Zoeken in deze blog

zondag 21 april 2013

De schrijfbijbel

'Elke week krijgen redacteuren nieuwe manuscripten op hun bureau en niet zelden wemelen deze van de spel- en stijlfouten'. Dat is een verzuchting van Claudia van der Werf in De schrijfbijbel, een door Tenpages.com uitgegeven bundel opstellen over schrijven.
Dat scheelt werk, zou ik denken. Weggooien die teksten. (Pardon: beleefd retourneren.) Er verschijnt toch al veel te veel.

Maar dat staat niet in De schrijfbijbel.

Ik zie een tafel waaraan zestien vrouwen en vijf mannen zitten. Ze zijn goed, vaak modieus gekleed, overwegend jong, en kijken nieuwsgierig naar de vrouw aan het hoofdeinde. 'Ik heb een plan,' zegt deze. 'Voortaan krijgen we alleen nog maar topteksten. Dankzij onze schrijfbijbel. Doen jullie mee?'
'Ja,' juichen de twintig aanwezigen.
Valentine, de vrouw aan het hoofdeinde, glimlacht. Ze had hierop gehoopt. Er moet immers geschreven worden, geschreven en nog eens geschreven. Zo bloeit Tenpages, de firma waar zij leiding aan geeft. Soms droomt ze van visitekaartjes waar onder haar naam chief executive officer staat. Dát klinkt pas goed. CEO van de schrijffabriek, 'where books are born'.
'OK, ik heb een strak plan en uiteraard zal het een uiterst verzorgd boek worden. "De beste redacteuren van Nederland" (hier gloeiden de gezichten van de aanwezigen) "over het schrijven van een goed boek", zo'n boek moet dan ook goed geredigeerd worden. Wij gaan daarvoor zorgen.'
Gesterkt en blij togen de dames Hedda Sanders, Hedi de Vree, Marscha Holman, Linda Crombach, Maria Holtrop, Ilse Karman, Ilonka Reintjens, Susanne van Dijk-Diependaal, Willemijn Tillmans, Juliette van Wersch, Claudia van der Werf, Rosanne van Asperen de Boer, Marijke Wempe, Annemijn Joosen,Carla de Jong en Diana Gvozden en de heren Wiebe de Jager, Robin Meeuwisse, Frank Noë, Tomás Kruijer en Remco Volkers naar huis. Dit zou helemaal goed komen! Misschien waren sommigen diep van binnen niet helemaal blij met Tenpages, maar dit was toch een goed idee en wat leuk dat ze gevraagd waren, kwamen ze eens in beeld. Een boeiend proposal (p. 46, 199-204), dit boek.

Zo is het niet gegaan, denk ik. Geen tafel. Wel een verzoek om iets te schrijven over schrijven. IJdelheid gestreeld, via Twitter (bijna alle redacteurs hebben een Twitter-account, dus ze kwetteren erop los) erachter gekomen wie nog meer, enzovoort. Kun je niet weigeren.
Nou, dat laatste verzin ik ook uit mijn duim. Vooruit, gewoon een verzoek om iets te schrijven over schrijven, en dan over een bepaalde kant daarvan.
Zuchtend keek ze in haar agenda. Tjee, morgen inleveren! Dat wordt dóórschrijven vannacht. Enfin, bij Tenpages weten ze van redigeren. Toch?
Er zitten weliswaar geen redacteurs in het team (of ze worden niet genoemd want onbelangrijk), maar wel een redactiecoördinator en zelfs een lead developer.




Daar ligt het boek, waar ik als would be-aspirant-auteur reikhalzend naar heb uitgekeken.
Het staat erop, als ondertitel: 'De beste redacteuren van Nederland over het schrijven van een goed boek. Werkzaam bij de uitgeverijen Nijgh & Van Ditmar, Luitingh-Sijthoff, Eburon, Xander Uitgevers, Prometheus, De Fontein, The House of Books, Kluitman, Karakter Uitgevers en Atlas Contact, een initiatief van TenPages.com.'
De achterkant mag er ook wezen:
'In De schrijfbijbel voeren de beste redacteuren van Nederland je mee over de woeste golven van het schrijverschap. Deze redacteuren weten als geen ander aan welke schrijfregels jij je moet houden én welke je overboord mag gooien. Ze leren je in De schrijfbijbel de kneepjes van het vak: hoe zet je een geloofwaardig personage neer? Hoe zorg je voor dat steengoede, verrassende plot?
Deze beste redacteuren van Nederland werden met zorg geselecteerd: de ene ontdekte de Vijftig tinten-trilogie, anderen werkten samen met grote bestsellerauteurs als Connie Palmen, Carry Slee en Jill Mansell. Daarnaast beslissen zij over het lot van veel beginnende auteurs. Misschien ook wel over dat van jou...'
Het staat er, ik verzin het niet.
De pretentie is er. Wordt die ook waargemaakt?

Om te beginnen staat er op p. 167 een goed advies:
'Ik begin nooit als ik niet weet wat ik ga schrijven. Achter de machine zitten wachten op inspiratie is een kansloze onderneming.' Dat advies komt van een geciteerde auteur, Peter Römer, niet van een van de redacteurs.
Ik verander het in: als je niet weet wat je wil schrijven, begin er dan niet aan.
Je, want zo word ik als lezer ook aangesproken in het boek. Zie ook de hierboven geciteerde tekst op de achterkant, de flaptekst.

Valentine prijst de door haar uitgegeven schrijfbijbel in haar inleiding aldus aan:
'Deze schrijfbijbel is zo inspirerend geworden dat je zelfs als niet-schrijver zin krijgt om aan de slag te gaan. Toen ik hem voor het eerst las, nadat mijn collega's Eva, Nick en Anna er al maandenlang op hadden geploeterd (jawel, ook de redacteuren moeten ploeteren), werd een drang aangewakkerd die ik samen met mijn middelbareschooljaren achter dacht te hebben gelaten. Ik kreeg ongelofelijke zin om een boek te schrijven.'
Wat leert mij dit citaat?
Ten eerste dat deze uitgever pas leest wat ze uitgeeft als het boek bijna klaar is. Dat getuigt van groot vertrouwen in haar medewerkers, maar ook van een zekere luiheid, vind ik.
Ten tweede dat er maandenlang op geploeterd is. Dat heb ik er niet aan kunnen af zien. Daar kom ik uiteraard op terug.
Ten derde, dat een drang tot schrijven kennelijk kan voorkomen uit instructie, en niet uit een verhaal dat nodig uit een hoofd naar een reeks letters moet verhuizen.

Dat laatste tekent dit boek. Het lijkt zich te richten tot mensen die graag willen schrijven, maar niet precies weten hoe of wat. Misschien wel tot mensen die 'commerciële fictie' (p. 162) willen schrijven. (Wat is het tegenovergestelde van 'commerciële fictie'?)
In afdeling 1, 'Wie is jouw literaire alter ego? - doe de test', mag ik een test doen. Want ik 'sta op het punt om de geheimen van het schrijversvak te ontrafelen'. Vraag 1 echter vooronderstelt dat ik al lang aan het schrijven ben, en ik mag kiezen tussen vier manieren waarop ik dat doe, waaronder b), 'Ik ben een beest met woorden. Ik open mijn tekstverwerker en typ alsof er geen morgen bestaat.' Als ik zo ver zou zijn, zou ik deze schrijfbijbel geen blik waardig keuren. Dat geldt ook voor a), c) en d).
Vraag 2 dan. 'Veel schrijvers hebben een passie voor een bepaald genre.' Jakkes, dit lijkt wel een artikeltje voor Linda, of zo. Zou Stephen King echt een 'passie' hebben voor 'horror-elementen'?
Vraag 3. 'De ene auteur gaat een marathon rennen om ideeën op te doen, de volgende auteur kiest haar eigen gezinssituatie als bron voor haar werk. Waar haal jij je inspiratie vandaan?' Ja zeg, koop ik dáárvoor een schrijfbijbel? Let ook op dat 'haar' voor 'gezinssituatie', een woord trouwens dat zo uit de rapportage van een eerstelijnspsycholoog zou kunnen komen.
Nee, die hele afdeling 1 kan van mij de prullenmand in.
Nou vooruit, nog twee citaatjes dan.
'Er zijn verschillende manieren waarop je een betere schrijver kan worden. En optie is om veel werk van andere schrijvers te lezen. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk om zelf veel te schrijven.' Wat een vondst! En wat een blamage voor die eminente auteurs die juist heel weinig schrijven.
'Interessante actualiteiten bieden vaak stof voor fascinerende boeken.' Je méént het...

Afdeling 2 biedt 'acht oefeningen en een mestbloem - schrijfoefeningen'. (Alsof ik éven zou denken dat het om gymnastiekoefeningen zou gaan.)
Vreemd dat die oefeningen worden geboden vóór afdeling 3, het 'starterspakket'.
De kopjes boven de opdrachten geven wel een mooi kijkje op de huidige beoordelingscriteria: 'laat zien, laat zien', 'de waarheid of je leven' (denk aan die actualiteit...), 'zoommm', 'zeg het met dialogen', 'begin je zin' (varieer je zinsopbouw) (die is speciaal voor Dimitri Verhulst, Godverdomse dagen op een godverdomse bol), 'de eerste indruk' (d.w.z. de eerste zin), 'olala! een goede seksscène schrijven' (waarin een voorbeeld wordt gegeven van een 'goede seksscène' die mij beslist jeuk bezorgde) en 'verhalen in een nieuw jasje' (verhalen bewerken, eerste voorbeeld De kronieken van Narnia, die dus een bewerking zouden zijn van Tolkiens werk).
Uit 'de eerste indruk' nog een vreemde tip:
'Je kunt legendarisch beginnen:
   De portier is een invalide. (Uit: Nooit meer slapen van W.F. Hermans)'
Maar die zin was helemaal niet legendarisch toen Hermans hem schreef. Dus wat bedoelt de geachte 'redactie' (auteur van deze afdeling) met legendarisch beginnen? Dat je een zin van een ander leent?

'Het starterspakket' (afdeling 3), 'Het bureau (4) en 'De werkelijkheid is soms vreemder dan fictie' (5) lijken mij de kern van deze schrijfbijbel. Hier staan de tips voor mij als onzekere schrijver, nadat ik me eerst door 'Morgen begin ik echt' heb heen gelezen. Daarin staan enkele praktische tips, maar ook onzin als dit:
'Als je begint met schrijven, kies dan een onderwerp dat je goed kent. Blijf dicht bij huis. Waarom zou je de president van Amerika vermoorden als je ook Willem-Alexander als doelwit kunt nemen.'
Hoezo is die man, die ik alleen van krant, internet en tv ken, dichter bij huis? Dan zou ik toch beter mijn geliefde kunnen vermoorden? (Zie Woensdag gehaktdag, wordt zelfs genoemd in dit boek, p. 120.)
En als het goed is, heb ik mijn onderwerp allang gekozen. Zo niet, dan geef ik mijzelf een uitstekend advies: begin niet.

Ach, zo kan ik nog alinea's lang doorgaan.
Ik zal niet beweren dat er geen enkele behartenswaardige tip staat in dit boek. Maar er is heel veel redundantie: met echt streng redactiewerk zouden die drie afdelingen die ik noemde tot één handzaam hoofdstuk gekrompen zijn. En er wordt soms ongelofelijk gebabbeld.
'Even los van de vraag "of je mooi kunt schrijven" geloof ik dat het schrijven van een boek, van zowel fictie als non-fictie, te leren valt. Vereiste is dan wel dat je systematisch aan de slag gaat en dat je bereid bent kritisch te zijn over wat je op papier zet.' (p. 74)
'De keuze van het decor kan ook helpen bij het overbrengen van een specifiek gevoel.' (116)
'De beginzin is de zin waarmee je de lezer aan zijn haren het verhaal in sleurt en een voorproefje geeft van wat hem of haar te wachten staat. No pressure, maar een beginzin is belangrijk.' (130)
'Te midden van al het woekerend talent zal je je moeten onderscheiden. En dat doe je door origineel te zijn.' (134)
'Ik ben opgevoed volgens de drie 'R'en: Rust, Reinheid en Regelmaat. Je denkt misschien: wat tuttig! - maar ik vind het een uitstekend startpunt, en waarom zou je dat niet vertalen naar je schrijversleven? Vergeet het beeld van de kunstenaar die met volle asbakken, dure vulpennen en mooie vrouwen om zich heen een nieuw meesterwerk realiseert. In de praktijk zijn schrijvers net gewone mensen en creëren zij voor zichzelf de meest prettige omgeving om te schrijven. En die is vaak saaier dan je denkt. Sterker nog, die is waarschijnlijk net zo alledaags als die van jou!' (166) Wat een geouwehoer en Claudia gaat er nog ellenlang mee door.

Ik houd ermee op en bespaar u de afdelingen 6 en 7, die gaan over wat er met een ingeleverde tekst gebeurt, met natuurlijk aandacht voor Tenpages ('Zo kan het ook', 244-254). Ook hiervoor geldt: soms zinnige tips, maar veel gebabbel en redundantie.
In de laatste afdeling (8) de verhalen van de winnaars van de Schrijfbijbel- & Tenpages.com-schrijfwedstrijd, 2012.

Als dit de beste redacteurs van Nederland zijn, zijn ze vergeten hun eigen bijdragen te redigeren. Het is mij een raadsel wat die Eva, Nick en Anna in die maanden ploeteren hebben gedaan.

De schrijfbijbel, de beste redacteuren van Nederland over het schrijven van een goed boek. Tenpages.com, 2013, ISBN 978 90 91553 4. Ook als e-boek te koop.









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen