Zoeken in deze blog

zaterdag 1 oktober 2016

De vrouw en het jongetje

Elke dag komt het jongetje (een naam krijgt hij niet) langs een huis waar soms een reusachtige vrouw op het balkon staat.



Ze eet vast kinderen, dacht het jongetje. Ze staat op haar balkon en schept ze met een grote zwaai van de straat. Met haar parasol. Zomaar. Lukraak. En ze stopt ze dan in een grote vogelkooi. Tot het etenstijd is.

Deze angstfantasie wordt in prachtige dubbelpaginaprenten knap uitgewerkt. Het jongetje is bang en tegelijk trekt de vrouw hem aan. 



Ik toon hier zes van die prenten (meer zijn te vinden op de website van Kaatje Vermeire), maar daarmee doe ik ze geen recht, want ze strekken zich in het boek over twee (grote) pagina's uit, met bescheiden en goed geplaatste tekst.

De vrouw had het jongetje betoverd. Hij was bang voor haar en toch wilde hij haar zien. Hij liep soms met opzet langs haar huis. En dan bleef hij even staan.

Tekst en beeld gaan niet helemaal parallel. Dat maakt het verhaal spannend: het beeld vertelt meer dan de tekst. De eerste tekst, boven geciteerd, staat in een prent die suggereert dat het jongetje tegenover haar woont. De lezer leest in het perspectief van het jongetje. De toeschouwer kijkt vanuit het perspectief van de vrouw en ziet het jongetje in een verlichte deuropening, of een raam.
De kleuren zijn bijna monocolor, van lichtbeige tot heel donker bruin.

Het jongetje zag de vrouw ook af en toe in de stad. Groot en vreselijk. Met dikke mantels aan of met wijde jurken waar beslist van alles onder kon. Twee of drie kinderen tegelijk. Gevangen in een kooi van stijve plooien. Dan verstopte hij zich. Achter een paal. Of om een hoek. Hij had de vrouw voor het eerst gezien op de markt. Ze baande zich een weg tussen de kraampjes. Als een tank. Met een reusachtige tas aan haar arm. Ze liep af en toe iets omver. En ze keek niet eens om. Ze had hem ook bijna omver gelopen. Hij had haar zelfs even gevoeld. En geroken. Ze rook naar een oude kast. En naar kindervlees...

Deze tekst staat linksboven in de linker pagina van onderstaande dubbelpaginaprent.



In de tekst proef je de angst van het jongetje. In de prent zie je zijn verbeelding. Nogmaals, dat komt in het boek beter tot zijn recht als hier.

Ze komen elkaar vaker tegen, en de vrouw spreekt hem zelfs een keer aan. Hij vindt uit hoe ze heet: Rosa Vandersmissen. Alleen al de naam Rosa maakt haar minder angstwekkend. Langzaam verliest het jongetje zijn angst, vooral als hij helpt uit haar tas gevallen sinaasappels op te rapen.




Zie hoe knap die prent hierboven is gemaakt. De vrouw en het jongetje hebben een band, tussen de benen door, een sinaasappelband, ze hebben iets meer kleur dan die benen, ze kijken elkaar aan.
Het jongetje stuurt haar tekeningen en ze sluiten vriendschap. Hij komt regelmatig op bezoek en helpt met boodschappen doen.


Maar het allermooist is als het jongetje op het balkon mag staan. Met de parasol van Rosa. Dan kijken alle kinderen die voorbijkomen verschrikt omhoog. En ze haasten zich snel voorbij het huis. Het grote huis van de reusachtige vrouw, die zachter is dan muisjes en zoeter ruikt dan snoep…




Dit is typisch zo'n prentenboek dat vragen kan oproepen over de bedoelde lezer. Dat ligt niet aan de tekst. Die is toegankelijk genoeg. Goede voorlezers zullen kinderen van vijf en ouder weten te boeien. Zelf lezen kan lukken vanaf een jaar of acht. Dat ' het jongetje'  geen naam krijgt, kan afstand scheppen, maar juist ook vereenzelviging mogelijk maken. (Misschien iets minder voor meisjes.)
Het is, vind ik, een mooie tekst van Geert De Kockere. Hij roept herinneringen op aan verhalen over heksen, aan sprookjes, en zal bij menig jonge kijker-luisteraar misschien herinneringen oproepen aan allerlei angsten. (Opgegeten worden!) Het einde is troostrijk. Hier verandert een tovenares in een oude vriendin.

Het zijn de prachtige prenten die dit een bijzonder boek maken. Ze zijn niet alledaags, voldoen niet aan het verwachtingspatroon dat veel mensen hebben omtrent boeken voor jonge kinderen, al helemaal niet als ze gedrenkt zijn in Disney-achtige afbeeldingen.
Ze lijken op flarden van een droom, vormgegeven door een volgens mij onmiskenbaar talentvolle kunstenaar. Ze vergen aandacht, lang kijken. Dat is niet vervelend... De aandachtige kijker wordt beloond. De jonge kijker is een kunstzinnige ervaring rijker.




Geert De Kockere (tekst) en Kaatje Vermeire (ills.). De vrouw en het jongetje. De Eenhoorn, 2007. ISBN 978 90 5838 399 0.

NB. Ik heb dit boek veel te laat ontdekt. In 2008 werd het bekroond met een Boekenpluim, de eervolle vermelding horend bij de Boekenpauw.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen