Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Zo maar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zo maar. Alle posts tonen

dinsdag 4 oktober 2011

LibrarySchool 2

En daar was dan het persbericht over de start van LibrarySchool, waarover ik op 23 juni schreef: ' De reclametaal en soms regelrechte newspeak die onze huidige regering kenmerkt dringt in veel geledingen door. Zo wordt een nieuwe, Nederlandstalige (mag ik aannemen) opleiding tot bibliothecaris LibrarySchool (aan elkaar) genoemd. Dat is geen newspeak, hoogstens een uiting van het betreurenswaardige idee dat wat Engels klinkt beter verkoopbaar is dan wat Nederlands klinkt.  ' Enzovoort. Er viel m.i. wel iets te zeggen over de ronkende bewoordingen waarin deze opleiding werd aanbevolen.
De website en pdf-folder zijn al even ronkend:  men heeft het over een 'hoogwaardige opleiding op academisch niveau', een 'grensverleggende nieuwe aanpak'.

Ik schreef ook op 23 juni: ' Goede dienstverlening krijg je door goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten, die met genoegen hun werk doen. In de afgelopen decennia heb ik in het openbaar bibliotheekwerk (en met name het jeugd- en schoolbibliotheekwerk) veel goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten gezien - maar het genoegen zien slinken en frustratie zien stijgen. Die frustraties werden deels veroorzaakt door de volgens de VOB zo 'cruciale' bibliotheekmanagers en deels doordat de branche er niet in is geslaagd zoveel politieke steun te organiseren dat bezuinigingen konden worden vermeden. Het pleit m.i. voor de betrokken medewerkers dat de frustratie nauwelijks werd veroorzaakt door ondermaatse beloning.
Willen de opleiders van de LibrarySchool tot slot niet vergeten dat de helft van de gebruikers van de bibliotheken uit jeugd bestaat? '
Lezend wat er op de site en in de daar te downloaden pdf-folder staat, blijft dat laatste verzoek actueel, hoewel de boodschap zo algemeen is dat dit aspect er onder zou kunnen vallen.

De school leidt op tot master en MBA en heeft daarnaast een 'basisjaar' met meesterproef voor bibliotheekmedewerkers die hun ' eigen rol als "reflective practitioner" kunnen duiden '. Hij is in het leven geroepen omdat het Nederlands bibliotheekwerk behoefte heeft aan, houd je vast:
' Betrokken en nieuwsgierige collega’s die innovatief ondernemen met inhoud en vakmanschap.
Bibliothecarissen die de werken vanuit de klassieke idealen van de bibliotheek, maar de noodzaak inzien om in te spelen op de eisen van de toekomst. De bibliothecaris ‘"nieuwe stijl" paart maatschappelijk bewustzijn, creativiteit en culturele kennis aan managementvaardigheden, kennis van digitale ontwikkelingen en het vermogen om allianties aan te gaan. Binnen het krachtenveld van cultuur, maatschappij en technologie is hij voortdurend op zoek naar de meerwaarde en excellentie die de bibliotheek kan bieden. Daarbij steeds handelend vanuit de kernwaarden en identiteit van het bibliotheekwerk. 
De bibliothecaris van de toekomst moet dus in staat zijn het vak vanuit de inhoud te vernieuwen. Niet alleen, maar in samenspel met medewerkers, collega-bibliotheken en culturele en maatschappelijke partners. Naast talent vergt dit een grote mate van professionaliteit en expertise. '
Zeg dat wel. Ik hoop dat de bibliotheekbesturen voor die 'bibliothecarissen "nieuwe stijl"', deze 'hoogwaardige professionals' (*), een passend salaris reserveren en ervoor zorgen dat ze niet voor de voeten worden gelopen door overambitieuze managers, die deze prachtopleiding zelf natuurlijk niet hebben doorlopen, door goedbedoelende maar weinig effectieve vrijwilligers, door gebrek aan middelen en goed opgeleide medewerkers en door andere stoorzenders.
Voorlopig zie ik nog een brede kloof gapen tussen het galmende proza van genoemde pdf-folder en website en het bibliotheekfiliaal om de hoek, dat nog net niet werd gesloten en waarmee de school om de hoek wellicht nog iets moois kan doen.

Maar o ja, die filialen werden gesloten omdat er volgens de Raad voor Cultuur ' een aansprekende, inhoudelijke visie ontbreekt op nut en noodzaak van het werk van de openbare bibliotheek  ', aldus (en hier komt het * van hierboven) de reactie van Rob Bruijnzeels op een artikel van Josje Calff in Digitale Bibliotheek 2011-6/7.
' Er is dringend behoefte aan nieuwe ideeën over een betekenisvolle rol van de openbare bibliotheek aan het begin van de 21ste eeuw. En het profiel van de bibliothecaris dat daarbij hoort.  Dat is een geheel ander profiel dan dat van de "Old School" bibliothecaris, maar aan dat idee moet klaarblijkelijk nog een aantal representanten van die groep nog wennen. ' Aldus Rob Bruijnzeels, die hiermee m.i. blijk geeft van een wel erg denigrerende blik op de huidige 'Old School'-bibliotheekmedewerker.
Bruijnzeels wijst ook op het komende personeelsverloop, en nu ga ik hem voor één keer met instemming citeren:
' Het ziet ernaar uit dat in de periode t/m 2015 ruim 20% van het zittende personeel stopt met werken en als 2020 als ijkpunt wordt genomen is dat bijna 45%. Er is daardoor een harde noodzaak voor het creëren van aantrekkelijke banen en een goede opleidingsfaciliteit, waardoor nieuw en bestaand talent kan worden aangetrokken en opgeleid. '
Te hopen valt dat het ' leernetwerk dat mensen, ideeën en leren bij elkaar brengt en geënt is op het principe van de lerende organisatie ' (Bruijnzeels) in die faciliteit voorziet. Voorlopig word ik erg sceptisch van het proza dat uit die hoek is gekomen.
En visie? Laat ik me beperken tot de scholen. Het is voldoende aangetoond dat leerlingen baat hebben bij een boekrijke omgeving. Scholen en bibliotheken kunnen daar iets aan doen, in eendrachtige samenwerking. Deze maand werd ook bekend dat het project 'Kunst van lezen' mag doorgaan t/m 2016. Tot dat project hoort ook het bevorderen van die samenwerking en daar houden ze zich op uiterst praktische wijze mee bezig, bijvoorbeeld met Bibliotheek op de basisschool.
Kijk, daar hebben we iets aan.

zondag 26 juni 2011

Plekken waar niemand komt

De Volkskrant tracht, net als andere periodieken, inkomsten te werven middels een online-winkel. In de krant van afgelopen zaterdag was een grote advertentie te vinden voor de 100%-reisgidsen van Mo'Media. Slogan: 'Je reisgids naar plekken waar anderen niet komen!'.








Twee zaken vielen me op.
Ten eerste: ook hier word ik quasi-vertrouwelijk met je aangesproken, in het spoor van steeds meer bedrijven en deels ook de overheid ('houd je aan de maximum-snelheid'). Ik waag me aan de voorspelling dat de aanspreekvormen u en uw in Nederland over een of twee decennia zijn uitgestorven en de enkeling die ze dan nog gebruikt wordt als archaïsch ervaren. (Vlaanderen is een andere zaak: daar werden en worden deze woordjes als verlengstuk van het vertrouwelijke ge gebruikt.) Ik wacht op de rubriek in Onze Taal die dit gaat bijhouden. Is dat erg? Het Engels doet het al enkele eeuwen met you en your.
Ten tweede: de quasi-vertrouwelijkheid wordt nog aangezet door de suggestie dat men alleen mij aanspreekt. Naast mij zal niemand anders op de beschreven plekken komen.
Dat is natuurlijk lariekoek, net als de 'unieke adressen'. Eigenlijk zo beledigend, deze inschatting van het menselijk verstand, dat ik deze gidsen niet zal kopen. Denk ik.

donderdag 23 juni 2011

LibrarySchool

De reclametaal en soms regelrechte newspeak die onze huidige regering kenmerkt dringt in veel geledingen door. Zo wordt een nieuwe, Nederlandstalige (mag ik aannemen) opleiding tot bibliothecaris LibrarySchool (aan elkaar) genoemd. Dat is geen newspeak, hoogstens een uiting van het betreurenswaardige idee dat wat Engels klinkt beter verkoopbaar is dan wat Nederlands klinkt.

De nieuwsschrijver van de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) haalde in het bericht over het nog niet tekenen van de overeenkomst tot steun de twee woorden netjes uit elkaar (Library School), en beschrijft de veronderstelde noodzaak aldus: 'de geconstateerde opleidingsbehoefte en noodzaak tot opleiding van een nieuwe generatie beeldbepalende medewerkers in de branche'. Men kan zich wel afvragen wat beeldbepalend is. En is er geen behoefte aan niet-beeldbepalende medewerkers? Ik vrees dat hierin de wens doorsijpelt dat het imago van de branche belangrijker is dan de inhoud.

Terug naar de LibrarySchool. Dat die met kracht verkocht dient te worden, blijkt uit de openingssite.
De LibrarySchool 'professionaliseert innovatie en versterkt reflectie'.
Het woord innovatie heeft newspeaktrekjes. Het heeft niet alleen in de bibliotheekbranche een zekere glans gekregen. Innovatie is automatisch goed, is iets dat 'we met zijn allen'  (ja, dat staat er niet maar dat is nog zo'n verdacht woordenreeksje) moeten willen. Innovatie betekent vernieuwing en vernieuwing krijgt de glans van verbetering.
Het is bedenkelijk dat de 'innovatie' in de bibliotheekbranche tot op heden kennelijk niet professioneel is.

'De school is een hoogwaardige academische opleiding voor openbare bibliotheken, waarin oude en nieuwe bibliotheekmedewerkers als innovators worden geschoold. '
Hoogwaardig? Dat moet nog blijken en het is echte reclametaal. Ik citeer de rest ook maar even:
'  Het is een community waar studenten en collega’s die met bibliotheekinnovatie bezig zijn, bij elkaar worden gebracht om te leren, kennis te delen en nieuwe inzichten te verwerven. 
De LibrarySchool is een samenwerkingsproject van openbare bibliotheken en de Open Universiteit en wordt gevestigd in Amsterdam (OBA). 
De LibrarySchool is ontwikkeld in nauw overleg met de bibliotheekbranche; in samenwerking met een pilotgroep werd het definitieve programma opgesteld. 
De LibrarySchool gebruikt de eerste drie jaren als een proeftijd waarin de School werkt aan een verdere uitdieping van haar opzet en curriculum.'
Community? Een modewoord, ontleend aan het verschijnsel van de communities op internet. Wekt bij mij meteen de suggestie dat je er niet voor hoeft te reizen en dat is natuurlijk meegenomen. Ondanks dat word je wel 'bij elkaar gebracht' en er is zelfs een vestiging bedacht. Dat klinkt naar het principe van de deelnemende Open Universiteit, de 'beste universiteit van Nederland'. (D.w.z.: 'Volgens de Nationale Studenten Enquête zijn de OU-studenten de meest tevreden studenten van ons land.' De link heb ik aangebracht.)

'In nauw overleg met de bibliotheekbranche': dat zal vast waar zijn, maar niet wordt vermeld dat voornoemde VOB voorlopig geen financiële steun geeft:
' Het bestuur blijft achter het idee staan van een Library School - in elk geval achter de geconstateerde opleidingsbehoefte en noodzaak tot opleiding van een nieuwe generatie beeldbepalende medewerkers in de branche – en handhaaft dan ook haar gevormde bestemmingsreserve voor dit opleidingsdoel. Om te ondertekenen vindt het de plannen echter zowel inhoudelijk als zakelijk nog te onvoldragen.
Op dit moment ontbreekt het volgens het bestuur onder meer aan zicht op (toekomstige) kostendekkende exploitatie en continuïteit en aan aansluiting op bestaande (academische) opleidingen of een verklaring waarom die er niet is. Ook mist het bestuur de cruciale functie van bibliotheekmanager in het curriculum. Daarnaast vindt het bestuur de stichtingsconstructie (met bestuur en directeur) geen goed idee in het kader van het tegengaan van bestuurlijke drukte.
Het bestuur wil graag overwegen in een latere fase alsnog financieel in te stappen.  '

Drie jaar proeftijd? Is dat niet wat lang? Een goed curriculum staat meteen als een huis, zou ik zeggen. En natuurlijk kan er permanent verbeterd, pardon geïnnoveerd worden, ook na drie jaar.
Ik hoop dat er bij al die aandacht voor 'innovatie' en 'beeldbepaling' in dat curriculum nog wat aandacht overblijft voor zowel gebruikers als opdrachtgevers en het besef dat die twee groepen eigenlijk een en hetzelfde zijn.
Als openbaar bibliotheekwerk (gaat dat nu public library services o.i.d. heten?) niet nodig is, kan het verdwijnen. Als het wel nodig is, blijkt dat vooral uit tevreden gebruikers. Die tevredenheid zou op momenten van politieke keuzes omgezet kunnen worden in steun aan het instandhouden van de bibliotheken. Want de opdrachtgever, dat is de overheid en die overheid regeert, als het goed is, namens de kiezers.
Die tevredenheid verhogen door verbetering van dienstverlening, daar lijkt me niets tegen. Als dát 'innovatie' heet, heeft het mijn zegen.
Maar let op met dat woord innovatie, want het wordt in newspeak gebruikt als term voor bezuinigingen en afbraak. Of voor wanhopige pogingen van een branche om vooral zichzelf in stand te houden.
Goede dienstverlening krijg je door goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten, die met genoegen hun werk doen. In de afgelopen decennia heb ik in het openbaar bibliotheekwerk (en met name het jeugd- en schoolbibliotheekwerk) veel goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten gezien - maar het genoegen zien slinken en frustratie zien stijgen. Die frustraties werden deels veroorzaakt door de volgens de VOB zo 'cruciale' bibliotheekmanagers en deels doordat de branche er niet in is geslaagd zoveel politieke steun te organiseren dat bezuinigingen konden worden vermeden. Het pleit m.i. voor de betrokken medewerkers dat de frustratie nauwelijks werd veroorzaakt door ondermaatse beloning.
Willen de opleiders van de LibrarySchool tot slot niet vergeten dat de helft van de gebruikers van de bibliotheken uit jeugd bestaat?

dinsdag 17 mei 2011

Lezen over getallen

Ik geef het toe: als ik in kranten lees over getallen, moeten ze er gek uitzien wil ik ze verifiëren: ik neem maar aan dat ze kloppen, hoewel ik weet dat je journalisten niet blindelings kan vertrouwen, zeker niet als het om getallen gaat. Hoeveel de schuld van Griekenland bedraagt? Ik lees het en vergeet. Of ik lees alleen maar dat 'Griekenland' in 2010 een 'noodlening' van 110 miljard euro ontving. Vage notie van heel veel, maar ik doe er niets mee, vraag me ook nauwelijks af wat de Griekse regering daarvan allemaal betaalt. Ik lees dat 'Amerika' per maand 125 miljard dollar leent 'om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen', en bijna lees ik weer verder.
Toch blijf ik deze keer haken.
125 miljard? Per maand? Zowaar, ik ga even rekenen. Met ongeveer 300 miljoen inwoners betekent het dat de regering van de VS per jaar per inwoner ongeveer 5.000 dollar leent. Nou maar hopen dat de journalist-van-dienst (Diederik van Hoogstraten heet-ie) zijn cijferhuiswerk goed heeft gedaan. Een nulletje meer of minder scheelt meteen een factor tien.
O.k., 5000 dollar. In economisch opzicht ben ik redelijk naïef. Ik denk aan de lening die ik ooit sloot om een huis te kunnen kopen en de schuld die ik, samen met mijn dierbare, dienaangaande nog heb uitstaan. Ik denk: zolang je die leningen kan afbetalen, is er voor een regering weinig aan de hand, behalve dat je je landgenoten moet kunnen uitleggen dat ze enige zin hadden. Per slot kost een lening rente, die weer opnieuw gefinancierd moet worden enzovoort.
Maar waar het me nu om gaat is het gemak waarmee ik zulke rekensommetjes niet uitvoer, de luiheid waarmee mijn ogen en hersens al lezend over zulke getallen heengaan zonder er een zinvol beeld van te scheppen. Waarmee het ook geen wonder is dat ik ze vergeet.
Die 5000 blijft alvast hangen.

donderdag 16 december 2010

Identiteit



In de Volkskrant van 4 april 2010 een mooi, luchtig bedoeld stuk over onze identiteit, van Bert Wagendorp en nog iemand.
Enkele Nederlandse gewoontes en dingen passeerden de revue, maar vooral de vraag: wat is dat eigenlijk, die identiteit.
Wie zijn wij?

Ik denk dat identiteit een mythe is, of een droom. Wij zijn wie wij denken te zijn, of wie zouden willen zijn.
Mythen en dromen kunnen we delen, vooral mythen.
De juridische notie van identiteit is ons te mager. Dan is iedereen die een Nederlands paspoort heeft of zou mogen hebben, een Nederlander.
Daarmee kun je niet uit de voeten. Wij Nederlanders... hebben een Nederlands paspoort of mogen er een ophalen. Het is waar, maar heeft geen kleur en geur.
Wij Nederlanders houden van drop. Hier komt de grootste gemene deler aan. Want er zijn heel wat mensen met een Nederlands paspoort die niet van drop houden.
Wij Nederlanders drinken veel melk. Maar er zijn ook veganisten.
Wij Nederlanders zijn bijna de langste. Maar er zijn veel korte Nederlanders, waaronder ikzelf.
Wij Brabanders houden van gezelligheid. Ik houd van gezelligheid. Ben ik een Brabander?
Wij Utrechters (of was het nou Utrechtenaren?) houden van Vocking leverworst en spoorpunten.
Wie niet?
Wij Biltenaars (heet dat zo?) houden van rust. Maar het kan er knap onrustig zijn.
Wij kattenhouders houden niet van honden. (Maar er zijn toch ook mensen die er katten én honden op na houden?) (En op boerderijen houdt men beide, terwijl van geen van beide gehouden wordt.)

Wie ben ik? Deze moeilijke vraag kan ik beantwoorden door een reeks eigenschappen te noemen die ook door anderen kunnen worden genoemd, maar dan misschien (hopelijk?) in een andere volgorde.
Als ik eigenschappen noemde die niemand anders kon noemen, was ik vermoedelijk geen mens. Zelfs mijn naam is niet uniek. Op Facebook en Hyves kom ik naamgenoten tegen.
Wij Herman Verschurens...
Die op Facebook is een boogschutter. Althans, er staat een foto'tje bij waarop iemand een boog spant. Leuk.
Er is zelfs een Herman Verschuren die aan Godsdienst-Pastoraal Werk doet. Dat ben ik zeker toch niet.
Mijn broer Peter wordt bij zoeken met Google geheel verdrongen door ene Peter Verschuren, die wethouder is in Groningen. En lid van de SP. Kon slechter.
Wij Verschurens...



Dan toch maar de gemene deler? Wij Nederlanders zitten graag op een kluitje (400 per km2), houden graag varkens, kippen en honden, eten graag varkens en kippen, vette worst, patat mét (of patatje oorlog), eten vooral te veel, snoepen pepermuntjes en drop, drinken graag bier en melk, rijden graag auto of fiets, kleden ons liefst vooral gemakkelijk en conventioneel, kijken graag tv of film, zijn meestal onbeleefd hoewel dat ook wel recht-door-zee wordt genoemd, zijn snel op ons tenen getrapt, zijn blank (althans, velen van ons kijken raar als een donker getint persoon zich Nederlander noemt) en hebben blond haar, enzovoort.
Doe ditzelfde met Wij Friezen, Wij Brabanders, Wij Limburgers, Wij West-Vlamingen, Wij Brusselaars, Amsterdammers, Rotterdammers, Groningers (Stadjers), Wij Duitsers, Wij West-, Oost-Duitsers, Wij Berlijners, Wij Fransen, Wij uit Birmingham, Wij Marokkanen, Wij Chinezen...
Een identiteit is behalve een identiteitskaart dus ook een schier eindeloze reeks medailles die je op je borst kan hangen.

woensdag 20 oktober 2010

Hoeveel talen spreken wij?

Wij mensen spreken ruim 6000 talen, heb ik steeds gedacht, op grond van krantenberichten die weer andere bronnen aanhaalden. Maar de enige bron van dat getal blijkt onbetrouwbaar, volgens een artikel (pdf) van Berthold van Maris voor Onze taal. Ethnologue telde in 1988 en 2010. Wat blijkt: ondanks alle berichten over 'uitstervende talen', zie bijvoorbeeld hier, zijn er tussen 1988 en 2010 een kleine duizend bijgekomen! Telde Ethnologue er in 1988 nog zo'n 6000, waarvan drie in Nederland (Fries, Nederlands en Nederlandse gebarentaal), in 2010 zouden het er bijna 7000 zijn, waarvan een dertiental in Nederland: Achterhoeks, Drents, Nederlands, Fries, Gronings, Limburgs, Nederlandse Gebarentaal, Sallands, Stellingwerfs, Twents, Veluws, Vlaams en Zeeuws.
Volgens Van Maris ligt dat aan de doelstelling van de organisatie achter Ethnologue: SIL International. Hij vat samen wat volgens mij uit de doelstelling van SIL inderdaad valt af te leiden: het doel is de Bijbel in zoveel mogelijk talen te vertalen. Al dikt Van Maris dit nog aan door te veronderstellen dat de SIL-lers denken dat als dit doel bereikt is, de Dag des Oordeels aanbreekt. Dat vind ik niet terug, maar ik heb ook geen geduld om de hele website van SIL na te vlooien. Ik citeer alleen dit uit die website:
' SIL International is a faith-based nonprofit organization committed to serving language communities worldwide as they build capacity for sustainable language development. SIL does this primarily through research, translation, training and materials development. Founded in 1934, SIL (Summer Institute of Linguistics, Inc) has grown from a small summer linguistics training program with two students to a staff of over 5,500 coming from over 60 countries. SIL's linguistic investigation exceeds 2,590 languages spoken by over 1.7 billion people in nearly 100 countries. The organization makes its services available to all, without regard to religious belief, political ideology, gender, race or ethnolinguistic background.
 [...]
SIL's service with ethnolinguistic minority communities is motivated by the belief that all people are created in the image of God, and that languages and cultures are part of the richness of God's creation. Thus, SIL’s service is founded on the principle that communities should be able to pursue their social, cultural, political, economic and spiritual goals without sacrificing their God-given ethnolinguistic identity. Though faith-based, SIL limits its focus of service to language development work. SIL does not engage in proselytism, establish churches or publish Scriptures.  '

Dat mag zo zijn, volgens Van Marwijk is ' SIL International nauw gelieerd aan het al even christelijke Wycliffe Bible Translators, een instituut dat overal in de wereld bijbelvertalingen produceert, ' maar waarvan ik de vermelding niet terugvind in de SIL-website.
Nu is er, zoals Berthold van Maris ook al vermeldt, geen sluitende definitie van taal. Men zegt wel: een taal is een dialect met een vlag en een leger. De The World Atlas of Language Structures schijnt tot veel minder te komen, en de database van Matthew Dryer komt tot rond 2000 talen.

zondag 10 oktober 2010

Solomon Burke

Voor iemand van zijn gewicht heeft de vandaag op Schiphol overleden Solomon Burke het nog lang uitgehouden. Hij werd 70 jaar. Genoeg om een prachtig oeuvre na te laten, want wat kon die man zingen.
Ik kreeg het bericht op Nu.nl, met een Youtube-filmpje erbij ingebed. Daarop zingt en speelt hij 'None of us are free'. Ter begeleiding zingt een rijtje in wit gestoken mannen mee. En ik weet niet of het te maken heeft met de zonnebrillen op die oude zwarte koppen en die witte tanden, maar er ploppen reclames op over tandenpoets en Smokey Eye make-up... (Deze reclame ontbreekt overigens op de echte Youtube-versie.)
En hoe komt het dat-ie op Schiphol is overleden? Hij zou 12 oktober een optreden geven in Paradiso, samen met De Dijk. Dat had hij al eerder gedaan: zie (bijvoorbeeld) hier.

vrijdag 8 oktober 2010

Vakvrouw

Gisteren heeft zich een vakvrouw naast de brievenbus gevestigd. Wat een bouwwerk - het is het mooiste web van de tuin.



Dit is ze van dichtbij:




Nawoord: ze heeft het drie dagen uitgehouden. Daarna waren zij en haar web verdwenen.

donderdag 2 september 2010

Echte wilde natuur

Naar aanleiding van een recensie van een film (door Digna Sinke) over Tiengemeten, waar ligt dat ook alweer? Vlug opgezocht. Wat ziet het er plat uit. Het zal er vaak hard waaien.
Maar Natuurmonumenten is heel positief:


Echte wilde natuur

In 2006 is het eiland omgevormd van landbouwgrond naar natuur. Het eiland groeit uit tot een natuurgebied zoals je dat in Nederland eigenlijk nauwelijks ziet. Echte wilde natuur, met stromende geulen en kreken. Hier kunt u wandelen door ongebaand terrein, terwijl de zeearend boven uw hoofd cirkelt.

Een snoepje in de bakken van supermarkt Natuurmonumenten. 'Echte wilde natuur'! Zelfgemaakt door de mensen van Natuurmonumenten! Hoe echter en hoe wilder kan het nog zijn?
Kijk ook uit voor de stromende geulen en kreken.

maandag 30 augustus 2010

Muziek en de resonans

Vandaag hoorde ik 11:45 of iets later over radio 4 een prachtig koorwerk. Dat raakte me nou helemaal. Bij nazoeken bleek het Triodion van Arvo Pärt of een stuk daaruit. Dat wil ik vaker horen.

Wat is dat toch. Sommige muziek laat me koud, andere raakt me tot in mijn ziel. (Ja, daarover een andere keer, geest en ziel, lichaam en geest, lichaam en ziel.)
Het lijkt op resonans, maar dan niet zoals die ene snaar van mijn piano steeds blijft doorklinken. Hoewel, misschien toch wel. Mijn ziel (whatever) resoneert op sommige muziek. Alleen betreft het niet een demper die niet werkt, maar een patroon dat in beweging wordt gebracht. Die demper is kapot, mijn ziel, of geest, niet. Die lijkt te wachten op bepaalde akkoorden, akkoordenschema's, klanken, ritme's. Zoals een sleutel in een slot past en een deur opent, zo opent die muziek een luik in mijn geest. Of ziel.

Melkheimwee

Melkpak2_5cm100dpi

Merkwaardig pak melk van Super de Boer. Het is van karton, zoals vrijwel alle melk tegenwoordig verpakt is, maar op dat pak is aan twee kanten een fles melk afgebeeld zoals die vroeger in de winkels te vinden was.
Heimwee van de supermarkt? Verwijzing naar vroeger-was-alles-beter-dus-zal-deze-melk-ook-wel-heel-goed-zijn?
Typisch.

Doeldenken

Over de wespspin, in Wikipedia wespspin:
' Bij deze soort wordt het mannetje na de paring vrijwel altijd ingesponnen en later opgegeten door het vrouwtje. Het mannetje heeft na de paring geen functie meer, zijn sperma is immers opgebruikt. Bovendien dient hij het vrouwtje tot voeding, wat de ontwikkeling van zijn nageslacht ten goede komt. '
Dit is een gaaf voorbeeld van doeldenken. Nee, niet doemdenken, ondanks het lot van de man, maar doeldenken: elke handeling zou een rationeel te beredeneren doel moeten hebben.
De wespspinnenman wordt opgegeten omdat zijn bestaan geen zin meer heeft. ' Zijn sperma is immers opgebruikt. ' En vrouwlief heeft nog een hapje extra ook. Wat handig!
Waarom gebeurt dat bij verreweg de meeste andere beestensoorten eigenlijk niet?
Geplaatst op 7-6-10

Lederen bekleding

Ja, nog zoiets.
Ik heb een leren jas en een leren zadel op mijn fiets, en in de stoelen van mijn auto is leer verwerkt - en kunstleer, en om het stuur zit ook leer.
Maar in de showroom heeft de auto lederen bekleding en het rijwiel een lederen zadel. Van eersteklas leder.
Als ik lederen zie, weet ik dat iemand me iets wil verkopen.

Geest en ziel 1

Zouden we geen ziel hebben?
Wat is een ziel eigenlijk? Van een fles is het duidelijk, maar van mijzelf?
Begrippen kun je soms het best beschrijven door het tegendeel erbij te halen. Geest en lichaam, ziel en...
Als je de ziel van een fles er aftikt, stroomt de inhoud er uit. Over blijft het kadaver van de fles, met lelijk scherpe kartels aan de onderkant. Soms gebruikt als wapen.
Gelovigen denken dat je ziel het lichaam verlaat, na je dood.
Zou ziel een poëtisch woord voor leven zijn? Ziel en zielloos, leven en dood.
'De ziel is er uit.' Dan is het meer het eigene, het wezenlijke van iets, dat het onderscheidt van iets anders. Dan is ziel wezen.
Wie stelt vast wat het eigene is? Stellen andere vast wat mijn ziel is?
Geest is duidelijker, dat zit in mijn hersenen, is wat ik denk, voel, wil. Ga ik dood, dan is het over met mijn geest. Dan laat ik de geest. Die verdwijnt ook niet klapwiekend naar het paradijs.
Een moeilijk stuk is voer voor de geest.
Maar mooie muziek ook? Of raakt die me in mijn ziel?
Waarachtig, de ziel als de kern, het eigene van mijn geest.
Moet ik nog eens over nadenken.

Happy Street

Inspirerend stuk in de krant over een inspirend gebouw, de Nederlandse keet op de wereldtentoonstelling in Shanghai. Het heet Happy Street en bestaat uit een als een spiraal omhoog draaiende straat met allerlei bouwsels eraan: huisjes uit diverse stijlen, geplukt uit het Nederlands landschap. Ontworpen door John Körmeling.
In die huizen de meest uiteenlopende voorbeelden van Nederlandse producten en onderzoek.

John Körmeling lijkt me een bijzonder type, met ideeën waar je vrolijk van wordt.
Hier een van zijn site geplukte schets van Happy Street:Happystreet_oct08asmall
Lijkt me erg leuk. Maar een reis naar Sjanghai zit er niet in.
Hoewel.
Eerst maar eens naar IJsland, in juni.
Ik denk dat ik mijn blog ook maar inricht als een soort happy street. Niks opdelen, lekker alles bij elkaar. Met wat categorieën en pagina's, dat zijn dan de huisjes aan de straat.