Zoeken in deze blog

donderdag 25 augustus 2011

Verontwaardigd

Indignez-vous! raadt Stéphane Hessel ons aan.
Ik heb het boekje, waarover al zoveel geschreven is en waarvan bijna een miljoen exemplaren verkocht zijn, besteld en gelezen. In het Frans, al bestaat er een vertaling in het Nederlands en al vond ik een beknopte samenvatting. Die diende als openingstoespraak, gehouden door Ivo van Hove, bij de Mars der Beschaving, de naam van de samenvatter wordt niet vermeld. (Ivo van Hove?)
Stéphane Hessel is een man van 93, die deelnam aan het Franse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna een rol speelde bij het opstellen van de Rechten van de Mens.
Zijn vertoog vertrekt vanuit beide: zijn ervaring in het verzet en dan met name de ideeën die de Conseil de la Résistance einde oorlog formuleerde voor een nieuwe samenleving; en de Rechten van de Mens.
De anonieme opsteller van die openingstoespraak, zie boven, heeft dat zo weergegeven:


Wij zagen een land voor ons, waarin niemand voor zijn broodwinning hoefde te vrezen als hij ziek werd. Waar een vluchteling een veilige haven kan vinden, zonder als misdadiger of opportunist afgeschilderd te worden. Wij zagen een land voor ons, waarin verdienste de maat is voor macht en invloed, en niet bezit. Wij zagen een land voor ons, waarin ieder kind, in elk dorp, in elke stad, in elke wijk, de kans krijgt zijn talenten te ontwikkelen. Een land waarin elke vader en elke moeder, ongeacht hun eigen inkomen, het genoegen en de trots kan beleven, om hun zoon of dochter een diploma van de universiteit in ontvangst te zien nemen.


Waar halen ze het lef vandaan, om te zeggen dat er voor deze elementaire zaken geen geld meer is? Geen geld voor fatsoen, voor waardigheid, voor onderwijs, voor schoonheid of voor natuur? Terwijl de macht van het geld nog nooit zo groot, zo onbeschaamd, zo egoïstisch is geweest.


[...]



Ik wil U een voorbeeld geven waar ik zelf een niet geringe hand in heb gehad: De Universele Verklaring van de Rechten van Mens. U kent dit document als de ultieme morele maatstaf; het enige document waarmee het gedrag van zelfs de machtigste staten wordt beoordeeld. En toch: wat is het meer dan een stuk papier? Er is niemand, geen rechter, geen politie, die de mensenrechten kan afdwingen. Het zijn gewoon maar woorden op papier.


Maar tegelijk beschrijven deze woorden de hoogste aspiratie van de mens; een rechtvaardige wereld voor allen. Dat is de hoop, die in dat document beschreven staat. Dat is de onbeschaamde ambitie die wij uitspraken. Zelfs na vijf jaar massamoord en andere verschrikkingen van oorlog en haat, durfden wij niet alleen te spreken over hoop, maar iets in het leven te roepen dat uit louter hoop bestaat.


Interessant is wat weggelaten werd uit die samenvattende toespraak, die vooral lucht moest geven aan de verontwaardiging van kunstinstituties en kunstenaars:
- de uitweiding van Hessel over 'twee visies' op de toekomst: een van vooruitgang en een van wanhoop (hij verwijst naar de zelfmoord van Walter Benjamin) en onverschilligheid ('la pire des attitudes', hierover wel iets in de samenvatting). De hoop die hij put uit het bestaan van organisaties als Amnesty International, Attac en FIDH.
- zijn meest recente aanleiding tot verontwaardiging: de gang van zaken rond Palestinië.
- zijn pleidooi voor geweldloos verzet.
- de twee 'grote nieuwe' uitdagingen die hij ziet: ten eerste het enorme en steeds groeiende verschil tussen arm en rijk, en ten tweede de mensenrechten en de staat waarin de planeet zich bevindt.
Wie wil lezen wat Stéphane Hessel te vertellen heeft, doet er dus erg goed aan het niet bij die samenvattende toespraak bij die mislukte mars te laten en de volledige tekst te bestellen, hetzij de Nederlandse vertaling, hetzij het origineel, dat verscheen bij Indigènes Editions (zie ook hier) maar ook via de (online) boekhandel te bestellen is, en dat hier als pdf te downloaden is.

Ik vond het een warmbloedig en inspirerend vertoog maar miste een grondiger uiteenzetting over wat er allemaal mis is met de wereld, ook al komt deze passage een beetje in de richting:

Mais comment peut-il manquer aujourd'hui de l'argent pour maintenir et prolonger ces conquêtes alors que la production de richesses a considérablement augmenté depuis la Libération, période où l'Europe était ruinée?
Sinon parce que le pouvoir de l'argent, tellement combattu par la Résistance, n'a jamais été aussi grand, insolent, égoïste, avec ses propres serviteurs jusque dans les plus hautes sphères de l'État.
Les banques désormais privatisées se montrent d'abord soucieuses de leurs dividendes, et des très haut salaires de leur dirigeants, pas de l'interêt général. L'écart entre les plus pauvres et les plus riches n'a jamais été aussi important; et la course à l'argent, la compétition, autant encouragée.

(Maar hoe kan nu het geld ontbreken om deze verworvenheden in stand te houden en uit te breiden, terwijl de productie aanzienlijk toegenomen is sinds de Bevrijding, een periode waarin Europa geruïneerd was?
Dat kan alleen doordat de macht van het geld, zo bestreden door het Verzet, nog nooit zo groot, brutaal en egoïstisch is geweest, met eigen dienaren in de hoogste kringen van de staat.
De ooit geprivatiseerde banken zijn nu vooral bezorgd om hun dividend en de hoge salarissen van hun leiders, en niet om het algemeen belang. De kloof tussen de armste en rijkste mensen is nog nooit zo groot geweest, en de wedloop van geld en competitie nog nooit zo aangemoedigd.)

Een echte analyse kun je dit volgens mij nauwelijks noemen. Zo laat hij geheel buiten beschouwing dat die course à l'argent nog een ander kantje heeft: veel van dat geld is virtueel en bestaat uit schulden. Daar worden wij eenvoudige krantenlezers nu bijna dagelijks mee geconfronteerd.
Niettemin heeft hij met die eerste zin wel een punt... en met die kloof ook. Worden wij eenvoudige krantenlezers niet dagelijks geconfronteerd met een dusdanige verdeling van publieke middelen dat vooral de rijkere landgenoten profiteren? Lazen wij onlangs niet over rijke mensen (niet landgenoten) die deze bevoordeling zo gortig vinden dat ze roepen: laat ons maar iets meer belasting betalen? Genieten we dankzij Quote al niet jarenlang mee met onze gefortuneerde landgenoten? Wond Rob Wijnberg zich onlangs (zie hier en mijn blog) voor niets op?

Ook in het klein keert die merkwaardige tendens terug, bijvoorbeeld binnen schoolorganisaties. Deze eenvoudige krantenlezer werd vandaag getroffen door de bijdragen van twee verontwaardigde docenten in de Volkskrant. Anneke Wijma schetst in een wrang stuk de 'slechte positie' van de leraar (en krijgt online naast bijval heel wat sneren naar haar hoofd), Peter Althuizen verzucht 'Bespaar ons weer een proef' met gescheiden jongens- en meisjesklassen en schrijft (niet voor het eerst): doe eens wat aan de kwaliteit van leraren, voorkom dat steeds meer onbevoegden les gaan geven.
En mag ik, met mijn interesse in jeugdliteratuur, nog eens wijzen op die verontwaardigde toespraak van Sjoerd Kuyper in 2009 over de gang van zaken rond uitgeverijen, 'in deze barre tijden waarin alleen nog het gelijk van de vismarkt lijkt te gelden'? (Leesgoed-abonnees, zie ook hier voor een verslag.)

Nou ja, je kan je over van alles en nog wat opwinden. Daarmee wil ik Sjoerd Kuyper en genoemde docenten niet te kort doen, want al strekt hun verontwaardiging strekt zich minder ver uit dan die van Hessel, hij ligt in dezelfde lijn. En ze hebben gemeen dat ze tenminste iets doen met hun verontwaardiging, dat ze die publiekelijk en met argumenten durven uiten en niet beperken tot de kleine kring van vrienden en kennissen op verjaardagspartijtjes en gezellige avonden.
Tegelijk tonen deze en andere uitingen van verontwaardiging dat je vooral heel goed beargumenteerd voor de dag moet komen, anders vervliegt je hartenkreet als een scheet in de wind.

NB. Geen sneer, maar wel een goede repliek op Anneke Wijma kwam in de Volkskrant 31-08-2011 van Aleid Truijens in haar rubriek IJS & Weder: 'Leraren, jammer niet zo, doe iets'. Met als uitsmijter:

'Verbazingwekkend dat zo'n enorme, hoogopgeleide en goedgebekte beroepsgroep niet beter voor zijn vak opkomt. Wie dat wel doet, is Manja Smits, onderwijswoordvoerder van de SP. Onlangs schreef zij een krachtig, glashelder en goed onderbouwd voorstel om dé weeffout in het onderwijs te repareren. Ze stelt voor om het door niemand gekozen machtsblok, de geldverslindende 'raden' van nepwerkgevers, de ondernemers met gemeenschapsgeld, af te schaffen. De bijl in de kleilaag. Het vrijkomende geld kan besteed kan worden aan lerarensalarissen en diplomering van onbevoegde docenten. Leg vast dat geld bestemd voor personeel bij hen terechtkomt, en niet bij interimmanagers en adviesbureaus. Plasterk liet dat na, en Van Bijsterveldt zal nooit haar bestuurlijke CDA-vriendjes uit het zadel lichten. 


Leraren, steun dat plan van Manja Smits luid en publiekelijk, ook op school. Meld je aan bij de BON, of bij de nieuwe vakbond LIA, die beide het belang van goed onderwijs verdedigen. Dóe iets, behalve jammeren als een geslagen hond.'







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen