Zoeken in deze blog

donderdag 21 maart 2013

Einde Leesgoed

Op 28 februari maakte ik er al gewag van: het laatste nummer van Leesgoed verscheen. 'Dit allerlaatste nummer is in week 9, 2013 in druk verschenen, de website wordt niet meer bijgewerkt', staat te lezen op de bijbehorende website. Het laatste laatste nieuws dateert van 11 maart. Wie nog nummers wil bestellen uit de jaargangen 2009-2011, krijgt ze voor € 5,-. 'Voor slechts € 5,- per nummer leest u spraakmakende interviews, boeiende artikelen en handige lestips uit het verleden. Reageer snel, want op=op!'
'Uiteraard zijn de nummers van de laatste jaargang, 2012, ook verkrijgbaar zolang de voorraad strekt, maar dan tegen het reguliere tarief van € 11,95 per nummer, inclusief btw, exclusief verzend- en adminisatratiekosten.'

Het is een waardig afscheidsnummer, in dubbele zin, want er wordt ook afscheid genomen van Jan Simoen, die in de nacht van 4 op 5 januari jl. overleed. Hoofdredacteur Karin Kustermans staat in haar redactioneel bij dat overlijden veel langer stil dan bij het afscheid van Leesgoed. Daarover meldt ze dit:
'In de marktlogica van het bedrijf brengt dit blad niet voldoende op. Te weinig advertenties, te weinig abonnees, te weinig geld dus. De redacties van Leesgoed en Boekidee kunnen alleen maar hopen dat ons blad jullie, onze om en bij de 1.500 abonnees en nog meer lezers, wél iets heeft opgeleverd. Inspiratie, inzicht, leestips, prikkels, schoonheid... Wij hebben dit blad elke keer weer met veel liefde en plezier voor jullie gemaakt. We hopen dat jullie ervan genoten hebben en danken onze trouwe lezers.'

Aan Jan Simoen worden vervolgens (na de gebruikelijke en mooie dubbelpagina 'Beeld', deze keer uit Een zondag met Caillebotte van Toon Tellegen en Ingrid Godon, vast niet per toeval een fraaie Nederlands-Vlaamse productie) vijf pagina's uitgetrokken, inclusief een paginavullende foto en 2,5 pagina citaat: zijn laatste nieuwsbrief, waarin hij zijn naderend einde aankondigt. Een tumor die niet meer te bestrijden valt.
Of dat niet teveel is, 5 pagina's In Memoriam? Misschien niet als je die nieuwsbrief ziet als een staaltje van zijn schrijverschap, maar ik twijfel.
De alternatieve Woutertje Pieterse Lezing (dank, Ted van Lieshout) van Stefan Bosmans vind ik wel zonde van de pagina's. Ten eerste omdat het een reactie is op een Woutertje Pieterse Lezing 2012 door Edward van de Vendel waarvan niet vermeld wordt waar je die kan vinden, hetgeen teveel ons-kent-ons vooronderstelt, ten tweede omdat volstaan had kunnen worden met de zes stellingen van Bosmans:
1. Er bestaat geen boek dat geschreven is voor elk kind.
2. Er bestaat geen kind dat gemaakt is voor elk boek.
3. Voor elk boek is er wel een lezer.
4. Voor elke lezer is er ook een boek.
5. Daarom is elk kind een potentiële lezer.
6. Een leescarrière kan je sturen, kan je doen groeien... Maar dat vraagt dan wel begeleiding.
Aan Stefan had dan gevraagd kunnen worden elk van de stellingen kort toe te lichten, en aan Edward van de Vendel om erop te reageren. Was veel interessanter geweest.

Het artikel 'Bij een afscheid' (en nu wordt dat van Leesgoed bedoeld) heb ik op 28 februari al aangestipt: 'Karin en redactiegenote Wendy de Graaff schreven een zeer lezenswaardig afscheidsartikel, een "visie" op hoe het met de jeugdliteratuur "is gesteld" (niet zo goed, ondanks of juist door de enorme aantallen titels), betogen (wat mij betreft terecht) dat er meer dan ooit behoefte is aan gezaghebbend overzicht, en laten dit artikel volgen door een naschrift van henzelf onder de titel 'Nou en?' Nog eens een fel pleidooi voor literatuur, ook voor kinderen, en voor aandacht voor die literatuur.' Ik kan me er alleen maar bij aansluiten, en wat jammer dat de tekst niet meer op de website van Leesgoed te lezen zal zijn. Dat vrees ik althans, zie boven.

Ik citeer toch maar even uit dat artikel:
'Aidan Chambers stelde in een interview in Leesgoed: "Het belang van lezen gaat echt niet alleen over een fijn tijdverdrijf, over leesplezier. Het belang van lezen hefet niets te maken met liever een boek lezen dan naar een voetbalwedstrijd of een film gaan. Het is geen keuze. Het is essentieel. Flaubert zei: ik lees om te leven. Wij zouden moeten zeggen: we lezen om te overleven."
Als het alleen maar om lezen als een leuke hobby zou gaan, dan hoefden we ons er ook helemaal niet zo druk over te maken. Maar als lezen zo belangrijk is als Chambers en vele anderen met hem beweren - en dat is het, natuurlijk - dan moeten we ook onder ogen durven te zien dat ook wat er gelezen belangrijk is. Dat het ene boek meer te bieden heeft dan het andere.
Dat kinderen recht hebben op de beste boeken die we hun kunnen bieden. Dat rommelig maakwerk een aanfluiting is van wat lezen kan betekenen. Dat een eenzijdig, door bestsellerkoorts gedicteerd aanbod jonge lezers kansen ontneemt om de genoemde voordelen te ervaren. Dat prachtige kinderboeken een cadeau voor het leven kunnen zijn.'

Dat is allereerst een stellingname tegen de veelgehoorde kreet: áls ze maar lezen, doet er niet toe wat. Teveel gefrustreerde wanhoop klinkt in zo'n kreet door.
Ten tweede is het een onomwonden stellingname voor opvoeden, voor educatie. Ja, beste aanhangers van het literaire oordeel, wie zich bezighoudt met kinderen voedt nu eenmaal op en zodra je dat beseft (zoals iedere ouder doet), kun je dat maar beter naar beste kunnen doen. Dus wie zich bezighoudt met het aanbod van boeken (en andere teksten en culturele uitingen) voor kinderen, is bezig met opvoeden, met educatie. Voor mijn part noem je dat kunsteducatie. En dan is de boekenplank geen grabbelton, dan kies je er het beste uit dat je denkt te willen aanbieden aan je kinderen - of leerlingen. Verantwoorde selectie, heet dat. Verantwoord in die zin dat je bereid bent je keuze te verantwoorden, als opvoeder en uit respect voor de kunstenaars.
Inherent aan deze stellingname is de aanname dat wij volwassenen onze kinderen iets kunnen leren. Dat betekent niet dat wij volwassenen zelf de wijsheid in pacht hebben: vermijd mensen die denken alles al te weten! Maar als het goed is, zijn wij simpelweg al een stukje verder op weg, en delen we onze ervaring met alle kinderen (en volwassenen) die ons zijn toevertrouwd. Ugh.
Als het niet goed is, tja, dan belanden we in duisterder hoeken van de samenleving.
Ten derde wordt hier geponeerd dat lezen 'essentieel' is. Die mening deel ik. Een enorm deel van onze kennis en ervaring ligt opgeslagen in teksten.
Ten vierde wordt indirect ('bestsellerkoorts') gewezen op de dubbele positie van de handelaar, in dit geval te vinden in uitgeverijen en boekwinkels. Enerzijds is er de handelaar die naar eer en geweten het beste wil bieden dat hij of zij vindt, en daarmee iets hoopt te verdienen. (Want ook handelaren willen leven.) Anderzijds is er de handelaar die zo snel mogelijk zo rijk mogelijk wil worden, doet er niet toe hoe, de handel in bedrukt papier lijkt per toeval gekozen. Het beste is in de opvatting van deze handelaar dat wat het snelst geld oplevert. Beide typen vind je soms in één bedrijf verenigd, maar de verschillen zijn duidelijk en helaas trekt in deze harde wereld de louter op winst beluste handelaar vaak aan het langste eind.

En voor alle zekerheid: de 'beste boeken' zijn niet per definitie de onleesbare boeken. Ik noem één voorbeeld: Matilda, van Roald Dahl.

Met dit artikel heb ik meteen genoemd wat er volgens mij uitspringt. Het komt, denk ik, uit de tenen van de auteurs.
De overige, nog niet genoemde bijdragen zijn lezenswaardig, maar niet spraakmakend.
Dat geldt voor de column van Marian de Smet, over het einde van een verhaal, voor de Top Tien van Gideon Samson, het interview met het duo Janneke Schotveld en Annet Schaap, het interview met (vertrekkend, al weer een einde) boekwinkelier Lia Reedijk, de recensies, de praktische en dus uitvoerenswaardige tips in Boekidee, de column 'Magie' over leren lezen van (oud-Leesgoed-redactiegenoot) Wim Hofman.

Al mogen deze bijdragen niet spraakmakend zijn, ze zijn allemaal met zorg gemaakt, en die zorg, die niet door handelsbelangen ingegeven bekommernis om het kinderboek die Karin Kustermans en Wendy de Graaff hier zo goed onder woorden brachten, die gaan we nog missen.

NB. Achteraf zag ik nog eens het interview met mij door Wendy de Graaff in Leesgoed 2010-6 terug. Ik citeer mijzelf:
'Ik vrees dat in de nabije toekomst een tijdschrift-websitecombinatie als Leesgoed zonder enige subsidie (intern of extern) of sponsoring niet meer kan bestaan.'
Waarvan helaas acte.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen