Zoeken in deze blog

vrijdag 31 januari 2025

'Iedereen moet hun bubbel uit'


 
Even aandacht voor de laatste nieuwsbrief (31-1-2025) van IBBY Nederland, want daarin staat de opmerkelijke zin

Iedereen moet hun bubbel uit en alle kinderen in een boekenbubbel zien te krijgen.

Roept de vraag op: foutje of opzet? (Hun in plaats van zijn of haar of haar of zijn.) Staat in een weergave van de lezing die kinderboekenambassadeur Rian Visser hield op 1 november jl. tijdens de 'IBBY-boek&groetdag' in het Haagse Kunstmuseum. 
Boeiend idee: eerst je eigen bubbel uit en dan alle kinderen in één boekenbubbel? Ik hoop dat Rian Visser het wat overzichtelijker bracht.

Afgezien daarvan: er zijn wat bestuurswisselingen geweest. Voorzitter Martine Letterie nam afscheid, het bestuur bestaat nu uit Elke Brand (coördinatie nieuwsbrief), Liselotte Dessauvagie (penningmeester), Aisha Plein (sociale media), Marloes Robijn (voorzitter), Peter van Rossum (lid), Martine Schaap (ledenwerving) en Inge Zelvelder (secretaris).
 
IBBY is een 'non-profit organization which represents an international network of people from all over the world who are committed to bringing books and children together'. Het hoofdkantoor is in Basel, Zwitserland.
Er is sinds enkele jaren ook een actieve Europese afdeling, IBBY Europe. Voornaamste activiteit: het organiseren van een conferentie tijdens de grote en toonaangevende Internationale Kinderboekenbeurs in Bologna. Er zijn 33 landensecties lid van IBBY Europe, verrassend genoeg ook Oekraïne én Rusland, en Wit-Rusland. En zowel Armenië als Azerbeidzjan. Forum voor boeiende ontmoetingen? België heeft trouwens twee secties.
 


Tijdens deze bijeenkomst werd ook de Jenny-Smelik-IBBY-Prijs 2024 uitgereikt.
Winnaars waren Zindzi Zevenbergen en Hedy Tjin voor De reis van Manie Schaafijs (De Harmonie, 2023). Dit boek werd eerder al bekroond met een Zilveren Griffel en de Thea Beckmannprijs. Een eervolle vermelding kreeg Mijn eerste woordjes in het Sranan deel 4 van Darryl Veldman (Stimofo Strips).

donderdag 30 januari 2025

Nestelen

 
 
Albert
 
. zit het liefst in zijn zetel
. houdt van winteravonden bij de kachel
. geniet van een kopje thee
. leest veel: dikke boeken, spannende boeken, boeken met prentjes, zoeken zonder prentjes, kranten, koekjesverpakkingen, ...
. éét ook graag koekjes, vooral wanneer ze vers gebakken zijn
. zijn naam wordt uitgesproken als Albeir, het is zo, het is niet anders
 
Albert blijft het liefst gezellig thuis. Hij is een nestelaar. Albert deelt een boom met Jeanne.
 
Ziedaar Albert. Jeanne volgt de pagina erop maar die tekst ga ik niet citeren. Ze heeft tegenovergestelde trekjes.
 


Het verhaal draait om de vraag: hoe krijgt Jeanne haar Albert uit zijn zetel, naar buiten, op reis. Een prent toont wat ideeën.
 


Het lukt haar, op een ingenieuze en lieve manier. En ze vinden een wijze van samen reizen die beiden tevreden stelt, heel knap en geestig verbeeld op de vier laatste bladzijden. Intussen weten ze ook dat mensen niet uit eieren komen. En ze vinden elkaar, steeds weer.

Een buitengewoon prentenboek, dat zich goed zal laten voorlezen en vooral opvalt door de mooie prenten, die zo uit een poppenkast of animatiefilm lijken te komen maar wellicht op een heel andere manier zijn gemaakt, en de eenvoudige maar trefzekere tekst. Als ik het goed heb is de tekst van Kristof Ribus, hoewel die ook tekent, en het beeld van Siska Vastesaeger, die zich ook met animatiefilms bezighoudt. Een voorbeeldig staaltje samenwerking.
 

Vastesaeger, Siska, en Kristof Ribus. Albert de nestelaar. Pelckmans, 2025. ISBN 978 94 6310 644 3, 32 p.

Sommige platen zijn over twee pagina's verspreid en het boekje is vierkant en breder dan mijn scanner. Dat maakte weergave van de prenten lastig, excuses.

PS. Dit komt uit Siska's Insta-account (Bureau Bordélique):
 


Jeanne and Albert, the main characters in my book, are named after my neighbours in the village where I grew up. This is a picture of the real Jeanne and Albert. My parents came from the capital, Brussels. They dreamed of living self-sufficiently, but they knew nothing about the rural life.
Jeanne and Albert must have shaken their heads in disbelief when they saw these naive hippies at work.
But with openness and curiosity (they had always seen everything) ‘they provided advice and assistance (even when we didn’t ask for it).
But when the chickens escaped again, we were happy they helped us out.
😊

dinsdag 28 januari 2025

Het grote bos


 
  het was mistig in het grote bos
  een dichte nevel tussen de bomen
  de egel schuifelde langzaam voort
  in de hoop goed thuis te komen
 
Zo begint het lied 'De egel en de uil' in het prentenboek Met mijn neus in de wind, dat vorig jaar verscheen voor de Kinderboekenweek maar uiteraard (gelukkig) ook na dat festijn nog te lezen valt - en te beluisteren, want via een qr-code voorin het boek beland je op een website met links naar Youtube-video's met uitvoeringen. Met wat zoeken bleek er trouwens ook een minidocu te vinden over het componeren van de muziek. Mini, maar toch wat langdradig.
 

 
De liedjes worden vrijwel allemaal gezongen door Boudewijn de Groot, die dat met zijn 80 jaar nog altijd goed kan, sommige (ook) door Jaco van der Steen en familie. Hoewel de zang welluidend en correct van toon is, is hij ook tamelijk vlak, met weinig expressie. De liedjes moeten het dus hebben van de tekst, wat overigens voor heel veel liederen geldt. De begeleidende muziek is eveneens mooi, maar ook daarvoor geldt dat er weinig verschil in stijl zit tussen de liederen. Als je onze Boudewijn dus dóór laat zingen, op Youtube, en je let even niet op, dan lijkt het alsof je één lang lied hebt gehoord dat aldoor maar in dezelfde stijl doorgaat.
 


Die door het donkere bos schuifelende egel doet dan wel denken aan het Haunted Wood dat Sam Leigh in zijn recent verschenen History of Childhood Reading tot thema nam, maar heel griezelig of spannend wordt het niet in de liederen in deze bundel. Het zijn vrijwel allemaal soms wat lange dierenverhaaltjes met een vriendelijke pointe. Zelfs het lied 'Somber', waarin nu eens geen beest aan het woord is, eindigt wat slapjes met de raad

  daar ben ik nu wel achter
  namelijk: zorg dat je iets doet
  zorg dat je wat omhanden hebt
  dan komt het wel weer goed

Tja. Daar heb je wat aan...
 


Echt mooi aan deze bundel c.q. dit prentenboek zijn de illustraties ('tekeningen') van Mark Janssen! Fantastisch, vol kleur, dubbelpagina-groot, met meer expressie dan stem en muziek.


Groot, Boudewijn de, Jaco van der Steen. Met mijn neus in de wind. Met tekeningen van Mark Janssen. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1662 4, 32 p.

zondag 26 januari 2025

Brave tips voor tieners

Als de naam Jan Paul Schutten op de voorkant van een boek staat, wekt dat doorgaans mijn nieuwsgierigheid op. Hij heeft meerdere opmerkelijke non-fictie titels op zijn naam staan, waarvan er enkele in dit blog besproken zijn. Bijvoorbeeld: Het mysterie van niks en oneindig veel snot, Het raadsel van alles wat leeft; en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel en Het wonder van jou en je biljoenen bewoners.
Schaam je gerust door voor je ouders is ook een intrigerende, uitdagende titel, helaas staat er en andere tips voor je tienertijd bij. In kleinere letters, maar toch maakt dat de titel minder spannend. 
Eigenlijk geldt dat m.m. ook voor de inhoud.
 

 
De vorm is o.k., de schutbladen (zie boven) prachtig, jammer dat voor en achter hetzelfde is, en Emma Ringelding heeft er mooi simpele, cartooneske tekeningen voor gemaakt.
 


De toon van de verteller is die van die joviale leraar die altijd met die ene bil op de tafel gaat hangen en zijn leerlingen lollig toespreekt, inclusief een interviewtje met zichzelf toen-ie veertien was. 
 


Die joviale grappigheid zal best werken, een fraai staaltje is bijvoorbeeld de samenvatting
 

 
in drie delen als een tv-serie: part one, 'A New Beginning', part two, 'Revenge of the Hormones' en part three, 'Final Combat'. En het oefenen van het perfect draaien met je ogen.
 


Soms is die joviale leraargrappigheid wellicht wat over de top, zoals met dat kampioenschap uitstel.
 
Met de tips is niets mis en dat is precies waarom ze niet zo spannend zijn, althans niet voor een recensent die de 70 is gepasseerd. Religie ontbreekt maar daarmee heb ik geen moeite. Al die frisse adviezen rond seks en gender zullen in streng-christelijke contreien op zijn minst wenkbrauwen doen rijzen, maar ik vind dat hij het goed gedaan heeft. Hoe je jezelf kan verbeteren, hoe je moet flirten, allemaal in orde, net als het braafste stuk, waarom (eigenlijk: hoe) je toch beter je huiswerk kan maken en dat aanhikken tegen iets vervelends doen erger is dan dat doen zelf. 
Waarachtig, je zou als tiener zomaar iets kunnen hebben aan dit boek.
Was ik maar een tiener...
 

Schutten, Jan Paul. Schaam je gerust dood voor je ouders en andere toptips voor je tienertijd. Gottmer, 2024. ISBN 978 90 257 7903 0, 188 p. 

vrijdag 24 januari 2025

Depri: inflatie van gezondheidstaal

Vorige week nog, in de trein, hoorde ik iemand diens reisgenoot vertellen depressief te zijn door trauma opgelopen vanwege een narcistische ex, wat nog altijd triggerend was.

Een citaatje uit een opinie-artikel in NRC 24-1-2025 door Tine Molendijk, 'antropoloog gespecialiseerd in geestelijke gezondheidszorg'.
 
Dat triggert bij mij weer de verwondering over het gemak waarmee sommige psychologen en aanverwanten termen uit de handboeken voor werkelijkheid aannemen, ondanks de kritiek die ze tegelijk soms hebben op dat ene handboek uit de VS waarin alle stoornissen van de menselijke geest 'beschreven' zouden zijn, inclusief (tot en met de een-na-laatste versie) homofilie. Poging tot maat verheven.
Een woord van etiket verheven tot werkelijkheid, van naam tot waarheid.
Verstandige zielzorgers weten dit overigens wel en betrachten voorzichtigheid bij het benoemen van een stoornis. 
 


Dat is niet waarom Tine Molendijk zich in haar artikel druk maakte. Waar ze op wees is dat sommige begrippen uit de zielzorg zijn overgenomen in het dagelijks spraakgebruik en dan een andere betekenis krijgen dan oorspronkelijk bedoeld - of zoals omschreven staat in genoemd handboek (DSM).
Heel interessant, die verschuiving van betekenissen en connotaties, maar zij vindt er een zorgelijk kantje aan zitten. Dat benoeming tot erkenning of herkenning leidt, leuk, maar 

als we de inflatie van gezondheidstaal en oppervlakkige erkenning blijven voeden, lopen we het risico mentale problematiek onder jongeren te verergeren in plaats van hen echt te helpen.

Aldus Tine Molendijk. (NRC-abonnees vinden het stuk hier.)
'Inflatie van gezondheidstaal'.
In onze emo-tijden is inflatie sowieso een boeiend verschijnsel. Een gebeurtenis (sorry, event) wordt leuk, heel leuk, heel erg leuk, superleuk, supersuperleuk... Fantastisch, geweldig, megaleuk, gigaleuk... Net als mensen na een redelijk aardig maar niet heel bijzonder concert Amerikaans gaan blèren (woew woew!) alsof de jongens en meisjes op het podium echt álles hebben gegeven. (Wat overigens misschien ook zo is, maar ja...)
Voor een echte depressie is dan op de lange duur geen woord meer. Megadepressie?
En misschien wordt een echt trauma dan weer wat het is: een wond. Desnoods een diepe wond, die een litteken nalaat.

donderdag 23 januari 2025

Drank...

 
 
Helaas, de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur bestaat niet meer. De club is opgeheven, naar verluidt omdat er zich geen geschikte bestuursleden meldden om de scheidende voorzitter en penningmeester annex redacteur op te volgen. De website blijft wél bestaan, evenals de nieuwsbrief.
Deze stichting schonk haar donateurs ieder jaar een boekje.
Om te behoeden (zou je haast denken) dat oud-donateurs na het verscheiden van de club collectief aan de drank zouden gaan, is het laatste boekje in deze reeks gewijd aan 'de strijd tegen alcohol in kinder-, jeugd- en schoolboeken 1850-1930: De jenever! Vloek over dien drank!, door Berry Dongelmans
Smullen, vanwege de plaatjes, de citaten en de samenvattingen.
 

Dongelmans, Berry. De jenever! Vloek over dien drank! De strijd tegen de alcohol in in kinder-, jeugd- en schoolboeken 1850-1930. 26 p. Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur. De Waare Rijkdom nr. 24. 
 
PS. Met het verscheiden van deze stichting is wellicht het merkwaardige onderscheid tussen kinderen en jeugd ook uit de wereld, althans in het Nederlands taalgebied.
De afbeelding boven het bericht komt uit uit een centsprent met diverse bezigheden van volwassenen getiteld Verfoeijelijke dronkenschap, Brengt menig een ten laagsten trap. (Deventer, Jan de Lange, 1828-1849) En de verwijzing zat in de eerste nieuwsbrief die Jeanet Kok stuurde.

woensdag 22 januari 2025

NOT 2025

Iedere keer, ook nu weer (21-2) hoop ik dat al die onderwijsgevenden die de drie grote hallen betreden van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling, een doel hebben, een zeer specifiek wensenlijstje. Of het nu een nieuwe methode is voor lezen of rekenen, of nieuw meubilair, een nieuw klimtoestel of ideeën voor een uitstapje met de klas, je komt op de NOT beslist verder, maar zonder zo'n lijstje wordt het (ver)dwalen. Ik kom voor lezen en boeken en kan bijna twee van de drie hallen ongemoeid laten.
De stand van Blink is bijna even groot als die van Zwijsen. Malmberg ontbreekt, net als Thieme en Noordhoff. Er is zowaar een standje van NBD Biblion, eigenlijk vooral Aura, maar ook van Lezenopschool, Schoolbieb-nu en een hele grote stand van Schoolsupport
Deze keer geen in het oog vallend Kinderboekenplein maar wel een dito terras, en (dacht ik) minder uitgeverijen dan vorige versies (2023, 2021...), maar toch wel De Eenhoorn, Clavis, Gottmer, Luitingh-Sijthoff, in de buurt van dat terras. En Femke Ganzeman van Leesbevorderingindeklas.nl wist aan het eind van haar lezing over 'Ontdek de kracht van kinderboeken in je onderwijs!' nog te wijzen op het aanstaand verschijnen (maart/april) van De wereld in boeken, leesbevordering in de klas (Boom). Waarvan acte.
 

dinsdag 21 januari 2025

Topina

In veel voor kinderen bedoelde films (met name die van het Disney-concern) vind je naast de held(in) van het verhaal een klein begeleidend figuurtje dat meedoet met de hoofdpersoon. Kan een vogeltje zijn, een hondje of ander beestje, of een klein mensje. Er is wel eens verondersteld dat kijkende kinderen zich deels met zo'n figuurtje kunnen vereenzelvigen. Ze kunnen zo meeleven met twee verhaalfiguren.
 


Het lijkt erop dat Lida Dijkstra zoiets in haar hoofd had toen ze Topina bedacht als jonge hoofdpersoon van De wonderverteller, naast verhalenverteller Marco Polo. Topina ('Muisje') is de naam die Marco Polo haar geeft, het weesmeisje dat in de Genuaanse gevangenis werkt waar Polo gevangen zit na terugkomst uit Azië en pech in een zeeslag tussen Genuese en Venetiaanse vloten.
 
 
De paiza van de Koeblai Khan, het reisdocument voor Marco Polo c.s.
 
Topina, de verteller van het omvattende verhaal, brengt het contact tot stand tussen koopman Polo en schrijver Rustichello di Pisa, eveneens gevangene. Ze maakt de sessies mee waarin Marco Polo vertelt en Rustichello schrijft. Zo beleven wij lezers ook de verhalen mee. In het boek staan die in een ander letterkleurtje, en waar uitleg wordt gegeven over vreemde beesten en zo staat die in weer een ander letterkleurtje. Zo wordt dit verhaal-in-een-verhaal redelijk overzichtelijk gehouden.
 

En Marco's verhalen? Rustichello dringt erop aan dat er genoeg spanning en sensatie in moet zitten om toekomstige lezers te vermaken, een handige vondst van de auteur, want zo vermijdt Marco Polo te lange uitweidingen en opsommingen en blijft er een in delen gesplitst verhaal over dat precies bevattelijk en genietbaar is voor lezers van elf en ouder. (Topina is elf jaar.) 
Boeiend genoeg en achterin voorzien van een verantwoording die geloofwaardig maakt dat Polo's relaas in essentie overeenkomt met dat in het boek van Rustichello da Pisa zoals dat in allerlei soms van elkaar verschillende kopieën is bewaard, Il Milione, Il Divisiment dou Monde. (Het oorspronkelijke manuscript is verloren gegaan.) Lida Dijkstra maakte gebruik van de Nederlandse vertaling door Anton Haakman: Marco Polo, De wonderen van de Orient, Il Milione (Polak & Van gennep, 2008).
 

 
Speciale vermelding verdienen de illustraties door Djenné Fila. Ze heeft een heel eigen stijl, ze kreeg gelukkig de ruimte (denk ik) en ze passen heel goed bij het verhaal van Marco Polo. De kaart op de schutbladen (zie boven) is ook handig en mooi.
 

Dijkstra, Lida. De wonderverteller, over de reizen van Marco Polo. Met illustraties van Djenné Fila. Luitingh-Sijthoff, 2024. ISBN 978 90 210 4894 9, 208 p.  

donderdag 19 december 2024

De Kat van Ome Willem

Alice begon net te denken: 'Wat moet ik er eigenlijk mee aan als ik weer thuis ben?' toen hij plotseling zo hard knorde dat ze hem nog eens heel goed bestudeerde. Ditmaal was er geen twijfel mogelijk: het was niets meer of minder dan een biggetje, en ze vond het dan ook een beetje te veel van het goede om hem nog verder te dragen.
Dus zette ze het beestje op de grond, waarop hij tot haar opluchting kalmpjes het bos in dribbelde. 'Als hij groot was geworden,' zei ze bij zichzelf, 'was het een afschuwelijk lelijk kind geworden, maar als zwijntje best een knapperd, vind ik.' En ze dacht aan andere kinderen die het ook goed zouden doen als zwijn, en net zei ze bij zichzelf: 'Als ik maar wist hoe ik ze kon veranderen - ' toen ze tot haar verbazing, heel dichtbij, op een boomtak de Kat van Ome Willem zag zitten.

Uit welk verhaal komt deze passage? De liefhebber weet het allang: een vertaling van Alice in Wonderland, van Lewis Carroll.
Maar dit is wel het debuut van de Kat van Ome Willem op deze plek.

Het is feest: een nieuwe vertaling. Dubbel feest: vertaler Robbert-Jan Henkes zette achterin het boek achttien pagina's 'aantekeningen' over de keuzes en alternatieven bij het vertalen, en nog een nawoord.
Bij p. 54, waar de Kat van Ome Willem voor het eerst verschijnt (op de vloer bij de Hertogin), staan op p. 237 zestien regels aantekeningen, waarin hij onder meer veel voorgaande vertalingen opsomt, tot en met de Kolderkat van Sofia Engelsman en de Say Cheesekat van Imme Dros, en ook uitlegt waardoor Cheshire Cat zo moeilijk te vertalen is.
Hij vertelt dan weer niet waarom hij pig als zwijn vertaalt en niet als varken, wat m.i. best had gekund als je nagaat hoe Alice even liep te dromen hoe ze sommige klasgenoten in een zwijn zou veranderen - die kinderen zouden het als varken misschien nog beter doen. En ook niet waarom het beestje een hij is.
Voor wie zich (jongere generatie?) nu verbaasd afvraagt waar Robbert-Jan die kat vandaan haalde: zie hier. Op dat liedje zinspeelde Henkes in deze passage:

'Ik wist niet dat de Kat van Ome Willem altijd grijnsde. Eigenlijk wist ik niet eens dat katten konden grijnzen.'
'Alle katten grijnzen,' zei de Hertogin, 'als ze naar Parijs zijn geweest.'
'Dat wist ik niet,' zei Alice beleefd, maar blij dat het gesprek op gang was gekomen.
'Jij weet niet veel,' zei de Hertogin, 'dat staat vast.'

In de origine tekst staat dit:

“I didn’t know that Cheshire cats always grinned; in fact, I didn’t know that cats could grin.”
“They all can,” said the Duchess; “and most of ’em do.”
“I don’t know of any that do,” Alice said very politely, feeling quite pleased to have got into a conversation.
“You don’t know much,” said the Duchess; “and that’s a fact.” 

Die Kat van Ome Willem is een voorbeeldige vertaalvondst.
 


De verleiding is groot om verder te gaan vergelijken.
Bijvoorbeeld die passage over het lesrooster uit het befaamde gesprek met de Griffioen (door iedereen zo vertaald) en de ja, de wat? Bij Henkes wordt de Mock Turtle de Aardappelschilpad.
De passage is die waarin de Mock Turtle en de Gryphon uitleggen dat ze op school elke dag een uur minder les hadden:
 
‘Ten hours the first day,’ said the Mock Turtle, ‘nine the next, and so on.’ ‘What a curious plan!’ exclaimed Alice. ‘That's the reason they're called lessons,’ the Gryphon remarked, ‘because they lessen from day to day’.
 
In mijn recensie van Imme Dros' vertaling in 2023 heb ik e.e.a. opgesomd, met dank aan Judith van den Berg, en dat neem ik voor het gemak hier over:

Mann, 1887:  
‘Wat een gek plan,’ zei Alice.
‘Dat vind ik volstrekt niet; gij hebt ook altijd wat te zeggen.’

 
Ten Raa, 1899:
‘Ja, zie je, [...] als je vooruit wilt gaan, moet je steeds achteruit gaan,’ merkte de Griffioen op.
 
Van Oven-van Doorn, 1934:
‘Zeker, zeker, we hadden iedere dag een uur korter les,’ zei de Griffioen, ‘iedere dag... een uur... korter...
 
 Kossmann en Reedijk, 1947:
‘Helemaal niet raar,’ zei de Griffioen, ‘we gingen er heen om onderwijs te genieten en daar geniet je iedere dag minder van.’
 
Andreus, 1968:  
‘Helemaal niet gek,’ zei de Griffioen, ‘want omdat hij meester was, begon hij met het meeste. Dat is toch logisch!

Matsier, 1989:  
‘Zo lesten we onze dorst naar kennis steeds sneller,’ merkte de Griffioen op, ‘vandaar de uitspraak lest best.’
 
Engelsman, 1999:  
‘Het was een verkorte opleiding,’ merkte de Griffioen op, ‘en dus was elke dag een uur korter.’

Imme Dros, 2023:
'Wat een raar rooster!' riep Alice uit.
'Het was een spoedcursus,' zei de Griffioen. 'Elke dag kreeg je wat meer spoed.'

Robbert-Jan Henkes:
'Wat een vreemd rooster!' riep Alice uit.
'Daarom heet het ook onderwijs,' legde de Griffioen uit. 'Omdat de wijzer van de klok steeds naar onder wijst.'
 
En dat is ook een mooie vondst. Zelf vindt hij die van Andreus (na de zijne, neem ik aan) de beste.


Een fijne graadmeter is natuurlijk 'Jabberwocky', het fenomenale vers uit Alice through the Looking-Glass.
Dat ziet ze eerst zo:
 
.YKCOWREBBAJ

  sevot yhtils eht dna, gillirb sawT’
ebaw eht ni elbmig dna eryg diD
     ,sevogorob eht erew ysmim llA
    .ebargtuo shtar emom eht dnA

Maar ze beseft heel snel: 'Why, it’s a Looking-glass book, of course!', houdt het voor de spiegel en leest:
 
JABBERWOCKY.

’Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.

“Beware the Jabberwock, my son!
    The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
    The frumious Bandersnatch!”

He took his vorpal sword in hand:
    Long time the manxome foe he sought—
So rested he by the Tumtum tree,
    And stood awhile in thought.

And as in uffish thought he stood,
    The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
    And burbled as it came!

One, two! One, two! And through and through
    The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
    He went galumphing back.

“And hast thou slain the Jabberwock?
    Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!”
    He chortled in his joy.

’Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.
 

Het epos is uiteraard ook te horen, want poëzie is om voor te dragen, al is het maar voor jezelf. Luister hier (met tekst!) of hier (met mooie tekenfilm!)
Een heldenepos in zeven coupletten, met zijn eigen Wiki-pagina, Tientallen, zo niet honderden vertalers hebben hun best hierop gedaan. Ook Imme Dros:

't Was brulig en de sluikse toof
trok slijms een slinkse glimsterstreep
miesmoedig klonk de papegoof.
En de gloom daas ontgreep.

Vermijd de Kwebbelgnok, mijn zoon!
De knauw die kwetst, de klauw die kletst!
Ontwijk de Hiphuphop en hoon
de donderse Denderpest.

Enzovoort. Robbert-Jan Henkes maakt er dit van:

't Was brillicht en de slyze toofs
  vergaayden griemend in het weegst:
gans mimsisch was de bormansgroof,
  en 't momse rafft bedreegst.

'Vrees voor de Jabberwrok, myn kind!
  Zyn kakenklap, zyn klauwengraay!
De vogel Jubjub, vrees! - en slint
  de frummse Bandersnaay!'

Kies maar.
 


We keren terug naar dat treurige tweetal bij de zee, de Griffioen en de Aardappelschilpad dan wel Soepschildpad (Dros) of Nepschildpad (Engelsman). 

Lewis Carroll:
'If I'd been the whiting,' said Alice, whose thoughts were still running on the song, 'I'd have said to the porpoise, "Keep back, please: we don't want you with us!"'
'They were obliged to have him with them,' the Mock Turtle said: 'no wise fish would go anywhere without a porpoise.'
'Wouldn't it really?' said Alice in a tone of great surprise.
'Of course not,' said the Mock Turtle: 'why, if a fish came to me, and told me he was going a journey, I should say "With what porpoise?"'
'Don't you mean "purpose"?' said Alice.
'I mean what I say,' the Mock Turtle replied in an offended tone. And the Gryphon added 'Come, let's hear some of your adventures.'


Sofia Engelsman:

'Als ik die witvis was,' zei Alice, die nog steeds met het liedje bezig was, 'had ik tegen die haring gezegd: "Ga eens een eindje naar achteren. We willen je niet mee hebben."'
'Ze moesten hem wel meenemen,' zei de Nepschildpad. 'Elke weldenkende vis neemt wat haringen mee, als hij op reis gaat.'
'Echt?' vroeg, Alice, heel verbaasd.
'Natuurlijk,' zei de Nepschildpad. 'Hoe moet hij anders zijn tentje opzetten?'
'Ik denk dat je je vergist,' zei Alice.
'Ik vergis me helemaal niet,' antwoordde de Nepschildpad beledigd. En de Griffioen zei: 'Vertel jij eens wat over je avonturen.'

 
Imme Dros:
 
 'Als ik die platvis was geweest,' zei Alice met haar gedachten nog steeds bij het lied, 'dan zou ik tegen de inktvis hebben gezegd: Ga alsjeblieft wat achteruit, jij: we willen jou er niet bij hebben.'
'Ze waren wel verplicht hem erbij te hebben,'zei de Soepschildpad. 'Geen vis met gezond verstand zou ergens heen gaan zonder inktvis.'
'Echt niet?' zei Alice stomverbaasd.
'Natuurlijk niet,' zei de Soepschildpad. 'Als een vis mij kwam vertellen dat hij op reis ging, zou ik allereerst vragen: Met welke inktvis?'
'Maar waarvoor?' vroeg Alice.
'Hoe kan hij me anders schrijven,' antwoordde de Soepschildpad kriegel.
En de Griffioen voegde eraan toe: 'Kom, laat nu maar eens wat van jouw avonturen horen.'

Robbert-Jan Henkes:

'Als ik de haring was geweest,' zei Alice, die met haar gedachten nog bij het liedje was, 'dan had ik de narwal gezegd dat hij me niet achterna moest komen. Waarvoor moest hij ook met ze mee?'
'Ze waren verplicht hem mee te nemen,' zei de Aardappelschilpad, 'want een vis op reis heeft altijd een narwal nodig.'
'Is dat zo?' vroeg Alice verbaasd.
'Natuurlijk,' zei de Aardappelschilpad, 'je moet de vissen horen roepen: Narwal! Narwal!'
'Je bedoelt zeker Naar wal! Naar wal!' zei Alice.
'Ik bedoel wat ik zeg,' zei de Aardappelschilpad enigszins beledigd, en de Griffioen voegde daaraan toe: 'Kom, nu willen we jouw avonturen horen.'

Kies maar.
Geen haalt het bij het origineel.
 


Dat geldt wat mij betreft ook voor de tekeningen van de negentiende-eeuwse cartoonist John Tenniel, hoewel sommige illustratoren een heel eind kwamen, zoals recent nog Floor Rieder in de uitgave van Gottmer met de vertaling van Sofie Engelsman - die komend jaar april weer in herdruk verschijnt! 
In de uitgave van Van Oorschot met de vertaling van Robbert-Jan Henkes zijn Tenniels tekeningen ingekleurd door Floris Tilanus.
De keuze voor de ene of de andere illustrator is wellicht doorslaggevender dan die tussen de vertalers...
 

Carroll, Lewis. Alice in Wonderland & in Spiegelland. Vertaald door Robbert-Jan Henkes. Van Oorschot, 2024. ISBN 978 90 282 4311 8, 264 p. Oorspr.: Alice's Adventures in Wonderland (1863) en Through the Looking-Glass and What Alice Found There, The Centenary Edition, edited with an introduction and notes by Hugh Haughton, Penguin Classics, Penguin Books, London etc, 1998.  


zondag 15 december 2024

Wilde talen

De oorspronkelijke titel van Dierentaal en plantenpraat is Wild Languages of Mother Nature en hoewel Moeder Natuur nogal belegen klinkt is wilde talen wel een inspirerende benaming voor waar het over gaat.
Dit mooi vormgegeven platenboek van 108 p. van Gabby Dawnay en Margaux Samson Abadie gaat over hoe levende wezens met elkaar communiceren.
Een platenboek als dit zal snel als kinderboek worden gezien en zowel het origineel als deze vertaling door Sandra Hessels zijn verschenen bij uitgeverijen, resp. Quarto (imprint Wide Eyed Editions) en Lemniscaat, met een groot kinderboekenfonds.
Even lezen maakt duidelijk dat je een gretige lezer van 11+ moet zijn om door te gaan, niet bang voor wat extra vocabulaire en ervaren genoeg om uitdrukkingen als 'boekdelen spreken' te begrijpen.

Dan is het lekker dwalen in een boek zonder structurele opbouw. Dat is wel een gemiste kans, want over de vele manieren waarop levende wezens contact met elkaar houden valt best iets structureels te vertellen. Je zou bijvoorbeeld een verdeling met uitleg kunnen maken in geluid, geur, trillingen, beeld, licht, chemie en vast nog wel iets. Je zou een verdeling kunnen maken naar de mate van complexiteit en dan komt de mens heus niet als meest ingewikkelde tevoorschijn. Je zou iets kunnen vertellen over het doel en over een lastig begrip als bewustzijn. En dat wij mensen voor zover we weten de enige soort zijn die over communicatie kan communiceren...
Nu moeten we het doen met een korte inleiding, die een indruk geeft van de verscheidenheid.

Misschien heeft de auteur gekozen voor een reeks van bekend naar onbekend. Van 'Verhalen over zoogdieren' (waaronder de mens) via vogels, waterwezens, reptielen en amfibieën, insecten naar planten en schimmels. Het eerste van de 48 'verhalen' betreft dan ook 'Mens', het laatste het 'Waaiertje' en dat is een schimmel. Onderschat de schimmels niet, ze zullen vermoedelijk het langst op aarde bivakkeren en ze waren er ook al heel vroeg bij.
 
 
Uitsnede mens. (Helaas, pagina te groot voor de scanner... excuses.)

Maar waarom na de mens de kangoeroe moet volgen en niet de chimpansee of de gorilla, die verderop hun 'verhaal' hebben, en waarom de vogels vertegenwoordigd worden door spitskuifduif, raaf, blauwkopblauwfazantje, peruaanse orpheusmierkruiper en kauw, in die volgorde, eh, tja, dat is en blijft ook na lezing wonderlijk. 
 
Uitsnede bultrug. 
 
Intussen valt er per verhaal wel wat te beleven. De mens moet het doen met één pagina, de overige levende wezens krijgen twee of meer. Er is steeds een centrale tekst, gevolgd door in de afbeeldingen staande genummerde tekstjes, en tekstballonnetjes die de beesten, planten of schimmels iets laten zeggen. Met de geboden informatie lijkt me niets mis, al ontbreekt helaas een bronopgave, en er past een compliment voor de illustratrice, die nu eens (wat een opluchting) niet met Disney-oogjes werkt maar de levende wezens adequaat afbeeldt.
Helaas keert iets van dat antropomorfisme wel terug in de tekstballonnetjes, maar dat is vast niet of niet alleen verzonnen door Margaux of Nano Février, een alias van de illustratrice.
 

Uitsnede waaiertje.

Zo blijft het door het ontbreken van samenhang een grabbelton van 'verhalen', waarbij de keuze betrekkelijk willekeurig lijkt, maar die op zich best informatief zijn. Mooi boek, origineel onderwerp, maar het had beter kunnen zijn.
 

Dawnay, Gabby. Dierentaal en plantenpraat. Met illustraties van Margaux Samson Abadie. Vertaling Sandra C. Hessels. Lemniscaat, 2024. ISBN 978 90 477 1604 4, 108 p. Oorspr.: Wild Languages of Mother Nature. Wide Eyes Editions, 2024.