Zoeken in deze blog

zondag 3 maart 2013

Tijdgenoten

In maart gaat in Vlaanderen de Jeugdboekenweek van start onder het motto Een zee van tijd. Ter gelegenheid daarvan organiseerde Stichting Lezen Vlaanderen met steun van diverse kanten een symposium Tijdgenoten. Het vond op 27 februari plaats in de Hof van Liere, een fraaie locatie van de Universiteit Antwerpen, in het centrum van de stad. Er was een aantal sprekers van naam en faam opgevoerd, dus toog ik er heen, nieuwsgierig naar wat ze te melden hadden in de relatief korte tijd die hun was toebemeten.



Rita Ghesquière (universiteit Leuven) opende met 'De stuurlui aan wal, enkele reflecties over onderzoek naar jeugdliteratuur', een reprise (met nieuwe elementen) van een lezing die ze in 2010 hield tijdens een symposium in Tilburg, met tien stellingen.
Die stuurlui aan wal zijn de onderzoekers, die met hun verrekijker turen naar de passerende schepen van de literatuur, en voorzover ze zich toespitsen op jeugdliteratuur trachten ze die te ontwaren en te beschrijven. Zij staan, de vloot vaart verder. Mooie metafoor, evenals die andere die ze nu en in 2010 hanteerde: het plein van de jeugdliteratuur mag dan kleiner zijn dan dat van het belendende plein van de literatuur voor volwassenen, maar het zit vol mooie hoekjes en er komen interessante zijstraten op uit: beeldende kunst, didactiek, pedagogiek en meer.
Maar nu die stellingen.


1. Wij zijn tot bedelen gedoemd. Want er zijn concurrenten van formaat als het om de financiële middelen gaat en de roep om maatschappelijk nut is groot. Onderzoekers van jeugdliteratuur moeten leuren.



2. We hebben een late start in vergelijking tot andere landen en andere takken van wetenschap. Bovendien bestond de studie van jeugdliteratuur lange tijd vooral uit het maken van overzichten. En het werd overheerst door allerhande goede bedoelingen van van opvoeders en wereldverbeteraars... Overigens toont het plaatje dat ze het, zonder dat hardop te zeggen, vooral over de Vlaamse onderzoekers had.



3. ... en daar komt dus het opgeheven vingertje, dat goed onderzoek in de weg zit.



4. Door deze en andere oorzaken blijft het onderzoek van jeugdliteratuur tot op heden een apart gebied, niet vanzelf opgenomen in de wereld van de literatuurwetenschap.
In dit verband haalde ze Sjoerd Kuyper aan, uit zijn roemruchte Annie M.G. Schmidt-lezing:






5. Is de term jeugdliteratuur wel zo goed gekozen? De term wordt voortdurend geproblematiseerd. Zij noemde hem niet, maar ik wel als voorbeeld: de titel Literatuur zonder leeftijd, periodiek over eh, ja, toch wel jeugdliteratuur. En de titel Jeugdliteratuur bestaat niet, van Peter van den Hoven, in dit blog uitgebreid besproken.



6. Ja, een paar kinderen graag, want het is volgens Rita Ghesquière zinloos om de meningen van kinderen over toch in principe voor hen bedoelde literatuur buiten beschouwing te laten. De stellingname van Bregje Boonstra kon ze niet delen.



7. Dat jeugdliteratuur voor alle leeftijden is kun je ook omdraaien: alle literatuur is voor kinderen. Alleen kunnen die soms nog niet zo goed lezen, dus passen we aan. Goethe für Kinder, ook op cd. Geen nieuw principe, natuurlijk. Zie Illustrated Classics en vele andere bewerkingen. Maar wel bewerkingen...



8. Juist door de vele dwarsverbanden kan onderzoek van jeugdliteratuur bruggen bouwen. Maar het gevaar van splendid isolation blijft.



9. Die dwarsverbanden, zoals al genoemd met beeldende kunst, pedagogiek, didactiek enzovoort, plus de relatief lage status, moeten van de jeugdliteratuuronderzoeker wel een duizendpoot maken wil hij of zij geen eenzame fietser worden.



10. Mogelijkheden genoeg dus.

Sara Van den Bossche (Universiteit Gent) vervolgde met een relaas over de canonisering van Astrid Lindgren. In Zweden aanvankelijk (1946) nog onderwerp van enige discussie, in het nederlandstalig gebied echter van begin af aan positief ontvangen en langzaamaan uitgegroeid tot icoon.



En de verklaring? Hieronder de trefwoorden die Sara Van den Bossche bijeen gaarde uit diverse reacties:




Het zal al wie zich decennialang bezighoudt met kinderboeken bekend voorkomen... En om dat nog even te onderstrepen toverde Sara het volgende citaat tevoorschijn:




Derde spreker was Annemie Leysen, en zij had géén plaatjes bij zich. 'Ik ben een grijze wolf', begon zij haar lezing (waarschijnlijk even onkundig van de associaties die dat in hoofden van luisteraars van Turkse herkomst zou kunnen wekken), maar ze kon in kleur variëren. Zulke grijze wolven worden periodiek met uitsterven bedreigd, die grijze wolven, maar pas op, ze kunnen grote afstanden afleggen en komen nu weer dichterbij, worden zelfs in de buurt gesignaleerd, tot in de zaal toe.
Waarna ze overging tot een onderhoudende beschrijving van haar Werdegang door de jeugdliteratuur en de titel van haar toespraak, 'een poëtica voor de jeugdliteratuur'. het werd snel duidelijk dat haar poëtica niet verschilt van die voor de literatuur in het algemeen. Annemie Leysen staat pal voor de beoordeling van het kinderboek als kunstwerk in woord en beeld. Die benadering leverde haar aanvankelijk naast lof ook boze reacties op, van zowel auteurs als onderwijzers. Het bracht haar niet van haar stuk. Ze noemde het niet, maar ik verwijs hier graag als voorbeeld naar een bijdrage in 2010 van haar op Vertel eens, waar ze zich boos maakt over het onderschuiven van kinderboekrecensenten in De Morgen, notabene de krant waarvoor ze recenseerde.

Vierde spreker was Vanessa Joosen (Universiteit Antwerpen, Tilburg University). En haar onderwerp was niet sprookjes, zoals we van haar gewend waren, maar het beeld van volwassenen in de jeugdliteratuur. Dat wordt haar volgende onderzoeksproject.
Zij had weer wel plaatjes bij zich, jawel, ik zat er goed voor. Voor deze gelegenheid had ze haar object toegespitst op Guus Kuijer.



Dat was natuurlijk goed gekozen, want Kuijer heeft nogal wat opvattingen geventileerd over volwassen en kinderen in Het geminachte kind en in latere lezingen en zijn gal gespuwd over volwassenen die 'kinderlijke eigenschappen' als nieuwsgierigheid en speelsheid hebben verleerd en ingeruild voor gietijzeren zekerheden en opgeheven vingers. Het heeft volwassen recensenten er niet van weerhouden hem de hemel in te prijzen.
Hoe staat het dan met het beeld van volwassenen in Kuijers verhalen? Dat valt mee. Weliswaar zijn er in Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt lekkere karikaturen te vinden, in een reeks als die over Madelief ligt het veel genuanceerder.

Die term childism ontleende Vanessa Joosen aan Elizabeth Young-Bruehl en betekent beslist niet kinderlijkheid, maar juist vijandigheid jegens kinderen, zie het plaatje.




En daarna volgden nog drie praktijkbijdragen. Helaas, hoe inspirerend ook, ik moest er wegens andere afspraak vandoor.
De titels:
'De eenzaamheid van de boekenjuf. Hoe krijg je collega's zover dat ze ook aan leesbevordering doen?'
'Ze lezen niet, mevrouw. Hoe krijg je leraarstudenten aan het lezen?'
'Winkeldochters. Hoe krijg je de mooiste boeken van de plank?'
Afsluiter: een 'literaire lezing' door Michael de Cock.
Nu maar hopen dat de toehoorders (de zaal was behoorlijk gevuld) gesticht en geïnspireerd naar huis zijn gegaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen