Zoeken in deze blog

donderdag 6 mei 2021

Geldkraan

Ja hoor, daar gaat weer eens een geldkraan open. Ben vergeten of het in NRC van 28 of 29 april was, maar 'de geldkraan gaat open'. Zal in dit geval wel over Biden en de VS zijn gegaan, maar in het algemeen gaat er regelmatig een geldkraan open. De metafoor past goed bij die andere: 'geld als water'. Geld als vloeibare materie. Geld stroomt. Niet te verwarren met geld dat de portemonnee uit vliegt.

Maar geld is niet vloeibaar en alleen muntgeld is materie. Ja, bankbiljetten ook, want van papier, maar het getal erop is al symbolisch en niet méér materie dan de inkt waarmee het gedrukt is.
 
Vloeibare materie wekt de indruk dat het op kan. Wij denken ook vaak dat geld op kan. Mijn en jouw eigen geld kan ook op, want wij samen kunnen geen nieuw geld maken. Maar de regering van ons land kan dat wel. De bank waar we een lening afsluiten ook. Daardoor is er al veel meer geld dan er aan munten of bankbiljetten rondgaat. De laatste decennia is er ook veel meer geld dan er aan goud in de schatkamers ligt en meer dan er aan spullen is gefabriceerd, als je die in geldwaarde taxeert. Het is virtueel geld, dat alleen 'bestaat' in de nullen en enen van de digitale systemen van banken en bankrekeningen.

Naast ruilmiddel is het een uitdrukking geworden van het vermogen om iets tot stand te brengen. Van macht, dus. Óf er iets mee tot stand gebracht wordt, dat is vers twee. En wát, vers drie.
Wie het vermogen heeft om die macht te vergroten door geld te scheppen, is machtiger dan wie dat niet heeft. Maar wát je met dat geld doet, hangt ook af van de waarde die men hecht aan dat geld en aan dat vermogen. Een evenwichtskunst die veel met taal en beeld te maken heeft.

'Spike, Capitalism is like Japanese Knotweed: nothing kills it off. If there were only two people left on the planet, one of them would find a way of making money out of the other.'
'But economics of purpose is not about making money: it's about realigning resources.'
'Isn't language wonderful?'


Jeannette Winterson, The Stone Gods

woensdag 5 mei 2021

Ik ga weg

De laconieke titel dekt het thema van alle vijftig korte verhalen in de bundel Ik ga weg van Dolf Verroen. De hoofdpersonen zijn allen jong en dat is een verrassende prestatie voor een 92-jarige auteur, maar daardoor krijgt het ook de trekjes van een project. Dolf Verroen is een ervaren en vaardige auteur, met meer dan 100 titels op zijn naam, waarvan een ruim vijftal bekroond. Onder die titels zijn er wel meer die niet direct uit innerlijke noodzaak voortgekomen lijken.
 
Het titelverhaal van de bundel, 'Ik ga weg', is zo kort dat ik het in zijn geheel kan citeren:
 
Ik blijf niet eeuwig thuis.
Ik wil een hond, een kat, een konijn en een vijver met eenden.
Maar mijn ouders houden niet van dieren. (Een vijver met vissen zou nog wel kunnen, maar wij wonen in een bovenhuis.)
Mijn ouders houden alleen van mij.
Ze vinden mij volmaakt.
Ze weten nu al dat ik zal slagen, dat ik advocaat word of dokter. Dat ik met een meisje trouw zoals mijn moeder. Dat ik net zo zuinig word als mijn vader.
Ze weten niet dat mijn cijfers steeds slechter worden.
Dat ik mijn ouders dom vind en bekrompen.
En dat ik op een dag de deur achter me dichttrek.
En voor altijd wegga.

Niet alle ouders in deze verhalen zijn zoals deze en de meeste verhalen zijn iets langer, hoewel zelden langer dan twee bladzijden. In alle verhalen is iets aan de hand en steeds iets anders. Wel zijn alle vertellers in het verhaal aanwezig als hoofdpersoon en de teneur van bijna alle verhalen is: ze begrijpen me niet. Niet alle: in een verhaal als 'Telefoon' vinden we een zorgzame moeder die ineens genoeg krijgt van het getuur op telefoontjes (ook door haar echtgenoot) tijdens een gezellig bedoeld ontbijt.
 
Het zijn niet zo heel diepgravende, maar wel zeer onderhoudende, soms schrijnende en vast ook heel herkenbare miniatuurtjes, door Charlotte Dematons voorzien van vignetten, kleine portretjes, die op de schutbladen nog eens zijn afgedrukt (zie boven).
 

Verroen, Dolf. Ik ga weg. Ills. Charlotte Dematons. Leopold, 2020. ISBN 978 90 258 8062 0, 96 p.

zondag 2 mei 2021

Ziek in je hoofd

Eerst dacht ik: daar gaan we weer. 
Zonder beschrijving, flaptekst of andere recensie te lezen begon ik vooraan in het mij als pdf toegestuurde leesexemplaar van Maar ik ben jou niet van Nadine Swagerman.
Daar gaan we weer. Als in een radioreportage of dagboek vertelt iemand over haar wedervaren, doorspekt met terugblikken. We beginnen natuurlijk medias in res, middenin het verhaal, gaandeweg komen we achter een naam (in dit geval Jamie), leeftijd (zestien), geslacht (meisje), omstandigheden (moeizaam). We worden geacht mee te gaan met de gedachtestroom van de verteller en daardoor duurt het even tot we begrijpen wat er gaande is. Vergt wat geduld van de lezer die zich niet meteen laat meeslepen.

Er zijn zoveel van dit soort dagboek-achtige verhalen, heel veel met vertellers annex hoofdpersonages in de tienerleeftijd, of young adult zoals dat tegenwoordig in het Nengelands heet, waar marketeers het vocabulaire beïnvloeden. Of het begon met The Catcher in the Rye van J.D. Salinger (1951) is niet eens zeker, The Sectre Diary of Adrian Mole, aged 13 3/4 van Sue Townsend (1982) heeft voor een vloed aan navolgers gezorgd (zoals onlangs The Extremely Embarrassing Life of Lottie Brooks van Katie Kirby) en dan hebben we in ons eigen taalgebied natuurlijk nog Het Achterhuis van Anne Frank (1947).
De beste onderscheiden zich door stijl, pakkende intrige of thematiek of alle drie, de slechtste zijn te omschrijven als nageäapt tiener-gelamenteer.
 
Voorbeeldje stijl, door Holden Caulfield, hoofdpersonage in The Catcher in the Rye:

If you really want to hear about it, the first thing you'll probably want to know is where I was born, an what my lousy childhood was like, and how my parents were occupied and all before they had me, and all that David Copperfield kind of crap, but I don't feel like going into it, if you want to know the truth. In the first place, that stuff bores me, and in the second place, my parents would have about two hemorrhages apiece if I told anything pretty personal about them.

Prachtig... Vooral dat if you really want to hear about it en de herhaald terugkerende stoplap if you want to know the truth. Deze eerste alinea geeft direct de toon aan voor het hele verhaal.

Dacht ik eerst bij Maar ik ben jou niet, daar gaan we weer, veel (melo?)drama en jammer van dat perspectief van die vertelster, aan het eind zette juist dat perspectief me op het verkeerde been. Dat was ook precies de bedoeling, begreep ik, dat ik mét Jamie zou verdwalen in haar werkelijkheid.
Er zijn enkele eindjes in het verhaal die ik iets beter uitgewerkt had willen zien, zoals het ongeluk, de afwezigheid van haar vader, haar relatie met Nena, en ik sluit niet uit dat de inzet van een verteller op afstand er een diepgaander verhaal van had kunnen maken. 
De stijl die onze verteller hanteert is ook niet echt bijzonder. Nog een eerste alinea, zij het na een cursief intro.
 
Aan de rand van de kamer met de blauwgrijze muren sta ik stil. Zwijgend. Aan de grond genageld. Er hangt een vreemde geur tussen de muren. Ik scan de ruimte op zoek naar iets wat de lucht zou kunnen verklaren. Aan de eettafel zit het meisje met het lichtroze haar onderuitgezakt op een stoel. In haar neus schittert een ringetje. Haar wang leunt in haar hand, alsof ze te moe is om rechtop te zitten. Ze trekt haar wenkbrauwen op als onze ogen elkaar ontmoeten.
 
Een reportage door een meisje dat buitengewoon zwijgzaam is, maar wel schrijft, blijkt halverwege het verhaal. De verslaggever registreert, ook haar eigen angsten, analyseert niet maar verdringt, en dat is in lijn met het verhaal. Toch verklaart dat niet voldoende dat ze in feite, al vertellend, voortdurend aan het woord is. Zo ervaren wij niet echt wat anderen tegen haar zeggen, dat ze gesloten is en niets zegt over wat er in haar omgaat. Om even aan te haken bij wat ik hierboven schreef: de verteller zet geen toon die past bij het verhaal.
 
Juist die onverwachte wending echter vond ik opmerkelijk genoeg om dit boek hier te bespreken. Alleen ga ik hier uiteraard niet verklappen waaruit die wending bestaat.
Wel kwam ik erachter dat het motto voorin het boek, een citaat van zangeres Billie Eilish, toepasselijk is. Ik zal het citeren:
 
Where did you go?
I should know, but it's cold
And I don't wanna be lonely
So show me the way home
I can't lose another life
 

En ik vul het aan met twee regels uit hetzelfde nummer (Ilomilo):

The world's a little blurry
But maybe it's my eyes


 


Swagerman, Nadine. Maar ik ben jou niet. Kluitman, 2021. ISBN 978 90 206 0961 5, 96 p.