Zoeken in deze blog

maandag 27 juni 2011

Nimf

De dertienjarige Nour en zijn vader Len zijn geheel de draad kwijt als moeder Tille de benen neemt. Len hangt zijn viool in de wilgen, Nour verdiept zich in zijn insectenverzameling en spijbelt. Zijn vader vindt als eerste zijn evenwicht terug, met Nour komt het pas een beetje goed als zijn moeder weer komt opdagen.
Nimf (Davidsfonds/Infodok ) is de vierde roman van Marleen Nelen en voor alle vier romans geldt dat het Bildungsverhalen zijn. De hoofdpersoon komt in een crisis terecht en tracht zich daar uit te redden. In feite geldt dat voor een zeer groot deel van de verhalen die men tegenwoordig als adolescentenliteratuur (young adult literature) typeert. Opvallend is ook het grote aandeel van de zogenoemde ‘ik-verhalen’ in dit subgenre, verhalen waarin de verteller tevens de hoofdpersoon is.

Deze typering mag dan niet verrassend zijn, maar Nimf hoort beslist tot de beste voorbeelden van dit subgenre. Ook dit is een verhaal waarin de verteller de hoofdpersoon is: de dertienjarige Nour. Zijn perspectief wordt consequent doorgevoerd. Het is een verhaal over een crisis waarin drie mensen een grote rol spelen (Nour, zijn vader Len, zijn moeder Tille). Van de laatstgenoemde twee personen komt de lezer alleen te weten hoe Nour ze ziet. Nour daarentegen leren we heel goed kennen.
Natuurlijk is ook in dit verhaal, zoals in heel veel van zulke ‘ik-verhalen’, de ongerijmdheid aanwijsbaar dat een dertienjarige jongen zich uit met de stijlvastheid, de vlot weglezende zinnen van een ervaren verteller. Maar het stoort niet. Een laagje dieper blijft het perspectief wel degelijk dat van een dertienjarige, nergens piept er per ongeluk de blik van een veel oudere vertelinstantie door, zoals dat in veel van zulke verhalen wel gebeurt. Het mag dan wel goed leesbaar proza zijn, zoals je niet verwacht van een dertienjarige, het is wel heel naturel. En daardoor geloofwaardig.
Wat er gebeurt is heftig. Na het opstappen van Tille (een tien bladzijden durende episode die op zich een wrang en hilarisch verhaal is) raken zowel vader als zoon, ieder zeer afzonderlijk, uit balans. Heel mooi zie je als lezer in het hoofd van Nour hoe hij mede van slag raakt doordat zijn vader van slag raakt. Heel wrang om te ontdekken hoe het schort aan contact tussen die twee. Heel raak is de verwarring die optreedt als ze uit de krant vernemen hoe het met Tille in de VS (succesvol) gaat. Heel geloofwaardig ga je als lezer mee in Nours vlucht in de insectenverzamelarij en zijn weigering om nog naar school te gaan. De verhuizing is een drama op zich, evenals de andere school, waar Nour het slachtoffer wordt van enkele treiteraars. De opluchtende huilbui van Nour als Tille eindelijk, veel te laat, weer terug is, is dan al geheel te begrijpen.
Kortom, een verhaal dat staat.
Zoals een dirigent na een lange repetitie roept na de allerlaatste en eindelijk geslaagde uitvoering: ‘niets meer aan doen’. Het is af.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen