Zoeken in deze blog

donderdag 14 maart 2013

Wit als sneeuw, zwart als inkt

Wit als sneeuw, zwart als inkt van Vanessa Joosen verscheen op een gunstig tijdstip, eind 2012. Want in 2013 wordt op diverse plaatsen aandacht besteed aan het werk van de gebroeders Grimm, omdat hun eerste verzameling Kinder- und Hausmärchen verscheen in 1812 en 2013. (In 1810 was er overigens al een handschriftliche Urfassung, die tegenwoordig ook te koop is.)
Zo vond vandaag (14 maart) in De Efteling een Grimm-symposium plaats, ter gelegenheid waarvan een aparte website 200 jaar sprookjes van Grimm is verschenen, besteedt de Koninklijke Bibliotheek aandacht aan zijn sprookjescollectie, inclusief een online 'bladerboek' Sprookjes van Moeder de Gans, publiceerde het Duitse weekblad Die Zeit een uitvoerig artikel over de gebroeders Grimm, had het Deutsches Historisches Museum zijn biografieën klaar van Jacob en Wilhelm Grimm, is JuLit 2013-1 aan de Grimms gewijd en zo is er vast nog veel meer te vinden.
Ter gelegenheid van dat Efteling-symposium besteeddde de VPRO-gids nummer 10 nog een artikel aan 'Enge sprookjes', waarin o.a. Beest in bed van Marita de Sterck (De Bezige Bij, 2012) aan bod komt. Auteur Katja de Bruin pakte de telefoon en vroeg mijn oud-redactiegenote (Leesgoed) (o.a.) naar haar mening over de gebroeders.
Marita noemt hun sprookjesbewerking 'deseksualiserend, infantiliserend, romantiserend en moraliserend'. Zo, die staat. Zij genoot zelf 'van de slagkracht van die ruigere, oudere versies' en 'wil dat delen met anderen'.



Wit als sneeuw, zwart als inkt van Vanessa Joosen is evenals haar Critical & creative perspectives on fairy tales (zie bespreking) het resultaat van nijvere studie, maar het is toegankelijker, en niet alleen doordat het in het Nederlands is.

Vanessa Joosen doet in dit boek nauwkeurig uit de doeken hoe het zit met die 'ruigere, oudere versies' van Marita. En levert vervolgens een minutieus verslag van wat men in ons taalgebied schreef over Sneeuuwwitje en hoe men het bewerkte, tot en met de illustraties, die vaak als 'contrapunt' (p. 168) dienen bij het verhaal, wat knap wordt getoond.

Ze doet dat zo grondig dat ik al snel bewondering kreeg: ze moet echt een enorme stapel hebben gelezen. De bibliografie strekt zich dan ook uit van p. 233 tot en met 252.
Opvallend is dat de meest interessante bewerkingen te vinden zijn onder de meest recente, waarbij een ereplaatsje wordt ingeruimd voor Zwart als inkt van Wim Hofman. Dat is niet alleen mijn mening, uit de conclusie die Vanessa Joosen plaatst bij hoofdstuk 6, over die recente bewerkingen, zie p. 230-231, valt te destilleren dat ook volgens haar veel bewerkingen uit deze periode nieuwe perspectieven op het sprookje bieden, hoewel ze het keurig academisch opschrijft en geen waarde-oordeel velt.
Dat doet ze uiteindelijk wel min of meer over de bewerkingen van de firma Walt Disney, die in dit boek (in tegenstelling tot het eerder besproken Critical & creative perspectives on fairy tales) regelmatig aan de orde komen. Logisch, want 'de invloed van Disney op de beeldvorming van "Sneeuwwitje" valt niet te ontkennen, en is door te trekken van de jaren 1940 tot vandaag' (p. 182). Dat blijkt bijvoorbeeld al wanneer je op Google zoekt naar afbeeldingen van 'Sneeuwwitje'.
In de conclusie meldt ze: 'In de moderne bewerkingen is Disney een paar keer opgedoken als referentiekader. In tegenstelling tot de vertalingen en de bewerkingen gaat het hier niet zozeer om een positieve invloed. Auteurs als Boon, Van Daele en Naegels zetten zich af tegen de suikerachtige en burgerlijke invulling en de commerciële exploitatie van het sprookje door Disney.' Dat 'suikerachtige en burgerlijke' is een interpretatie die onder veel recensenten weerklank vindt en niet duidelijk is of dit nu een weergave is van wat Boon, Van Daele en Naegels vonden, of 'men' dit vond of Vanessa Joosen. Het toont eens te meer hoe dun soms de scheidslijn is tussen recensie en wetenschap, of tussen oordeel en beschrijving in de literatuurwetenschap, net als bijvoorbeeld zo'n opmerking op p. 203 over de '"Heile Kinderwelt" of zorgeloze kinderwereld die al in de eerste vertelscène geschetst wordt' (over De tooverring van Klaas Vaak).
Enfin, ik gun het haar, in deze geanimeerde beschrijving van de lotgevallen van Sneeuwwitje op papier. Niet alleen leerde ik veel over Sneeuwwitje, maar ook bieden de vele citaten voer voor vergelijkende stijlstudies.
Neem deze twee citaten (p. 124-125), het eerste van de gebroeders Grimm (versie 1857), het tweede van Jan Jacob AntonieGoeverneur (1861, Oude sprookjes):

Es war einmal mitten im Winter, und die Schneeflocken fielen wie Federn vom Himmel herab, da saß eine Königin an einem Fenster, das einen Rahmen von schwarzem Ebenholz hatte, und nähte. Und wie sie so nähte und nach dem Schnee aufblickte, stach sie sich mit der Nadel in den Finger, und es fielen drei Tropfen Blut in den Schnee. Und weil das Rote im weißen Schnee so schön aussah, dachte sie bei sich hätt ich ein Kind so weiß wie Schnee, so rot wie Blut, und so schwarz wie das Holz an dem Rahmen. Bald darauf bekam sie ein Töchterlein, das war so weiß wie Schnee, so rot wie Blut, und so schwarz haarig wie Ebenholz, und ward darum das Schneewittchen (Schneeweißchen) genannt. Und wie das Kind geboren war, starb die Königin. 
(Zie o.a. hier voor de rest van de tekst.)



Midden in den winter zat eene koningin aan haar raam, schilde een appel en keek tot tijdverdrijf naar de sneeuwvlokken, die voor haar neêrvielen. Toevallig sneed zij zich nu echter in den vinger, zoodat het bloed op de sneeuw druppelde, en zij had een inval en zeide: ‘Och, had ik toch een kind, zoo blank als sneeuw, zoo rood als bloed!’ Kort daarna kreeg zij een wonderschoon dochtertje, dat blank als sneeuw en rood als bloed was; dat noemde zij Sneeuwwitje. En zóó verheugde zij zich over haar liefelijk kind, dat zij van blijdschap stierf. 
(Zie hier voor de rest van de tekst, en de afbeelding.)

Vanessa ontleedt de verschillen nauwkeurig. En merkt er bij op (p. 125):
'Door al te veel zaken uit te leggen, loopt de vertaler het gevaar dat hij als belerend overkomt en de lezer alle ruimte ontneemt om zelf zaken te duiden. Kunnen dergelijke expliciteringen nefast zijn voor het literaire lezen, de onderzoeker bieden ze wel een inkijk in de interpretatie die de vertaler geeft aan het sprookje.'
Een groot deel van dit boek bestaat uit de weergave van zulke inkijkjes. En over haar schouder meekijken was geen straf.


                     


Joosen, Vanessa. Wit als sneeuw, zwart als inkt, de sprookjes van Grimm in de Nederlandstalige literatuur. Lannoo Campus, 2012. ISBN 978 9401 40316 0. € 29,99.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen