Zoeken in deze blog

woensdag 17 september 2025

Zeeboek

Aelin is hoe dan ook geen doorsnee-boek. En er zijn heel wat elementen voor een goed verhaal. Een eiland ver in zee met een vuurtoren, een elfjarig meisje op dat eiland dat denkt dat ze van een andere planeet komt en het eiland deelt met twee heren die vinden dat ze haar vader c.q. grootvader zijn en verantwoordelijk zijn voor het vuurtorenlicht. Een fort van blauwachtige of zeegroene steen met een geheime kamer. Ze krijgt een hond cadeau, een wolfshond. Er spoelt een surfer aan, bijna verdronken, maar het meisje (Aelin) redt zijn leven. Er zijn tekenen van een geheimzinnige V. 's Nachts, in waakdromen, krijgt ze coupletten van een vers in haar hoofd en die schrijft ze op. Ze heeft niet het idee dat het haar eigen teksten zijn.

 
En doordat Aelin ook verteller is, krijgen we die coupletten ook te lezen. We maken alles mee wat zij verkiest te vertellen, als een soort radioverslag. Onze elf-, bijna twaalfjarige verteller maakt ons deelgenoot van veel emoties, gedachten, veronderstellingen,  verlangens, weerspannigheden. Deels schrijft ze die op in een Zeeschrift. Dat legt ze ons uit en ze vertelt ons (p. 25) haar taken. Waaronder:
 
Naast mijn dagelijkse taken en klusjes geef ik mezelf nog veel denkwerk:
8. Nadenken over waar ik vandaan kom.
9. Nadenken over wat ik hier doe. (De Mens bestuderen? Dit stukje Aarde in kaart brengen? Dat laatste was zo'n makkie. Als dat mijn opdracht was geweest, dan had ik allang weer naar huis kunnen gaan.)
10. Nadenken over hoe ik contact maak met mijn volk of familie.
11. Nadenken over hoe ik thuiskom. 
Over de punten 8 tot en met 11 denk ik de hele tijd, eigenlijk. Behalve als ik slaap. 

 
Dat verandert als ze die hond krijgt en die surfer aanspoelt. Dan heeft ze ineens minder tijd om na te denken. In het hoofdstukje Zeemeeuwsneeuw (alle hoofdstukjes beginnen met Zee-) krijgen we een indrukje.
 
   Jouw hart klopt in mijn hart
 
Wat is dat voor zin/onzin?  Jouw hart klopt in mijn hart. Mijn ogen zitten nog dicht, toch zie ik meer woorden zweven in het rode donker van mijn hoofd. Er was nog een kamer vrij. Waar komen deze zinnetjes vandaan? Ze klinken niet alsof ik ze zelf zou bedenken. Maar ik heb ze gedroomd. Dus moet ik ze opschrijven in mijn logboek.
Ik wil opstaan, maar er ligt een berg zand op mijn onderbenen. Raar. Ik probeer mijn ogen open te krijgen. Wacht, dat zand was onderdeel van de droom. Of nachtmerrie. Een van mijn zeedromen die om de zoveel tijd terugkomt: ik kan niet ontsnappen aan de zee. Iets met strand, mijn voeten bedolven onder zwaar nat zand, golven die over me heen rollen en ik kan me niet bewegen. Brrrrr. 
O ja.
Hondenhaar.
Zucht.
Mijn leven is voorbij. Afgelopen is het met eindeloos uitslapen, urenlang lezen, dagen achter elkaar klussen in de Zeeloods. Nu heb ik een Ritme.


Zo zitten we opgesloten in het hoofd van onze verteller Aelin. Geef je maar over, want anders moet je het boek dichtslaan. Ik kan me voorstellen dat een andere, eventueel anonieme verteller het anders had gedaan, vermoedelijk met minder woorden, minder uitroepen als brrrrr, Zucht en zo. Had met ongeveer dezelfde elementen een ander en wellicht sterker verhaal opgeleverd. Meer lading met minder woorden.
 
Het is niet anders, we doen het met Aelin. (Dezelfde letters gaan in alien, en dat had Aelin ook al ontdekt. Leuke vondst.)
 
Hoe gaat dat hier, op p. 216, een flinke sprong in het verhaal? 
 
Van zo dichtbij iemand aankijken was nooit iets voor mij, maar nu wil ik het. Ik heb geen idee hoe het is om een tweeling te zijn. Tweelingen zijn van hetzelfde materiaal gemaakt. Wat ik nu voel is een onbekend en toch onmisbaar gevoel van eenheid. Ik ben van deze vrouw gemaakt. Ben ik echt uit haar lichaam tevoorschijn gekomen? Het is moeilijk te bevatten, met je verstand, dan. Mijn lijf begrijpt het prima. Onze ogen trekken ons naar elkaar toe. Het spiegel-in-de-toekomst-effect is er nog. Haar gezicht dat net als het mijne van boven breder is en naar de kin toe puntiger wordt. Haar haar is veel langer en ze is ouder, maar haar ogen zijn van dezelfde zeekleur als de mijne. De neus, haar mond: zo zie ik er later uit. Later. Er verschuift iets, in mijn binnenste. 'Later' verschuift. Draait, honderdtachtig graden. Mijn 'later' ziet er opeens totaal anders uit. Niet meer op een andere planeet. Valentina is mijn 'later'. Hoe V ouder wordt, hoe ik op haar lijk, kan ik alleen zien als ik hier op aarde blijf, op het eiland. Maar waar zou ik anders heen moeten? Mijn volk uit de ruimte is naar mij gekomen. Ik kan gewoon bij Lud, Oli en Fenra blijven. Ik hoef niemand te missen en nergens meer heen, behalve naar de surfers, als ik Hunakai wil bezoeken.
Maar zo simpel als iemand opzoeken is dat niet. Toch? Of voor Valentina wel? Wat als ze ons alleen even komt opzoeken, en weer wegvliegt als ze terugverlangt naar de stilte... En wat als ze gewoon wil blijven en doen of er niks is gebeurd? Alsof er geen jaren verstreken of verloren zijn gegaan. Zo makkelijk komt ze daar toch niet mee weg? Of, beter gezegd, zo vanzelfsprekend kan ze toch niet ons leven binnenvallen? Alsof ze gewoon in haar eentje met vakantie is geweest. Maar dan wel tien jaar. Ik probeer de storm in mijn hoofd onder controle te brengen en adem langzaam uit. Als een zachte zucht.
 
Na dit vertoog, zo goed als een voordracht of college ('of, beter gezegd'), komt het
 
'Schatje toch.' Valentina glimlacht met haar nog natte gezicht. 'Sorry dat ik zo lang weg was, Maanmeisje. Ik ga mijn best doen om de schade in te halen.'
 
ietwat als een koude douche. Weet Valentina dan niet hoe welsprekend haar dochter is? Welke bijna-twaalfjarige krijgt zo'n vertoog uit haar strot? Geen enkele, en Aelin ook niet want die denkt het alleen maar. Alleen maar? Enfin... Een tour de force, om ons zo'n vertoog voor te schotelen als meebelevers in Aelins geest. Aan de andere kant, hoe had een anonieme verteller dit ons voorgeschoteld? Hoe zou een scenarist, een regisseur dit omwerken tot een filmscène?
 
Met wat erop volgt is dat makkelijker. Dat lijkt geschreven voor een film en er zitten wat cliché'tjes in. (Die knipoog, vreselijk.)
 
'Schatje toch.' Valentina glimlacht met haar nog natte gezicht. 'Sorry dat ik zo lang weg was, Maanmeisje. Ik ga mijn best doen om de schade in te halen.'
Maanmeisje. Dat woord komt bij haar vandaan. 'Is het gedicht dat in mijn hoofd verscheen van jou? Dat lied?'
'Van ons.' Valentina trekt me weer tegen zich aan. 'Ons lied heeft me vanavond thuisgebracht. Net op tijd.'
'Op tijd?'
'Voor je verjaardag.' Ze knipoogt en haalt haar vingers door mijn haren. 'En ook op tijd voor mezelf.' V kijkt niet meer nar mij, ze staart over mijn schouder. 'Lees mijn brieven maar een keer.'
Welke brieven? Ik moet dit allemaal verwerken. De belangrijkste vraag die me nu te binnen schiet is:  'Ben ik dan géén ruimtewezen?'
'Natuurlijk wel,' zegt Valentina in mijn haar. 'We bereizen allemaal dezelfde ruimte en allemaal zijn we ruimtewezens van sterrenstof.'

 
Hiermee heb ik redelijk wat intrige weggegeven, dus verschaf ik verder geen details behalve dat V ook letterlijk uit de ruimte komt, met iets dat op een ruimtevaartuig lijkt - maar ook een helikopter zou kunnen zijn. Ik schreef al: Aelin is geen doorsnee-boek. De rol van surfer Hunakai, die haar leert zwemmen, die van de hond Fenra, die van Lud en Oli, ze worden hier niet belicht. Ze passen in het verhaal.
Lees zelf maar. Als je de verteller en wat onwaarschijnlijkheden voor lief neemt, heb je een bijzonder verhaal in handen.


Bolt, Arienne. Aelin. Met illustraties van Mark Janssen. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1702 7, 305 p.   

maandag 15 september 2025

Hendrik Tollens

was een verfhandelaar die graag toneelstukken en verzen schreef.
 
Zoals dit:
 
De liefde op het ijs

De wintervorst vierde zijn lusten de toom
en vloerde met schotsen het meer en de stroom;
de veldvreugde ruimde voor de ijsvreugde plaats
en meertjes en stroompjes weerkaatsten de schaats.

Schoon Elsje, een boerinnetje, poezel en mals,
verloor in het zwenken de boot van haar hals
en Koenraad, de flinkste gezel van het oord,
ontdekt die en raapt die en rijdt ermee voort.

'Wat deert u, schoon Elsje!' zo vraagt hij alras,
terwijl zij al schreiende zoekt langs de plas.
'Mijn bootje' (zo snikt zij) 'helaas ben ik kwijt:
het viel in de sneeuw of misschien in een bijt.'

''t Was wis van een vrijer, tot meerder verdriet?'
'Neen, 't was van mijn moeder: ik kreet anders niet.'
'Kom, wis maar uw traantjes: wij vinden 't wel weer;
leg op maar, en zoek maar de baan op en neer.' 
 
En nog veel meer coupletten volgen. Het loopt zo af:

Zij pozen en kozen: hij vleit haar een blos,
terwijl glipt er nogmaals een schaatsje weer los;
hij bindt en herbindt het, en weifelt en fleemt,
en vraagt en verkrijgt, en begeert nog, en neemt.

De landjeugd reed af en het maanlichtje klom,
en Koenraad gaf Elsje haar bootje weerom,
en gaf haar een ring en een kusje zo teer!…
Maar ging met haar hartje, en nooit gaf hij 't weer.

Zijn werk is niet meer erg in trek, maar voor wie de smaak te pakken heeft: zie gedichten.nl.

 
Er staat een standbeeld van hem in Rotterdam, waar hij geboren werd en zijn bedrijf had, en in Rijswijk is zijn laatste woning vertimmerd tot Tollenshuis, waar Museum Rijswijk gevestigd is. Zie ook Wikipedia, De onvolprezen Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL) en het Tollensfonds. Dat fonds ontstond in 1860 aldus:
 
Op de zestigste verjaardag van Tollens in 1860 werd door zijn vrienden en vereerders een fonds opgericht, om Tollens blijvend te kunnen eren. Het was oorspronkelijk bedoeld om oudere dichters, die in moeilijke financiële omstandigheden verkeerden, te kunnen steunen Sinds 1902 veranderde het toenmalige bestuur dat.

Met de vijfjaarlijkse Tollens-prijs wordt een letterkundige geëerd die naar het oordeel van de jury opvallende literaire waarde bezat in de afgelopen periode.
 
 
Joke van Leeuwen. (Foto ANP.)
 
En die eer viel in september 2025 toe aan Joke van Leeuwen, wat mij betreft een zeer goede keuze. Die mening deel ik met anderen, gelukkig, want haar bekroning werd opgemerkt door de Volkskrant (met dank aan Pjotr van Lenteren), Tzum, Neerlandistiek en meer. Eerder werd Joke van Leeuwen bekroond met onder meer de Theo Thijssenprijs (2000, voor haar werk voor kinderen), de Gouden Ganzenveer (2010) en de Constantijn Huygensprijs (voor al haar werk, 2012). Plus nog flink wat Griffels en Penselen en zie ook hier.
De jury, tevens bestuur van het Tollensfonds, bestond uit Jan Baeke, Lotte Jensen, Hans Kolff, Bas Kwakman, Ruud Poortier, Kila van der Starre en Aleid Truijens. 
De uitreiking is/was op 5 oktober in het Tollenshuis. 

zondag 14 september 2025

Drunolaï, maahnvars, ayaans, capricaurum, pixies, sprites, awahul, rotstrollen, scolopendra ingensica, indriks e.v.a.

Hoe houd je op hol geslagen fantasie in het gareel? Die vraag beving me halverwege het curieuze boek Rhodinya, op zoek naar balans, boek 1 van een auteur met de geheimzinnige naam R.G. Nabwaltik en uitgegeven door C&R Publishing, een 'jonge uitgeverij die zich vooral richt op fantasy van Nederlandse bodem' en dat blijkt voorlopig enkel Rhodinya te zijn.
 
Over R.G. Nabwaltik geen woord, ook niet op de website Rhodinya. Evenmin op internet. Aan ChatGPT een keer gevraagd van welke Nederlandstalige auteur de naam een anagram kon zijn. Uit het antwoord:
 
De naam R.G. Nabwaltik levert geen directe en duidelijke anagram op van een bekende Nederlandstalige auteur. Het is mogelijk:
Een anagram van een minder bekende auteur.
Een bewust misleidend pseudoniem of zelf verzonnen naam.
Een anagram waarbij de initialen "R.G." niet meedoen aan het anagram zelf.
 
Bij een tweede vraag, enkele dagen later, 'Wie zou R.G. Nabwaltik kunnen zijn?' volgt een antwoord dat deze nieuwe mededeling bevat:
 
Het boek is uitgegeven door C&R Publishing (en via Pumbo.nl), met illustraties van S. Plaisier en bewerking/redactie door Haags Bureau Boekenmakers (en voor de Nederlandse versie ook Wendy Scholte Hendriksen). 
 
Pumbo is een bedrijf dat belooft: 'jouw boeken te laten drukken zonder kopzorgen', met 'gratis bestandscontrole door een expert'. Het Haags Bureau heeft zo te zien al heel wat boeken verzorgd maar op de site staat niets over Rhodinya. Wendy Scholte Hendriksen is ook online te vinden en blijkt een mediator. Ze heeft iets met moestuinieren maar werkt ook mee aan het Haags Bureau, dat geleid wordt door 'Wendy en Paul' en op een vraag naar de auteur volgt een antwoord waaruit ik citeer: 'R.G. Nabwaltik is inderdaad een pseudoniem.'
Op Boeken-cast staat:
 
R.G. Nabwaltik kiest bewust voor de anonimiteit, er is weinig bekend over deze auteur. “Het verhaal moet alles vertellen, het gaat niet over wie het vertelt”, aldus Nabwaltik. Rhodinya – Op zoek naar balans is zijn debuut. Dit boek is deel 1 in een reeks van 4 of 5 delen. Deel 2 en 3 zijn reeds geschreven, deel 2 wordt verwacht in 2026. Zowel de Engelstalige (Seeking balance) als de Nederlandstalige versie van dit boek verschenen gelijktijdig.  
 
Kortom, het blijft een raadsel. Te denken valt aan een introverte, graag games spelende fantast. Van illustrator S. Plaisier en omslagontwerper Anisha is evenmin iets te vinden. Een en al mystificatie.
 
 
 
Thom vond het verbazingwekkend dat ze toch altijd weer de rode draad in haar betoog wist terug te vinden, ondanks haar slechte geheugen. (p. 53, hoofdstuk 3)
 
Mevrouw Altenstar, Thoms buurvrouw in deze wereld, de ze in dit fragment, zou de ideale lezer zijn van Rhodinya. Want als je ergens moeite voor moet doen bij dit verhaal is de rode draad onthouden. Uitweidingen in overvloed, en vaak overdadig lang. Aan wie echt van plan is het hele verhaal te lezen valt aan te raden om een lijstje bij te houden van personages, soorten wezens en wendingen en misschien ook van de deuren en poorten die gepasseerd worden. 
Met zo'n zwerftocht door gangen, zalen en deuren begint het verhaal ook, als in een videospel. Die game-achtige gewaarwording kwam vaker terug, maar helaas viel er niets terug- of door te spoelen en kon ik geen invloed uitoefenen op het gedrag van mijn avatar. Geduld, geduld. Geduldig wachten tot de anonieme alleswetende verteller weer op het hoofdpad terug was en klaar was met zijn (of haar) beschrijvingen. Halverwege gaf ik op. Om enkele weken later het boek toch weer op te pakken. Nu zou ik toch echt de hele tekst lezen en me zo min mogelijk ergeren aan de stijve, bijna klinische en vormelijke stijl.
 
Het is me gelukt.
 
Hoofdstuk 1
 
EEN BIJZONDER VERZOEK
 
Een echo, geboren uit een mengelmoes van stemmen, baande zich een weg door de lucht. Weerkaatsend tegen de muren galmde hij door de ruimte en veroorzaakte een lichte trilling in de trommelvliezen van Thom,
 
Thom...
Thom...
Help ons Thom_o_o_o om...
He_e_e_e_e_elp ons alsjeblieft
 
De smeekbedes drongen door tot in de kern van Thoms hart en ontvlamden een diepgeworteld verlangen om er gehoor aan te geven. Zoekend naar licht werden Thoms pupillen steeds wijder. Kortstondig hield hij zijn adem in. Hij probeerde zich te oriënteren. Gevoed door nieuwsgierigheid verweven met verwarring strekte Thom zijn armen, op zoek naar de tastbare grenzen van het onbekende. Zwevend tussen realiteit en illusie flitste een stortvloed aan vragen door zijn gedachten. Waar was hij? Waar kwamen de stemmen vandaan? Wat wilden ze van hem?
 
Zo begint het verhaal. Een echo die 'zich een weg baant', 'lichte trilling in de trommelvliezen van Thom'. Smeekbedes die een 'diepgeworteld verlangen ontvlamden'. (Een zeldzaam geval van transitief gebruik van ontvlammen.)
Een ruime bladzijde verder gaan Thoms ogen open, niet zonder moeite want fel licht verblindt hem bijna (kost een hele alinea) en dan hebben we de eerste zaal. Citaat.
 
Thom stond in het midden van een immens grote zaal. De ruimte had een klassieke, elegante uitstraling. Het indrukwekkende, hoge plafond was gedrapeerd en versierd met allerlei ornamenten. Er hingen tientallen kroonluchters aan, waarvan de grootste precies boven Thom hing. De chandeliers hadden een basis van goud met daaraan duizenden, prachtig fonkelende kristallen. De vloer was van wit, gepolijst marmer. Een koningsblauwe loper liep van de voorkant van de zaal naar de achterkant, waar zich een bordes bevond.
Met een bewonderende blik bekeek Thom de overvloed aan pracht en praal. Degene die hier woont, moet wel heel erg rijk zijn, dacht hij. Schilderachtige tapijten en kunstzinnige schilderijen sierden de wanden. Ook hingen er verschillende portretten van vorstelijke figuren, maar het meest interessante vond Thom de schilderijen met afbeeldingen van diermensen en andere wezens die hij nooit eerder had gezien.
Ben ik daadwerkelijk in een kasteel of ben ik aan het dromen, dacht Thom. De ruimte had zoveel betoverende elementen dat hij moeilijk kon geloven dat het allemaal echt was. Zelfs de tafels en stoelen in dit vertrek waren met de grootste aandacht vervaardigd. Het houtwerk was kundig opgeschuurd en afgelakt, het had een prachtige glans. De toevoeging van gedetailleerde en kunstzinnige inkervingen met symbolen en dieren gaf de meubels een volmaakte afwerking.
 
Zo kan-ie wel even. Bijna een hele bladzijde. Die chandeliers heb ik niet verzonnen. En wie vindt die kristallen nou prachtig, de verteller of Thom, die e.e.a. 'met een bewonderende blik bekijkt'. (Dat is vast iets anders als 'bewondert'.) 'Pracht en praal' valt als licht ironische staande uitdrukking uit de toon. En dan die meubels die 'met de grootste aandacht vervaardigd zijn'. 'Kundig opgeschuurd en afgelakt'. Alsof er een meubelverkoper aan het woord is.
We zijn hier nog maar op p. 9... van de 382, waarvan slechts een tiental of zo wordt ingenomen door de tekeningen van 'S. Plaisier' (die overigens alleen in het colofon wordt vermeld).
 
De rode draad komt zo, maar eerst nog een voorbeeld van dit merkwaardige proza. We zijn dan een heel eind verder, al middenin het verhaal. Amara, maahnvarprinses, denkt dat Thom een bedrieglijke magiër is en zit achter hem aan. Komt later nog goed, maar eerst...
 
Amara kwam bij de grot aan. De hondmaahnvars liepen voor haar uit de grot in. In tegenstelling tot Thom konden de hondmaahnvars wel in het donder zien. Aryan transformeerde in een ijsbeermaahnvar zodat ook voor hem alles zichtbaar was ondanks het feit dat het donker was. Hij tilde Amara op zijn schouders. De grot was hoog genoeg om zo naar binnen te lopen. Ze volgden het spoor van Thom, maar bij de tweede afslag waar er een keuze gemaakt moest worden, bleven de hondmaahnvars verbaasd staan kijken. Amara, die net zomin in het donker kon zien als Thom, vroeg waarom ze stil bleven staan. Een van de hondmaahnvars antwoordde dat Thom naar rechts was gegaan, maar dat de bewegwijzering aangaf dat het een plek was met gevaar en dat de uitgang aan de andere kant moest zijn. Amara stond erop dat ze de route van Thom zouden volgen. De hondmaahnvars stormden vooruit de zigzaggende gang in.
Onverwacht stapte een van de hondmaahnvars op een tegel in het midden van het gangpad, waardoor er plots vier hekken met scherpe pijlen aan de onderkant naar beneden vielen, elk op een gelijke afstand van enkele passen. Drie van de vijf hondmaahnvars werden door de hekken gespiest en overleden ter plekke. De andere twee zaten gevangen tussen de hekken.
'Wat gebeurt er?' vroeg Amara.
'Er zijn drie van onze hondmaahnvars gestorven omdat een van hen op een boobytrap stapte,' zei een van de luipaardmaahnvars.
 
Enzovoort. Wat een stroperig proza. Een 'afslag waar er een keuze gemaakt moest worden', alles zichtbaar 'ondanks het feit dat het donker was', en een zigzaggende gang instormen, hoe doe je dat? Die hondmaahnvar zal toch niet verwacht op een tegel trappen, en wat doet dat minutieuze 'elk op een gelijke afstand van enkele passen' er nou toe? Zo kunnen we nog wel even doorgaan en dat het hele boek lang. De geheimzinnige R.G. Nabwaltik heeft véél fantasie, maar was vermoedelijk te eigenwijs om zijn (of haar, of hun) tekst eens voor te leggen aan een ervaren redacteur. Samen waren ze er vast uitgekomen. Wie weet was het boek dan de helft korter geweest, en heel fijn om te lezen, vooral voor fantasy-liefhebbers.
 
En let op, de oplettende lezer zal het gezien hebben, dit is nog maar boek 1! Er staat ons nog iets te wachten.
Ik kan het niet laten de heerlijk drakerige laatste alinea te citeren.
 
'Thom!' gilde Amara. Ze hervond de kracht in haar benen en rende naar het einde van Rhodinya. Hoopvol keek ze over de rand naar beneden. Maar Thom was er niet meer. Met een haperende ademhaling en schokkende schouders probeerde ze haar emoties te onderdrukken. Haar ogen vulden zich met tranen die onophoudelijk over haar wangen rolden. Diep in haar hart voelde ze een intense pijn die ze nooit eerder had ervaren.
 
Einde boek 1
 
Die rode draad. Daar moet toch iets over gemeld worden, zeker na die 'haperende ademhaling en schokkende schouders' en dat over een rand naar beneden kijken. (Ooit over een rand naar boven gekeken? Ja, het kán...) En die tranen die 'onophoudelijk over haar wangen rolden', ondanks dat 'onderdrukken van haar emoties'.
 
De rode draad, of een begin ervan, vinden we op p. 17:  
 
'Als je zo om je heen kijkt, lijkt het hier misschien vredig en mooi, maar in werkelijkheid leven wij hier in gevangenschap. Rahnox houdt ons gevangen, hij zou ons vrijlaten als wij jouw geest naar Rhodinya hadden gehaald.'
 
Aldus Aarun, een oude Drunolaï. 
Het is uiteindelijk Rahnox die Thom over de rand van Rhodinya duwt.
Meer geef ik niet weg. Er zijn nog queestes-in-queestes en vele, vele zijpaden, en de titel van deze recensie is gebaseerd over alle zonderlinge wezens in dit verhaal, dat nog best bijzonder geweest had kunnen zijn als de auteur zijn (niet haar, daar ben ik wel achter gekomen) ongebreidelde fantasie in toom had kunnen houden en de hulp had gevraagd van een goede, dus strenge redacteur. Nu is het toch een merkwaardige gemiste kans. Met een mooie kaart op de schutbladen, dat wel.
 
 
Nabwaltik, R.G. Rhodinya, op zoek naar balans, boek 1. C&R Publishing, 2025. ISBN 978 90 834646 9 5, 382 p.   



vrijdag 12 september 2025

Naar de bieb

Ooit, in de jaren '70 - '80, waren de jeugdbibliotheken de peilers onder wat toen net leesbevordering was gaan heten: pogingen om kinderen aan het lezen te krijgen en te houden, en dan vooral méér lezen dan de tekstjes in schoolboeken.
Recente cijfers van het (Nederlandse) Centraal Bureau voor de Statistiek tonen dat ze dat ondanks forse bezuinigingen eigenlijk altijd zijn gebleven. De Vereniging van Openbare Bibliotheken d.d. 11-9: 
 
Nog nooit waren zoveel kinderen en jongeren lid van de openbare bibliotheek: in 2024 waren dat er 2,4 miljoen (0 tot 18 jaar), goed voor 73% van alle Nederlandse jeugd. Ook jongvolwassenen tot en met 30 jaar sloten zich meer aan. Daarmee groeide het totaal aantal leden in 2024 met 2 procent naar ruim 3,7 miljoen, ruim één op de vijf inwoners. De groei gaat hand in hand met een forse groei aan activiteiten, een impuls van leden door de Bibliotheek op school en meer medewerkers en vrijwilligers bij bibliotheken dan voorgaande jaren. 
 
Je zou denken dat dit op de lange duur toch gunstige gevolgen zou kunnen hebben voor de leesvaardigheid in Nederland.
Dat wachten we nog even af... 

donderdag 11 september 2025

Chipo en Char

zijn de koosnaampjes die Chardonnay en Chipolata elkaar geven. Elke dag spreken ze elkaar over de schutting en op zekere dag besluiten ze op reis te gaan met de sjieke auto van Chardonnay's baasjes.
 
Dat laatste woord geeft al een hint. Komt zometeen.
 
Ze komen een heel eind met die auto, ze bereiken zelfs hun doel: de zee. Daar gaat het een beetje mis. De auto raakt te water en Chipo en Char worden ingerekend en worden met een ketting om hun nek naar huis gebracht. Daar worden ze met blijdschap begroet. De agenten houden het op een diefstal. 'De dief kidnapte de honden en stal de auto.'
De allerlaatste bladzijden tonen dat ze in de kennelijk gerestaureerde auto een nieuwe reis gaan beginnen.


Tja, Chardonnay en Chipolata zijn honden. Honden met heel veel menselijke eigenschappen, dat wel.
Ze vinden elkaar over de schutting.


 
Ze voelen zich dus misbruikt (Char) dan wel verwaarloosd (Chipo). Chardonnay wil ontsnappen aan schoonheidswedstrijden, Chipolata aan een baas die enkel Dario Car zit te spelen. Mede daardoor denkt Chipo dat hij wel een auto zou kunnen besturen.
Ze besluiten met de auto van Chars baasjes naar zee te gaan. De technische problemen lossen ze behendig op. Zo, bijvoorbeeld:
 
 


Dit prentenboek voor 8-80 is een heel amusant tussendoortje met toch wel 64 pagina's fijne tekeningen! En een voorbeeld van samenwerking tussen auteur (misschien ook scenarist) Ludovic Flamant en illustrator Sara Gréselle.
Grappig, in het Waalse origineel heet Chardonnay Ismolène. Dat klonk Parade kennelijk te uitheems. Kan daar wel inkomen en bovendien hebben de namen Chardonnay en Chipolata beide met eten en drinken te maken, best leuk gevonden.
 
Hoe zou dat bergavontuur gaan...? Hun vriendschap heeft dit zee-avontuur in ieder geval goed doorstaan.
 

Flamant, Ludovic, en Sara Greselle. Chardonnay & Chipolata. Uitgeverij Parade, 2025. ISBN 978 94 93408 05 0, 64 p. Oorspr.: Ismolène & Chipolata. Versant Sud jeunesse.   

zondag 7 september 2025

Negen levens

... heeft een kat, is een oud gezegde. 
 
Als je in Google de zin intoetst 'negen levens heeft een kat' krijg je voorbeelden van de zouteloze antwoorden van 'AI-overzicht':
 
Nee, katten hebben niet echt negen levens; dit is een mythe die symbool staat voor hun behendigheid en veerkracht in gevaarlijke situaties, zoals het landen op hun pootjes. Het gezegde vindt zijn oorsprong in het oude Egypte, waar katten vereerd werden en als goddelijke wezens werden gezien, en het getal negen werd geassocieerd met wedergeboorte en heiligheid.
 
Op 24-8-2025 13.10. Enkele minuten later, met 'Een kat heeft negen levens':
 
"Een kat heeft negen levens" is een populaire mythe en gezegde, niet een feit. Katten zijn bijzonder veerkrachtig, behendig en kunnen vallen beter overleven dan mensen, wat het idee heeft gevoed dat ze meerdere levens hebben. Het gezegde vindt zijn oorsprong in het oude Egypte, waar katten als heilige, goddelijke wezens werden beschouwd, en in middeleeuws Europa, waar ze werden geassocieerd met magie.
 
Kijk, hier komen de Middeleeuwen er ineens bij... 
 
En op 25-8 13.02:
 
Het gezegde "een kat heeft negen levens" is een mythe, katten hebben net als alle andere dieren maar één leven. Het idee komt voort uit de veerkracht en behendigheid van katten, die dankzij een aantal fysieke eigenschappen zoals de "air-righting" reflex vaak goed terechtkomen na een val. De oorsprong van de mythe ligt mogelijk in het oude Egypte, waar katten als heilige en veerkrachtige dieren werden gezien.
 
Hé, nu is het woordje mogelijk ingevoegd bij de oorsprong en de Middeleeuwen zijn verdwenen. Dat maakt nogal uit. Dit terzijde toont hoe onbetrouwbaar dat 'AI-overzicht' is, dat in een zoekmachine als Duckduckgo ontbreekt.
 
Afijn, hoe het ook zit, in Negen levens wordt op dat gezegde gezinspeeld, want Wolkje, de kat waar het in dit verhaal om draait, lijkt in snel tempo die negen levens te verliezen. 
Op de eerste twee pagina's is het al raak:
 
 

 
Mooi: de tekst gaat over die levens, 'in het land waar we niet kunnen blijven wonen', maar de prenten op deze en volgende bladzijden vertellen er nog iets bij. Er vertrekt een gezin. Vader, moeder, twee kinderen. Eerst in een auto met volle bepakking, vervolgens in het ruim van een vrachtwagen, een rubberen boot (op 'de zee waar we niet kunnen blijven wonen'), een boerenkar en een bus.
 
 
 
Dan, nadat Wolkje volgens de tekst zeven levens heeft verloren, zijn ze 'op de logeerplek in het land waar we misschien mogen blijven wonen',
 
 

 
Maar 'mijn allerliefste Wolkje' laat zich niet zien. 'Is hij nu ook nog leven nummer acht kwijt?'
Nee, zo blijkt op de laatste dubbelpaginaprent.
 
 
 
 
Maar wij kijkers zien toch een verschil met de kat op de eerste bladzijden...
 
Heel knap gedaan, dit dubbelverhaal in woord en beeld met als verteller een jong meisje dat erg aan haar kat is gehecht. Het toont iets van de misère die vluchtelingen meemaken zonder er een woord aan te besteden en biedt jonge kijkers en luisteraars het avontuur van de kat met (bijna?) negen levens en troost. Klasse.
 
'Een deel van de opbrengst van dit boek wordt geschonken aan VluchtelingenWerk Nederland', staat op de achterkant.
Hopelijk een flink deel.
 
 
Geus, Mireille, en Marijke ten Cate. Negen levens. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1611 2, 26 p.   
 

donderdag 4 september 2025

De omgekeerde wereld op centsprenten verbeeld

... is een van de vier lezingen op de Dag van het Oude Kinderboek op 25 oktober in Lochem.

Ja, want de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur mag dan opgeheven zijn, er bestaat naast de website (!) nog een nieuwsbrief oude kinderboeken (aanmelden bij jeannettekok47[at]outlook.com) en er is een groep liefhebbers (waaronder verzamelaars) die behoefte heeft aan ontmoetingen. En er is nog steeds een Stichting 't Oude Kinderboek eigenlijk een soort museum annex bibliotheek. Die stichting heeft samen met die liefhebbers (met name Frits Booy, die alles weet over Sinterklaas) initiatief genomen voor een Dag van het Oude Kinderboek. In Het Stadhuus, Markt 3 te Lochem.
 
Hier het programma:

10.30-11.00 u. Inloop met koffie/thee.
11.00-11.05 u. Opening.
11.05-11.45 u. Geert Bekkering: 'Spelletjes in de Kinder-Courant (1852-1904)'.
11.45-12.30 u. Aernout Borms: 'De omgekeerde wereld op centsprenten verbeeld'.

12.30-14.00 u. Lunchpauze en gelegenheid tot het bekijken van de expositie

14.00-14.45 u. Dirk Tang: 'Een zee van jongensboeken?'
14.45-15.30 u. Paul Feelders: 'Het Hollandsch Penning-Magazijn: wetenschap in prenten voor kinderen'. 
15.30-15.45 u. Pauze.
15.45-16.15 u. Stan Fritschy: 'De hooiplukker van Lochem'.
16.15-17.00 u. Afsluiting en drankje.

Datum: zaterdag 25 oktober 2025.
Aanvang: 11.00 uur.
Locatie: Het Stadhuus, Markt 3, 7241 AA Lochem (06-26 07 29 81 van Paul Feelders).

Aanmelden: fritsbooy[at]gmail.com.
Kosten: € 17,50 p.p.
Betalen: NL18 RABO 0140 7488 65 van StOK, o.v.v. Dag van het Oude Kinderboek.

Bereikbaarheid: met de trein: 15 min. lopen, om 10.00 uur zal er bij het station vervoer klaar staan, graag vooraf daarvoor melden; parkeren bij Albert Heijn, Goossens en Lidl (geen controle).

Lunch: o.a. bij De Babbelaar en Hart van Lochem. 

maandag 1 september 2025

Wiske en Suske zoenend

Aha, een opmerkelijk nieuwtje, opgepikt door vele media naar aanleiding van een interview in het AD met tekenaar Charel Cambré.
Het gaat over een op 4 september te verschijnen aflevering in de spin-off-serie van Suske en Wiske die bedoeld lijkt voor een 'volwassener publiek': Suske en Wiske, de helden van Amoras. Citaat uit het interview:
 
Marc Legendre schreef voor deze reeks het scenario, Charel Cambré mocht zich helemaal uitleven aan zijn tekentafel. Over hoe de opzienbarende kus van de populaire striphelden tot stand komt, mag de tekenaar uiteraard niet te veel uitweiden. 'Hoe de vork precies in de steel zit, zal de lezer moeten ontdekken', glimlacht Cambré geheimzinnig.
 
'Maar we zoeken altijd naar een cover die er wat uitspringt. Zeker nu we na Amoras, de saga en De Kronieken van Amoras van start gaan met een derde luik. We willen de mensen wakker schudden en tonen dat we er nog zijn.'
 
Aandachttrekkerij dus. En wel zo:
 

zondag 31 augustus 2025

Wie was er eerder?

Met deze verrassende vraag opent het tweede hoofdstukje in het fraai getekende boek Mens en dier, van designerhond tot haaienzwempak van Stern Nijland, van wie eerder onder meer het grappige Mevrouw Dientje en het leverworstmysterie (Zilveren Griffel 2002) en Het dierendoodboek verschenen.
De verteller weet dat we mensen wetenschappelijk gezien als een soort dieren beschouwen, dus de vraag wie er eerder was, mensen of dieren, is een andere dan de bekende, veel lastiger vraag wat er eerder was, de kip of het ei.
Mensen zijn dieren maar niet alle dieren zijn mensen. Dieren waren er veel eerder. Mensen en mensapen hebben een gemeenschappelijke voorouder. Dat toont de verteller ondubbelzinnig in de twee pagina's na het allereerste stukje, 'Mens & dier'. 
 
 

Als dat eerste stukje al iets duidelijk maakt is het dat de verteller het vooral over dieren met een vacht heeft. Niet uitsluitend, dat blijkt echter pas verderop in het boek. En dan met nadruk over de manier waarop mensen en (andere) dieren met elkaar omgaan. Laatste zin:  
 
Eén ding is in elk geval duidelijk: mensen en dieren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
 
Wat heet... 
En een inzetje:
 
Wat vind jij: morgen mensen goed voor dieren?
 
Wel een heel erg open vraag...  of toch niet?

 
Hoofdstukje 3 (nee, ze zijn niet genummerd) luidt 'Zijn mensen en dieren hetzelfde?'
Een vreemde vraag na het voorafgaande. Maar het geeft onze verteller wel de gelegenheid om 'Overeenkomsten' uit de doeken te doen. Die hebben we vooral met zoogdieren, zo blijkt.
Onder 'Verschillen' glijdt ze dan lekker uit:
 
Mensen en dieren lijken dus best veel op elkaar, maar... we zijn niet hetzelfde. Mensen hebben geen vacht zoals dieren, althans, niet zo eentje die ons lekker warm houdt. Zonder vacht zijn we hulpeloze, blote koukleumen, zeker in de winter.
We hebben ook geen natuurlijke wapens zoals klauwen, of pantsers of schubben als verdediging. We kunnen niet vliegen als een adelaar, zo hard rennen als een reebok of zwemmen als een dolfijn. En onze maag is minder sterk: als we bijvoorbeeld rauw vlees eten, worden we snel ziek of gaan we dood.
Maar gelukkig heeft de weldenkende mens een goed brein om voor al die nadelen oplossingen te verzinnen.
 
Tot zover. Mooi hoor, dat weldenkende brein. Heel vleiend. Twee bladzijden eerder vertaalde ze homo sapiens als weldenkende mens. Te veel eer, mevrouw, te veel eer.
Wijselijk komt in dit boek niet aan de orde wat we onszelf met die weldenkende breinen allemaal hebben aangedaan en nog doen. We proberen onze kinderen nog wel een beetje hoop te geven, niet waar? Al die hongerbuikjes uit Gaza (uit Soedan komen geen beelden) zijn al erg genoeg.
Laten we het bijvoorbeeld nu eens niet hebben over die ruim 75 miljoen Amerikaanse stemgerechtigden die in 2024 een blufferige middelmatige zakenman met een instabiel karakter, de emotionele huishouding van het jongste ettertje van het schoolplein en het leesvaardigheidsniveau van een kleuter tot president kozen. Om eens iets te noemen.
 
Laten we het ook niet hebben over slachterijen. Geen afbeelding in dit boek over een ketting waaraan allemaal geplukte kippen hangen. Of een lading varkens in een vrachtwagen. Zelfs niet als kunst.
In alle eerlijkheid, in de tekst zit (p. 32-33) wél een verwijzing naar megastallen en op p. 44-45 staan enige kritische kanttekeningen bij 'kwelspelen', waaronder stierenvechten.
 
Onlangs was er een overzichtstentoonstelling in Bozar van werk van Berlinde de Bruyckere. Eén beeld van haar volstaat welhaast:

('Lost 1', foto Mirjam Devriendt.)
 
Suggestief, niet? (Dit beeld is overigens gemaakt van epoxyhars, niet van een dood beest.)
 
Zulke afbeeldingen treffen we evenmin in Mens en dier.
Wat wel? Zie allereerst de inhoudsopgave:
 
(Klik op de foto's om ze te vergroten.)
 
Of zie Laika: 
 
  

Op de illustraties is weinig aan te merken, ze verfraaien, houden de aandacht vast en soms vullen ze de tekst aan. En dat Laika haar ruimtereis niet overleefde wordt gemeld, zoals ook het verschijnsel laboratoriumdieren wordt behandeld.
Afgezien van wat niet wordt genoemd, zie boven, is de tekst (voor zover na te gaan) feitelijk o.k., maar wel voor gevorderde lezers van bovenbouw basisschool en ouder, die soms lange lappen moeten doornemen en in één oogopslag woorden als beestenknuffelaar, landbouwmachines en dierenentertainment moeten begrijpen.
 
Wat kleine dingetjes: 
- op p. 31 ontbreekt een woordje onder 'Weetje', 
- de 'wilde kanarie' in het kooitje op p. 49 is veel te geel, 
- op p. 23 komt deze prachtzin voor:
 
Vooral boeren en mensen in ontwikkelingslanden worden erdoor getroffen
 
(boeren en mensen?) 
 
- en 
 
Dierenentertainment was ongelooflijk populair. Het begon allemaal met acrobaten en clowns op paarden. Later kon je allerlei echte wilde dieren zien optreden. Tijgers die door brandende hoepels sprongen of een fietsende beer met een kleurrijk pakje aan.
 
Wel eens het verhaal over 'Daniël in de leeuwenkuil' gehoord? Of over gevechten tussen mannen en wilde dieren in het Romeinse Colosseum?
 
Nou ja, jammer. Maar Mens en dier is hoewel onvolmaakt toch wel een onderhoudend boek, dat tot nadenken kan stemmen over menselijk gedrag. En ja, ook andere dieren dan vogels en zoogdieren komen langs, bijvoorbeeld diverse soorten vissen (o.a. Siamese kempvissen) en insecten (o.a. treksprinkhanen). Maar dan gaat het niet over knuffelen.
 
 
Nijland, Stern. Mens en dier, van designerhond tot haaienzwempak. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1701 0, 92 p.    
 

woensdag 27 augustus 2025

Genootschap

Er bestaan in diverse landen groepen liefhebbers van het werk van Lewis Carroll, die elkaar vinden in  verenigingen, genootschappen, stichtingen e.d. Zo ook in Nederland: het Lewis Carroll Genootschap. Dat laat enkele keren per jaar van zich horen middels een nieuwsbrief, laat diverse publicaties het licht zien, bijvoorbeeld in de Phlizz-reeks, en organiseert jaarlijks een symposium, zie bijvoorbeeld hier. Die symposia bieden soms interessante bijdragen, maar zijn daarnaast ook toogdagen voor Carroll-verzamelaars met een hoog ons-kent-ons-gehalte.
 
 
Het volgende symposium vindt plaats op 20 september in de Gasthuiskapel te Zaltbommel, zie voor het programma hier. Toegang is gratis, de lunch niet (12,50). Maar Zaltbommel is een leuk stadje om in rond te wandelen, waarbij kinderboekliefhebbers de eerste keer vooral de Fiep Westendorp-collectie in het Stadskasteel niet dienen te missen.