. Tussen de zinnen speuren ze naar antwoorden op de vragen van een kruiswoordpuzzel. ‘Waar leeft het wilde zwijn?’, vraagt de 8-jarige Kaisa hardop en gaat met haar vinger langs de tekst. ‘In het bos.’ Hebbes. Met wapperende paardenstaart snelt ze naar de computer om het antwoord in te vullen. Vandaag gaat het over dieren die in Estland te vinden zijn: vossen, wolven, otters, zwijnen. Maar haar lievelingsdier staat er niet tussen, zegt Kaisa met lichte teleurstelling. ‘Dat is de giraf.’
 
Dit is het Estse (lees)onderwijs in een notendop, zegt leerkracht Kristiina Pavlenko, die groep 2, met 8- en 9-jarigen, onder haar vleugels heeft. De kinderen bewegen en leren met computers omgaan. Maar het belangrijkste: ze halen spelenderwijs de betekenis en antwoorden op specifieke vragen uit langere teksten. Sommigen iets vlotter, zoals de pijlsnelle Kaisa, anderen iets langzamer. Maar dat is niet erg, zegt Pavlenko. ‘Neem de tijd, maak het leuk. Het belangrijkste is dat ze het plezier in lezen niet verliezen. Cijfers geven we niet, dat is slecht voor de motivatie.’

Toch is er geen pasklaar recept, aldus Maria Jürimäe, die aan de universiteit van Tartu onderzoek doet naar leesonderwijs en geletterdheid.
Estland is Nederland niet, de vanzelfsprekendheid waarmee hier al eeuwenlang Nederlands in allerlei varianten wordt gesproken gaat niet op voor het Estlands.

‘Onderwijs is sinds de 19de eeuw een manier voor Esten om te emanciperen’, legt Jürimäe uit. ‘Al die tijd is het Ests blijven bestaan, cultuur is ons geheime wapen. En daarom kunnen we ons niet veroorloven ook maar één leerling achterop te laten raken.'
 
De vergelijking met het hier oprukkende Amerikaans-Engels doemt op, maar dat ligt toch net even anders. Ten eerste is het niet verboden om je eigen moerstaal te gebruiken en wordt het ook niet als minderwaardig beschouwd, ten tweede lijken Engels en Nederlands dermate op elkaar dat Engelse termen moeiteloos worden opgenomen en eventueel vernederlandst in uitspraak en vervoegingen. (Lekker samen gamen of chillen.) Men zou het als verrijking kunnen beschouwen, zoals het Engels zelf ooit zowel Franse als Scandinavische termen opnam en het Nederlands ooit Franse en Duitse woorden overnam. Zo betekent een toolkit tegenwoordig dus net iets anders als een gereedschapskist.
Dat geldt minder voor het Estisch, een aan Fins verwante taal, en de talen van overheersers als Duits, Zweeds en Russisch. Geen schrijver die dat beter in beeld heeft gebracht als Jaan Kross, bijvoorbeeld in Kolme katku vahel (Tussen drie plagen). 

Neemt niet weg dat we iets kunnen leren van het Estse onderwijs. Niet alleen de inrichting ervan, ook de wijze waarop men daar de eigen taal koestert.
Slordigheid speelt hier te lande een zekere rol, ook in het taalgebruik van onderzoekers.
Want is het nu 'kinderboeken en jeugdliteratuur', 'kinder- en jeugdliteratuur' of 'kinderliteratuur', beste persberichtschrijver?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten