Zoeken in deze blog

zondag 26 juni 2011

Mila, koningin van de Zeven Zeeën

Mila, koningin van de Zeven Zeeën (Moon) is het debuut van Jette Carolijn van der Berg als kinderboekauteur. Op de achterkant staat vet gedrukt dat zij ‘bekend is’ van haar rol (als Frances 'Baby' Houseman) in de musical Dirty Dancing. Iedere associatie van het verhaal met deze musical is echter misplaatst.
Het is een verhaal dat past in een traditie die met Robinson Crusoe is ingezet: hoofdpersoon spoelt na schipbreuk aan op eiland en moet zich zien te redden. Een robinsonade dus. In dit geval is de hoofdpersoon een elfjarig meisje, dat met vader en moeder per schip onderweg is naar Ceylon, waar haar vader ambassadeur gaat worden. Het schip vergaat en Mila spoelt aan op een eiland. Daar valt ze in handen van piraten. Ze vaart als jongen vermomd mee tot de vermomming ontdekt wordt. De piratenkapitein wil haar als slaaf verkopen, maar ze weet te vluchten, met de scheepsjongen. Een waarzegster vindt dat hun geluk in New York ligt. Ze verstoppen zich aan boord van een schip, worden ontdekt, de kapitein heeft medelijden met ze, maar een vals bemanningslid verkoopt ze in New York aan een weeshuis. Daar ontsnappen ze bijna weer, maar ze worden gepakt en meegegeven aan de piratenkapitein, die ze achtervolgd heeft wegens een in zijn ogen kostbaar kleinood. Middels enkele dramatische wendingen wordt echter de scheepsjongen Zilver kapitein van het schip, ze varen naar Europa en eind goed al goed arriveren ze bij het landgoed dat nu van Mila is, en haar geliefde kindermeisje is er ook nog.

Het verhaal deelt met vrijwel alle robinsonades dat het hoogst onwaarschijnlijk is. In tegenstelling tot de beste robinsonades weet de verteller deze onwaarschijnlijkheid niet weg te poetsen. Suspension of disbelief is hier wat veel gevraagd. Dat ligt aan diverse factoren: de eendimensionaliteit van de volwassen personages, de onverklaarde en daardoor ongeloofwaardige gehechtheid van piratenkapitein Branko aan scheepsjongen Zilver, wiens ouders hij nota bene heeft gedood, de wat kinderlijk geschetste bijgelovigheid van deze Branko, de vaagheid van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. (Volwassen lezers zullen vermoeden: 19e eeuw.)
Jammer, want de Nederlandstalige jeugdliteratuur kan best wat avonturenverhalen gebruiken. Ik neem aan dat er jonge lezers te vinden zijn die zullen smullen van dit lekker wensvervullende verhaal. Maar het had echt veel beter gekund.
De stijl is die van een doorsnee kinderboek, een onpersoonlijke verteller die als het ware in het hoofd van de hoofdpersoon kruipt:

Wat zou erin zitten? Wat voor verrassing had Doushka voor haar bedacht? Toen zag ze ineens het gezicht van haar kindermeisje voor zich. Ze had het beloofd. Ze zou het pas openmaken op de dag van haar verjaardag. Ze liet het blikje terugglijden in de jaszak. Ze wilde Doushka geen verdriet doen. Thuis niet, maar hier al helemaal niet. Op haar tenen sloop ze terug naar de tafel en wachtte tot het tijd was.

Zo dus. Waarbij nog opgemerkt dat ‘de dag van haar verjaardag’ niet fraai is en dat het haar jaszak is. En dat Doushka haar geliefde kindermeisje is, dat een Slavisch accent heeft – en uit Hongarije komt. Sorry, maar er zijn erg weinig Hongaren met een Slavisch accent, aangezien Hongaars geen Slavische taal is. Ik vraag me ook af of er wel eens ambassadeurs naar Ceylon zijn gestuurd in de tijd waarin het verhaal speelt, aangenomen dat het de 19e eeuw is, wat uit diverse details blijkt. (Zo reizen ze op een stoomschip, maar de piraten bedienen zich van een zeilschip.)
Er gingen toen wel zaakgelastigden naar Ceylon, overigens.

Nog een voorbeeld van een merkwaardige stijlbreuk.

Achter de receptiebalie stond een jongedame met een glimlach van oor tot oor.
‘Welkom op de Victoria’, zei ze zonder haar grijns te onderbreken. ‘Uw naam?’

Een glimlach die ineens een grijns wordt?

Zo is er desgevraagd wel meer te melden…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen