Zoeken in deze blog

zaterdag 22 maart 2025

Rocky

Nog onlangs kwamen we zo'n Disney-achtig figuurtje tegen dat zou moeten dienen om de belangstelling van jonge lezers te trekken: zie Topina. Niet een hoofdpersonage, toch een belangrijke en succesvolle rol.
Mutatis mutandis doet Joukje Akveld dat ook in Rock de pinguïn, het unieke pinguïnboek, dat eind vorig jaar verscheen.

 
In Rock de pinguïn is Rocky de tweede verteller, naast de anonieme verteller die we wel een beetje mogen vereenzelvigen met de auteur, althans zoals ze was toen ze dit boek schreef. Dat blijkt vooral uit deel 3. (Waar op p. 213 blijkt dat Rocky een vrouw is.)
Dat is goed verzonnen en verlevendigt het vertoog aanzienlijk. Zie bijvoorbeeld de twee bladzijden die volgen na de aankondiging van 'deel 1, wat is een pinguïn'.
 
 
 
Excuses aan de vormgever (Jelle F. Post), mijn scanapparaat moest dit overlaten aan een foto door een boven de bladzijden zwevende gsm... De tekst staat in het boek natuurlijk kaarsrecht op de bladzijde.
'Wat iedereen over pinguïns weet' wordt op p. 13 gevolgd door 'Wat bijna niemand over pinguïns weet':
 
Dat ze niet alleen op het ijs leven, maar ook in de tropen.
Dat ze één keer per jaar al hun veren verliezen en daar heel sikkeneurig van worden.
Dat ze nooit plassen, maar wel aan langeafstandspoepen doen.
Dat ze je met hun snavel keihard kunnen bijten en met hun vleugeltjes nog harder kunnen slaan.
 
Pinguïns zijn niet lief, behalve voor elkaar. 

Dit boek gaat over dingen die bijna niemand over pinguïns heet.
Maar als je doorleest, jij straks wel.
 
Let op het correcte 'bijna niemand'. Verder wordt de lezer hier direct aangesproken, wat niet zo opmerkelijk is maar hier wel werkt, er wordt iets beloofd en dat is mooi en nog waar ook. Want dit boek bevat een schat aan informatie over pinguïns die uiterst leesbaar en onderhoudend wordt gepresenteerd.
 
In het eerste deel, 'wat is een pinguïn', krijg je eerst wat geschiedenis voorgeschoteld, zoals de eerste pinguïn.
 
Dankzij fossielen weten we hoe Waimanu eruitzag. Zijn poten en snavel waren langer dan die van de pinguïns die nu leven. En zijn vleugels leken nog meer op vleugels dan op vinnen, al kon hij er niet meer mee vliegen. 

Daar is geen woord Chinees bij, en ook geen onbegrijpelijk vakjargon, hulde. Vervolgens leren we waar ze wonen, hoe ze gebouwd zijn...
 



... , hoe 'een pinguïn werkt',  dat wil zeggen zich voortbeweegt, slaapt, poept (het spuit eruit!), hoe ze elkaar verlokken tot paren en, niet onbelangrijk, hoe dat paren gaat, met zaad dat van cloaca naar cloaca naar eicel gaat. 
Er zijn in dit blog al ettelijke, vaak van Angelsaksische uitgeverijen overgenomen boeken besproken die van allerlei wetenswaardigheden bieden maar dit onderwerp schijnbaar achteloos vermijden. 
Hier niet, het zij geprezen, en wat een cloaca is wordt daarvóór ook uitgelegd.
 
De cloaca's moeten elkaar raken zodat de zaadjes en eitjes kunnen versmelten: de bevruchting. Dat gebeurt als het vrouwtje op haar buik ligt en het mannetje op haar rug klimt. Pinguïns hebben alleen seks als het vrouwtje daar toestemming voor geeft. De seks zelf duurt niet langer dan tien seconden. Ook daarin zijn pinguïns efficiënt.

 
Nest bouwen, broeden, voeden, crèche, van alles komt aan bod. 
Ook 'Zijn pinguïns slim?' Ook om een indruk van de stijl te geven volgt nu een lang citaat:
 
Dat zit zo.
Veel pinguïns blijven trouw aan de partner waarmee ze het jaar daarvoor een kuiken hebben gekregen. Om elkaar terug te vinden tussen duizenden andere vogels roepen ze elkaar. Maar niet alleen zij, álle pinguïnstelletjes roepen elkaar. Een pinguïnkolonie klinkt als een schoolplein na de zomervakantie waar iedereen tegelijk probeert te vertellen waar hij geweest is. In mensenoren dan. Pinguïnoren horen 'Liefje, ik ben hier!', maar wel in multimega-stereo. Dat ze tussen al die vogelstemmen de stem van hun partner herkennen, lukt doordat elke pinguïn net even anders klinkt dan zijn buurman of buurvrouw.
Wetenschappers noemen de kunst om in veel rumoer één stem te herkennen 'het cocktailparty-effect'. Zoals wij ons op een drukke verjaardag kunnen focussen op die ene persoon met wie we in gesprek zijn, zo kunnen pinguïns de ruis van de kolonie wegfilteren tot alleen de stem van hun partner overblijft.
Pinguïnologen waren diep onder de indruk. Knappe oren, schreven ze in hun notitieboekje.
 
Dit ging vergezeld van dit vignetje:

 
Heel goed, precies de rol van zo'n figuurtje. Prachtig werk van illustrator Kees de Boer.
 
Zo gaat het via 'Hebben pinguïns vijanden?' (ja, met foto'tjes) naar 'deel 2, alle pinguïns van de wereld'.
 

 
Daarin worden alle achttien soorten pinguïns gepresenteerd (foto) en verteld hoe het ermee gaat. Niet goed, maar de ene soort is er nog met tienduizenden, terwijl de andere met enkele duizenden op één of enkele plekken op de rand van uitsterven staat.
Dat ligt grotendeels aan veranderingen in het klimaat. Die gaan zo snel dat de pinguïns dat niet in een evolutionair tempo kunnen bijbenen, en die snelheid, tja, dat is een bijdrage van de mensheid. We zijn met heel erg veel, er zijn te veel rijke toeristen rond Antarctica en in het algemeen zijn we erg vervuilend.
Ook de verteller vindt dat je kinderen niet met zo'n troosteloos uitzicht kan achterlaten en biedt dus bescheiden wenken voor verbetering van onze wereld. Minder plastic, minder vlees, enzovoort. Sprankjes hoop. Ach ja...
 
In 'deel 3, pinguïns en ik' gaat het vooral over het Zuid-Afrikaanse dierenopvangcentrum SANCCOB. In tekst en beeld krijgen we een mooie indruk van het werk van de vrijwilligers - waaronder de auteur. Dat er mensen zijn die dit willen doen, stemt ook hoopvol. En ja, pinguïns kunnen bijten en heel hard slaan. Dat moeten ze vooral blijven doen, anders worden ze tam en kunnen ze niet meer voor zichzelf zorgen. Het zijn geen mensen.
 
Mooi gedaan, dit boek! 
 
Hoezo mooi gedaan?
 
1. Het gaat over wat er op staat: pinguïns.
2. Het is goed gedocumenteerd. Achterin bronopgave.
3. Alles staat in dienst van het doel, tot en met de schutbladen. (Voorin een kaart van 'plekken waar je door pinguïns gebeten kan worden', dat wil zeggen woonplaatsen van pinguïns, achterin ook, maar dan plekken op je lichaam...). Dus ook veel doeltreffende illustraties, die de tekst verduidelijken en aanvullen.
3. De tekst is levendig en leesbaar, ook voor de kinderen van negen en ouder voor wie dit boek eveneens bedoeld is. Jargon is tot een minimum beperkt en wordt uitgelegd. Waar nodig zijn duidelijke schema'tjes gebruikt, zie bijvoorbeeld p. 183 over het verband tussen aantallen Afrikaanse pinguïns, sardientjes en ansjovis. Achterin bijna ten overvloede een woordenlijst.
4. Het is overzichtelijk ingedeeld. 
5. Het is een gebonden, mooi vormgegeven, solide boek met leeslint. 
 
Zo doe je dat dus, non-fictie voor kinderen (en andere mensen).


Akveld, Joukje. Rock de pinguïn, het unieke pinguïnboek. Met illustraties van Kees de Boer. Volt, 2024. 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten