Zoeken in deze blog

zondag 23 januari 2011

Never Ending Stories

was de mooi gekozen titel van een internationaal symposium over hoe bekende oude verhalen voor kinderen werden en worden aangepast, of, 'adaptation of canonical texts in children's literature'. Het vond plaats in Gent, 20-21 januari 2011, in een zaal van het even statige als sleetse hoofdgebouw van de Gentse universiteit, en was georganiseerd door Sylvie Geerts en Sara van den Bossche.



Wat is een verhaal? Vraag je het een jurist, dan wordt dat mogelijkheid van of gelegenheid tot schadeloosstelling, maar dat valt buiten ons kader. Volgens mijn Van Dale (een oude, 10e druk) is het een 'mondelinge voordracht van gebeurtenissen die geacht worden te hebben plaatsgevonden'. Dat is een wonderlijke definitie, maar nog altijd minder slecht dan die van Wikipedia: 'een meer of minder fictief relaas van een of meer gebeurtenissen die de hoofdperso(o)n(en) meemaken' . (Wat is 'meer of minder fictief'?) (Wat is een relaas?) (Is het relaas fictief of de gebeurtenissen? Of de hoofdpersonen?)
Teksten van Nederlandse grootheden als Frank C. Maatje (lesvoer uit mijn studietijd) en Mieke Bal heb ik zo diep weggeborgen dat ik ze even niet kan raadplegen.
Ik zou het in de termen van Van Dale houden op een voordracht van gebeurtenissen die geacht worden verzonnen te zijn. Waarbij voordracht dan staat voor een samenhangende reeks woorden en/of beelden, en onder gebeurtenissen ook gedachten, wilsuitingen en gevoelens gerangschikt mogen worden. Dat zijn als het ware innerlijke gebeurtenissen. Een roman is een lang verhaal, een novelle iets minder lang.

Maar neem nu de Exercices de style (1947) van Raymond Queneau, waarin ofwel hetzelfde verhaaltje op 99 manieren wordt verteld, ofwel 99 verhaaltjes verteld worden die sterk op elkaar lijken. (Wie Frans verstaat, zie ook hier. Het werd goed in het Nederlands vertaald door Rudy Kousbroek, 1978, de vertaling is niet meer verkrijgbaar.) (Queneau is ook de auteur van het prachtige Zazie dans le métro, 1959, maar dat doet er nu even niet toe.)
Of neem nu Assepoester. Is Cinderella van Walt Disney hetzelfde verhaal als dat in van Charles Perrault, of hebben we hier twee verhalen die de titel en enkele hoofdpersonen delen? En hoe zit het met de diverse vertalingen of bewerkingen? Lien Fret gaf over die vertalingen of bewerkingen in het Nederlands een lezing die nogal wat verschillen toonde. Vanessa Joosen min of meer idem, maar dan aan de hand van wat er met de Kinder- und Hausmärchen van de broeders Grimm gebeurde, terwijl Bettina Kümmerling-Meibauer de Werdegang van E.T.A. Hoffmann's Nußknacker und Mausekönig belichtte. Die laatste lezing ging overigens niet zozeer over bewerkingen als wel over de grote verschillen in waardering die dit kunstsprookje ondervond.

Dat je met mythen en sprookjes ook met ideologische bedoelingen op de loop kan gaan, vertelde Sylvia Warnecke in haar vertoog over het in de DDR gestarte project waarbij deze oude verhalen naar DDR-snit werden bewerkt. Warnecke is wat de DDR betreft ervaringsdeskundige: ze groeide er in op. Diverse in de DDR bekende literaire deskundigen namen aan dit project deel, en de auteur was Franz Fühmann. Het project had volgens haar, als ik het goed heb begrepen, een opmerkelijk effect op de deelnemers: gaandeweg nam het ideologisch gehalte af.


Is een verhaal dan enkel een geraamte? Een reeks fictieve gebeurtenissen die in een bepaalde volgorde plaatsvindt met tenminste enkele hoofdpersonen? Maar dan is de samenvatting van het verhaal ook het verhaal. Dan kom je uit bij de Nederlandse Volksverhalenbank en tref je bij, bijvoorbeeld, het verhaal (?) 'Ali Baba en de veertig rovers dit lemma aan, bestaande uit een kort verhaal (of samenvatting?) en een stukje over verschillende versies. En je komt uit bij het monumentale werk van Antti Aarne en Stith Thompson, dat bekend staat als het Aarne-Thompson classification system. Deze twee sprookjesonderzoekers hebben oude verhalen ingedeeld naar motieven en hoofdpersonen en het resultaat is een index waarin ieder type verhaal een nummer kreeg. 'De wolf en de zeven geitjes' bijvoorbeeld is AT 123.


Jan van Coillie toonde in zijn lezing over Andersen's Kleine Zeemeermin (hier Engelse tekst) nog grotere verschillen. Walt Disney leende voor zijn Little Mermaid titel en enkele hoofdpersonen, maar gaf aan de reeks gebeurtenissen en de wijze waarop de hoofdpersonen zich gedragen zo'n andere draai dat het de vraag is of hier nog van hetzelfde verhaal mag worden gesproken. Andersen's verhaal zit vol 'innerlijke gebeurtenissen' (zie boven), in de Disney-versie valt dat wat tegen, Andersen biedt drama, Disney verstrooing voor de hele familie. Een Never Ending Story? Hm. Dit geldt mutatis mutandis natuurlijk voor alle Disney-versies van sprookjes.

Daarmee sneed hij, niet als enige, ook aan wat er gebeurt als een verhaal in woorden wordt omgezet in een verhaal in bewegend beeld met geluid: theater of film.
Aidan Chambers, die het symposium afsloot, hield daarover een mooi vertoog, en soms een dialoog want hij had de Vlaamse acteur Robbie Cleiren uitgenodigd om nog beter te kunnen vertellen hoe De Tolbrug bewerkt werd tot een theaterstuk voor drie acteurs (1998, theatergroep Ibycus). Ook in dit geval is het de vraag of het hier om twee verschillende verhalen met overeenkomstige thema's en hoofdpersonen gaat, of om één verhaal dat op twee zeer verschillende manieren wordt voorgedragen. Voor Chambers was het een grote verrassing wat de drie acteurs en de decormaker van zijn verhaal maakten, en hoe zij met zijn script ('a disaster') op de loop gingen en er letterlijk geen woord van heel lieten. Toch was hij heel blij met het resultaat en voor hem mocht het wel degelijk nog steeds de naam van zíjn verhaal dragen.

Het bewerken van oude verhalen wordt vaak gezien als een degradatie van 'oorspronkelijk werk'. Dat geldt wat recensenten betreft met name voor wat er uit de Disney-studio's komt of wat er verschijnt aan goedkoop flodderwerk. Maar bewerkingen kunnen ook leiden tot nieuwe, creatieve vondsten. Een pleidooi in die richting hield Julie Sanders en kwam ook enigszins terug in het vertoog van achternaamgenoot (geen familie) Joe Sutliff Sanders over Tesuwan Atom.
Daarbij kwam ook het citeren van beelden of passages ter sprake. John Stephens moet veel films en theaterstukken gezien hebben met het idee, I've seen this before. Want hij voerde in zijn lezing een reeks van zulke echo's op, en dan met name (als voorbeeld) in The Yggyssey van Daniel Pinkwater.

Hier laat ik het bij. Daarmee doe ik ongetwijfeld het programma niet helemaal recht, al was het maar doordat ik de eerste ochtend door omstandigheden (zieke geliefde) miste, waaronder key note spreker Zohar Shavit, en omdat ik Franci Greyling's mooie vertoog over het optekenen van Zuid-Afrikaanse verhalen (project Storiewerf) onbesproken laat en zo meer.
Het moge duidelijk zijn dat het programma veel bood.
Er wordt gewerkt aan een bundel, maar volgens Sara en Sylvie kon het nog wel twee jaar duren voordat het er is.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen