Zoeken in deze blog

maandag 1 december 2014

'Uitgevers springen soms achteloos om met oud goud in hun fonds'

Op 21 november vond in Den Haag een symposium plaats, georganiseerd door de Jan Campert-stichting, over 'vijf klassieke kinderboeken'.
Die vijf:




Aad Meinderts prees in zijn inleiding natuurlijk de Jan Campert-stichting. Eigenlijk prees hij dus (mede) zichzelf, als voorzitter van het bestuur van die stichting, die zou zijn als een 'ANWB-bord dat wijst naar beloofde land van mooie boeken'.

Helma van Lierop gaf meteen een periodekader aan die vijf klassiekers, door te verwijzen naar een eerste symposium van de Jan Campert-stichting over jeugdliteratuur in 1991, 'Literatuur zonder leeftijd', door Anton Korteweg voorzien van het motto 'Het woelt hier om verandering'.
Vervolgens keerde ze terug naar het congres Boek en Jeugd in 1951 en schoot ze in sneltreintempo door zo'n veertig jaar jeugdliteratuur, te beginnen met en Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra, en eindigend bij Els Pelgrom.
Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra trokken aandacht met hun werk. Die aandacht werd, aldus Helma van Lierop, vastgehouden door Miep Diekmann, 'de Cassandra van de jeugdliteratuur', en An Rutgers van der Loeff-Basenau.

Volgden de namen Paul Biegel, Tonke Dragt, als 'high fantasy'-achtige auteurs temidden van oprukkend sociaal-realisme en engagement, het soort verhalen dat Willem Wilmink zou verleiden tot het opstel Van elfenland tot echtscheiding. Ze refereerde nog even aan de Griffel der Griffels (2004), die werd toegekend aan De brief voor de koning van Tonke Dragt.
Na dat 'onverbloemde realisme' en de werkgroepen die zich bezighielden met wereldbeelden en wat dies meer zij belandde ze bij Guus Kuijer en zijn Madelief, volgens de auteur 'bekroond om de verkeerde reden', aldus Helma van Lierop, en ze verwees nog even naar Kuijer als pamflettist (Het geminachte kind) en zijn pleidooi voor de 'geïnfantiliseerde volwassene'.
Vervolgens kwam er 'ruimte voor verwondering', met bijvoorbeeld Joke van Leeuwen en Toon Tellegen, en kwamen er auteurs als Imme Dros en Wim Hofman. En er kwam een prijs als de Woutertje Pieterse Prijs, met opzet vernoemd naar een dwars hoofdpersoon.

Ze eindigde zoals gemeld met Els Pelgrom en de vraag wat een kinderboek klassiek maakt.
En daarop had ze (gelukkig) geen pasklaar antwoord.

Klassiek is in dit verband een tekst die vele jaren na verschijnen nog wordt gelezen en gewaardeerd. Hoe dat komt, dat is niet eenvoudig te verklaren. Het ligt voor de hand dat zo'n tekst appelleert aan door velen gedeelde ervaringen en gevoelens, maar welke ervaringen en gevoelens, zie dat maar eens sluitend onder woorden te brengen.

Bregje Boonstra hield een spitse inleiding over de drie meest geprezen titels van Els Pelgrom, te weten De kinderen van het Achtste Woud, De eikelvreters en Kleine Sofie en Lange Wapper, stipte de 'oerthema's' armoede, onrecht, dood en nieuwsgierigheid aan, kwam uit bij het menselijk vermogen als Pelgroms belangrijkste thema en vond dat eigenlijk Kleine Sofie en Lange Wapper hier als klassieke titel vermeld had moeten worden. Ze vermeldde ook dat zowel De kinderen van het Achtste Woud als De eikelvreters niet meer verkrijgbaar zijn. 'Uitgevers springen soms achteloos om met oud goud in hun fonds.'

Sterker, tijdens het interview dat Harry Bekkering later met haar hield, zei Els Pelgrom dat onlangs 800 exemplaren van De eikelvreters door de papierversnipperaar zijn gehaald. Dat kreeg ze te horen toen het al gebeurd was.

Na de gesproken column van haar broer Herman Koch, kwam Harry Bekkering aan het woord over Krassen in het tafelblad, met mooie citaten ('Mevrouwen hebben haar waarmee ze naar de kapper moeten') en een bespreking van de 'kinderblik' als term van de literatuuronderzoeker Maria Lypp. De erkenning van die blik, de waardering ervan, daar gaat het om in goede jeugdliteratuur - zoals Krassen in het tafelblad.
Floortje Zwigtman ('geboren in het jaar van Kruistocht in spijkerbroek', en klassieker die ontbrak in dit rijtje) volgde met een gesproken column over Krassen in het tafelblad. 'Hoe zou het zijn om als volwassene een klassiek kinderboek te lezen dat ik als kind niet las.' En over het 'pijnlijkste moment na een leven van zwijgen', de vergeving aan het eind: 'Stil maar jongen'.

De lunchtijd bood de gelegenheid om het Kinderboekenmuseum weer eens te bekijken.

 

Links een van de zitjes, rechts een geraamte met op tafel glazen voor bloedslobberwijn. Nog nooit gezien, dit museum? Ga vooral eens, liefst met kinderen. Begin met de film Papiria en de inktpotvraat.

In het al genoemde interview, na de lunchpauze, kwamen uiteraard niet alleen die 800 exemplaren van De eikelvreters in de papierversnipperaar langs, maar ook boerderij Herikhuizen en eigen herinneringen als basis voor De kinderen van het Achtste Woud, het compliment dat Annejet van der Zijl ('toen nog onbekend') ooit in NRC Handelsblad gaf voor Kleine Sofie en Lange Wapper, 'Dante voor beginners', en dat ze De eikelvreters eigenlijk bedoeld had voor lezers van zestien en ouder, maar de uitgeverij (Querido) oordeelde daar anders over. 'Maar als jullie er "vanaf tien" op zetten, trek ik het terug'.
En over de veelgehoorde opmerking dat Kleine Sofie en Lange Wapper meer voor volwassenen zou zijn dan voor kinderen: 'Heel vervelend en idioot'.

Annemarie Terhell schetste vervolgens in grote streken een beeld van vier illustratoren: Carl Hollander ('een van de meest vergeten illustratoren van zijn generatie'), Fiep Westendorp, Mance Post en Tonke Dragt. Die laatste was treffend gekozen, want dat Dragt ook illustreert blijft vaak ongenoemd. (Gelukkig niet in ABC Dragt, de werelden van Tonke Dragt.)

Pjotr van Lenteren liet zijn licht schijnen over De kleine kapitein van Paul Biegel - hij veronderstelde, bij wijze van grap, dat hij daarvoor was uitgekozen wegens zijn lengte. Hij kwam uitgebreid terug op de recensie die Kees Fens ooit schreef over dat boek, waarin hij het 'afbrak tot aan de grond'. Zijn vertoog is nu al te lezen op zijn blog. Mooi citaat van Biegel, hij zou gezegd hebben dat zijn fantasie een 'loeiende koe is die iedere dag gemolken moet worden'.

Na de gesproken column van Eva Rovers over De kleine kapitein (met aandacht voor Bange Toontje, 'de enige die een ontwikkeling doormaakt'), kwam nog eens Annemarie Terhell over Tonke Dragt aan het woord. Ze memoreerde o.a. haar opgroeien tussen de Indische wouden en ridderverhalen, de heimwee naar die omgeving. En uiteraard werd vermeld dat het boek The letter for the king (2013! vertaling Laura Watkinson) in Engeland een groot succes is.
Regisseur Pieter Verhoeff vertelde vervolgens in een amusant vertoog de ontstaansgeschiedenis van de film De brief voor de koning. Dat begon als 'troostproject' na het vervallen van de verfilming van het prachtige verhaal Ali en Nino van Kurban Said.

En toen moest ik er vandoor. Daardoor miste ik helaas o.a. de uiteenzetting door Joke Linders over Jip en Janneke.

De lezingen worden gepubliceerd in het Jaarboek 2015 van de Jan Campertstichting, dat in januari 2015 verschijnt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen