Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Talen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Talen. Alle posts tonen

maandag 22 april 2019

Globish

Ik dacht dat het een 1-aprilgrap was, maar dat is het niet. Jean-Paul Nerrière meende het, toen hij in 2004 Globish beschreef. Hij was toen vice-president marketing bij IBM. Maxim Februari besteedde er in NRC 16-4-2019 een column aan, daardoor kwam ik Globish op het spoor. (Een stukje door Peter de Waard zes jaar geelden in de Volkskrant had ik kennelijk gemist.)
Steenkolen-Engels, zou ik het voordien hebben genoemd, of Creole-English. Maar gewichtige zakenlieden als Jean-Paul Nerrière spreken natuurlijk geen steenkolen-Engels of Kreools, zij willen net zo correct zijn als hun zakenkostuum. Geen misverstanden, vooral geen misverstanden. Eenduidige helderheid in vijftienhonderd Engelse woorden en een eenvoudige basisgrammatica.

Tongue-in-cheek (dat is geen Globish) schrijft Maxim Februari:

Vandaag bereiden we ons voor op de taal van de toekomst. Het staat wel vast… Nou ja… Het is hoogst waarschijnlijk… Dat wil zeggen… Ik denk dat ik in de nabije toekomst op deze plek in het Engels moet schrijven.
[...]
In die toekomst, die nabij is, zal ik niet alleen schrijven voor een wereldwijd publiek. Ik zal ook wereldwijd worden gelezen, ik zal viraal gaan en geshared worden. Om klaar te zijn voor het oordeel van de wereld moet ik me derhalve als de wiedeweerga gaan gedragen. Mensen die mij niet kennen, die zelfs ons land niet kennen, die nog nooit van Nederland hebben gehoord, zullen zich over mijn woorden buigen en ze wegen. Geen grapjes, dus, geen overdrijvingen, geen ironie, niets wat kan leiden tot misverstand en ergernis aan de andere kant van de globe.

Globish, dus, concludeert hij.

Jezelf vertalen naar de 21e eeuw vraagt om helderheid en eenduidigheid. Zodat de vertaalmachines je verstaan en de globale gemeenschap je niet misverstaat. Wil je goed Globish spreken, dan moet je niet alleen je woordenschat tot vijftienhonderd woorden indikken. Je moet je stilistische repertoire intomen. Je temperament bedwingen. En, ja, ik weet het, ik heb persoonlijk nog een lange weg te gaan; maar als het me vandaag weer niet is gelukt me verstaanbaar te maken tegenover Google en de globe, dan lukt het me morgen. Ik beloof u oprecht dat ik mijn uiterste best ga doen.

Dit is natuurlijk niet zijn hele column, hij maakt o.a. nog een omweg langs Raymond Queneau en zijn Exercices de Style. Waar Queneau een ontmoeting in een tram op 99 manieren beschreef, kan dat in Globish slechts op één manier. En geen grappen, vooral geen grappen.

Globish haalde de Engelstalige Wikipedia en daaruit leer ik dat er meer pogingen zijn gedaan om een soort standaard-versimpeld-Engels te beschrijven. Charles Kay Ogden schreef bijvoorbeeld al in 1930 zijn Basic English: A General Introduction with Rules and Grammar.

Van deze pogingen gaat Globish het verst, geholpen door internet. Op de site kun je je eigen (Engelstalige) teksten door een scanner halen om te zien of het Globish is.
Ik twijfel nog. Mijn frase

I am going to make a walk. I hope I do not find bears on my path.

bleek perfect Globish. (Mits ik I'm en don't find veranderde in I am en do not find.)
Toch kan ik mij voorstellen dat ik aan een vergadertafel in pakweg Zoetermeer, Reykjavik of Brussel wat besmuikt of verontrust zou worden aangekeken als ik dat te berde bracht.
Misschien zouden ze het in Moskou begrijpen.

zondag 7 juni 2015

Heimwee naar een taal

Talen, ze zijn er langer dan ons geheugen reikt, dus weten we niet precies hoe ze ontstonden. Geleerden trachtten verwantschappen aan te tonen en verdeelden ze in families. Daarnaast fabriceerden mensen nieuwe talen, geheimtalen, gebarentalen, piepjestalen, wat niet al. Idealisten maakten talen bedoeld voor universeel gebruik (Esperanto, Volapük), wat nooit lukte.

Heimwee brengt mensen ertoe een taal te blijven spreken, vaak om een bijbehorend wij-idee in stand te houden. 'Wij Friezen spreken Fries.' Wij Bretonnen, wij Welshmen, wij Ieren, wij, enfin, vul maar in.
Wij Tapeba, bijvoorbeeld. Uit een stuk door Mieke Zijlmans in de Volkskrant 6-6-2015 begreep ik dat er ten noorden van Fortaleza in Brazilië mensen wonen die graag zo over zichzelf en hun familie, vrienden en buren denken. 'Wij Taleba.' 'Een Indianenvolk dat zo'n zevenduizend zielen telt.' Ongeveer evenveel dus als er inwoners zijn van de plaatsen Heino en Den Burg (Texel).

'Deze Tapeba hebben een droom: ze willen hun oorspronkelijke moedertaal leren.' [...] 'Ze hebben die taal nodig: als onderdeel van een eigen identiteit, waarmee ze aanspraak kunnen maken op landrechten in Brazilië.' Het is dus een droom met praktische consequenties. 'Wij Tapeba' willen ons land terug. Het is nu van de Brazilaanse deelstaat Ceará, de aanpalende stad Fortaleza rukt op en daar hebben 'wij Tapeba' geen zin in.

Om die droom te verwerkelijken hebben 'wij Tapeba' de hulp ingeroepen van de taalgeleerde Leo Wetzels. Daarover ging dat stuk, over het reconstrueren van hun taal. Een soort Esperanto voor zevenduizend mensen, maar dan niet gebaseerd op Indo-Europese talen maar op het Tupinambá, de op Amazone-Indiaanse talen gebaseerde lingua franca die eeuwenlang gangbaar was aan de Braziliaanse noordkust, ook wel Nheengatú genoemd (spreek uit: Njeëngatóe met de g van goal).
Hierachter schuilt natuurlijk een botsing tussen wereldbeelden, verwachtingen, tradities, arm en rijk en nog zo wat. Niet tussen talen: op dit moment spreken 'wij Tapeba' allen Braziliaans-Portugees, dezelfde taal als de inwoners van Fortaleza spreken, en die andere rond 200 miljoen inwoners van Brazilië.

Het is een heimwee die verder gaat dan die van sommige Ieren naar het Iers en Bretonnen naar het Bretons. Tenslotte bestonden die talen nog toen actievelingen ervoor zorgden dat ze een kontje mee kregen, met cursussen, radiostations, tweetalige plaatsnaamborden enzovoort. Maar nu las ik dus voor het eerst over een groep die uit heimwee een verdwenen, maar toch als 'eigen' ervaren taal opnieuw wil leren. Nou ja, nieuw, het Nheengatú schijnt nog hier en daar gesproken te worden. Maar ja, is dat de taal van 'ons Tapeba'? Hij is nota bene mede door missionarissen in stand gehouden.
'Jawe jasu ja muña kwa muraki!' '"Vast en zeker zal het ons lukken dit project tot een goed einde te brengen"'.
Succes!


zondag 18 januari 2015

De kip of het ei; of, de steen of het woord

In Science verscheen onder het kopje Latest news d.d. 13-1-2015 een bericht door Michael Balter:'Human language may have evolved to help our ancestors make tools'. Het is een bericht in de categorie 'zou wel eens kunnen'. Een stel onderzoekers onder leiding van Thomas Morgan zette 184 Britse studenten verdeeld in vijf groepen aan het werk met wat harde stenen. Opdracht: maak een stenen werktuig, een vuistbijl, zoals die zijn gevonden door archeologen. (Het artikel rept van Oldowan tools.)

In de eerste groep moesten de studenten ieder voor zich aan het werk. In groep twee mocht afgekeken worden. In groep drie mocht men zijn werk bovendien aan elkaar tonen. In groep vier mocht men ook nog aanwijzingen geven door gebaren, en alleen in groep vijf mocht ook nog gesproken worden.
Wat bleek: de laatste twee groepen maakten meer en betere vuistbijlen dan de eerste drie.
Volgens de onderzoekers toont dit aan dat het vermogen tot leren door woord en gebaar nodig waren om het ambacht van vuistbijlen maken tot ontwikkeling te brengen. Zulke groepen waren natuurlijk succesvoller dan andere groepen en zo zou dan het menselijk taalvermogen door goed-Darwinistische survival of the fittest zich hebben ontwikkeld.
Balter citeert enkele deskundigen die het onderzoek interessant vinden, maar erop wijzen dat deze studenten al taalvaardig genoeg waren om taal te gebruiken als instructiemiddel. De resultaten zouden niet als bewijs kunnen gelden.

Ik vroeg me af: zouden die eerste mensen hebben leren spreken door het maken van gereedschap, of zou het maken van gereedschap hebben geleid tot spreken. Wat was er eerder, de kip of het ei?
De titel van het artikel deed me vermoeden dat de auteurs hieromtrent voorzichtig genoeg zijn: ze wijzen alleen op samenhang.
Zouden onze eerste voorouders ook niet naar middelen (woorden?) hebben gezocht om waarnemingen en emoties te delen?

Van het hele artikel van Morgan e.a. (1), 'Experimental evidence for the co-evolution of hominin tool-making teaching and language', in Nature Communications, vond ik hier een volledige versie en hier kun je na gratis registratie het artikel krijgen.)

1. N. T. Uomini, L. E. Rendell, L. Chouinard-Thuly, S. E. Street, H. M. Lewis, C. P. Cross, C. Evans, R. Kearney, I. de la Torre, A. Whiten, K. N. Laland. Mooi, die ene die Uomini heet: mensen, op zijn Italiaans...

maandag 11 november 2013

Dislectika

Lezen gaat met letters. Leren lezen is letters leren lezen, ze kunnen omzetten in woorden, klanken, taal, betekenis.
Dat lukt niet iedereen even makkelijk, dat is algemeen bekend. In Nederland kun je zelfs vergoedingen van verzekeraars krijgen voor hulp bij dyslexie, zie bv. hier. (Hoewel het, naar ik begreep, nog maar de vraag is of dat in 2015 ook nog zo is. Er gaat van alles op de schop in de gezondheidszorg. Zie ook hier.)

Voor wie veel en makkelijk leest is het soms lastig om je te verplaatsen in iemand met ernstige leesproblemen (de term van Aryan van der Ley, een van Nederlands bekendste deskundigen op dit gebied, die in 1983 een boek met die titel schreef).
Een goede methode is een reis naar landen als Griekenland of Rusland, met als overtreffende trap Armenië, Georgië, Iran, China, Japan of een van de vele andere landen waar men niet het Latijnse alfabet gebruikt.

Neem Grieks. Wat zou hier staan:




Zelfs met het Engelse onderschrift op deze steen...

... ben je nog niet in staat om de tekst uit te spreken. Hooguit weet je nu dat het Hellenistische huizen betekent. Maar echt lezen gaat pas met enige kennis van het Griekse alfabet.
En daar sta je dan, prille kennis in het hoofd of een lijstje letters in de hand, spellend te lezen. E-ll-e-n-i-s-t-i-k-o-s  i-k-i-e-s. Zo moet het begonnen zijn, leren lezen, zo heb ik ook leren lezen. Mijn moeder vertelde vaak de anekdote dat ze langs de winkels fietste met mij (6 jaar) achterop, en dan achter haar langzaam hoorde spellen: D-e G-r-u-f-t-e-r, degrufter, ja, want de y kende ik nog niet. De Gruyter (levensmiddelen, allang verdwenen) had een opvallend opschrift op de gevel, vandaar.

Nu lijken Griekse en ook Russische letters nog een beetje op Latijnse letters.
Zoiets:

Богородице Дево, радуйся,
благодатная Марие, Господь с тобою.

is niet te lezen als je het Cyrillisch alfabet niet kent, maar je zou kunnen gissen dat het over Marie gaat.
Inderdaad: het zijn de eerste regels van het Ave Maria op Orthodoxe wijze.

Maar wat staat hier bijvoorbeeld:




Daar kwam ik in dit geval alleen achter door de Engelse tekst:



En toen kon ik het nog niet verklanken.

Zo leerde ik ook weer wat radend lezen is, om de context te gebruiken.
Want wat Ինտերնետ was leerde ik alleen doordat het vaak in grote letters boven een internetcafé stond. Inderdaad, internet. (Ja, nu hoop ik maar dat je browser die Armeense letters correct weergeeft.) En dan maar spellen en zo proberen die letters te herkennen en te onthouden.

Enfin, zo ongeveer moet ook kunstenaar David Nuur zich gevoeld hebben, van wie tot en met 26 januari 2014 een tentoonstelling in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum te zien is. Ter gelegenheid van die tentoonstelling ontwierp hij ook een alfabet, Dislectika. Hoelang die website online is weet ik niet, ik hoop langer dan de tentoonstelling duurt. Het is een weergave van zijn worsteling met letters.
Dat begint bijvoorbeeld zo:



... maar kan zo eindigen:



Zie de oproep:








maandag 4 november 2013

Naar u toe om in uw kracht gezet te worden

Prachtig stukje van Aleid Truijens (zie ook hier) in de Volkskrant 4-11-2013, 'Voorzetsels onthullen veel over onze relaties'. Over in of op je voeten staan, bij of tot jezelf komen, best wel, gevoelens naar iemand, beeldvorming naar een publiek, een opmerking naar jou, 'fletse, dooie werkwoorden' als delen en aangeven ('"U geeft aan dat u om 20.00 niet op de plaats delict was", zegt de politieman tegen een woest schuimbekkende arrestant'), en iemand in zijn kracht zetten (daarvan had ik nog niet gehoord, maar even zoeken op internet gaf meteen resultaat, bijvoorbeeld hier en hier, en zie ook dit leuke stukje).

'Waar het woord kracht valt, kan zwakte nooit ver zijn.'

Want 'Tegenwoordig heten welzijnswerkers coaches; ze zijn geen ambtenaar meer maar hebben een winkel. Vandaar dat ze iets moesten verzinnen dat zowel hun bedrijf als de afknijpende overheid voordeel oplevert. En de "cliënt", ogenschijnlijk. Daarom "zetten" ze, als God, demente bejaarden, zwakzinnigen en voedselbankbezoekers "in hun kracht". Precies die mensen die kracht ontberen, anders zaten ze niet in zo'n afhankelijke positie.
Het zinnetje klinkt fijner dan "verschoon zelf uw luier maar" of "het busje rijdt niet meer". De sympathieke spreker gelóóft in de kracht van onmachtigen. "Eigen kracht" werd een begrip, een beweging, een religie, met conferenties en "empowerment"-trainingen. Een winkel die draait als een tierelier. Geniaal. En een blijvertje in de taal, vrees ik.'
Wie weet - tot 'in je kracht staan' ook weer is versleten. Opdracht: verzin de opvolger. Raadpleeg eventueel baron van Münchhausen.

Het is natuurlijk slechts een uit vele eufemismen die er te halen uit de nieuwpraat (newspeak) die bronnen uit en rond regering voortbrengen, vooral waar bezuinigd, pardon omgebogen of hervormd wordt en waar geweldig onderwijs wordt geleverd zonder daarover ook maar één onderwijsgevende te raadplegen.

dinsdag 1 oktober 2013

Fabels in het Indo-Europees

Het Indo-Europees is volgens vrijwel alle taalgeleerden de oertaal waarvan de meeste Europese talen en zeer veel talen uit het zuidwesten van Azië afstammen, van het Hindi tot het Gaelic. De taal zou zo'n vijf-, zesduizend jaar geleden zijn gesproken.
Door talen met elkaar te vergelijken en theorieën toe te passen over de manieren waarop talen veranderen, zijn pogingen ondernomen om een idee te krijgen hoe die taal geklonken moet hebben. Zoals te voorzien, verschillen de meningen tot op heden, want zo eenvoudig is het niet. In de 19e eeuw ondernam de geleerde August Schleicher een poging: hij schreef een fabel, 'Het schaap en de paarden', in het Proto-Indo-Europees (PIE) .
Hier de Engelse versie zoals weergegeven op Archaeology:

'A sheep that had no wool saw horses, one of them pulling a heavy wagon, one carrying a big load, and one carrying a man quickly. The sheep said to the horses: "My heart pains me, seeing a man driving horses." The horses said: "Listen, sheep, our hearts pain us when we see this: a man, the master, makes the wool of the sheep into a warm garment for himself. And the sheep has no wool." Having heard this, the sheep fled into the plain.'

Hier die in het (PIE) volgens Schleicher:

'Avis, jasmin varnā na ā ast, dadarka akvams, tam, vāgham garum vaghantam, tam, bhāram magham, tam, manum āku bharantam. Avis akvabhjams ā vavakat: kard aghnutai mai vidanti manum akvams agantam. Akvāsas ā vavakant: krudhi avai, kard aghnutai vividvant-svas: manus patis varnām avisāms karnauti svabhjam gharmam vastram avibhjams ka varnā na asti. Tat kukruvants avis agram ā bhugat.'

Tot nu toe waagde niemand zich in het openbaar aan het uitspreken.
Maar de taalkundige Andrew Byrd waagde zich aan een poging. Zie en hoor Archaeology.
'It is based on recent work done by linguist H. Craig Melchert, and incorporates a number of sounds unknown at the time Schleicher first created the fable:

H2óu̯is h1éḱu̯ōs-kwe
h2áu̯ei̯ h1i̯osméi̯ h2u̯l̥h1náh2 né h1ést, só h1éḱu̯oms derḱt. só gwr̥hxúm u̯óǵhom u̯eǵhed; só méǵh2m̥ bhórom; só dhǵhémonm̥ h2ṓḱu bhered. h2óu̯is h1ékwoi̯bhi̯os u̯eu̯ked: “dhǵhémonm̥ spéḱi̯oh2 h1éḱu̯oms-kwe h2áǵeti, ḱḗr moi̯ aghnutor”. h1éḱu̯ōs tu u̯eu̯kond: “ḱludhí, h2ou̯ei̯! tód spéḱi̯omes, n̥sméi̯ aghnutór ḱḗr: dhǵhémō, pótis, sē h2áu̯i̯es h2u̯l̥h1náh2 gwhérmom u̯éstrom u̯ept, h2áu̯ibhi̯os tu h2u̯l̥h1náh2 né h1esti. tód ḱeḱluu̯ṓs h2óu̯is h2aǵróm bhuged.'

Lijkt naar mijn idee nauwelijks op de tekst van Schleicher. Zal wel liggen aan die nieuwe klanken.

Nog zo'n verhaal in het PIE is 'De koning en de god'. 'In the 1990s, historical linguists created another short parable in reconstructed PIE. It is loosely based on a passage from the Rigveda, an ancient collection of Sanskrit hymns, in which a king beseeches the god Varuna to grant him a son.'

Hier de Engelse versie, nog steeds volgens Archaeology:
'The King and the God
Once there was a king. He was childless. The king wanted a son. He asked his priest: "May a son be born to me!" The priest said to the king: "Pray to the god Werunos." The king approached the god Werunos to pray now to the god. "Hear me, father Werunos!" The god Werunos came down from heaven. "What do you want?" "I want a son." "Let this be so," said the bright god Werunos. The king's lady bore a son.'

Hier de transscriptie, gebruik de link om te luisteren:
'H3rḗḱs dei̯u̯ós-kwe

H3rḗḱs h1est; só n̥putlós. H3rḗḱs súhxnum u̯l̥nh1to. Tósi̯o ǵʰéu̯torm̥ prēḱst: "Súhxnus moi̯ ǵn̥h1i̯etōd!" Ǵʰéu̯tōr tom h3rḗǵm̥ u̯eu̯ked: "h1i̯áǵesu̯o dei̯u̯óm U̯érunom". Úpo h3rḗḱs dei̯u̯óm U̯érunom sesole nú dei̯u̯óm h1i̯aǵeto. "ḱludʰí moi, pter U̯erune!" Dei̯u̯ós U̯érunos diu̯és km̥tá gʷah2t. "Kʷíd u̯ēlh1si?" "Súhxnum u̯ēlh1mi." "Tód h1estu", u̯éu̯ked leu̯kós dei̯u̯ós U̯érunos. Nu h3réḱs pótnih2 súhxnum ǵeǵonh1e.'

Het nieuws bleef niet onopgemerkt. Het onvolprezen Taalpost gaf me de hint, o.a. CNET, Huffington Post (mooi artikel) en Opposing Views pikten het op.

Je zou wensen dat er een Proto-Indo-Europeaan uit zijn graf verrees om commentaar te leveren. Ik vind het prachtig, die pogingen om oude of verzonnen talen te laten klinken.
Zie ook 'Spreken als Yoda', luister naar Lucas Lambers' weergave van Hesiodos, Sondre Danielsens 'Onze Vader' in Oud-Engels (hier mag ook), zie Benjamin Bagby met zijn Beowulf hier of hier op Youtube (of koop de dvd) en zie The Recordings van SOAS. Er is vast meer te vinden.




maandag 5 augustus 2013

Dutch party





Nee, toch maar niet over de Gay Pride, of over 'Hollanders' in het buitenland. (Wat is het verschil tussen 'Hollanders' en Nederlanders in het buitenland?)

Sorry, ik was zelf ook even weg over de grens. Ik liep, fietste en meer. En tussendoor las ik wat boeken.

Op maandag 5 augustus een boos stukje van Thomas von der Dunk. 'Onze minachting voor de eigen taal is uniek.'

' Marokkanen worden geacht Nederlands te spreken. Maar expats krijgen die gelegenheid niet eens.
Veel vreemdelingen willen best inburgeren, maar mogen dat van ons niet. Aan de vele klachten van buitenlandse expats over Nederlandse onhebbelijkheden is recentlijk een nieuwe toegevoegd: de weigering om Nederlands met hen te spreken. Zodra een Nederlander na drie woorden Nederlands door heeft dat hij niet met een native speaker te doen heeft, gaat hij namelijk over op het Engels - de ironie van de standaardterm in de voorgaande zin juist in dit verband zal u niet ontgaan.

Het doet denken aan het oude Nederlands-Indië: het Nederlands is voorbehouden aan kaaskoppen met vier raszuivere voorouders. Van Nederlands spreken door onderontwikkelde inboorlingen in onze koloniën of verdwaalde exoten in eigen land waren, respectievelijk zijn wij niet gediend. De motieven van nu zijn overigens diametraal tegenovergesteld aan die van toen: wij spreken namelijk van huis uit geen provinciaals Maleis (en kijken dus neer op degenen die dat wel doen), maar spreken wel als ware kosmopolieten fantastisch Engels. Onze bijdrage aan het Eurovisiesongfestival wordt derhalve door de nationale zangploeg ook steevast in het Nederengels aangeleverd.

Die taal heeft in ons land zelfs zo'n status gekregen dat we niet alleen vinden dat kinderen die zo vroeg mogelijk zouden moeten leren, maar ook dat studenten hun onderwijs eigenlijk in geen enkele andere taal zouden mogen volgen. Aan sommige universiteiten wordt al meer dan de helft van de cursussen in het Engels gegeven - veel meer dan in welk ander Europees land ook.

Alleen Engelstalige publicaties in Engelstalige wetenschappelijke tijdschriften geven status, en dus scoren Nederlandse universiteiten op (steevast) Angelsaksische wereldranglijstjes hoog. Vanzelfsprekend moeten promotieprojecten, ongeacht het thema, in het Engels geformuleerd worden, want er zou natuurlijk eens een professor uit Harvard een blik kunnen willen werpen op een onderzoeksaanvraag over de verzuiling onder gereformeerden-volgens-artikel-31 in Doetinchem-Oost.

Ook vergadert het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, als blijk van zijn waarlijk globale blik op de wereld, al sinds ettelijke jaren in het Engels. Studenten die het daar wagen om onderling het dorpsdialect van een van de twee buurlanden om de hoek - het Duits of het Frans - te spreken, kunnen op ernstige reprimandes rekenen. Die zijn namelijk niet internationaal genoeg bezig. Dat is de kern van het nieuwe universitaire mission statement, zonder welke de CEO's het hun salesmanagers onmogelijk zouden maken de gestelde targets te halen, want 'hoofdverkoper' klinkt wat al te doorzichtig en plat.

Die Nederlandse minachting voor de eigen moedertaal is tamelijk uniek. Voor onze zuiderburen, die meer dan een eeuw gevochten hebben voor het recht die te mogen spreken, is het zelfs onbegrijpelijk. Die weten wat er gebeurt wanneer de elite een andere taal kiest dan de rest van het volk. Met deze verafgoding van het Engels als taal voor bestuur, bedrijfsleven en wetenschap creëren we op termijn ons eigen Franskiljonprobleem: wat het Frans ooit was voor de Vlaamse bovenlaag, is het Engels voor de Nederlandse van nu - steeds meer een taal om je als ware kosmopoliet van het bekrompen plebs te onderscheiden. Indachtig de woorden van de meest francofiele koning van Pruisen in de 18de eeuw, Frederik de Grote: in het Duits commandeer je slechts je bedienden en paarden.

Onze hedendaagse Nederlandse variant daarvan: hoogopgeleide expats uit Amerika of Japan spreken we in het Engels aan, want dat is een wereldtaal. Als laagopgeleide expats uit Irak of Marokko Arabisch spreken, worden we woest, want Arabisch is géén wereldtaal. Zulke mensen moeten nodig een inburgeringscursus volgen om de taal te leren die we zelf in andere situaties het liefst vergeten, want onderscheid moet er zijn. De organisatie van dat taalonderwijs was door het ministerie van Integratie indertijd uiteraard wel aan een taskforce uitbesteed. '

Hear hear.





woensdag 13 maart 2013

Schoon en groot

Twee lastige woorden in het Nederlands. Onlangs kwam ik groot nog tegen in Wikipedia bij de beschrijving van Multatuli, in verband met de Woutertje Pieterse prijs. Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker) kwam ooit in een tv-programma De grootste Nederlander terecht op de 34e plaats. 'Door middel van een verkiezing werd vastgesteld wie volgens het Nederlandse publiek de grootste Nederlander aller tijden is.'
Top tien:

Pim Fortuyn (politicus) [feitelijk tweede.]
Willem van Oranje (Vader des Vaderlands), [feitelijk eerste.]. Feitelijk geen Nederlander maar Duitser.
Willem Drees (premier in vier naoorlogse kabinetten)
Antoni van Leeuwenhoek (baanbrekend cel- en microbioloog met microscoop)
Desiderius Erasmus (filosoof, humanist)
Johan Cruijff (een van 's werelds grootste voetballers en coaches)
Michiel de Ruyter (Nederlands admiraal, groot zeeheld)
Anne Frank (Joods meisje, omgekomen in Tweede wereldoorlog; Geboren Duitse, vanaf 1941 staatloos.
Rembrandt van Rijn (schilder)
Vincent van Gogh (schilder)

Nou gaat het me even niet om de rariteit van de gekozen namen (Cruijff naast Erasmus, bien étonné!), maar om dat grote. Anne Frank was helemaal niet zo groot en kreeg helaas de kans niet om tot volwassen grootte door te groeien. Ook Willem van Oranje was, meen ik, niet zo'n grote man. Fortuyn was wel redelijk lang.
De Britten hebben hier niet zo'n last van. De greatest Briton hoeft niet per se de tallest Briton te zijn. Een great painter is beslist niet altijd een big of tall painter. Ook de Duitsers doen het anders: hún versie van dit tv-programma heette Unsere Besten. Helmut Kohl, beslist ein großer Mann, staat op nummer 13. Maar uit een artikel als 'Hitler, ein großer Mann?' (Der Spiegel, 1-2-1989) blijkt dat ook het Duits de dubbele betekenis kent.
De Fransen kennen eveneens de verwarring, hun plus grand français (ook al zo'n tv-programma, er is in de periode 2000-2005 erg leentjebuur gespeeld) zou ook de langste Fransoos kunnen zijn: het was namelijk Charles de Gaulle en die was inderdaad aan de grote kant.

Een groot schrijver of een grote schrijver? Hier horen we het verschil wel. Maar mocht je je afvragen wie de grootste schrijver ooit was: wat of wie bedoel je?

Schoon is ook een vervelend woord. Of misschien vooral schoonheid.
Leuk om te vermoeden dat ook Bregje Boonstra worstelde met dit naar zeepsop klinkende woord toen ze een van haar boeken Wat een mooite! noemde (Querido, 2009). Wat klinkt dat directer, onbekommerder en eh, mooier dan Wat een schoonheid!.
Schoon is je huis na een stevige poetsbeurt en alleen in het zuidelijk deel van ons taalgebied betekent schoon ook nog mooi, zoals in het Duits (schön). In het noordelijk deel krijgt het woord alleen die betekenis in een bepaalde context en klinkt het altijd wat plechtig en ouderwets. In een schoon kleedje splitsen zich Noord- en Zuid-Nederlands (ofwel Vlaams) tussen een versgewassen vloerkleedje en een welgekozen kledingstuk.
Over de schoonheid van een huis na een poetsbeurt wordt echter zelden gesproken. Ondanks de dappere poging van Bregje heeft men het nog altijd over de schoonheid van een kunstwerk en daarmee bedoelt men niet dat het zojuist is afgestoft. Tussen een mooi kunstwerk en de schoonheid van een kunstwerk treedt plechtigheid aan, die slechts ontbreekt als een mooie dame (of heer) de loftuiting schoonheid krijgt toegeroepen.

Intussen toont deze bespiegeling dat er veel mooite schuilt in taal.


dinsdag 8 januari 2013

Laaglands of Herwaarts

Grappig bericht op Taalschrift: Anne Provoost stelt voor een andere naam te kiezen voor de Nederlandse taal. '‘Nederlands? Te verwarrend, we hebben een andere naam nodig.’ Dat idee lanceerde de Vlaamse schrijfster Anne Provoost op de radio. Luisteraars reageerden prompt met alternatieven: van Vlabels over  Moedermonds tot Zachterlands en Laaglands.'

Mijn eerste gedachte: daarvan hebben o.a. de Amerikanen en Australiërs geen last, voorzover ik weet. Men spreekt daar Engels, soms nader aangeduid als American English of Australian English. Vraag het de (Amerikaanse) National Council of Teachers of English (NCTE), de diverse English Teachers Associations in Australië (bv. die van West-Australië) of de New Zealand Association for the Teaching of English (NZATE). Soortgelijke reacties vond ik onder het stukje van Anne Provoost. Maar hierbij dient aangetekend dat de Engelsen allang de greep op hun taal hebben verloren. Niet alleen zijn er veel meer Amerikanen dan Engelsen, ook in India (bijvoorbeeld) is Engels standaard tweede taal. Engels is een lingua franca geworden.
Oostenrijkers beschouwen hun Österreichisch als een variant van het Deutsch: Österreichisches Deutsch, jawel, zie ook hier. In Zwitserland wordt Schwytzerdütsch naast Duits gebruikt, en waar men Frans spreekt, spreekt men Frans, net als in Quebec en Wallonië, hoewel men het daar wel over français québécois of français wallon heeft en er zelfs een dictionnaire wallon te vinden is.

Het is naar voor de Belgen, maar er bestaat geen Belgische taal. In België spreekt men Nederlands, Frans of Duits, met allerlei locale varianten, plus die van politici als Elio di Rupo, wiens Nederlands al danig wordt becommentarieerd. (Zie o.a. 'Daar likt het probleem.')
Mooie reactie van Sven Huynink: 'In de tijd van het Bourgondische Rijk werden de Lage Landen ook wel aangeduid als "de landen van herwaarts over". Vind ik mooi. Waarom noemen we Nederlands niet voortaan Herwaarts?
Betekent 'hierheen' (hierwaarts).'
Zelf vind ik Laaglands ook wel mooi. Maar het zal toch echt bij Nederlands blijven, denk ik.


dinsdag 22 mei 2012

Spreken als Yoda

Een stukje over Yoda en de structuur van talen.


' Simone Lautenbach − 17/10/11, 15:45


Wie kent hem niet? Het groene wezen Yoda uit de Star Wars-films en zijn typerende manier van spreken. Vandaag de dag klinkt dit taalgebruik ons vreemd in de oren, maar 50.000 jaar geleden spraken mensen op een manier die veel wegheeft van de wijze waarop Yoda zijn zinnen formuleert. Dat suggereren twee taalkundigen in het tijdschrift Proceedings van The National Academy of Sciences.

De studie richt zich op de onderdelen van taal die zijn geëvolueerd in de tijd. De meeste moderne talen maken gebruik van een onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp structuur. Bijvoorbeeld: 'Ik hou van Star Wars'. Veel 'dode talen' gebruikten echter een onderwerp-lijdend voorwerp-werkwoord structuur, waardoor 'ik van Star Wars houden' ontstaat.

Merrit Ruhlen van Stanford University en Murray Gell-Mann van het Santa Fe Instituut in New Mexico gebruikten de twee verschillende structuren om ongeveer 2200 talen te analyseren. Zowel talen die nog in gebruik zijn als degene die allang vergeten zijn. Hun onderzoek toont aan dat de structuur van huidige talen altijd voorafgegaan is door de onderwerp-object-werkwoord structuur. Kortom: de taal van Yoda. Geen enkele taal kent een uitzondering.

Terwijl de studie inzicht verschaft in de evolutie en de geschiedenis van taal, gaat het niet in op wat de toekomst ons op taalkundig gebied gaat brengen. Simpelweg omdat dit niet te voorspellen is. Of, zoals Yoda zou zeggen: 'Impossible to see the future is' (Onmogelijk de toekomst te zien is).
Zie ook Youtube. '

Maar ik hoorde Yoda zeggen: 'Death is a natural part of life'. Dus soms spreekt-ie moderner?


Alle gekheid op een stokje, dit inmiddels oude bericht deed me denken aan Kinderen van de Maanvalk van Peter Dickinson, dat in 1999 in een vertaling (van The kin) door Nan Lenders bij Gottmer verscheen. Op internet zijn diverse boekverslagen te vinden. En zie hier een recensie uit Trouw, 1999.
De verteller legt de hoofdpersonen een taal in de mond die soms lijkt op die van Yoda en in ieder geval een begin van taal suggereert. Niet zo plechtstatig als Yoda's, maar met opzet simpel: korte zinnen, eenvoudige opbouw. Wat voorbeelden:

' "Ze zijn verdwenen. Al de Goede Plaatsen zijn verdwenen. Stinkwater en de Somtijdsrivier en de dauwval bij de Tatuturots. Verdwenen. Begraven onder grijze as, diep, diep. Ik sliep. Maanvalk kwam. Ze liet het me zien." '

' "Suth, je hebt de luipaard gedood. We hebben hem in het struikgewas gevonden. Je graafstok zit in zijn keel vast. Zo is hij gestorven. Ik, Mohr, prijs je." '

' "Bal vecht met de leeuw. Hij valt hem aan. Hij is dood." '

' "Ik zeg wij Maanvalk doen dit niet. Ik zeg dat dat nog dommer is. Wat is er voor voedsel in het ravijn?" 
"Er is geen voedsel, Suth. Je hebt gelijk. Wij blijven." '

Of Dickinson zich door Yoda heeft laten inspireren? Geen idee, maar het lijkt me onwaarschijnlijk. Het is wel fascinerend hoe hij dit prille taalgebruik weet te suggereren, nog versterkt doordat er in zijn verhaal ook mensen voorkomen die nog niet kunnen spreken.

donderdag 12 januari 2012

English is a crazy language

Te grappig om meteen in de prullenbak te gooien:


Uitdaging: zoiets voor onze eigen taal maken?

dinsdag 3 januari 2012

Something rotten in the USA

Ademloos las ik vandaag een artikel van Mike Lofgren over de Grand Old Party die hij bijna drie decennia diende, de Republican Party. Aanleiding was een artikeltje van journalist Herbert Blankensteijn in de Volkskrant: 'Republikeinse kandidaat mag best een beetje dom zijn'. Hij verwees naar deze Lofgren en de commotie die zijn afscheidsartikel op Truth-Out veroorzaakte.
'Dit jaar kon Mike Lofgren, dertig jaar lang medewerker van de Republikeinse partij in het Congres, er niet meer tegen. Hij nam ontslag en lichtte dat toe in een lang artikel op internet: 'De Republikeinse partij zit vol gekken.' Hij spreekt schande van de maandenlange Republikeinse weigering het schuldenplafond te verhogen, wat hij een daad van 'politiek terrorisme' noemt.'
Dat 'kon er niet meer tegen' is nog voorzichtig uitgedrukt. Het moet hem tot hier gezeten hebben. Wat een bitterheid spreekt uit zijn relaas, en wat een uitstalling van politiek cynisme geeft hij.
'Both parties are rotten', o.k., maar 'both parties are not rotten in quite the same way. The Democrats have their share of machine politicians, careerists, corporate bagmen, egomaniacs and kooks. Nothing, however, quite matches the modern GOP.'
En dat licht hij uitvoerig toe. Hij eindigt met de drie principes die de Republican party volgens hem tegenwoordig volgt:
1. The GOP cares solely and exclusively about its rich contributors.  'The party has built a whole catechism on the protection and further enrichment of America's plutocracy. Their caterwauling about deficit and debt is so much eyewash to con the public.'
2. They worship at the altar of Mars. 'While the me-too Democrats have set a horrible example of keeping up with the Joneses with respect to waging wars, they can never match GOP stalwarts such as John McCain or Lindsey Graham in their sheer, libidinous enthusiasm for invading other countries. '
3. Give me that old time religion. 'Pandering to fundamentalism is a full-time vocation in the GOP.' [...] 'It is my view that the rise of politicized religious fundamentalism (which is a subset of the decline of rational problem solving in America) may have been the key ingredient of the takeover of the Republican Party. For politicized religion provides a substrate of beliefs that rationalizes - at least in the minds of followers - all three of the GOP's main tenets.'

Ademloos werd ik vooral door de praktijken die hij schetst, de gevolgen van deze uiterst cynische politiek. Waarbij ik toegeef dat ik de materie van de schuldenberg van de VS lastig te volgen vind, die vergt extra leeswerk waarin ik niet altijd zin heb. Maar het bewust bevorderen van politieke desinteresse, het bewust ondermijnen van vertrouwen in volksvertegenwoordigingen die juist voortkomen uit de zelfde grondwet (Constitution) die de Republican party zegt te omarmen, het bewust onderhouden van een machtige leugenmachine die zijn weerga niet kent, je kan er benauwd van worden.

Deze Lofgren werd dat kennelijk ook. Hier is waarom hij vertrok:
'I left because I was appalled at the headlong rush of Republicans, like Gadarene swine, to embrace policies that are deeply damaging to this country's future; and contemptuous of the feckless, craven incompetence of Democrats in their half-hearted attempts to stop them. And, in truth, I left as an act of rational self-interest. Having gutted private-sector pensions and health benefits as a result of their embrace of outsourcing, union busting and "shareholder value," the GOP now thinks it is only fair that public-sector workers give up their pensions and benefits, too. Hence the intensification of the GOP's decades-long campaign of scorn against government workers. Under the circumstances, it is simply safer to be a current retiree rather than a prospective one.'

Nog een citaat:
'A couple of years ago, a Republican committee staff director told me candidly (and proudly) what the method was to all this obstruction and disruption. Should Republicans succeed in obstructing the Senate from doing its job, it would further lower Congress's generic favorability rating among the American people. By sabotaging the reputation of an institution of government, the party that is programmatically against government would come out the relative winner.'

En nog een:
'As Hannah Arendt observed, a disciplined minority of totalitarians can use the instruments of democratic government to undermine democracy itself.'

Ja, dat zie ik er in sombere ogenblikken van komen. Ook wij hebben politici, 'volksvertegenwoordigers', die daarnaar lijken te streven. En er was in 1933 een sprekend voorbeeld.

NB. Nog een citabele toevoeging over taal:
'How do they manage to do this? Because Democrats ceded the field. Above all, they do not understand language. Their initiatives are posed in impenetrable policy-speak: the Patient Protection and Affordable Care Act. The what? - can anyone even remember it? No wonder the pejorative "Obamacare" won out. Contrast that with the Republicans' Patriot Act. You're a patriot, aren't you? Does anyone at the GED level have a clue what a Stimulus Bill is supposed to be? Why didn't the White House call it the Jobs Bill and keep pounding on that theme?
You know that Social Security and Medicare are in jeopardy when even Democrats refer to them as entitlements. "Entitlement" has a negative sound in colloquial English: somebody who is "entitled" selfishly claims something he doesn't really deserve. Why not call them "earned benefits," which is what they are because we all contribute payroll taxes to fund them? That would never occur to the Democrats. Republicans don't make that mistake; they are relentlessly on message: it is never the "estate tax," it is the "death tax." Heaven forbid that the Walton family should give up one penny of its $86-billion fortune. All of that lucre is necessary to ensure that unions be kept out of Wal-Mart, that women employees not be promoted and that politicians be kept on a short leash.'


dinsdag 1 november 2011

Spreken als Yoda uit Star Wars, onze voorouders deden het

Beter had ik het niet...



Simone Lautenbach op de Volkskrant van 17/10/11, 15:45:

' Wie kent hem niet? Het groene wezen Yoda uit de Star Wars-films en zijn typerende manier van spreken. Vandaag de dag klinkt dit taalgebruik ons vreemd in de oren, maar 50.000 jaar geleden spraken mensen op een manier die veel wegheeft van de wijze waarop Yoda zijn zinnen formuleert. Dat suggereren twee taalkundigen in het tijdschrift Proceedings van The National Academy of Sciences.


De studie richt zich op de onderdelen van taal die zijn geëvolueerd in de tijd. De meeste moderne talen maken gebruik van een onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp structuur. Bijvoorbeeld: 'Ik hou van Star Wars'. Veel 'dode talen' gebruikten echter een onderwerp-lijdend voorwerp-werkwoord structuur, waardoor 'ik van Star Wars houden' ontstaat.


Merrit Ruhlen van Stanford University en Murray Gell-Mann van het Santa Fe Instituut in New Mexico gebruikten de twee verschillende structuren om ongeveer 2200 talen te analyseren. Zowel talen die nog in gebruik zijn als degene die allang vergeten zijn. Hun onderzoek toont aan dat de structuur van huidige talen altijd voorafgegaan is door de onderwerp-object-werkwoord structuur. Kortom: de taal van Yoda. Geen enkele taal kent een uitzondering.


Terwijl de studie inzicht verschaft in de evolutie en de geschiedenis van taal, gaat het niet in op wat de toekomst ons op taalkundig gebied gaat brengen. Simpelweg omdat dit niet te voorspellen is. Of, zoals Yoda zou zeggen: 'Impossible to see the future is' (Onmogelijk de toekomst te zien is).
Zie ook Youtube.  '



Maar ik hoorde Yoda zeggen: 'Death is a natural part of life'. Dus soms spreekt-ie moderner?

dinsdag 4 oktober 2011

LibrarySchool 2

En daar was dan het persbericht over de start van LibrarySchool, waarover ik op 23 juni schreef: ' De reclametaal en soms regelrechte newspeak die onze huidige regering kenmerkt dringt in veel geledingen door. Zo wordt een nieuwe, Nederlandstalige (mag ik aannemen) opleiding tot bibliothecaris LibrarySchool (aan elkaar) genoemd. Dat is geen newspeak, hoogstens een uiting van het betreurenswaardige idee dat wat Engels klinkt beter verkoopbaar is dan wat Nederlands klinkt.  ' Enzovoort. Er viel m.i. wel iets te zeggen over de ronkende bewoordingen waarin deze opleiding werd aanbevolen.
De website en pdf-folder zijn al even ronkend:  men heeft het over een 'hoogwaardige opleiding op academisch niveau', een 'grensverleggende nieuwe aanpak'.

Ik schreef ook op 23 juni: ' Goede dienstverlening krijg je door goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten, die met genoegen hun werk doen. In de afgelopen decennia heb ik in het openbaar bibliotheekwerk (en met name het jeugd- en schoolbibliotheekwerk) veel goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten gezien - maar het genoegen zien slinken en frustratie zien stijgen. Die frustraties werden deels veroorzaakt door de volgens de VOB zo 'cruciale' bibliotheekmanagers en deels doordat de branche er niet in is geslaagd zoveel politieke steun te organiseren dat bezuinigingen konden worden vermeden. Het pleit m.i. voor de betrokken medewerkers dat de frustratie nauwelijks werd veroorzaakt door ondermaatse beloning.
Willen de opleiders van de LibrarySchool tot slot niet vergeten dat de helft van de gebruikers van de bibliotheken uit jeugd bestaat? '
Lezend wat er op de site en in de daar te downloaden pdf-folder staat, blijft dat laatste verzoek actueel, hoewel de boodschap zo algemeen is dat dit aspect er onder zou kunnen vallen.

De school leidt op tot master en MBA en heeft daarnaast een 'basisjaar' met meesterproef voor bibliotheekmedewerkers die hun ' eigen rol als "reflective practitioner" kunnen duiden '. Hij is in het leven geroepen omdat het Nederlands bibliotheekwerk behoefte heeft aan, houd je vast:
' Betrokken en nieuwsgierige collega’s die innovatief ondernemen met inhoud en vakmanschap.
Bibliothecarissen die de werken vanuit de klassieke idealen van de bibliotheek, maar de noodzaak inzien om in te spelen op de eisen van de toekomst. De bibliothecaris ‘"nieuwe stijl" paart maatschappelijk bewustzijn, creativiteit en culturele kennis aan managementvaardigheden, kennis van digitale ontwikkelingen en het vermogen om allianties aan te gaan. Binnen het krachtenveld van cultuur, maatschappij en technologie is hij voortdurend op zoek naar de meerwaarde en excellentie die de bibliotheek kan bieden. Daarbij steeds handelend vanuit de kernwaarden en identiteit van het bibliotheekwerk. 
De bibliothecaris van de toekomst moet dus in staat zijn het vak vanuit de inhoud te vernieuwen. Niet alleen, maar in samenspel met medewerkers, collega-bibliotheken en culturele en maatschappelijke partners. Naast talent vergt dit een grote mate van professionaliteit en expertise. '
Zeg dat wel. Ik hoop dat de bibliotheekbesturen voor die 'bibliothecarissen "nieuwe stijl"', deze 'hoogwaardige professionals' (*), een passend salaris reserveren en ervoor zorgen dat ze niet voor de voeten worden gelopen door overambitieuze managers, die deze prachtopleiding zelf natuurlijk niet hebben doorlopen, door goedbedoelende maar weinig effectieve vrijwilligers, door gebrek aan middelen en goed opgeleide medewerkers en door andere stoorzenders.
Voorlopig zie ik nog een brede kloof gapen tussen het galmende proza van genoemde pdf-folder en website en het bibliotheekfiliaal om de hoek, dat nog net niet werd gesloten en waarmee de school om de hoek wellicht nog iets moois kan doen.

Maar o ja, die filialen werden gesloten omdat er volgens de Raad voor Cultuur ' een aansprekende, inhoudelijke visie ontbreekt op nut en noodzaak van het werk van de openbare bibliotheek  ', aldus (en hier komt het * van hierboven) de reactie van Rob Bruijnzeels op een artikel van Josje Calff in Digitale Bibliotheek 2011-6/7.
' Er is dringend behoefte aan nieuwe ideeën over een betekenisvolle rol van de openbare bibliotheek aan het begin van de 21ste eeuw. En het profiel van de bibliothecaris dat daarbij hoort.  Dat is een geheel ander profiel dan dat van de "Old School" bibliothecaris, maar aan dat idee moet klaarblijkelijk nog een aantal representanten van die groep nog wennen. ' Aldus Rob Bruijnzeels, die hiermee m.i. blijk geeft van een wel erg denigrerende blik op de huidige 'Old School'-bibliotheekmedewerker.
Bruijnzeels wijst ook op het komende personeelsverloop, en nu ga ik hem voor één keer met instemming citeren:
' Het ziet ernaar uit dat in de periode t/m 2015 ruim 20% van het zittende personeel stopt met werken en als 2020 als ijkpunt wordt genomen is dat bijna 45%. Er is daardoor een harde noodzaak voor het creëren van aantrekkelijke banen en een goede opleidingsfaciliteit, waardoor nieuw en bestaand talent kan worden aangetrokken en opgeleid. '
Te hopen valt dat het ' leernetwerk dat mensen, ideeën en leren bij elkaar brengt en geënt is op het principe van de lerende organisatie ' (Bruijnzeels) in die faciliteit voorziet. Voorlopig word ik erg sceptisch van het proza dat uit die hoek is gekomen.
En visie? Laat ik me beperken tot de scholen. Het is voldoende aangetoond dat leerlingen baat hebben bij een boekrijke omgeving. Scholen en bibliotheken kunnen daar iets aan doen, in eendrachtige samenwerking. Deze maand werd ook bekend dat het project 'Kunst van lezen' mag doorgaan t/m 2016. Tot dat project hoort ook het bevorderen van die samenwerking en daar houden ze zich op uiterst praktische wijze mee bezig, bijvoorbeeld met Bibliotheek op de basisschool.
Kijk, daar hebben we iets aan.

zondag 26 juni 2011

Plekken waar niemand komt

De Volkskrant tracht, net als andere periodieken, inkomsten te werven middels een online-winkel. In de krant van afgelopen zaterdag was een grote advertentie te vinden voor de 100%-reisgidsen van Mo'Media. Slogan: 'Je reisgids naar plekken waar anderen niet komen!'.








Twee zaken vielen me op.
Ten eerste: ook hier word ik quasi-vertrouwelijk met je aangesproken, in het spoor van steeds meer bedrijven en deels ook de overheid ('houd je aan de maximum-snelheid'). Ik waag me aan de voorspelling dat de aanspreekvormen u en uw in Nederland over een of twee decennia zijn uitgestorven en de enkeling die ze dan nog gebruikt wordt als archaïsch ervaren. (Vlaanderen is een andere zaak: daar werden en worden deze woordjes als verlengstuk van het vertrouwelijke ge gebruikt.) Ik wacht op de rubriek in Onze Taal die dit gaat bijhouden. Is dat erg? Het Engels doet het al enkele eeuwen met you en your.
Ten tweede: de quasi-vertrouwelijkheid wordt nog aangezet door de suggestie dat men alleen mij aanspreekt. Naast mij zal niemand anders op de beschreven plekken komen.
Dat is natuurlijk lariekoek, net als de 'unieke adressen'. Eigenlijk zo beledigend, deze inschatting van het menselijk verstand, dat ik deze gidsen niet zal kopen. Denk ik.

donderdag 23 juni 2011

LibrarySchool

De reclametaal en soms regelrechte newspeak die onze huidige regering kenmerkt dringt in veel geledingen door. Zo wordt een nieuwe, Nederlandstalige (mag ik aannemen) opleiding tot bibliothecaris LibrarySchool (aan elkaar) genoemd. Dat is geen newspeak, hoogstens een uiting van het betreurenswaardige idee dat wat Engels klinkt beter verkoopbaar is dan wat Nederlands klinkt.

De nieuwsschrijver van de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) haalde in het bericht over het nog niet tekenen van de overeenkomst tot steun de twee woorden netjes uit elkaar (Library School), en beschrijft de veronderstelde noodzaak aldus: 'de geconstateerde opleidingsbehoefte en noodzaak tot opleiding van een nieuwe generatie beeldbepalende medewerkers in de branche'. Men kan zich wel afvragen wat beeldbepalend is. En is er geen behoefte aan niet-beeldbepalende medewerkers? Ik vrees dat hierin de wens doorsijpelt dat het imago van de branche belangrijker is dan de inhoud.

Terug naar de LibrarySchool. Dat die met kracht verkocht dient te worden, blijkt uit de openingssite.
De LibrarySchool 'professionaliseert innovatie en versterkt reflectie'.
Het woord innovatie heeft newspeaktrekjes. Het heeft niet alleen in de bibliotheekbranche een zekere glans gekregen. Innovatie is automatisch goed, is iets dat 'we met zijn allen'  (ja, dat staat er niet maar dat is nog zo'n verdacht woordenreeksje) moeten willen. Innovatie betekent vernieuwing en vernieuwing krijgt de glans van verbetering.
Het is bedenkelijk dat de 'innovatie' in de bibliotheekbranche tot op heden kennelijk niet professioneel is.

'De school is een hoogwaardige academische opleiding voor openbare bibliotheken, waarin oude en nieuwe bibliotheekmedewerkers als innovators worden geschoold. '
Hoogwaardig? Dat moet nog blijken en het is echte reclametaal. Ik citeer de rest ook maar even:
'  Het is een community waar studenten en collega’s die met bibliotheekinnovatie bezig zijn, bij elkaar worden gebracht om te leren, kennis te delen en nieuwe inzichten te verwerven. 
De LibrarySchool is een samenwerkingsproject van openbare bibliotheken en de Open Universiteit en wordt gevestigd in Amsterdam (OBA). 
De LibrarySchool is ontwikkeld in nauw overleg met de bibliotheekbranche; in samenwerking met een pilotgroep werd het definitieve programma opgesteld. 
De LibrarySchool gebruikt de eerste drie jaren als een proeftijd waarin de School werkt aan een verdere uitdieping van haar opzet en curriculum.'
Community? Een modewoord, ontleend aan het verschijnsel van de communities op internet. Wekt bij mij meteen de suggestie dat je er niet voor hoeft te reizen en dat is natuurlijk meegenomen. Ondanks dat word je wel 'bij elkaar gebracht' en er is zelfs een vestiging bedacht. Dat klinkt naar het principe van de deelnemende Open Universiteit, de 'beste universiteit van Nederland'. (D.w.z.: 'Volgens de Nationale Studenten Enquête zijn de OU-studenten de meest tevreden studenten van ons land.' De link heb ik aangebracht.)

'In nauw overleg met de bibliotheekbranche': dat zal vast waar zijn, maar niet wordt vermeld dat voornoemde VOB voorlopig geen financiële steun geeft:
' Het bestuur blijft achter het idee staan van een Library School - in elk geval achter de geconstateerde opleidingsbehoefte en noodzaak tot opleiding van een nieuwe generatie beeldbepalende medewerkers in de branche – en handhaaft dan ook haar gevormde bestemmingsreserve voor dit opleidingsdoel. Om te ondertekenen vindt het de plannen echter zowel inhoudelijk als zakelijk nog te onvoldragen.
Op dit moment ontbreekt het volgens het bestuur onder meer aan zicht op (toekomstige) kostendekkende exploitatie en continuïteit en aan aansluiting op bestaande (academische) opleidingen of een verklaring waarom die er niet is. Ook mist het bestuur de cruciale functie van bibliotheekmanager in het curriculum. Daarnaast vindt het bestuur de stichtingsconstructie (met bestuur en directeur) geen goed idee in het kader van het tegengaan van bestuurlijke drukte.
Het bestuur wil graag overwegen in een latere fase alsnog financieel in te stappen.  '

Drie jaar proeftijd? Is dat niet wat lang? Een goed curriculum staat meteen als een huis, zou ik zeggen. En natuurlijk kan er permanent verbeterd, pardon geïnnoveerd worden, ook na drie jaar.
Ik hoop dat er bij al die aandacht voor 'innovatie' en 'beeldbepaling' in dat curriculum nog wat aandacht overblijft voor zowel gebruikers als opdrachtgevers en het besef dat die twee groepen eigenlijk een en hetzelfde zijn.
Als openbaar bibliotheekwerk (gaat dat nu public library services o.i.d. heten?) niet nodig is, kan het verdwijnen. Als het wel nodig is, blijkt dat vooral uit tevreden gebruikers. Die tevredenheid zou op momenten van politieke keuzes omgezet kunnen worden in steun aan het instandhouden van de bibliotheken. Want de opdrachtgever, dat is de overheid en die overheid regeert, als het goed is, namens de kiezers.
Die tevredenheid verhogen door verbetering van dienstverlening, daar lijkt me niets tegen. Als dát 'innovatie' heet, heeft het mijn zegen.
Maar let op met dat woord innovatie, want het wordt in newspeak gebruikt als term voor bezuinigingen en afbraak. Of voor wanhopige pogingen van een branche om vooral zichzelf in stand te houden.
Goede dienstverlening krijg je door goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten, die met genoegen hun werk doen. In de afgelopen decennia heb ik in het openbaar bibliotheekwerk (en met name het jeugd- en schoolbibliotheekwerk) veel goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten gezien - maar het genoegen zien slinken en frustratie zien stijgen. Die frustraties werden deels veroorzaakt door de volgens de VOB zo 'cruciale' bibliotheekmanagers en deels doordat de branche er niet in is geslaagd zoveel politieke steun te organiseren dat bezuinigingen konden worden vermeden. Het pleit m.i. voor de betrokken medewerkers dat de frustratie nauwelijks werd veroorzaakt door ondermaatse beloning.
Willen de opleiders van de LibrarySchool tot slot niet vergeten dat de helft van de gebruikers van de bibliotheken uit jeugd bestaat?

woensdag 20 oktober 2010

Hoeveel talen spreken wij?

Wij mensen spreken ruim 6000 talen, heb ik steeds gedacht, op grond van krantenberichten die weer andere bronnen aanhaalden. Maar de enige bron van dat getal blijkt onbetrouwbaar, volgens een artikel (pdf) van Berthold van Maris voor Onze taal. Ethnologue telde in 1988 en 2010. Wat blijkt: ondanks alle berichten over 'uitstervende talen', zie bijvoorbeeld hier, zijn er tussen 1988 en 2010 een kleine duizend bijgekomen! Telde Ethnologue er in 1988 nog zo'n 6000, waarvan drie in Nederland (Fries, Nederlands en Nederlandse gebarentaal), in 2010 zouden het er bijna 7000 zijn, waarvan een dertiental in Nederland: Achterhoeks, Drents, Nederlands, Fries, Gronings, Limburgs, Nederlandse Gebarentaal, Sallands, Stellingwerfs, Twents, Veluws, Vlaams en Zeeuws.
Volgens Van Maris ligt dat aan de doelstelling van de organisatie achter Ethnologue: SIL International. Hij vat samen wat volgens mij uit de doelstelling van SIL inderdaad valt af te leiden: het doel is de Bijbel in zoveel mogelijk talen te vertalen. Al dikt Van Maris dit nog aan door te veronderstellen dat de SIL-lers denken dat als dit doel bereikt is, de Dag des Oordeels aanbreekt. Dat vind ik niet terug, maar ik heb ook geen geduld om de hele website van SIL na te vlooien. Ik citeer alleen dit uit die website:
' SIL International is a faith-based nonprofit organization committed to serving language communities worldwide as they build capacity for sustainable language development. SIL does this primarily through research, translation, training and materials development. Founded in 1934, SIL (Summer Institute of Linguistics, Inc) has grown from a small summer linguistics training program with two students to a staff of over 5,500 coming from over 60 countries. SIL's linguistic investigation exceeds 2,590 languages spoken by over 1.7 billion people in nearly 100 countries. The organization makes its services available to all, without regard to religious belief, political ideology, gender, race or ethnolinguistic background.
 [...]
SIL's service with ethnolinguistic minority communities is motivated by the belief that all people are created in the image of God, and that languages and cultures are part of the richness of God's creation. Thus, SIL’s service is founded on the principle that communities should be able to pursue their social, cultural, political, economic and spiritual goals without sacrificing their God-given ethnolinguistic identity. Though faith-based, SIL limits its focus of service to language development work. SIL does not engage in proselytism, establish churches or publish Scriptures.  '

Dat mag zo zijn, volgens Van Marwijk is ' SIL International nauw gelieerd aan het al even christelijke Wycliffe Bible Translators, een instituut dat overal in de wereld bijbelvertalingen produceert, ' maar waarvan ik de vermelding niet terugvind in de SIL-website.
Nu is er, zoals Berthold van Maris ook al vermeldt, geen sluitende definitie van taal. Men zegt wel: een taal is een dialect met een vlag en een leger. De The World Atlas of Language Structures schijnt tot veel minder te komen, en de database van Matthew Dryer komt tot rond 2000 talen.