Zoeken in deze blog

vrijdag 7 januari 2011

Zand erover

Zand erover van Laura Broekhuysen (Lemniscaat) is een debuut. De (anonieme) verteller focust op de jongste van de vier zussen, Meike. Daardoor en door de wijze van uitgeven vindt dit werk in de boekhandel een plaats in de kast jongerenboeken c.q. jeugdliteratuur. De wijze van uitgeven: 1) staat deze uitgeverij bekend als uitgever van jongerenliteratuur, 2) heeft zij het zelf aangekondigd als zodanig (aanbieding jeugdliteratuur), 3) toont de omslagafbeelding (van Nynke Talsma) veel jongere figuren (het lijken wel basisschoolkinderen) dan de personages zijn: een echte jongere (Meike), drie volwassen zussen. Ware deze tekst me voorgelegd zonder buitenliteraire context, dus als typoscript, dan was het nog een open vraag geweest waar dit verhaal te plaatsen.

De opbouw is die van een verteller die één personage van dichtbij volgt, als het ware in haar huid en geest kruipt, in onvoltooid tegenwoordige tijd, dus als een live verslag. Het begint ook medias-in-res, zoals zeer veel jeugdliteratuur.
Maar het blijkt al snel geen middle-of-the-road-stijl. Ten eerste zijn er (met inspringen) gedachteflarden, meestal maar een zin. Ten tweede zijn er al snel flashbacks, cursief gedrukt, met dezelfde stijl maar een andere hoofdpersoon, ene Lis. Ten derde is het een ronduit karige stijl, de informatie die nodig is om te achterhalen waar het over gaat wordt mondjesmaat gegeven en zeer zorgvuldig gedoseerd.
Hier is een auteur met talent aan het werk!
De suggestie van een drama dient zich snel aan, vooral door die flashbacks, want die Lis blijkt eenzaam en heeft een stel starre, haar niet begrijpende ouders.
Even drie piepkleine details uit de eerste flashbacks: ‘De klok op de schoorsteen is bijna niet te zien.’ Klok op de schoorsteen: als enige, eerste en heel subtiele hint dat deze flashbacks zich, hoewel zoals gezegd verteld on o.t.t., afspelen in een tijd vóór de tijd waarin het hoofdverhaal zich afspeelt. Detail twee: ‘Poppen met zelfgestreken kleertjes.’Idem. Detail drie, derde flashback: ‘Mama is bezig met brieven schrijven.’ Idem.
Maar ook in het hoofdverhaal zitten allerlei aanwijzingen van een drama, van mensen die iets verborgen houden: een moeder die altijd maar straalt en mooi weer speelt, zussen net zo.
Zo komt de lezer heel langzaam te weten dat er in het gezin van ‘Lis’ een broertje Hugo is geweest over wie niemand het meer heeft. Dat de vier zussen een broer Jesse hebben gehad die is omgekomen. Later in het verhaal: dat die is omgekomen door toedoen van de drie oudste zussen, ze lieten hem even alleen om ijs te kopen en vonden hem verdronken in een sloot. Nóg later: dat hun vader op dat moment met zwangere moeder naar het ziekenhuis was en de zorg aan hen (toen nog heel jong) had toevertrouwd. En zo merkt de lezer dat er een vader ís, dat er een scheiding is. Zo merkt de lezer, mét Meike, dat de zussen vrijwel automatisch in de mooi-weer-rol vervallen, nooit eens boos zijn of verdrietig, altijd de schone schijn ophouden - zo erg dat het de ook aanwezige vrienden licht verbaast. Tot er brand uitbreekt in hun tent (door onhandig geklungel van vriend Bram), dat bewerkstelligt een soort omkeer. Ze gaan praten, laten de schone schijn vallen. Tegen die tijd heeft de lezer, zonder dat dit met zoveel woorden gezegd wordt, ook wel door dat die ‘Lis’ hun moeder is, er worden dus tegelijk twee verhalen verteld die met elkaar te maken hebben en het verhaal over Lis geeft al veel aanwijzingen voor het karakter van hun moeder.
Het is een verhaal met een katharsis. De zussen gaan inderdaad praten, brengen hun moeder zodanig van haar stuk dat ze het mooi-weer-masker afdoet en ik citeer de laatste regels om iets te tonen van stijl en verhaal:

‘Hugo?’ vraagt Lisa. ‘Wie is Hugo?’
‘Hij was dood: Mama plukt aan haar kettinkje. ‘Al die voornemens. Ze waren er al toen ik acht was of negen. Negen, want niemand praatte meer met poppen:
Floor schudt haar hoofd. ‘Ik begrijp niet -’
‘Natuurlijk je het niet, jullie begrijpen niks.’ Mama’s stem is zo on-mama-achtig dat ze haar onthutst aanstaren. Ze huilt weer, zonder zich te schamen nu. Lisa’s beverige handen gieten een lauwe scheut thee over Meikes knie.
‘Je hebt ons nooit iets verteld: zegt Eva. ‘Wat hadden we moeten begrijpen?’
Mama kijkt naar de nacht achter het raam. Even lijkt het alsof ze zal gaan zingen over de maan. Mama die daar zit als een behuilde puber. Mama di op haar nagel kauwt. ‘Kan het ook morgen?’
Lisa schudt haar hoofd. ‘Liever nu.’
‘Morgen - ‘
‘Begin bij Hugo,’ zegt Floor.
Mama stopt met huilen en knikt, veegt de rood-grijze plukken uit haar gezicht. Ze begint bij Hugo.

Dit verhaal is zorgvuldig gecomponeerd, met een goede spanningsopbouw en een plot die staat. Het gáát ergens over, is in staat om lezers bij de keel te grijpen.
Een debutant om op te letten!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen