Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Burgers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Burgers. Alle posts tonen

zondag 6 oktober 2024

Burger als vrijwilliger

Nog eens over de burger. Want naast de burgerraden en de oprukkende burger-onderzoeker bracht de Volkskrant me dit weekend ook de 'burgerreserve' (in de intro van het papieren artikel vooralsnog tussen aanhalingstekens, zoek digitaal met de termen volkskrant burgerreserve) en die leidde naar een heuse website met die term, en deze tekst:

Burgers kunnen een essentiële rol spelen tijdens crisissituaties als overstromingen, pandemieën en arbeidstekorten. Maar anders dan in andere landen, is civiele inzet in Nederland nauwelijks centraal geregeld. Daar moet verandering in komen.

Bouw mee aan een veerkrachtig Nederland. Iedereen kan meedoen. Iedereen is nodig. Ook bijdragen? Word BurgerReservist.
 
 Aankomend burgerreservisten (foto de Volkskrant / Marcel van den Bergh)

Dat is niet nieuw. Vroeger had je de wijk- en blokhoofden, de Bescherming Bevolking (opgeheven in 1986) en zo meer. Alleen werden die door 'de overheid' aangewezen en soms ook geleid. Wie de 'BurgerReserve' leidt valt niet uit de website af te leiden, een veeg teken. Ja, de namen Society College, Defensity College en Universiteit van Vlaanderen / Nederland (?) vallen, als je genoeg doorscrollt, en zo kom je toch nog bij de overheid terecht. Had wel iets duidelijker gekund... en het blijft een beetje stinken.
Het gat me echter niet om de politieke betekenis, maar om de woorden.

Want net als bij burgeronderzoekers en burgerraaddeelnemers lijken die professioneel werkzame mensen uit te sluiten. Alsof universiteitsonderzoekers, politici en soldaten geen burgers zijn. In het leger en bij de politie is dat taalgebruik gangbaar, de mensen daar hebben het over burger als een ander soort mensen, ze kunnen zelfs als burger ('in burger') gekleed (vermomd?) gaan. Tja, boeren, buitenlui en... De tegenstelling boeren / burgers wordt ook nog vaak gehanteerd. De term burger is rijk aan verschillende betekenissen en connotaties.
 
Zo raakt het woord vrijwilliger op de achtergrond. Terwijl dat de kern is: al die mensen die ingaan op de oproep om mee te doen aan rampenbestrijding, onderzoek of lokaal bestuur, doen dat vrijwillig.
De burger wordt dus een vrijwilliger.

NB. Men wijst op het Engels als bron. Maar mutatis mutandis geldt in die taal hetzelfde merkwaardige fenomeen. Een scientist is geen citizen, maar werkt samen met citizen scientists, alsof zij of hij zelf geen paspoort en stemrecht heeft. De term voluntary scientist is gepasseerd. Maar niet vergeten: op Oxford Academy is een artikel te vinden met de kop: 'Citizen Science: Can Volunteers Do Real Research?'. (Zie hier.)
(Of course they can.)

dinsdag 13 september 2022

Burger en overheid

Daar had je hem weer: de burger. Terug van niet-weggeweest, maar deze keer maak ik er toch weer even melding van, want een HJ Schoo-lezing is tenslotte een status-dragende gebeurtenis waarover in dagbladen bericht wordt.
De HJ Schoo-lezing is, aldus Wikipedia, 'een jaarlijkse lezing georganiseerd door Elsevier Weekblad, en is vernoemd naar de oud-hoofdredacteur Hendrik Jan Schoo (1945-2007).'[...] 'De naam van de lezing wordt gespeld met de initialen HJ zonder puntjes en een koppelteken tussen Schoo en lezing.'
Op de website van dat weekblad is de lezing alleen voor abonnees in zijn geheel te lezen of als brochure te bestellen, maar op Youtube in zijn geheel te beluisteren.
Dit jaar sprak minister Dilan Yeşilgöz-Zegerius en ze had het, volgens de recensie in NRC, onder meer over de vermeende kloof tussen 'overheid' en 'burger'.

Ik citeer:

Yesilgöz ziet een afstand tussen burgers en overheid die zo groot is dat het wederzijdse onbegrip toeneemt. „De patstelling die dan lijkt te ontstaan, leidt er steeds vaker toe dat maatschappelijke vraagstukken vervolgens bij een rechter worden neergelegd. Van de plenaire zaal naar de rechtszaal. Dat zet het gezag van de rechter binnen de trias politica onder druk, net als de democratische legitimiteit van grote beleidswijzigingen.”

Om die afstand te overbruggen, moeten overheid en burger met elkaar in „relatietherapie”.

Yesilgöz pleit voor een overheid die duidelijk en betrouwbaar is. „Uiteraard kijk ik hier als eerste naar mijzelf, naar collega-bestuurders en naar andere politici. Wij moeten het goede voorbeeld geven, zorgen dat wat we doen transparant, navolgbaar, uitvoerbaar en helder is. Niet besluiten nemen en daarna aan mensen uitleggen waarom dat goed voor hen is, maar eerst onderzoeken wat er leeft en hoe wij hen beter kunnen dienen. We moeten altijd oog hebben voor hoe beleid uitpakt in de praktijk. Zorgen dat de rechtsbescherming op orde is.”
 
[...]
 
De VVD’er ziet een Nederlandse samenleving die het gevoel van trots, op een land waar alles goed geregeld is, aan het kwijtraken is – wat het Sociaal en Cultureel Planbureau eerder deze maand ook al vaststelde.

Volgens haar is dat de overheid te verwijten. „We hebben een aantal grote fouten gemaakt. Fouten die niet alleen grote gevolgen hebben gehad voor individuen, maar daarmee ook voor de relatie tussen de overheid en die mensen voor wie wij er hadden moeten zijn.” Yesilgöz noemde de toeslagenaffaire en de gaswinning in Groningen als voorbeeld. „De instituties die onze rechtstaat vormen en die slachtoffers bescherming hadden moeten bieden, hebben gefaald. En te lang nam niemand daarvoor verantwoordelijkheid.”

Einde citaten. 
 
Niet voor het eerst vraag ik me gefascineerd af of er bij de overheid dan geen burgers zijn. Zelfs minister Dilan is volgens mij een burger, met de Nederlandse nationaliteit. Alleen de koning is geen burger, toch? Maar zeker wel de ijverige ambtenaren achter de loketten in het gemeentehuis, of de zeer burgerlijke topambtenaren van onze ministeries, evenals onze brandweerlieden, de unverfroren prikkende medewerkers van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst en onze politie-agenten, die overigens soms ook doen alsof ze pas burger zijn als ze 'in burger' gaan, maar zo gaan ze zeker toch ook naar het stemhokje.
Om maar een handvol te noemen van de kwart miljoen overheidsmedewerkers.
 
Met die relatietherapie wordt het natuurlijk niks.
 
Een groot deel van de burgers zou kunnen beseffen dat ze de overheid hebben waarvoor ze zelf hebben gestemd: klein en machteloos, en budgetair gezien doorgaans graatmager. Neem de aanhangers van Dilans eigen partij, die toch altijd sterk te vinden waren voor een zich terugtrekkende overheid, ten gunste van 'het bedrijfsleven'. Nou zijn ze eindelijk zo ver, is het weer niet goed.
Die ontevreden burgers hoeven niet 'in relatietherapie' met de overheid (die ze wellicht zelf belichamen), die moeten zich eens gaan afvragen wat ze nou eigenlijk voor samenleving willen.

Voor het overige sprak ze overigens behartenswaardige woorden over maatschappelijke omgansvormen en persvrijheid.


vrijdag 14 mei 2021

Nog altijd: de burger is vooral niet

Dezer dagen vullen de krantenkolommen e.d. zich weer met de burger. Vandaag toevallig onder meer: het hoofdredactioneel commentaar van NRC (p. 17 van de papieren versie), maar dat gaat over de 'bestuurscultuur' en daarover gaat het alom. De burger is hier weer als vanouds niet: de bestuurder en de politicus. Die zijn kennelijk zelf niet burger.
Of op zo'n website als van de op zich sympathieke coöperatie Land van Ons. Daarop gaat het ergens over burgerwetenschappers, die onderzoek verrichten. Maar zijn beroepsonderzoekers dan geen burgers?
Afijn, wordt herhaald, zie ook hier.

dinsdag 29 december 2020

Nieuwe burgers

Had gedacht een tijdje niets over burgers te schrijven, maar de laatste tijd duiken twee nieuwe burgers zo vaak op dat ik ze even welkom wil heten: de burgerjournalist en de burgeronderzoeker.
Die laatste was er al lang, maar in een andere rol: onderzoeker van burgers. 
Een firma als Eva doet dat bijvoorbeeld voor gemeentes: 'Hoe tevreden zijn uw burgers over het gemeentebestuur, de communicatie en de gemeentelijke dienstverlening?'. Het SCP is er een ander voorbeeld van, dat onderzocht onlangs nog hoe het in 2020 zat met 'het vertrouwen in de politiek'.
Dat is de bekende onofficiële betekenis van burger: iemand die vooral iets niet is, in dit geval gemeentebestuurder, gemeentewoordvoerder en in het algemeen iemand die bij de gemeente werkt. En waarschijnlijk ook geen onderzoeker, want anders onderzoekt die onderzoeker o.a. zichzelf.
Wat ze overigens bij het SCP wellicht ook zouden beamen, in voornoemd rapport hebben de onderzoekers het over mensen, niet over burgers.

Maar sinds kort is de burgeronderzoeker ook iemand die niet in dienst is van een onderzoeksinstituut of -bedrijf.
In een ander verband heten zulke mensen ook wel vrijwilligers. Je zou ze ook onbetaalde onderzoekers kunnen noemen. Beide benamingen zijn treffender dan het sukkelige burgeronderzoeker dat, nogmaals, impliceert dat betaalde onderzoekers geen burgers zouden zijn. 
De politie lanceerde zelfs een 'app' 'waarmee burgers zelf onderzoek kunnen doen als zij slachtoffer zijn geworden van een misdrijf'. Zo kun je bezuiniging ook vermommen.

Mutatis mutandis geldt dit ook voor burgerjournalisten zoals de arme Zhang Zhan, die op 28 december in China veroordeeld werd tot vier jaar gevangenis wegens haar verslag van de lockdown in Wuhan.
 
Het hele concept van burgerjournalistiek is de Communistische Partij van China wezensvreemd: journalistiek staat altijd in dienst van de partij en vindt altijd plaats onder leiding van de partij. Xi Jinping heeft journalisten expliciet opgedragen om de spreekbuis van de CPC te zijn. 
 
Aldus correspondent Garrie van Pinxteren in NRC next 29-12-2020.
 
Hier in Europa beland je doorgaans niet in het gevang als je onbetaald verslag doet van gebeurtenissen, ook niet als dat verslag zaken betreft die bestuurders liever in de doofpot hadden gestopt.
Maar het 'concept burgerjournalist' van Garrie van Pinxteren toont dat ook zij onderscheid maakt tussen journalist en burgerjournalist - alsof de journalist geen burger is.
De onbekende auteur van Wikipedia schrijft: 'burgerjournalistiek of amateurjournalistiek is nieuws dat buiten de gevestigde media verzameld, geschreven en gepubliceerd wordt, door niet-vakmatige journalisten.' 
Beroepsjournalisten of amateurs: burgers zijn ze allemaal!

vrijdag 13 december 2019

De perfecte driehoek

Onder die titel stond er in Levende Talen Magazine 2019-8 een artikel door Victor Hernot over het 'project' 'Van kritische lezer tot volwaardig(er) burger', en dat project behelst het inzetten van literatuur bij lessen in burgerschapsvorming, waarover ik onlangs een stukje schreef.

Bij het artikel staat een charmante foto van een leerlinge, maar het artikel zelf is gortdroog en de auteur is het werkwoord nadenken kwijt. (Heeft dat vervangen door reflecteren. Tegenwoordig denken leerlingen niet meer na, maar ze reflecteren, uiteraard onder leiding van een bevoegd docent.) Het project is opgezet aan de lerarenopleiding van de Hogeschool van Amsterdam en behelst het 'geven van een nieuwe impuls aan het literatuuronderwijs door het burgerschapsonderwijs centraal te stellen'.
Dat burgerschapsonderwijs wordt opgevat zoals de Europese Commissie dat deed in een publicatie uit 2017, heel breed, zo breed en vol goede bedoelingen dat je je hart vasthoudt bij het idee dat alle docenten maatschappijleer en Nederlands dat zouden moeten gaan uitvoeren. (Ter herinnering, Hans Janmaat was ook leraar maatschappijleer.)
Uit wat volgt in het artikel blijkt dat het instrument bij uitstek van literatuur, taal, geheel ondergesneeuwd raakt. Poëzie is niet meer aan de orde, er moet vooral gepraat worden over motieven en ideeën. Literatuur blijkt daarbij ook een middel tot vermijding van al te directe gesprekken, die wellicht tegenstellingen tussen leerlingen zouden raken
Het vergt zeer bekwame en wijze docenten om hier iets moois van te maken.

woensdag 11 december 2019

Burgers en bouwers

Ja,die burger blijft boeiend. Hij haalde laatst de Tweede Kamer in een brief van Kamerlid Willem Moorlag aan minister Eric Wiebes (wat lijkt die naam toch op kwibus), waarin Moorlag de columns van Daphne van Paassen in het tijdschrift Eigen huis citeerde 'om te laten zien dat verduurzamen voor de burger niet bepaald eenvoudig is: "waterzijdig inregelen, tegenstrijdige adviezen, vloerisolatie die niet mogelijk is. Het is gewoon onvoorstelbaar wat de burger zoal tegenkomt."'.
En dat haal ik uit de laatste, langere column waarmee Daphne van Paassen haar reeks afsloot in Eigen huis december 2019.

En dan te bedenken dat die adviseurs, installateurs en bouwvakkers toch óók burgers zijn. Niet dan?
Of ben je enkel burger als je terzake ondeskundig en liefst ook onhandig bent?

woensdag 27 november 2019

Burgerschapsvorming

Na diverse stukjes over burgers kan ik een notitie over burgerschapsvorming natuurlijk niet onbesproken laten. Vooral niet als die van Stichting Lezen komt: Boek en burgerschap (2018). Want alleen al op grond van de titel vermoed ik dat er iets instaat over het belang van (jeugd)literatuur bij burgerschapsvorming. Op 11 juni 2018 vond er een door Stichting Lezen georganiseerde 'expertmeeting' over dit onderwerp plaats. Vandaar.

Ik licht er wat citaten uit.

(P. 9) Het wetenschappelijk onderzoek naar burgerschapsonderwijs is lange tijd schaars geweest. Pas in de afgelopen tien jaar is er substantiëler empirisch onderzoek naar burgerschapsonderwijs gedaan.
[...]
Ten tweede laat onderzoek zien dat docenten het verschil kunnen maken.
[...]
Ten slotte laat onderzoek zien dat een enkel project of kortdurende projecten weinig effect sorteren.

(P. 10) Het begrip ‘burgerschap’ wordt niet eenduidig gebruikt. Door de decennia heen zijn er verschillende zaken mee aangeduid. Daarom expliciteren we hier eerst die verschillende zaken die ‘burgerschap’ worden genoemd.
Einde citaat. Nou, dat valt een beetje tegen, in feite wordt hier alleen het formele staatsburgerschap opgediend, met wat geschiedenis. Zie toevoeging onderaan.

(P. 11) Decennialang heeft de Tweede Kamer met de normatieve discussie over burgerschap geworsteld (zie bijlage II voor een toelichting). Pas na de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh kwam daar verandering in. In 2006 werd burgerschapsvorming een expliciete wettelijke opdracht voor scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. In de huidige wetgeving voor het primair en voortgezet onderwijs staat:
Het onderwijs:
- gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,
- is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
- is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.

(P. 12) Scholen in het primair onderwijs, voorgezet onderwijs en middelbaar onderwijs zijn overigens niet verplicht om deze onderwijsdoelen te realiseren. Ze zijn louter verplicht om een inspanning te doen. [...] Minimumeisen worden er niet gesteld door de wetgever.
[...]
Het is dan ook niet verrassend dat zowel de Onderwijsraad als de Inspectie van het Onderwijs als internationale onderzoeken laten zien dat het burgerschapsonderwijs nog niet ten volle tot bloei is gekomen.
Zo stelt de Onderwijsraad “dat de ontwikkeling en implementatie van burgerschapsonderwijs een complexe opgave voor scholen blijkt. Er zijn nog weinig bewezen effectieve methoden en instrumenten voorhanden en de wetgeving is onduidelijk.”
Het internationaal vergelijkende onderzoek ICCS laat bovendien zien dat Nederlandse 14-jarigen relatief weinig burgerschapskennis hebben, dat zij relatief negatieve houdingen ten opzichte van gelijke rechten voor migranten hebben, en dat er een relatief grote ongelijkheid in burgerschapskennisniveau is tussen vmbo- en vwo-leerlingen.

(P. 16) 3 Taalontwikkeling, lezen en burgerschap
Welke rol kan lezen spelen bij de bevordering van burgerschap in het onderwijs? We verkennen eerst welke burgerschapsdoelen zich goed lenen voor het inzetten van lezen als onderwijsinstrument. Vervolgens bespreken we wetenschappelijke inzichten over de relatie tussen taalontwikkeling, lezen en burgerschapsvorming. Ten slotte bespreken we een aantal praktijkvoorbeelden en ontwerpprincipes voor toekomstige combinaties van leesonderwijs en burgerschapsonderwijs.

(P. 17) Hoewel de termen ‘actief burgerschap’ en ‘sociale integratie’ niet nader gedefinieerd zijn, is het kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen een taak die via het lezen van boeken plaats zou kunnen vinden.
Te meer daar niet iedere klas of school de volle diversiteit aan achtergronden en culturen van leeftijdgenoten bevat die de Nederlandse samenleving rijk is.
Naar verwachting zal in toekomstige wetgeving nog meer nadruk liggen op een set van sociale en maatschappelijke competenties die mede-ontwikkeld kunnen worden door leesonderwijs, zoals het kunnen omgaan met verschillende perspectieven op sociale, maatschappelijke of politieke vraagstukken.

(P. 17) Het meeste onderwijskundig wetenschappelijk onderzoek richt zich op afzonderlijke vaardigheden en competenties, zoals lezen, rekenen, metacognitieve ontwikkeling of burgerschapsontwikkeling. Hoe deze vaardigheden en competenties aan elkaar gerelateerd zijn, wordt veel minder onderzocht.

(P. 18) Relatief recente publicaties laten zien dat lezen tevens een specifieke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van burgerschapscompetenties. De meest voor de hand liggende manier is dat via het lezen kennis over de wereld kan worden opgedaan, en dus ook over democratische en maatschappelijke thema’s.
Daarnaast kan het ervaren van een hoge mate van betrokkenheid en persoonlijke relevantie tijdens het lezen van fictie het empathisch vermogen vergroten. Ook het lezen van in het bijzonder narratieve fictie heeft een empathieverhogend effect (Bal & Veltkamp, 2013; Koopman, 2017). Empathie hangt weer samen met het vermogen tot prosociaal en coöperatief gedrag, die bouwstenen zijn voor burgerschapsgedrag (Stocks, Lishner, & Decker, 2009).

(P. 19) De Statenschool in Dordrecht is een good practice als het gaat om burgerschapsonderwijs. Als openbare basisschool voor Jenaplanonderwijs heeft de school extra aandacht voor de brede ontwikkeling van leerlingen.
Als sinds de jaren negentig ziet de school het voorbereiden van leerlingen op hun rol in de democratische samenleving als een centraal leerdoel. Wat deze school bijzonder maakt, is dat de leerlingpopulatie een grote diversiteit kent, zowel in sociaal-economisch als in etnisch opzicht (Nieuwelink et al., 2016).
Link door mij aangebracht en er volgen meer van zulke voorbeelden, zoals:

(P. 21) De meest vergaande combinatie van lezen en burgerschap wordt op dit moment ontwikkeld door het Deltion College, in samenwerking met Hogeschool Windesheim. In plaats van de leerdoelen in afzondering te bezien en de verschillende methodes te volgen, ontwerpen docenten hier hun eigen, geïntegreerd curriculum. Door de teksten uit de methodes Nederlands te vervangen door boeken of teksten die burgerschapsthema’s belichten, worden twee vliegen in één klap geslagen. Leerlingen gaan de teksten als persoonlijk relevanter ervaren, ze ontwikkelen hun leesvaardigheid, en kunnen zo met meer diepgang hun eigen burgerschapscompetenties ontwikkelen.

De notitie eindigt met wat tamelijk abstracte aanbevelingen, waaruit ik citeer:

(P. 25) Er is een discrepantie tussen enerzijds de ambities van onderwijsinstellingen, politiek en maatschappij op het gebied van burgerschapsonderwijs en anderzijds de gebrekkige facilitering daarvan.
Zolang er niet meer formele prioriteit en facilitering van overheidswege komt, blijven docenten zoeken naar mogelijkheden om binnen de status quo de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs te verhogen.

De experts zien hier 'een belangrijke rol' weggelegd voor Stichting Lezen.



Eidhof, Bram. Boek en burgerschap. Stichting Lezen, 2018.

PS d.d. 6-12-2019. In NRC 3-12-2019 trof ik een twee pagina's tellend artikel over het wetsvoorstel wijziging burgerschapsonderwijs dat op 28 november naar de Tweede Kamer is gestuurd en in januari 2020 zou worden behandeld. Bram Eidhof, de auteur van de hierboven besproken publicatie, wordt in het artikel geciteerd. Hij vindt de voorgestelde wet een verbetering, maar nog te onduidelijk. Die mening wordt gedeeld door Coen Gelinck, voorzitter van de Vereniging van Leraren Maatschappijleer.

Toevoeging (p. 10):
Staatsburgerschap is de formele juridische status die een natuurlijk persoon tot burger van een natie maakt. Het staatsburgerschap heeft door de eeuwen heen een ontwikkeling doorgemaakt. Marshall schetst de grote lijnen van de invulling van het begrip in de afgelopen eeuwen (Marshall, 1963).
In de 18e eeuw werd de toegang tot de rechter, de gelijkheid voor de wet, en de wet boven alles van steeds groter belang geacht. De problematische beperking die in deze opvatting besloten lag, is dat wetten doorgaans niet neutraal waren en bepaalde groepen achterstelden, en dat inspraak in de wetgeving was voorbehouden aan een kleine elite van burgers. In de 19e eeuw volgde daarom in veel landen de toegang tot de politiek, in de vorm van verkiezingen. Hiermee werd de mogelijkheid om de gang naar de rechter te maken volwaardiger: men had immers inspraak gehad in de wetgeving. Maar ook dat was nog niet genoeg om tot een volledig volwaardig burgerschap te komen, volgens Marshall. Een stem is immers niet veel waard wanneer je niet geïnformeerd bent over maatschappij en politiek, of wanneer je sterk afhankelijk bent van anderen. Burgers die zich, bijvoorbeeld, iedere dag zorgen moesten maken over of ze die avond wel te eten zouden hebben, zouden niet voldoende tijd of urgentie ervaren om zich betrokken te voelen bij de democratie of de publieke zaak.
Daarom gaan er tegenwoordig met de formele status van staatsburger rechten en plichten gepaard. Dat zijn in Nederland burgerrechten zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en sociale rechten (bijvoorbeeld het recht op onderwijs en het recht op een uitkering). Daarnaast zijn er aan het staatsburgerschap ook plichten verbonden – in algemene zin samen te vatten als de plicht om je aan de wetten van het land te houden, en daaruit voortvloeiende plichten zoals het betalen van belasting en de leerplicht.

Opvattingen over burgerschap

Binnen deze set van juridische rechten en plichten zijn er vele mogelijkheden om je als burger te manifesteren. Daar zijn ook uiteenlopende ideeën over in de politieke theorie (zie bijlage I). In politieke discussies over burgerschap en burgerschapsonderwijs worden vaak de verschillen in normatieve uitgangspunten van verschillende politieke partijen benadrukt. Dat bemoeilijkt het vormen van consistent en effectief beleid. Het vinden van consensus over het wát is een moeilijk proces, toch zijn politieke partijen eensgezind over dát het onderwijs een burgerschapsvormende taak heeft.

Einde citaat. De genoemde bijlage omschrijft vier opvattingen over burgerschap in de 'politieke theorie', maar zegt niets over de betekenissen van de woorden burger en burgerlijk in de alledaagse taal. Laat staan over het onderscheid boeren, burgers en buitenlui, of dat tussen burgers en militairen of politie. Of burgers en overheid, enz.






dinsdag 29 oktober 2019

Terug van weggeweest: de burger

Daar was-ie weer, afgelopen week, deze keer stond 'de burger' tegenover 'de boer', die laatste prominent in beeld op een tractor versierd met soms onfrisse teksten, en soms bezig met onfrisse daden, zoals het rammen van een deur of het verstoppen van wegen.

Hebben we dan toch weer boeren, burgers en buitenlui? Die laatsten heb ik niet waargenomen. Dus alleen maar boeren en burgers? Maar boeren zijn toch óók burgers, compleet met paspoort, stemrecht en al?
Er waren ook veel politie-agenten op de been. ook die hebben het wel eens over burgers alsof zij dat niet zijn, net als militairen. Hebben we dan boeren, burgers, politie-agenten en militairen?
Of wacht even, recentelijk trof ik ook de term burgerwetenschap aan. Als ik het goed begrijp is dat onderzoek bedreven door mensen die daar niet aan verdienen.
Hiermee hebben we dus boeren, politie-agenten, militairen, wetenschappers en burgers. Als ik dan even teruggrijp naar de gewoonte om ook bestuurders en politici tegenover burgers te plaatsen hebben we dus boeren, politie-agenten, militairen, wetenschappers, bestuurders, politici en burgers. Trouwens, ook in de gezondheidszorg schijnt wel eens gesproken te worden over burgers alsof ze er zelf niet toe horen. Dan hebben we dus boeren, politie-agenten, militairen, wetenschappers, bestuurders, politici, verplegers, artsen, chirurgen, fysio- en andere therapeuten en burgers. O ja, dan vergeet ik bijna het slinkende contingent 'geestelijken', monniken, nonnen, dominees en pastoors.

Dan hebben we dus boeren, politie-agenten, militairen, wetenschappers, bestuurders, politici, verplegers, artsen, chirurgen, fysio- en andere therapeuten, monniken, nonnen, dominees en pastoors en burgers. 
En de journalisten die het in hun kladspraak ook wel eens over 'burgers' hebben, rekenen zij er zich eigenlijk toe? Ze hebben het nooit over 'wij burgers'. De koning ook al niet. 'Bedrijven' worden ook wel eens tegenover 'de burger' geplaatst. Lokaal trof ik deze week bv. berichtjes dat 'burgers' zich verzetten tegen de aanleg van een veld zonnepanelen in de buurt van Maartensdijk door een Leids bedrijf.

Dan hebben we dus boeren, politie-agenten, militairen, wetenschappers, bestuurders, politici, verplegers, artsen, chirurgen, fysio- en andere therapeuten, monniken, nonnen, dominees en pastoors, journalisten, de koning, bedrijven en burgers.

Wie horen dan eigenlijk tot die burgers? Wellicht niet meer dan de helft van de inwoners, de helft van al wie zich op grond van (potentieel) bezit van een Nederlands paspoort tot burger van deze staat zou mogen rekenen. Die helft werkt zeker niet bij die bedrijven, zijn nooit soldaat, agent of verpleger, zitten niet in een gemeente- of wijkraad, wagen zich niet aan een politieke loopbaan, zijn geen boer, hebben geen baan als onderzoeker, enzovoort.
Wie zijn dus diegenen die bijvoorbeeld volgens een nieuw initiatief  aangespoord worden om 'ons als burgers' landbouwgrond te laten kopen om die verantwoord te laten bebouwen of begrazen, ter verbetering van de biodiversiteit?
Goed idee trouwens. Die biodiversiteit gaat immers in 'ons' land (eh, van wie?) hard achteruit. Iets dat door zowel 'burgerwetenschappers' als professionele onderzoekers (die dus kennelijk geen burger zijn), en door iedereen die goed uit zijn doppen kijkt wordt bevestigd. Maar daar gaat het nu niet over.

Wil de echte burger even opstaan?

PS. In NRC Next van 22-10-2019 kwam ik de term 'zelfstandig archeoloog'  tegen. Is dat een variant op burger-archeoloog? 


maandag 11 maart 2019

Eindstrijd voor de burger

Ik kan het niet laten. Heb, geloof ik, al meerdere keren gemeld dat ik ophoud over de burger.

Maar toch...


Burgers, mensen, vrouwen, kinderen, terroristen: zie is wie?

De 'Syrische democratische strijdkrachten' onderscheiden vermoedelijk alleen terroristen, vrouwen en kinderen en de journalist van dienst heeft dat overgenomen, maar er mensen aan toegevoegd.

Vrouwen en kinderen zijn mensen, zoveel is duidelijk, want van de 'geëvacueerden' (is dat een nieuw net woord voor vluchtelingen?) zijn de 'meesten vrouwen en kinderen'. De overigen zeer waarschijnlijk dus mannen (sorry transgenders).
'Wat nu nog overblijft zijn alleen terroristen': let op wat (niet wie), en zijn vrouwen per definitie geen terroristen? Ja, het stukje wekt zelfs de indruk dat er mensen en terroristen zijn, dat terroristen dus geen mensen zijn.
Die 50.000 mensen zijn dus kennelijk ook burgers. Terroristen niet? Dat past wel bij eerder vastgestelde tegenstellingen tussen burgers en militairen: ook de leden van de 'Syrische democratische strijdkrachten' beschouwen zich wellicht niet als burger. Wel als mens, mag ik hopen.

Het stukje tekst stond in een bericht in NRC 4-3-2019.




woensdag 28 oktober 2015

Burgers laatste keer

Daar gaan we weer even.

In de Volkskrant 6-8-2015 een verslag door journalist Jeroen Visser over de 'vrijspraak voor agent die Stok neerschoot'.
'Het OM en de rechters zeggen dat burgers mondiger zijn geworden.' Dat OM en die rechters zijn dus zelf kennelijk geen burgers.

En op 8 september was er een bericht omtrent de Overdiepse Polder, waar acht boeren wonen in splinternieuwe boerderijen op splinternieuwe terpen. Een initiatief van boeren, omdat deze polder bij heel hoog water onder mag lopen. Geciteerd wordt ene Peter van Rooy, die 'intermediair was tussen bewoners en overheid'. "Iedereen heeft de mond vol over burgerparticipatie. Maar het is vooral de overheid die beter moet participeren. Die meer zijn best moet doen, sneller moet opereren en beter moet luisteren naar de burgers."
Hier telt de overheid eerst al geen bewoners (ambtenaren en bestuurders wonen niet, kennelijk), en vervolgens ook geen burgers, waaruit we zouden mogen afleiden dat burgers nooit bij de overheid werken. Of ze zijn ambtenaar van negen tot vijf en daarna burger, of zo.
Boeren worden hier overigens bij burgers gerekend.

Op Prinsjesdag ging het natuurlijk ook weer over burgers, aan wie de regering, volgens de Volkskrant 14-9-2015, iets 'geeft'. En 'ook is het goed voor de consumptie, als mensen meer geld in de portemonnee overhouden.' Begrijp ik het goed en bestaat de regering niet uit mensen? En is het goed voor 'de consumptie' als mensen geen geld uitgeven? (Want 'in de portemonnee overhouden'.) En is 'de consumptie' een na te streven doel? O ja, de 'belastingbetaler' duikt natuurlijk ook weer op, want die 'mag wel eens wat terugkrijgen'. (Waarom eigenlijk?)

In Duitse berichten komen Gutbürger en Wutbürger langs, mooi gevonden, en in eigen land hebben we tijdens de instroom van extra vluchtelingen veel 'boze burgers', en in De Groene Amsterdammer van 22-10-2015 kwamen 'pleinburgers' langs, een term van Herman van Gunsteren die slaat op mensen die liever op het plein democratie bedrijven als in het stemhokje, en enkele bladzijden verder 'betrokken burgers', die mee zouden moeten denken over wat universiteiten onderzoeken en ook 'bedrijven en burgers' kwamen langs.
Waaruit ik opmaak dat universitaire onderzoekers en bedrijfsmedewerkers geen burgers zijn.

Ik kan zo eindeloos doorgaan en dat lijkt me vervelend.

Afrondend concludeer ik dat burgers vooral die anderen zijn, voor wie we werken. Bestuurders, rechters, politici, militairen, politiemensen en andere ambtenaren, onderzoekers, bedrijfsmedewerkers, allemaal hebben ze het over burgers alsof zij dat zelf niet zijn. Of alleen in hun vrije tijd.
De burger is het functieloze, amorfe wezen tot wie je je richt.
De burger is niks.
Of we zijn het allemaal. Op de koning na, misschien.

NB d.d. 23-5-2016. Deze kon ik niet laten schieten: in De Groene Amsterdammer van 19-5-2016 maakt recensent Loek Zonneveld onderscheid tussen bons en burger.





donderdag 4 juni 2015

Burgers en anderen

Ik kan het niet laten, dus na mijn meest recente aflevering over burgers (6-1-2015) ging ik door.
In de Volkskrant 3-2-2015 was het weer raak, in een artikel onder de kop 'Wordt hypotheek echt weer duurder?'. 'Toezichthouders stellen hoge buffers verplicht om de banken veiliger te maken, zodat het risico op een nieuwe bankencrisis - waarbij de burger de rekening betaalt - afneemt.'
Het gaat me niet om de boodschap, hoewel daarover ook fijne dingen te zeggen zouden zijn (hoezo 'hoge' buffers, wie vindt ze hoog?), maar om de vaststelling dat er bij banken kennelijk geen burgers werken.
Aanleiding voor het stuk waren uitspraken van RABO-baas Bert Bruggink (zie ook hier), en volgens de journalist (Yvonne Hofs) 'waarschuwt' die 'diezelfde burger nu dat hoge buffers de banken veel geld kosten.'
Want daaruit blijkt dat Bruggink zelf wellicht géén burger is. Maar wat is-ie dan wel?

Raak was het ook in een bijdrage van Marjan Slob in de Volkskrant 5-3-2015, over het beoordelen van politici. Interessant, omdat hier meerdere groepen worden gepresenteerd: politici, wij, burgers, het volk en gewone mensen. Die vier laatste groepen blijken min of meer synoniem, de politici staan apart, maar waar ze vandaan komen verklaart ze niet. Ze verwijst naar een boek van Jeffrey Green, The Eyes of the People:Democracy in an Age of Spectatorship (Oxford University Press, 2009), na eerst geciteerd te hebben uit het VVD-rapport over integriteit, waarin over declaratiegedrag wordt geschreven 'dat men een en ander moet beschouwen vanuit de burger/de kiezer. Een politicus wordt geacht dit als geen ander te beseffen.' Ook in dat rapport wordt kennelijk de politicus zelf niet als burger gezien, maar ik heb het niet gelezen, dus zeker daarvan ben ik niet. 
Wij, aldus Slob, 'mogen op rituele momenten "onze stem uitbrengen" op politici'. En: 'Je wordt als politicus bekeken door het volk, en als het volk je niet moet, heeft dat consequenties voor jouw persoon. Dit maakt het enige verschil uit met een (al dan niet goedbedoelde) dictatuur.'

Een relatief nieuwe variant vond ik in een ingezonden brief in de Volkskrant 31-3-2015 van Eric Smit (Follow the Money) en vijf anderen, met het idee om van ABN Amro een 'nutsbank' te maken.
'Nederland',  schreven ze plechtig, 'heeft behoefte aan een bank die financiering zoekende klanten op een geavanceerde en klantvriendelijke wijze bedient. Een bank die visie toont en innoveert ten dienste van ons, Nederlanders. Een bank die zich maatschappelijk opstelt en niet voor aandeelhouders werkt.'
Ons Nederlanders! Arme Belg die bij die ideale bank een rekening wil openen... Trouwens, die aandeelhouders zijn volgens deze formulering dus per definitie géén Nederlanders, en de bank zelf ook niet. Dat is vermoedelijk niet wat ze bedoelden, maar zo staat het er wel.

Een mooie zat in een bericht van Kees Broere over de aanslag op studenten in Garissa in Kenia, ergens in april. 'Het patroon van islamistisch geweld tegen Keniaanse burgers'[...] en 'de vijand komt van binnen'. Ofwel: burgers doden burgers. Inderdaad.

Interessant was ook de impliciete vaststelling door Sanne Bloemink in De Groene Amsterdammer 28-5-2015, in een modderig stuk over modderige onderzoekers die ineens het individuele verhaal ontdekken ('Niemand is gemiddeld', nee, dat dankt je de koekoek), dat wetenschappers geen burgers zijn, althans volgens wetenschapper Marlieke Kieboom. 'Daarnaast ontstaat in de nieuwe wetenschap het ideaal van "transdisciplinariteit"waarbij samenwerking met niet-academici centraal staat. Marlieke Kieboom, onderzoeksadviseur bij Kennisland, een onafhankelijke denktank voor maatschappelijke vernieuwing, bepleitte onlangs in Het Parool om burgers een stem te geven in de wetenschap. "Onze kennisproductie wordt in belangrijke mate bepaald door de maatschappelijke top. De meeste politici, wetenschappers en NWO-beleidmedewerkers zijn nooit asielzoeker in een AZC geweest en vast ook geen bejaarde in een verzorgingstehuis. Je positie bepaalt nog steeds in hoge mate met wie je samenwerkt en welke vraagstukken je interesseren."'

Wordt vervolgd.





dinsdag 6 januari 2015

De burger

Er kwamen de laatste tijd weer interessante burgers langs.
De 'nette burgerman' verscheen in De Telegraaf, ja, waar anders. De krant wist op 2-10-2014 te melden dat 'de afperser' vaak een 'nette burgerman' is, in een bericht over de afpersing van John en Linda de Mol. De krant wist een reeks foto'tjes te plaatsen die alle lijken op het montageportret dat de politie verspreidde. Dus wie wil weten hoe volgens deze krant de 'nette burgerman' er uitziet, kan het archief van De Telegraaf raadplegen.
Maar ook hier, zo van internet geplukt.
De montagefoto en 3 foto's van 'nette burgermannen':



Of de nette burgermannen vrijwillig hebben geposeerd, is me niet bekend.

In de Volkskrant 9-10-2014 kwam Uhuru Kenyatta langs 'als "burger"'. Want om voor het Internationaal Strafhof te verschijnen, droeg hij het ambt van president (ha, een president is dus géén burger!) over aan zijn adjunct William Ruto. Een ambteloos burger dus, hoewel die staande uitdrukking zou kunnen inhouden dat er ook burgers met ambten zijn - zoals president.

Op 6 november klaagde 'de eerste burger' de 'overheid' (in dit geval de gemeente Dantumadeel) aan wegens nalatigheid in de thuiszorg. De overheid bestaat dus niet uit burgers, tenzij hier een burger een bepaald contingent medeburgers aanklaagt, namelijk dat deel dat zo heeft gestemd dat de regering en gemeentebesturen tot die vermeende nalatigheid kunnen overgaan.
Rond dezelfde tijd overigens barstte het medialawaai los rond de moeder van staatssecretaris Martin van Rijn, die volgens zijn vader Joop van Rijn niet goed werd verzorgd in een verpleegtehuis. 'Soms is ze niet verschoond. Dan staat ze even op en loopt de urine langs haar enkels' Ha, wordt regeerder Van Rijn hier niet heel even burger Van Rijn? Maar hier valt de term burger niet.




Nog even terug naar de oude burger: die was boer noch edelman, maar verder wás hij wel iemand. 'Trotse burgers' (Historisch Nieuwsblad november 2014) sieren de groepsportretten van Rembrandt (de Nachtwacht!), Cornelis Anthonisz., Dirck Dircksz. van Santfoort, Bartholomeus van der Helst. Nicolaas Pickenoy & Thomas de Keyser, Jacob van Loo e.a. 30 van zulke portretten hangen van 29 november 104 tot eind 2016 in de Hermitage te Amsterdam.
De regenten van de aalmoezeniers hierboven: een schilderij van Jacob van Loo.
Hieronder de familie Meebeeck Cruywagen bij de poort van hun buitenhuis. ook van Jacob van Loo.


Allemaal uit een tijd dat de tegenstelling burgers-overheid nog niet bestond. De overheid: dat wáren burgers. Nou ja, afgezien van de adel, natuurlijk...

Overigens schroomde Jacob van Loo niet om zijn burgers soms (anoniem) uit te kleden...



Kijk, zo worden we weer mens.

Een interessante maar vast niet zeldzame tegenstelling dook onlangs nog op in een ingezonden brief in de Volkskrant 17-11-2014: de schrijver maakte onderscheid tussen burgers ('ons simpele brave belastingbetalende burgers') en de grote jongens, waarmee hij internationaal opererende bedrijven bedoelde, van het soort dat belastingen te ontwijken.

Tot slot voor deze bijdrage over de burger twee recente verschijningen:
'Utrecht legt milieubeleid bij de burger', kopte de Volkskrant 6-1-2015, boven een bericht dat behelsde dat de milieuwethouder Lot van Hooijdonk na het lezen van Tegen verkiezingen van David van Reybroeck besloot een bewonersgroep te creëren die mee kan beslissen met de gemeente over milieuzaken. De term is hier van de krant, De suggestie is opnieuw dat stadsbestuurders geen burgers zijn.
Ook economen zijn geen burgers. Dat suggereert althans de kop 'Economen moeten burgers serieus nemen' boven een interview met hoogleraar Ha-Joon Chang in de Volkskrant van 3-1-2015. Die wil, volgens interviewer Hans Wansink, burgers zodanig informeren dat ze kunnen meedoen en serieus worden genomen'. Inhoudelijk een alleszins lezenswaardig interview, maar daarom gaat het hier niet, wel om de speurtocht naar wie er nu wel of niet burgers zijn.

Voor de goede orde: hier de voorgaande bijdragen over burgers:
- Maartje Bakker ontmoet de burger (09-10-2010)
- Russen zijn geen burgers (11-10-2010)
- Het volk spreekt (19-10-2010)
- Burgers, bestuurders en verzorgers (03-05-2012)
- Burgers en Europa (15-12-2012)
- De burger en de premier (16-02-2013)
- Burger en overheid (05-04-2013)
- Boer en burger (06-04-2013)
- Wie kleedt wie uit? Over naakte burgers (24-05-2013)
- Wie en waar is de burger (20-12-2013)

vrijdag 20 december 2013

Wie en waar is de burger?

Een bloemlezing uit de afgelopen maanden, met aan het eind het klapstuk.

Mijn buurtkrantje meldde de oprichting van een nieuwe partij in de gemeente. De oprichter meent volgens de verslaggever dat 'burgers weer het voortouw moeten nemen' en zet zich af tegen de plaatselijke politici.
Volgens mij worden burgers politici zodra ze zich met politiek gaan bezighouden.

De 'linkse bal' (koppenmaker de Volkskrant) Theo de Roos, op 8 juni 2013 geïnterviewd door Wil Thijssen wegens zijn vertrek als hoogleraar (pensioen), vindt het 'heel belangrijk dat rechters helder en transparant communiceren naar de burger'.
Zijn rechters zelf dan geen burgers?

Martin Sommer eindigde zijn column op dezelfde dag met 'Niet de burger in Nederland is in de war, maar het openbaar bestuur'.
Bestuurders zijn dus geen burgers? (Is er trouwens ook nog een niet-openbaar bestuur?)
Eerder al haalde hij het begrip burgerkracht aan. Dat zou gehanteerd worden onder gemeentebestuurders en die bedoelen daarmee niet zichzelf. Maar als VNG-voorzitter Annelies Jorritsma in haar toespraak (d.d. 5-6-2013) tot gemeentebestuurders dus de beeldspraak 'zeventien miljoen ambtenaren' hanteert, blijven er helemaal geen burgers over (laat staan burgerkracht). Immers, ambtenaren zijn overheidsdienaren en dus (?) geen burgers.
In en bijdrage op 15 juni 2013 ('De lantaarnpalen van W. Bos') stelde Sommer dat volgens Sharon Dijksma (in haar roemruchte nota Vooruit met de natuur) 'burgers, bedrijven en boeren zélf de natuur gaan onderhouden en meedenken met de natuurinrichting.' Hier zijn bedrijven (is ook iedereen die er werkt?) en boeren dus geen burgers.

Paul Polman, de voor bedrijsbestuursvoorzitters behoorlijk idealistische voorman van Unilever, beweerde in een interview (8-6-2013, de Volkskrant) dat 'we niet genoeg invloed hebben op overheden om verschil te maken. Je hebt ook bedrijven en de stem van burgers nodig.'
Werken er bij bedrijven geen burgers? Is Polman zelf eigenlijk een burger?

Bert Wagendorp schreef (8-6-2013, de Volkskrant) over de gigantische databank van NSA in Bluffdale (de naam lijkt uit een verhaal te komen maar de plaats bestaat echt) over 'wat ombudsman Alex Brenninkheijer onlangs omschreef als het diepe wantrouwen van de overheid jegens de burger. Dat is een Nederlands verschijnsel, maar eveneens een mondiaal. En het is niet iets van onze era, maar van alle tijden. De burger, redeneert de staat, is een oproerkraaier in het diepst van zijn gedachten en daarom is het maar beter om hem scherp in de gaten te houden.'
De staat, de overheid: er zijn geen burgers bij. Maar wie is de staat, en wie is de overheid?

De kop boven een artikel van Hans Wansink in de Volkskrant 6-7-2013: 'De burger die zijn hand ophoudt bij de overheid moet een handje gaan helpen'. (Chapeau: 'Comeback van de liefdadigheid'.)
Ín dat artikel:
'Een simpelweg terugtrekken van de overheid uit het domein van de zorg, het welzijn en de sociale zekerheid leidt niet spontaan tot burgerinitiatieven en een opbloei van het maatschappelijk middenveld. Vandaar dat de overheid burgers via een combinatie van verplichtingen, bezuinigingen én overreding wil laten geloven dat het mooi en fijn is om meer te zorgen, en dat het bovendien een vrije keuze is.
Op dit principe van "afffectief burgerschap" is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gebaseerd.'
Ook hier bestaat de overheid dus niet uit burgers.

In diezelfde krant van 6-7-2013 stelde John Knieriem, baas van hostingbedrijf Intermax, dat hij zich 'als ondernemer' niet veel belang heeft bij de mate waarin 'de overheid' gebruik maakt van de gegevens die regelmatig worden opgehaald. 'Maar ik ben ook een burger en een democraat, en ik wil inzicht.'
Welk verschil wordt hier gemaakt tussen ondernemer, burger en democraat?
Bankiers zijn ook geen burger, want 'Burgers zijn banken beu en beginnen eigen coöperatie', kopte een artikel in de Volkskrant 1-8-2013.

In Dwingeloo verzetten 'burgers' zich volgens de Volkskrant 10-8-2013 tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt. 'Wij worden niet gehoord als burgers. De lelietelers en de gemeente zeggen dat alles binnen de wettelijke normen gebeurt. De omwonenden zijn de pineut.'
Dat betekent dus dat lelietelers en gemeentemedewerkers geen burgers zijn. 'Omwonenden' wel.
Idem in Noord-Brabant, blijkens een kop in de Volkskrant 26-8-2013: 'Brabander neemt het over van gemeente'. Een 'zorgboer': 'De overheid kan niet alles meer betalen. Daarom moeten burgers oppakken wat blijft liggen.' De overheid bestaat dus niet uit burgers. Maar hier is minimaal één boer wél een burger.

Jonathan Witteman, in de Volkskrant 27-7-2013, citeerde politicoloog Ivan Krastev: 'De burger was niet alleen kiezer, maar ook soldaat, arbeider en consument. Aan die combinatie ontleende hij zijn macht, de staat had hem immers nodig. Maar nu zijn er professionele legers en drones, bedrijven outsourcen werk naar lagelonenlanden of halen goedkope arbeidskrachten naar hier, en op het vlak van de consumptie zie je hetzelfde: de grootste Amerikaanse bedrijven zijn voor hun prestaties inmiddels niet meer afhankelijk van de consumptie op de Amerikaanse markt.'
Beroepssoldaten zijn dus geen burgers (over die drones heb ik het even niet), 'goedkope arbeidskrachten' van elders evenmin en niet-Amerikanen zijn ook geen burgers. Even later lijkt het alsof hij de burger ziet in de 'bedreigde middenklasse'. Journalist Witteman laat hem lekker voort razen.

Jonathan van het Reve deed in de Volkskrant 7-9-2013 verslag van zijn onderzoek naar de politiecamera vlakbij zijn huis, en meteen maar naar zulke camera's in het algemeen. 'De brave burger moet altijd vrezen in beeld te zijn, maar kan er nooit op rekenen.' Politie-agenten zijn geen burgers, leid ik hieruit af. Amusant verslag trouwens, met een mooi einde.

Ook internationaal is het zoeken. Volgens Carlijne Vos in de Volkskrant 25-9-2013 'moeten multinationals verantwoordelijk worden gehouden voor eerlijke en duurzame productie, overheden voor het leveren van basale dienstverlening zoals onderwijs, zorg en infrastructuur. Doen ze dat niet, dan moeten burgers hun mond opentrekken.' Dus bij multinationals en overheden werken geen burgers.

In Amersfoort daarentegen is of was de burger zo zichtbaar dat-ie met een hoofdletter wordt geschreven. Ene Hans van Wegen van de Burger Partij Amersfoort meldde op 20-9-2013 als commentaar bij een bericht van RTV Utrecht over het dienstautogebruik van burgemeester Bolsius 'Jammer, jammer voor Amersfoort en jammer voor de CDA burgemeester. Dit snapt de stad niet, en sommige Burgers worden zelfs boos.'. Op de openingspagina van de partij gaat het ook over Burgers, met hoofdletter. En deze partij beweert ook: 'De Burger is namelijk niet in dienst van Het Stadhuis, maar Het Stadhuis is er ten dienste van de Burger.' Dat houdt in dat stadhuisbewoners zich niet tot burgers kunnen rekenen. Dat wordt nog lastig als daar ooit 'Burgers' van die partij een bestuurstaak krijgen.
Ook teksten rond het Burgernet gaan ervan uit dat er bij gemeente en politie geen burgers werken.

In een ingezonden brief over zeearenden in de Oostvaardersplassen van boswachter Hans Breeveld in de Volkskrant 12-11-2013, repte deze over 'goed geïnformeerde burgers, groeperingen én deskundige journalisten'.  Waaruit blijkt dat journalisten geen burgers zijn (zoals de meeste beroepsgroepen geen burgers blijken, stelde ik al vast), en burgers ook niet tot 'groeperingen' horen.

Dat blijkt diezelfde dag in dezelfde krant ook uit een stuk van Carlijne Vos over 'sms voor een betere toekomst'.
'Het mobiliseren van burgers moet een van de belangrijkste instrumenten worden, zo is de consensus binnen de internationale hulpindustrie. Rijke landen moeten niet langer hulp opleggen, maar werken vanuit de kracht van burgers in ontwikkelingslanden zelf. Zij zijn degenen die hun bestuurders kunnen aanspreken op sociale misstanden of publieke dienstverlening opeisen.'
Die bestuurders zijn dus ook al geen burgers en burgers kunnen geen bestuurder worden óf verliezen dan hun burgerschap. Het lijkt er trouwens op dat in die 'internationale hulpindustrie' evenmin burgers werken.

Jos van der Lans ziet juist overal krachtige burgers. Hij schreef (o.a.) in 2005 het boek Koning Burger, in 2011 Burgerkracht en in 2013 Burgerkracht in de wijk. Zou hij zelf een burger zijn?

Alle burgers zijn mensen, maar zijn alle mensen burgers?

Klapstuk van dit jaar verscheen 20-12: minister Asscher verzon dat mensen uit Bulgarije en Roemenië, maar eigenlijk iedereen die zich in Nederland wil vestigen of er een tijdje wil werken, een Participatieverklaring zou moeten ondertekenen. De voorgestelde tekst:, in 2014 als 'pilot' in gebruik te nemen:

'Welkom in Nederland!

U bent net komen wonen in Nederland of u woont hier al een tijdje. Wij willen u graag informeren over het samenleven in Nederland en de dingen die hier belangrijk zijn. Participatie vinden we in Nederland heel belangrijk. Evenals de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Met deze waarden hangen rechten samen waarop u een beroep kunt doen.

In Nederland mag iedereen denken, doen en zeggen wat hij wil. Dit betekent dat:

Iedereen zijn eigen mening mag uiten.

Iedereen een eigen geloof of leefstijl mag hebben.

Iedereen recht heeft op eigen keuzen en zelfstandigheid (zelfbeschikkingsrecht)

Hieraan zitten wel grenzen. Wat iemand doet of zegt mag nooit in strijd zijn met de wet. Je mag bijvoorbeeld niet iemand met opzet beledigen, discrimineren of aanzetten tot haat.

Gelijkwaardigheid:

In Nederland worden alle burgers gelijk behandeld. Alle burgers hebben dezelfde rechten en plichten: mannen, vrouwen, homoseksuelen, hetero's, gelovigen, niet gelovigen etc. Discriminatie wordt niet geaccepteerd.

Solidariteit:

In Nederland vragen we burgers elkaar te helpen en bij te staan als dat nodig is. Burgers zijn samen verantwoordelijk voor de samenleving. Burgers hebben recht op een veilige leefomgeving, fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden en minimumloon bij werk, goed onderwijs en goede medische zorg. De overheid heeft de plicht mensen te beschermen tegen uitbuiting en ongelijke behandeling. Burgers moeten in principe in hun eigen levensonderhoud voorzien. Als dat niet op eigen kracht lukt, en er is niemand die kan helpen, dan biedt de overheid hulp.

Participatie:

In Nederland vragen we alle burgers bij te dragen aan een prettige en veilige samenleving, bijvoorbeeld door te werken, naar school te gaan of door vrijwilligerswerk toe doen. Dat kan in de wijk, op school of in een vereniging. Het spreken van de Nederlandse taal is hierbij heel belangrijk.

Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van bovengenoemde waarden van de Nederlandse samenleving, en dat ik ze graag zal helpen uitdragen. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte en medewerking krijg van mijn medeburgers.

[__-__-____], te [____________],

Naam:

Geboortedatum:

Handtekening:'

'In Nederland vragen we burgers elkaar te helpen en bij te staan als dat nodig is.'

Wie zijn 'we'? Minister Asscher met zijn ploeg bestuurders en ambtenaren? Zijn zij dan geen burgers? Of is 'we' wij allen, dus alle Nederlanders? Wie zijn dan toch in vredesnaam die burgers? Waar zijn ze?

NB. Het Financieele Dagblad had volgens Onze Taal wel een idee omtrent het verdwijnen van burgers:
'McDonald's zet klanten weer Britse burgers voor'. (Taalkalender 2013, 10/11 augustus.)

NB2. Ik ga maar even voorbij aan de politieke betekenis van deze kleutertje-luister-tekst. Dit blog gaat over lezen en schrijven.
(Heel even was ik iemand die thuis geen baan kon vinden en geen spaarpotje had. Op zoek naar werk in het buitenland kwam ik een bedrijfje tegen dat mensen ronselde voor werk in Nederland. Ik had geen keus, al had ik snel door dat het onbetrouwbare woekeraars waren. Aangekomen in Nederland kreeg ik door een gemeente-ambtenaar deze tekst ter ondertekening aangeboden... 'Burgers hebben recht op een veilige leefomgeving, fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden en minimumloon bij werk, goed onderwijs en goede medische zorg. De overheid heeft de plicht mensen te beschermen tegen uitbuiting en ongelijke behandeling.'
Nou, nog niets van gemerkt. Het ritselt hier van de uitbuiters en als simpele bouwvakker ben ik aan hen overgeleverd. Die Nederlandse 'overheid' doet zwaar aan plichtsverzuim.)






Burgers: zijn het misschien bordkartonnen figuren op het bureau van een onderwijsambtenaar? 

vrijdag 24 mei 2013

Wie kleedt wie uit? Over naakte burgers

'"Na drie jaar is de minister geen stap verder gekomen in de aanpak van de zorgfraude", aldus Reinette Klever van de PVV.  
"Dat is onvoorstelbaar. Ze heeft de omvang van de fraude volkomen onderschat." Klever betichtte Schippers van 'gladde praatjes' in het debat.
"In plaats van gaten te dichten worden burgers uitgekleed, terwijl ondertussen steeds meer mensen de gaten in het systeem weten te vinden. Wie steelt moet betalen", zo stelde Klever al eerder in het debat.'

Nu.nl, commentaar PVVer op Edith Schippers, 23 mei.

Wie kleedt wie uit? Zijn burgers geen mensen? Zijn artsen, bestuurders en verpleegkundigen geen burgers?

zaterdag 6 april 2013

Boer en burger



En toen kwam deze kop voorbij, een klein cadeautje na mijn notitie van gisteren. Hij stond boven een artikel in De Groene Amsterdammer 04-04-2013 over onenigheid in Noord-Brabant over varkensstallen.
Die onenigheid laat ik voor wat-ie is, maar hier kwam de burger alweer voorbij - maar deze keer blijken boeren geen burgers, sterker nog, de koppenmaker of journalist Marten van de Wier heeft het over een 'Brabantse oorlog tussen boer en burger'.
En op p. 33 komt zelfs de reeks 'boeren, burgers, milieubeweging en politiek' voor, waaruit zou kunnen blijken dat milieu-activisten en politici ook al geen burgers zijn.
De buitenlui ontbraken. Als ik de notitie van gisteren erbij neem, zullen boeren kennelijk geen last hebben van de diversiteit in gemeentediensten waarvoor Piet Hein Donner waarschuwde.

Dat politici geen burgers zijn, maakte in datzelfde blad ook Marcel ten Hooven duidelijk in zijn bespiegeling over de Nederlandse politiek ('Nu nog wat meer theater, graag'): 'Door de technocratische logica die de eenwording nu beheerst komt het Europese project steeds verder af te staan van de werkelijkheid van de menselijke ervaring, met als gevolg dat de stappen die de beleidsmakers zetten voor de Europese burgers onnavolgbaar worden en het project zijn legitimatie verliest.
Dat zal zeker gebeuren als de Europese leiders openlijk tonen liever geen last van de burgers te hebben.'
Wel van boeren?

Hierna zwijg ik weer een tijdje over de burger. Ben ik zelf eigenlijk wel een burger?

vrijdag 5 april 2013

Burger en overheid

Ja! Daar was-ie weer! De burger... Zowel in de Volkskrant als NRC Handelsblad mocht Piet Hein Donner als lid van de Raad van State (maar ook als burger?) uitleggen dat hij wrijvingen ziet aankomen tussen 'burger' en 'overheid', als allerlei voorheen bij het rijk aangeboden diensten worden uitbesteed aan gemeentes.
Want dan zou 'de burger' in de ene gemeente meer rechten hebben dan in de andere.
Met name in het interviewtje in NRC Handelsblad is, hoe heerlijk, een echte regent aan het woord die in zijn tekst impliciet laat weten dat 'de burger' die ander is, niet hijzelf. Hij zal niet zeggen dat wij verschillend zullen worden behandeld door onze in gemeentedienst werkende medeburgers, alnaargelang de gemeente waarin we wonen.
Hij hoort daar niet bij, dat is duidelijk.
Het is zelfs de vraag of hij wel bij 'de overheid' hoort, want daarover heeft-ie het met dezelfde afstand. Toch heeft-ie het wel een keer over 'wij': de Raad van State.

Nu kwam en komt 'de burger' natuurlijk wel vaker langs, hij is bijna een stoplap geworden in teksten van politici en journalisten - die het dan nooit over zichzelf hebben.
Maar ik heb geen zin in turven en laat het dus bij notities als deze. Zie ook 'De burger en de premier', 'Burgers en Europa', 'Burgers, bestuurders en verzorgers', 'Het volk spreekt', 'Russen zijn geen burgers' en 'Maartje Bakker ontmoet de burger'.

dinsdag 19 februari 2013

De burger en de premier


Bijna bij het oud papier, de Volkskrant 14-2-2013 met deze kop. Ging over het 'akkoord woningmarkt', maar dat doet er nu even niet toe.
Dacht ik toch altijd dat Mark Rutte óók een burger was... en al zijn medeministers ook. Net als ik, schoorvoetend moet ik het toegeven, ook ik ben een burger. De 2e betekenis van mijn Van Dale, 10e druk: 'lid van een staatsgemeenschap als zodanig, staatsburger'. Trouwens ook de 1e: ingezetene van een stad. En ook: niet-militair en niet van adel. Evenmin boer en/of buitenman. Geldt allemaal ook voor Mark Rutte.

'De burger' dook de laatste tijd weer vaker op, maar helaas zette ik gisteren het oud papier buiten - met al die burgers. Het blijft opvallen: de burger, dat is vaak de Ander. Of: de mens die niet in te delen is bij politici, politie, leger, medisch personeel en andere beroepsgroepen waarvan vertegenwoordigers van tijd tot tijd melden dat ze iets met 'de burger' hebben.
Als je alle mensen zou kunnen indelen in zulke beroepsgroepen, blijft er geen burger over behalve die in snelvoeretablissementen wordt verkocht.
Zijn alleen kinderen, werklozen, gepensioneerden en geestelijk gestoorden burgers?
Is burger een ander woord voor consument van politiek?

zaterdag 15 december 2012

Burgers en Europa

Ha, daar hebben we ze weer: de Burgers! Deze keer, in een driedubbelinterview in de Volkskrant 13-12-2012 met de niet-burgers Adriaan Schout (instituut Clingendael), James Kennedy (hoogleraar) en Bas Eijckhout (lid Europees parlement). Niet-burgers, want de manier waarop hun uitspraken worden weereggeven suggereert dat zij niet over zichzelf praten als ze het over burgers hebben.
Ik heb het al eerder vastgesteld: de burgers, dat zijn de anderen. In ieder geval zijn burgers niet politici, leiders of experts.
Het gaat over 'leiders' en 'hun burgers', over 'politici en burgers'. Schout waarschuwt tegen een 'ander Europees model [...], gedomineerd door het zuiden, met een grote overdracht van geld naar noord en zuid. Dat is het model dat burgers niet willen.'
Wil hij het ook niet?
Eickhout: 'In de jaren negentig [...] heeft Europa gefaald om de burgers duidelijk te maken waar het mee bezig was.' Híj wist het natuurlijk allang, waar 'het' (Europa) mee bezig was, maar hij is dan ook geen burger. Of wel?

Drie knappe koppen die zitten te oreren alsof ze het veld overzien. Hoe zou de burger er in hun ogen uitzien?

donderdag 3 mei 2012

Burgers, bestuurders en verzorgers

Ha, daar hebben we ze weer: de burgers. De krant lag al bij het oud papier, maar ik kon het niet laten, viste hem er toch weer uit. Volkskrant 2-5, p. 8, 'Binnenland':
'De tijd dat de zorg voor een dement familielid stopt bij de voordeur, is voorbij. Burgers mogen niet langer aan de kant staan en met de beschuldigende vinger wijzen naar de krachteloze bestuurder of de slordige verzorger als zaken fout lopen.'
Bestuurders en verzorgers zijn geen burgers, kennelijk. Het cliché komt, met die andere (bij de voordeur stoppen, aan de kant staan, met de beschuldigende vinger wijzen), waarschijnlijk voor rekening van journaliste Lidy Nicolassen, die in de kop van haar artikel de uitspraken van drie deskundigen samenvat.
Voorzover ze die citeert, gebruiken die het woord burgers niet.
Het valt op: als het woord burgers valt, zijn het vaak anderen, buiten een bepaalde bij naam genoemde beroeps- of andere maatschappelijke groep. (Bestuurders en burgers, dokters en burgers, agenten en burgers, enzovoort.)

Het gaat hier om zorg in verpleegtehuizen. Daarover wil ik niets schrijven, maar ik wijs graag op het blog van 'burger' Mieka Vroom, Zorgen voor mijn moeder.

dinsdag 19 oktober 2010

Het volk spreekt

In Duitsland staat in de grondwet: 'Alle Staatsgewalt geht vom Volke aus.' Vrij vertaald: de macht van de staat ligt bij het volk. Hier is duidelijk wat volk is: alle inwoners van het land.
Ook als men ergens in de rimboe een volk vond, was redelijk duidelijk wat men bedoelde: een groep mensen die een zelfde taal sprak en zichzelf ook als groep zag.
Als men het heeft over het Nederlandse volk, bedoelt men dan alle inwoners van Nederland? Meestal wel, denk ik. Het is zelfs niet uitgesloten dat de koningin zich tot dat volk rekent. Zo niet, dan ziet zij alle andere inwoners van Nederland (haar onderdanen) als volk.
Als een oude communist het over het volk had, bedoelde hij iets anders: de mensen die hij meende te vertegenwoordigen, tegenover grondbezitters en andere eigenaren van veel spullen, doorgaans kortweg het kapitaal genoemd, of kapitalisten. Die hoorden niet bij het volk. Die zienswijze is, denk ik, ouder dan het communisme. Edellieden en hoge geestelijken beschouwden zich waarschijnlijk als horend tot een andere, hogere orde als het volk.
Dat leeft nog bij de erfgenamen van het oude communisme, en is ook opgepakt door diverse nationalistische en racistische bewegingen. Maar terwijl de zelfbenoemde strijders voor een rechtvaardiger verdeling van goederen en macht een tegenstelling zagen en zien tussen volk en kapitalisten en hun aanhang, zagen en zien die andere bewegingen naast die tegenstelling ook die tussen het ene volk en het andere.

'Wir sind das Volk', riepen demonstranten in Berlijn in 1989. Daarmee bedoelden ze: wij zijn niet dat volk waarover jullie DDR-machthebbers het steeds hebben. Jullie volk is een mythe, wij zijn het echte volk.
Ook een mythe, natuurlijk.
In Stuttgart hoorde men onlangs dezelfde kreet, tijdens demonstraties tegen sloopplannen van het gemeentebestuur. 'De burgers hebben het gevoel dat dat ze niet meer betrokken worden: dáár demonstreren ze tegen,' zei een omstander, die niet meedeed omdat hij voor de sloop was. Hier zie ik een gelijkschakeling van volk met burgers en bestuurders horen daar dan niet bij. Regenten en volk: die tegenstelling kenden we al in de Verenigde Provinciën. Alleen waren de regenten daar de burgers, geloof ik, en hun bedienden en de sjouwers waren het volk.
'Alle Staatsgewalt geht vom Volke aus,' maar in de praktijk heeft het volk al tijden het idee dat het zijn greep op het Staatsgewalt heeft verloren.
Zo drijft het volk dus af van de antropologische betekenis ('weer een volk ontdekt in de binnenlanden') naar de verzameling van machteloze mensen, hoewel er van tijd tot tijd toch weer iets opduikt over 'volkse gebruiken' dat ons weer herinnert aan het volk als verzameling van mensen met min of meer dezelfde taal en gewoontes, zoals er regelmatig ook 'typisch Nederlandse' zaken, handelwijzen en zelfs karaktertrekken worden beschreven.
Er is overlapping, want zij zich zich desgevraagd best als volks zouden willen typeren, hebben meestal weinig op met regering en overheid, zelfs als ze in dienst zijn van diezelfde overheid, en hechten aan de eigen groep en vaste waarden. Het is zij en wij.
Vroeger echter had het volk helden van vlees en bloed, nu van pixels.
Wie de soms lange weg door bedrijven en instituties naar de macht heeft afgelegd (want dat kan en gebeurt nog steeds, in weerwil van het beeld), weet dat en schept zich een avatar van pixels en bits. Wee de machthebber die dat niet doorheeft of niet goed kan hanteren. Van Berlusconi tot Wilders, van Putin tot Obama: ze weten en gebruiken het.
'Alle Staatsgewalt geht vom Volke aus,' maar het volk kijkt tv. Zoals bekend zegt tv niets terug als je ertegen roept. Gelukkig kan men nu zijn ei kwijt op internet. Of ze zich daar iets van aantrekken?