Zoeken in deze blog

maandag 13 juli 2015

'Alsof de lezer erbij is'

Dat Annet Huizing in Hoe ik per ongeluk een boek schreef diverse keren reclame maakt voor een product van Apple vergeef ik haar graag, zoals ik haar ook graag vergeef dat de vader die eerst de gewoonte had om bier uit een flesje te drinken (p. 44) op p. 72 rondjes met zijn bierglas draait alsof-ie dat altijd deed. ('Vroeger noemden wij dat bier met slagroom.') 't Is niet onmogelijk.
Verder vergeef ik haar graag dat ik de titel wat vreemd vond, want naar mijn indruk wou Katinka niets liever dan een boek schrijven, en vergeef ik haar ook graag dat ze naar mijn idee een belangrijk schrijfprincipe (vraag je af wie het verhaal vertelt) pas laat aan bod laat komen, en misschien is dat ook te lastig voor schrijfgrage kinderen.

Want afgezien van deze kanttekeningen is het een juweel van een verhaal.

Eerst een samenvatting. Dertienjarige hoofdpersoon en verteller Katinka Kapteijn wil schrijver worden en gaat naar overbuurvrouw Lidwien voor advies, want Lidwien is een bekende auteur. Elke week helpt ze Lidwien tuinieren, terwijl ze tips krijgt over schrijven. Een houvast in roerige tijden, want haar vader krijgt kennis aan ene Dirkje en die gaat al snel een belangrijke rol spelen.
Al schrijvend wordt ze bovendien nieuwsgierig naar haar moeder, die overleed toen ze drie was. In een pijnlijke scène ontploft ze als een dienster Dirkje aanziet voor haar moeder, nadat eerst al (ze waren juist gezellig samen aan het winkelen) Dirkje haar een jurk aanbeval die precies leek op een jurk van haar moeder. Dirkje ruimt even het veld, maar het komt allemaal goed, dit is een verhaal met een happy end.

Een verhaal in een verhaal. Katinka wil schrijver worden (verhaal 1) - en slaagt daar fictief in met dit boek. En, verhaal 2, Katinka leert opnieuw leven zonder moeder, ze maakt een ontwikkeling door volgens de beste tradities van de romankunst. Zoals ook uiteengezet in verhaal 1. Dat wordt bovendien door de verteller nog eens, zogenaamd achteraf, becommentarieerd, in blauwe letters. Een kunststukje dat hier goed uitpakt. Het is natuurlijk zo onwaarschijnlijk als wat, maar ik werd als lezer snel overgehaald om erin mee te gaan, to suspend my disbelief, zoals dat heet in een aan Samuel Coleridge ontleende Engelse term die in verhaal 1 niet voorkomt.
Ik ging daarin mee doordat het eerste stukje meteen alle thema's introduceert. Het start met de zin

'Best lastig als je moeder dood is.'

beschrijft dan wat doorsnee-reacties van mensen, eindig met de opvallend andere reactie van Dirkje.

'Dirkje was anders. Dirkje schrok niet, ze sloeg haar hand niet voor de mond, ze sloeg haar armen niet om me heen, ze kreeg geen tranen in haar ogen en ze zei niet "o, wat erg".
Ze zei alleen maar "o" toen ik het haar vertelde. Gewoon "o", met haar rode gelipstifte lippen.'

En dan volgt dit in blauwe letters, net als hier:

'Dit stukje heb ik twaalf keer herschreven.
Twaalf!
En dat is heel normaal volgens Lidwien. Zelfs doorgewinterde schrijvers produceren soms maar één zin op een dag, zegt ze.
Eén!
En die ene zin verdwijnt dan ook nog in de prullenmand.'

Vlot geschreven, leesbaar voor de gemiddelde dertienjarige - maar niet noodzakelijkerwijs het product van een schrijvende dertienjarige. Dat beetje onwaarschijnlijkheid aanvaard ik.
Ik aanvaard ook dat Katinka dagdroomt over beroemd worden. Past bij de huidige nadruk op competitie, willen uitstijgen boven anonimiteit.

'Katinka Kapteijn, van harte gefeliciteerd met de AKO-literatuurprijs. Hebt u als gevierd schrjfster, want zo mag ik u na vier bestsellers wel noemen, nog een tip voor beginnende schrijvers?
'Nou, meneer Van Nieuwkerk, daar kan ik kort over zijn. Het is dezelfde tip die ik kreeg toen ik begon: je moet niet meteen een roman willen schrijven. [...]'

Die schrijftips:
- eh, niet meteen een roman willen schrijven.
- afkijken bij schrijvers die je bewondert
- 'je mag in het midden beginnen en van daaruit terugkijken en vooruitkijken, dat is veel spannender'.
- eindig eventueel met een cliffhanger, dan 'willen je lezers weten hoe het verder gaat'. (Deze tip suggereert wél een roman, of vervolgverhalen.)
- dialogen, 'wat mensen níet zeggen is minstens zo belangrijk als wat ze wel zeggen'.
- jawel hoor, 'show, don't tell', 'laat het zien, in plaats van het te vertellen.'
- introduceer personages in stukjes en beetjes, beschrijf ze niet van top tot teen, 'de lezers leren je vader kennen door wat hij doet, wat hij zegt en hoe hij praat'.
- 'bedenk niet alleen wat je gaat opschrijven, maar ook wat je weglaat'.
- 'waar het om gaat is de worsteling. De worsteling die iedereen wel ergens mee heeft. Dáár zit het verhaal.'
- 'een belangrijk instrument is de tijd. Je kunt versnellen of vertragen. Zomaar tien jaar overslaan met een enkele zin.'
- perspectief. Lidwiens eerste schrijfopdracht was: 'zet je eerste herinnering op papier. Schrijf in de tegenwoordige tijd en beschrijf de situatie vanuit de ogen van het kind dat je toen was'.

Zo'n lijstje is een zeer beknopte handleiding, met typisch hedendaagse trekjes, waaronder het beruchte 'show, don't tell'. Dat zit hem erin dat de onzichtbare verteller al decennialang populair is, wellicht in samenhang met de opkomst van de film. De verteller mag niet opvallen, behalve als hij zelf een personage is. De verteller als registrerend camera-oog en een term als perspectief, die Lidwien hanteert, past daar goed bij, net als de aanbeveling te schrijven 'alsof de lezer erbij is'.
Het gaat niet altijd even strikt, sommige registreerders dringen diep door in het gedachten- en gevoelsleven van (meestal, maar niet altijd één) personage. Dat wordt natuurlijker door van zo'n personage een verteller te maken, we hebben dan wat met een kinderlijke (maar ook door veel recensenten gehanteerde) term een ik-verhaal heet, waarvan Hoe ik per ongeluk een boek schreef een voorbeeld is. In sommige verhalen, maar niet hier, leidt dat tot oeverloos (soms briljant) geleuter.
Die tip van die cliffhanger is ondanks de term heel oud, want die is bedoeld om de aandacht van het publiek vast te houden en is veel effectiever dan het op tv vaak gebezigde 'Blijf kijken!' voor het reclameblok. De opperromantische kunstenaar in zijn hutje hield zich er wellicht niet mee bezig, maar wel eenieder die voor een levend publiek stond of moest leven van de opbrengst van een feuilleton (Dostojevski!), en zo ook de auteur die zijn denkbeeldige publiek wil vasthouden en uitbreiden.

Dat Annet Huizing juist zo'n constructie maakte, werd begrijpelijk toen ik een blik op haar website wierp. Ze doet aan schrijfbegeleiding! Het bloed kruipt...
Lemniscaat liet het boek vergezeld gaan van een schrift, waarin de beginnende schrijver meteen kan gaan pennen, met onderaan de gelinieerde pagina's tips uit het boek. Om er meteen een laptop bij te leveren, het instrument waarmee Katinka (en wellicht ook Annet) schrijft, was te begrotelijk, neem ik voetstoots aan.

Verhaal 2 zit dus als het ware verstopt in de schrijfoefeningen van verhaal 1, maar dat deert allerminst. Alsof ze een volleerd auteur is (zie boven, onwaarschijnlijkheid) beschrijft ze de gebeurtenissen. Met zoals al gemeld een mooi dramatisch hoogtepunt, en (nog niet gemeld) nóg een (film over haar moeder), en een gelukkige afloop. Sterker, ook schrijfster Lidwien maakt een ontwikkeling door, compleet met writer's block, in die zin is het een dubbelportret.
De combinatie maakt Hoe ik per ongeluk een boek schreef tot een onalledaags boek. Twee verhalen in één, eigenlijk uiteraard één verhaal.

Fascinerend vond ik dat er op een andere manier wel degelijk twee verhalen blijken te zijn: het een zit in het hoofd van de auteur, het andere is het resultaat in woorden. Hoe anders kan Lidwien adviseren 'in het midden' te beginnen? Welk midden? Wat 'het midden' is blijft voor altijd virtueel, want ieder verhaal begint immers bij het begin. Zie boven, eerste zin. En uit het advies 'weglaten' volgt dat er kennelijk meer in het hoofd zit dan er uiteindelijk in woorden terechtkomt.
Vervolgens begint ik als lezer mijn eigen aanzet tot een virtuele, tweede verhaal te maken, een soort uitvoerige constructie in woord en beeld, geen storyboard maar een reader's board, en in een min of meer chronologische volgorde die niet start bij genoemde eerste zin, maar bij wat eraan voorafgegaan moet zijn en die eerste zin roept dat meteen op, want zij had dus een moeder.
Zou ik die constructie trachten te verwoorden ('vertel na in eigen woorden', brrr), dan zou het resultaat een saaie waslijst worden.
Zou ik die willen veranderen in een boeiend verhaal, dan beginnen we weer van voren af aan, dan word ik de auteur die een verteller uitvindt die een verhaal vertelt. Is dat dan hetzelfde verhaal? Ja, als je die virtuele constructie, die waslijst, als verhaal beschouwt. Nee, als je de woorden op papier (of uit de mond van een levende verteller of acteur) als verhaal beschouwt.
Er was eens een verhaal.
Dames en heren, het lijkt wel literatuurwetenschap.

En dat naar aanleiding van dit verhaal. Petje af voor



Annet HuizingHoe ik per ongeluk een boek schreef. Lemniscaat, 2014. ISBN 978 90 477 0159 0, 128 p. Bekroond met een Zilveren Griffel in juni 2015.











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen