Zoeken in deze blog

maandag 14 maart 2016

Bibi's hemel

Een prachtig kleinood is het, Siens hemel van Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen.

Je hebt het zo uit. Ruim 730 woorden, 28 kleine bladzijden inclusief de schutbladen (die doen mee in het verhaal). Sien gaat dood (al in de eerste 33 woorden) en wordt begraven. Er is een vermoeden van een dubbele aanwezigheid: in de grond en in de hemel. Eén pagina, het colofon, doet niet mee aan het verhaal, maar vermeldt wel dat 'deze uitgave mede tot stand is gekomen met productiesteun van het Nederland Letterenfonds'. De titelpagina doet wel mee - en geeft naar mijn idee met de illustratie iets te veel weg.
Wie het boekje snel leest en dan weglegt, doet zichzelf en het boekje te kort.

Allereerst: wie is Sien? Een kat, dacht ik toen de voorkant op een afbeelding snel voorbijkwam, maar ik vergiste me: hond. Sien kijkt ons voorop het boek aan, op de achterkant keert ze ons de rug toe.

  


Ik vind dat mooi. Nog vóór ik de flaptekst heb gelezen en het boekje opensla, begrijp ik door de titel dat hier afscheid wordt genomen.

En wie het boekje openslaat, ziet dit:




Een donkere wolk tegen een witte achtergrond, aankondiging van zwaar weer.
Dat klopt, want nu lees ik na het omslaan van de bladzijde (en snel overslaan van de colofon- en  titelpagina) die eerste 33 woorden (tevens gebruikt als flaptekst):

Er stonden zwarte wolken aan de hemel toen Sien vertrok.
De lucht rommelde.
De regen trommelde.
Maar wij hoorden alleen hoe Siens laatste, allerlaatste adem over de rand van de mand heen woei.

Dat is prachtig poëtisch proza. Er is een tekening bij van een hond, Sien dus, die met haar kop over de rand van de mand hangt. In witte lijnen, op dezelfde zwarte achtergrond als de tekst. Helemaal zwart, die achtergrond, op een kleine paarse hoek na rechtsonder, ongeveer waar de meeste mensen een bladzijde omslaan.

Sla de pagina om, en je ziet dit:



Voor wie het niet kan lezen:

We lieten haar los, liepen naar het raam en gooiden het open.
We vingen de regen op in ons gezicht.
Heel even schoven de wolken uit elkaar, alsof ze Sien erdoor lieten, rechtstreeks de hemel in.

Voel de emotie die in deze woorden ligt. 'We lieten haar los.' (Dus hadden we haar vast...) Regen als tranen. Zie de hoop, geënt op een oud verhaal, dat vertelt dat onze zielen naar de hemel gaan en dat die prettige plek boven de wolken ligt. Voor het verhaal krijgt Sien hier ook zo'n ziel.
Zie hoe fraai dat in beeld is weergegeven. Dat oplichtende stukje blauw, herhaald in de rechter hoek.

Ik ga de volgende pagina's niet tonen. Die hoek rechtsonder wordt steeds groter en breidt zich uit over de bladzijden, met wisselende kleuren. Het zwart krijgt daardoor omtrekken - van Sien! Er verschijnen ineens ook allerlei tekeningetjes om dat zwart, van voorwerpen die, zo valt niet moeilijk te raden, met Sien te maken hebben, en ten slotte verschijnt ook Sien zelf spartelend en spelend rond haar eigen vorm. Geweldig gedaan!

Intussen komt in de tekst, na de getoonde bladzijden, Klein Broertje op het toneel. 'En nu?'
'We' pakken een deken, leggen Sien erop, brengen haar naar buiten, graven een gat en leggen haar daarin. Klein Broertje doet er nog een bal bij.

'Voor als ze daar wil spelen.'
Hij wees naar de hemel, waar de regen nog altijd uit viel alsof er nooit zon had bestaan.

Het blijft maar regenen. Klein Broertje wil weten of het boven de wolken ook regent. Nee, daar is het droog, antwoorden we. En waarom hij dat vraagt?

'Omdat', zei Klein Broertje, 'Sien anders dubbel nat zou worden: in de aarde én in de hemel daarboven.'

Klein Broertje heeft daarna nog veel meer vragen en we troosten hem en leggen hem tussen ons in te slapen.
De volgende morgen schijnt de zon. 'We' gaan naar buiten. Klein Broertje denkt geblaf te horen. En daarop komt een alleszins troostend, sprookjesachtig vervolg, want 'we' deden net alsof we luisterden, voor Klein Broertje, maar toen we naar boven keken,

hoorden wij het ook. Echt.

We hoorden geblaf.

Het kwam rechtstreeks vanuit de heldere, blauwe hemel.

En nee, daarmee is het verhaal nog niet af, want zie de allerlaatste schutbladen (na een andere mooie dubbelpagina-afbeelding die ik hier niet toon):




De wolk is nu hoopgevend licht, tegen de donkere achtergrond van verdriet.
Wie 'we' zijn, blijft wijs in het midden. 'We' kunnen iedereen zijn, ook ik, en alle lezers en voorlezers. Het helpt als er net een hond is gestorven, dichtbij, maar ook zonder zo'n voorval zal een goede voorlezer diepe indruk kunnen maken op een jonge luisteraar en kijker. Je hoeft echter niet jong te zijn om van dit boekje te genieten!

En die hemel? Ach, er zijn altijd wel ongelovigen die wat zullen sputteren. Ik vind, ook al ben ik niet zo opgevoed met dat oude verhaal, Bibi's hemel hier volkomen passen. Het is háár hemel, meer dan die van Sien, en ik vermoed dat er meer honden zijn die een plaatsje mogen krijgen in die hemel.

Ik schreef het al: een prachtig kleinood.

Dumon Tak, Bibi, & Annemarie van Haeringen. Siens hemel. Querido, 2016. ISBN 978 90 451 1905 2.









woensdag 9 maart 2016

Karel Appel uit de Dapperstraat

Het Gemeentemuseum Den Haag en uitgeverij Leopold hebben in 2010 het lovenswaardig idee gehad om een reeks kunstkinderboeken te maken, steeds naar aanleiding van een tentoonstelling in het museum. Er zijn er inmiddels al meer dan tien:

Allemaal aan tafel! van Rindert Kromhout en Margriet Heymans
Holland op z'n mooist van Charlotte Dematons
Puzemuze of op weg naar Rothko van Wim Hofman
Coco of het kleine zwarte jurkje van Annemarie van Haeringen. Dit boek werd bekroond met een Zilveren Penseel 2014
Edith en Egon Schiele van Harriët van Reek
Een zondag met Caillebotte van Ingrid Godon en Toon Tellegen
Delfts blauw - Een vaas voor de prinses van Ingrid en Dieter Schubert
Calder - De draad van Alexander van Sieb Posthuma
Nacht in het poppenhuis van Thé Tjong-Khing en Anna Woltz
Ensor - De grote maskerade van Marije Tolman
Keepvogel en Kijkvogel - In het spoor van Mondriaan van Wouter van Reek. Dit boek werd bekroond met een Zilveren Griffel 2012, de internationale illustratieprijs De Gouden Appel en een Vlag & Wimpel.
De koningin die niet kon kiezen van Annemarie van Haeringen (Herdruk van bestaand boek)
Meneer Kandinsky was een schilder van Daan Remmerts de Vries. Dit boek werd bekroond met een Zilveren Griffel 2011.

Onlangs verscheen Karel Appel uit de kapperszaak in de Dapperstraat van Imme Dros en Harrie Geelen, en dat is niet eens het allerlaatste, want nog recenter verscheen ook Jan Toorop – Het lied van de tijd van Kitty Crowther, bij de tentoonstelling rond Jan Toorop (t/m 29 mei).

De tentoonstelling Karel Appel (t/m 16 mei) was aanleiding voor het fraaie prentenboek dat de het stel doorwrochte kunstenaars Imme Dros en Harrie Geelen maakte.



Dit boek mikt op jonge kinderen.De tekst bestaat uit 20 vierregelige versjes en beschrijft chronologisch het leven van de schilder Karel Appel. Diens vader had een kapperszaak in de Dapperstraat te Amsterdam en eigenlijk zou Karel dus ook kapper moeten worden. Hij doet in ieder geval het een en ander in de zaak:

De kleine Kareltje veegt het haar
voor pappa Jan Appel bij elkaar.
Hij schikt de kleuren zo op de grond
dat er een kat ligt, een muis of een hond.

Schilderen leert hij van zijn oom, en ondanks schrik en wijze raad (doe het niet) van pa en moe besluit Karel om geen kapper te worden.




Volgt de loopbaan van berooide tot schatrijk en wereldberoemd kunstenaar.
Het moet gezegd, zonder de prenten van Harrie Geelen was dit levensverhaal in 80 regeltjes aardig, maar niet meer dan dat. Het zijn de prenten die het een mooi en boeiend boek maken. Een knappe prestatie om afbeeldingen te maken die onmiskenbaar Geelen én Appel zijn! (En dat er enige verwantschap was, valt met dit boek ook wel aan te tonen.)

Dros, Imme, en Harrie GeelenKarel Appel uit de kapperszaak in de Dapperstraat. Gemeentemuseum Den Haag / Leopold, 2016. ISBN 978 90 258 6870 3.




vrijdag 4 maart 2016

Waarin een tragische klucht de revue passeert, in de categorie sterke verhalen

Het is een apart boek, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor, van Benny Lindelauf en Ludwig Volbeda. Min of meer oblong, stevige kaft, illustratiestijl oogt 19e-eeuws. Een kloek boek, zwaar genoeg om in de keuken te gebruiken om knoflooktenen te pletten.












Hoofdpersoon is de legerkok Tortot. Belangrijkste bijrol: Halve George.

Eerst maar een liedje:

Waarheen vliedt de nacht
als het dag is?
Waar moet ik zoeken
als ik uw lach mis?
Waar rust de wind
in luwstille stond?
De aarde rond.
De aarde rond.

Waarheen het schip
gezonken in de baren?
Waarheen het kaf van
pas gemaaide aren?
Waarheen de kussen
gestolen van mijn mond?
De aarde rond.
De aarde rond.

Waarheen mijn dromen
waarheen mijn daden
wanneer mijn lijk
wegzakt in aarde?
Waarheen mijn bloed
mijn vlees, mijn stront?
De aarde rond.
De aarde rond.

Dit eerste liedje is van een van de twee keizers. Hij herinnert het zich als hij niet kan slapen en door het paleis gaat dwalen. Het liedje 'zoemt als een treurig bijtje over zijn lippen'. Het wordt zijn laatste nacht. Hij schrikt zich letterlijk te pletter van een half gesmolten reusachtige taart en vooral van de druiperige top ervan, die zijn hoofd moest voorstellen maar nu monsterlijke trekken heeft. Wie meer wil weten, leze het boek.

Nog een liedje:

Fijne kruiden,
kom aan, groei maar goed.
Bloei als bloed, bloei als lente,
wel aan, zwel aan
als ingeweekte krenten.
Fijne kruiden,
kom aan, groei maar goed.
Groei als de zomer,
als de allergrootste dromer.
Fijne kruiden,
bloei maar goed,
bloei zoals het moet.

Dit liedje is van kok Tortot - of eigenlijk van zijn moeder. Het verhaal eindigt er zo ongeveer mee.

Het is een apart verhaal, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor. Er vallen meer doden dan in de laatste honderd recent verschenen kinderboeken, en vooruit, het bevat nóg een liedje:

Hak, hak, hak
had de vijand in de pan!
Stamp, stamp, stamp,
stamp soldatenmoes ervan!
prak, prak, prak,
prak de vijand tot puree!
pak z'n knoken om te koken,
neem z'n billen om te villen,
kip z'n haren met je scharen,
vlecht er heldenliedjes van
Klabam! Klabam!

  

Toch gaat Hoe Tortot zijn vissenhart verloor in wezen over liefde, en dat mag gerust een wonder heten, gezien het enorm aantal doden. Want ondanks zijn volgens overlevering gevoelloze vissenhart gaat de legerkok Tortot zich hechten aan Halve George, de kindsoldaat zonder benen die bij hem in een augurkenvat woont. Die liefde blijkt overigens pas echt tegen het einde van het verhaal.

Het verhaal over de oorlogen is zo karikaturaal dat het in de categorie sterke verhalen thuishoort, zoals ze aan het kampvuur verteld werden. Het speelt niet eens in 'onze' wereld, maar in landen die we tot nu toe niet kenden, zoals Oud-Arkadië, en de laatste slag wordt gestreden om de steden Blät en Vladzimka, waar we werkelijk nog nooit van hebben gehoord.
Er zijn twee keizers die zo lelijk als de nacht zijn, maar zelf denken ze dat het aan een vloek ligt dat ze zichzelf zo zien en dat ze in werkelijkheid beeldschoon zijn. Wie dat tegenspreekt wordt gedood, dus houdt iedereen deze illusie graag in stand. Hoe het met de kleuter afloopt die ooit het tegendeel riep weten we niet, wel dat het dorp waar hij woonde in brand werd gestoken. (Een toespeling, uiteraard, op het bekende verhaal van Hans Christian Andersen over de keizer zonder kleren.)
Eerst laten ze hun legers vechten tegen andere legers en als hun gebied zo groot is dat ze geen tegenstanders meer hebben, krijgen ze onenigheid en hakken de twee keizerlijke legers elkaar in de pan, met de al genoemde slag bij Blät en Vladzimka als apotheose. De ledematen vliegen in het rond en er vallen zoveel doden dat Tortot op het laatst over een schedelpad van de ene naar de andere stad loopt.

De sluwe kok Tortot weet steeds het winnende leger te bedienen en redt zich uit benarde situaties door de heerlijkste gerechten te bereiden. Hij is de negende zoon van een moeder die al acht oudere zonen aan de legers moest afstaan die ze nooit terugzag. Hij ontvluchtte haar negenvoudige moederlijke zorg en werd kok. Hij voelt geen emoties, beweert men, want hij heeft het hart van een vis.
Maar dat blijkt, zoals gemeld, aan het eind toch iets anders te liggen, en zijn ezeltje brengt hem terug bij zijn moeder. Ze leeft nog.




Ik ga hier de details van dit sterke verhaal, dat in mooie terzijdes weer tal van andere sterke verhalen bevat, niet uit de doeken doen.
Alleen wat woorden over de stijl. Die is kraakhelder en nuchter, er is een verteller met tongue-in-cheek, die al die gepeperde anekdotes opvist met een (soms licht cynisch) air alsof het allemaal nogal gewoon is - net zoals Torton dat doet.
Opmerkelijk is dat heel veel metaforen uit de keuken komen. Eén voorbeeld, uit het begin:
'Op een ochtend arriveerde een nieuw vendel in het kamp waar Torton diende. Jonge mannen waren het, die strak in de pas achter de bugelblazers en tromslagers aan liepen. De laatste in de rij was de jongste. Zijn gave gelaat deed Torton denken aan een bavarois, vers uit de oven.'
O.k., nog een, op p. 23:
'Maar er is geen grotere verschrikking denkbaar dan het eigen leger. Vooral als dat leger honger heeft. Dan zijn de rapen snel gaar.'
En zo gaat het lekker door, met veel smakelijke details.



De illustraties van Ludwig Volbeda zijn min of meer in de stijl van een negentiende-eeuws populair-wetenschappelijk tijdschrift. Onlangs kwam ik zo'n tekening tegen, in Arcana naturae detecta van Anthonie van Leeuwenhoek, van een vlo, met excuses voor de onvolmaakte scan, en ik dacht ook aan die prent van negentiende-eeuws soldatenleven uit het Rijksmuseum:

  


Ik doe Ludwig Volbeda met die kenschets wel iets te kort, want ze zijn niet alleen quasi-documentair, er zijn ook landschappen bij, vignetten, collages en nog zowat. Ze passen in ieder geval prima bij de stijl van het verhaal, nee, ze maken samen met de tekst de stijl. Soms zijn het kleine detailtekeningen, andere vullen een en soms twee pagina's, soms slingeren ze zich rond de tekst.
Ze lieten zich lastig scannen, maar hier toch enkele voorbeelden.

De tent van de chirurgijn (zonder de randen...):





Het kasteel van de keizer, waarin Tortot zich met hulp van plattegrondjes een weg moet vinden:


En hier de sleutels die hij had om de deuren in dat kasteel te openen:



En een iets ander soort afbeelding, waarin Tortot op het schavot met zijn kop onder de bijl staat, je ziet nog net zijn koksmuts. (Ja, nee, ook hier weet hij zich uit te redden...)




En zelfs voor een partituur schrikt Volbeda niet terug. Het lied dat Tortot samen met de chirurgijn floot:



Het mag duidelijk zijn dat er heel wat te kijken valt in dit boek. Toch is het in de eerste plaats een léésboek, dat zich overigens ook prima zal laten voorlezen aan kinderen met sterke magen.
Voor wie dat wil, valt er na afloop heel wat uit te leggen over oorlogen... en doe er een bezoek aan In Flanders fields bij.

Lindelauf, Benny, en Ludwig Volbeda. Hoe Tortot zijn vissenhart verloor. Querido, 2016. ISBN 978 90 451 1836 9.



PS. (d.d. 12-9-2017) Ludwig Volbeda ontving voor zijn illustraties in De vogels in 2017 de Grand Prix Bratislava tijdens de Bienále Bratislava Ilustrácií (Biennial of Illustrations Bratislava).








donderdag 3 maart 2016

Biljoenen bewoners in ons lijf

Bij biljoen moet ik altijd even nadenken. Hoeveel is dat ook alweer? Duizend keer miljoen is een miljard, miljoen keer miljoen is biljoen. Maar in het Engels is billion ons miljard, en ons biljoen heet trillion. Verwarrend.

Jan Paul Schutten en Floor Rieder hebben na Het raadsel van alles wat leeft weer een documentair boek afgeleverd, Het wonder van jou en je biljoenen bewoners. Het verscheen in 2015.
Schetsten ze in Het raadsel van alles wat leeft de ontwikkeling van eencellig leven tot Jos Grootjes uit Driel, in Het wonder van jou en je biljoenen bewoners duiken ze de cel in. En eigenlijk komen ze daar die eencellige weer tegen.



Het raadsel van alles wat leeft verscheen na Bill Bryson's A short history of nearly everything, waarvan in 2004 een Nederlandse vertaling verscheen die goed werd verkocht (in 2015 verscheen de 40e druk).
Interessant: onlangs verscheen bij Nieuwezijds Avonturen in de mens van Gavin Francis, een vertaling van Adventures in Human Being (2015). (Vertaling Nico Groen, illustraties Sarah King.) Ik heb dat boek (nog) niet gelezen, las een bespreking in de Volkskrant 6-2-2016 en dacht: zou Jan Paul Schutten dat boek gelezen hebben? Het boek wordt op de site van Nieuwezijds beschreven als 'een ontdekkingsreis door het menselijk lichaam'.

Laat dat nu net ook opgaan voor Het wonder van jou en je biljoenen bewoners. 




Het begint met een vrolijk vooraf, 'Waarom je een boek over jezelf verdient', wat overigens niet echt wordt beantwoord, want
[...]'gelukkig is er nu ook dit boek. Het boek met het beste onderwerp ooit, want dit boek gaat over... jou. En dat werd tijd. Want je verdient natuurlijk een boek over jezelf.'
Hoezo, 'natuurlijk'?
Je zou haast denken dat hier een reclameschrijver aan het werk is. (En dat klopt wel een beetje.)
Het gaat nog even zo door, met hoofdstukjes over ' Waarom je voor het geluk geboren bent' en 'Waarom jij een kampioen bent'.
'Kortom, lees maar gauw door om te ontdekken hoe waanzinnig vernuftig jij in elkaar zit. Want geboren worden is al knap, maar in leven blijven is nog veel knapper.'
En dat vind ik een mooie uitsmijter voor een inleiding bij een vertoog over hoe ons lijf in elkaar steekt. Het is echter geen uitsmijter, want daarna wordt nog uitgelegd dat je uit cellen bestaat, en ja, zelfs uit atomen; en hoe veel beestjes er in jezelf huizen.

De eigenlijke reis door het lijf begint met een cel en de lezer wordt uitgenodigd:
'Stel je maar eens voor dat je een duikpak aan hebt en dat je in een krimpmachine verkleind wordt tot een duizendste van een millimeter. Je bent nu zo klein dat een hoofdhaar zo breed lijkt als een grote rivier en at het uiteinde zo ver weg is dat je het niet meer kunt zien. Stel je vervolgens voor dat je met een naald in je eigen arm wordt geïnjecteerd. Dit is wat je dan meemaakt...'

Een onmogelijk kunststukje natuurlijk, om in je eigen arm rond te zwemmen. Maar vooruit.

'Welkom in je lichaam! Je zult nu wel blij zijn dat je een duikpak aan hebt, want het is een nogal natte bedoening in je lijf.'

Hier wordt de toon gezet.
Een opgewekte reisleider neemt de lezer mee op een tocht door het eigen lijf. Waar tekst tekortschiet, staan afbeeldingen van Floor Rieder.
Hele goede afbeeldingen, dat dient gezegd. Het is verleidelijk om er een heleboel te tonen, maar ik houd het, afgezien van dat vignet hierboven en de uitsmijter hieronder, op één.




Je ziet hier genoemde duiker, ik de lezer dus, aan het rondzwemmen in een cel. En het pleit voor de documentaire waarde van het boek dat de reisleider niet vergeet op te merken dat je hiervoor nog vele malen neer verkleind moet worden als al gedaan, tot een ' honderdduizendste van een centimeter'.

De reis gaat van cel naar hersenen, zenuwstelsel, bloed, hart, longen, mond, maag en darmstelsel, huid, zintuigen, spieren, botten en nog zowat en eindigt bij de voortplantingsorganen en dat deel van de reis wordt aldus aangekondigd:

'Zo, hoog tijd om het eens over sex te hebben. Nou ja, een beetje. Want sommige dingen zijn niet uit te leggen. Hoe leg je uit wat wifi is aan mensen die zonder elektriciteit en techniek zijn opgegroeid? Hoe vertel je aan iemand die blind geboren werd, hoe de schilderijen van Rembrandt eruitzien? Of hoe leg je uit hoe het prettigste gevoel dat er maar bestaat voelt? Een gevoel zo onvoorstelbaar fijn dat je even aan niets anders kunt denken... Zo'n sensatie kun je niet uitleggen, maar moet je meemaken. Ik kan het dus niet beschrijven, maar ik kan je wel vertellen wáár je het voelt. Namelijk op een plaats waar duizenden zenuwen bij elkaar komen, waardoor je alles nog intenser beleeft. Waar die plek is? Yep. Daar beneden. En het gevoel heet een 'orgasme'.'

Erboven staat: 'Waarom we weer helemaal teruggaan naar het begin van dit boek'. Dat klopt, want vooraan, onder 'Waarom jij een kampioen bent', wordt al beschreven welke reis de zaadcel aflegt voor-ie de eicel bereikt.
'Ja! Je hebt gewonnen! Je hebt 300 miljoen soortgenoten verslagen! Je hebt de kans om geboren te worden gewonnen! Gefeliciteerd!'

Die 153 waarom-stukjes (van 'Waarom je een boek over jezelf verdient' tot 'Waarom we in de toekomst misschien niet meer dood hoeven te gaan') zijn samen het skelet van dit vertoog. Dat is leuk gedaan, want deze titels prikkelen tot lezen. Overigens eindigt dat laatste stukje met een goed voorbehoud:

'Misschien krijgen de mensen die denken dat we niet meer door ziekte of ouderdom dood hoeven te gaan, dus inderdaad gelijk. Alleen... waar laten we al die mensen? We zijn nu al met 7,3 miljard mensen op aarde! Dat wordt nog een behoorlijke dobber in de toekomst. Maar als we niet meer doodgaan, hebben we in elk geval genoeg tijd om daar een oplossing voor te bedenken.'

Schutten, Jan Paul. Het wonder van jou en je biljoenen bewoners. Geïllustreerd door Floor Rieder. Gottmer, 2015. ISBN 978 90 257 5202 6.









maandag 22 februari 2016

Onderzoek naar jeugdliteratuur

krijgt zelden publieke aandacht, en een prijs voor het beste onderzoek evenmin. Alleen sites als Leesplein vermelden dat er een Miep Diekmann Prijs is toegekend.
Dat is jammer. Dus om een bescheiden bijdrage te verlenen vermeld ik ook hier wat IBBY Nederland gisteren bekendmaakte:

'De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek wordt tweejaarlijks uitgereikt aan de auteur(s) van de beste Nederlands- of Engelstalige masterthesis op het gebied van de studie van de kinder- en jeugdliteratuur. Onderwerpen kunnen zowel literatuurtheoretisch als -historisch van aard zijn. Onderzoek expliciet naar leesvaardigheid,  functies van lezen, leesattitude of lezen in relatie tot audio-visuele en/of digitale media komt niet in aanmerking voor deze prijs. De prijs is één van de activiteiten van IBBY-Nederland om meer aandacht te schenken aan de wetenschappelijke bestudering van de kinder- en jeugdliteratuur. Zij is vernoemd naar Miep Diekmann, die al vroeg het belang van wetenschappelijk onderzoek over kinder- en jeugdliteratuur aan de orde stelde en daarvoor een warm pleidooi in de media hield.

De jury bestond uit: prof.dr. Rita Ghesquière, prof.dr Saskia de Bodt en dr. Jant van der Weg-Laverman.

De Miep Diekmann thesis prijs 2016 gaat naar:

·         Mecu Ginting voor haar thesis: Wild waters. An analysis of the Dynamics between People and Water in Dutch Children’s Literature from the Vantage Point of the Ecohumanities.  (Master jeugdliteratuur Tilburg University)

Naast de prijs kent de jury twee eervolle vermeldingen (van elk 250 euro) toe aan:

·         Jozefien de LeestEen ‘kindermenu’ in de literatuur. Wat wordt er over een literaire status gecommuniceerd naar het publiek anno 2013?. (Master boekwetenschap en handschriftkunde Universiteit van Amsterdam).
·         Maaike VaesBedenk dat dit geweest is … De Tweede Wereldoorlog in recente jeugdliteratuur. (Master jeugdliteratuur Tilburg University).

De oorkondes behorende bij de prijs en eervolle vermeldingen zullen uitgereikt worden door Miep Diekmann tijdens de IBBY-studiemiddag op vrijdag 11 maart in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag (zie: http://www.ibby-nederland.nl/uncategorized/studiemiddag-en-de-feestelijke-uitreiking-van-de-miep-diekmann-thesis-prijs-2016/).  Er is nog plaats, dus men kan zich nog aanmelden.

De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek bedraagt 750 euro. Naast het toekennen van de prijs, zijn twee eervolle vermeldingen (250 euro) mogelijk. Gestreefd wordt naar het publiceren van een artikel n.a.v. de bekroonde thesis in de publicatiereeks over de studie van de kinder- en jeugdliteratuur: ‘Literatuur zonder leeftijd’ . '

Zie ook de website van IBBY Nederland. En ik ga niet uitleggen wat het verschil zou kunnen zijn tussen kinder- en jeugdliteratuur.

To kill a mocking-bird

Het toeval wou dat ik in het bibliotheekje van resort Old Lamp op Ko Jum, Thailand, een mooi werk aantrof: To kill a mocking-bird, van Harper Lee. Beduimeld, met wat losse pagina's, maar gelukkig geen ontbrekende pagina's. Ik ging en bleef lezen, wanneer ik maar kon, tot ik het uit had.
To kill a mocking-bird verscheen in 1960 en won meteen de Pulitzer Prize. Het verhaal is op Wikipedia uitvoerig beschreven (hier in het Nederlands), dus dat hoef ik hier niet over te doen, zelfs niet dunnetjes. Het lag op een stapeltje te bespreken boeken toen in de kranten het bericht verscheen dat Harper Lee was overleden, op 19 februari jl.
Wat in die beschrijving iets onderbelicht blijft ('it focuses on six-year-old Jean Louise Finch (Scout)', dat is al) is dat Scout de verteller is en het verhaal dus verteld wordt door de ogen van een kind. Naar mijn idee is dat de kracht van het verhaal.

Het begint weliswaar met een terugblik, maar na vier pagina's start de vertelling vanaf het begin, toen
'early one morning as we were beginning our day's play in the back yard, Jem and I heard something next door'.
Die terugblik begint overigens ook prachtig, en ik citeer de eerste drie alinea's om te tonen hoe hier nieuwsgierigheid wordt opgewekt naar het vervolg en alvast enkele clous worden gegeven zonder meteen te vertellen waar het uiteindelijk om draaide.

'When he was nearly thirteen my brother Jem got his arm badly broken at the elbow. When it healed, and Jem's fears of never being able to play football were assuaged, he was seldom self-conscious about his injury. His left arm was somewhat shorter than his right; when he stood or walked, the back of his hand was at right-angles to his body, his thumb parallel to his thigh. He couldn't have cared less, so long as he could pass and punt.
When enough years had gone by to enable us to look back on them, we sometimes discussed the events leading to his accident. I maintain that the Ewells started it all, but Jem, who was four years my seniour, said it started long before that. He said it began the summer Dill came to us, when Dill gave us the idea of making Boo Radley come out.
I said if he wanted to take a broad view of the thing, it really began with Andrew Jackson. If General Jackson hadn't run the Creeks up the creek, Simon Finch would never have paddled up the Alabama, and where would we be if he hadn't? We were far too old to settle an argument with a fist-fight, so we consulted Atticus. Our father said we were both right.'

Prachtig, niet waar? De suggestie dat er iets ernstigs is gebeurd - wat ook blijkt, maar de portee ervan komt pas veel later. Van een herinnering worden we meteen een gesprek in geleid en de laatste zin biedt al een mooie blik op de gezinsverhoudingen. Natuurlijk laat de verteller wijselijk in het midden hoe oud ze waren toen ze te oud waren om een ruzie met een vuistgevecht te beslechten. En dat ze zich getweeën tot hun vader (Atticus) wenden om raad, spreekt voor zich. Toch?
Op dat moment is nog niet eens duidelijk wie hier vertelt, dat komt pas middenin een gesprek op p. 7, als we de komst van Dill meemaken.
'Shoot no wonder, then,' said Jem, jerking his thump at me. 'Scout yonder's been reading ever since she was born, and she ain't even started at school yet.'




Enfn, ik kan alleen maar aanraden dit boek te gaan lezen, als je dat nog niet hebt gedaan. Er is een Nederlandse vertaling verkrijgbaar (Spaar de spotvogel), maar de oorspronkelijke versie is fijner (wegens het heerlijke idioom in de dialogen). Het is niet moeilijk om te begrijpen waardoor dit boek een klassieker is geworden. Het boek is nog steeds te koop, kost niet veel, ook als e-boek, is als pdf zelfs gratis te vinden.
De thematiek is helaas nog steeds actueel.
De titel wordt verklaard op p. 99-100, althans in de door mij gelezen editie:

Lee, Harper. To kill a mocking-bird. Arrow Books / Random House Group, 1997. ISBN 978 0 09 941978 5.

NB. Ik kan Old Lamp Resort van harte aanbevelen voor wie van rust houdt, en een hutje met uitzicht op zee.

NB2. Voor opvoeders:
'Jack! When a child asks you something, answer him, for goodness' sake. But don't make a production of it. Children are children, but they can spot an evasion quicker than adults, and evasion simply muddles 'em.' (p. 97)


zaterdag 6 februari 2016

Op een ochtend, in januari

ontving ik Op een ochtend, vroeg in de zomer, een bundel verhalen van Toon Tellegen met illustraties van Sylvia Weve.
Ik sloeg het boek open, passeerde een fraai schutblad en ander voorwerk en las

'Het aardvarken

Op een ochtend, vroeg in de zomer, besloot het aardvarken zich te verstoppen.
Hij had dat nog nooit gedaan.
Hij ging naar een deel van het bos waar volgens hem nooit iemand kwam en kroop daar in een struik vol met stekels en doornen.
Nu ben ik onvindbaar, dacht hij.
Maar voor alle zekerheid groef hij nog een gat in de grond, midden onder de struik, en ging daarin zitten, zodat alleen zijn hoofd nog zichtbaar was als iemand de takken opzijboog.
Vind mij nu maar eens! dacht hij en hij wreef in zijn handen, die hij met moeite bij elkaar bracht.
Maar toen hij een tijdje daar zo in elkaar gedoken had gezeten dacht hij: zou iemand mij eigenlijk wel zoeken? Als niemand je zoekt, wat heb je er dan aan om je te verstoppen?'
Hoe dit afloopt, ga ik uiteraard niet tonen.
Het deed me denken aan verstoppertje-spelen, vroeger. De zoeker moest zijn best doen om je te vinden, maar je wou wel gevonden worden. Trauma'tje: heel lang verstopt zitten, uiteindelijk toch maar tevoorschijn komen en ontdekken dat alle andere kinderen al weg zijn.




Doet het bekend aan? Mij wel. Al na de eerste regels was ik thuis: Toon Tellegen, onvervalst. Deze verhaaltjes sluiten naadloos aan bij voorgaand werk, van Er ging geen dag voorbij, negenenveertig verhalen over de eekhoorn en de andere dieren (1984, ills. Jan Jutte), Toen niemand iets te doen had (1985, ills. Mance Post), Langzaam, zo snel als zij konden (1989, ills. Mance Post), Misschien waren zij nergens (1991, ills. Mace Post), Bijna iedereen kon omvallen (1993, ills. Anne van Buul) en De verjaardag van de eekhoorn (1993, ills. Geerten Ten Bosch) tot bijvoorbeeld Is er dan niemand boos? (2002, ills. Annemarie van Haeringen, editie 2014 Marc Boutavant), Morgen was het  feest (2008, ills. Ingrid Godon) en  Iedereen was er (2009, ills. vanaf 2e druk Mance Post),
In de loop der jaren heeft zich een schare liefhebbers van zijn dierenverhalen gevormd. Ze zijn uniek, lief en poëtisch.
Aanbevolen portie: één verhaaltje per dag, amusant en prettig, ook om voor te lezen aan kinderen die er gevoelig voor zijn. Stemt tot nadenken en levert een gezonde vertraging van het levenstempo.
Alles achter elkaar lezen beveel ik niet aan. Teveel van hetzelfde. Hoewel de echte liefhebbers er wellicht nooit genoeg van kunnen krijgen.


    (Detail!)

Nieuw aan deze uitgave zijn uiteraard de verhaaltjes van Tellegen, maar vooral de illustraties van Sylvia Weve.
We waren immers gewend aan die van Mance Post, die zo veel dierenverhalen van Toon Tellegen van beeld voorzag dat ze de standaard werd, hoewel ook andere illustratoren hun talent mochten beproeven, zoals bijvoorbeeld Geerten Ten Bosch, Annemarie van Haeringen en Marc Boutavant.
Sylvia Weve maakte voor Op een ochtend, vroeg in de zomer dubbelpaginaplaten en alleen daarom al toon ik alleen dat ene detail hierboven, mijn scanner kan niet groter dan A4 aan.
Ik vind het heel fraaie platen, met een mooi, spaarzaam kleurgebruik, een consequente stijl en prachtige details. Zie de becijferingen van de beer, die niet weet hoeveel taartstukken hij moet snijden voor zijn feest (dat natuurlijk heel Tellegeniaans niet doorgaat en drie taarten zitten in de beer); de Esscher-achtige compositie bij 'De das', toepasselijk want gastheer das en gast krekel raken elkaar kwijt in de gangen van het dassenhuis; het potentellen van de duizendpoot, nee, duizendtwaalfpoot; de brokken die de olifant maakt op bezoek bij de eekhoorn; het verstand van de mier en nog veel meer. Wencke Taatgen kan haar met stip aan haar verzameling toevoegen, mocht ze die nog willen bijhouden.

Tellegen, ToonOp een ochtend, vroeg in de zomer, met tekeningen van Sylvia Weve. Querido, 2016. ISBN 978 90 451 1885 7 / NUR 283, 55 pag.


dinsdag 19 januari 2016

Bosatlas voor kinderen

Laat ik nu jaren gedacht hebben dat de Bosatlas altijd al ook voor kinderen was. Het was immers de atlas bij uitstek voor het onderwijs.
Maar bij nader geheugenonderzoek bleek me dat ik me niets kon herinneren over een Bosatlas op mijn lagere school. (Ja, jongens en meisjes, dat heette toen zo. Het was de 4e Philips Lagere School te Eindhoven, waar in de 4e, 5e en 6e klas de kaarsrechte, stramme oude meester Kerstens, oud-Indiëganger, ons eindeloos voorlas uit De Katjangs.)

Er was er ook een thuis, en een tiental jaren geleden kreeg ik er een van mijn moeder, een nieuwe uitgave. Die prijkt nog in de kast, naast een oude Phillips' World Atlas die, vind ik, mooiere kaarten heeft maar nu bijna een soort historische atlas wordt, met de Sovjet-Unie erin en zo.




Er bestond al een tijdje een Bosatlas Junior, een atlas van de hele wereld voor kinderen. Sinds dit jaar is er ook De Bosatlas van Nederland Junior.

Ik vrees dat zo'n atlas nog steeds goed aansluit op ons basisonderwijs. Ik vrees het, want de neiging om niet verder dan onze grens te kijken is al zo sterk in Nederland. Het zal commercieel niet verantwoord zijn, maar liever had ik een atlas van de Benelux of van Europa gezien.
De redactie is gelukkig niet zo ver gegaan om onze buurlanden als wit vlak af te beelden. Emden, Nordhorn, Bocholt, Emmerich, Aken, Hasselt, Turnhout, Antwerpen, Brussel, ze staan erop.

De Bosatlas van Nederland Junior heeft drie afdelingen: Overzicht, Provincies en Thema's. Hoe dat werkt wordt goed uitgelegd op p. 8-9.
Overzicht toont foto's vanuit de ruimte, met onvermijdelijk André Kuipers in beeld, en drie overzichtskaarten in de vertrouwde Bosatlas-opmaak, namelijk Noord-, Midden- en Zuid-Nederland. Het leukste onderdeel van Overzicht is 'Topografie', met 2 kaarten: één 'Topotoppers', met de (kennelijk) honderd namen 'die je op school leert'. Daarnaast 'Rare namen', dezelfde kaart van Nederland maar nu met plaatsen als Kijkuit, Keizerrijk, Papekop, Koedood, Moddergat e.d.

Daarna volgen de Provincies. Dat heeft iets treurigs, vind ik.
De provinciale grenzen zijn tamelijk kunstmatige grenzen, ingesteld begin 19e eeuw, en er is onlangs ternauwernood een voorstel gesneuveld om ze af te schaffen en te vervangen door enkele grotere provincies. Juist doordat het soms wringt tussen gemeentebesturen en provinciebesturen enerzijds en provinciebesturen en landsregering anderzijds is er altijd de kans dat zulke voorstellen terugkeren en op een dag wél aangenomen worden.
De provincies zijn niet helemaal zomaar ontstaan, er liggen ontwikkelingen in voorgaande eeuwen aan ten grondslag, maar het zijn geen makkelijk te onderscheiden eenheden. Noord-Holland gaat soepel over in Zuid-Holland, Zuid-Holland in Utrecht, Noord-Brabant in Limburg, de Achterhoek in Twente, enzovoort. Wat je over de ene provincie opmerkt, gaat vaak ook op voor een andere provincie.
Dat blijkt dan ook uit dit deel. Naast de kaarten verschijnt vooral min of meer folkloristische info. Neem een provincie die wél met enig gemak te onderscheiden valt, Friesland (Fryslân). Een tweepaginafoto van iets waterbouwkundigs die (als je de omgeving niet kent) ook uit Zeeland zou kunnen komen (en vice versa), een overzicht van de gemeenten (alsof dát nou zo interessant is), de kaart, iets over het Fries en Friese plaatsnamen, fierljeppen, wadden, het grote aantal melkkoeien, de Elfstedentocht en watersport. Over naar Groningen.
Dat men in Friesland veel Fries spreekt en dat Fries officieel als een aparte taal en niet als een dialect van het Nederlands wordt beschouwd is eigenlijk het enige echt Friese aan Friesland (Fryslân). Plus nog wat bijzondere zaken als de Elfstedentocht (de laatste vond plaats in 1997) en slootjespringen (fierljeppen).
Neem Utrecht. Het is leuk dat de Domtoren toevallig de hoogste kerktoren van Nederland is en dat Utrecht het drukste treinstation heeft, maar lange smalle weilanden komen ook elders voor, evenals bijzondere plaatsnamen (zie 'Rare namen').

Het deel Provincies leest als een verzameling toeristische folders, uitgegeven door provinciebesturen.
Wat we daardoor missen is een uitleg over waardoor Nederland er uitziet zoals het er uitziet, met wat kaarten van vroeger en een verhaal over delta's, gletsjers, terpen, stuwwallen, ontginning, inpoldering, veenafgraving (komt alleen te hooi en te gras aan bod, en onvoldoende), rivieren die hun loop verleggen en later ingedamd worden, de bouw van dijken, en zo meer.
Waarom zou een atlas als deze niet een historisch deel mogen bevatten? Als die provincies zo belangrijk zijn, zouden we minstens mogen weten hoe ze zijn ontstaan. Dan begrijpen we bijvoorbeeld misschien waarom het Gooi bij Noord-Holland hoort, of waarom een deel van Noord-Holland West-Friesland heet en waarom Goeree-Overflakkee bij Zuid-Holland hoort en niet bij Zeeland. Dan wordt ook duidelijker wat de verschillen zijn tussen dat deel van ons land dat grotendeels zou overstromen bij dijkdoorbraak, en het deel dat dan nog bewoond zou kunnen worden. (Amersfoort aan zee, zou mooie subtitel zijn geweest.) En waarin Zuid-Limburg verschilt van de Veluwe.
Dit kan allemaal uitgelegd en getoond worden op een manier die kinderen in groep 6-8 (waarvoor deze atlas bedoeld lijkt, maar zie onder) begrijpen en misschien zelfs interessant vinden.

Enfin, op dit op bestuurlijke eenheden gebaseerde deel volgt een deel Thema's: Zeventien miljoen Nederlanders, Nederland van boven, Schatten onder de grond, Dreigend water, Goed geregeld!, Aan het werk!, Op weg, Eropuit! en Nederland en de wereld.
Een deel van bovenstaande wensen wordt hierin vervuld, maar wel wat hapsnap, als een reeks weetjes met plaatjes. Die Zeventien miljoen Nederlanders bijvoorbeeld, dat zijn twee pagina's over koning en koninkrijk, twee pagina's over 'Wie bestuurt Nederland?' en twee pagina's 'Allemaal Nederlanders'. De eerste pagina over koning en koninkrijk start met de mededeling dat de koning 'hoofd van de regering' is, wat de voorgaande intro-mededeling dat de koning 'niet de baas van Nederland' is tamelijk onbegrijpelijk maakt. We 'kiezen mensen die het land, de provincies en de gemeenten besturen', maar intussen is de koning wel hoofd van die landsregering. Dit raadsel wordt niet uitgelegd. En of al die titels van de koning ertoe doen?
Op de twee pagina's over het bestuur wordt de Eerste Kamer overgeslagen en wat de Tweede Kamer doet blijft onbekend, maar wel staat er dat er 150 mensen zitten die 'politieke partijen vertegenwoordigen' en dat is nu net onjuist, want weliswaar komen die mensen in de Tweede Kamer doordat ze op kieslijsten van de partijen staan, maar ze zitten er strikt formeel op persoonlijke titel en vertegenwoordigen de kiezers, niet de partijen.
Op de twee pagina's 'Allemaal Nederlanders' staat iets over bevolkingsgroei en de verspreiding over Nederland, inclusief die van kinderen. Verder staat er iets over wat 'allochtonen' zijn, met een tabelletje waaruit blijkt dat 'Westerse allochtonen (inclusief Indonesiërs)' de grootste groep allochtonen vormen. Westerse allochtonen, inclusief Indonesiërs? Leg dat eens uit... Helaas, het gebeurt niet.

Dan heb ik hiermee nog maar zes pagina's uitgelicht. Over de andere pagina's vallen soortgelijke opmerkingen te maken. De informatie is doorgaans hapsnap, op een enkele keer na (die over het 'koloniaal verleden' op p. 206-207 is geslaagd) en als directeur van Blijdorp of Ouwehand zou ik in woede ontsteken als ik p. 196-197 zag (over Artis). (Zou Artis hiervoor betaald hebben?)
Een prachtig understatement vond ik op p. 187, tweede pagina van 'Met de trein'. In een tekstje bij een foto van een Thalys staat 'Op het Nederlandse spoor rijdt deze trein iets minder snel.' Ha ha, zo is het.

Nog iets over de illustraties. De foto's en kaarten zijn in orde. Maar welke enorme reuzen zijn er te vinden op de Nederlandse wegen op p. 182-183? En op p. 170-171? Op de ongetwijfeld speels bedoelde dubbelpagina-afbeeldingen bij sommige subthema's (en op de band) zijn de verhoudingen een beetje zoek en is het informatiegehalte nul en dat is jammer. Dat het beter kan, toont de dubbelpagina-afbeelding op (bijvoorbeeld) p. 130-131, bij 'Nederland van boven'.

Al met al een atlas met goede kaarten en veel fraaie foto's, en soms adequate informatie, naast nogal wat hapsnap-info. De eerste atlas over Nederland voor kinderen, en daardoor waardevol, maar hij had beter gekund. Hij is bedoeld voor kinderen van 8-12 jaar. Ik kan mij voorstellen dat sommige twaalfjarigen meer van hun gading vinden in De Bosatlas van Nederland.

De Bosatlas van Nederland Junior. Noordhoff Atlasproducties, 2015. 224 p. ISBN 978 9001 12013 9. Concept en teksten: Arend Pottjegort, Zin vol leren, Den Haag. Redactie: Noordhoff Atlasproducties, Groningen. € 29,95.












donderdag 14 januari 2016

Sélection 2015

Leesgoed mag dan opgeheven zijn, La revue des livres pour enfants gaat onversaagd door, geholpen door de Franse overheid middels de Bibliothèque nationale de France en het daartoe horende Centre national de la littérature pour ja jeunesse la Joie par les livres.
Het bevordert de zichtbaarheid van dat centrum. Het in 1997 in de Koninklijke Bibliotheek (NL) opgenomen Boek en Jeugd zou ik zo'n zichtbaarheid graag gegund hebben. De KB beheert de collectie voortreffelijk, maar een centrum voor de Nederlandstalige jeugdliteratuur ontbreekt sindsdien.




Eens per jaar biedt La revue des livres pour enfants een selectie uit een jaar jeugdliteratuur. Zo ook nummer 285 (november 2015). 885 titels, verdeeld in de hoofdstukken
'Albums',
'Contes',
'Textes illustrés',
'Poésie',
'Théâtre',
'Romans et premières lectures' (onderverdeeld in leeftijdsgroepen 6-8, 9-10, 11-12, 13+ en 15+),
'Québec' (onderverdeeld in genres),
'Afrique, Caraïbe, Océan Indien et monde Arabe' (onderverdeeld in genres),
'Bandes dessinées' (onderverdeeld in 'Enfance', 'Humour', 'Société', 'Sagesse et sentiments',  'Amour', 'Aventure et sport', 'Histoire et western', 'Fantastique et Fantasy', 'Science-fiction', 'Policier et espionage', 'Patrimoine et Classiques'),
'Documentaires' (onderverdeeld in 'Art', 'Sciences humanes', 'Sciences et techniques' en 'Autres documentaires'),
'Livres cd',
'Cinéma',
'Jeux vidéo',
'Applis',
'Magazines pour enfants' en
'Ouvrages de référence',
met daarachter nog drie indexen: op auteur, titel en thema. Een kloeke gids van 222 p.

Opvallend vond ik de onderverdeling bij de strips (BD), die zeer afwijkt van die van de prentenboeken, oude verhalen (sprookjes e.d., contes) en romans, en verder als ieder jaar de vanzelfsprekende opname van die strips, in afwijking van vergelijkbare jeugdliteratuurgidsen in Noord-Europa.
Wat me ook opviel is de opname van wat hier nog vaak de 'nieuwe media' wordt genoemd, al wordt dat nieuwe steeds relatiever. En de Applications van Sélection 2013 heten sinds 2014 Applis.
Een snelle blik op de auteursindex onthulde naast Boudewijn Koole (Little Bird, film), Barbara Stok (Vincent) en Edward van de Vendel (Le chien que Nino n'avait pas) geen andere Nederlandse of Vlaamse naam. Wel vielen de Engelse en Japanse namen op tussen de Franse, de gids beperkt zich niet tot oorspronkelijk Franstalige titels. Iedere titel is voorzien van een annotatie en afbeelding.

Van de ons omringende talen (Duits, Engels en Frans) is Frans het stiefkindje. In het Nederlandse onderwijs kiezen (te) weinig leerlingen Frans als vak. Ik weet niet of er nog bibliotheken zijn die er een collectie Franse jeugdliteratuur op na houden.
Voor die collectiebeheerders is deze gids van grote waarde.

In Frankrijk zullen veel ouders aanhikken tegen de omvang. Daarom publiceert La Joie ieder jaar, nu ook, een selectie uit die selectie als klein boekje, Flash! 2015-2016, nos 100 livres préférés, dat Franse bibliotheken en boekwinkels kunnen uitdelen aan hun klanten.

donderdag 19 november 2015

Lettersoep

Een tijdje geleden verscheen er van Joke van Leeuwen een prentenboek: Mooi boek. Helemaal Joke van Leeuwen, en passend in de lange reeks abecedaria die de jeugdliteratuur rijk is.
Het is dus wat flauw om Lettersoep van Harriët van Reek hiermee te vergelijken. Maar het gebeurde vanzelf, Mooi boek lag nog te vers in mijn herinnering om dat te vermijden.

Lettersoep van Harriët van Reek is een heel ander boek. Het bevat één verhaal, over de Letterel en de Letterpoes. De Letterel is gek op letters.



Hij ziet ze overal en stelt woorden samen uit van alles.
Zelfs als hij niets ziet, ziet hij een woord: NIETS. En dat verknipt hij tot FIETS en hij zegt dat hij er nog veel meer van kan maken: 'een HOK, een HEK, een PAN, een KIP. Te veel om op te noemen.'

En als Letterpoes trek heeft en zegt; 'Ik zou best iets lusten, maar er is geen ene M te eten', dan maakt Letterel een pan lettersoep. Hij 'gaat naar de letterkast. Hij pakt een potje inkt, het inktlapje, een kroontjespen en een vel papier en gaat aan tafel zitten.'

'Geschreven soep? zegt letterpoes. Met geschreven balletjes, geschreven sliertjes en geschreven brood erbij?
Jazeker, zegt Letterel. Lust je dat niet?
Ik wel, zegt letterpoes, maar jij? Heb jij geen trek in witte puntjes en soep met verse groenten? En wat dacht je van echte balletjes?'




We zijn nog maar tien pagina's ver, maar hier begon het bij mij te wringen. Er zit iets gekunstelds in dit verhaal. Dat ik het niet zo spannend vind, o.k., maar er klopt iets niet. Hier bewegen zich twee wezens die wel of niet uit letters bestaan door een wereld die wel of niet (of deels) uit letters bestaat. 'In het gras bloeien schuine gele en scheve witte letterbloempjes.' En dat gras dan?

Sommige woordspelingen ('witte puntjes'; 'bruine puntjes';  'de peeën zijn dik', letterpoes schrijft 'een kattebelletje') zijn grappig, maar ja, de jeetjes en geetjes minder, net als de combi van witte puntjes met soep en echte balletjes en het is even zoeken naar de overeenkomsten en verschillen in 'U-worst, IJ-worst, gehakt van de Vee, L-koteletten, gebraden Kaa-filet, Pee-staart, Bee-brei, Tee-bot-stuk en zure Zet'.

Afijn, ze zijn dus de deur uitgegaan met een boodschappentas, komen langs de bakker ('T, lekker voor bij de thee'), de slager ('lust je dat, letterpoes, een echt hanepootje?'), de smid (voor een soeplepel) en gaan weer naar huis, waar ze 'letterig uit het raam' kijken. 'Een grote Z vliegt door de lucht. Een V zit te fluiten op een tak.' Er wordt lettersoep gemaakt, een brief geschreven, een eindje gewandeld en uiteindelijk komen alle letters de lettersoep eten. Daartussen gebeurt er ook nog het een en ander, maar echt spannend wil het niet worden en het lettergetetter gaat maar door. Zelfs met een los eindje, want hoe komt Letterel nou uit de P?  Of houdt de droom ineens op?




Het verhaal is heel letterig, zit vol woordspelletjes met letters, in woord en beeld. De spelletjes zijn heel divers, ongelijksoortig, spelletjes met klankovereenkomsten ('T, lekker voor bij de thee'), vormen ('U-worst'), afkortingen ('Bee-brei' voor balkenbrij, "V zit te fluiten op een tak') en meer.
Veel hiervan komt terug in de beschrijving van de feestmaaltijd, naast een mooie plaat.



'Alle letters hebben lettersoep gegeten. Alle borden zijn schoongeschreven.
Hoe het was?
De K's wilden kaas. De IJ's riepen is er ijs toe? De W's wisten allemaal weetjes en wezen naar de H's, die achter een stelletje andere H's aanliepen, die zeiden dat ze geen Haas heetten en de L'en liefkoosden ene Ellie, die geen peeën lustte en met lange tanden naar de kop thee van de T keek, die tegen de F aanleunde, die riep, ik ga effe de O in het Ootje nemen en de X en de Y zaten samen met A en B aan de lettersommen. De M'en mummelden mmmmmmmm en een paar Zetten kwamen op het laatst ook nog aanzetten.
Zo was het.'

Tja. Gezellig rommelig dus, maar dit citaat toont (en is daarmee representatief) ook een zekere willekeur in de vondsten, tot en met de peeën, die kennelijk als enige letters gegeten wérden in plaats van te eten, zoals dat de T eerder overkwam (bij de thee). Met meer inspanning had deze maaltijd een prachtig abc kunnen worden, nu is het een b'tje een z'tje. Met nog meer inspanning had het verhaal een spitsvondig lettervind- en/of letterherkenverhaal kunnen worden. De prenten zijn bijzonder, heel stijlvol en mooi en soms heel doorwrocht, maar ze helpen het verhaal niet overeind.
Op zijn best levert het inspiratie om anders naar dingen te kijken (welke letter zie je er in?) of te luisteren (welke letter hoor je er in?). Maar dat herkennen van letters in voorwerpen doet Mooi boek toch echt beter.
Het kan voor kinderen die net hebben leren lezen een feestje zijn om alle letters te herkennen in de platen, en mee te grinniken om woordlettergrapjes.
Dat neemt niet weg dat ik teleurgesteld ben. Er had met dit idee zoveel meer gekund.



Harriët van Reek. Lettersoep. Querido, 2015. ISBN 978 90 451 1871 0.

NB. De Penseeljury 2016 was zo enthousiast over de illustraties dat ze een Gouden Penseel aan Lettersoep toekende. Fijn voor Harriët van Reek. (21-09-2016)