Zoeken in deze blog

donderdag 6 oktober 2016

Van de schoorsteen gevallen - of gesprongen

Verteller Kees van Duin blikt in De zee zien van Koos Meinderts ruim 55 jaar terug en vertelt over het ontstaan en het einde van zijn vriendschap met de net geen jaar oudere Jan, in een klein dorpje, jaren '50.
Ja, dat is even iets anders dan de jonge verteller die nu vaak in jeugdliteratuur aan het woord is, of de alwetende verteller die zich zo min mogelijk toont.

Vriend Jan was net even anders dan anderen en bepaalde graag wat er gebeurde. Verteller Kees liet zich leiden, en raakte verliefd op Jans tweelingzus Marijke. In een tuinderij bij het dorp stond een lange schoorsteen, ruim twintig meter hoog, met ijzeren klimhaken.
Er zat soms een buizerd op.
Wat zou die zien, zou hij de zee zien, ging Jan zich afvragen en daagde Kees uit om een keer samen de schoorsteen te beklimmen.
Voor het zover was, bleek op een dag dat Marijke ook veel voor Kees voelde, en omdat ze even met z'n tweeën waren, konden ze zoenen en aan elkaar zitten.
Toen het beklimmen echt doorging, kwam Kees niet verder dan vijf meter, toen ging hij terug. Jan klom naar boven, zwaaide naar Kees, en viel.

Niet alleen dat einde van Jan is goed beschreven, het hele verhaal munt uit door stijlvastheid en geloofwaardigheid. In de laatste hoofdstukjes spreekt de verteller, op zijn 70e verjaardag, Jan direct aan, bijna zoals je zou doen bij een uitvaart. Daarbij komen Jans karakter en de vraag of hij verongelukte of zich met opzet liet vallen (wat zijn zus 55 jaar na dato blijkt te denken) wat explicieter aan de orde.
Een prachtig verhaal, met jongensvriendschap, ontluikende seksualiteit en mogelijke suïcide als thema's.

Het wordt aangeboden als een jongerenboek. Niet heel zichtbaar, maar toch: een aanbevelingstekst door Edward van de Vendel, een imprint Uitgeverij Fontein Jeugd op de titelpagina, en bovendien staat Koos Meinderts nu eenmaal bekend als auteur van jeugdliteratuur. Het is vlot geschreven en een goede lezer van twaalf zal er geen moeite mee hebben. De proloog begint met een jeugdherinnering, dé herinnering - en eindigt zo:

Volgende week word ik zeventig. En dat moet gevierd. Dat vinden de kinderen. Ik wil ze het feest niet onthouden. Ze krijgen hun feest, maar mijn verhaal hou ik voor mezelf.

Dat is natuurlijk een heerlijke, echt literaire ongerijmdheid: in een gepubliceerde uitgave schrijven dat je het verhaal voor jezelf houdt.

Voor jonge lezers zal het apart zijn om te ontdekken dat de verteller een heel oude man is. Komt zoals gezegd tegenwoordig in jeugdliteratuur niet zo vaak voor. Als ze verder lezen worden ze vanzelf het verhaal ingetrokken, een beletsel is het niet.
Het maakt het boek wel een gaaf voorbeeld van een roman voor twaalf tot tachtig en ouder. Zou het de eerste tekst van Koos Meinderts zijn die ooit onder ogen van een uitgever kwam, dan vraag ik me af of die uitgever het als jongerenroman in de markt had gezet.
Nu dus wel. Het staat op de longlist voor de Jongerenjury 2017.



Koos Meinderts. De zee zien. De Fontein, 2015, ISBN 978 90 261 3913 0, 160 p.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen