Zoeken in deze blog

donderdag 31 oktober 2013

Villa Kakelbont gesloopt en herbouwd

Jarenlang was Villa Kakelbont een goede bron over auteurs van jeugdliteratuur, en tot Willy Schuyesmans ermee ophield ook een goede nieuwsbron. De villa kwam voort uit het (Vlaamse) Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur, dat opging in Stichting Lezen.
Die villa is nu gesloopt en de website verbindt sinds 29 oktober 2013 door met een geheel nieuw gebouw, Jeugdliteratuur.org. Daarmee heeft Leesplein een Vlaamse evenknie gekregen. Evenwel heeft men de documentatie niet gesplitst,  over zeer veel auteurs en illustratoren is bij beide websites informatie te vinden.
De nieuwe website biedt naast die zeer informatie over auteurs en illustratoren ook nieuws (verzorgd door Katrien Steyaert), een blog met diverse auteurs (grappig: 'posted by Villa Kakelbont', de naam is nog niet geheel verdwenen), lestips (enkele honderden items, te vinden op trefwoord/boektitel/auteur of op leeftijd) en een agenda, die evenwel bij raadpleging vandaag achterliep: het meest recente evenement was vandaag...

Even het nieuws vergeleken: Leesplein.nl vermeldt wel dat Joke van Leeuwen de AKO-Literatuurprijs heeft ontvangen, Jeugdliteratuur.org (JL) niet, dat Simon van der Geest de Jan Wolkers-prijs kreeg vermelden beide, dat Jan-Paul Schutten de Nienke van Hichtum-prijs ontving, vermeldt (vandaag) alleen JL, evenals het overlijden van Jenny Dalenoord. De vernieuwing van de (Nederlandse) Jonge Jury vermelden beide, evenals de uitslag van de Boekenbakkerswedstrijd.
Nog even verder turen leert me dat er behoorlijk wat overlapping is, maar ook verschillen. Wel, wie de jeugdliteratuur volgt beschikt dus vanaf 29 oktober 2013 weer over twee nieuwsbronnen.

Raar? Ach, we delen nu eenmaal een taalgebied met twee landen, met dus twee regeringen en ieder zijn eigen beleidsgedoe en geldstromen, en in dat kader ook nog een Vlaamse en een Nederlandse Stichting Lezen. Er zijn zeer weinig grensoverschrijdende instellingen zoals de Nederlandse Taalunie (door beide regeringen betaald) en de conferenties over onderwijs in het Nederlands (door geen van beide regeringen betaald, geloof ik).

De laatste woordschrijver van België

... wordt 2050 ten grave gedragen, aldus een 'tijdslijn van het woordgebruik' die Anne Provoost schreef voor De Wereld Morgen. Hij werd op 22-10-2013 geplaatst.
Ik citeer nog even verder:
'Er waren tientallen prominente Belgische en buitenlandse gedachtenschrijvers ‘present’. In de lofrede - die van hologrambrein naar hologrambrein werd gestuurd - zong men de lof van de overleden kunstenaar.

De meeste sprekers bleven evenwel kritisch. De geschreven romanvorm, waarbij de lezer niet in de inhoud of het plotverloop kan ingrijpen, werd ‘een voorbijgestreefd medium’ genoemd. ‘We zien meer heil in verhalen die participatie mogelijk maken,’ zei de voorzitter van de Vereniging van Gedachtenschrijvers. ‘Daarenboven is brain-to-brain literatuur gewoon veel echter. Eventjes tien minuten het hoofd binnengaan van een vader die zijn kind heeft verloren doet veel meer voor het empatisch vermogen van ‘de lezer’ dan de talige metaforen die vroeger werden gebruikt.’

Waarnemers zeggen dat het overlijden van de kunstenaar symbolisch is voor een nieuw tijdperk. Het woord raakt in onbruik. Zelfs de woordvoerder van de actiegroep Woordeloos heeft tegenwoordig moeite om nog de taal te vinden die nodig is om zijn boodschap te verkondigen, zoals tijdens de speciale btb-nieuwsuitzending kon worden opgemerkt.'

Voor wie dit vrolijke abracadabra is: lezen van de hele tijdslijn sterk aanbevolen.
In die stilte hoort men nog slechts het loeien der koeien - tenzij dat ook hologrammen met ingebouwde microfoon zijn geworden.

'Je vind alle bijdragen aan de 'Week van de toekomst: het jaar 2050' in ons dossier 'Week van de toekomst'.' Let op: je.

dinsdag 29 oktober 2013

U of jij 1

Een week geleden trof ik een paginagrote advertentie aan van Sloopdecrisis.nl.
Nu gaat het me niet om de strekking van dat initiatief, het 'nieuwste en grootste initiatief met een scherpe prijs voor jouw vaste lasten' en de oproep 'Vind je ook dat je teveel betaalt? Schrijf je nu in. Het is jouw portemonnee.'
Het gaat me erom dat de initiatiefnemers me meteen tutoyeren. Tussen 'Herinnert u zich deze nog?', joviaal uitgeroepen door een platenrijder ergens in de zestiger jaren (en nu de titel van een website) en 'Vind je ook dat je teveel betaalt?' zit zo'n vijftig jaar teloorgang van u.

Die vijftig jaar heb ik meegemaakt en dat speelt ongetwijfeld mee - nog steeds ervaar ik het als net wat te gemeenzaam en quasivertrouwelijk als een bedrijf of overheidsinstelling mij tutoyeert.
Bedrijven (zie bv. Ikea, 'Je nieuwe keuken een grote stap? We helpen je graag') begonnen ermee, de overheid volgde aarzelend. Ze doen het vooral als ze iets van me willen: dat ik iets koop, of me aan de verkeersregels houd. Ze doen het niet als ze ruzie met me hebben. Bij conflicten zijn partijen ineens u voor elkaar, willen ze doen alsof ze maatjes met me zijn, dan ben ik jij.
De Belastingdienst is een van de weinige instellingen die me nog consequent aanspreekt met u. Dat schept afstand, een formeel kader, en dat vinden zowel de fiscus als ik prettig.
Je of jullie - vertrouwelijk, u - formeel, dat zal iedereen herkennen. U is een kostuum, je een spijkerbroek. Waar ligt de grens?

Wat me fascineert is de verschuiving en de mogelijke oorzaken.
Bedrijven bieden een mengsel van vormelijkheid en vertrouwelijkheid en spelen hiërarchie en sfeer mee. Waar ik werkte, was het je en jullie - behalve als de magazijnbediende de directeur sprak. Toen ik een redelijk ernstig conflict had met mijn directeur, schreven we onderling u en spraken we je.
Tijdschriften en blogs: voor sommige (zoals dit) zijn lezers je, voor andere u. Als het goed is, wordt daarover nagedacht.
Handleidingen: een mix, denk ik.
Houd een lezing en een van de eerste vragen die je je moet stellen is: u of je.
Vlaanderen is dan nog een boek apart: ge of je, Vlaams-Nederlands of Nederlands met een Vlaams accent.

Je wint, dat is duidelijk. Je rukt op, u treedt terug. In het Duits (du / Sie) en Frans (tu / vous) idem dito mutatis mutandis, ook in het Spaans schijnt terrein te winnen, in ieder geval in Mexico.
In Zweden schijnt u ongeveer verbannen te zijn - hoewel dezer dagen een ommekeer valt waar te nemen, heb ik begrepen (uit Taaltoerisme).

Wat blijft is dat schokje, iedere keer als een groot bedrijf of overheidsinstituut vindt dat het op vertrouwelijke voet met me verkeert. Die wens is niet altijd wederzijds.

donderdag 10 oktober 2013

Rochel in de strot van de samenleving - en hollen achter de bal

Op 5 oktober was Bettine Vriesekoop op tv. Want: ze schreef een kinderboek, Kleine Ming en de gouden krekel (zie ook hier), in het kader van de tentoonstelling 'Ming, keizers, kunstenaars en kooplui in het oude China' in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Op 6 oktober, tja, het is Kinderboekenweek, volgde Youp van 't Hek. Want: hij schreef een kinderboek, De snelste zebra van de wereld.

Ted van Lieshout zat voor de tv, keek, en reageerde op zijn blog:
'Je kunt niet anders concluderen dan dat kinderboeken voor kunstprogramma’s alleen nog interessant zijn als ze geschreven zijn door bekende Nederlanders. 
Dat het daarbij dan niet gaat om de kwaliteit of de deskundigheid van de auteur, ligt voor de hand; zowel Vriesekoop als Van ‘t Hek staan niet bekend als de meest begaafde kinderboekenschrijvers van Nederland en zij zullen zelf ook niet beweren dat ze dat zijn. Maar waarom zijn zij dan wel interessant voor kunstprogramma’s en professionele schrijvers van kinderboeken niet? Van ‘t Hek en Vriesekoop zijn, zoals gezegd, bekende Nederlanders en die zijn om die reden interessanter dan kinderboekenschrijvers die niemand kent. 
Zo is tv de laatste decennia gaan werken, met programma’s als RTL Boulevard als lichtend voorbeeld, die al veel eerder nieuws zijn gaan zien in bekende Nederlanders die kinderboeken schrijven. Dat kunstprogramma’s zulke voorbeelden volgen, is een merkwaardige rochel in de strot van de samenleving.
Maar wat zegt dat over kunstprogramma’s als Kunststof en Opium? Dat kunst qua kijkcijfers moet mikken op een groter publiek. Ja, dat staat wel vast. Kunst mag niet meer elitair of exclusief zijn of hoogstaand, kunst moet zich richten op het commercieel breedst haalbare publiek. Commercie & Kijkcijfers in plaats van Cultuur & Kunst.
Als de kunstprogramma’s qua kinderboeken liever kiezen voor mediageniek dan voor kunst en kwaliteit, dan moet datzelfde ook wel gelden voor de andere items, toch? De vraag is of dat zo is. Indien het antwoord daarop ja luidt, dan is er iets wezenlijk mis met de wijze waarop deze programma’s pretenderen serieuze kunstprogramma’s te zijn, in plaats van amusement. Moet het antwoord nee luiden, dan is de vraag waarom juist bij kunst en cultuur voor kinderen níét wordt gekozen voor kwaliteit.'
Waarvan akte, met instemming.

'Professionele schrijvers van kinderboeken' doen iets anders: die voetballen met kinderen. Ik citeer het persbericht van het Kinderboekenmuseum:
'Het Kinderboekenmuseum sluit de Kinderboekenweek zondag 13 oktober af met de Kinderboekenparade. De tweede editie van dit festival opent om 11 uur in stijl met een voetbalwedstrijd van een dreamteam van schrijvers en illustratoren. Harmen van Straaten, Loes Riphagen, Jacques Vriens, Fred Diks en Gouden Griffel-winnaar Simon van der Geest nemen het op tegen het jeugdteam Graaf Willem II. Paul van Loon is scheidsrechter: wie krijgt van hem een rode kaart…?

Ben jij klaar voor de start? Kom dan naar de Kinderboekenparade: daar is van alles te doen en beleven. Optredens, tekendemonstraties, workshop en nog veel meer. Doe mee met de Koen Kampioenshow van Fred Diks of laat je moves zien tijdens breakdance workshops. Tackle je favoriete schrijver of illustrator en scoor een handtekening. Zorg dat je er bij bent!'
Zo dus...






maandag 7 oktober 2013

Je bent super... of niet

Het is verleidelijk om het kinderboekenweekgeschenk 2013 af te doen met een sneer. Achternamiddagniemendalletje.

Maar nee, laat ik dat niet doen.
Het kostte Harmen van Straaten zeer waarschijnlijk meer dan een halve dag om Je bent super... Jan te schrijven en te tekenen. En hij toont zich een talentvolle illustrator, vooral bedreven in het karikaturale genre.
Hij kan ook nog eens vlot schrijven. En ik denk dat heel wat acht- tot tienjarigen zijn verhaal best grappig vinden, zeker als ze ook de voorgaande delen over Super-Jan hebben gelezen.

Die hebben immers geen last van mijn ballast: zo'n zestig jaar kinderboeken lezen. Beginnen met een heel andere verwachting te lezen. Slikken alle gemakkelijke onwaarschijnlijkheden, herkennen geen cliché's, geen betere voorbeelden (Dahl), zijn tevreden met een onvervalst happy end en leven lekker mee met de slapstick, mede dankzij voortreffelijke illustraties. Ze hebben helemaal geen last van het idee dat dit allemaal uit een soort kinderboekenschrijfmachine is voortgekomen. (En wat dan nog...)



Die kinderboekenschrijfmachine is een grote pot, met twee armen. In die pot stop je wat ingrediënten en voorschriften.
Voorschriften: bijvoorbeeld korte hoofdstukjes met titels bestaande uit een of twee woorden. Reportagestijl, onbekende verteller doet life verslag vanuit het perspectief van de hoofdpersoon. Het moet goed aflopen.
Ingrediënten: bijvoorbeeld een jonge hoofdpersoon die véél kan, wat leeftijdgenoten, wat volwassenen in soorten en maten, waaronder nogal wat extra karikaturale types, een ongeluk, een complot, wat los uit de pols geschudde goed van pas komende magie en zo nog wat ingrediënten die in ruime voorraad zijn in het kinderboekenrepertoire, zo van de plank te pakken, hoeft niet veel tijd te kosten.
Zet de pot aan. Het kan even duren, maar dan komen de armen in beweging en maken keurig een reeks woorden, met gelegenheid om illustraties tussen te voegen. Even nakijken, klaar is kees. Zo kun je in korte tijd tientallen verhalen produceren. Handig!



Zo krijg je echt heel acceptabele kinderboeken. Doen een beetje dertien-in-een-dozijn aan, maar zijn wel verkoopbaar en bieden veel kinderen vermaak.
Voor de wat meer bijzondere verhalen en poëzie voldoet de machine niet, dan heb je specialere mensenkoppen nodig.
Maar dan hebben we het over ander werk dan Ik ben super... Jan. Waarbij zij opgemerkt dat de illustraties in dit verhaal echt goed zijn. Mensenwerk. Misschien geen originele stijl (zie bijvoorbeeld Quentin Blake, de illustratie onderaan deze recensie is van hem), maar degelijk karikaturaal ambachtswerk. En dat toont Harmen van Straaten ook in zijn andere boeken. Tekenen kan-ie.



O.k., laat ik toch even de inhoud heel kort samenvatten. Jans vader en moeder zijn met de buren, meneer en mevrouw Stromboli, een zeetocht aan het maken. Ze lijden schipbreuk en worden onvindbaar - dat ze nog leven deelt de verteller ons middels korte intermezzo's over hun wedervaren mee. Jan moet naar een gesticht, waar akelige types de scpeter zwaaien en ook nog enkele zeer vervelende jongens wonen. In de buurt worden veel diefstallen gepleegd. Jan ontdekt snel dat er 's nachts in het gesticht iets gebeurt dat het daglicht niet kan velen en al snel blijkt de gestichtsleiding ermee van doen te hebben, evenals een van de vervelende jongens. Jan verzint een list en maakt daarbij gebruik van zijn drie magische gaven: supersterk worden en kunnen vliegen als iemand om hulp roept, en met dieren kunnen praten. De bende wordt opgerold en als slagroom op de taart keren ook nog zijn ouders en de buren terug.
Zie hier voor de lesbrief (jawel!), hier voor een recensie van Jaap Friso (Jaap leest), hier een van Geraldine Chantal Hameetman (ChantalH's Walhalla der boeken) en hier een van Susan Venings (Kinderboekenpraatjes).

Straaten, Harmen van. Je bent super... Jan! CPNB, 2013. ISBN 978 90 5988 210 1. Uitgegeven ter gelegenheid van de Kinderboekenweek 2013. Tot en met 13 oktober 2013 gratis bij aankoop van minstens € 10,- aan kinderboeken.







vrijdag 4 oktober 2013

De superioriteit van 'Vlaamse kids'

De verstandigste opmerking in het artikel 'Vlaamse kids lezen betere boeken' door Joukje Akveld in het periodiek dat journalistiek werk als 'verhalen' wil brengen, Vrij Nederland, nummer 5-10-2013, komt van Koos Meinderts: 'Kinderen moeten soms op weg worden geholpen, zegt ook Koos Meinderts. Die moeten gewezen worden op al het moois wat ze nog niet kennen. "Het feest der herkenning moet weer een feest van de ontdekkingen worden."'
Zo is het. Je moet wel een grenzeloze naïeveling zijn als je denkt dat kinderen uit zichzelf al dat moois ontdekken. Wat niet wil zeggen dat kinderen uit zichzelf niets ontdekken.
Kinderen op weg helpen. Het is de meest bescheiden opdracht voor opvoeders - en opvoeder is in principe iedereen die met kinderen omgaat. Dus ook iedereen die voor kinderen schrijft.
Dus ook al die schrijvers die vroeger om het hardst riepen vooral niet te willen opvoeden, eigenlijk ook niet speciaal voor kinderen te schrijven, eigenlijk voor het kind in henzelf schreven, eigenlijk, nou ja, eigenlijk niet te willen horen bij die club die kinderboeken als middel ziet in onderwijs en opvoeding, en vooral wél te willen horen bij de club die kinderboeken ziet als kunst.

Opvoeden, dat doen ook de bibliothecarissen van de Vlaamse bibliotheken die de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury organiseren die in dit artikel zo wordt geprezen.
'KJV is een jury van kinderen en jongeren tussen 4 en 16 jaar. Juryleden krijgen een lijst van boeken om te beoordelen. Soms komen ze samen in leesgroepen om te praten over de boeken. '
'De KJV doet aan leesbevordering én leesverdieping. Vanuit de filosofie dat boeken lezen en boeken beoordelen met punten niet voldoende zijn, beschouwt de KJV het als haar handelsmerk dat over de boeken uitgebreid gepraat wordt in leesgroepen. Daardoor kunnen kinderen hun literaire smaak ontwikkelen en toetsen aan die van andere lezers.'
'De prijsuitreiking wordt jaarlijks door zo’n vijftienhonderd juryleden bezocht. Het is een evenement waar lezers en schrijvers elkaar ontmoeten en veel boeken worden verkocht. "We horen dat auteurs blij zijn met het contact met kinderen die hun boek echt hebben gelezen en niet alleen zwaaien met een kladblaadje voor een handtekening," zegt Stessens. "Bij ons staan de schrijvers centraal. We organiseren wel spelletjes, maar die zijn altijd schrijver- of boekgerelateerd, zoals Wie Is Het?, met auteursgezichten en Twister met de personages uit Vos en Haas."'
De genoemde lijst wordt samengesteld door medewerkers van Stichting Lezen.

Tijd om te benadrukken dat kunst en opvoeden niet elkaars tegengestelde zijn. Bij musea weten ze dat allang: die hebben heel vaak een afdeling kunsteducatie.
Kunsteducatie, jawel, daarom gaat het, maar goede verhalen (en poëzie, en theater) gáán ergens over, raken niet alleen de vraag wat 'mooi' is maar ook wat 'goed' is. Jonge lezers leven mee met de personages. Het is een soms krampachtige opgave om het dan alleen te willen hebben over hoe die dekselse auteurs het toch voor elkaar hebben gekregen dat je hun verhaal ademloos hebt uitgelezen.
Laten we dus vooral niet krampachtig doen. Praten over verhalen omvat vaak ook praten over gewenst of ongewenst gedrag, heldendom, moed, lafheid, bedrog. Het is aan de begeleider (opvoeder dus) met een kunsteducatief doel om de gesprekken verder te leiden naar de vraag waarom het ene verhaal verkozen wordt boven het andere.

Joukje Akveld citeert wat auteurs en illustratoren die deze werkwijze steunen en/of warme herinneringen hebben aan ontmoetingen met juryleden: Philip Hopman, Joke van Leeuwen, Koos Meinderts, Erik van Os, Gideon Samson.
Joke van Leeuwen schiet vanuit de heup:
'"De CPNB heeft als organisatie van uitgevers en boekhandelaren vooral tot doel de boekverkoop te stimuleren," zegt schrijfster en illustratrice Joke van Leeuwen. "Stichting Lezen wordt vanuit de overheid gesubsidieerd om het lezen te bevorderen, dat is een wezenlijk ander uitgangspunt." Van Leeuwen – geboren in Nederland, wonend in Antwerpen – heeft een voorkeur voor de Vlaamse aanpak. "In deze neoliberale tijd maken kinderen steeds jonger deel uit van de commerciële machine die bepaalt dat kwantiteit belangrijker is dan kwaliteit. In vergelijking met de Vlaamse kinderboekenmarkt is in Nederland het middelmatige steeds meer op de voorgrond getreden. Voor het eigenzinnige is minder ruimte. Het commerciële neoliberalisme ervaart kuddegedrag als positief, dat vind ik een kwalijke zaak. Je moet kinderen stimuleren zelf na te denken en een eigen smaak te ontwikkelen."'
Philip Hopman:
'Ook tekenaar Philip Hopman noemt het Vlaamse evenement één groot feest. Afgelopen jaar was hij in Brugge vanwege de nominatie van het door hem geïllustreerde Toen kwam Sam, een verhaal van Edward van de Vendel. "Er zat een zaal vol enthousiaste kinderen die de titel van ons boek scandeerden omdat ze wilden dat het ging winnen. Ik voelde een soort gretigheid bij het publiek die je bij ons haast nooit ziet. Als ik op de Amsterdamse Uitmarkt signeer, verkoop ik in twee uur drie boeken. Je hoort er ook meer sombere verhalen over ontlezing. Dan vraag ik me af: wat doen ze in België wat hier niet lukt?"'

'Ze' doen in België wat betreft de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury zoals Nederlandse kinderjury's dat ooit, decennia geleden deden: lokaal, met praatgroepen, begeleiders en een voorselectie. Er is ook een Internetjury van de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury, maar de keuze is dan beperkt tot genoemde lijst.
Het verschil zit 'm dus in de selectie en deels in de werkwijze.
Want de Nederlandse Kinderjury stelt kinderen in de gelegenheid online een stem uit te brengen op het boek van hun voorkeur, mits dat het voorafgaand jaar is verschenen.
(Zo werkt ook het leesbevorderingsproject 'Lees 1 7', door de Bibliotheekvereniging Limburg opgezet in Belgisch Limburg. Dit project, ooit voortgekomen uit de Kinder- en jeugdjury Limburg, lijkt enigszins op het Leesprogramma van de Nederlandse bibliotheken, dat echter wel een titellijst hanteert. 'Lees 1 7' is op internet nauwelijks aanwezig, wie zoekt komt terecht in berichten van locale Belgisch-Limburgse bibliotheken.)
Zelfs de Nederlandse Kinderjury doet overigens in lichte mate aan selectie. Bibliotheken kunnen stickers plakken in boeken - maar hoeven dat niet per se op alle in het voorafgaand jaar verschenen kinderboeken te doen. En op de website is een lijstje Boekentips te vinden, in twee leeftijdscategorieën.
'Ben je op zoek naar leuke boekentips? Daarvoor is er een speciale tiplijst gemaakt met 25 boeken per leeftijdscategorie. Boekhandels en bibliotheken uit het hele land hebben titels verzameld van boeken die zij mooi, grappig, bijzonder of spannend vinden. De tiplijst vind je hier.'

En ja, daarin zat voor de bekroning in 2013 óók het in Joukje Akvelds artikel menigmaal gewraakte Fantasia van Geronimo Stilton (dit jaar deel VII). Kennelijk zijn er in Nederland boekwinkeliers of bibliothecarissen die dit 'mooi, grappig, bijzonder of spannend' vinden. Ieder zijn meug, zei de boer, en at het eten van het varken op. (Uit het werk Peter Fleming en de Groene Smaragd van P.J. Zonruiter.)
Maar daarnaast werk dat ook in de smaak van menig volwassen recensent valt, of in de smaak van de Vlaamse juryleden, bijvoorbeeld werk van Tosca Menten of Hans Hagen.

Zoals Joukje Akveld zelf opmerkt: 'Het is verleidelijk Vlaamse kinderen op basis van deze lijstjes een gevarieerdere smaak toe te schrijven dan de Nederlandse seriebekroners, maar dat is te kort door de bocht – daarvoor is het verschil in opzet tussen beide jury’s te groot.' Waarvan akte, met instemming.

'Het begint allemaal op de pabo'

Maar nu volgt de uitsmijter, het eind van het artikel, en dat citeer ik in zijn geheel:

' Misschien heeft de verwijdering tussen de Nederlandse en Vlaamse leescultuur te maken met het Nederlandse onderwijssysteem. Bastiaan Bommeljé, uitgever, boekhandelaar en publicist, betoogde onlangs in NRC Handelsblad dat op Nederlandse scholen minder aandacht aan taal en literatuur wordt besteed dan in de ons omringende landen, met negatieve gevolgen voor het leesgedrag. Tegelijk verscheen van kinderboekenschrijver Jacques Vriens (sinds enkele maanden Nederlands eerste Kinderboekenambassadeur) in de Volkskrant een stuk waaruit blijkt dat Nederlandse kinderen het wat betreft leesplezier afleggen tegen kinderen uit bijna vijftig andere landen. “Dat is ook niet zo gek,” schreef Vriens, “als je weet dat jaarlijks 40.000 (!) kinderen de basisschool verlaten met een leesachterstand van minstens twee jaar.

Het zou een verklaring kunnen zijn waarom in 1989 Thea Beckman nog de Prijs van de Nederlandse Kinderjury won en de laatste jaren voornamelijk makkelijk leesbare serieboeken winnen. Beckman stond nooit bekend als literair auteur, maar wie haar zinnen naast die van Geronimo Stilton legt, ziet dat ze een stuk ingewikkelder zijn dan die van de schrijvende muis. In vijfentwintig jaar zijn Nederlandse kinderen steeds “eenvoudigere” boeken gaan bekronen.

Volgens Vriens, die zijn loopbaan begon als leraar op een basisschool voor hij zich in 1993 volledig aan het schrijven wijdde, begint het allemaal op de pabo, de beroepsopleiding voor docenten. “Daar is steeds minder aandacht voor jeugdliteratuur. Als leerkrachten zelf niet meer gewend zijn om te lezen, hoe kunnen ze dat dan uitdragen aan hun leerlingen?
Harm de Jonge, kinderboekenschrijver die vanaf midden jaren zeventig twintig jaar Nederlands doceerde op een pabo in Groningen, herkent het beeld. “In de jaren tachtig volgden mijn studenten minstens vier ‘literaire’ modules per jaar, waaronder jeugdliteratuur. Dat was nog op de ouderwetse manier met leeslijsten en boekverslagen. Later is dat teruggebracht naar één module en nog weer later tot helemaal niets meer. Het zelfontdekkend en probleem gestuurd onderwijs kwam in zwang – de pedagogen hebben de macht gegrepen, zeiden wij wel – en de nadruk verschoof naar didactiek. Alle vormen van literatuuronderwijs horen bij de persoonsvorming en zijn niet beroepsvormend, vond men. Het was de doodsteek voor de ontwikkeling van leerkrachten.

Armpje worstelen

Onlangs ontwikkelde de Nederlandse Stichting Lezen een minor jeugdliteratuur voor pabo’s. “Juist leerkrachten moeten een actuele kennis van het aanbod hebben om leerlingen op maat te kunnen instrueren,” zegt directeur Gerlien van Dalen. “Nu is de aandacht op pabo’s nog te vrijblijvend en minimaal. Bovendien is ze te zeer afhankelijk van het enthousiasme van de docent. Landelijke richtlijnen zijn er niet; elke school vult het vak op zijn eigen manier in. Ons streven is dat jeugdliteratuur straks overal een vast onderdeel is van het curriculum.

Jacques Vriens noemt het een mooi initiatief, maar tegelijk vindt hij het “krankzinnig” dat er van buitenaf iets bedacht moet worden om op pabo’s aandacht voor jeugdliteratuur te genereren. “Als je voor de klas staat zou het normáál moeten zijn dat je je in kinderboeken verdiept.

Want kinderen moeten soms op weg worden geholpen, zegt ook Koos Meinderts. Die moeten gewezen worden op al het moois wat ze nog niet kennen. “Het feest der herkenning moet weer een feest van de ontdekkingen worden.

Dus gewoon: aandacht voor schrijvers en de diversiteit aan boeken, zoals dat in Vlaanderen gebeurt. Want Vlaamse kinderen worden niet met een verfijndere smaak geboren dan Nederlandse, die wordt aangeleerd. Maar daarvoor moet je kinderen en boeken wél serieus nemen. Meinderts: “Op de uitnodiging van het CPNB voor het Kinderboekenbal werd gevraagd of ik als schrijver vijftien minuten wilde plaatsnemen aan een van de signeertafels. Vanwege het sport- en spelthema van de Kinderboekenweek leek het de organisatie leuk als de auteurs eerst een wedstrijdje armpje worstelen met de kinderen zouden doen. Mag ik bedanken?”  '

Mag ik vooral pabo-docenten (maar ook onderwijsgevenden) wijzen op het boek Verborgen talenten, jeugdliteratuur op school?




dinsdag 1 oktober 2013

Fabels in het Indo-Europees

Het Indo-Europees is volgens vrijwel alle taalgeleerden de oertaal waarvan de meeste Europese talen en zeer veel talen uit het zuidwesten van Azië afstammen, van het Hindi tot het Gaelic. De taal zou zo'n vijf-, zesduizend jaar geleden zijn gesproken.
Door talen met elkaar te vergelijken en theorieën toe te passen over de manieren waarop talen veranderen, zijn pogingen ondernomen om een idee te krijgen hoe die taal geklonken moet hebben. Zoals te voorzien, verschillen de meningen tot op heden, want zo eenvoudig is het niet. In de 19e eeuw ondernam de geleerde August Schleicher een poging: hij schreef een fabel, 'Het schaap en de paarden', in het Proto-Indo-Europees (PIE) .
Hier de Engelse versie zoals weergegeven op Archaeology:

'A sheep that had no wool saw horses, one of them pulling a heavy wagon, one carrying a big load, and one carrying a man quickly. The sheep said to the horses: "My heart pains me, seeing a man driving horses." The horses said: "Listen, sheep, our hearts pain us when we see this: a man, the master, makes the wool of the sheep into a warm garment for himself. And the sheep has no wool." Having heard this, the sheep fled into the plain.'

Hier die in het (PIE) volgens Schleicher:

'Avis, jasmin varnā na ā ast, dadarka akvams, tam, vāgham garum vaghantam, tam, bhāram magham, tam, manum āku bharantam. Avis akvabhjams ā vavakat: kard aghnutai mai vidanti manum akvams agantam. Akvāsas ā vavakant: krudhi avai, kard aghnutai vividvant-svas: manus patis varnām avisāms karnauti svabhjam gharmam vastram avibhjams ka varnā na asti. Tat kukruvants avis agram ā bhugat.'

Tot nu toe waagde niemand zich in het openbaar aan het uitspreken.
Maar de taalkundige Andrew Byrd waagde zich aan een poging. Zie en hoor Archaeology.
'It is based on recent work done by linguist H. Craig Melchert, and incorporates a number of sounds unknown at the time Schleicher first created the fable:

H2óu̯is h1éḱu̯ōs-kwe
h2áu̯ei̯ h1i̯osméi̯ h2u̯l̥h1náh2 né h1ést, só h1éḱu̯oms derḱt. só gwr̥hxúm u̯óǵhom u̯eǵhed; só méǵh2m̥ bhórom; só dhǵhémonm̥ h2ṓḱu bhered. h2óu̯is h1ékwoi̯bhi̯os u̯eu̯ked: “dhǵhémonm̥ spéḱi̯oh2 h1éḱu̯oms-kwe h2áǵeti, ḱḗr moi̯ aghnutor”. h1éḱu̯ōs tu u̯eu̯kond: “ḱludhí, h2ou̯ei̯! tód spéḱi̯omes, n̥sméi̯ aghnutór ḱḗr: dhǵhémō, pótis, sē h2áu̯i̯es h2u̯l̥h1náh2 gwhérmom u̯éstrom u̯ept, h2áu̯ibhi̯os tu h2u̯l̥h1náh2 né h1esti. tód ḱeḱluu̯ṓs h2óu̯is h2aǵróm bhuged.'

Lijkt naar mijn idee nauwelijks op de tekst van Schleicher. Zal wel liggen aan die nieuwe klanken.

Nog zo'n verhaal in het PIE is 'De koning en de god'. 'In the 1990s, historical linguists created another short parable in reconstructed PIE. It is loosely based on a passage from the Rigveda, an ancient collection of Sanskrit hymns, in which a king beseeches the god Varuna to grant him a son.'

Hier de Engelse versie, nog steeds volgens Archaeology:
'The King and the God
Once there was a king. He was childless. The king wanted a son. He asked his priest: "May a son be born to me!" The priest said to the king: "Pray to the god Werunos." The king approached the god Werunos to pray now to the god. "Hear me, father Werunos!" The god Werunos came down from heaven. "What do you want?" "I want a son." "Let this be so," said the bright god Werunos. The king's lady bore a son.'

Hier de transscriptie, gebruik de link om te luisteren:
'H3rḗḱs dei̯u̯ós-kwe

H3rḗḱs h1est; só n̥putlós. H3rḗḱs súhxnum u̯l̥nh1to. Tósi̯o ǵʰéu̯torm̥ prēḱst: "Súhxnus moi̯ ǵn̥h1i̯etōd!" Ǵʰéu̯tōr tom h3rḗǵm̥ u̯eu̯ked: "h1i̯áǵesu̯o dei̯u̯óm U̯érunom". Úpo h3rḗḱs dei̯u̯óm U̯érunom sesole nú dei̯u̯óm h1i̯aǵeto. "ḱludʰí moi, pter U̯erune!" Dei̯u̯ós U̯érunos diu̯és km̥tá gʷah2t. "Kʷíd u̯ēlh1si?" "Súhxnum u̯ēlh1mi." "Tód h1estu", u̯éu̯ked leu̯kós dei̯u̯ós U̯érunos. Nu h3réḱs pótnih2 súhxnum ǵeǵonh1e.'

Het nieuws bleef niet onopgemerkt. Het onvolprezen Taalpost gaf me de hint, o.a. CNET, Huffington Post (mooi artikel) en Opposing Views pikten het op.

Je zou wensen dat er een Proto-Indo-Europeaan uit zijn graf verrees om commentaar te leveren. Ik vind het prachtig, die pogingen om oude of verzonnen talen te laten klinken.
Zie ook 'Spreken als Yoda', luister naar Lucas Lambers' weergave van Hesiodos, Sondre Danielsens 'Onze Vader' in Oud-Engels (hier mag ook), zie Benjamin Bagby met zijn Beowulf hier of hier op Youtube (of koop de dvd) en zie The Recordings van SOAS. Er is vast meer te vinden.




donderdag 19 september 2013

Wat heet poëzie 6

Trap VIII

Sylvia Plath was ongeliefd.
Iedereen die haar ontmoette, vond haar raar en agressief. Ze werd razend toen ze ontdekte dat een vriendin met potlood in haar boeken had geschreven. De kanttekeningen randden Plaths boeken aan.
En ze pleegde zelfmoord toen ze begreep dat Ted Hughes van plan was bij haar weg te gaan.

Sommigen kunnen hun voeten niet netjes op de regels van de tekst zetten en zo naar de laatste bladzijde klimmen. Die willen buiten de muurboom lopen of op de stootborden, of een trede nog eens met een extra wellat onderstrepen.
De ervaring leert dat wat er in de marge staat meestal storende onzin is, een zinloze daad van trapdrift. Bij het stijgen negeer ik altijd zo veel mogelijk de aantekeningen.
Maar er zijn natuurlijk kanttekenaars die lijnen kunnen aanvechten met marginalia, zodat opeens een trapleer ontstaat.

War er maar geen witte rand. Was het hele vel maar gevuld.

Sebastienne Postma in De Gids 2013-6, p. 36.

Poëzie? Eerder een vertoogje met beeldend taalgebruik, zou ik denken.

Maar het was dan ook anders op de pagina gezet, namelijk zó:

Sylvia Plath was ongeliefd.
Iedereen die haar ontmoette, vond haar raar 
en agressief. Ze werd razend toen ze 
   ontdekte 
dat een vriendin met potlood in haar boeken 
had geschreven. De kanttekeningen randden 
Plaths boeken aan. En ze pleegde zelfmoord 
toen ze begreep dat Ted Hughes 
van plan was bij haar weg te gaan.

Sommigen kunnen hun voeten niet 
netjes op de regels van de tekst zetten 
en zo naar de laatste bladzijde klimmen. 
Die willen buiten de muurboom lopen of 
op de stootborden, of een trede nog eens met 
een extra wellat onderstrepen.
De ervaring leert dat wat 
er in de marge staat meestal 
storende onzin is, een zinloze daad 
van trapdrift. Bij het stijgen negeer 
ik altijd zo veel mogelijk de aantekeningen.
Maar er zijn natuurlijk kanttekenaars die 
lijnen kunnen aanvechten met marginalia 
zodat opeens een trapleer ontstaat.

War er maar geen witte rand. 
Was het hele vel maar gevuld.

Wordt het zo meer poëzie? Ik betwijfel het.

Zie Wikipedia over Sylvia Plath.
Zie hier haar werk. Zoals 'Cinderella':

The prince leans to the girl in scarlet heels, Her green eyes slant, hair flaring in a fan Of silver as the rondo slows; now reels Begin on tilted violins to span The whole revolving tall glass palace hall Where guests slide gliding into light like wine; Rose candles flicker on the lilac wall Reflecting in a million flagons' shine, And glided couples all in whirling trance Follow holiday revel begun long since, Until near twelve the strange girl all at once Guilt-stricken halts, pales, clings to the prince As amid the hectic music and cocktail talk She hears the caustic ticking of the clock.

Of 'Alicante Lullaby':

In Alicante they bowl the barrels Bumblingly over the nubs of the cobbles Past the yellow-paella eateries, Below the ramshackle back-alley balconies, While the cocks and hens In the roofgardens Scuttle repose with crowns and cackles. Kumquat-colored trolleys ding as they trundle Passengers under an indigo fizzle Needling spumily down from the wires: Alongside the sibliant narhor the lovers Hear loudspeakers boom From each neon-lit palm Rumbas and sambas no ear-flaps can muffle. O Cacophony, goddess of jazz and of quarrels, Crack-throated mistress of bagpipes and cymbals, Let be your con brios, your capricciosos, Crescendos, cadenzas, prestos and pretissimos, My head on the pillow (Piano, pianissimo) Lullayed by susurrous lyres and viols.

Geen twijfel mogelijk: poëzie!




maandag 16 september 2013

Wim Hofman

Voor wie geen abonnement heeft op de Volkskrant wijs ik graag op het interview dat Pjotr van Lenteren voor de editie 14-9-2013 had met Wim Hofman, naar aanleiding van de Max Velthuijsprijs die hem is toegekend (en 19 september wordt uitgereikt), en naar aanleiding van de tentoonstelling 'Onbegrensd', die tot en met 13 oktober in de expositieruimte van kunstcentrum De Willem 3, Oranjestraat 4 te Vlissingen is te zien.
Het is een typerend interview geworden: weinig over de man, veel over de kunst, in dit geval vooral over de bronnen van zijn inspiratie.




Wim Hofman wordt vaak aangeduid als 'kinderboekenschrijver', zo ook op Wikipedia, maar is in feite een beeldend kunstenaar en dichter, die ook proza en poëzie voor kinderen schrijft en tekent (of schildert). Hij is zuinig met woorden, kan daardoor soms juist boeiend vertellen.
Een van de eerste keren dat ik hem meemaakte was tijdens een lange en saaie vergadering op het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC, authentieke spelling lektuur).
Ik weet niet meer hoe hij daar terechtkwam. Het duurde lang en werd nogal ongestructureerd heen en weer gepraat. Ineens haalde Wim een hamer uit zijn tas en legde die voor zich op tafel.
Iedereen keek even, praatte toen weer door. Maar de hamer was er. Wie weet duurde het gepraat daardoor korter.
Hij was toen, dacht ik, nog geen lid van de redactie van Leesgoed.

Dat is-ie wel jaren geweest, tot eind 2010. Ook daar; zuinig met woorden. En wat-ie zei, was zinnig.

Die zuinigheid met woorden is terug te vinden in zijn werk.
Veel zeggen met weinig woorden en weinig beelden, daar is Wim Hofman een meester in. Hij heeft al vroeg een zeer eigen, herkenbare stijl ontwikkeld.
In 1991 werd hij al geëerd met De kleine Hofman, Wim Hofmans werk van A-Z, uitgegeven door de Openbare Bibliotheek Vlissingen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Zeeuws Museum in Middelburg.
Wat mij betreft verdient hij de Max Velthuijsprijs ten volle.


woensdag 11 september 2013

Boekenwurmblad


De titel van dit nieuwe online periodiek over kinderboeken houdt meteen een beperking in: Boekenwurmblad toont nadrukkelijk de band met de kinderboekwinkel De Boekenwurm in Maastricht. Het is dan ook de digitale voortzetting van de papieren Boekenwurmbode.

Ik heb nog wel wat meer kritiek.

Maar eerst past vooral lof, want het vereist moed om zoveel tijd en energie te steken in een initiatief als dit!
Boekenwurmblad: een online periodiek waarop je een abonnement kan nemen. Ik heb meteen een abonnement genomen, kost € 12,- per jaar.

Wat biedt het eerste nummer? Een voorwoord van hoofdredacteur (en enige redacteur) Hanneke Koene, eigenaar van De Boekenwurm, en pagina's Actueel, Auteurs, Opinie, Boeken en BW Online en dat staat voor Boekenwurm Online. De tekstbijdragen zijn kort en luchtig, dus snel gelezen, maar dit periodiek heeft ook films!
Zo toont het onder Auteurs van Bart Moeyaert zowel de lezing die hij in Maastricht hield op 11 augustus 2013 als een interview met, jawel, Hanneke Koene, plus een interview ('Zee lezen') met Claudia Jong, ook door Hanneke Koene.
Onder Opinie vinden we een interview met Jacques Vriens en lestips van meester Louis Brouwer (beide door Hanneke Koene) en onder Boeken leest Tim Gladdines een stukje voor en vinden we Leeservaringen, die geen recensies mogen heten maar een 'beschrijving van het lezen, met een omschrijving van de doelgroep en tips om het boek in de klas aan te bieden'. Vooralsnog met 45 'leeservaringen', maar gezien het aantal categorieën (28) is uitbreiding duidelijk het doel. Hier een voorbeeld van zo'n leeservaring; anders dan de films, die als een soort pop-up verschijnen, hebben deze wel hun eigen pagina.
O.k. en de rest graag zelf bekijken.

Ik vind het een prachtig initiatief. Ligt voor de hand. Na het verdwijnen (begin 2013) van Leesgoed, het tijdschrift waarvan ik zo lang hoofdredacteur was en waarvoor ik nog een website mocht bijhouden, heb ik meer dan eens gepeinsd over het starten van een nieuwe editie, om te beginnen online.
Dat wou ik echter niet in m'n eentje doen en in eerste instantie wou ik initiatieven overlaten aan de laatstzittende redactie, van wie ik eind 2010 al afscheid had genomen.
Er zijn pogingen geweest, maar van zulke initiatieven heb ik momenteel geen weet. Volgens mij heeft de redactie zich bij het verdwijnen van Leesgoed neergelegd.

En zie: Hanneke Koene begint gewoon! Hopla, we zien wel hoe het verder groeit. Prachtig.

Ik heb nog wel wat commentaar, deels wensvervullend.

Eerst wat kleins maar niet onbelangrijk: vermeld onder Abonnement de prijs... Die zie je nu pas als je JA aanklikt. Beetje laat.

Verder mag het van mij nog wat minder winkelgebonden. Het gevaar dreigt dat het een wat uitgebreide en digitale folder voor De Boekenwurm wordt. Dat lijkt niet het doel, want de site opent aldus:

Dit is het Boekenwurmblad, het digitale kwartaalmagazine over de grote wereld van het kinderboek. Het is geen blad dat je van voor naar achter moet lezen. De lezer klikt op wat hem of haar interesseert en kan zo kriskras door het blad struinen.

Het Boekenwurmblad volgt niet de waan van de dag, maar is wel bij de tijd. Maak kennis met nieuwe of onbekende schrijvers, ontmoet de bekende namen, neem een kijkje achter de schermen van het boekenvak, filosofeer mee, probeer de (voor)leestips en snuffel in De Boekenwurm Online.

Via het Boekenwurmblad kunnen alle stenen boekwinkels gebruik maken van onze specialistische kennis, zonder dat zij daar kosten voor hoeven maken. Met een abonnement steunt u daarom alle boekwinkels, ook die waar u altijd uw boeken koopt. Bovendien kunt u via De Boekenwurm Online bij uw eigen boekwinkel de boeken bestellen en betalen.

Het kan echter nog wat algemener, en dan toch een hoekje houden voor BW online. Misschien willen andere winkels wel aansluiten! Misschien zijn er trouwens wel mensen die (eerst) boeken willen lenen. Ik weet dat de relatie tussen (kinder)boekwinkels en bibliotheken soms wat gevoelig ligt, maar dit zou een 'digitaal kwartaalmagazine over de grote wereld van het kinderboek' moeten worden. Tot die 'grote wereld' horen m.i. ook bibliotheken.

Als ik Hanneke was, zou ik de redactie uitbreiden. Dan kun je meer, en raak je niet in de problemen als je eens in de lappenmand ligt. Bovendien is het interessanter ook eens interviews door anderen te zien verschijnen. Maak dan meteen ook maar een colofon ('Wie en wat'). Stel de redactie voor: je moet maar net weten wie Hanneke Koene is. Voor kinderboek-insiders en Maastrichter scholen wellicht oude koek, maar voor anderen nieuw. Nu vind ik pas iets over haar onder Opinie en dan onder Colloquium, 'een briefwisseling tussen Bob Jennekens en Hanneke Koene'.

Met de indeling is, ongetwijfeld met opzet, iets bijzonders: er zijn twee soorten rubrieken, namelijk boven en rechts. Die van boven noemde ik al, rechts evenwel zijn het Wat zegt de ambassadeur?, Hannekes, Tip van meester Louis, Van de werkvloer, Colloquium, Tim leest voor, Cartoon en Leeservaringen. Klik je die aan, dan slinger je van (een onderdeel van) Boeken naar Opinie naar Actueel enz.
Het mooie van een digitaal periodiek is dat het niet geeft, ik vind het wel amusant dat je op drie manieren kan navigeren. Drie, want boven die 'rubrieken' rechts staat nog een aanklikbaar rijtje 'Deze keer'.

Welkom, Boekenwurmblad! Ik zie uit naar het volgende nummer.