Zoeken in deze blog

vrijdag 12 september 2025

Naar de bieb

Ooit, in de jaren '70 - '80, waren de jeugdbibliotheken de peilers onder wat toen net leesbevordering was gaan heten: pogingen om kinderen aan het lezen te krijgen en te houden, en dan vooral méér lezen dan de tekstjes in schoolboeken.
Recente cijfers van het (Nederlandse) Centraal Bureau voor de Statistiek tonen dat ze dat ondanks forse bezuinigingen eigenlijk altijd zijn gebleven. De Vereniging van Openbare Bibliotheken d.d. 11-9: 
 
Nog nooit waren zoveel kinderen en jongeren lid van de openbare bibliotheek: in 2024 waren dat er 2,4 miljoen (0 tot 18 jaar), goed voor 73% van alle Nederlandse jeugd. Ook jongvolwassenen tot en met 30 jaar sloten zich meer aan. Daarmee groeide het totaal aantal leden in 2024 met 2 procent naar ruim 3,7 miljoen, ruim één op de vijf inwoners. De groei gaat hand in hand met een forse groei aan activiteiten, een impuls van leden door de Bibliotheek op school en meer medewerkers en vrijwilligers bij bibliotheken dan voorgaande jaren. 
 
Je zou denken dat dit op de lange duur toch gunstige gevolgen zou kunnen hebben voor de leesvaardigheid in Nederland.
Dat wachten we nog even af... 

donderdag 11 september 2025

Chipo en Char

zijn de koosnaampjes die Chardonnay en Chipolata elkaar geven. Elke dag spreken ze elkaar over de schutting en op zekere dag besluiten ze op reis te gaan met de sjieke auto van Chardonnay's baasjes.
 
Dat laatste woord geeft al een hint. Komt zometeen.
 
Ze komen een heel eind met die auto, ze bereiken zelfs hun doel: de zee. Daar gaat het een beetje mis. De auto raakt te water en Chipo en Char worden ingerekend en worden met een ketting om hun nek naar huis gebracht. Daar worden ze met blijdschap begroet. De agenten houden het op een diefstal. 'De dief kidnapte de honden en stal de auto.'
De allerlaatste bladzijden tonen dat ze in de kennelijk gerestaureerde auto een nieuwe reis gaan beginnen.


Tja, Chardonnay en Chipolata zijn honden. Honden met heel veel menselijke eigenschappen, dat wel.
Ze vinden elkaar over de schutting.


 
Ze voelen zich dus misbruikt (Char) dan wel verwaarloosd (Chipo). Chardonnay wil ontsnappen aan schoonheidswedstrijden, Chipolata aan een baas die enkel Dario Car zit te spelen. Mede daardoor denkt Chipo dat hij wel een auto zou kunnen besturen.
Ze besluiten met de auto van Chars baasjes naar zee te gaan. De technische problemen lossen ze behendig op. Zo, bijvoorbeeld:
 
 


Dit prentenboek voor 8-80 is een heel amusant tussendoortje met toch wel 64 pagina's fijne tekeningen! En een voorbeeld van samenwerking tussen auteur (misschien ook scenarist) Ludovic Flamant en illustrator Sara Gréselle.
Grappig, in het Waalse origineel heet Chardonnay Ismolène. Dat klonk Parade kennelijk te uitheems. Kan daar wel inkomen en bovendien hebben de namen Chardonnay en Chipolata beide met eten en drinken te maken, best leuk gevonden.
 
Hoe zou dat bergavontuur gaan...? Hun vriendschap heeft dit zee-avontuur in ieder geval goed doorstaan.
 

Flamant, Ludovic, en Sara Greselle. Chardonnay & Chipolata. Uitgeverij Parade, 2025. ISBN 978 94 93408 05 0, 64 p. Oorspr.: Ismolène & Chipolata. Versant Sud jeunesse.   

zondag 7 september 2025

Negen levens

... heeft een kat, is een oud gezegde. 
 
Als je in Google de zin intoetst 'negen levens heeft een kat' krijg je voorbeelden van de zouteloze antwoorden van 'AI-overzicht':
 
Nee, katten hebben niet echt negen levens; dit is een mythe die symbool staat voor hun behendigheid en veerkracht in gevaarlijke situaties, zoals het landen op hun pootjes. Het gezegde vindt zijn oorsprong in het oude Egypte, waar katten vereerd werden en als goddelijke wezens werden gezien, en het getal negen werd geassocieerd met wedergeboorte en heiligheid.
 
Op 24-8-2025 13.10. Enkele minuten later, met 'Een kat heeft negen levens':
 
"Een kat heeft negen levens" is een populaire mythe en gezegde, niet een feit. Katten zijn bijzonder veerkrachtig, behendig en kunnen vallen beter overleven dan mensen, wat het idee heeft gevoed dat ze meerdere levens hebben. Het gezegde vindt zijn oorsprong in het oude Egypte, waar katten als heilige, goddelijke wezens werden beschouwd, en in middeleeuws Europa, waar ze werden geassocieerd met magie.
 
Kijk, hier komen de Middeleeuwen er ineens bij... 
 
En op 25-8 13.02:
 
Het gezegde "een kat heeft negen levens" is een mythe, katten hebben net als alle andere dieren maar één leven. Het idee komt voort uit de veerkracht en behendigheid van katten, die dankzij een aantal fysieke eigenschappen zoals de "air-righting" reflex vaak goed terechtkomen na een val. De oorsprong van de mythe ligt mogelijk in het oude Egypte, waar katten als heilige en veerkrachtige dieren werden gezien.
 
Hé, nu is het woordje mogelijk ingevoegd bij de oorsprong en de Middeleeuwen zijn verdwenen. Dat maakt nogal uit. Dit terzijde toont hoe onbetrouwbaar dat 'AI-overzicht' is, dat in een zoekmachine als Duckduckgo ontbreekt.
 
Afijn, hoe het ook zit, in Negen levens wordt op dat gezegde gezinspeeld, want Wolkje, de kat waar het in dit verhaal om draait, lijkt in snel tempo die negen levens te verliezen. 
Op de eerste twee pagina's is het al raak:
 
 

 
Mooi: de tekst gaat over die levens, 'in het land waar we niet kunnen blijven wonen', maar de prenten op deze en volgende bladzijden vertellen er nog iets bij. Er vertrekt een gezin. Vader, moeder, twee kinderen. Eerst in een auto met volle bepakking, vervolgens in het ruim van een vrachtwagen, een rubberen boot (op 'de zee waar we niet kunnen blijven wonen'), een boerenkar en een bus.
 
 
 
Dan, nadat Wolkje volgens de tekst zeven levens heeft verloren, zijn ze 'op de logeerplek in het land waar we misschien mogen blijven wonen',
 
 

 
Maar 'mijn allerliefste Wolkje' laat zich niet zien. 'Is hij nu ook nog leven nummer acht kwijt?'
Nee, zo blijkt op de laatste dubbelpaginaprent.
 
 
 
 
Maar wij kijkers zien toch een verschil met de kat op de eerste bladzijden...
 
Heel knap gedaan, dit dubbelverhaal in woord en beeld met als verteller een jong meisje dat erg aan haar kat is gehecht. Het toont iets van de misère die vluchtelingen meemaken zonder er een woord aan te besteden en biedt jonge kijkers en luisteraars het avontuur van de kat met (bijna?) negen levens en troost. Klasse.
 
'Een deel van de opbrengst van dit boek wordt geschonken aan VluchtelingenWerk Nederland', staat op de achterkant.
Hopelijk een flink deel.
 
 
Geus, Mireille, en Marijke ten Cate. Negen levens. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1611 2, 26 p.   
 

donderdag 4 september 2025

De omgekeerde wereld op centsprenten verbeeld

... is een van de vier lezingen op de Dag van het Oude Kinderboek op 25 oktober in Lochem.

Ja, want de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur mag dan opgeheven zijn, er bestaat naast de website (!) nog een nieuwsbrief oude kinderboeken (aanmelden bij jeannettekok47[at]outlook.com) en er is een groep liefhebbers (waaronder verzamelaars) die behoefte heeft aan ontmoetingen. En er is nog steeds een Stichting 't Oude Kinderboek eigenlijk een soort museum annex bibliotheek. Die stichting heeft samen met die liefhebbers (met name Frits Booy, die alles weet over Sinterklaas) initiatief genomen voor een Dag van het Oude Kinderboek. In Het Stadhuus, Markt 3 te Lochem.
 
Hier het programma:

10.30-11.00 u. Inloop met koffie/thee.
11.00-11.05 u. Opening.
11.05-11.45 u. Geert Bekkering: 'Spelletjes in de Kinder-Courant (1852-1904)'.
11.45-12.30 u. Aernout Borms: 'De omgekeerde wereld op centsprenten verbeeld'.

12.30-14.00 u. Lunchpauze en gelegenheid tot het bekijken van de expositie

14.00-14.45 u. Dirk Tang: 'Een zee van jongensboeken?'
14.45-15.30 u. Paul Feelders: 'Het Hollandsch Penning-Magazijn: wetenschap in prenten voor kinderen'. 
15.30-15.45 u. Pauze.
15.45-16.15 u. Stan Fritschy: 'De hooiplukker van Lochem'.
16.15-17.00 u. Afsluiting en drankje.

Datum: zaterdag 25 oktober 2025.
Aanvang: 11.00 uur.
Locatie: Het Stadhuus, Markt 3, 7241 AA Lochem (06-26 07 29 81 van Paul Feelders).

Aanmelden: fritsbooy[at]gmail.com.
Kosten: € 17,50 p.p.
Betalen: NL18 RABO 0140 7488 65 van StOK, o.v.v. Dag van het Oude Kinderboek.

Bereikbaarheid: met de trein: 15 min. lopen, om 10.00 uur zal er bij het station vervoer klaar staan, graag vooraf daarvoor melden; parkeren bij Albert Heijn, Goossens en Lidl (geen controle).

Lunch: o.a. bij De Babbelaar en Hart van Lochem. 

maandag 1 september 2025

Wiske en Suske zoenend

Aha, een opmerkelijk nieuwtje, opgepikt door vele media naar aanleiding van een interview in het AD met tekenaar Charel Cambré.
Het gaat over een op 4 september te verschijnen aflevering in de spin-off-serie van Suske en Wiske die bedoeld lijkt voor een 'volwassener publiek': Suske en Wiske, de helden van Amoras. Citaat uit het interview:
 
Marc Legendre schreef voor deze reeks het scenario, Charel Cambré mocht zich helemaal uitleven aan zijn tekentafel. Over hoe de opzienbarende kus van de populaire striphelden tot stand komt, mag de tekenaar uiteraard niet te veel uitweiden. 'Hoe de vork precies in de steel zit, zal de lezer moeten ontdekken', glimlacht Cambré geheimzinnig.
 
'Maar we zoeken altijd naar een cover die er wat uitspringt. Zeker nu we na Amoras, de saga en De Kronieken van Amoras van start gaan met een derde luik. We willen de mensen wakker schudden en tonen dat we er nog zijn.'
 
Aandachttrekkerij dus. En wel zo:
 

zondag 31 augustus 2025

Wie was er eerder?

Met deze verrassende vraag opent het tweede hoofdstukje in het fraai getekende boek Mens en dier, van designerhond tot haaienzwempak van Stern Nijland, van wie eerder onder meer het grappige Mevrouw Dientje en het leverworstmysterie (Zilveren Griffel 2002) en Het dierendoodboek verschenen.
De verteller weet dat we mensen wetenschappelijk gezien als een soort dieren beschouwen, dus de vraag wie er eerder was, mensen of dieren, is een andere dan de bekende, veel lastiger vraag wat er eerder was, de kip of het ei.
Mensen zijn dieren maar niet alle dieren zijn mensen. Dieren waren er veel eerder. Mensen en mensapen hebben een gemeenschappelijke voorouder. Dat toont de verteller ondubbelzinnig in de twee pagina's na het allereerste stukje, 'Mens & dier'. 
 
 

Als dat eerste stukje al iets duidelijk maakt is het dat de verteller het vooral over dieren met een vacht heeft. Niet uitsluitend, dat blijkt echter pas verderop in het boek. En dan met nadruk over de manier waarop mensen en (andere) dieren met elkaar omgaan. Laatste zin:  
 
Eén ding is in elk geval duidelijk: mensen en dieren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
 
Wat heet... 
En een inzetje:
 
Wat vind jij: morgen mensen goed voor dieren?
 
Wel een heel erg open vraag...  of toch niet?

 
Hoofdstukje 3 (nee, ze zijn niet genummerd) luidt 'Zijn mensen en dieren hetzelfde?'
Een vreemde vraag na het voorafgaande. Maar het geeft onze verteller wel de gelegenheid om 'Overeenkomsten' uit de doeken te doen. Die hebben we vooral met zoogdieren, zo blijkt.
Onder 'Verschillen' glijdt ze dan lekker uit:
 
Mensen en dieren lijken dus best veel op elkaar, maar... we zijn niet hetzelfde. Mensen hebben geen vacht zoals dieren, althans, niet zo eentje die ons lekker warm houdt. Zonder vacht zijn we hulpeloze, blote koukleumen, zeker in de winter.
We hebben ook geen natuurlijke wapens zoals klauwen, of pantsers of schubben als verdediging. We kunnen niet vliegen als een adelaar, zo hard rennen als een reebok of zwemmen als een dolfijn. En onze maag is minder sterk: als we bijvoorbeeld rauw vlees eten, worden we snel ziek of gaan we dood.
Maar gelukkig heeft de weldenkende mens een goed brein om voor al die nadelen oplossingen te verzinnen.
 
Tot zover. Mooi hoor, dat weldenkende brein. Heel vleiend. Twee bladzijden eerder vertaalde ze homo sapiens als weldenkende mens. Te veel eer, mevrouw, te veel eer.
Wijselijk komt in dit boek niet aan de orde wat we onszelf met die weldenkende breinen allemaal hebben aangedaan en nog doen. We proberen onze kinderen nog wel een beetje hoop te geven, niet waar? Al die hongerbuikjes uit Gaza (uit Soedan komen geen beelden) zijn al erg genoeg.
Laten we het bijvoorbeeld nu eens niet hebben over die ruim 75 miljoen Amerikaanse stemgerechtigden die in 2024 een blufferige middelmatige zakenman met een instabiel karakter, de emotionele huishouding van het jongste ettertje van het schoolplein en het leesvaardigheidsniveau van een kleuter tot president kozen. Om eens iets te noemen.
 
Laten we het ook niet hebben over slachterijen. Geen afbeelding in dit boek over een ketting waaraan allemaal geplukte kippen hangen. Of een lading varkens in een vrachtwagen. Zelfs niet als kunst.
In alle eerlijkheid, in de tekst zit (p. 32-33) wél een verwijzing naar megastallen en op p. 44-45 staan enige kritische kanttekeningen bij 'kwelspelen', waaronder stierenvechten.
 
Onlangs was er een overzichtstentoonstelling in Bozar van werk van Berlinde de Bruyckere. Eén beeld van haar volstaat welhaast:

('Lost 1', foto Mirjam Devriendt.)
 
Suggestief, niet? (Dit beeld is overigens gemaakt van epoxyhars, niet van een dood beest.)
 
Zulke afbeeldingen treffen we evenmin in Mens en dier.
Wat wel? Zie allereerst de inhoudsopgave:
 
(Klik op de foto's om ze te vergroten.)
 
Of zie Laika: 
 
  

Op de illustraties is weinig aan te merken, ze verfraaien, houden de aandacht vast en soms vullen ze de tekst aan. En dat Laika haar ruimtereis niet overleefde wordt gemeld, zoals ook het verschijnsel laboratoriumdieren wordt behandeld.
Afgezien van wat niet wordt genoemd, zie boven, is de tekst (voor zover na te gaan) feitelijk o.k., maar wel voor gevorderde lezers van bovenbouw basisschool en ouder, die soms lange lappen moeten doornemen en in één oogopslag woorden als beestenknuffelaar, landbouwmachines en dierenentertainment moeten begrijpen.
 
Wat kleine dingetjes: 
- op p. 31 ontbreekt een woordje onder 'Weetje', 
- de 'wilde kanarie' in het kooitje op p. 49 is veel te geel, 
- op p. 23 komt deze prachtzin voor:
 
Vooral boeren en mensen in ontwikkelingslanden worden erdoor getroffen
 
(boeren en mensen?) 
 
- en 
 
Dierenentertainment was ongelooflijk populair. Het begon allemaal met acrobaten en clowns op paarden. Later kon je allerlei echte wilde dieren zien optreden. Tijgers die door brandende hoepels sprongen of een fietsende beer met een kleurrijk pakje aan.
 
Wel eens het verhaal over 'Daniël in de leeuwenkuil' gehoord? Of over gevechten tussen mannen en wilde dieren in het Romeinse Colosseum?
 
Nou ja, jammer. Maar Mens en dier is hoewel onvolmaakt toch wel een onderhoudend boek, dat tot nadenken kan stemmen over menselijk gedrag. En ja, ook andere dieren dan vogels en zoogdieren komen langs, bijvoorbeeld diverse soorten vissen (o.a. Siamese kempvissen) en insecten (o.a. treksprinkhanen). Maar dan gaat het niet over knuffelen.
 
 
Nijland, Stern. Mens en dier, van designerhond tot haaienzwempak. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1701 0, 92 p.    
 

woensdag 27 augustus 2025

Genootschap

Er bestaan in diverse landen groepen liefhebbers van het werk van Lewis Carroll, die elkaar vinden in  verenigingen, genootschappen, stichtingen e.d. Zo ook in Nederland: het Lewis Carroll Genootschap. Dat laat enkele keren per jaar van zich horen middels een nieuwsbrief, laat diverse publicaties het licht zien, bijvoorbeeld in de Phlizz-reeks, en organiseert jaarlijks een symposium, zie bijvoorbeeld hier. Die symposia bieden soms interessante bijdragen, maar zijn daarnaast ook toogdagen voor Carroll-verzamelaars met een hoog ons-kent-ons-gehalte.
 
 
Het volgende symposium vindt plaats op 20 september in de Gasthuiskapel te Zaltbommel, zie voor het programma hier. Toegang is gratis, de lunch niet (12,50). Maar Zaltbommel is een leuk stadje om in rond te wandelen, waarbij kinderboekliefhebbers de eerste keer vooral de Fiep Westendorp-collectie in het Stadskasteel niet dienen te missen.

zaterdag 23 augustus 2025

Gekke ouwe opa

Onze stenen. Een raadselachtige titel met een raadselachtige auteur.
Wie Jarvis is staat niet uitgelegd. Daarvoor moet je dus op zoek en de man blijkt al heel wat titels op zijn (voor-?) (achter-?) naam te hebben, waarvan ook veel vertaald, zoals De jongen met bloemen in zijn haar en Dank je wel. En deze Jarvis is geen verzonnen personage maar een levend mens, met een minimalistische website, een presentatie op Youtube en zie ook hier.
 
Hoofdpersoon en verteller van Onze stenen, dat misschien beter Onze kiezels had kunnen heten, is een jonge jongen die vertelt over zijn belevenissen met zijn 'gekke ouwe opa' aan het strand. Een kiezelsteenstrand, 'onze plek'. Bij ieder bezoek kozen ze een kiezel uit.
 
Maar op een dag moest opa verhuizen.
 
En ik miste het zoeken naar monsters.
En ik miste de zwart-witte hondjes.
En ik miste De Dartele Danser.
Maar het meest van al... miste ik opa.
Dus toen zei mama:
'Kom, we gaan samen
naar het kiezelsteenstrand.' 
 
Twee stenen nemen ze mee naar opa.
 
Een mooi heimwee-verhaal, vervat in sprekende illustraties en simpele maar doeltreffende woorden.
 
 
Jarvis. Onze stenen. Vert. door Linde van Laerhoven. Lemniscaat, 2025. ISBN 978 90 477 1717 1, 34 p. Oorspr.: Our Pebbles. Walker Books, 2024.  

dinsdag 19 augustus 2025

Alles voor de winst

'Alles voor de winst' heet het tweede hoofdstuk van Het begon met peper, de geschiedenis van Indonesië en Nederland en dat is een treffende kenschets van wat alle veroveraars van de eilanden in de Gordel van Smaragd bezig hield. Hoe dat ging, dat wordt in dit boek onverbloemd verteld en dat is een grote verdienste. Alleen daarom al zou het in geen enkele schoolbibliotheek mogen ontbreken.

 


Een aanklacht, à la Max Havelaar? Nee, daarvoor hanteren de vertellers een te laconieke stijl. En, zoals achterin in 'Lees dit ook nog' staat:
 
Ook jij bent niet verantwoordelijk voor dingen die voor jouw geboorte zijn gebeurd. Maar je moet het wel weten, zodat je ervan kunt leren en kunt voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt. Het is dus fantastisch dat jij dit boek hebt gelezen!
 
Mooi geformuleerd. En optimistisch genoeg om de jonge lezer wat hoop te geven.
Laten we de coltan-mijnen in Afrika nog even buiten beeld houden. Dat is voor een ander verhaal. We hoeven onze kinderen nog niet meteen te verpletteren met de narigheid die ook tegenwoordig nog uitgehaald wordt in de jacht op grondstoffen. Alleen wij volwassenen mogen ons wel realiseren dat 'zoiets' nog steeds gebeurt, al is het wellicht niet meer zo grootschalig als die vier eeuwen waarin Europeanen rijke streken in andere werelddelen overvloedig plunderden. De 'VOC-mentaliteit' zullen we maar zeggen, in 2006 nog aangeprezen door een christelijk geïnspireerde politicus.
 
Terug naar hoofdstuk 2. Eerste tekst, als inleiding:
 
Je weet nu dat Indonesië een land is met prachtige natuur, waar veel bijzondere planten groeien. Die planten, die zijn het begin van het verhaal over de geschiedenis van Nederland en Indonesië. Om bomen en planten uit Indonesië werden namelijk oorlogen gevoerd, mensen vermoord of tot slaaf gemaakt. Want een peperplant was in die tijd net zoiets als een goudmijn. Kijk om te beginnen maar in jullie keukenkastje of in de koektrommel. Zie je kaneel, nootmuskaat of een pak speculaasjes? Gevonden? Dan beginnen we daar.
 
Volgt meteen uitleg over 'specerijen', met name peper, kaneel, kruidnagel, nootmuskaat en foelie. Heel duidelijk allemaal, met afbeeldingen. Helaas niet terug te vinden in het register achterin, dat is wat mager uitgevallen. (Ook Balkenende ontbreekt, al wordt hij, mét die uitspraak over 'VOC-mentaliteit', wel genoemd in het boek.) Fijn is de uitleg van het woord peperduur.
Vervolgens gaat het over vaarroutes, de eerste reizen, handelsposten en zo verder. 'Hoe Nederland rijk werd van Oost-Indië', de ondertitel van het hoofdstuk. Ongeveer de periode 1500-1800. 
Gevolgd door hoofdstuk 3, 'Ploeteren op plantages, onderdrukking in de kolonie', 4, 'Kampen, honger en spoorlijnen , de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië', 5, 'Vrij, maar toch niet vrij, de oorlog om onafhankelijkheid', 6, 'Van korte broek naar winterjas, hoe honderdduizenden mensen moesten verhuizen naar Nederland' en 7, 'Patat met pindasaus, hoe je Indonesië overal in Nederland tegenkomt'. Voorafgegaan door hoofdstuk 1, 'Het land van duizend eilanden, kennismaken met Indonesië'.
Elk hoofdstuk wordt ingeleid en uitgeleid, dat laatste met een samenvatting ('In het kort') en 'Om over na te denken'. Uitstekend en verantwoord gedaan, en overvloedig en goed geïllustreerd. Achterin ook nog een 'tijdlijn', ook een soort samenvatting, genoemd register, bronnen, beeldverantwoording en onder 'Verder lezen' zeven titels, de meeste fictie.
 
De twee citaten hierboven tonen hopelijk ook dat er is nagedacht over de gewenste lezers: kinderen en andere mensen vanaf een jaar of tien. Niet te ingewikkeld, geen tekst over de hoofden van jonge lezers heen. Nog een derde citaat om dat te staven, uit hoofdstuk 1:
 
Magische krachten
 
Indonesiërs en ook veel mensen die in Indonesië gewoond hebben, weten wat guna-guna is. Volgens dit geloof hebben sommige mensen magische krachten. Ze gebruiken spreuken, rituelen of voorwerpen om een probleem voor je op te lossen. De mensen die dit kunnen, noem je dukun. Je kunt naar een dukun als je goede wensen hebt, zoals een goede oogst krijgen, of als je beter wil worden van een ziekte. Maar met de magie kun je ook slechte dingen doen, bijvoorbeeld iemand ziek maken op wie je boos bent, of iemand beheksen.De kunst van guna-guna wordt in sommige families van generatie op generatie doorgegeven. Of de magie echt is of niet, het geloof in guna-guna kan heel sterk zijn.
 
Wijze laatste zin, en de tekst is helder genoeg, tenzij je niet weet wat een ritueel is. (Dat zoeken we op.)
Verder, en dat is een tweede puntje van kritiek na het magere register, wordt niet verteld hoe je woorden als guna-guna, dukun en (p. 17) namen als Puncak Jaya uitspreekt. Jammer! Een uitspraakgidsje had er achterin nog wel bij gekund.
Een derde puntje: onder 'Verder lezen' worden alleen boektitels genoemd, en geen websites. 
 
Deze puntjes van kritiek laten onverlet dat Het begon met peper een kloek en schitterend geschiedenisboek is, informatief, ruim en doeltreffend geïllustreerd, en leesbaar. Zoals al gemeld, het hoort in iedere schoolbibliotheek.
 
 
Boogaars, Marrit, Annemiek de Groot, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal. Het begon met peper, de geschiedenis van Indonesië en Nederland. Illustraties van Dido Drachman. Gottmer, 2025. ISBN 978 90 257 7839 4, 224 p.    
 
 

donderdag 14 augustus 2025

Leo

Dacht Yvonne Jagtenberg aan Caulerpa taxifolia? Leo heeft een haardos waarin van alles blijft hangen, zelfs kammen, ook al is hij slechts vijf centimeter lang. Maar die eencelligheid doet er niet toe, in geen enkel van de 24 verhaaltjes in De eencellige die het leven best wel ingewikkeld vond. 

Er gebeurt wel iets in die 24 verhaaltjes, want Leo komt van alles tegen, vaak ongewild doordat er iets 'aan zijn kop blijft hangen'. 

 
In het eerste verhaaltje wordt al meteen dit verteld:
 
Leo de eencellige was klein en bijna helemaal doorzichtig, maar wel de grootste in zijn soort.
Leo was wel vijf centimeter lang.
Maar dat was niet het enige wat hem zo ongewoon maakte.
Nog veel bijzonderder was dat hij kon nadenken. Echt waar!
En Leo kon dingen onthouden.


Maar hij vindt dat lastig:

Hij hield van een eenvoudig leven.
Slapen. Eten. Zwemmen.
De ene dag zwom hij kriskras door alle gaten in zijn huis. De volgende dag door het wilde woeste water van de Oceaan. 
 
En dan komt hij bijvoorbeeld het mooiste visje tegen:
 
 

Hij brengt soms enige nieuwsgierigheid op of begeeft zich in bijna filosofische gesprekjes, zoals bijvoorbeeld het onderscheid tussen ‘helpende’ en ‘niet-helpende dingen’, of over wat niets is, of wie hij zelf is (zijn spiegelbeeld herkent hij niet), of over liefde. Ze doen een beetje denken aan het werk van Toon Tellegen en Arnold Lobel. 
Maar zulk soort gesprekjes breekt hij echter al snel af. En liefde, o nee, dat nooit, blijkt als de weduwe Roos hem tracht te strikken.


 
De slotsom is dat hij toch vooral niet gestoord wil worden. Slapen. Eten. Zwemmen. 
Leo is. Punt uit, of 'over en sluiten'.

 
Laatste woorden:

Zo ben ik nou eenmaal, Leo de eencellige.
En dat was waar.
 
Deze verhaaltjes komen tot hun recht als ze met regelmatige tussenpozen worden (voor)gelezen. Allemaal achter elkaar lijkt het een bundel cursiefjes.
 

Jagtenberg, Yvonne. De eencellige die het leven best wel ingewikkeld vond. Querido, 2024. ISBN 90 978 451 3077 4, 120 p.