Zoeken in deze blog

woensdag 6 november 2013

Van de honderd vragen over taal, gaan slechts twee vragen over jeugdliteratuur

Aldus Petra Moolenaar, docent Nederlands op de pabo's in Eindhoven en Veghel en bestuurslid van LOPON2, de landelijke vereniging van leraaropleiders voor het vak Nederlands, in een artikel door Bas Maliepaard in Trouw 11-10-2013.
Strekking: de aandacht voor jeugdliteratuur in die opleidingen is ondermaats. Toevallig kwam dat ook al aan de orde in het in dit blog gesignaleerde artikel door Joukje Akveld in Vrij Nederland 5-10-2013.
De door Stichting Lezen ontwikkelde minor Open Boek pabo, die in dat artikel werd genoemd, en die op 4 oktober werd aangeboden aan Paul van Meenen, lid Tweede Kamer voor D'66 en onderwijsspecialist van die fractie, blijkt nog niet zo erg aan te slaan. 'Hoewel pabo's volgens Van Duijvenboden positief reageren, is er op dit moment nog maar één van de 42 opleidingen die de minor gaat aanbieden: Iselinge Hogeschool in Doetinchem', aldus Bas Maliepaard.
Het handboek Verborgen talenten, jeugdliteratuur op school is positief ontvangen en op een aantal pabo's in gebruik genomen, toch gaat de verkoop nog niet zo snel als de samenstellers en de uitgever hoopten.

Het materiaal is er dus: een minor, handboeken (ik kan ook Aidan Chambers' Leespraat nog noemen). Nu de docenten en studenten nog?
Ik citeer andermaal Bas Maliepaard:
' Ook Petra Moolenaar herkent dit beeld. Zij is docente Nederlands op de pabo's in Eindhoven en Veghel én bestuurslid van LOPON2, de landelijke vereniging van leraaropleiders voor het vak Nederlands: 
"Als je naar de programma's van de pabo's kijkt, staat jeugdliteratuur er wel in, maar in de praktijk is er weinig tijd voor. 
Vroeger kon ik bijvoorbeeld een heel blok bezig zijn met prentenboeken en de effecten daarvan op jonge kinderen, nu heb ik één prentenboekmoment. Daarin kan ik nooit de differentiatie van het aanbod laten zien. Studenten moeten bij ons nog wel lezen, maar we komen tijd tekort om ze daarbij goed te begeleiden en te leren hoe ze die boeken in de les kunnen inzetten."

Hoe is dat zo gekomen? 
"Pabo's krijgen ontzettend veel op hun bord", zegt Van Duijvenboden. "Het curriculum is overvol, dus de opleidingen moeten kiezen." Jeugdliteratuur komt dan niet boven aan het lijstje, ook al rept de Kennisbasis Nederlandse Taal, het document waarin staat wat pabostudenten na de eerste twee jaar minimaal moeten weten, er wel degelijk over: 'Het doel van onderwijs in jeugdliteratuur is leerlingen (van de basisschool, red.) in aanraking te brengen met verschillende literaire genres, hun literaire smaak te ontwikkelen, ze te motiveren om te lezen en leesplezier te laten beleven.'

Pabo's mogen echter zelf bepalen hoe ze studenten op deze taken voorbereiden. Er wordt na twee jaar wel landelijk getoetst, maar van de honderd vragen over taal, gaan slechts twee vragen over jeugdliteratuur. Geen wonder dat de prioriteit op de pabo's en bij de studenten niet bij dat onderwerp ligt. Op je gebrek aan kinderboekenkennis zak je niet voor de toets.

Dat heeft bovendien tot gevolg dat de aandacht voor jeugdliteratuur geconcentreerd is in de eerste twee jaar vóór die toets. "In het derde en vierde jaar verdwijnt jeugdliteratuur meestal helemaal uit het curriculum", zegt Van Duijvenboden. '

En lees ook wat docente Marion Valent (Hogeschool Leiden) en auteur en kinderboekambassadeur Jacques Vriens lieten noteren:
Op Hogeschool Leiden zet docent Marion Valent zich in om de cursus binnen de grotere minor Taal van de grond te krijgen. 
Of dat gaat lukken, hangt af van de animo onder studenten, want minors zijn keuzevakken. Om voldoende inschrijvingen te krijgen, hoopt Valent voor elkaar te krijgen dat de minor ook voor studenten van pabo's in de regio wordt opengesteld.

Ze is zich ervan bewust dat ze voor de inschrijving komend voorjaar hard zal moeten lobbyen. "De meeste studenten die aan de pabo beginnen, zijn zelf geen enthousiaste lezers", zegt ze. "Ze geven aan dat de leeslijst op de middelbare school hen al het leesplezier heeft ontnomen. Het is voor ons een grote uitdaging om van die studenten enthousiaste leesbevorderaars te maken.
Van Duijvenboden vult aan: "Van de pabostudenten komt 55 procent van het mbo. Die hebben in hun vooropleiding nauwelijks iets over literatuur geleerd."

"Als ik pabostudenten op hun leesbevorderende rol wijs", vertelt Jacques Vriens, "hoor ik regelmatig dat ze niet zoveel met boeken hebben. Ik vraag dan altijd: hoe doe je dat met andere vakken? Als je niet van rekenen houdt, geef je daar dan ook geen les in?" '

Ja, zo schiet het niet op, natuurlijk. Tijd voor prangende vragen (die leeslijst...; de rol van andere media; de kwaliteit van het beroepsonderwijs; ...) en liefst ook antwoorden en verandering. 
Wellicht besteed ik daar in dit blog nog aandacht aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen