Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Bekroningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bekroningen. Alle posts tonen

dinsdag 3 september 2019

Miep Diekmann Thesisprijs 2020


De International Board on Books for Young people (IBBY) werd in 1953 opgericht, vlak na WO II, vol goede bedoelingen en met de overtuiging dat kinderboeken een rol kunnen spelen in het bevorderen van vreedzaam samenleven. Die idealistische doelstellingen zijn er (gelukkig) nog steeds:

- to promote international understanding through children's books
- to give children everywhere the opportunity to have access to books with high literary and artistic standards
- to encourage the publication and distribution of quality children's books, especially in developing countries
- to provide support and training for those involved with children and children's literature
- to stimulate research and scholarly works in the field of children's literature
- to protect and uphold the Rights of the Child according to the UN Convention on the Rights of the Child.

IBBY kent momenteel 75 landensecties, en ik landen waar geen sectie is, individuele leden. Die secties zijn zeer verscheiden in opzet. Nederland kent er één: IBBY-Nederland, een stichting. België kent er formeel ook één, het is tenslotte nog steeds één land, maar in praktijk twee: Iedereen leest doet IBBY VlaanderenCentre de littérature de jeunesse de Bruxelles doet IBBY Belgique francophone.


IBBY Nederland organiseert bijeenkomsten, onderhoudt contacten met andere secties, gaf tot voor kort Literatuur zonder leeftijd uit, doet voordracht voor internationale bekroningen en schrijft zelf prijzen uit.
Een zo'n prijs is de Miep Diekmann Thesisprijs. Die kan gewonnen worden door auteur(s) van de beste Nederlands- of Engelstalige masterthesis op het gebied van de studie van de jeugdliteratuur en levert de winnaar naast eer en roem € 750,- op. De winnaars van de twee eervolle vermeldingen die doorgaans worden toegekend, doen het met eer en roem.
Nu IBBY Nederland minder zichtbaar is dan ooit, door het verdwijnen van Literatuur zonder leeftijd, zal het ze moeite kosten om de mogelijkheid zo'n prijs te winnen, bekendheid te geven.

Dus help ik ze een handje. Hier volgt de oproep:

Oproep inzendingen Miep Diekmann Thesisprijs 2020

De Miep Diekmann Thesisprijs voor jeugdliterair onderzoek wordt tweejaarlijks uitgereikt aan de auteur(s) van de beste Nederlands- of Engelstalige masterthesis op het gebied van de studie van de kinder- en jeugdliteratuur. Onderwerpen kunnen zowel literatuurtheoretisch als -historisch van aard zijn. Lees hieronder meer over de prijs en het reglement.

N.B. Onderzoek expliciet naar leesvaardigheid, functies van lezen, leesattitude of lezen in relatie tot audiovisuele en/of digitale media komt niet in aanmerking voor deze prijs.
 
  • De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek bedraagt 750 euro. Naast het toekennen van de prijs, zijn twee eervolle vermeldingen mogelijk. De uitreiking van de prijs vindt plaats tijdens de IBBY-Studiemiddag in het voorjaar van 2020.
  • De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek is een voortzetting van de LM Boerlage-prijs, die tot 2007 werd uitgereikt door het Letterkundig Museum en in goed overleg is overgedragen aan de stichting IBBY-Sectie Nederland.
 
Reglement voor 2020
  1. De Miep Diekmann prijs voor jeugdliterair onderzoek wordt in het voorjaar 2020 uitgereikt voor een masterthesis die aan een Nederlandse of Vlaamse universiteit is voltooid in de academische jaren 2017-2018 en 2018-2019.
  2. De masterthesis dient vóór 1 november 2019 in viervoud te zijn ingediend bij het secretariaat van de stichting IBBY-Sectie Nederland.
  3. Het bestuur van de stichting IBBY-Sectie Nederland stelt een deskundige jury in die de inzendingen zal beoordelen op onder meer de volgende aspecten:
    1. de mate waarin de thesis belangwekkende nieuwe informatie bevat,
    2. de methodologische kwaliteit,
    3. de wetenschappelijke waarde,
    4. de helderheid van de argumentatie/onderbouwing.
  4. De beraadslagingen van de jury zijn geheim en zullen uitmonden in een rapport, waarin duidelijk de keuze van de winnaar wordt gemotiveerd. Afhankelijk van de kwaliteit van de ingezonden theses, kan de jury beslissen de prijs niet toe te kennen.
 
De masterthesis dient vóór 1 november 2019 in viervoud te worden gestuurd naar:

Secretariaat IBBY-Nederland
Croesestraat 116
3522 AJ Utrecht



woensdag 23 september 2015

Debutant?

Jaap Robben won de ANV Debutantenprijs 2015 met Birk.
Dat is natuurlijk fijn voor hem en ik misgun hem deze prijs zeker niet. Birk is ook formeel zijn eerste roman voor volwassenen.
Maar Jaap Robben debuteerde als schrijver in 2004 met Twee vliegen, een bundel gedichten en columns. Daarna volgden De nacht krekelt, Zullen we een bos beginnen?, De zuurtjes, Als iemand ooit mijn botjes vindt, Josephina, een naam als een piano en in 2014, dus tien jaar na zijn 'debuut', Birk.

De hoofdpersoon in Birk is een jongen, Mikael, die worstelt met de manier waarop zijn vader in zee verdween.
Ik heb de roman (nog) niet gelezen, maar uit de omschrijving maak ik op dat dit werk heel wel gelezen zou kunnen worden voor tieners. Het lijkt een strategische keuze van uitgeverij De Geus om het als een roman in het algemeen, dus impliciet voor volwassenen, te presenteren. Daar is niets op tegen! Als het gaat om lezers van veertien en ouder is er geen enkele scherpe scheidslijn te trekken tussen 'adolescenenliteratuur', 'young adult' en werk zonder etiket (dus voor iedereen, 'literatuur zonder leeftijd'). Dus misschien was het niet alleen een strategische, maar ook een principiële keuze van de uitgever.

Toch lijkt het hier alsof je pas echt schrijver bent als je niet (meer) voor kinderen en/of adolescenten schrijft en Jaap Robben nu pas meetelt in de wereld van de knetterende letteren.
En dat terwijl bijvoorbeeld de gedichten in Als iemand ooit mijn botjes vindt toch echt ook voor grote mensen zeer genietbaar zijn.
Gezegd dient te worden dat de jury dit werk wel noemt.
'Jaap Robben (Oosterhout, 1984) schrijft sinds 2000 gedichten en korte verhalen voor zowel kinderen als volwassenen. Hij publiceerde vier dichtbundels, waarvan Zullen we een bos beginnen? in 2008 op de shortlist voor de Gouden Uil voor jeugdliteratuur stond.
In april 2014 verscheen zijn debuutroman Birk, die zeer lovend werd ontvangen. Het boek ontving al de Boekhandelsprijs en de Dioraphte Literatour Publieksprijs. Birk wordt in een aantal talen vertaald en wordt verfilmd.'

En 'de ANV Debutantenprijs is een literaire prijs voor debuterende auteurs van een oorspronkelijk Nederlandstalige roman of verhalenbundel'. Dus misschien is hier niet zozeer sprake van het negeren van jeugdliteratuur als wel van het overwaarderen van een literair genre.
Vreemd, want de moeder van alle literatuur is natuurlijk de poëzie, niet de roman.

vrijdag 4 oktober 2013

De superioriteit van 'Vlaamse kids'

De verstandigste opmerking in het artikel 'Vlaamse kids lezen betere boeken' door Joukje Akveld in het periodiek dat journalistiek werk als 'verhalen' wil brengen, Vrij Nederland, nummer 5-10-2013, komt van Koos Meinderts: 'Kinderen moeten soms op weg worden geholpen, zegt ook Koos Meinderts. Die moeten gewezen worden op al het moois wat ze nog niet kennen. "Het feest der herkenning moet weer een feest van de ontdekkingen worden."'
Zo is het. Je moet wel een grenzeloze naïeveling zijn als je denkt dat kinderen uit zichzelf al dat moois ontdekken. Wat niet wil zeggen dat kinderen uit zichzelf niets ontdekken.
Kinderen op weg helpen. Het is de meest bescheiden opdracht voor opvoeders - en opvoeder is in principe iedereen die met kinderen omgaat. Dus ook iedereen die voor kinderen schrijft.
Dus ook al die schrijvers die vroeger om het hardst riepen vooral niet te willen opvoeden, eigenlijk ook niet speciaal voor kinderen te schrijven, eigenlijk voor het kind in henzelf schreven, eigenlijk, nou ja, eigenlijk niet te willen horen bij die club die kinderboeken als middel ziet in onderwijs en opvoeding, en vooral wél te willen horen bij de club die kinderboeken ziet als kunst.

Opvoeden, dat doen ook de bibliothecarissen van de Vlaamse bibliotheken die de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury organiseren die in dit artikel zo wordt geprezen.
'KJV is een jury van kinderen en jongeren tussen 4 en 16 jaar. Juryleden krijgen een lijst van boeken om te beoordelen. Soms komen ze samen in leesgroepen om te praten over de boeken. '
'De KJV doet aan leesbevordering én leesverdieping. Vanuit de filosofie dat boeken lezen en boeken beoordelen met punten niet voldoende zijn, beschouwt de KJV het als haar handelsmerk dat over de boeken uitgebreid gepraat wordt in leesgroepen. Daardoor kunnen kinderen hun literaire smaak ontwikkelen en toetsen aan die van andere lezers.'
'De prijsuitreiking wordt jaarlijks door zo’n vijftienhonderd juryleden bezocht. Het is een evenement waar lezers en schrijvers elkaar ontmoeten en veel boeken worden verkocht. "We horen dat auteurs blij zijn met het contact met kinderen die hun boek echt hebben gelezen en niet alleen zwaaien met een kladblaadje voor een handtekening," zegt Stessens. "Bij ons staan de schrijvers centraal. We organiseren wel spelletjes, maar die zijn altijd schrijver- of boekgerelateerd, zoals Wie Is Het?, met auteursgezichten en Twister met de personages uit Vos en Haas."'
De genoemde lijst wordt samengesteld door medewerkers van Stichting Lezen.

Tijd om te benadrukken dat kunst en opvoeden niet elkaars tegengestelde zijn. Bij musea weten ze dat allang: die hebben heel vaak een afdeling kunsteducatie.
Kunsteducatie, jawel, daarom gaat het, maar goede verhalen (en poëzie, en theater) gáán ergens over, raken niet alleen de vraag wat 'mooi' is maar ook wat 'goed' is. Jonge lezers leven mee met de personages. Het is een soms krampachtige opgave om het dan alleen te willen hebben over hoe die dekselse auteurs het toch voor elkaar hebben gekregen dat je hun verhaal ademloos hebt uitgelezen.
Laten we dus vooral niet krampachtig doen. Praten over verhalen omvat vaak ook praten over gewenst of ongewenst gedrag, heldendom, moed, lafheid, bedrog. Het is aan de begeleider (opvoeder dus) met een kunsteducatief doel om de gesprekken verder te leiden naar de vraag waarom het ene verhaal verkozen wordt boven het andere.

Joukje Akveld citeert wat auteurs en illustratoren die deze werkwijze steunen en/of warme herinneringen hebben aan ontmoetingen met juryleden: Philip Hopman, Joke van Leeuwen, Koos Meinderts, Erik van Os, Gideon Samson.
Joke van Leeuwen schiet vanuit de heup:
'"De CPNB heeft als organisatie van uitgevers en boekhandelaren vooral tot doel de boekverkoop te stimuleren," zegt schrijfster en illustratrice Joke van Leeuwen. "Stichting Lezen wordt vanuit de overheid gesubsidieerd om het lezen te bevorderen, dat is een wezenlijk ander uitgangspunt." Van Leeuwen – geboren in Nederland, wonend in Antwerpen – heeft een voorkeur voor de Vlaamse aanpak. "In deze neoliberale tijd maken kinderen steeds jonger deel uit van de commerciële machine die bepaalt dat kwantiteit belangrijker is dan kwaliteit. In vergelijking met de Vlaamse kinderboekenmarkt is in Nederland het middelmatige steeds meer op de voorgrond getreden. Voor het eigenzinnige is minder ruimte. Het commerciële neoliberalisme ervaart kuddegedrag als positief, dat vind ik een kwalijke zaak. Je moet kinderen stimuleren zelf na te denken en een eigen smaak te ontwikkelen."'
Philip Hopman:
'Ook tekenaar Philip Hopman noemt het Vlaamse evenement één groot feest. Afgelopen jaar was hij in Brugge vanwege de nominatie van het door hem geïllustreerde Toen kwam Sam, een verhaal van Edward van de Vendel. "Er zat een zaal vol enthousiaste kinderen die de titel van ons boek scandeerden omdat ze wilden dat het ging winnen. Ik voelde een soort gretigheid bij het publiek die je bij ons haast nooit ziet. Als ik op de Amsterdamse Uitmarkt signeer, verkoop ik in twee uur drie boeken. Je hoort er ook meer sombere verhalen over ontlezing. Dan vraag ik me af: wat doen ze in België wat hier niet lukt?"'

'Ze' doen in België wat betreft de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury zoals Nederlandse kinderjury's dat ooit, decennia geleden deden: lokaal, met praatgroepen, begeleiders en een voorselectie. Er is ook een Internetjury van de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury, maar de keuze is dan beperkt tot genoemde lijst.
Het verschil zit 'm dus in de selectie en deels in de werkwijze.
Want de Nederlandse Kinderjury stelt kinderen in de gelegenheid online een stem uit te brengen op het boek van hun voorkeur, mits dat het voorafgaand jaar is verschenen.
(Zo werkt ook het leesbevorderingsproject 'Lees 1 7', door de Bibliotheekvereniging Limburg opgezet in Belgisch Limburg. Dit project, ooit voortgekomen uit de Kinder- en jeugdjury Limburg, lijkt enigszins op het Leesprogramma van de Nederlandse bibliotheken, dat echter wel een titellijst hanteert. 'Lees 1 7' is op internet nauwelijks aanwezig, wie zoekt komt terecht in berichten van locale Belgisch-Limburgse bibliotheken.)
Zelfs de Nederlandse Kinderjury doet overigens in lichte mate aan selectie. Bibliotheken kunnen stickers plakken in boeken - maar hoeven dat niet per se op alle in het voorafgaand jaar verschenen kinderboeken te doen. En op de website is een lijstje Boekentips te vinden, in twee leeftijdscategorieën.
'Ben je op zoek naar leuke boekentips? Daarvoor is er een speciale tiplijst gemaakt met 25 boeken per leeftijdscategorie. Boekhandels en bibliotheken uit het hele land hebben titels verzameld van boeken die zij mooi, grappig, bijzonder of spannend vinden. De tiplijst vind je hier.'

En ja, daarin zat voor de bekroning in 2013 óók het in Joukje Akvelds artikel menigmaal gewraakte Fantasia van Geronimo Stilton (dit jaar deel VII). Kennelijk zijn er in Nederland boekwinkeliers of bibliothecarissen die dit 'mooi, grappig, bijzonder of spannend' vinden. Ieder zijn meug, zei de boer, en at het eten van het varken op. (Uit het werk Peter Fleming en de Groene Smaragd van P.J. Zonruiter.)
Maar daarnaast werk dat ook in de smaak van menig volwassen recensent valt, of in de smaak van de Vlaamse juryleden, bijvoorbeeld werk van Tosca Menten of Hans Hagen.

Zoals Joukje Akveld zelf opmerkt: 'Het is verleidelijk Vlaamse kinderen op basis van deze lijstjes een gevarieerdere smaak toe te schrijven dan de Nederlandse seriebekroners, maar dat is te kort door de bocht – daarvoor is het verschil in opzet tussen beide jury’s te groot.' Waarvan akte, met instemming.

'Het begint allemaal op de pabo'

Maar nu volgt de uitsmijter, het eind van het artikel, en dat citeer ik in zijn geheel:

' Misschien heeft de verwijdering tussen de Nederlandse en Vlaamse leescultuur te maken met het Nederlandse onderwijssysteem. Bastiaan Bommeljé, uitgever, boekhandelaar en publicist, betoogde onlangs in NRC Handelsblad dat op Nederlandse scholen minder aandacht aan taal en literatuur wordt besteed dan in de ons omringende landen, met negatieve gevolgen voor het leesgedrag. Tegelijk verscheen van kinderboekenschrijver Jacques Vriens (sinds enkele maanden Nederlands eerste Kinderboekenambassadeur) in de Volkskrant een stuk waaruit blijkt dat Nederlandse kinderen het wat betreft leesplezier afleggen tegen kinderen uit bijna vijftig andere landen. “Dat is ook niet zo gek,” schreef Vriens, “als je weet dat jaarlijks 40.000 (!) kinderen de basisschool verlaten met een leesachterstand van minstens twee jaar.

Het zou een verklaring kunnen zijn waarom in 1989 Thea Beckman nog de Prijs van de Nederlandse Kinderjury won en de laatste jaren voornamelijk makkelijk leesbare serieboeken winnen. Beckman stond nooit bekend als literair auteur, maar wie haar zinnen naast die van Geronimo Stilton legt, ziet dat ze een stuk ingewikkelder zijn dan die van de schrijvende muis. In vijfentwintig jaar zijn Nederlandse kinderen steeds “eenvoudigere” boeken gaan bekronen.

Volgens Vriens, die zijn loopbaan begon als leraar op een basisschool voor hij zich in 1993 volledig aan het schrijven wijdde, begint het allemaal op de pabo, de beroepsopleiding voor docenten. “Daar is steeds minder aandacht voor jeugdliteratuur. Als leerkrachten zelf niet meer gewend zijn om te lezen, hoe kunnen ze dat dan uitdragen aan hun leerlingen?
Harm de Jonge, kinderboekenschrijver die vanaf midden jaren zeventig twintig jaar Nederlands doceerde op een pabo in Groningen, herkent het beeld. “In de jaren tachtig volgden mijn studenten minstens vier ‘literaire’ modules per jaar, waaronder jeugdliteratuur. Dat was nog op de ouderwetse manier met leeslijsten en boekverslagen. Later is dat teruggebracht naar één module en nog weer later tot helemaal niets meer. Het zelfontdekkend en probleem gestuurd onderwijs kwam in zwang – de pedagogen hebben de macht gegrepen, zeiden wij wel – en de nadruk verschoof naar didactiek. Alle vormen van literatuuronderwijs horen bij de persoonsvorming en zijn niet beroepsvormend, vond men. Het was de doodsteek voor de ontwikkeling van leerkrachten.

Armpje worstelen

Onlangs ontwikkelde de Nederlandse Stichting Lezen een minor jeugdliteratuur voor pabo’s. “Juist leerkrachten moeten een actuele kennis van het aanbod hebben om leerlingen op maat te kunnen instrueren,” zegt directeur Gerlien van Dalen. “Nu is de aandacht op pabo’s nog te vrijblijvend en minimaal. Bovendien is ze te zeer afhankelijk van het enthousiasme van de docent. Landelijke richtlijnen zijn er niet; elke school vult het vak op zijn eigen manier in. Ons streven is dat jeugdliteratuur straks overal een vast onderdeel is van het curriculum.

Jacques Vriens noemt het een mooi initiatief, maar tegelijk vindt hij het “krankzinnig” dat er van buitenaf iets bedacht moet worden om op pabo’s aandacht voor jeugdliteratuur te genereren. “Als je voor de klas staat zou het normáál moeten zijn dat je je in kinderboeken verdiept.

Want kinderen moeten soms op weg worden geholpen, zegt ook Koos Meinderts. Die moeten gewezen worden op al het moois wat ze nog niet kennen. “Het feest der herkenning moet weer een feest van de ontdekkingen worden.

Dus gewoon: aandacht voor schrijvers en de diversiteit aan boeken, zoals dat in Vlaanderen gebeurt. Want Vlaamse kinderen worden niet met een verfijndere smaak geboren dan Nederlandse, die wordt aangeleerd. Maar daarvoor moet je kinderen en boeken wél serieus nemen. Meinderts: “Op de uitnodiging van het CPNB voor het Kinderboekenbal werd gevraagd of ik als schrijver vijftien minuten wilde plaatsnemen aan een van de signeertafels. Vanwege het sport- en spelthema van de Kinderboekenweek leek het de organisatie leuk als de auteurs eerst een wedstrijdje armpje worstelen met de kinderen zouden doen. Mag ik bedanken?”  '

Mag ik vooral pabo-docenten (maar ook onderwijsgevenden) wijzen op het boek Verborgen talenten, jeugdliteratuur op school?




maandag 16 september 2013

Wim Hofman

Voor wie geen abonnement heeft op de Volkskrant wijs ik graag op het interview dat Pjotr van Lenteren voor de editie 14-9-2013 had met Wim Hofman, naar aanleiding van de Max Velthuijsprijs die hem is toegekend (en 19 september wordt uitgereikt), en naar aanleiding van de tentoonstelling 'Onbegrensd', die tot en met 13 oktober in de expositieruimte van kunstcentrum De Willem 3, Oranjestraat 4 te Vlissingen is te zien.
Het is een typerend interview geworden: weinig over de man, veel over de kunst, in dit geval vooral over de bronnen van zijn inspiratie.




Wim Hofman wordt vaak aangeduid als 'kinderboekenschrijver', zo ook op Wikipedia, maar is in feite een beeldend kunstenaar en dichter, die ook proza en poëzie voor kinderen schrijft en tekent (of schildert). Hij is zuinig met woorden, kan daardoor soms juist boeiend vertellen.
Een van de eerste keren dat ik hem meemaakte was tijdens een lange en saaie vergadering op het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC, authentieke spelling lektuur).
Ik weet niet meer hoe hij daar terechtkwam. Het duurde lang en werd nogal ongestructureerd heen en weer gepraat. Ineens haalde Wim een hamer uit zijn tas en legde die voor zich op tafel.
Iedereen keek even, praatte toen weer door. Maar de hamer was er. Wie weet duurde het gepraat daardoor korter.
Hij was toen, dacht ik, nog geen lid van de redactie van Leesgoed.

Dat is-ie wel jaren geweest, tot eind 2010. Ook daar; zuinig met woorden. En wat-ie zei, was zinnig.

Die zuinigheid met woorden is terug te vinden in zijn werk.
Veel zeggen met weinig woorden en weinig beelden, daar is Wim Hofman een meester in. Hij heeft al vroeg een zeer eigen, herkenbare stijl ontwikkeld.
In 1991 werd hij al geëerd met De kleine Hofman, Wim Hofmans werk van A-Z, uitgegeven door de Openbare Bibliotheek Vlissingen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Zeeuws Museum in Middelburg.
Wat mij betreft verdient hij de Max Velthuijsprijs ten volle.


maandag 1 juli 2013

Geteisterd door middelmaat


Kijk, dat vond ik niet terug in de berichten van CPNB en Leesplein, terwijl het m.i. toch de moeite van het vermelden waard is:

' Opvallend voor de productie in 2012 was het aantal boeken over al dan niet dementerende opa’s en oma’s, boeken over geboorte, boeken met een digitaal extra, boeken rond een historische gebeurtenis en boeken in een reeks. De oogst van 2012 is, zoals eerder vermeld, over de gehele linie genomen niet overweldigend. 
Vooral de categorie 0-6 wordt geteisterd door middelmatige boeken en zelfs door gemakzuchtig maakwerk. Ook trof de jury hierin nogal wat boeken aan die overtuigend ingezet werden, maar een teleurstellend vervolg kenden.
Poëziebundels geschreven door één dichter moet je met een lantaarntje zoeken. Hetzelfde geldt, zij het in iets mindere mate, voor informatieve boeken. Het informatieve genre heeft zich wellicht verplaatst naar het internet – daar zijn ook voor kinderen de gegevens die je zoekt te vinden, al is de betrouwbaarheid van die informatie en de daarmee samenhangende onduidelijke afzender problematisch. '
Getekend: de Griffeljury. (Aad Meinderts (voorzitter), Elly Bart, Menno Daamen, Patricia van Keulen en
Marjon Kok.)
Waarvan akte.

Ere wie ere toekomt, Tzum wees me erop. Ik had het juryrapport nog niet gelezen en weet niet of Aad Meinderts de betreffend passage heeft voorgelezen tijdens de bekendmaking - toen was ik al weg.

Of de jury ook gelijk heeft? Dat kan ik niet beoordelen, daarvoor heb ik teveel leesachterstand.

donderdag 27 juni 2013

Tromgeroffel en gejuich: bekendmaking Griffels, Penselen en Kinderjury

Toen ik nog hoofdredacteur en nieuwtjesjager van Leesgoed was, het vaktijdschrift over jeugdliteratuur en leesbevordering, ging ik altijd braaf naar de bijeenkomsten waar de CPNB bekendmaakte wie in de prijzenregen mocht delen van de door de CPNB gesponsorde jeugdliteratuurbekroningen: de Griffels en hun Vlaggen-en-Winpels en de Penselen, idem, de Kinderjury en zo nog wat.
De CPNB heeft een traditie opgebouwd van die bijeenkomsten: ingericht om maximale publiciteit te genereren. Vooral in dagbladen en op tv. Het was soms het enige moment in het jaar dat er iets over kinderboeken op tv verscheen - met de Woutertje Pieterse Prijs als goede tweede en, soms, de Theo Thijssen-prijs als derde.
Een vaktijdschrift als Leesgoed hobbelde er als nieuwsbron natuurlijk altijd achteraan, al was het sinds er een website bijhoorde vaak de eerste bron (met de CPNB en Leesplein) voor alle gegevens en de enige voor een verslag van die bijeenkomst, en al had het soms een interview met een prijswinnaar en altijd een overzicht met gegevens van de winnende auteurs en illustratoren.

Dat hoeft nu dus niet meer en ik heb niet de ambitie om van dit blog een nieuwsrubriek te maken. Leesplein bestaat nog steeds, gesubsidieerd en wel, en voorziet op het gebied van de jeugdliteratuur goed in de behoefte aan nieuws.
Op donderdagmiddag 27 juni werden tijdens zo'n bijeenkomst, nu MidzomerKinderboekenBorrel gedoopt, de Griffels en Penselen (en Paletten) en Kinderjurywinnaars bekendgemaakt en zie: bij thuiskomst waren ze al op Leesplein te vinden, met gegevens over de boeken. Ook de CPNB zelf had al een bericht.

Ik had me deze keer laten verleiden er nog eens heen te gaan, want er zou een 'inhoudelijke programma' zijn.  Nou, dat was er. Maar eigenlijk komt iedereen natuurlijk voor de bekendmaking van de prijzen en de borrel na. Het is gewoon een feestje. Die borrel (en dus het echte feestje) heb ik echter laten schieten, om weer op tijd ergens anders te zijn.
Het inhoudelijke deel bestond uit toespraken door Eppo van Nispen tot Sevenaer, directeur CPNB, Jacques Vriens, kinderboekambassadeur (en natuurlijk ook nog auteur en ex-schoolmeester) en Mark Thioux, onderzoeker, aan elkaar gelijmd door de vaardige presentatie van Dolf Jansen. Met zijn drieën brachten ze een krachtig pleidooi voor lezen en voor kinderboeken. Een beetje voor eigen parochie, natuurlijk. Hopelijk sijpelt er iets door naar andere plekken. Tussen hun toespraken door werden de prijswinnaars bekendgemaakt.
Dat ging ongeveer zo.

De inbreng van Mark Thioux was interessant omdat hij (met plaatjes) toonde dat hersenen op beeld anders reageren als op taal. Met beeld leef je mee. (Daar sloeg de hieronder getoonde foto op: kinderen die kijken naar een poppenspel.) (En verder plaatste ik deze foto omdat hij een indruk geeft van de zaal.)



Met taal ga je benoemen en schep je zodoende je eigen beelden. Een ander soort meeleven.
Menig filmrecensent zal hierop wel iets kunnen aanmerken, maar het punt was gemaakt: talige kunst doet een groter beroep op de hersenen.

Dat Jacques Vriens een vaardig pleitbezorger is van lezen en kinderboeken wist ik al - en met mij velen, waaronder alle lezers van Leesgoed. Ook nu stelde hij niet teleur.
Zijn punt: met véél boeken op school, goed toegankelijk, en veel aandacht voor vrij lezen en nieuwe boeken, maak je het onderwijs tot onschatbare bron voor ontwikkeling, met op termijn een groot rendement.

Eppo van Nispen tot Sevenaerde eerste spreker van het drietal, bleek, niet geheel onverwacht, ook al een warm pleitbezorger van lezen.
En van zijn hand is ook de lichte verandering in de traditie. Zoals Leesplein het formuleerde:
'De uitreiking van vandaag heeft een geheel nieuwe aankleding gekregen. De datum is gewijzigd en de hele ceremonie is extra feestelijk aangekleed met een borrel. Alle aanwezigen ontvingen een cadeautje, in de vorm van een sjerp met de tekst ´Hoera voor het kinderboek 2013´. Eppo van Nispen, directeur van de CPNB, hoopt op een nieuwe, lange traditie van de uitreiking: ´Het kinderboek moet je vieren!´'
Nou ja, sjerp, het was een rozet en borrels waren er eerder. Maar verder houden we hem aan zijn woord.




PS 28-6. Fijn dat onder de Griffelwinnaars relatief jonge talenten zijn als Simon van der Geest en Gideon Samson. Op 25 september wordt bekend wie van de griffelwinnaars de Gouden Griffel krijgt. Idem Gouden Penseel en Palet.

maandag 8 oktober 2012

Prijs voor de beste kritiek

In ons taalgebied maken we nagenoeg geen verschil tussen recensie en kritiek, tussen recensent en criticus. Een recensent dan wel criticus is iemand die een iets beoordeelt, bijvoorbeeld een boek, een gedicht of een theateruitvoering.
Een wetenschapper, of onderzoeker, is iemand die onderzoekt, die wetenschap bedrijft. Die zou bijvoorbeeld kunnen onderzoeken wat recensenten gedurende een bepaalde periode over een bepaald literair werk te melden hebben. (In de tijd dat ik literatuurwetenschap studeerde heette dat met een raar woord receptietheorie. Dat ging dus niet over recepties.) Of ze analyseren dat werk.
Bij dat analyseren is de grens met recenseren dun. Bij menig lang stuk over een werk of auteur vraag ik me af of ik nu een onderzoeksverslag of een grondig beargumenteerde recensie zit te lezen.
Wat is wetenschap?

In het Engels taalgebied maakt men verschil tussen reviewing, criticism en scholarship. Als je googlet, vind je tal van opstellen en stukjes over die verschillen, en blijkt er ook nog te worden onderscheiden tussen criticism en critique (zie bv. hier, in een wat merkwaardig blog maar dat terzijde) en tussen scholarship en research, zie bv. hier en daaruit dit citaat:
' Intellect leavens experience in three ways — with scholarshipresearch, and criticism. In lived experience, scholarship, research, and criticism overlap and in the person they combine to make the complete academic, yet conceptually they have significant differences, which become clearer if we think about them as ideal-types. Scholarship begins from the cumulative state of a field, the broader the better, and integrates findings, new and old, addressing a fundamental concern by crafting a coherent understanding of the whole. Research starts with a well-defined, specific question, to which the researcher seeks a clear and definite answer using peer-sanctioned methods and techniques. Criticism addresses a spectrum of aims and accomplishments and informs selection among them, strengthening assent, deepening appreciation, provoking doubt, channeling attention and energy. '

En dit, uit deze bron:
Readers often ask what is the difference between a book review and book criticism. Both are important, but each has a different purpose; those purposes will be analyzed here with examples based on a review and criticism of Charles Dickens’ “A Tale of Two Cities.”
The book review’s purpose is to present enough information about the book to help a person decide whether to read it. A review will state what the book is about, without giving away the full argument if non-fiction, or the plot if fiction. It could also have the reviewer's personal opinion, comments about the writing, and whether or not recommended to the prospective reader.
By comparison, book criticism, more commonly known as literary criticism, is written for people who have already read the book and are interested in exploring the meaning behind the work. The literary critic shares his or her thoughts, opinions, and interpretation of the work, based on a close reading of the author’s words, to help the reader understand and formulate his or her own opinion of the work. '

Ook de Franstaligen hebben hun termendiscussies. Zoeken op bijvoorbeeld 'différence entre critiquer et juger' levert veel treffers op, waaronder (minstens) een verwijzing naar Kants Critique du jugement uit zijn hoofdwerk Critique de la raison pure (Kritik der reinen Vernunft). En ook zoeken op 'différence entre critique et science' levert genoeg treffers op voor weken leeswerk (ga ik niet doen), maar daarbij zitten ook veel critiques des sciences.

Maar anders dan het moeizame want allerminst heldere onderscheid tussen review en criticism heten beide in het Frans critique en die heb je in soorten en maten en kun je zelf ook beoordelen: op zijn Frans krijg je dan vermoedelijk een critique des critiques o.i.d.
Het Institut International Charles Perrault schrijft sinds 1993 jaarlijks een prijs uit voor 'het beste ongepubliceerde kritische artikel over jeugdliteratuur' ('le meilleur article critique inédit portant sur la littérature de jeunesse') (zie hier voor de versie 2012, uitreiking 18 januari 2013) en dat lijkt me nog steeds een prachtig en navolgenswaard initiatief. En let gezien het bovenstaande ook op deze passage uit het reglement:
Les contributions concourant pour le Prix peuvent être le résumé ou un extrait de mémoire ou de thèse mais ces travaux universitaires ne doivent en aucun cas être envoyés dans leur intégralité. Les articles doivent être d’une longueur de 30 000 signes (espaces comprises), au maximum. ' Ofwel: geen complete wetenschappelijke verhandelingen toegelaten.

Zo'n prijs is er niet in ons taalgebied, want de Louise Boerlageprijs is in 2009 een zachte dood gestorven en hoe het met de daaropvolgende Miep Diekmann Prijs ofwel de IBBY-thesisprijs staat is mij niet bekend en er staat niets over op de site van IBBY Nederland. Ook de Leesgoedprijs, die volgens mij in 2010 ook al een zachte, onaangekondigde dood is gestorven, kwam een eindje in de richting, maar had een andere, bredere doelstelling, het ging om verdiensten voor de jeugdliteratuur.

En dat geldt dan alleen nog de jeugdliteratuur. Ook in het algemeen is er bij mijn weten (en volgens Literatuurplein en het Letterkundig Museum) op literair gebied niet zo'n prijs te vinden, al komt de Greshoff-prijs een piepklein beetje in die richting. Het te bekronen 'beschouwend proza' hoeft echter niet over literatuur te gaan. David Van Reybrouck ontving de prijs in 2010 voor Congo, een geschiedenis.

Wie hebben het meest belang bij goed 'beschouwend proza' (van max. 3000 woorden) over literatuur? Wel, de letterkundigen volgens mij. Het zou op de weg van de VvL liggen om naast het Charlotte Köhler Stipendium ook een prijs voor de beste kritiek uit te schrijven.


maandag 20 juni 2011

Penselen niet voor Nederlandse illustratoren

De CPNB maakte op 9 juni jl. een opmerkelijk besluit bekend: zij sanctioneerde het besluit van de Penseeljury om de Zilveren Penselen, en daarmee dus ook het Gouden Penseel, tegen het reglement niet aan Nederlandse illustratoren toe te kennen.
Uit het reglement: 'Voor een Gouden Penseel komt uitsluitend in aanmerking het illustratiewerk van een Nederlandse kunstenaar van een in de Nederlandse taal verschenen kinderboek, uitgegeven door een erkende Nederlandse of Vlaamse uitgever.' Helaas is op de CPNB-site niet te vinden wie er in de Penseeljury zitten.
Bekroond werden:
Armandus de Zoveelste van Vanessa Verstappen, tekst Dimitri Leue (Terra Lannoo)
Kleuralles van Joëlle Jolivet (Harmonie)
Seizoenen van Blexbolex (Clavis).

En zie hier voor Vlag-en-wimpels en Griffels.

Benieuwd hoe sterk de argumenten zijn waarmee de Penseeljury het bestuur of de directie van de CPNB wist te overtuigen. Waren de inzendingen uit Nederland echt zo beroerd? Het enige argument dat hier en daar, o.a. op Leesgoed en Leesplein, te vinden is luidt: 'De Penseeljury, onder voorzitterschap van Wim Pijbes - directeur van het Rijksmuseum, vond het aanbod van buitenlandse boeken van het afgelopen jaar opvallend sterk. Zo sterk dat zij van mening is dat dit jaar een buitenlands boek in aanmerking moet kunnen komen voor het Gouden Penseel.'
Ted van Lieshout reageerde alvast, en voorzover ik vandaag na tien minuten speurwerk vaststel, als enige  misprijzend op zijn blog. Hij kreeg instemming.
Richard Thiel geeft op zijn blog Jip jip geen commentaar. Wel kondigt hij aan dat Kjoek vernieuwd gaat worden, maar dat heeft hiermee niets te maken. Ook Jaap Friso (Jaap leest) onthoudt zich van commentaar, terwijl hij de de keuze van de Griffels wél iets aan te merken heeft.

Er is dus reden om het komende juryrapport (oktober) met meer dan gebruikelijke aandacht te lezen.

Overigens kreeg de Griffeljury kennelijk zoveel aanbod van boeken voor 12+ dat de CPNB nóg een opmerkelijk besluit nam: een extra categorie voor 12+. Heel opmerkelijk: nog niet zo lang geleden schafte diezelfde CPNB juist een bekroning voor deze leeftijdsgroep af: de Gouden Zoen. Jan Simoen was de laatste auteur die een Gouden Zoen kreeg, in 2008. Karlijn Stoffels kreeg de eerste, in 1997. Daarvóór was de categorie 12+ een deel van de Gouden en Zilveren Griffels.


donderdag 14 april 2011

Dag Gouden Uil

Bericht uit Vlaanderen: de Gouden Uil 'vliegt weer uit'! In 2012!

Met De Gouden Boekenuil krijgt de belangrijkste literatuurprijs in Vlaanderen een tweede adem. Nederlandstalige literaire werken die in 2011 verschijnen, zowel van Vlaamse als van Nederlandse auteurs, kunnen meedingen naar de titel van De Gouden Boekenuil. De vakjury, voorgezeten door Phara de Aguirre, bepaalt wie de prijs in de wacht sleept. De juryleden zijn vier literaire recensenten uit Vlaanderen en Nederland en één academicus. De namen van de leden van de vakjury worden meegedeeld zodra ze bekend zijn.  ', aldus Boek.be, dat hiermee tevens bekendmaakt dat recensenten kennelijk geen academici zijn. (De link over De Aguirre heb ik aangebracht.)
De oude sponsors zijn niet helemaal verdwenen:  '  Mediapartners zijn Humo, Canvas, Radio 1, Cobra.be en De Standaard; Stad Gent is ondersteunende partner. '


En de jeugdliteratuur dan? Boek.be:
Boekenleeuw en Boekenpauw vervangen Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs
In overleg met de boekensector (waaronder Stichting Lezen, Vlaams Fonds voor de Letteren en Canon Cultuurcel) besliste Boek.be om de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs niet langer uit te reiken. Boek.be wil de Boekenleeuw en de Boekenpauw – de prijzen voor resp. de beste auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken – in de toekomst verder verruimen en opwaarderen uitbouwen omdat ze naast oorspronkelijk Nederlandstalig werk van kinder- en jeugdboeken-auteurs ook vertaald werk en illustratoren bekronen. Het prijzengeld wordt opgetrokken en de prijs wordt opengesteld voor Nederlandse auteurs.
Met de vernieuwde Gouden Boekenuil, Boekenleeuw en Boekenpauw hoopt Boek.be een nieuw evenwicht van de literaire prijzen in Vlaanderen tot stand te brengen.   '

Ik vermoed eerder dat de nieuwe sponsor Fintro geen geld wou steken in de categorie jeugdliteratuur en de nieuwe organisator Boek.be heeft zich dat laten aanleunen.

Verontwaardiging is her en der al geuit.
Bart Moeyaert (volgens De papieren man) in De Morgen: ´ De verdwijning van de Jeugd Gouden Uil noem ik een belediging voor de jeugdliteratuur én een verarming. Je moet weten dat de Jeugd Gouden Uil veel media-aandacht genereerde. Een vakjury bekeek en beoordeelde zorgvuldig het hele scala. Al kwam de Jeugd Gouden Uil er op tv bekaaid vanaf, toch was het publiek verplicht om kennis te nemen van wat er leefde in de kinderboekenwereld. Dat valt nu allemaal weg. Boek.be pakt graag uit met de stijgende verkoopcijfers van het kinder- en jeugdboek, 6 procent hier, 12 procent daar. Dan spelen we mee, om de cijfers op te fleuren. Daar word ik woest van. Er is wel meer dan Geronimo Stilton en Twilight. En dat schiet er vaak bij in. ´
Reactie van Geert Joris namens Boek.be:
' Je moet toch toegeven dat de Jeugd Gouden Uil helemaal ondergesneeuwd zat in het hele Gouden Uilverhaal? Herinnert iemand zich nog de laatste winnaars van de Jeugd Gouden Uil? Nu hebben we wel een nieuwe sponsor voor de Boekenleeuwen en Pauwen, die het huidige prijzengeld van tweemaal 2.500 euro fors zal optrekken. Mét veel meer aandacht, geloof me. En de link tussen kinderboekenauteur en illustrator zal nauwer zijn. '
Ted van Lieshout op zijn blog: ' Tja, als Joris gelooft dat daar verbetering in zal komen door de Gouden Uil (die hier in Nederland wel kon rekenen op belangstelling) af te schaffen, en de Boekenleeuw en -Pauw te herwaarderen, kan hij bedrogen uitkomen. De Boekenleeuw en Boekenpauw zijn in Nederland weinig bekend omdat wij iets soortgelijks van onszelf hebben, namelijk de Griffels en Penselen. Daarom zijn prijzen als de Woutertje Pieterseprijs en de Gouden Uil zo mooi, omdat die het min of meer nationale karakter van de Griffels, Penselen, Leeuw, Pauw, Welpen en Pluimen doorbreken. 


Als Nederlanders de Boekenleeuw kunnen winnen, kan dat de waarde die de prijs heeft voor Vlaamse makers flink onderuithalen, en wie wil dat nou? Ik ben er een voorstander van dat de Boekenleeuw en Boekenpauw Vlaams blijven, omdat ik meen dat op die manier de kwaliteit van de Vlaamse kinder- en jeugdboeken het best gediend is. Maar het wordt mij min of meer onmogelijk gemaakt om dat te vinden, omdat ik dan tegelijkertijd vind dat Nederlanders nooit een Vlaamse prijs zouden moeten kunnen krijgen, en dat gaat me te ver.


Het is afwachten geblazen. Hoe gaan de Boekenleeuw en Boekenpauw nieuwe stijl eruitzien? Krijgen we het binnenkort te horen, of moeten we daar op wachten? En als het ons niet zint? Zijn er dan alternatieven of is dat dan te laat? '

Ik ben, anders dan Ted van Lieshout, geneigd het een voordeel te vinden dat ook Nederlandse auteurs en illustratoren van jeugdliteratuur een Boekenleeuw of -Pauw kunnen krijgen, zoals Vlaamse auteurs en illustratoren in aanmerking kunnen komen voor een Griffel of Penseel.
Het is dan zaak om te letten op de kleine lettertjes. Die Griffel of Penseel krijgen ze alleen als hun werk formeel in Nederland is verschenen. gaat dat vice versa ook gelden voor de Boekenleeuw enz.? Als importeurs ook mogen inzenden is dit geen probleem. En dan is het twee keer prijs, in het voorjaar (het seizoen van Jeugdboekenweek, Boekenleeuw en Boekenpauw) en het najaar (Kinderboekenweek, Griffels & Penselen).

Voor het overige vind ik het te betreuren dat de Gouden Uil voor jeugdliteratuur verdwijnt, al was het maar omdat de winnende auteur naast eer en roem ook een fors geldbedrag ontving. En ik bewaar goede herinneringen aan de periode dat ik in de jury zat en we zeer gedegen maar soms verhitte discussies hadden over de selectie, inclusief de bloedspannende zaterdagmiddag dat we (in 1996) moesten beslissen tussen twee favorieten: Blote handen van Bart Moeyaert en Het boek van Bod Pa van Anton Quintana. De uitkomst van die beraadslaging moest diezelfde avond voor tv worden meegedeeld en toegelicht...


dinsdag 29 maart 2011

Shaun Tan winnaar Astrid Lindgren Memorial Award


Als logisch vervolg op voorgaand bericht: zojuist werd bekend dat de Astrid Lindgren Memorial Award 2011 wordt toegekend aan Shaun Tan.
De prijs levert hem naast eer en roem SEK 5.000.000,- op, ofwel zo'n € 540.000,-.
Voor meer info over Shaun Tan zie o.a. Leesplein.

maandag 7 maart 2011

Nominaties Hans Christian Andersen Award

De jury's voor de internationale Hans Christian Andersen Award, ingesteld door de International Board on Books for Young people (IBBY), hebben altijd een goede neus gehad voor literair talent: zie ook de lijst bekroonde auteurs en illustratoren.
De kinderboekwereld volgt altijd met interesse welke illustratoren en auteurs door de IBBY-landensecties worden genomineerd voor de eerstvolgende ronde, nu dus die van 2012. In Nederland zijn dat Annemarie van Haeringen en Tonke Dragt, in België Louis Joos en Bart Moeyaert, in Groot-Brittannië John Burningham and Philip Pullman, in de VS Chris Raschka en Paul Fleischman en zo zullen er dit jaar wel meer berichten volgen, die ik overigens niet steeds hier zal vermelden.

Sinds 2003 is er nóg een prestigieuze internationale bekroning voor auteurs van jeugdliteratuur, de Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA). Wie die wint, ontvangt naast eer en roem SEK 5.000.000,- ofwel zo'n  € 570.000,- en dat is wel heel erg veel meer dan de Andersen Medals opleveren, namelijk een medaille en een reis naar plus onderdak tijdens de eerstvolgende IBBY-conferentie.
De jury voor de ALMA bestaat uit Zweedse kinderboekdeskundigen, de jury voor de Andersen Medal uit kinderboekdeskundigen uit diverse landen en deze jury wisselt elke twee jaar deels van samenstelling. Voor beide jury's geldt dat zij beoordelen op grond van samenvattingen en voordrachten.
The Hans Christian Andersen Award is the highest international recognition given to an author and an illustrator of children's books. Her Majesty Queen Margrethe II of Denmark is the Patron of the Andersen Awards. ' staat op de IBBY-website. Het is de vraag of zij deze pretentie overeind weten te houden en het zal de Deense koningin vast niet hebben behaagd dat het buurland haar patronage naar de kroon steekt.

Het is interessant de bekroningen te vergelijken.
Vanaf 2003 werden deze auteurs bekroond met de (tweejaarlijkse) Andersen Medal: Martin Waddell, Margaret Mahy, Jürg Schubiger en David Almond.
En deze illustratoren: Max Velthuijs, Wolf Erlbruch, Roberto Innocenti en Jutta Bauer. Hier nog eens de complete lijst winnaars (auteurs en illustratoren).
Vanaf 2003 ging de ALMA naar: Maurice Sendak, Christine Nöstlinger, Philip PullmanRyôji Arai, Katherine Paterson, Banco del libro, Tamer Institute en Kitty Crowther. Nog geen enkele Zweedse auteur, illustrator of instelling, wat de jury siert.
Beide jury's slaagden er in gerenommeerde figuren te selecteren, hoewel Ryôji Arai in onze taalstreek niet zo bekend was. Maurice Sendak ontving de Andersen Medal in 1970, Nöstlinger in 1984, Paterson in 1998, die zijn dus dubbel bekroond. Is de Zweedse jury misschien iets wispelturiger, met de bekroning van twee kinderboekinstituten naast auteurs en illustratoren met zowel een groot oeuvre (Sendak) als jong en veelbelovend (Crowther)? De tijd zal het leren.
De volgende ALMA-bekroning wordt op 29 maart bekendgemaakt, zie hier voor de lijst nominaties, de volgende Andersen Medals worden augustus 2012 uitgereikt in Londen.

Overigens is er een kinderfriemeltjeswinkel online onder de naam IBBY (.nl). Die heeft uiteraard niets te maken met IBBY (.org).

vrijdag 8 oktober 2010

Mirjam Pressler bekroond

Goed nieuws uit Frankfurt: de jury van de Deutsche Jugendliteraturpreis heeft auteur / vertaler Mirjam Pressler de Sonderpreis toegekend, dat is een prijs die gegeven wordt wegens grote verdiensten voor het kinderboek.
Natuurlijk verdient Mirjam Pressler die en vermeldenswaard is dat zij veel door recensenten (en gelukkig ook lezers) hooggeacht literair werk voor kinderen en jongeren ut het Nederlands heeft vertaald. Ze is als het ware bijna ambassadeur voor de Nederlandstalige jeugdliteratuur in Duitsland.
De prijs levert haar naast eer en roem € 10.000,- op.

donderdag 30 september 2010

Zilveren Griffels 2010


Op 29 september, zo bericht de CPNB, 'zijn in Restaurant 15 in Amsterdam de Zilveren Griffels en de Vlag & Wimpels van de Griffeljury uitgereikt.

Op het Kinderboekenbal op dinsdag 5 oktober wordt bekend welke Zilveren Griffel verguld wordt.

De met een Zilveren Griffel bekroonde boeken -en dus kanshebbers voor de Gouden Griffel- zijn:
Fiet wil rennen – Bibi Dumon Tak (Uitgeverij Querido)
Aadje Piraatje – Marjet Huiberts (Uitgeverij Gottmer)
Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam – Gerda Dendooven (Uitgeverij Querido)
Voordat jij er was Daan Remmerts de Vries (Uitgeverij Querido) ... en dat werd dus de Gouden Griffel, hoorde ik d.d. 5-10.
Ziek – Gideon Samson (Uitgeverij Leopold)
Tiffany Dop – Tjibbe Veldkamp (Uitgeverij Lemniscaat)
Wild verliefd – Ditte Merle (Uitgeverij The House of Books)
De parel en de draak – Liesbet Ruben en Babette van Ogtrop (Uitgeverij KIT)
Hou van mij - Ted van Lieshout (Uitgeverij Leopold)
Fluit zoals je bent - Edward van de Vendel (samenstelling) (Uitgeverij Querido)'







Op de voorste rij vlnr: Edward van de Vendel, Daan Remmerts de Vries en Ted van Lieshout
Achterste rij vlnr: Tjibbe Veldkamp, Gerda Dendooven, Marjet Huiberts, Babette van Ogtrop, Liesbet Ruben, Ditte Merle, Bibi Dumon Tak en Gideon Samson.
Wie het juryrapport wil zien, kan dat binnenkort lezen op de website van de CPNB.

De jury: Inger Bos, Gerlien van Dalen (voorzitter), Eva Riem, Annemarie Terhell en Jasmijn Verhees.



De Griffels zijn de meest invloedrijke prijs voor jeugdliteratuur in Nederland. Veel kinderboekmensen gokten op Wild verliefd, geloof ik. Geen hachelijker onderneming dan een keuze moeten maken uit hele goede boeken.