Zoeken in deze blog

zondag 26 juni 2011

Voor altijd beroemd

Voor altijd beroemd van Mireille Geus (Gorttmer) is een het verleden spelend verhaal. Albert moet als wees uit werken gaan en komt slecht terecht bij een alcoholische luitenant, die hem bijna letterlijk een hondenleven laat leiden. Maar via Cornelia, een aardig meisje, een hulpje van meesterschilder Rembrandt, en Paulus, een vriendelijke meestertimmerman, komt hij uit de penarie.
Vóór de auteur in 2004 debuteerde met Virenzo en ik, schreef en bewerkte ze toneelstukken voor kinderen en maakte ze teksten voor Sesamstraat en Kindernet. Ze heeft inmiddels een gevarieerd oeuvre op haar naam staan, van zowel boekjes voor jonge en beginnende lezers als voor 9/10+.

Voor altijd beroemd lijkt bijna een opdracht-verhaal, maar uit de ruime toelichting achterin zouden we moeten afleiden dat de auteur en haar dochter zelf op het idee kwamen om op zoek te gaan naar de identiteit van de twee kinderen die afgebeeld staan op de Nachtwacht.
Het verhaal biedt een indruk van het dagelijks leven medio 17e eeuw: welvaart aan de ene, schrijnende armoede aan de andere kant. En het biedt een indruk van hoe de Nachtwacht tot stand is gekomen. Of die indruk realistisch is? De toelichting geeft de indruk dat de auteur zich goed heeft voorbereid, maar biedt geen documentatie.

Vergeleken met bijvoorbeeld haar debuut Virenzo en ik biedt Voor altijd beroemd iets minder diepte. Maar het verhaal over Albert, die na de prachtig beschreven dood van zijn moeder (longontsteking) aan het werk moet en via de bedeling wordt ondergebracht bij de onberekenbare en vaak dronken luitenant Van Ruytenburch, wordt nauwgezet en heel geloofwaardig beschreven door de anonieme, onpersoonlijke verteller, die ons in o.t.t. laat meedelen in de angsten en vreugdes van Albert. Van Ruytenburch is een van de heren waarvan meesterschilder Rembrandt een groepsportret aan het maken is en zo komt Albert in aanraking met Rembrandts dienstmeid Cornelia.
Ook de rest van het verhaal steekt goed in elkaar. De verteller weet te doseren, legt de juiste lijnen zodat het allemaal lijkt te kloppen, en is goed in beeldspraak: ‘Cornelia lacht en Albert slurpt haar lach op als zonlicht’, om een voorbeeld te noemen. Dat Albert uiteindelijk, net als Cornelia, op het schilderij terechtkomt, is ook zorgvuldig voorbereid, middels de belofte die hij aan zijn moeder heeft gedaan: ‘beloof dat je jezelf onvergetelijk maakt’ (p. 46). En het levert nog een spetterende scène op, waarin de verteller nog eens het beeld weet te geven van Rembrandt als onwrikbare kunstenaar. (‘Ik bepaal de compositie.’)
Kortom, dit verhaal is misschien geen literair hoogtepunt, het is wel goed vakwerk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen